Interview Dries Verhoeven

interviews — simber op 1 februari 2010 om 13:27 uur
tags: , ,

Voor het engelstalige, internationale magazine Dutch Mountains van de SICA dat afgelopen week verscheen.

Een nieuwe generatie theatermakers uit Nederland verovert stilletjes aan Europa. Ze zijn vroeg in de dertig, ontwikkelden hun handtekening in het circuit van zomerfestivals en oriënteren zich internationaal, liever dan zich te richten op het veroveren van posities in het artistieke establishment.

Terwijl Ivo van Hove en Johan Simons zich opwerkten naar de eredivisie van Europese sterregisseurs ontwikkelden theatermakers als Jetse Batelaan, Lotte van den Berg, Boukje Schweigman en Dries Verhoeven een heel nieuw theatergenre, voortbordurend op het werk van Mickery en de Dogtroep uit de jaren ’70 en ‘80: ervaringstheater of beeldend locatietheater. Ze zochten naar manieren om hun publiek directer aan te spreken en kwamen uit bij een vorm die bijna geen theater meer is. De toeschouwer wordt hoofdpersoon, het kijken wordt onderwerp. Van hen lijkt Verhoeven de meest eigenzinnige. Zijn voorstellingen –als je ze nog zo kunt noemen- bewegen zich richting installatie en performance, maar weten vooral een buitengewone intimiteit te creëren. Zijn werk is inmiddels op festivals door heel Europa te zien en onlangs won hij op de Salzburger Festspiele de Young Directors Award.

Van oorsprong is Dries Verhoeven (Oosterhout, 1976) decorontwerper. Zijn ontwerpen zijn vaak dramatische installaties: acteurs met blote voeten in glasscherven in Pasolini (2003); een ‘huilende’ bar voor het verhaal van een aan lager wal geraakte advocaat in De Val (2005); een toneelvloer vol glycerinezeepjes en een plens water bij de meditatie over eenzaamheid Stillen (2007). Maar bekend werd hij vooral door zijn eigen projecten. Hij maakte –samen met Roos van Geffen- de voorstelling Hartstocht (2004), waarin bezoekers in een geblindeerd Volkswagen busje werden rondgereden. Via een spiegel op schoot zagen ze door het open dak de lucht en het ‘plafond’ van de stad als een eindeloze vrije val aan zich voorbij trekken.

In Uw koninkrijk kome (2005) toonde Verhoeven pas echt hoe radicaal hij de theatervorm wilde gaan uitkleden. In een caravan zet hij twee bezoekers tegenover elkaar, gescheiden door een geluidsdicht venster. Ieder hoort een stem die de ‘gedachtes’ van de ander verwoord. De stem die jij hoort manipuleert je handelingen, interpreteert wat de ander doet en brengt zo een suggestieve verleidingsdans tot stand die je een merkwaardig intieme relatie met een totale vreemde geeft. U bevindt zich hier (2007) is zijn meest grootschalige project tot nu toe. Verhoeven bouwde een labyrintisch hotel met voor iedere bezoeker een eigen kamertje, met een bed en een spiegelplafond. Net als je je op het bed liggend begint af te vragen wat de bedoeling is begint het spiegelplafond omhoog te bewegen. Langzaam komen de andere kamertjes met hun bewoners in beeld, een eloquente verbeelding van stedelijke eenzaamheid.

In een café vlakbij zijn huis, in de rap gentrificerende migrantenbuurt Bos & Lommer in Amsterdam West, spreekt Verhoeven over zijn werkwijze, zijn toekomstplannen en zijn behoefte om grote maatschappelijke thema’s in heldere beelden te vangen. “Uiteindelijk wil ik het hebben over de behoefte aan gemeenschap die we kwijt zijn geraakt toen we de kerk hebben verlaten. Familiebanden zijn verslapt, we reizen veelvuldig en verder weg van huis. Maar de nieuwe geïndividualiseerde wereld draagt op onverwachte plekken nog sporen van gezamenlijkheid. Iedereen krijgt een folder van de Ikea in de brievenbus. Het is banaal, maar ik vind het ook enorm ontroerend. Misschien naast het voetbalstadion en de discotheek is het theater een van de weinige plekken waar we nog een gevoel van gezamenlijkheid kunnen ervaren.”

U bevindt zich hier kwam voort uit de realisatie dat als ik in mijn slaapkamer op bed lig, mijn buurmeisje dan 80 centimeter van mij verwijderd is. Acht uur per nacht brengen wij zo samen door. Maar we kennen elkaar niet. De installatie fungeert als een model van de wereld. Je hebt een zekere sensitiviteit nodig om dat mee te krijgen. In zekere zin zijn mijn voorstellingen trainingen in sensitiviteit. Ook door mensen een weldadige ervaring te bieden, hoop ik iets te communiceren over het gemis aan zo’n ervaring in ons dagelijks leven.”

De term ervaringstheater, zo ongeveer uitgevonden om zijn werk mee te omschrijven, is hij zelf inmiddels zat: “De vormentaal van het ervaringstheater wordt al snel leeg. Als je tien keer zo’n fysieke ervaring hebt gehad heeft het niet meer die impact. Je weet langzamerhand wat je kunt verwachten. Eigenlijk is beroeren heel gemakkelijk. Als ik je een blinddoek om doe en op een afstand ga fluisteren en je aai met een veertje, dan appeleert dat al heel snel aan een gevoel van kind zijn. De vraag is waaraan dat dienstbaar is, het moet toch gaan om de inhoud.”

Vanuit die gedachte is het eenvoudig om een lijn in Verhoeven’s werk te zien. Na meer op de vorm gerichte projecten als Uw Koninkrijk Kome en Sporenonderzoek zet Verhoeven zijn taal meer en meer in om zijn maatschappelijke betrokkenheid te uiten, zoals in U bevindt zich hier en vooral Niemandsland. In Niemandsland werd iedere bezoeker meegenomen door een vluchteling op een wandeling door een deel van de stad waar het theaterpubliek meestal niet komt. Een vreemdeling wordt een gids, maar echt contact blijft uit.

“Ik wil maatschappelijke problemen behandelen, maar ik wil een meerduidig, poëtisch antwoord geven. De toeschouwer is voor mij de hoofdpersoon. Ik wil weten hoe hij of zij kijkt en luistert, ik wil verwarren en beroeren, en hem vervolgens aan het denken zetten. Ik toon liever de complexiteit van ogenschijlijk eenvoudige zaken dan dat ik een oplossing aanreik. Het enige dat ik wil bereiken is dat mensen zorgvuldiger gaan kijken. Want zelfs als ik een oplossing zou hebben is een voorstelling voor twintig man maken wellicht niet de beste methode.”

Verhoeven is zich ervan bewust dat zijn vorm van theater wel erg exclusief is. “Ik ben aan het nadenken hoe ik het groter kan maken. Niet meteen voor een massapubliek, maar ik wil kijken of mijn vorm in een zaal voor tweehonderd man nog werkt. Daarnaast wil ik dat alles wat ik maak zo lang mogelijk te zien blijft, als een vorm van repertoire houden. Op de lange duur kunnen dan toch heel veel mensen mijn werk zien. Dat begint nu te lukken en daar ben ik erg blij mee.”

“Bovendien ontstaat er buiten de voorstellingen een verhaal. Niemandsland begint met twintig mensen die met een bordje met een buitenlandse naam erop onder de blauwe vertrekborden van station Utrecht Centraal staan. Het is een verwarrend beeld dat vragen stelt over gastvrijheid. Dat kan ook effect hebben op de toevallige treinreiziger die erlangs loopt,  of mensen die daar een foto van zien in de krant.”

0 Comments »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Leave a comment

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity