Seizoensoverzicht 2007/2008

Voor het TM/TIN nummer (voorheen Theaterjaarboek), september 2008

Was Maria Goos nou zó onredelijk? “Een wereldpremière van een nog nooit eerder gespeeld stuk, geschikt voor de grote zaal. (…) Dat zijn allemaal objectieve waarheden die naar mijn smaak maar wat al te snel als vanzelfsprekend worden aangenomen” schreef ze in maart dit jaar in een reactie op de recensies over De Familie Avenier op de website van recensent Wijbrand Schaap.

Maar nieuwe stukken voor de grote zaal zijn veel vanzelfsprekender dan Goos wellicht denkt. Ze is de norm, niet de uitzondering. Alleen al bij de Toneel Publieksprijs moet Avenier dit seizoen concurreren met drie andere succesvolle nieuwe teksten voor de grote zaal (Wuivend Graan van Wim T. Schippers, De Goede Dood van Wannie de Wijn en Bloedband van Geert Lageveen een Leopold Witte). Wie echt graag wil, kan in een seizoen eens in de twee weken naar de première van een nieuw stuk in de grote zaal.

Continue reading “Seizoensoverzicht 2007/2008” »

Recensie: Zij die sterven groeten u – Vrienden van de Dansmuziek

Parool,recensies — simber op 18 september 2008 om 00:17 uur
tags: ,

Vrienden van de Dansmuziek mag dan een verwarrende naam zijn voor een theatergroepje, de ploeg rond regisseur Domenico Mertens had een helder idee voor haar huidige voorstelling: een compilatie van sterfscènes uit de toneelliteratuur. Want hoe naar de dood ook is in het dagelijks leven, voor acteurs is sterven een van de leukste dingen om te doen.

De voorstelling Zij die sterven groeten u bestaat uit een tiental korte scènes over de dood, steeds op andere plekken in het Rozentheater. Zo laten we als publiek steeds een of meerdere lijken op de speelvloer achter terwijl we zelf weer verder worden gedirigeerd, naar het volgende sterfhuis, door gangen met aan de muur wandtegeltjes met beroemde laatste woorden.

De eerste paar fragmenten zijn uit klassieke tragedies, verhalen uit de tweede hand, waarbij een acteur al zijn redenaarstalent inzet om te vertellen hoe Hector, Agamemnon of Achilles aan hun eind kwamen. Daarna worden in één melige scène álle sterfgevallen uit het werk van Shakespeare vlotjes afgewerkt.

Het heeft allemaal weinig diepgang, wat het contrast tussen de flauwe lolbroekerij en heftige verhaal van een slachtoffer van de atoombom op Hiroshima dat later volgt of de larmoyante dood van de moeder van Peer Gynt nogal scherp maakt. Ondanks het afgebakende onderwerp lijken de fragmenten toch wel erg willekeurig bij elkaar gegooid.

Het valt op dat de voorstelling meteen veel beter wordt op momenten dat de makers vertrouwen op bestaande teksten, met een tekstgetrouwe versie versie van Romeo en Julia uitgevoerd door sokpoppen als hoogtepunt. Ook is er een groot verschil in spelkwaliteit: Arend-Jan Linde is een sterke tekstacteur, met gevoel voor drama en onderkoelde humor. Zijn drie medespelers kunnen daar niet aan tippen.

Een onverdraaglijk flauwe en veel te lange begrafenisscène (eigen werk, neem ik aan) sluit de voorstelling af. Even lijkt het alsof het publiek koffie en cake na krijgt, maar dat blijkt slechts decor.

Zij die sterven groeten u van Vrienden van de Dansmuziek. Gezien 17/9/08 in het Rozentheater. Aldaar t/m 20/9 en 8 en 9/10. www.vriendenvandedansmuziek.nl

Hervorm de toneelprijzen!

meningen,Parool — simber op 15 september 2008 om 08:53 uur
tags:

Gisteravond werden in de Stadschouwburg de Louis d’Or en andere toneelprijzen uitgereikt. Parool-toneelrecensent Simon van den Berg zat drie jaar lang in de jury en neemt nu afscheid. Maar niet zonder zijn de prijzen achter te laten met enkele suggesties voor de toekomst.

Verwacht van mij geen omzien in wrok. De juryleden voor de toneelprijzen (die worden uitgereikt door de VSCD, de vereniging van schouwburgdirecteuren) doen hun werk integer, gedisciplineerd en met onuitputtelijk enthousiasme. Dat heb ik de afgelopen drie jaar uitgebreid kunnen controleren. Waar echter wel wat aan moet veranderen, is aan de prijzen die ze uitreiken.

Zo bestaan er nog steeds twee prijzen voor bijrollen: de Colombina voor vrouwen en de Arlecchino voor mannen. Maar in Nederland hebben we eigenlijk geen duidelijk onderscheid tussen sterren en karakteracteurs. Het onderscheid tussen hoofd- en bijrol werd binnen de jury soms fel bediscussieerd.

Mijn voorstel is dan ook om de Colombina en Arlecchino gewoon af te schaffen. Een goede rol is een goede rol en een uitzonderlijke rol komt in aanmerking voor een Theo of Louis d’Or. Deze opruiming geeft ruimte voor twee prijzen die nu te node gemist worden. Allereerst moet er een ensemble-prijs in het leven worden roepen, zodat de jury voorstellingen waarin de hele cast excelleert kan belonen.

Hoe zeer Chris Nietvelt haar Theo d’Or voor Romeinse Tragedies ook verdient, het was een moeilijke beslissing om één van de acteurs in deze voorstelling eruit te lichten. Vorig seizoen keken we met veel bewondering naar de drie spelers van de voorstelling Narziss en Goldmund, maar vonden we geen mogelijkheid om die groepsprestatie te belonen.

Daarnaast wil ik pleiten voor een ‘ontwikkelingsprijs’: een onderscheiding voor de acteur of actrice die het afgelopen jaar het meest heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van de toneelspeelkunst. Acteren is een tijdgebonden iets, en wat nu mooi of natuurlijk is, is over veertig jaar belachelijk ouderwets en geaffecteerd. Zo zou je Gillis Biesheuvel kunnen belonen voor zijn hallucinante bijna-monoloog Bazel, Margijn Bosch voor haar aftastende spel in Lt. Gustl-Mej. Else, of de bijna abstract acterende Joep van der Geest. Spelers die al het andere theater ineens ouderwets maken.

Maar het grootste probleem is en blijft de Prosceniumprijs. De VSCD omschrijft hem als “voor de persoon, instantie of groep, die een wezenlijke bijdrage geleverd heeft aan het toneel.” Dat is vaag -dat is ook te zien aan de lijst met winnaars- en binnen de jury keer op keer een struikelblok.

Want is het nu een prijs om verschillende disciplines achter de schermen in het zonnetje te zetten? Dat zou je kunnen denken door winnaars als muzikant Harry de Wit, dramaturg Tom Blokdijk of het Bellevue Lunchtheater. Dat is niet onaardig, maar maakt een prijs ook willekeurig (“welke discipline is dit jaar aan de beurt?”). Andere jaren had de jury een andere opvatting en werd de prijs gegeven aan makers van de beste voorstelling van het seizoen, of aan regisseurs met een bijzondere staat van dienst. Dat gezwabber devalueert de in potentie belangrijkste theaterprijs van Nederland

De Prosceniumprijs zou moeten zijn voor theatermakers op de toppen van hun kunnen, die in het voorbije seizoen een proeve van hun bijzondere vermogens hebben getoond. Mensen als Ivo van Hove of Jan Versweyveld bijvoorbeeld, toneelschrijver Rob de Graaf, of –iets langer geleden- de makers van de Proust Cyclus bij het Ro Theater of ZT Hollandia. Zo bouwt de VSCD aan een lijst met ijkpunten voor het theater, die naast de publieksprijswinnaars kan staan als jurykeuze.

Daarnaast moet er dan nog een prijs komen voor de beste vormgeving (decor, licht, kostuums), maar dat is weer een heel ander verhaal.

Recensies TF: Tourniquet; Haar leven, haar doden; Missie

Parool,recensies — simber op 9 september 2008 om 00:43 uur
tags: , , ,

Een meisje met blote borsten, bovenaan de trap in theater Bellevue. Naast haar een oudere jongere die flyers uitdeelt voor een voorstelling in het Fringe Festival. “Durft u te komen?”, roept hij het tussen lichte gêne en onverschilligheid twijfelende TF-publiek toe, dat staat te wachten op de Tourniquet. Het is te hopen dat ze met z’n tweeën die voorstelling nog even hebben gezien, ze zouden nog wat kunnen leren over choqueren en ongemak.

Het Theaterfestival TF biedt het beste van het Nederlandstalige theater in het hoofdprogramma en daarnaast een rommelig, maar vrolijk chaotisch randprogramma waar iedereeen zich voor kan inschrijven. De jury die het hoofdprogramma samenstelde maakte een eigenzinnige keuze uit het aanbod van het afgelopen seizoen en zo zijn enkele voorstellingen die niet of nog maar beperkt in Amsterdam speelden toch nog te zien.

Tourniquet van de Vlaamse groep Abattoir Fermé is er daar een van. Een blote vrouw in bad en twee blote mannen die een houten plank op een hoge pin en een wieltjesconstructie ronddraaien. Met haar onheilszwangere beelden van mannen in slagerskostuums met slijptollen, de blote vrouw aan het kruis, en op martelingen geïnspireerde rituelen lijkt de voorstelling een oefening in het oproepen ongemakkelijkheid. De soundtrack met pompeuze synthesizerklanken en stemmen van duivelsuitdrijvers doet er nog een schepje bovenop.

Het is nogal katholiek theater, in de zin dat de makers erop vertrouwen dat uitgekauwde en lege rituelen toch effect hebben, terwijl de voorstelling als geheel toch vooral wil laten zien dat mensen die het kwaad willen uitdrijven daarvoor altijd nog groter kwaad begaan.

Veel minder eenduidig is de locatievoorstelling Haar leven, haar doden. De Amsterdamse theaterliefhebber moest er echter wel voor naar Leiden, alwaar De Veenfabriek het stuk van de Engelse schrijver Martin Crimp situeerde in een filiaal van de V&D. In losse scènes schetsen de jonge acteurs en muzikanten het levensverhaal van Anna, van pornoster tot terroriste. Of van communevrouw tot alcoholistische moeder. De raadselachtige fragmenten wensen geen afgerond geheel te worden.

Dat is ook niet nodig, het gaat om de rondwandeling door de winkel en de ruimtes achter. De tekst over consumentisme en de mediamaatschappij schuurt aangenaam met de goedkope burgerlijkheid van de V&D. Dat werkt het mooist als we vanaf de parfumafdeling door een deur naar de ‘coulissen’ van het warenhuis geleid worden. De overgang van de toch al niet vlekkeloze façade naar de achterliggende krochten is subliem. En dan volgt nog een mooie scène bij de roltrappen, waar afdalende klanten een plotselinge en ongewenste opkomst maken op de toneelscène. De omroepberichten over sluitingstijd mengen zich moeiteloos met de laconieke liedjes van Roald van Oosten.

Nog helemaal niet te zien in Amsterdam was Missie van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg uit Brussel, het verhaal van een Witte Pater op zending in de Congo. Als je tegenwoordig in België wordt gevraagd om te spreken krijg je zeven minuten, klaagt hij; ach goed, tien, omdat je pater bent. En vervolgens vertelt acteur Bruno Vanden Broecke in zijn eentje in een allereenvoudigste setting vanachter een katheder twee uur lang het verhaal van een kleine man met een grote volharding en een pragmatisch geloof.

Schrijver David Van Reybrouck stelde zich buitengewoon dienstbaar op ten opzichte van zijn documentaire basismateriaal en dat levert en buitengewoon genuanceerd en levensecht beeld op van de missionaris als leraar, arts, wegenbouwer, voetbalcoach en liturgisch doe-het-zelver. En met zijn ouderwets klinkende Vlaams en de bijzondere toeëigening van zijn personage levert Vanden Broecke een fenomenale acteerprestatie. Minimaal theater, maar buitengewoon krachtig, en met een onverwacht theatrale uitsmijter.

Tourniquet van Abattoir Fermé. Gezien 4/9 in Bellevue; Haar leven, Haar doden van de Veenfabriek. Gezien 5/9 in de V&D in Leiden; Missie van de KVS. Gezien 8/9 in de Stadsschouwburg. Meer info op www.tf.nl

Pierre Bokma geeft Steenbergenpenning door aan Jacob Derwig

nieuws,Parool — simber op 8 september 2008 om 18:03 uur
tags: , , , ,

In de Stadsschouwburg heeft acteur Pierre Bokma de Paul Steenbergenpenning doorgegeven aan Jacob Derwig. Derwig ontving de prijs na afloop van de voorstelling Romeinse Tragedies van Toneelgroep Amsterdam. De Paul Steenbergenpenning is –samen met de Albert van Dalsumring- de meest eervolle onderscheiding voor toneelspelers. De penning is een ‘doorgeefprijs’, de drager mag zelf weten wanneer en aan wie hij hem overdraagt.

De prijs werd in 1982 ingesteld door de gemeente Den Haag ter gelegenheid van de 75e verjaardag van Paul Steenbergen. De penning was daarna achtereenvolgens in handen van Guido de Moor, Willem Nijholt en, sinds 2002, Pierre Bokma.

Bokma had opvallend genoeg geen uitgebreide speech om zijn keuze voor Derwig te onderbouwen. Onder het motto ‘Goede wijn behoeft geen krans’ hield hij het bij een korte overhandiging. Derwig sprak kort over zijn bewondering voor Bokma: “Als je hem voor het eerste keer ziet spelen weet je niet wat je meemaakt. De tweede en de derde keer weet je ook niet wat je meemaakt.”

Jacob Derwig (1969) studeerde aan de toneelschool in Arnhem, waar hij een van de oprichters was van toneelgezelschap ’t Barre Land. Hij kreeg bekendheid door zijn –Louis d’Or genomineerde- hoofdrol in Hamlet van De Trust. Sinds 2005 is hij vast verbonden aan Toneelgroep Amsterdam. Hij speelde in de televisieserie Bij ons in de Jordaan en in speelfilms als De Jurk, Lek en Zus&Zo. Dit jaar is hij opnieuw genomineerd voor de Louis d’Or, voor zijn rol in Naar Damascus, geregisseerd door Pierre Audi.

Keuze uit TF

overig,Parool — simber op 5 september 2008 om 10:39 uur
tags: , ,

Festival TF toont de hoogtepunten van het afgelopen theaterseizoen. Het Parool maakt een keuze uit het uitgebreide programma.

TF-1 (de keuze van de jury)

De twee absolute hoogtepunten van de juryselectie zijn hoog en breed uitverkocht (Romeinse Tragedies **niet uitverkocht; gaat allen daarheen!!**) of konden niet worden hernomen (U bevindt zich hier). Dan maar naar Het Geheven Vingertje, subversief, anarchistisch en heel erg grappig jeugdtheater van Jetse Batelaan.

TF-2 (het Amsterdam Fringe Festival)
Het Fringe-programma is overvol, maar onze keuze valt zonder twijfel op De ongelooflijke Bob Fresky Show van Twan van Bragt. Vanwege de titel, vanwege de prachtige countryliedjes en vanwege hoofdrolspeler Gerrit Dragt

TF-3 (discussies en verdieping)

Voor eenmaal komt TM, het vakblad voor de podiumkunsten, tot leven. Met columns en interviews onder leiding van hoofdredacteur en Neil Young-kenner Constant Meijers. Er zal waarschijnlijk gezongen worden.

TF-4 (hoogtepunten uit Vlaanderen)
Het Vlaamse en Nederlandse theater zijn behoorlijk uit elkaar aan het groeien. Neem de proef op de som met Global Anatomy van Benjamin Verdonck en Willy Thomas; slapstick en moderne dance, een levende cartoon.

Interview Jeffrey Meulman

interviews,Parool — simber op 5 september 2008 om 10:35 uur
tags: ,

Vandaag begint TF, het jaarlijkse festival met hoogtepunten van het afgelopen theaterseizoen. Op deze derde editie kan het festival nog niet al haar plannen realiseren, maar directeur Jeffrey Meulman kijkt vooral vooruit: “TF moet uiteindelijk het Cannes van het theater worden.”

Jeffrey Meulman moet nog lachen als hij eraan terugdenkt: “Toen in mei de selectie bekend werd liepen de meningen uiteen van ‘de jury heeft zich gerehabiliteerd’ tot ‘de jury heeft zich gediskwalificeerd’. Dat is geweldig natuurlijk, we hebben belang bij de discussie.”

Nu had de jury, onder leiding van Raoul Heertje, ook geen voor de hand liggen de keuze gemaakt. De selectie bestaat vooral uit locatievoorstellingen van relatief onbekende theatermakers, zoals Win-een-auto.com van het Vlaamse gezelschap Bad van Marie of Haar leven, haar doden van De Veenfabriek, dat gespeeld wordt in een filiaal van de V&D rond sluitingstijd. Slechts één voorstelling van een groot Nederlands gezelschap werd goed genoeg bevonden: Romeinse Tragedies van Toneelgroep Amsterdam. “En eigenlijk is dat ook een locatievoorstelling, maar dan in de schouwburg”, meent Meulman.

“Ik heb me eerlijk gezegd niet aan mijn opdracht gehouden: officieel moet de jury hoe dan ook vijf voorstellingen in de grote zaal en vijf in de kleine zaal selecteren”, zegt Meulman, “Maar die criteria zijn drie jaar geleden opgesteld en toen hebben we geen rekening gehouden met de opkomst van het locatietheater. De jury was dit jaar erg eensgezind en zei: dit zijn de elf voorstellingen waar we vierkant achter staan.”

“Wat daarna in de commentaren is gebeurd is dat obscuur wordt verward met marginaal en ontoegankelijk. Ja, de voorstellingen zijn onbekend, maar ze zijn misschien wel publieksvriendelijker dan ooit. Ik vind het een avontuurlijke, leuke selectie.”

Nog meer avontuur kan het publiek beleven in het Fringe Festival dat in de marge van het ‘officiële’ festival plaatsvindt. “We houden voor de Fringe een open inschrijving; iedereen die een voorstelling heeft mag meedoen. De Fringe is vooral nodig om een soort gekte te brengen in de stad, energie en ondernemerschap. Jonge theatermakers moeten de bravoure hebben om iets te doen zonder subsidie en zonder de angst om afgerekend te worden door de recensenten.”

“Het leuke aan de zo’n aanpak is dat je heel snel kan zien wat er leeft onder een nieuwe generatie. Ze zijn onbevangen en overmoedig en maken weer performance-achtige voorstellingen. Deze generatie is heel erg bezig met jaren ’70 dingen.” Net als voor het hele festival ziet Meulman een grote toekomst voor de Fringe: “Het is een groot internationaal circuit, 80 festivals met eenzelfde soort spirit. We gaan dit jaar voor het eerst een Fringe Award uitreiken voor de beste voorstelling. En we willen de beste Fringe-voorstellingen uitwisselen met  Praag, Dublin en New York.”

Meulman erkent dat het festival nog niet al zijn pretenties kan waarmaken, maar kijkt consequent naar de lange termijn: “We zoeken nog de juiste vorm en we gaan de komende jaren nog heel veel veranderen aan het festival, misschien zelfs de naam. Wij zijn een openbaar experiment. Pas als in 2010 de Nieuwe de la Mar Theaters af zijn en de nieuwe zaal van de Stadsschouwburg er is heeft de festival de capaciteit die ik wil. Er zijn dan 3000 stoelen rondom het Leidseplein en je kunt dan vier grote zaal-voorstellingen per avond laten zien. Dan kun je genomineerden voor de Toneel Publieksprijs laten zien in de Nieuwe de le Mar theaters en de juryselectie in de Stadsschouwburg.”

“Ik wil dat het publiek van heinde en verre naar Amsterdam komt voor het theater. Maar dan moet je ook zorgen dat de toneelsterren veel bekender worden. Dat zijn uitdagingen waar ik over na wil denken. Hoe maak je het ècht groot?”

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity