Interview Thomas Ostermeier

interviews,Parool,PS Kunst — simber op 14 december 2009 om 12:02 uur
tags: , , , , , ,

Dit weekend in Amsterdam te zien: Hamlet als doorgedraaide, decadente dikzak. De Schaubühne, het befaamde theatergezelschap uit Berlijn, is te gast in de Amsterdamse Stadsschouwburg met Hamlet van regisseur en artistiek leider Thomas Ostermeier. Voor de Stadsschouwburg gaat hiermee de internationale programmering, een nieuw speerpunt, nu echt van start. Bovendien komt Ostermeier volgend jaar bij Toneelgroep Amsterdam een gastregie doen. “Ik zie Hamlet als een verwend kind; een product van deze wereld”

Als de voorsteven van een schip verrijst het gebouw van de Schaubühne aan de Kufürstendamm in Berlijn. Het gebouw met de halfronde, modernistische gevel uit 1928 was oorspronkelijk een bioscoop, maar sinds 1981 zetelt hier het belangrijkste theatergezelschap van West-Berlijn. In de gedeelde stad lag het theater net buiten het centrum rond station Zoo en warenhuis KaDeWe, in het herenigde Berlijn is de omgeving een rustige buitenwijk geworden, bijna een uur reizen van de hippe bezirke Mitte en Prenzlauer Berg.

Toch is het druk, eind november bij een reprise van Hamlet. Opvallend veel jonge mensen komen kijken. Ostermeier valt in deze enscenering meteen maar met de deur in huis: “Sein oder nicht sein, daß ist die Frage.” Het decor is een enorme bak aarde, met daarboven een bewegens plateau waarop de familietragedie aan het Deense hof wordt uitgevochten. Als mafiosi in goedkope pakken sluipen ze om elkaar heen. Prins Hamlet zegt zijn monologen tegen een videocamera; de beelden worden geprojecteerd op een kettinggordijn. Vooral hoofdrolspeler Lars Eidinger valt op. Hij durft heel ver te gaan in het neerzetten van Hamlet’s pesterige gekte, een soort kruising tussen Kurt Cobain en Theo van Gogh. Liefhebbers van het werk van Ivo van Hove of Johan Simons zullen beslist niet teleurgesteld zijn.

Na afloop van de voorstelling neemt Thomas Ostermeier ruim de tijd voor een paar Nederlandse journalisten. Het is een lange man, begin veertig, informeel gekleed in een streepjestrui en een jasje met heel veel pennen in het borstzakje. In zijn kantoor, hoog achterin het gebouw, vertelt hij levendig over zijn visie op het ultieme toneelstuk. Zijn kenmerkend hinnikende lach klinkt regelmatig. “Als regisseur is Hamlet altijd iets dat speelt op de achtergrond. Het is dat grote ding dat je moet aangaan. Ik heb het stuk heel vaak gezien en ik vond die vaak teleurstellend dat Hamlet wordt gepresenteerd als een pure ziel met decadente mensen om zich heen. Ik wilde Hamlet juist net zo vadsig en decadent maken als zijn omgeving. Ik zie hem als iemand met veel fouten, een vet, verwend kind; een product van deze wereld.”

Is deze voorstelling ook een portret van zijn generatie? Nadenkend: “Die Hamlet als zuivere ziel in een verdorven wereld hoort wellicht thuis in een generatie van belangwekkende politieke figuren. Maar nu komt er een generatie aan de macht die nadenkt over wereldproblemen, die complexe problemen als globalisering en het klimaat serieus neemt, maar niet tot handelen komt.”

“Ik focus op één aspect: de gekte. Hamlet verbergt zich achter het masker van de nar, maar hij verliest zich daarin. En dat raakt aan een ander probleem van onze generatie: ironie. We beschermen onszelf  en we vernietigen politieke problemen met een groot schild van grappen en sarcasme.”

“Ik wist al snel dat ik met een kleine groep acteurs wilde werken, zodat er een aantal dubbelrollen nodig zijn: Hamlet weet niet meer wie zijn vrienden en wie zijn vijanden zijn. Zijn moeder Gertrude en Ophelia worden gespeeld door dezelfde actrice (Judith Rosmair); voor Hamlet vallen alle vrouwen samen. Hij straft Ophelia, van wie hij houdt, voor iets dat zijn moeder doet. Maar wat er ook mee te maken heeft is dat ik aarzelde om een actrice te vragen om Ophelia te spelen. Dat is een clichématige slachtofferrol. Het wordt pas interessant om te spelen als je haar combineert met Gertrude, die een sterke, intelligente en strategische vrouw is.”

Lars Eidinger wordt ook door Ostermeier nog uitbundig geroemd: “Ik kon Hamlet gaan maken omdat ik wist dat Lars het kon. Hij was altijd een steady, betrouwbare acteur in het ensemble van de Schaubühne en dit is in zekere zin zijn doorbraak. Maar hij speelt ook een grote rol in de film Alle Anderen (van regisseur Maren Ade) die afgelopen winter een aantal Zilveren Beren won op het Filmfestival van Berlijn en hij heeft nu stapels scripts thuis liggen. Iedereen wil met hem werken, maar voorlopig blijft hij hier.” Dan grinnikend: “Er zijn meisjes die speciaal voor Lars naar de voorstelling komen, hij is onze rock star. Hij is ook DJ, komt veel in hippe clubs. En in deze voorstelling maak ik hem lelijk, met een dikmaakpak en al die modder. Maar hij vind het heerlijk.”

De productie is een groot succes, speelde inmiddels in Parijs, Zagreb en Barcelona, na Amsterdam volgen dit seizoen nog Taiwan, Sydney en Moskou. “We zijn het meest tourende gezelschap van Duitsland. Het is voor ons economisch ook zeer belangrijk. We zijn een privaat bedrijf met subsidie, in tegenstelling tot de gezelschappen in het voormalige Oost-Berlijn (zoals het Deutsches Theater of de Volksbühne) die eigendom zijn van de stad. Als ik failliet ga moet ik de gevangenis in, zij kunnen schulden maken zoveel ze willen.”

Ostermeier zou de voorstelling graag spelen in Londen of New York, maar vooral in New York zijn er problemen: “We kunnen het daar volgens de programmeurs niet presenteren als Hamlet. Men vind het té zeer bewerkt. Ik vind dat verbijsterend. Het gaat in deze voorstelling echt om Shakespeare’s verhaal; het is storytelling, geen associatieve interpretatie.”

Maar eerst moet de voorstelling zich nog bewijzen in Amsterdam. “Ik maak me een beetje zorgen over Amsterdam. Ik maak twee soorten voorstellingen; aan de ene kant de meer gestileerd realistische producties, zoals Hedda Gabler en Nora, die veel succes hadden op het Holland Festival, en aan de andere kant de meer groteske, speelse voorstellingen zoals Shoppen und Ficken, die jullie in Amsterdam maar overdreven vonden. Hamlet is ook meer die laatste categorie, dus ik hoop dat het werkt.”

“Daarnaast spelen in Nederland spannend omdat Nederlandstalig theater erg belangrijk is in Duitsland. We kennen het werk van Ivo van Hove, Johan Simons en Luk Perceval, we weten dat de kwaliteit hoog is. Het Amsterdamse publiek is veel gewend en avontuurlijk, er is een theatercultuur. Dat is heel anders dan bijvoorbeeld in Parijs. Daar is niks. Al het interessante Franstalige theater komt uit Canada.”

In de winter van 2011 zal Ostermeier voor langere tijd naar Nederland komen. Dan gaat hij Spoken van Ibsen regisseren bij Toneelgroep Amsterdam. “Ik wordt vaak gevraagd om gastregies te doen, maar je hebt vaak te maken met managers en intendanten en andere niet-artistieke bestuurders. Ik werk echter liever met gezelschappen die worden geleid door een kunstenaar. Je hebt een serieuzer gesprek. dat was ook het geval met Ivo van Hove. We gaan nu een uitwisseling doen. Ivo komt hier een voorstelling regisseren, ik bij Toneelgroep Amsterdam. Als het geen ramp wordt gaan we ermee door.”

“Als voorbereiding en kennismaking be ik bij Teorema een paar keer bij repetities komen kijken. Wat me opviel was de aangename atmosfeer. Ik ben net als Ivo een hele actieve regisseur; ik sta op de vloer, speel met de acteurs, ben heel direct. Bij Toneelgroep Amsterdam kon ik me voorstellen dat ik goed met de acteurs zou kunnen communiceren.”

“En ja, het wordt weer een Ibsen. Ik ben al lang met hem bezig. En het wordt ook weer een vrouwelijke hoofdrol. Ik ben echt gefascineerd door vrouwen op het podium. Ik geloof dat vrouwen nog steeds, ondanks alles een minder sterke machtspositie hebben. Op het podium is dat interessant, want dan is het conflict uit het stuk een gevecht om macht en emancipatie.”

Hamlet van de Schaubühne speelt 18 en 19 december in de Stadsschouwburg. Meer info op www.ssba.nl

CV.

Thomas Ostermeier

1968: geboren in Soltau, West Duitsland
1992-1996: studie regie op de Ernst Busch Schule in Berlijn
1996-1999: regisseur en artistiek leider van Baracke, de ecperimentele kleine zaal van het Deutsches Theater in Berlijn
1999-heden: artistiek leider van de Schaubühne
Staat bekend om zijn ensceneringen van ‘vrouwenstukken’, zoals Nora en Hedda Gabler van Ibsen, en Die Ehe der Maria Braun, naar de film van Fassbinder. Alledrie deze voorstellingen werden uitgenodigd voor het Theatertreffen, het jaarlijkse festival met de beste Duitstalige voorstellingen van het seizoen.

0 Comments »

Nog geen reacties

RSS feed voor reacties op dit bericht. TrackBack URI

Een reactie plaatsen

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2014 Simber | powered by WordPress with Barecity