Interview Susanne Kennedy

interviews,Parool — simber op 29 mei 2009 om 15:12 uur
tags: , , ,

De Engels/Duits/Nederlandse regisseuse Susanne Kennedy speelt vooral nieuwe toneelstukken van jonge Duitse of Engelse schrijvers. En af en toe een klassieker op eigenzinnige wijze, zoals afgelopen winter Hedda Gabler. In haar nieuwe voorstelling Parasieten, die 3 t/m 6 juni in Frascati staat, werpen de personages elkaar de meest verschrikkelijke verwensingen toe, maar ze blijven er stoïcijns en lijdzaam onder. “Ik heb afstand nodig om dichterbij te komen.”

Parasieten is een stuk van Marius von Mayenburg over een jonge man die na een auto-ongeluk in een rolstoel zit, zijn geliefde, haar zwangere zus en haar aanhankelijke en geweldadige vriend. In Kennedy’s regie wordt het een tergende maar intrigerende voorstelling van verlamde personages die elkaar leegzuigen, in een megadecor: een soort aftandse sauna met beige tegels en twee vitrines met levende vliegen erin.

In een Amsterdams café vertelt Kennedy wat haar aantrok in het stuk: “Ik liep al een tijd met deze tekst rond. Toen ik het voor het eerst las voelde het voor mij als iets fysieks, een stomp in m’n maag. Er zit geweld en een enorme hardheid in de taal. Ik wilde dat de voorstelling een vergelijkbare impact op het publiek zou hebben. Er zit een mooi citaat in van Ringo, de man in de rolstoel: “Iedere dag werpt de hemel een nieuw mens naar beneden op de aarde, verbrijzelt hem op de grond, als waarschuwing voor ons anderen, dat het einde nabij is.” Voor mij als regisseur is het de uitdaging om de toeschouwer dat verbrijzelen te laten voelen.”

Kennedy heeft in haar werk een voorkeur voor een zekere abstractie: “Als je zo’n heftige tekst gaat spelen met grote emoties en uitbarstingen dan wordt het bijna een opluchting, een uitlaatklep. Juist als je als toeschouwer niet krijgt voorgekauwd wat je moet voelen, moet je het zelf bedenken en dan komt het dichterbij. Het abstracte is een omweg om bij het fysieke uit te komen. Maar je moet die zwartgalligheid van de tekst ook niet te serieus nemen. Er zit een lichtpuntje in; kleine, subtiele knipogen.”

Sinds een paar jaar is Kennedy verbonden aan Het Nationale Toneel, dat zoals veel andere grote gezelschappen jongere makers opneemt om voorstellingen te maken waarmee ze klaargestoomd worden voor de grote zaal. Tussen de middelbare heren die daar de leiding hebben (Johan Doesburg, Frans Marijnen en Evert de Jager) is ze een vreemde eend in de bijt. “Het Nationale Toneel geeft mij op dit moment vrijheid, mogelijkheden en ondersteuning. Het is heel open, alles is bespreekbaar.”

“Het Nationale Toneel is ook een van de weinige groepen waar ik zo grootschalig kan werken. Eigenlijk is Parasieten al een grote zaal-voorstelling, maar dan in de kleine zaal. We hebben zelfs een extra bouwdag nodig om het enorme decor in Frascati 1 te proppen”, lacht ze. “Wat ook leuk is in Den Haag is dat het publiek een spannende mix is van oudere repertoireliefhebbers en jongere kunstzinnige types.”

Haar voorstelling Hedda Gabler, met Hedda als Amy Whinehouse-type die zichzelf al aan het begin van de voorstelling overhoop schiet, oogste nogal wat kritiek van datzelfde publiek: “Ik merkte dat er een groot verschil is tussen mensen die het stuk kennen en een interpretatie hebben van het personage en jongere bezoekers die blanco kijken,” verklaart Kennedy, “Het leek bij Hedda wel alsof mensen die weinig van theater weten er minder moeite mee hadden dan de kenners. Jonge mensen kijken veel minder vanuit de plot, ze zien het meer als installatie. Bij Parasieten is het publiek gemiddeld veel jonger. Sommigen zitten er naar te kijken als kippen naar het onweer. Binnen tien minuten weten ze al: hier ga ik niks van begrijpen. Er zijn ook best wat weglopers.”

Kennedy kwam acht jaar geleden naar Nederland om Theaterwetenschap te studeren. Pas na lang aarzelen durfde ze auditie te doen op de regie-opleiding. “Ik ging toen ik net in Nederland was veel naar De Brakke Grond, ik voelde me meer verwant met Vlaams theater dan met het Nederlandse. Ook nu nog heb ik het gevoel dat ik iets heel anders doe dan Nederlandse generatiegenoten. Ik ben een van de weinigen die werkt met bestaande teksten, de meesten doen helemaal hun eigen ding. En als ze repertoire doen, blijft het vaak hangen in psychologisch realisme. Ik zoek juist de abstractie. Die vind ik ook meer bij Duitse schrijvers. Bij hen wordt de taal zelf vormgegeven. Maar toen ik vorig jaar voor het eerst in Duitsland werkte, merkte ik dat ik zelf toch een Nederlandse regisseur geworden was. Ik vraag directheid en transparantie van van mijn acteurs, en ze moeten actief meedenken. Hier voel ik me Duits maar daar voelde ik me heel erg Nederlands.”

meer info op www.nationaletoneel.nl

Recensie: ‘Hannah en Martin’ van Mugmetdegoudentand

Parool,recensies — simber op 24 mei 2009 om 14:11 uur
tags: , , ,

Drie jaar geleden speelden Willem de Wolf en Lineke Rijxman twee jonge kinderen in Quality Time van Mugmetdegoudentand. Rijxman won er een Colombina mee en trad toe tot de artistieke leiding van het gezelschap. Nu maken de twee samen een voorstelling over de kortstondige liefdesaffaire tussen filosoof Martin Heidegger en politiek denker Hannah Arendt.

Ze zochten wat toch hun  wederzijdse aantrekkingskracht kan zijn geweest. De Wolf meer vanuit het perspectief van Heidegger -die met Sein und Zeit een van de meest ondoorgrondelijke werken uit de filosofie schreef en die de nazi’s steunde-, Rijxman met de blik van Arendt – de joodse theoretica die naar Amerika moest vluchten en die tijdens het Eichmann-proces in de jaren ’60 de banaliteit van het kwaad formuleerde.

Maar ze krijgen hun vinger er niet achter. Of ze nou de orerende Professor Wolf met Rijxman als adorerende 18-jarige studente spelen, of Rijxman met kunstgebit, pruik en sigaret een karikaturale Arend neerzet, of dat ze samen op televisie naturalistisch en ingeleefde Hannah en Martin spelen, of dat ze heel kritisch en persoonlijk hun wederzijdse bedoelingen met dit project ter discussie stellen, ze krijgen die liefde maar niet te pakken.

In een decor van houten kisten waarin aardewerken poppetjes blijken te liggen in stro spelen De Wolf en Rijxman een spannend, meerlagig spel met identiteit, filosofie en acteerstijlen. Niet alleen vereenzelvigen ze zich persoonlijk met Heidegger en Arendt, ze volgen elk ook hun denksystemen, en ze doen dat bovendien ieder in hun eigen stijl van theater maken, De Wolf als ironische speler en serieuze schrijver, Rijxman met haar fenomenale acteursfantasie. Die combinatie van confrontaties leidt via (vaak komische) omwegen toch weer tot inzicht.

Voor Ahrendt is nadenken een gesprek, een verdieping in andermans standpunten, niet empatisch, maar rationeel. Heidegger ziet nadenken middel om tot hogere waarheid en inzicht te komen. Maar Rijxman toont haarscherp aan dat als die waarheid en dat inzicht te ingewikkeld zijn het nadenken doel op zich wordt en dus een pose. “Het voelt wel als werkelijk nadenken”, antwoord De Wolf als hij in antwoord daarop zijn ‘denkende’ houding heeft aangenomen.

De voorstelling eindigt met een anti-democratische tirade van de Wolf, en een apocalyptisch visioen van Rijxman. Dit zijn twee theatermakers die er niet uit zijn gekomen, maar ze weten daarvan weergaloos, intelligent en soms beklemmend theater te maken.

Na About Beckett van Discordia en Villa Europa van De Warme Winkel (over Stefan Zweig) is dit de derde semi-biografische voorstelling dit seizoen waarbij het uiteindelijk meer draait om de zoektocht van de makers. Alledrie scheren ze zo net langs hun onderwerp, maar juist daardoor krijgt de toeschouwer een scherp beeld.

Hannah en Martin van Mugmetdegoudentand. Gezien 23/5/09 in de Toneelschuur Haarlem. Aldaar t/m 30/5. Volgend seizoen tournee. Meer info op www.mugmetdegoudentand.nl

Clairy Polak maakt TF Selectie bekend

nieuws,Parool — simber op 20 mei 2009 om 12:14 uur
tags: , ,

In Amsterdam heeft juryvoorzitter Clairy Polak de selectie van beste theatervoorstellingen van het seizoen bekend gemaakt. De jury van het Nederlands Theater Festival (TF) selecteerde elf voorstellingen die zij tot de hoogtepunten van het seizoen rekent en die in september in Amsterdam zullen worden hernomen. De jury koos een diverse lijst met onder andere een komisch maatschappelijk rechtbankdrama (De Grote Verkiezingsshow), een monoloog voor de grote zaal (Brandhout) en twee country-musicals (Heelhuids en halsoverkop en The Broken Circle Breakdown).

In tegenstelling tot vorig jaar, toen veel locatie- en zogenaamde ervaringstheatervoorstellingen werden verkozen, heeft de jury –naast Polak bestaande uit drie dramaturgen een journalist een werkplaatsdirecteur en producent Gislebert Thierens- zich dit jaar keurig aan de opdracht gehouden: vijf voorstellingen in de grote zaal werden uitverkoren en vijf in de kleine zaal. Vooruit, er zit toch nog één locatieproject bij: de toesprakencompilatie De Grote Mond van het Vlaamse gezelschap Skagen.

Binnen deze diverse keuze is weinig lijn te ontdekken, vindt ook Polak: “Voorstellingen zijn om verschillende redenen geselecteerd, maar ze zijn allemaal de moeite waard om vaker getoond te worden. Het was ook niet onze taak om samenhang aan te brengen. Het was onze taak om een mooi festival samen te stellen met hoogtepunten uit het theaterseizoen. We kozen voorstellingen die ons bij de kladden hebben gegrepen en die onder onze huid zijn gekropen. Soms gebeurt dat door de zeggingskracht en soms door het vakmanschap van de makers.”

Er zitten wel meerdere multidisciplinaire voorstellingen in de selectie.

“Ja dat klopt wel, vooral Heelhuids en halsoverkop is een voorstelling waarin zo ongeveer alle genres aan bod komen, van musical tot deurenkomedie en moderne dans. En Carmen is een samensmelting van theater en opera voor kinderen. Achteraf gezien is dat wellicht een thema, maar zo hebben we het niet bedoeld.
Ik vind die genreoverstijgende voorstellingen wel extra boeiend. Het zet je op het verkeerde been. Je bent naar iets aan het kijken dat je bekend voorkomt, maar ineens blijkt het iets anders te zijn, dat is spannend. Maar De Geit is bijvoorbeeld weer puur toneel, een stuk over een onwaarschijnlijk gegeven: een vrouw die erachter komt dat haar man een affaire heeft met een geit, maar het wordt zeer geloofwaardig gemaakt. En het is een voorstelling die heel laat knap zien hoe wij met onze taboes omgaan.”

Wat is u opgevallen aan het theater dat u zag dit afgelopen seizoen?

“In het algemeen viel me enorm op dat er ontzettend goed gespeeld werd. Ik had nog het ouderwetse idee dat je voor goed acteren in Londen moet zijn., maar dat blijkt absoluut niet waar. Een actrice als Sacha Bulthuis speelt je helemaal van de sokken.
Verder lijken theatermakers dit seizoen graag terug te grijpen op thema’s uit film of literatuur. Zoals Tien Geboden, naar de films van Krzysztof Kie?lowski. Een prachtige voorstelling over de worsteling van mensen met het leven, daarbij niet geholpen door God. Kleine en grote dilemma’s, grote emoties en verstilde momenten, humor en tragiek.”

Wat was uw rol in de jury?

“Ik heb niet zoveel gezien als een aantal van mijn collega juryleden, ik kreeg een soort selectie. De jury als geheel heeft ongeveer driehonderd voorstellingen gezien. Tijdens de laatste vergadering moesten er soms wat knopen doorgehakt worden en daarnaast heb ik het juryrapport geschreven. De keuze was soms moeilijk: over de helft van de voorstellingen werden we redelijk gemakkelijk eens, over de andere helft was veel discussie. Natuurlijk zijn er een aantal persoonlijke favorieten gesneuveld, maar dat geldt voor iedereen.
We hebben wel geworsteld met de dwingende eis dat we vijf grote zaal-voorstellingen en vijf kleine zaal-voorstellingen moesten kiezen. Er wordt veel in de kleine zaal gemaakt en minder in de grote zaal, dus het was vooral in de kleine zaal een kwestie van kill your darlings.”

Hoe heeft u het werken bij NOVA kunnen combineren met het juryvoorzitterschap?

“Dat kon eigenlijk niet, ik had er eigenlijk ook nauwelijks tijd voor, maar ik heb het toch gedaan. Ik presenteer NOVA drie of vier avonden per week, dat betekent dat ik hooguit zo’n twee keer per week naar het theater kon. Maar ik vond het verrukkelijk om te doen. Ik ging de laatste jaren, mede door NOVA, veel minder naar het theater, dus was het heerlijk om weer zoveel te zien. Oude tijden herleefden, mag ik wel zeggen, het leek wel de tijd toen ik nog redacteur was van de Uitkrant.”

De Juryselectie voor het Nederlands Theater Festival

De Geit of Wie is Sylvia? van het  Onafhankelijk Toneel
Tien Geboden van NT Gent en Wunderbaum
Carmen van Nationale Toneel en Stella Den Haag
Brandhout. Een irritatie van tg Stan
De grote verkiezingsshow van Het Zuidelijk Toneel
De grote mond van Skagen
Ben ik al geboren? van Toneelgroep De Appel
Heelhuids & Halsoverkop, een countrymusical van het Noord Nederlands Toneel en Club Guy & Roni
Amateurs van Nieuw West
MightySociety 6 van MightySociety
The Broken Circle Breakdown van Cie Cecilia

Het Nederlands Theaterfestival vindt plaats van 3 t/m 13 september 2009. Meer info op www.tf.nl

Recensie: ‘Het Meer’ van Marjolijn van Heemstra

Parool,recensies — simber op 19 mei 2009 om 23:14 uur
tags: , , ,

Iedere week zit ze daar met haar opa. Op precies dezelfde plek midden in het kleine kerkje aan de rand van de stad. Ze te wachten op een wonder. In 1945 heeft een vrouw op diezelfde plek 17 keer Maria gezien. Maar aan hen verschijnt ze niet. Theatermaker Marjolijn van Heemstra, een jonge vrouw met schitterogen in een eenvoudig t-shirt, vertelt het eenvoudig en gedetailleerd. Zijn ze steeds te vroeg of te laat? Of zitten ze op de verkeerde plek?

Van Heemstra’s voorstelling Het Meer gaat over het meer dat er tussen hemel en aarde zou zijn. Ze vertelt een persoonlijk verhaal, met soms historische uitweidingen, en dan weer mooie en volgbare denkconstructies. De vorm lijkt een beetje op die van Laura van Dolron, die met haar standup philosophy voorstellingen ook meer college lijkt te geven dan theater te maken. Maar waar Van Dolron zich concentreert op ethiek en moraal, houdt Van Heemstra zich meer bezig met mystieke vragen.

Ze vertelt over hoe ze vanaf haar jeugd werd grootgebracht met het idee dat er naast de werkelijkheid nog een ‘overtreffende trap van de werkelijkheid’ zou moeten zijn. Door de uitstapjes met haar opa, maar ook door de boeken over Narnia, Dorothy in Oz of Alice in Wonderland. Ze is steeds op zoek naar deuren of manieren om vergeten herinneringen naar boven te halen, ze verdwaalt in een redenering over de betekenis van het ‘tussen’ en legt uit dat we een woestijn in ons hoofd hebben. Zonder moeite switcht ze van Katholieke Mariaverering naar spiritueel ietsisme en harde wetenschap net zoals Newton (alchemist) en Edison (spiritist) dat ooit deden.

De vormgeving (van Keez Duyves van Pips:lab) is doordacht: een deur doet dienst als tafel, achter tientallen deurbellen zitten geluidsfragmenten of andere effecten verborgen. Een opengeklapt kattenluikje (uitvinding van Newton, beweert ze) doet dienst als videobeamer. Daarnaast heeft ze een televisie met een filmpje van haar opa: met een groot wiel kan ze het filmpje vooruit en achteruit spoelen. En bijna aan het eind: een echt wonder, mede mogelijk gemaakt door de magische kracht van het theater

Het maakt niet zoveel uit of Van Heemstra alles wat ze zegt zelf geloofd. Ze weet er een aanstekelijk, vaak heel geestig verhaal van te breien, met vaak puntige oneliners. En dat maakt Het Meer een aangenaam en zelfs troostrijk uurtje theater in de middag.

Het Meer van Marjolijn van Heemstra. Gezien 19/5/09 in Bellevue (lunchpauzevoorstelling). Aldaar t/m 31/5. Meer info op www.lunchtheater.nl

Boekrecensie: ‘Eigenlijk ben ik Spaans’ van Roos Ouwehand

boekrecensies,Theatermaker — simber op 16 mei 2009 om 19:42 uur
tags: , , ,

Toen ik las dat Joop Admiraal was overleden was ik op Festival Cement in Tilburg. Zijn dood leek niet veel indruk te maken op het daar verzamelde jonge theatervolk. Waarschijnlijk hadden weinig van hen hem nog zien spelen, en degenen die daar oud genoeg voor waren, waren meer geïnteresseerd in de toekomst dan in het verleden.

Zo gaat dat met toneelspelers. Als je het niet gezien hebt, is het weg. Er blijft niets over dan “een paar foto’s, naar zweet stinkende kostuums, recensies en sterke verhalen.” Dat geldt voor Admiraal, maar ook voor Roos Ouwehand. Toen ze vertrok bij Toneelgroep Amsterdam en verhuisde naar een “een leven vol vissticks en diksap” ging ze schrijven. Nuchtere, droogkomische stukjes over het leven in een nieuwbouwwijk.

Nu publiceert ze haar eerste boek, Eigenlijk ben ik Spaans; het leven van Joop Admiraal. Het is enerzijds een beknopte biografie en tegelijkertijd een weerslag van eigen herinnering, maar vooral een liefdevol en persoonlijk boek van de ene acteur over de andere. Bij Toneelgroep Amsterdam speelden ze een aantal keer samen, en ze leerde hem kennen als een vriendelijk, enigszins afstandelijk mens. Maar vooral als unieke en ongrijpbare acteur. “Als twee mensen het toneel opkwamen keek je naar Joop. Als zeventien acteurs opkwamen keek je óók naar Joop.”

Ouwehand sprak met vrienden en familie, broer Piet Admiraal, collega’s Jacques Commandeur, Peter Oosthoek en Helmert Woudenberg, regisseurs Jan Ritsema, Ivo van Hove en Gerardjan Rijnders en met Jaap Jansen, Admiraal’s partner vanaf de jaren tachtig tot zijn dood. Aan de hand van die gesprekken en archiefmateriaal beschrijft ze het leven van de veldwachterszoon uit de Betuwe die in het geheim auditie deed voor de toneelschool, en die vanaf zijn debuut nooit een slechte recensie heeft gehad.

Het helpt dat Ouwehand zelf actrice is. Ze kan van binnenuit maar toch helder schrijven over acteren en ze kan vooral heel goed aangeven tot waar ze kan begrijpen wat een bijzondere toneelspeler als Admiraal doet, en vanaf waar het gaat om ongrijpbare kwaliteiten als charisma of sierlijkheid. Bovendien is de bewonderde acteur ook een feilbaar mens, worstelend met eenzaamheid en verslaving aan alcohol en drugs.

Ouwehands nuchterheid slaat soms door naar braafheid. Over de eerste jaren met Ramses in Amsterdam: “Hier is hij verlost van zijn keurige opvoeding (…) Hier is geen moeder die zeurt over schoonmaken en strijken.” En omdat ze bij een aantal voorstellingen gebruik kan maken van haar eigen kijk- en spelervaringen, valt het op dat ze erg vaak teruggrijpt op andermans beschrijvingen van Admiraals spel.

Maar dat zijn kleine aanmerkingen bij een mooi boek. Misschien wel het meest waardevolle werk van Ouwehand is haar zijdelingse beschrijving van de ontwikkelingen in het toneel en de samenleving van de jaren vijftig tot nu – de opzienbarende openbaarheid van de homoseksuele relatie tussen Admiraal en Ramses Shaffy, de ontwikkeling in het repertoiretoneel die van de Nederlandsche Comedie uiteindelijk Toneelgroep Amsterdam maakte, de revolutionaire maatschappelijke betrokkenheid van het Werkteater die uiteindelijk leidde tot Admiraals meesterwerk U bent mijn moeder. Een tijdsbeeld in één mens is niet vluchtig, zelfs al is die mens toneelspeler.

Gelezen: Eigenlijk ben ik Spaans; het leven van Joop Admiraal van Roos Ouwehand
Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, 240 pagina’s

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity