Recensie: ’11Stêdetocht’ van Tryater

recensies,Theatermaker — simber op 19 februari 2009 om 02:10 uur
tags: ,

Uit de TM van februari

Vrijdag 19 december, in de trein naar Leeuwarden
De Elfstedentocht als theater. Dat bekt lekker, maar kan het ook iets gaan betekenen? En is het wel leuk om als publiek twaalf uur lang door Friesland gejaagd te worden? We zij door pamfletten gewaarschuwd: trek warme kleren en waterdichte schoenen aan; neem extra eten mee. Lichte angst overheerst.

Zaterdag 20 december 6:00 uur
De start is in een grote bedrijfsloods waar het ondanks het vroege uur en het pikkedonker al bruist van de activiteit. We hebben een busnummer dat correspondeert met een traliekooi in de loods. Daar moeten we wachten en kunnen we kennismaken met onze lotgenoten. Er komt koffie, later ook broden en pindakaas, waarmee we zelf ons lunchpakket kunnen bouwen. De sfeer is uitgelaten. Er zijn drie vertrektijden, in totaal reizen er zo’n 1000 mensen in 20 bussen door Friesland.

6:45 uur
Het begint! Eén voor één krijgen we een draadloze koptelefoon en verdwijnen we met korte tussenpozen door een deurtje in de hoek van de loods. Buiten is de jolige sfeer meteen verdwenen. Je bent koud en alleen. We lopen over metalen loopplanken drijvend op een breed kanaal. Op de koptelefoon vervormde klanken. Zachte lichtjes geven de route aan. Die lijkt eindeloos. Het is een tocht naar het niets.

±7:00 uur
We komen aan op een verzamelplaats met onze bus. Er is een vrolijke reisleider, en een hoorspel op de koptelefoon: “Welkom in de tussentijd. Vanaf nu zijn er is er tijd om stuk te slaan en meters om afgelegd te worden.”

±7:30 uur
De bus stopt op de weg langs de Bonkevaart, de finish. Er komt een klein harmonieorkest de bus in en een cameraploeg: “Gefeliciteerd! U hebt het gehaald. Hoe voelt u zich?” We krijgen een koekje in de vorm van een Elfstedenkruisje. We zijn gefinished…

Langzaam wordt het licht. Het hoorspel op de koptelefoon verhaalt over drie mensen en hun reis naar de tocht. De doorlopende muzikale thema’s worden geïntroduceerd: carillons, percussie, achterstevoren afgespeelde pianoklanken.

±8:30 uur, Dokkum
Alle bussen blijken tegelijk aan te komen op een parkeerterrein in Dokkum. We worden naar een idyllisch grachtje geleid. Aan de overkant duiken in de huisjes aan de gracht figuren op, vrolijk gekleurde sneeuwpoppen. Ze doen kinderlijk gestileerd de bewegingen van het schaatsen na; opleggen, vallen en tegen de wind in rijden, begeleid door het carillon in de stadhuistoren.

Op het parkeerterrein verzinnen we met een paar andere ‘buitenlanders’ vragen voor de Friezen in onze bus. Waarom is de toch op een gegeven moment omgedraaid? Hoe lang doe je er ookalweer over? Bijna alle reizigers hebben hun eigen Elfsteden-mythes die ze graag vertellen.

±10:00 uur
We lopen over smalle paadjes en plankieren door een weiland even buiten Sexbierum. Met z’n allen trekken we een dun lint door het lege landschap. We zitten op lage bankjes op een ponton in het water, zodat we een grappig kikvorsperspectief hebben op het land vóór ons. Een duet voor twee schaatsers, die uit de verte aankomen. Een oudere (Jan Arendz) en een jongere (Hilbert Dijkstra). We horen hun gedachten; ze zijn al lang onderweg, ze hebben het zwaar en ze hebben instinctief een hekel aan elkaar. Toch trekken ze naar elkaar toe en dan legt de jonge even zijn hand op de rug van de oude. Hij duwt de ander en rijdt zelf even uit de wind. Opgelegd rijden heet dat, voor wedstrijdrijders is het verboden.

Die aanraking: het is een klein, maar hevig moment. Hier wordt ineens de grootsheid van het hele project geopenbaard: de Tocht is, net als theater, een moment van samenkomst en verzoening. Hoe uitgerekt de voorstelling ook is, het gaat steeds om de kleine punten van contact. Dan laten de twee schaatsers weer los, spreken hun enige woorden hardop tegen elkaar -“Haaj” “Hoai”- en ook wij gaan weer verder.

±11:30 Harlingen
Twee delen achter elkaar, in twee loodsen bij de haven. Het eerste een soort installatievoorstelling over de geluiden van de tocht. Een acteur zorgt fietsend via een ingewikkelde contructie voor ronddraaiende en bewegende voorwerpen. Acteurs lopen rond met spades die ze laten vonken op de stenen vloer. Tekst over soorten ijs, soorten kou en hongerklop. Het tweede is iets met dansende meisjes en witte wollen jurken. Waar willen ze heen? Bij deze zwakkere stukken krijg je last van de kou en de korte nacht. Gelukkig krijgen we hierna een broodje worst van sponsor Unox.

±13.45
In Sneek slaat de sfeer weer om. We zitten in een lichte, heldere kerk, waar een wagenspel wordt opgevoerd over de politiek en het gekonkel binnen de vereniging De Friese Elfsteden. Er is heibel over winnaars, valsspelers, diskwalificaties. We schieten heen en terug in de tijd en van Nederlands naar Fries. Het is plotseling verwarrend veel tekst en informatie in de galmende ruimte, maar de grondtoon is duidelijk: “U doet maar wat”, verwijt een van de personages de voorzitter keer op keer. Leuk detail: de acteurs hebben geen pruiken, maar gebreide mutsen in de vorm van een kapsel.

Dit stuk einigt met een inbreuk van een oude man. In archaïsch, zangerig Fries vertelt hij dat Friezen houden niet van mensen die gaan voor de winst, maar juist van de harde werkers. Het is eigenlijk het enige moment dat wordt gereflecteerd op de Friese identiteit, de rest van de dag is die vanzelfsprekend aanwezig.

±15:00
Het hoorspel gaat over de tocht van 1942, oogluikend toegestaan door de bezetter. De voorstelling wordt langzamerhand een tocht naar het verleden. In Sloten, een bijzonder pittoresk dorp, gebouwd rondom één lange vaart mogen we vrij rondlopen. Op de vaart is een nostalgisch ijsbaantje aangelegd, waar een paar acteurs oude liedjes zingen. Je mag zelf ontdekken dat in het kerkje van het dorp ook nog mensen zitten. Een volwassen man bidt: “God, ik ben een gezonde man. Geef me nog één Elfstedentocht.” Is hij dezelfde man die we bij Sexbierum hebben gezien? Die had ook ruzie met een jongere collega. Zo worden meer motieven zichtbaar, subtiel en onnadrukkelijk.

Hierna gaan we naar Leeuwarden, toch? Oh nee, nóg een etappe… De vermoeidheid slaat toe.

±16:45
Bij de etappe naar Hindeloopen schiet het hoorspel uit de bocht. Iemand vertelt over de tocht van 1933 maar ook over andere gebeurtenissen in dat jaar: de machtsgreep van Hitler, de opening van Dachau. Hij somt de namen op van tientallen Duitsers die moesten vluchten. “En ik? Ik schaatste.” Een andere stem: “Het is 1917, een paar honderd kilometer naar het zuiden worden vandaag 16.000 jongens overhoop geschoten in de loopgraven. En wij? Wij schaatsten als gekken.” Wat betekent dit? De tocht als escapisme? Friesland als plek de geschiedenis geen gevolgen heeft?

±17:15, Hindeloopen
Het is al behoorlijk donker. Aan de haven staat een tribune, met zicht op het water. Midden in het water staat een man. Hij is in een wak gevallen en twijfelt of hij moet opgeven. Dan komt er een omgekeerd huisje aangevaren. Het puntdak naar beneden, zijn ouders kijken over de rand. Zij willen hem raad geven. Is opgeven moediger dan doormodderen? De tekst is Fries, het beeld is schitterend.

±18:45, Leeuwarden
We zijn bijna terug bij het startpunt. We moeten één voor één teruglopen op de metalen loopplank over het water. “Start van de Efstedentocht”, staat op bordjes. Deze voorstelling was niet de Elfstedentocht, de Tocht blijkt juist het leven te zijn, daar zijn we deze afgelopen twaalf uur even aan ontsnapt. Dit was de tussentijd. We komen terug in de starthal, we worden ontvangen met chocolademelk en Beerenburg.

Het is een vreemde, beetje onaangename sfeer. De hal is koud, na de fijne verzorging de hele dag voelt het leeg. Misschien is dat wel goed. De meeste mensen snellen naar de verre parkeerplaats.

Zondag 21 december, in de trein terug
Uitgeslapen terugkijkend is vooral de bewondering groot. Voor de technisch en organisatorisch vlekkeloze operatie en voor de durf van de makers om zo grootschalig te denken. En vooral omdat ze binnen de enorme logistieke productie nog zoveel lange lijnen hebben weten te trekken.

Maar de grote hoeveelheid stijlen en vormen maakte dat 11Stêdetocht meer aanvoelde als een festival gebaseerd op de tocht der tochten dan als één samenhangend kunstwerk. En dat voel je als een gemis juist omdat een aantal grote thema’s wel werd ingezet: de reis door de tijd, de voorstelling als tussentijd tussen twee tochten, de voorstelling als verhalenmachine. Veel beelden blijven hangen: vonken van spades in Harlingen, de man in het koude water van de Hindeloopense haven, het eindeloze lint wandelaars in het duister in Leeuwarden. Maar vooral dat ene moment, ’s ochtends om een uur of tien, even buiten Sexbierum: de hand op de rug, de aanraking. Daar gaat het om. We zijn allemaal op weg gegaan om hier te komen. We zijn allemaal ons weegs gegaan. Hier waren we even samen.

0 Comments »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Leave a comment

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity