Midden in de Wereld, jaaroverzicht in lijstjes voor het Theaterjaarboek 2005/2006

overig — simber op 29 november 2006 om 00:46 uur
tags: , , ,

Inmiddels voor de derde keer schreven Floortje Bakkeren en ik voor het Theaterjaarboek een overzichtsartikel over het afgelopen theaterseizoen. Hier een korte preview en de download.

Theaterjaarboek 2005/2006Na een periode van groei van het toneelaanbod is de hoeveelheid premières het afgelopen seizoen gedaald (lijstje 1a). Vorig seizoen steeg het aantal nieuwe producties nog, maar het afgelopen seizoen 2005/2006 telde 15 procent minder premières dan het seizoen ervoor. Nu is 1449 premières nog steeds een respectabel aantal, maar dat maakt deze flinke afname niet minder opvallend. (…)

Vorig seizoen was er nog discussie of en zo ja hoe actueel theater kon en moest zijn. Dit jaar was er geen sprake van discussie; iedereen had het veel te druk met het maken van voorstellingen waar de actualiteit vanaf spatte. Nooit zijn er in een toneelseizoen zoveel zelfmoordterroristen ten tonele gevoerd (lijstje 3a). Makers onderzochten de verhouding tussen idealisme en geweld door terug te grijpen naar terroristen uit de Russische revolutie (De Rechtvaardigen), de Baader-Meinhof groep (Bloedbad), of een Franse anarchist die de chronometer van Greenwich wilde opblazen (Tirannie van de Tijd). Anderen fileerden de hysterie die Nederland tentoonspreidt in de omgang met terrorisme door Nederlandse terroristen op te voeren en een stem te geven (Mightysociety, Walhalla, Volkert van der G. en Mohammed B.). Het theater stond “midden in de wereld”, zoals de ondertitel van de bejubelde productie Platform luidde.

Download het hele artikel (PDF, 224K)
Het artikel is waarschijnlijk minder goed leesbaar vanaf A4, bovendien ontbreken de jaarlijstjes van de critici. Koopt u het Theaterjaarboek dus vooral!

zie ook de eerdere jaaroverzichten.

Reblog this post [with Zemanta]

Recensie: ‘Adam & Eva, zo zijn wij geschapen’ van Ton Heijligers

Parool,recensies — simber op 16 november 2006 om 07:48 uur
tags: , , ,

Religie is in het theater over het algemeen een non-issue, maar in de voorstelling Adam & Eva, zo zijn wij geschapen, gemaakt onder de hoede van mime-werkplaats Hetveem Theater, doet theatermaker Ton Heijligers expliciet onderzoek naar zijn relatie met geloof in het algemeen en de katholieke kerk in het bijzonder.

Aan het begin stelt de regisseur zich voor en leidt de voorstelling in met een verhaal over een theorie van de componist Richard Wagner dat mensen emoties uiten met klinkers. Het verstand zit hem in de medeklinkers. Die lijn wordt doorgetrokken als daarna het scheppingsverhaal wordt verteld in intrigerende staties van mensen in boerka’s die verschijnen, op de grond gaan liggen en weer verdwijnen.

Eén vrouw maakt zich los. Via kinderlijk gehuil en apenkreten komt ze langzaam tot een heldere toon, een opera-achtig zingen. Ze gaat in gesprek met de boerka’s die alleen in medeklinkers spreken.

De boerka’s in deze context zijn een mooie vondst. In het huidige maatschappelijke debat krijgt het alles bedekkende kledingstuk vaak een politieke lading, maar hier wordt de religieuze functie ineens duidelijk: een boerka maakt alle dragers gelijk, het is een anti-identiteit. Eén actrice is toch herkenbaar: zij zit in een burka in een rolstoel.

Heijligers werkt graag met niet geschoolde acteurs. In deze voorstelling spelen een Finse operazangeres en een jonge musicalstudent. De vrouw in de rolstoel is zangeres van Brabantse levensliederen en Adam wordt neergezet door een Braziliaanse acteur. Die laatste legt geheel naakt het verschil uit tussen katholieken en protestanten in Brazilië, en duikt liever met de andere jongen onder de dekens dan met de in een huidkleurig pakje gestoken Eva.

Heijligers relatie met God en Zijn kerk lijkt ambigu. Als de enorme verscheidenheid van de mensheid God’s werk is, waarom zijn sommige variaties, zoals homoseksualiteit dan verboden? Die verwarrende willekeur is het sterkste punt van de voorstelling. “Waarom ben jij niet naakt?” vraagt de vrouw in de rolstoel aan Eva. “Dat heeft de regisseur me nooit gevraagd”, antwoordt ze. “Ik begrijp de keuzes van de regisseur niet”, concludeert de vrouw in de rolstoel.

De voorstelling is niet helemaal in balans: de losse scènes zijn iets té associatief met elkaar verbonden en sommige delen zijn moeilijk in het thema te plaatsen. Maar Heijligers’ sterke, theatrale beelden weten voortdurend te prikkelen. En bovendien weet je na afloop hoe je een banaan eet met een lap stof voor je mond.

Dat deze voorstelling wordt geproduceerd door een mime-werkplaats kan overigens een beetje misleidend zijn: in Adam & Eva wordt volop gesproken en ook gezongen. Het lijkt er steeds meer op dat mime het toevluchtsoord wordt voor de echte avant-garde in het theater.

Adam & Eva, zo zijn wij geschapen van Ton Heijligers. Gezien, 15/11/06 in Hetveem Theater, aldaar t/m 19/11, tournee in 2007. Meer info op www.hetveemtheater.nl

Recensie: ‘Drakengebroed’ van Het Nationale Toneel & ‘Verdammt ich lieb dich’ van Dame Jeanne

Dit weekend spelen er twee voorstellingen over Ulrike Meinhof in de stad. Geen van beide brengt ons dichterbij de beweegredenen van de in 1976 gestorven RAF-terroriste, maar samen belichten ze een interessant generatieconflict.

Op initiatief van actrice Marie-Louise Stheins schreef Gerardjan Rijnders een stuk over de tweelingdochters van Meinhof, die elkaar na lange tijd ontmoeten in een hotelkamer. Het zijn de hersens van hun moeder -na jaren van geheim onderzoek teruggegeven aan de familie om begraven te worden- die ze bij elkaar brengen.

De vrouwen, Bettina (Stheins) en Regine (Antoinette Jelgersma), hebben ogenschijnlijk weinig gemeen. Bettina is harde journaliste, Regine is van de yoga. Hun moederbeeld leidt al snel tot conflicten: Regine vindt Bettina laf omdat ze weigert te erkennen dat ze van haar moeder houdt, Bettina verwijt haar weer dat ze te weinig oog heeft voor het leed dat Meinhof hen en anderen heeft aangedaan.

De actrices zijn duidelijk niet gewend aan de typische Rijnders-taal, vol woordgrapjes, herhalingen en niet-afgemaakte zinnen. Toch wekken ze sympathie met hun gekibbel en hun vruchteloze toenaderingspogingen, ondanks het wat kabbelende verloop van de voorstelling. Het decor blijkt op het laatst nog een grimmig subtiel grapje te bevatten. De hotelkamer waar het stuk zich afspeelt heeft hetzelfde nummer als Ulrike’s gevangeniscel.

Die cel van Meinhof is de plaats van handeling van de voorstelling Verdammt ich lieb dich van theatermaker Anna Rottier. Hier verschijnt Ulrike Meinhof zelf op het toneel, gespeeld door Mariëtte Zabel. Rottier schreef een stuk over Meinhof’s gevangenschap en een fictieve relatie met een vrouwelijk cipier, gespeeld door Elsje de Wijn. De confrontatie tussen de ingetogen spelende Zabel en de opgeruimdheid van De Wijn -beiden in hippe merkkleding- is mooi om naar te kijken, maar de tekst is te zwak om lang te boeien.

Het decor bestaat uit een paar stellingkasten vol met keurig opgestelde flesjes Spa Blauw, pakken melk, koffie en Pickwick thee. Midden in de voorstelling laten de acteurs onbesuisd de kasten instorten. Het terrorisme uit de jaren ’70 weergegeven als kattekwaad in de supermarkt. Dat is misschien lichtzinnig, maar verduidelijkt effectief de aantrekkelijkheid van de revolutionairen van die tijd.

Het fijne geluidsdecor van William Bakker is al even inventief. Hij combineert schlagers, krautrock en radioreclames, waarin we de stemmen van toneelacteurs als Cees Geel en Hans Kesting herkennen. Ook kunstenaars kunnen zich tegenwoordig blijkbaar niet onttrekken aan de consumptiemaatschappij, waar Meinhof tegen streed.

Rijnders is een generatie ouder dan Rottier. Voor hem is Meinhofs gedachtegoed nog verdedigbaar, maar haar daden zijn dat niet. In Rottier’s voorstelling blijkt haar wereldbeeld volkomen achterhaald, maar juist haar status als symbool voor aantrekkelijk geweld blijft staan.

Theater Drakengebroed van Het Nationale Toneel. Gezien 9/11 in Bellevue, aldaar t/m 12/11. Meer info op www.nationaletoneel.nl; Verdammt ich lieb dich van Dame Jeanne en Productiehuis Frascati. Gezien 4/11 in Frascati, aldaar t/m 11/11, meer info op www.theaterfrascati.nl

Recensie: Eco van Dood Paard

Parool,recensies — simber op 3 november 2006 om 09:12 uur
tags: , , ,

“Creatieve industrie” is een modeterm die nu ineens overal in de culturele sector opduikt. Het is een verzamelterm voor reclamemakers, webdesigners, televisieproducenten en andere ondernemers met banden met de kunst. Eco, het nieuwe stuk van toneelschrijver Oscar van Woensel, onderzoekt hun motieven; het wordt een harde afrekening.

Acht mensen vergaderen over het shopping culture leisure dome resort EcoVille, een groots, ecologisch bouwproject in het Groene Hart van Holland. Conceptontwikkelaars, marketing consulentes, creatieve adviseurs en hun advocaten en financieel adviseurs moeten brainstormen over een naam en een slogan. De vier Dood Paard-acteurs Kuno Bakker, Gillis Biesheuvel, Manja Topper en Oscar van Woensel spelen ieder twee personages: één aan de modieuze vergadertafel, en met een snelle wisseling van design-bril de ander op een televisiescherm.

EcoVille is een prestigieus project met internationale uitstraling en daarom is het uiterst belangrijk dat iedereen Engels spreekt, ook al beheert niemand die taal goed en is iedereen eigenlijk Nederlands. Het hele stuk lang spreken de deelnemers soort steenkolenvariant met iets te letterlijke vertalingen zoals “I can be short from stuff” en verhaspelingen als “time is flying”.

De combinatie van flitsende rolwisselingen en taalmishandeling is erg grappig, maar de voorstelling heeft een onheilspellende ondertoon.Want de utopische ideeën van de creatieven hebben nare trekjes: moslims zijn niet welkom in EcoVille -“We have to guarantee a violence and aggression free world”- net zo min als mensen zonder credit card.

De voorstelling eindigt met de personages in een bijna religieuze vervoering over hun visioenen voor EcoWorld: “Een wereld waar je geluk inademt/We have plenty of splendid restaurants”, zegt de een, een ander: “Een gigaomzet/zonder winstoogmerk”.

Maar is de voorstelling nu méér dan een sarcastisch commentaar op Nederlandse vergadercultuur, of op semi-culturele ondernemers die idealisme als middel gebruiken om geld te verdienen of op populistische politici die van Nederland een overzichtelijke parkstad willen maken met groene weilanden en witte mensen?

Ik krijg de indruk van niet. Oscar van Woensel is een consequente moralist, die gelooft in heldere tegenstellingen, bijvoorbeeld tussen idealisme en geld verdienen of tussen kunst en commercie. Dat klinkt enorm ouderwets in deze liberale tijden, maar het portret dat hij hier van Nederland schetst -hoe overdreven ook- is pijnlijk en haarscherp.

Het zijn a-modieuze ideeën die Dood Paard hier naar voren brengt, maar juist het eigenzinnige engagement van de groep is buitengewoon waardevol als tegenstem tegen de heersende ideologie.

Theater Eco van Dood Paard. Gezien 2/11/06 in De Brakke Grond, aldaar t/m 4/11. Tournee t/m 15/12. Meer info op www.doodpaard.nl

Recensie: ‘Quarantaine’ van Huis aan de Amstel en Filimon Film

Parool,recensies — simber op 1 november 2006 om 01:27 uur
tags: , , ,

Bejaarde Russische mannen en vrouwen in hun bejaarde interieurs. Ze vertellen over het beleg van Leningrad door de Duitsers in de winter van ’41/’42. Over de voedselbonnen voor een beetje grutten, de honger, de bevroren lijken op straat, de nauwelijks eetbare gelei van houtlijm en water, over de koeken van stukjes deeg en koffiedik. Ze lijken onbewogen en rustig, maar af en toe schieten ze even vol.

Vier acteurs kijken op het toneel naar de beelden. Soms is er geen ondertiteling en vertalen zij de verhalen in het Nederlands. Tussendoor kibbelen ze over hun eigen situatie. Ook zij zijn opgesloten op een vierkante speelvloer met wat eenvoudig meubilair en met het publiek aan alle kanten. Ook het publiek zit niet op rijen stoelen, maar in afgeschermde hokjes.

In Quarantaine combineert theatermaker Liesbeth Coltof een documentaire film van Jessica en Frank Gorter over de overlevenden van de blokkade van Leningrad met een toneelstuk van schrijver Don Duyns, dat hij weer baseerde op de roman De Pest van Albert Camus. Het is bij zo’n interdisciplinaire aanpak altijd maar weer de vraag of de verschillende elementen elkaar niet in de weg gaan zitten en of de regisseur er een geheel van heeft weten te smeden.

In dit geval is het gedeeltelijk gelukt. De jonge personages op het toneel contrasteren mooi met de genadeloos echte mensen in de film. De jongeren hebben nog hoge verwachtingen van en oneindig veel vragen voor het leven, de ouderen hebben slechts pijnlijke herinneringen. Daartegenover staat dat de onderlinge conflictjes op het toneel te lang duren en een beetje onbenullig aandoen tegenover de vertelde gruwelen in de film.

Aan het eind van de voorstelling zien de toneelpersonages ook wel in dat hun beslommeringen in het niet vallen bij de ervaringen in de filmportretten. Zij zullen het, in hun eigen afzondering, samen moeten zien te rooien.

Het is te prijzen dat Coltof en Duyns in een voorstelling die toch op jongeren is gericht geen moeite doen om de zware kost te verlichten. In het Rozentheater is dan weer wel een kleine expositie ingericht met gezellige filmpjes en installaties “waar je zelf kunt ervaren wat het is om in Quarantaine te zitten”, zoals een barjuffrouw enthousiast aankondigt.

Theater Quarantaine van Huis aan de Amstel en Filimon Film. Gezien 31/10/06 in het Rozentheater, aldaar t/m 18/11. Meer info op www.alleeninamsterdam.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity