Gezien: Een Bijzonder Goede Vrijdag

Theatermaker,verslagjes — simber op 28 augustus 2006 om 18:44 uur
tags: , , , ,

Gezien: Een Bijzonder Goede Vrijdag
14 april 2006, in en rond het Gasthuis en DWA, Amsterdam

Eigenlijk is Een Bijzonder Goede Vrijdag een festival van één dag. De dag is een initiatief van de vier werkplaatsen en productiehuizen in Amsterdam: Produktiehuis Frascati, Hetveem Theater, Gasthuis en Danswerkplaats Amsterdam (DWA). Na eerdere halfslachtige pogingen op het festival Septemberkoninkjes presenteren de theaterlaboratoria van de stad nu voor het eerst werk van hun kunstenaars in onderlinge samenhang. Op één vrijdagmiddag en -avond werden zeven presentaties getoond.

Het is een buitengewoon lovenswaardig initiatief, alleen al om praktische redenen. Het is heerlijk om als professionele theaterbezoeker die weinig tijd vindt om de werkplaatsproducties bij te houden (zoals ondergetekende) om na één dag weer even helemaal bij te zijn. Daarnaast lijkt deze formule ook aantrekkelijk voor een iets breder theaterpubliek, dat nieuwsgierig is naar work in progress van jonge makers.

Het aanbod aan podiumkunsten op deze dag is uiteenlopend: van de onopvallend poëtische dans van Nora Heilmann tot de absurdistische praatmime van Jef van Gestel en van een cabareteske monoloog van José Klaase tot een iPod-installatie van Petra Ardai, alle disciplines en vermengingen zijn vertegenwoordigd.

Hoewel de makers werkzaam zijn bij vier verschillende instellingen lijkt er niet echt sprake van ‘bloedgroepen’. Dat heeft enerzijds te maken met het gebrek aan een heldere artistieke signatuur van de verschillende werkplaatsen, maar ook met de pragmatische instelling van de jongste generatie podiumkunstenaars. Hun werk is vanzelfsprekend multidisciplinair en ze werken waar ze terecht kunnen. Het onderscheid van de werkplaatsen naar discipline (Gasthuis voor toneel, Hetveem voor mime, DWA voor dans en Frascati voor multimedia en multiculti) voelt op deze vrijdag nogal achterhaald.

Het pragmatisme van de makers leidt ook tot projecten waarin niet zozeer gestreefd wordt naar vernieuwing of vormexperimenten, maar waarin ze vooral lijken te werken aan een betere beheersing van theatrale vormen. De presentaties hebben stuk voor stuk kwaliteit, maar het wordt nergens echt spannend. Het meest experimenteel is nog The Letters to Movement Project, waarin danseres Hillary Blake Firestone kennissen vroeg om een brief aan beweging te sturen. Ze leest de brieven voor en reageert daar weer fysiek op. De combinatie van het abstracte idee en de openhartige presentatie wekt veel sympathie.

Meest geslaagde presentatie van de dag is de nieuwe voorstelling Over Morgen van Laura van Dolron. Drie mensen houden een monoloog over hun depressie, met een tekst vol mooie beelden over ijs eten met een schoenlepel en je matras in de huiskamer leggen zodat je het gevoel hebt bij iemand te logeren. Het is een mooi stukje toneel, eenvoudig en helder uitgevoerd.

De vier organiserende instellingen zeggen dat ze vanaf nu een dergelijk minifestival eens in het half jaar willen organiseren. Het is te hopen dat ze dat waarmaken, want het is een zeer welkome aanvulling op de Amsterdamse theaterkalender.

Interview Kees Roorda

interviews,Theatermaker — simber op 28 augustus 2006 om 18:42 uur
tags: , ,

Naam: Kees Roorda
Geboortedatum: 8 januari 1967
Opleiding: DasArts
Wanneer afgestudeerd: 2000
Eerstvolgende project: tijdens Cement in Maastricht, première 16 maart

Kees Roorda: “Ik probeer te doorgronden waarom mensen het leven zo moeilijk vinden.”

Zonder opleiding begon hij met theatermaken. Na zijn studie aan DasArts hebben de voorstellingen van Kees Roorda meer en meer weg van installaties en performances dan van toneel.

Op Oerol maakte hij twee jaren achtereen voorstellingen gebaseerd op de verhalen van Terschellingers, waarmee hij groot succes oogstte bij het Oerol-publiek. De laatste voorstelling in die serie, , werd hernomen in Den Bosch en in maart nogmaals in Maastricht, daar met verhalen van werknemers van de ENCI fabriek. Samen met theatermaker Inés Sauer en beeldend kunstenaar Catherine Henegan vormt hij het collectief The Glasshouse.

“Ik ben altijd op zoek ben naar verschillende vertelperspectieven en naar een vorm die uit de inhoud voortkomt. Dat betekent dat bij mij elke voorstelling -om maar een cliché te gebruiken- totaal anders is. De mensen die met mij werken krijgen heel veel zelfstandigheid om dingen zelf uit te zoeken. Ik wil niet werken met vaste rollen, dus de decorontwerper kan ineens mee doet als speler of andersom. Acteur Jos van Hulst doet nu bijvoorbeeld productie bij in Maastricht. Stefano Odoardi, die de video en het geluid deed bij de voorstelling in Den Bosch, werkte aan een project met stenen uit een Italiaanse steengroeve. Op een dag stelde hij voor de stenen naar Den Bosch te halen.. Een waanzinnig idee, het zijn 21 stenen van een paar kiloton. Na een bezoek aan de groeve dacht ik, laat maar komen die stenen.. Het past bij de ontwikkeling van de voorstelling en dat die stenen uiteindelijk terugkeren in Maastricht bij de ENCI-fabriek.

Hoe kom je aan die groep mensen met wie je dat doet?

“Bij mij gaat dat altijd heel intuïtief. Elena Baelaerts, vormgeefster van , ben ik tegengekomen via een vriend. Zij had mijn voorstelling Finster Stimmen gezien en wilde iets meer met performance gaan doen. Zij belde mij of ik die avond langs kon komen. Ik ben op de fiets gesprongen en ben nog dezelfde dag in haar atelier gaan kijken. Haar werk sprak me bijzonder aan, ik wist toen nog niet op wat voor manier die samenwerking zou moeten gaan, maar dan nodig je iemand uit om samen te gaan werken. Voordat we gaan werken maken we duidelijke functieafspraken. En al die mensen moeten vooral niet proberen bij elkaar te komen, maar elkaar proberen te bevechten. Dan ontstaan de werkelijk spannende dingen.”

Hoe ben je in het theater terecht gekomen?

“Ik heb eerst Nederlands en Kunstbeleid gestudeerd in Groningen. Toen werd ik ontzettend verliefd en ben ik naar Amsterdam gekomen. Ik wist dat ik iets met theater wilde en ik ben gewoon maar begonnen. In het Polanentheater heb ik mijn eerste voorstelling gemaakt. Iemand ziet dat en die vindt het leuk en die nodigt je dan uit en een ander vindt het kut en die nodigt je dan niet uit. Daarna ben ik naar DasArts gegaan. Je wordt daar in een snelkookpan gestopt en daar kom je totaal anders weer uit. Ritsaert ten Cate was directeur en we hebben daar meest idiote dingen gedaan. Maar we waren altijd op zoek naar de context, je probeert iets te zeggen in en over de omgeving. Het was een bevestiging dat het toegestaan was om een andere richting van theater in te gaan. Meer in de richting van de beeldende kunst en performance. Dat was voor mij een enorme geruststelling.”

Hoe vind je jouw plek in het theaterveld?

“Ik probeer me er zo min mogelijk van aan te trekken of er wel of geen plek is. Ik denk dat je die plek altijd zelf kunt creëren. Programmeurs deinzen snel terug voor al te experimenteel theater. Maar ze zijn er wel, de mensen die dat omarmen en durven. Productiehuis Brabant geeft mij wel die ruimte. Mensen denken vaak dat het moeilijk is om publiek te krijgen voor experimenten, maar daar heb ik geen last van. Mensen die naar dit soort voorstellingen gaan weten hun weg toch wel te vinden. En omdat ik nu zo dicht op de bevolking werk, lok ik daarmee een hele groep naar het theater. Ik kan hen op een hele directe manier benaderen. Dat gaat via het dorpscafé waar ik ze ontmoet, en ik hoop dat dat via de ENCI weer zo werkt. Ik neem aan dat Maastricht geïnteresseerd is in de geschiedenis van de ENCI en wat daarmee staat te gebeuren. Van fondsen en programmeurs moet je je nooit zoveel van aantrekken, die lopen altijd achter de feiten aan, net zoals de politiek.”

En waarmee ben je dan geëngageerd?

“Ik denk dat ik geëngageerd ben met kleine verhalen, ongelukkige momenten, the struggle for life. Ik probeer te doorgronden waarom mensen het leven zo moeilijk vinden, omdat ik het zelf ook vrij moeilijk vind. Maar ook buitengewoon opwindend. Als ik zit te praten met een dominee die tegen mij begint te vertellen dat hij eigenlijk vindt dat hij te weinig bidt., dan vind ik dat boeiend. Want hoe komt dat dan dat hij het gevoel heeft dat hij te weinig bidt. Of als ik een makelaar interview over alle huizen die hij heeft gebouwd en dan komt daar ineens het verhaal heeft dat hij vindt dat ieder huis een ziel heeft en dat zijn huizen uniek zijn. Dat ontroert me. Het ontroert me ook dat ik samen met hem die avond dronken wordt, dat we bijna weggedragen moeten worden en dat hij moet huilen omdat z’n dochter is getrouwd. Dus dat soort engagement.”

Wat was de mooiste publieksreactie die je ooit kreeg?

“Bij mijn voorstelling Finster Stimmen op Oerol was het iedere keer gewoon dweilpauze. De mensen kwamen daar totaal verslagen uit. Ze hadden dat nooit verwacht op Terschelling, want dat is toch vaak wel vermaak. Die kwamen in Finster Stimmen in een soort carrousel, ze werden heel persoonlijk aangesproken. Ze vergaten de tijd en werden totaal in het verhaal gezogen en ze stonden na afloop te grienen bij het prikkeldraad. Ja, dat is goed, dat dat gebeurd.”

Heb je voorbeelden?

Ik heb erg veel respect voor Gerardjan Rijnders. Titus, geen Shakespeare staat nog steeds op mijn netvlies gebrand. Ik heb later stage gelopen bij Richard III en het klikte. Van hem heb ik geleerd hoe je dronken moet worden. Rijnders is als regisseur zo scherp: hij kan met zo weinig woorden duidelijk maken wat eraan schort. En niet alleen wat eraan schort, maar ook hoe je dat kunt oplossen. Dat is zeldzaam. Raimund Hoghe en Meg Stuart zijn andere helden.

Hoe zie je je eigen verantwoordelijkheid?

“Het is mijn verantwoordelijkheid om inzicht te geven in menselijk functioneren. Ik ben net drie weken in Zuid Afrika geweest om te werken aan The Bang-Bang Club, een nieuwe voorstelling van The Glasshouse. Het gaat over Kevin Carter, een fotograaf die de Pulitzer Prize heeft gewonnen voor een reportage van een kindje dat sterft van de honger in Soedan. Een paar maanden na het winnen van die prijs heeft hij zelfmoord gepleegd. Dat is explosief materiaal, maar ik probeer dat terug te brengen tot de menselijke maat en de persoonlijke dilemma’s. Een fotograaf die we daar interviewden zei: wat maakt zo’n foto nou voor verschil, of hij er nou wel of niet geweest was, dat maakt geen fuck uit. Er is weer honger in Afrika, enzovoort. Maar ik geloof dat het wél uitmaakt, in ieder geval omdat ik -omdat hij dat deed- er nu een tekst over schrijf en er iets over kan zeggen.”

Floortje Bakkeren
Simon van den Berg

Over het IJ Festival: ‘Paradiso, stad van de toekomst’, ‘De engel, de straat en het geluk’

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:38 uur
tags: , , , , ,

Er wordt een hoop uitgedeeld op het Over het IJ Festival. Van Thijs Bloothoofd krijgt iedere toeschouwer na afloop van zijn grappige mime-performance Rood een stuiterballetje. Floor van Leeuwen geeft haar hele inboedel weg: voor haar voorstelling mag je een geel stickertje met je naam erop op een van de vele voorwerpen uit haar huisraad plakken, na afloop van haar voorstelling Dag, waarin ze langzaam in een glazen kist klimt en zichzelf bedekt met zwarte sneeuw mag je het door jou uitgekozen boek, kandelaartje of fotolijstje meenemen. Er wordt koffie en cake geserveerd.

De twee voorstellingen zijn onderdeel van het Zeecontainerproject van het festival. Vijftien jonge theatermakers, net afgestudeerd of aan het eind van hun studie, krijgen een container en vijftien minuten om een kleine voorstelling te maken. Het project staat nu voor de derde maal op Over het IJ en is er nu al een onlosmakelijk onderdeel van geworden. De beperkingen in tijd en ruimte worden door de makers op inventieve wijze opgelost en dat levert een paar mooie miniatuurtjes op

Ook aan het begin van Paradiso, stad van de toekomst wordt er uitgedeeld. Een van de hippe, overdreven blije acteurs heeft besloten afstand te doen van al zijn bezittingen. Zijn bed, z’n flatscreen televisie en een boekenkast worden weggegeven aan het publiek. De makers hebben een stad gebouwd waarin ieders toekomstvisioenen uitkomen. De acteurs vertellen over hun kinderlijk diepzinnige ideeën voor de toekomst, zoals een telefoon om met het hiernamaals te bellen, een apparaat om de tijd stil te zetten of een winkel waar je je gebroken hart kunt laten repareren.

Paradiso is een ambitieus project van jeugdheatergroep Max, in samenwerking met studenten architectuur en verschillende festivals. De jonge architecten maakten vier huizen waartussen het publiek rondloopt en waarbinnen kleine scènes gespeeld worden. Zoals een woordloze, natte en poëtische scène over twee vrouwen die dromen hoeden in een constructie van 1100 grote waterflessen, of een light therapiesessie waarin de toeschouwers een nadeel leren ombuigen in een voordeel binnenin een opblaasbare tent.

Ondanks de open opstelling en toon is de voorstelling nogal dwingend. Je wordt als bezoeker van plek naar plek gedirigeerd, krijgt tijgerbalsem opgesmeerd, moet je frustraties in een schoteltje projecteren en weggooien en nadenken over je eigen utopische dromen. De opgelegde blijheid en drang tot zelfverbetering horen meer thuis in de softe sector dan in een ideale toekomst.

Hoe je openheid wél kunt bereiken tonen de regisseurs Andreas Bachmair en Anne Rooschüz met de voorstelling De engel, de straat en het geluk die ze maakten met bewoners van de Gentiaanpleinbuurt in Amsterdam Noord. Het publiek zit op een rijdende tribune die door de straten wordt getrokken, langs de acteurs/bewoners die planten verplaatsen, worstjes braden op een barbecue of meezingen met hun iPod. Een jonge vrouw loopt met ons mee en vertelt welke dromen en verhalen ze hebben.

Langzamerhand kom je erachter dat het publiek net zoveel bekijks trekt van buurtbewoners en verbijsterde voorbijgangers als de voorstelling. Aan het eind wordt de tribune midden in de wijk geparkeerd en kunnen de toeschouwers samen met acteurs en de buurtbewoners een biertje drinken. Het is een buitengewoon interessante vorm van community theatre die Over het IJ hier presenteert, waarmee het festival een geslaagde verbinding maakt tussen de bewoners, het industriële erfgoed van de NDSM, en de culturele voorhoede van de stad, die zich begint te nestelen rond de IJ-kantine.

Over het IJ Festival. Paradiso, stad van de toekomst van Theatergroep Max., De engel, de straat en het geluk van Blood for Roses/Andreas Bachmair, Zeecontainerprogramma. Gezien 8/7/06, het Over het IJ Festival duurt nog t/m 16/7. Meer informatie op www.overhetij.nl

Over het IJ festival: ‘Cargo’, ‘Mobil’, ‘Broeders’

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:36 uur
tags: , , , , ,

Broeders op Over Het IJOp het voormalige NDSM-terrein in Amsterdam Noord is gisteravond de veertiende editie van het Over het IJ festival geopend. Het festival gebruikt nu al een aantal jaar de gigantische scheepshallen en hellingen van de NDSM voor een breed scala aan lokatievoorstellingen.

De Dogtroep, een van de grondleggers van het grootschalige lokatietheater in Nederland, speelt op het festival de nieuwe voorstelling Cargo. In een kleine container-achtige ruimte zit het publiek en andere containers met scènes en beelden trekken aan hen voorbij. Sommige beelden zijn klein en verstild: een vrouw loopt over een vloer van wijnflessen; een man in een container met ladders weet als in een tekening van Escher niet meer wat onder of boven is. Ook is er een bandje dat ketelmuziek speelt. Het thema is de scheepvaart, maar om alles aan elkaar te breien is een nogal sterk ontwikkeld associatief vermogen nodig.

Overigens presenteert het gezelschap zichzelf als een vernieuwde groep en dat is nogal een understatement. Sinds er na een drastische subsidievermindering een nieuwe artistiek leider aantrad (Henk Schut), is het nog maar de vraag of de Dogtroep meer dan de naam gemeen heeft met de groep van voorstellingen als Noordwesterwals en Atom Tattoo. Op het gebied van het beeldende lokatietheater, waar het gezelschap de wereld mee veroverde, wordt de Dogtroep inmiddels voorbij gestreefd door een aantal interessante nieuwe groepen, zoals The Lunatics, Odd Enjinears en Peergroup.

Nieuw is dat Over het IJ de handen ineen heeft geslagen met andere grote festivals zoals Oerol en Boulevard om een aantal talentvolle jonge theatermakers de kans te geven een grotere voorstelling te maken en die op verschillende festivals te spelen. Meest geslaagde voorbeeld daarvan is Broeders van Jetse Batelaan dat eerder te zien was op Oerol. Batelaan is een zeer succesvolle jonge regisseur die het afgelopen jaar zowel de VSCD Mimeprijs als de Gouden Krekel voor de beste jeugdvoorstelling won.

Broeders speelt zich af in een met houten schotten afgescheiden plek -een weiland op Terschelling, een parkeerterrein met grasveldje in Amsterdam Noord- waarbinnen de personages zich met ijzeren consequentie onderwerpen aan absurde regels. Er zijn patiënten in gewone kleren en broeders in het wit. De patiënten zijn zich niet bewust van de engel-achtige aanwezigheid van de broeders, maar ze moeten de hand vasthouden van een broeder, anders vallen ze voor dood neer. Het levert hilarische scènes op, maar het trage tempo en de eigenzinnigheid van de voorstelling geven aan dat Batelaan misschien wel iets heel diepzinnigs te zeggen heeft over mededogen en afhankelijkheid.

Iets minder geslaagd, maar toch heel aardig is de openingsvoorstelling Mobil van het theatermakersduo Gienke Deuten en Bram de Goeij. Hun eenvoudige verhaal, over een spannende vreemdeling die het leven van een echtpaar op een afgelegen benzinepompstation op z’n kop zet, wordt verteld met een charmante combinatie van hoorspel, mime en Rieks Swarte-achtig objectentheater, maar de makers lijken wel erg verliefd op hun schattige schaalmodellen en geestige geluidseffecten, waardoor de voorstelling een beetje langdradig aanvoelt.

Over het IJ festival. Cargo van de Dogtroep, Mobil van Deuten & De Goeij, Broeders van Jetse Batelaan. Gezien 6/7/06. Over het IJ duurt nog t/m 16/7. Meer info op www.overhetij.nl

Prijzen op het ITs Festival

In het Compagnietheater zijn gisteravond de prijzen uitgereikt van het ITS festival. De meest prestigieuze prijs, de Ton Lutz Prijs voor afstuderende regisseurs, ging naar Joachim Robbrecht voor zijn voorstelling Adam in Ballingschap dat hij opvoerde in de Hortus. De Belgische regisseur die afstudeert aan de regie-opleiding in Amsterdam krijgt geld voor het maken van een nieuwe voorstelling en een coachingstraject. Robbrecht was zelf niet aanwezig om zijn prijs in ontvangst te nemen; hij is in Gent een nieuwe voorstelling aan het maken.

Speciale vermelding voor de Ton Lutz Prijs was er voor de eveneens in Amsterdam afstuderende regisseur Thibaud Delpeut, die tijdens het festival opviel met de geslaagde voorstelling Entr’acte. Met een zelfgeschreven, op de film Lost in Translation geïnspireerd stuk toont Delpeut zijn talent voor het construeren van gelaagde personages. Hij geeft daarnaast blijk van een goede hand van casten door Wendell Jaspers tegenover Kees Hulst te zetten. Het levert een spannende kleine voorstelling op.

Een geheel nieuwe prijs is de Kemn-A-ward. Castingbureau Kemna Casting nam het initiatief voor deze prijs voor de meest opvallende en veelbelovende acteur of actrice op het ITS. De prijs ging naar de Vlaamse acteur Oscar van Rompay die op het festival te zien was met zijn klas van de Antwerpse Herman Teirlinck school in de voorstelling Publikumsbeschimpfung. Eerder dit jaar viel hij al op in kleine rollen in de grote voorstellingen Platform van NT Gent en Opening Night van Toneelgroep Amsterdam. Van Rompay wint 4000 euro voor het verder ontwikkelen van zijn talent, en dat mag van uitreiker Job Gosschalk ook prima gebeuren op een terras in Barcelona met een fles sangria.

De overige prijzen waren voor de speerpunten van het festival: dans en internationaal. De Choreography Award voor de beste dansvoorstelling ging naar Pere Gay i Faura voor zijn voorstelling This is a picture. De ITS Guest Award voor beste internationale voorstelling ging naar Publikumfsbeschimpfung. Uitreiker Ben Hurkmans, directeur van het Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten, zei te hopen dat met de val van het kabinet en het vertrek van Rita Verdonk het voor kunstenaars eenvoudiger zal worden om naar Nederland te komen om hier te werken.

Holland Festival: ‘Amid The Clouds’

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:29 uur
tags: , ,

Drie grote, blauw verlicht aquaria en ervóór een dode, schoongemaakte vis, liggend op een krukje. Amid The Clouds is een Iraanse voorstelling over vluchtelingen op weg naar Europa, maar in tegenstelling tot documentairemakers en filmers die dit onderwerp recent aanpakten -bijvoorbeeld Michael Winterbottom met In This World- lijkt het regisseur Amir Reza Koohestani niet te doen om realisme of gruwelijke verhalen over mensensmokkelaars en bureaucratie.

Nee, het gaat Koohestani om het reizen an sich. Een man en een zwangere vrouw ontmoeten elkaar in Kroatië. Ze hebben al hun verwanten achtergelaten en sluiten zich bij elkaar aan voor de oversteek naar Slovenië, de EU in.

Het verhaal wordt voor een groot deel verteld door een voice-over van geluidband in het Farsi. Het toneel is dan donker, het enige licht komt van de Nederlandse boventitels. Als de twee acteurs (Baran Kosari en Hassan Madjooni) spreken zijn het vaak monologen, in kleine verlichte plekken op de speelvloer. Ook als ze met elkaar praten spreken de acteurs zacht en zangerig. Het is fascinerend om te zien hoe weinig deze acteurs doen. Geen groot drama of heftige emoties, maar poëtische teksten, rustig en gelaten verteld.

In de verhalen komen de gruwelijkheden van hun reis wel voorbij, maar terloops en onnadrukkelijk. Belangrijker zijn de mythische verhalen over de wonderbaarlijke zwangerschap van de vrouw en het verleden van de man. Beiden zijn op drift geraakt; de aquaria op het toneel en de vele verwijzingen naar water, rivieren en de zee zijn symbolen voor het onderweg zijn.

Aan het eind komen de twee aan in een vluchtelingenkamp bij Calais waar veel vluchtelingen op weg naar Engeland stranden. Zij wil blijven en haar kind dáár krijgen. Hij wil verder, met een zelfgebouwde boot naar Londen. Of hem dat lukt blijft open, maar het ziet er niet naar uit dat deze man ooit nog een thuis zal vinden.

Het is een fraaie voorstelling, maar niet een die veel empathie voor de personages oproept. Wat overblijft is de mooie klank van de taal, de beheersing van de acteurs en de kracht van hun verhaal.

Theater Holland Festival Amid The Clouds, gezien 23/6/06 in Bellevue. Meer informatie op www.hollandfestival.nl

Reblog this post [with Zemanta]

Holland Festival: ‘Yotsuya Ghost Story’

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:28 uur
tags: , ,

Horrorverhalen met geesten zijn in Japan al eeuwen populair. Ze zijn terug te vinden in splatter films, manga strips en videogames. Een van de klassiekers in het genre is het kabuki toneelstuk Tokaido Yotsuya Kaidan, dat in 1825 werd geschreven door Tsuruya Nambuko en sindsdien in talloze versies is opgevoerd en verfilmd.

De Zwitserse regisseur Jossi Wieler bewerkte het stuk radicaal voor het Japanse gezelschap Theater X tot de voorstelling Yotsuya Ghost Story, die nu te gast is in het Holland Festival. Wieler plaatst het verhaal -over de samurai Iemon, die om hogerop te komen zijn vrouw vergiftigt, waarna zij als geest terugkeert om bloederig wraak te nemen op hem en zijn familie- in een moderne setting en bespreekt daarmee thema’s als vervreemding en opportunisme in de moderne maatschappij.

Het decor van de in Duitsland werkende Japanse ontwerpster Kazuko Watanabe is een perspectivisch vervormd metrostation, wit, klinisch en onpersoonlijk. Personages verschijnen uit een lift: een keurige zakenman, een hip meisje in een kort rokje en laarsjes met punthakken, een schoonmaker, een hardrockjongen met lang haar en een zwart t-shirt.

Afstandelijk is de beste beschrijving van de voorstelling. Niet alleen als thema en in het decor, maar ook de speelstijl. De acteurs spreken en bewegen langzaam en nadrukkelijk. De gruwelijke moorden worden niet uitgespeeld, in plaats daarvan spreken de acteurs de regie-aanwijzingen uit, inmiddels een gruwelijk cliché van het Duitstalige theater.

Het is allemaal erg bestudeerd en hoewel dat natuurlijk past bij de Kabuki traditie, missen zowel spel als regie de precisie en elegantie die daar juist onderdeel van is. De acteurs lijken ook moeite te hebben om de tragiek van hun personages over te brengen naar een publiek dat niet bekend is met het basismateriaal. Zowel het shockeffect van de hardhandige bewerking als de eventuele humor gaan dan verloren.

Alleen Yoshi Oida, die een schimmige masseur annex pooier speelt, heeft de presence om de hele voorstelling te boeien. Hij speelde eerder dan ook bij theatergoeroe Peter Brook.

Uiteindelijk is Yotsuya Ghost Story vooral een curiosum, een vreemd amalgaam van Kabuki en Duitse dramaturgie. Waarschijnlijk interessant voor Japanners die bekend zijn met het oorspronkelijke stuk, maar niet voor de Nederlandse toeschouwer.

Holland Festival Yotsuya Ghost Story, regie Jossi Wieler. Gezien 21/6/06 in de Stadsschouwburg Amsterdam, aldaar t/m 22/6. Meer informatie op www.hollandfestival.nl

Holland Festival: ‘Gatz’ van Elevator Repair Service

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:27 uur
tags: , , , ,

Hee, cool! Deze is door de groep in het Engels vertaald op hun website. The fun goes transatlantic.

Waarom een boek bewerken voor het toneel als het niet nodig is? The Great Gatsby van F. Scott Fitzgerald, de ultieme Grote Amerikaanse Roman is prima in zeven uur integraal voor te lezen. De New Yorkse theatergroep Elevator Repair Service -die losse banden heeft met de gerenommeerde Wooster Group– kwam op het idee door de avant-garde komiek Andy Kaufman, die in publieksvijandige buien tijdens optredens wel eens het hele boek wilde voordragen.

Publieksvijandig is echter het laatste wat de voorstelling Gatz geworden is. Toegegeven, zeven uur is lang voor een theatervoorstelling, maar wie de moeite neemt wordt beloond met adembenemend goed theater. Deze toch al bijzonder geslaagde editie van het Holland Festival heeft er een hoogtepunt bij. En na afloop heb je als toeschouwer ook nog eens een literair meesterwerk tot je genomen.

Het decor is een onbestemd kantoor dat duidelijk betere tijden heeft gekend, vol met krakkemikkige stellingkasten en kartonnen archiefdozen. Nick is de bezitter van de enige computer. Als die de geest geeft en Nick dus even niets te doen heeft, valt zijn oog op een beduimeld exemplaar van The Great Gatsby en begint hij hardop te lezen. Het duurt niet lang voordat de gebeurtenissen in het kantoor gaan lijken op die in het boek en zijn collega’s de dialogen van de personages spreken.

De saaiheid van het kantoorleven wordt de pendant van de verveling van de rijke personages in de roaring twenties uit het boek. De affaires van de personages worden de geheime liefdes tussen collega’s; de eindeloze feesten met champagne lijken op de kantoorborrels waar sommigen iets té ongeneerd dronken worden; de vriendschappelijke gesprekken tussen Gatsby en Nick zijn tegelijkertijd ongewenste ontboezemingen van een baas tegenover een werknemer.

Die meerduidigheid wordt ongelooflijk knap gespeeld door de dertien acteurs. Veel van de handelingen en bedoelingen van de personages worden zowel beschreven in de tekst als gespeeld door de acteurs. Dat kan irritant en illustratief worden, maar deze spelers weten met ironie geestig te spelen met de absurditeit van het meedoen met de ene door het boek geobsedeerde collega. Scott Shepherd als Nick is een magistrale verteller die het hypnotische ritme van deze marathonvoorstelling met ogenschijnlijk gemak draagt.

Aan het eind heeft Shepherd niets meer nodig: geen medespelers, geen requisieten, zelfs het boek dat hij de hele voorstelling in zijn hand heeft gehouden heeft hij dichtgeslagen. Hij vertelt de afloop van het verhaal, simpel en helder, en laat het publiek achter met de melancholieke leegte die hoort bij het einde van iets groots.

Want vóór alles is Gatz een voorstelling over de aanstekelijke lol van het lezen. Over de ontdekking van een goed boek dat móet worden uitgelezen, ten koste van werk, eten en slaap. Over de periodes dat lezen de eerste levensbehoefte is, dag en nacht in elkaar overlopen en er geen rust is voor de laatste pagina is omgeslagen.

Holland Festival: Gatz van Elevator Repair Service. Gezien 14 en 15/6/06 in Bellevue, aldaar t/m 17/6. Meer informatie op www.hollandfestival.nl

‘Poema’ van Annemarie Slotboom door Gasthuis

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:24 uur
tags: , ,

Drie mannen in een snackbar op de Veluwe. Hun auto is gestolen, hun mobiel heeft geen bereik. Een louche vastgoedman met identieke hotels overal ter wereld die af en toe met koffers vol zwart geld de Route du Soleil afrijdt; een bekende schrijver die een boek over een kloon heeft geschreven; een bedrijvendokter die de wereld over reist om miljardendeals te sluiten. Die laatste heeft ze hierheen gebracht, in plaats van -zoals de bedoeling was- naar het vliegveld.

Poema is het nieuwe stuk van de jonge toneelschrijfster Annemarie Slotboom, die eerder opviel met een paar sterke, directe toneelteksten. Dit stuk is actueler en herkenbaarder dan haar eerdere werk; de titel is ontleend aan de hype rond de vermeend ontsnapte poema op de Veluwe die vorige zomer het hele land in haar greep had.

Nederlanders zijn goedgelovig, lijkt Slotboom te betogen: we geloven in niet bestaande poema’s, maar ook in mythes over geld, en carrières en onze eigen belangrijkheid. De drie personages zijn buitengewoon onsympathiek en als door het onvrijwillige isolement hun zekerheden op de proef worden gesteld veranderen ze in beesten.

De snackbar (decor van Tjallien Walma van der Molen) is een echte snackbar, compleet met vitrine vol onappetijtelijke diepvrieshapjes, tl-verlichting, een kapot systeemplafond, van onder de toonbank verkocht bier en friteuse waarin de acteurs zelf een patatje kunnen klaarmaken. En compleet met plattelands snackbar-meisje dat niet zo goed weet wat ze moet met dit wereldse geweld.

Zij is de enige die op compassie mag rekenen, maar ook zij is naïef. Ze gelooft in eenvoudige dingen: dat haar vriend terug komt van de poemajacht en dat ze rijk worden en een huis kunnen kopen.

De drie klootzakken worden overigens allemaal uitstekend neergezet door de acteurs, waarbij vooral Iwan Walhain opvalt als de morsige, in tegenstrijdigheden grossierende schrijver. Regisseur Giselle Vegter houdt de abstracte tirades helder en licht en dat is nodig, want Slotboom’s tekst is wel erg pessimistisch over de staat van ons land. Zij heeft een licht cynisme gemeen met andere jonge, geëngageerde toneelschrijvers als Eric de Vroedt en Marijke Schermer, maar mist nog de scherpte om haar caricaturale personages overtuigend neer te zetten.

Poema van Annemarie Slotboom van Gasthuis. Regie: Giselle Vegter. Gezien: 10/6/06 in het Gasthuis. Aldaar t/m 17/6, tournee volgend seizoen. Meer info op www.theatergasthuis.nl

Holland Festival: ‘Mozart & Salieri’ van Anatoli Vassiliev

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:23 uur
tags: , , , ,

Mozart-SalieriDe Russische regisseur Anatoli Vassiliev is vooral heel goed in opkomsten. Als de voorstelling begint beent de boomlange acteur Grigory Glady zó autoritair van achterop het toneel van de Stadsschouwburg naar voren dat het publiek er meteen stil van wordt. Zijn manier van spreken is al net zo imposant: dit is niet zozeer acteren alswel bewonderenswaardig declameren, met rollende medeklinkers lange pauzes voor effect.

Glady speelt Salieri, de jaloerse oudere collega van Wolfgang Amadeus Mozart. Het verhaal over de afgunst van de middelmatige getalenteerde componist voor de lichtvoetige, moeiteloze inspiratie van het genie Mozart kreeg grote bekendheid door de film Amadeus van Milos Forman uit 1984, maar het was de Russische schrijver Alexander Poesjkin die in 1832 als eerste het onderwerp behandelde in een kort toneelstuk. De Russische voorstelling Mozart & Salieri die nu te zien is in het Holland Festival is een bewerking van dit stuk.

Van levendige dialogen moet de voorstelling het niet hebben. Salieri en Mozart (gespeeld door Igor Yatsko) bulderen net zo hard en articulerend tegen elkaar als tegen het publiek en dat komt potsierlijk over. Gelukkig wordt er al snel een strijkorkestje besteld, dat -weer een geweldige opkomst- via de zaal het toneel op komt druppelen. Het is een bonte verzameling zigeuners en hippies, die naast hun instrumenten ook nog schilderijen, antieke klapstoeltjes en een kanarie in een kooitje met zich meesleept.

In de tweede helft van de voorstelling, als Salieri zo haatdragend is geworden dat hij heeft besloten om Mozart te vergiftigen, krijgt de muziek geheel de overhand. Vladimir Martynov componeerde een nieuw Requiem voor de voorstelling. Een koor verschijnt -weer een mooie entrée- sommigen gekleed als iconen uit de Oosters-orthodoxe kerk, met halo’s van groen plastic, anderen in zwarte monnikspijen. Ze zingen hemels, terwijl ze devote rondedansjes doen en worden begeleid door het aardse strijkje.

Voor de Nederlandse toeschouwer kan deze parade van religieuze figuren verwarring oproepen: in het land van Wim T. Schippers en Gerard Reve is dit soort reli-kitch altijd om te lachen, maar Vassiliev lijkt wel degelijk serieuze, mystieke bedoelingen te hebben.

Mozart & Salieri is vooral interessant als voorbeeld van wat je in het Nederlands theater niet ziet: de gestileerde spreekstijl, het serieus behandelen van religieus geladen onderwerpen en de enorme production value van de decors en kostuums. Daar staat tegenover dat de voorstelling nogal ontoegankelijk is. De duur -tweeëneenhalf uur zonder pauze- helpt daarbij zeker niet.

Holland Festival: Mozart & Salieri van Anatoli Vassiliev. Gezien 11/6/06 in de Stadsschouwburg Amsterdam, aldaar t/m 13/6. Russisch gesproken, met Nederlandse boventiteling. Meer informatie op www.hollandfestival.nl

« Vorige paginaVolgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity