Recensie: Edward II door Teatro

Je ziet het eigenlijk opvallend weinig op het toneel anno 2006: twee uitgebreid zoenende mannen. Tegelijkertijd pijpt een mannelijke acteur met overgave een grote rode dildo en legt de rest van de acteurs uit wat homoseksualiteit nou eigenlijk is, aan de hand van een kinderlijk tekstje dat afkomstig lijkt uit een biologieboek over seksuele voorlichting.

Het is een provocatief en prikkelend openingsstatement in de nieuwe voorstelling van regisseur Marcus Azzini over Koning Edward II. In het stuk van Christopher Marlowe, tijdgenoot van Shakespeare, wordt nog redelijk omzichtig omgegaan met de liefde tussen de koning van Engeland en zijn favoriet, de Franse edelman Gaveston. Azzini en zijn spelers bewerkten van het stuk een expliciete viering van de herenliefde, die onvermijdelijk tot de ondergang van schuchtere en incapabele koning leidt.

Tussen de tribunes waarop de twee helften van het publiek tegenover elkaar zitten bouwen de acteurs de spanning mooi op. De lichamelijkheid van de liefde van Edward (Stefan Rokebrand) voor Gaveston (Hendrik Aerts als een kwaadaardige cherubijn) staat in mooi contrast met de onbeantwoorde liefde van Edwards vrouw Isabella (Lotje van Lunteren) voor haar man. Haar wanhoop leidt tenslotte tot machtsstrijd en burgeroorlog, waarbij Mortimer (Koen Wouterse), Edwards belangrijkste tegenstander, uiteindelijk Gaveston vermoordt.

Wouterse is overigens een opvallende acteur binnen het ensemble. Zijn Mortimer is een pragmatische boerenlul. Hoewel hij, net als de rest van de spelers, nogal wat moeite heeft met de beeldrijke teksten, geeft hij zijn personage een sympathieke nuchterheid, waarmee hij in de voetsporen van Cees Geel treedt.

De voorstelling blijft boeiend tot de dood van Gaveston. Dan is het hoofdthema van Azzini’s bewerking uitgespeeld. Het laatste deel is de zwak uitgewerkte teloorgang van koning Edward. Koningin Isabella, eerder breekbaar en beklagenswaardig, komt als overwinnaar uit de oorlog tevoorschijn en krijgt een paarse glitterjurk aan en een pruik op. De enige vrouw op het podium is een travestiet geworden.

Je kan je afvragen of de makers daarmee iets diepzinnigs willen zeggen over de liefde van mannen en vrouwen, maar ik vermoed van niet. Daarvoor zijn de caberteske scènes uit het laatste deel te flauw en te onnozel.

Azzini durft ver te gaan met zijn publiek en de hoge inzet aan het begin en de fysieke speelstijl zetten de toeschouwer op scherp. De voorstelling als geheel is echter onevenwichtig en verzandt na een spannend eerste uur helaas in vlakke afwikkeling. Een nog hardhandiger bewerking van het oorspronkelijke stuk was waarschijnlijk beter geweest.

Edward II van Christopher Marlowe door Teatro. Regie: Marcus Azzini Gezien 6/5/06, Theater Frascati. Aldaar t/m 20/5, volgend seizoen tournee. Meer info op www.teatro-online.com

Recensie: Het koude kind door De Theatercompagnie

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:19 uur
tags: , ,

Het introduceren van nieuw Duitstalig toneelrepertoire is altijd een van de hoekstenen geweest van Theu Boermans’ gezelschap De Theatercompagnie (vroeger De Trust). Na Werner Schwab en Franz Xaver Kroetz is Marius von Mayenburg een nieuwe schrijver die de aandacht van het Nederlandse publiek verdient. Von Mayenburg (1972) is een van de meer succesvolle Duitse schrijvers van de jongste generatie. Eerder speelde de Theatercompagnie Brandkoorts, nu zijn nieuwste stuk Het Koude Kind.

De plot, met veel verwikkelingen rond een romantische ontmoeting, een huwelijk en een begrafenis doet niet terzake, het gaat om de vele personages. Er is een vader die zijn kinderen zo haat dat hij voor hij sterft zijn geld wil opmaken tijdens een wereldreis langs exotisch klinkende oorden. Er is een onhandige exhibitionist die met zijn broek op zijn enkels in een damestoilet wordt verleid door een jong meisje dat haar slettebakkerigheid verbergt achter een lieve glimlach en roze strikken. Er is een moeder die geen zin heeft om te zorgen voor haar baby en ziek wordt van haar overbezorgde man en haar Campari-jus leeggooit in de kinderwagen.

Het is van een diepzwarte treurigheid, deze troep hyperindividualistische kinderen, allemaal op zoek naar liefde en aandacht, maar te egocentrisch om iets terug te kunnen geven. Als er al eens sprake is van toenadering tussen twee personages, maken hun wreedheid en hun neuroses dat al snel weer kapot. Af en toe gaat een monoloog ineens over in een horrorvisioen over een verkrachting langs de snelweg of verdrinken in de zee. Maar de horror wordt dragelijk gemaakt door zwarte humor en harde grappen.

De enscenering van de tekst is in het begin wat vlak. Het gladde, minimale decor en de speelstijl houden de personages op afstand. Maar na het wat stroeve begin komt de voorstelling op gang als het verhaal van de vrienden en familie boosaardiger en absurder wordt. De acht piepjonge acteurs, net afgestudeerd van of nog studerend aan diverse toneelscholen, beheersen het snelle, absurde cynisme van de tekst goed.

Aan het eind, als bloed, as, taart, kots en champagne over het toneel zijn gevloeid blijken in de mistroostige wereld van Von Mayenburg toch een paar lichtpuntjes te ontdekken. De exhibitionist en het sletje lijken echt van elkaar te houden. Daarmee geeft deze interessante schrijver blijk van een prettig soort moralisme.

Het koude kind van Marius von Mayenburg door De Theatercompagnie. Regie: Maaike van Langen
Gezien: 16/5/06 in het Compagnietheater. Aldaar t/m 1/6. Meer info op: www.theatercompagnie.nl

Recensies Festival a/d Werf, Utrecht


DSC00416.JPG

Originally uploaded by simber.

Festival a/d Werf in Utrecht is naast een festival voor muziek en beeldende kunst toch vooral een jaarlijkse gelegenheid om de stand van zaken in het Nederlandse marge-theater op te nemen. Het Festival biedt daarbij vooral een blik op de moderne tendens om in het theater het publiek vooral interactieve belevenissen te bieden, in plaats van zomaar een voorstelling.

Het woord belevenis klinkt misschien meer als een ritje in een achtbaan dan als een serieuze kunstuiting, maar een aantal voorstellingen op het festival bewijzen het tegendeel. De twee theatervormgevers Roos van Geffen en Dries Verhoeven maakten ieder een voorstelling, die louter te categoriseren is als ‘ervaringstheater’.

Van Geffen maakte de voorstelling Immens, waarin negen mimers in een eigen papieren kubus ieder één toeschouwer vertroetelen, al luisterend naar verhalen over kimono’s, citroenpitjes en over honden die gelukkiger zijn dan mensen omdat ze iedere dag hetzelfde willen en nooit iets nieuws. Buiten je eigen kubus hoor je de bezigheden in de andere acht en zo slaan de gedachten over cyclisch leven en uniciteit terug op de voorstelling zelf. Immens is een zuivere en diepzinnige ervaring.

Is er in Immens nog één speler per toeschouwer, in Verhoeven’s installatievoorstelling Uw koninkrijk kome -eerder te zien op Boulevard in Den Bosch- zijn er zelfs helemaal geen acteurs meer. Behalve uzelf en één medetoeschouwer, naar wie je in een afgesloten ruimte zit te kijken. Via een glasplaat en een geluidsband wordt de ander op subtiele wijze tot personage gemaakt.

Naast de opvallende overeenkomsten (blote voeten en kopjes thee) zijn de voorstellingen dieper verwant. Het is hyperkleinschalig, direct en romantisch theater en dat heeft, veel meer nog dan reguliere voorstellingen, als voorwaarde dat het publiek een open houding aanneemt en welwillend alle gebeurtenissen ondergaat.

Van een heel ander kaliber is de interactiviteit van Titus, geen Shakespeare van The Glasshouse. Het toneelstuk van Gerardjan Rijnders uit 1988 over een controversiële Amerikaanse, door een neonazi vermoorde radiodeejay is een radiotalkshow waarin alle bellers antisemieten, verkrachters of gewoon gek zijn. Door het stuk zijn fragmenten uit Shakespeare’s uiterst bloedige tragedie Titus Andronicus vervlochten. Bloedige woorden lijden tot bloedige daden, lijkt het motto.

Voor deze nieuwe opvoering herschreef Rijnders het stuk radicaal. De teksten die twintig jaar geleden nog een hoog Rondom Tien-gehalte hadden, lijken nu rechtstreeks overgenomen van DeStand.nl of politieke weblogs. De première werd gisteravond live uitgezonden door het VPRO radioprogramma De Avonden, zodat luisteraars live konden inbellen. Ook het publiek in de zaal had een paar telefoons tot haar beschikking.

Het herschrijven van Titus, geen Shakespeare is echter geen gelukkige keuze gebleken. Een bombardement aan politiek incorrecte meningen was twintig jaar geleden wellicht nog schokkend, nu zijn er hele televisiezenders en een scala aan websites waar je niet anders meer hoort of leest. Maar vooral de publieksparticipatie -of beter: het gebrek daaraan- was ergerlijk. Er waren welgeteld drie bellers die zich in het gekrakeel van de zeven acteurs durfden te mengen. Eentje om te melden dat ze nog nooit zo’n slecht radioprogramma had gehoord; een tweede met een ingewikkeld verhaal dat werd afgekapt en tenslotte iemand die zich afvroeg of er wel publiek was. Waarop het aanwezige publiek plichtmatige joelde. De beschikbare telefoons bleven ongebruikt op een lege stoel liggen.

Theater Festival a/d Werf, Utrecht, gezien 22/5/06. Aldaar nog t/m 27/5. Meer info op www.festivalaandewerf.nl
Titus, geen Shakespeare van The Glasshouse, regie Kees Roorda. Te zien in Amsterdam 15 t/m 17 juni. Meer info op www.beltitus.nl

Recensies: Trying to find you van Monk

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:16 uur
tags: , ,

Biografische voorstellingen zijn gevaarlijk terrein voor theatermakers en voor muzikale biografieën geldt dat dubbel zo hard. De makers zijn beducht voor de verwachtingen van het publiek, dat door films als Ray en Walk the line wellicht een goedgeschminkte playbackshow verwacht, maar ze willen de publiciteitswaarde van een voorstelling over een bekende naam natuurlijk wel uitbuiten.

Het is een dilemma waar Emanuel Muris en Rutger Kroon niet zijn uitgekomen bij het maken van een voorstelling over Syd Barrett. Barrett is een van de meer tragische verhalen uit de popgeschiedenis: de frontman van Pink Floyd, de uitvinder van hun psychedelische geluid en de schrijver van hun eerste hits hield het na één plaat voor gezien, kwam door inzinkingen en druggebruik in een psychiatrische inrichting terecht en leeft nu al zo’n 25 jaar bij zijn moeder in Cambridge, waar hij cactussen kweekt en elke vorm van publiciteit mijdt.

Muris en Kroon zien hem als een man die zichzelf is kwijtgeraakt. De jonge Barrett (gespeeld door Muris) komt op een dag doodleuk de huiskamer van zijn dertig jaar oudere zelf (Kroon) binnenlopen. Ze praten wat over de logische onmogelijkheid van deze situatie, Muris speelt wat gitaar -zo slecht dat het weer aandoenlijk wordt- en er zijn nog wat confrontaties met de in huis wonende bloedchagrijnige muis Gerald. De naam Pink Floyd -“diareemuziek”- komt slechts één keer voor, de gekte en de LSD worden buiten beschouwing gelaten.

Er zijn teksten over kunstenaarsschap en creativiteit versus commercie en concessies. De scènes culmineren in een eindeloze monoloog van Kroon over de tocht van Barrett uit Londen terug naar huis. Het is een warrige trip over ondoordringbare bossen, lichttapijten en naakte meisjesvrouwen.

De twee makers proberen het probleem van de muziekbiografie te omzeilen door de bezoeker in de bij de voorstelling horende flyer alvast te waarschuwen: “Gaan we een avondje ouderwets psychedelisch rocken? De mythe Barrett ontrafelen? Nee, de clichés over Barrett laten we maar even de clichés.” Maar dat is wel erg lui. Want door alles wat bekend is over Barrett al vantevoren als cliché te benoemen -en daarmee uit het raam te gooien- wordt Trying to find you een wel erg magere voorstelling.

Want wat willen Muris en Kroon nu eigenlijk met Barrett? Zien ze paralellen tussen hem en hun eigen kunstenaarsleven? Of is hij alleen maar een kapstok voor hun persoonlijke fascinaties? Het wordt gedurende de voorstelling maar niet duidelijk en dat frustreert.

Theater Trying to find you van Monk, door Rutger Kroon en Emanuel Muris. Gezien in de Melkweg, 20/5/06. Tournee volgend seizoen. Meer info op www.tgmonk.nl

Recensie: ‘Zelfportret; dat kan geen toeval zijn’ van Dood Paard

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:15 uur
tags: , ,

Dood Paard heeft -onterecht- de reputatie een nogal weerbarstig en arrogant clubje theatermakers te zijn, maar dit keer doet het gezelschap echt zijn best om zich van zijn meest toegankelijke te laten kant zien. Het publiek mag aanschuiven bij een diashow van de kernleden van het gezelschap, Kuno Bakker, Manja Topper en Oscar van Woensel en krijgt bier en toastjes met brie. De dia’s worden aan het begin uit een bolhoed getrokken en met zorgvuldige willekeur in de slee gedaan.

Sommige dia’s zijn jeugdfoto’s van de drie acteurs, andere zijn krantefoto’s, op weer andere staan vragen uit een inburgeringscursus, maar er komt ook een prent van Don Quichotte voorbij, een foto van Beatrix en Claus, vakantiefoto’s uit Mexico, New York, Maleisië en Berlijn en foto’s van de jonge kinderen van de acteurs. De dia’s zijn aanleiding voor gedachten, bespiegelingen, korte scènes, geluidsfragmenten en slap geouwehoer waarbij het publiek betrokken wordt.

De toon is gemoedelijk en nostalgisch, maar het wordt snel duidelijk waar Dood Paard heen wil. De gesprekken naar aanleiding van de inburgeringscursus (waarin de cursist bijvoorbeeld moet weten dat in een Nederlandse voortuin slechts één afvalbak geaccepteerd is en lege bierblikjes niet mogen) leiden steeds tot desoriëntatie, alsof de acteurs niet weten of ze wel bij dit land willen horen.

Zoekend naar een beter passende identiteit komen ze uit bij hun jeugd en hun familie. Hun herinneringen hangen samen met een andere tijd, van autoloze zondagen, krakers en vredesdemonstraties. Wat opvallend genoeg ontbreekt in de persoonlijke dia’s zijn beelden van de theatercarrière van de drie makers. Ze zijn nu achter in de dertig en maken hun halve leven samen voorstellingen. Vermoedelijk heeft hun identiteitscrisis ook vat op hun kunstenaarsschap. Het is jammer dat ze dat in de voorstelling buiten beschouwing laten.

De voorstelling duurt te lang en niet alle fragmenten zijn geslaagd, maar weet toch te overtuigen. Door hun persoonlijke openhartigheid in dienst te stellen van politieke vraagstukken wordt hun onbehagen inzichtelijk en herkenbaar.

Theater Zelfportret; dat kan geen toeval zijn van Dood Paard, van en met Kuno Bakker, Manja Topper en Oscar van Woensel. Gezien 20/4/06 in Frascati. Aldaar t/m 28/4, tournee t/m 10/6. Meer info op www.doodpaard.nl

Recensie: Opening Night van Toneelgroep Amsterdam en NT Gent

In dit toch wat karige toneelseizoen blijken Toneelgroep Amsterdam en NT Gent keer op keer te zorgen voor interessante en geslaagde voorstellingen. De verwachtingen voor een coproductie van deze twee gezelschappen waren dan ook hooggespannen en Opening Night maakt die alleszins waar.

Opening Night is gebaseerd op de gelijknamige film van John Cassavetes uit 1977. Daarin speelde Gena Rowlands de ouder wordende actrice Myrtle die in een toneelstuk een ouder wordende vrouw moet spelen en in de laatste dagen voor de première hopeloos met zichzelf in de knoop raakt. Directe aanleiding voor haar crisis is de dood van een jong meisje die haar na een try-out als geobsedeerde fan aanklampt en een ogenblik later wordt aangereden door een auto.

Regisseur Ivo van Hove en zijn vaste ontwerper Jan Versweyveld plaatsen het theater centraal in deze voorstelling, door letterlijk een toneel op het toneel te zetten, met kleedkamers en technici links en een extra tribune voor vijftig man publiek rechts op het podium. Zo kijkt de grote zaal naar een dwarsdoorsnede van een kleine zaal. De grote groep acteurs speelt het stuk-in-het-stuk voor het publiek op het podium en hun privé-besognes voor de grote zaal. Deze twee toneelvloeren worden aangevuld met live beelden van rondlopende cameramensen. Hun kadrering geeft extra reliëf aan de moeizame relaties tussen de personages.

Het resultaat is in de eerste plaats een fantastisch ensemblestuk, waarin van Hove met name de jongere acteurs van zijn TGA troupe de kans geeft te schitteren. De beheersing die Jacob Derwig en Fedja van Huêt aan de dag leggen bij het spelen van twee tempramentvolle mannen is buitengewoon spannend en Hadewych Minis kan moeiteloos schakelen van kinderlijke lolita naar gevaarlijke demon. Maar ook een oudgediende als Chris Nietvelt speelt de schrijfster van het toneelstuk-in-het-stuk op fenomenale wijze. Onder haar lachwekkende excentriciteit suggereert zij peilloos diep drama en daarmee wekt ze medelijden.

Maar zij staan allen in de schaduw van Elsie de Brauw die hier de rol van haar leven speelt. Het gevecht dat Myrtle moet leveren -tegen het ouder worden, tegen de geest van de overleden fan, tegen de verwachtingen die de regisseur en haar medespelers van haar hebben- wordt door De Brauw overrompelend intens geacteerd.

De strakke regie van Van Hove, ondersteund door melancholieke liedjes van Neil Young, geeft de voorstelling samenhang en vaart, maar laat ook vragen open. Waarom bijvoorbeeld zijn alle acteurs tien jaar jonger dan hun rol gecast? Ook het einde, met een gelouterde Myrtle, is misschien erg zoet, maar wat geeft het, na zo’n fijne avond toneel.

Toneel Opening Night van Toneelgroep Amsterdam en NT Gent. Gezien 7/4/06 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 12/4. Tournee t/m 27/5

Recensie: ‘Onderbuikblues’ van Peter Handke door het Ro Theater

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:09 uur
tags: , , , ,

Een voorstelling die Onderbuikblues heet in Rotterdam. Je zou kunnen verwachten dat dat een stevige evaluatie wordt van vier jaar Leefbaarheid voor bewoners en kunstenaars in de Maasstad. Maar zo eenvoudig maakt het Ro Theater het niet voor het publiek. Onderbuikblues is een weerbarstige voorstelling waarin betekenis diep verborgen ligt.

Onderbuikblues is eigenlijk een anderhalf uur durende monoloog van een man in de metro. Hij ziet eruit als een verwarde gek, maar misschien is hij juist wel een profeet. Hij houdt en poëtische lamentatie tegen leegte en lelijkheid van de mensen om hem heen. De tekst is van de Duitse auteur Peter Handke, die in de jaren zestig doorbrak met het spreekstuk Publieksbeschimping, waarin het burgerlijke theaterpubliek genadeloos een spiegel krijgt voorgehouden.

Het decor is een metrohalte, compleet met zwerver-proof stoeltjes, een overlopende prullebak en een vloer bezaait met kauwgum. De man schimpt en scheldt. Over de domme tevredenheid die hij ziet in zijn medepassagiers op deze metrorit, over hoe lelijk hun geluk hen maakt, over de leugen van hun liefde. Herman Gilis speelt de man als een overlopende emmer vol haat. Soms herkenbaar verontwaardigd en onmachtig, dan weer overdreven cynisch en zwartgallig. Gilis’ woede is groot, maar bestudeerd. Daardoor ga je beter naar hem luisteren, maar tegelijk neemt de impact van zijn ergste beledigingen af.

Fania Sorel, dik gemaakt en in een vormeloos pak, is de onschuldige voorbijganger die het slachtoffer wordt van de verbale aanvallen van de man. Haar verschrikte mimiek maakt de voorstelling lichter, maar de toon blijft grimmig. Aan het eind, als de man niets en niemand meer heeft om zijn gal tegen te spuien, verschijnt ze als vurige engel. Ze confronteert hem met zijn wanhoop en zijn eenzaamheid. Ook achter zijn woede blijkt verdriet schuil te gaan.

Onderbuikblues is te interpreteren als moderne tocht door de hel, gesymboliseerd door het een meer dan manshoog uitvergrote doosje lucifers in het decor. Maar er hangt ook een gigantische reclameposter: het laatste avondmaal van Da Vinci waarin de hoofden van de apostelen zijn vervangen door die van moderne heiligen zoals Micky Mouse, Mao en de Dalai Lama. Daarmee is de voorstelling ook te beschouwen als aanval op de stompzinnige massacultuur die alles van waarde lelijk maakt.

Onderbuikblues biedt veel stof tot nadenken, maar blijft erg intellectueel. Handke’s woede is intellectuele woede en de theatrale stijl van regisseur Alize Zandwijk maakt de voorstelling minder direct en gevaarlijk dan hij had kunnen zijn. Want Onderbuikblues doet weinig met de onderbuik, maar des te meer met het hoofd.

Onderbuikblues van Peter Handke door het Ro Theater. Regie: Alize Zandwijk. Gezien 8/4/06 in Rotterdam, in Amsterdam 5 t/m 7/5, tournee t/m 3/6. Meer info op www.rotheater.nl

‘Hippolytos’ van Euripides door Aluin

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:06 uur
tags: , ,

Afrodite, de godin van de liefde, is een drag queen. Dat beloofd al niet veel goeds. Met een spiegelend hoofdkapje, pauweveren en stiletto laarsjes legt ze alvast even uit hoe ze Hipplolytos zal straffen voor diens minachting voor haar. Hippolytos’ stiefmoeder Faidra zal verliefd op hem worden, hij zal haar afwijzen, zij zal zelfmoord plegen en hem in een afscheidsbrief van verkrachting beschuldigen, zijn vader Theseus zal hem vervloeken en hij zal sterven. Afrodite glundert erbij als een valse nicht.

Hippolytos is een klassieke tragedie van 2500 jaar oud, maar regisseur Erik Snel verplaatst het stuk naar een moderne nachtclub. Dat is natuurlijk een leuk uitgangspunt voor de vormgevers en decor, kostuums en pruiken raken de juiste toon van uitzinnige kitscherigheid. Ook de acteurs mogen zich uitleven in gender bending en campy playback acts.

Dat is allemaal heel aardig, maar al vroeg in de voorstelling gaat de toeschouwer zich afvragen wat dit allemaal in hemelsnaam met het stuk te maken heeft. Alsof het nachtclub-idee zich heeft gevormd na een eerste oppervlakkige lezing van het stuk (de a-sexuele Hippolytos versus de godin van de liefde) en dat niemand er daarna nog over heeft nagedacht.

Vervelender wordt het nog omdat het stuk steeds maar weer moet worden opgeleukt. Zo krijgt het bodeverhaal waarin het spectaculaire dodelijke ongeluk van Hippolytos verteld wordt een zeurderige loungedeun mee en verschijnt in een tragische scène plots als komische noot een Spaans sprekende loodgieter. Uit alles spreekt de angst om een saaie en truttige voorstelling te maken. Maar als je zo weinig vertrouwen hebt in het basismateriaal, waarom kies je dan niet iets anders?

Begrijp me niet verkeerd: ik ben absoluut niet tegen het moderniseren van oude stukken, maar op deze manier, waarbij moderne muziek, monologen vol metaforen, travestieten en Griekse goden zonder verband naast elkaar worden gezet, werkt het eenvoudigweg niet en gaat het irriteren.

De acteurs doen hun best -met name Marcel Roelfsema die twee godinnen speelt is geestig-, de voorstelling heeft vaart en humor, de nog niet eerder gespeelde vertaling van Gerard Koolschijn is prachtig, maar het is voornamelijk geforceerd en gemakzuchtig toneel.

Hippolytos van Euripides door Aluin. Regie: Erik Snel. Gezien, 18/3 in Utrecht. Te zien in Amsterdam 21 en 22/3, tournee t/m 3/6. Meer informatie op www.aluin.nl

‘Sneeuwwit’ van Hummelinck Stuurman

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:05 uur
tags: , , ,

Het lijkt bijna niet mogelijk: Loes Luca in een saaie voorstelling. Toch kan zelfs háár podiumpersoonlijkheid geen vaart brengen in het halfhartige Sneeuwwit.

Het verhaal is een bewerking van het sprookje Sneeuwwitje, gebaseerd op het boek Zwart als inkt van de poëtische kinderboekenschrijver Wim Hofman. In deze versie is de stiefmoeder gewoon Sneeuwwitje’s echte moeder, gespeeld door Luca, en krijgt het publiek ook eens haar kant van de zaak te horen: over haar man die liever een zoon wilde, altijd van huis was en sneuvelde in de oorlog. En over hoe mooi ze was en hoe rijk en gelukkig. Maar als dochterlief al op jonge leeftijd mooier dreigt te worden, ziet ze er geen been in om een jager met een mes op een moorddadige missie te sturen.

Een mooie vondst is het personage van de spiegel, gespeeld door Paul R. Kooij. Wellustig wakkert hij de jaloezie van de moeder aan. Kooij’s zuigende cynisme is het leukste onderdeel van de voorstelling.

Het is te weinig. Het ontbreekt vooral aan de uitbundige, campy humor van Theo & Thea en Ja zuster, nee zuster, waarmee regisseur Pieter Kramer bekend werd. Het is een geestige vondst om van de zeven dwergen bureaucratische hulpverleners te maken die eerst een hulpvraag willen voordat ze Sneeuwwitje redden, maar de grap wordt gesmoord in de poëtische brieven die zij tijdens haar verblijf bij de dwergen aan het meubilair schrijft.

Het is deze schizofrenie die de voorstelling opbreekt. De muziek, gecomponeerd door Joost Kleppe voor een orkestje van strijkers, een klarinet, fluit en piano, ondersteunt vooral de poëtische kant van de voorstelling en is mooi, maar al te tam en harmonieus.

Het is regisseur Kramer aan te rekenen dat hij geen scherpere keuzes heeft gemaakt. Het levert een fletse voorstelling op die niet poëtisch of dramatisch genoeg is om te ontroeren en die niet grappig genoeg is om hardop om te lachen. En een die met twee uur veel te lang duurt.

Sneeuwwit van Hummelinck Stuurman. Met Loes Luca, Paul R. Kooij e.a., regie Pieter Kramer. Gezien, 8/1 in Zaandam. Te zien in Amsterdam 17 t/m 19/3 in De Kleine Komedie, tournee t/m 11/5. Meer info op: www.hummelinckstuurman.nl

‘Wraakfestival’ van Urban Myth

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:03 uur
tags: , ,

Wraak is niet zoet, wraak is zuur. Dat moet wel de conclusie zijn na het Wraakfestival dat de jonge theatergroep Urban Myth organiseerde in Amsterdamse Stadsschouwburg. In debatten, film en een voorstelling onderzoeken de organisatoren het fenomeen wraak en overal klinkt dezelfde ondertoon: wraak biedt geen oplosssing.

In een debatwedstrijd die als opwarmertje fungeert nemen steeds twee mensen het tegen elkaar op over stellingen als “wraak is niet iets voor intelligente mensen” of “vreemdgaan is gerechtvaardige wraak binnen een relatie”. De debaters (ofwel ballerige jongens ofwel allochtone meisjes) komen al snel tot de kern: wraak gaat over ratio en vergeving versus emotie en gerechtigheid. Het is een luidruchtige, maar gemoedelijke wedstrijd. Het lekkere van wraak of het genot van de terechte bestraffing, die in tussendoor vertoonde filmfragmenten uit onder andere Gangs of New York en Pulp Fiction zo nadrukkelijk naar voren komen, blijven in de discussies buiten beschouwing.

De korte film Olifant, die regisseur Hidde Simons maakte met een groep jongeren uit Amsterdam Zuidoost is ook al zo moralistisch. Met een aan Tarantino herinnerende stijl van wisselende perspectieven en terloops geweld zien we hoe een jonge vader die met zijn dochter een stoepkrijttekening maakt terecht komt in een serie steeds gewelddadiger incidenten en eindigt als slachtoffer van een impulsieve wraakactie. In slow-motion sterft hij, een meisje zingt.

Hoofdmaaltijd van deze festivaldag is de voorstelling Thyestes, een solo van Jörgen Tjon-a-Fong, artistiek leider van Urban Myth. In een verbijsterende potpourri van live-video, standup comedy, vervormde stemmen, filmpjes van een bevalling -achterstevoren afgespeeld-, publieksinteractie, cabaret en toneel vertelt hij het verhaal over de klassieke wraak van Atreus, die zijn broer Thyestes zijn eigen kinderen als maaltijd voorzette. Tjon-a-Fong is een charmante podiumpersoonlijkheid, maar hij is niet opgewassen tegen de batterij aan theatrale middelen die hier in stelling wordt gebracht

Maar nog los van de al te overdadige vorm stoort ook hier de eenduidigheid van de visie op wraak. Slechts één moment zie je in de ogen van Tjon-a-Fong de wellust van de ongetemde wraak die Atreus overweldigt bij het slagen van zijn wrede gerechtigheid. In theater en film, van Medea tot Kill Bill, is wraak juist meestal dubbelzinnig en aantrekkelijk, en door mee te leven met een wraakzuchtig personage kan de toeschouwer de onrechtvaardigheid van het echte leven beter aan. Hier leggen de makers de nadruk op de escalatie van wraak en weerwraak. De voorstelling eindigt met een filmpje van oorlogje spelende kinderen, als waarschuwend vingertje. Het is een gratuite conclusie voor zo’n ambitieus evenement.

Theater Wraakfestival van Urban Myth. Gezien 26/3 in de Stadsschouwburg Amsterdam, tournee t/m 8 april. Meer info op www.urbanmyth.nl

« Vorige paginaVolgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2020 Simber | powered by WordPress with Barecity