Recensie: ‘Het verjaardagsfeest’ van Het Nationale Toneel

Parool,recensies — simber op 24 mei 2011 om 12:43 uur
tags: , , , ,

“Je bent jarig. En ik had het nog wel geheim willen houden.” Bij Harold Pinter is zo’n zinnetje geen verontschuldiging, maar een bevel. Susanne Kennedy regisseert Pinters vroegste toneelstuk als grotesk kinderachtig kamertheater, maar weet deze keer te weinig diepte te geven aan de strakke vorm.

Susanne Kennedy is een van de meest interessante jonge theatermakers van de afgelopen jaren, met een volkomen eigen stijl. In september won ze nog de Erik Vos Prijs voor aanstormend regietalent, ze maakte een goed ontvangen voorstelling in München en haar vorige regie bij Het Nationale Toneel, Emilia Galotti, werd geselecteerd voor het Nederlands Theaterfestival als een van de tien beste voorstellingen van het seizoen.

Zoals altijd plaatst Kennedy, met haar vaste vormgever Lena Müller, haar acteurs een in gesloten ruimte, dit keer dit keer een kleine, spaarzaam ingerichte huiskamer in een Engels pension, voor het publiek afgesloten door een spierwit rolluik. Het pension heeft slechts één gast, Stanley, en wordt bestiert door Meg (Ariane Schluter) die een broek heeft van dezelfde witte stof als de bank. Schluter, toch vooral bekend van meer naturalistische rollen, mag losgaan op deze absurd formele acteerstijl.

Alle acteurs hebben de motoriek van poppen en spreken Pinters afgemeten zinnetjes kinderlijk en vragend uit, alsof ze doelbewust het psychologische geweld van de Engelse Nobelprijswinnaar verhullen. Kennedy’s voorstellingen kenmerken zich door het aankijken van het publiek, maar dit keer is het niet brutaal en uitdagend, maar eerder verschrikt en betrapt. Het geweld is wel degelijk aanwezig. Maar de passieve agressie waarmee Meg haar man behandelt en de achter naïeve keurigheid verborgen bruutheid waarmee twee raadselachtige nieuwe pensiongasten het op Stanley voorzien hebben zijn niet bedreigend, maar worden potsierlijk.

Dat heeft te maken met het geluidsbeeld: om de afstand nog verder te vergroten wordt alle geluid versterkt, of door effecten vervangen, zodat ademen, cornflakes eten en klappen onnatuurlijk hard en schel klinken. Het versterkt het idee dat je van buitenaf door een raam naar binnen gluurt. Het rolluik lijkt er dan ook niet voor bedoeld om indringers buiten te houden, maar eerder om ontsnappen onmogelijk te maken. Na The New Electric Ballroom en Emilia Galotti maakt Kennedy opnieuw voorstelling als een akelig poppenhuis, maar minder dan de vorige kruipt deze onder je huid. Misschien is het de verhouding tussen humor en geweld, maar misschien is Pinter ook wel niet pervers genoeg.

Het verjaardagsfeest van Het Nationale Toneel. Gezien 19/5/11 in Den Haag. Te zien in Amsterdam (Frascati): 27/5 t/m 4/6. Meer info op www.nationaletoneel.nl

Voorstuk Wunderbaum in de SSBA

interviews,Parool — simber op 23 mei 2011 om 10:00 uur
tags: , , ,

Wunderbaum in de Stadsschouwburg

Het gaat goed met toneelgroep Wunderbaum. Eerder dit seizoen won het acteurscollectief de Prosceniumprijs, vorige week werd bekend dat de voorstelling Natives II was geselecteerd voor het Nederlands Theaterfestival als een van de tien beste voorstellingen van het seizoen. Deze week staat de groep met een minifestival in de Stadsschouwburg. Van 24 tot 26 mei zijn er drie verschillende voorstellingen te zien. “We willen het publiek een antwoord geven, niet ze volstoppen met ellende en dan heel triest achterlaten.”

Het zijn drie heel verschillende voorstellingen die Wunderbaum laat zien. “Melle Daamen (directeur van de Stadsschouwburg) heeft ons symbolisch de sleutel gegeven”, vertelt actrice Marleen Scholten in een Amsterdams café. “Drie dagen mogen we doen wat we willen, en we wilden het liefst gewoon ons meest recente werk laten zien; voorstellingen die nog niet of te kort in Amsterdam te zien zijn geweest.”

Als eerste is de grote-zaalvoorstelling Songs at the end of the world te zien, die Wunderbaum maakte met het theaterbandje Touki Delphine. “Songs… is meer een concert dan een voorstelling”, zegt Scholten. “We werden geïnspireerd door de documentaire Encounters at the end of the world van Werner Herzog, over wetenschappers op Antarctica. Dat vonden we een mooie metafoor: de Zuidpool als plek om je terug te trekken, het leven dat je óók gehad had kunnen hebben.”

“We staan met z’n achten op het toneel en hebben allemaal een lied. We hebben ‘alternatieve biografie’ geschreven voor onszelf: een verhaal dat begint in onze eigen, ‘echte’ jeugd, maar dat halverwege een andere wending neemt, en waarin we eindelijk op Antarctica terecht komen. Die verhalen vertellen we in pop- en rockliedjes, veel samenzang en in monologen en dialogen eromheen. We hebben zelf ook songteksten geschreven en wanneer we in Amsterdam spelen komt de cd uit.”

Oorspronkelijk had Wunderbaum het idee om met Touki Delphine iets te maken rond het boek Wij van Elvis Peeters, over losgeslagen jongeren in een Belgisch dorp, maar de muzikanten waren daarop tegen: “Wij hebben in onze voorstellingen vaak de neiging om de donkere kant van de mens en de wereld te laten zien. Maar dit keer wilden we dat niet. We willen het publiek een antwoord geven en niet volstoppen met ellende. Als we samen zingen is dat een antwoord op deze wereld.”

Een heel andere voorstelling is Looking for Paul, die Wunderbaum afgelopen november maakte in Los Angeles. Scholten: “We kregen een beurs om drie weken daar te kunnen werken en een voorstelling te presenteren. In een oudere voorstelling, Venlo, hadden we het al eens gehad over populisme en kunst in de openbare ruimte en in LA konden we dat verder onderzoeken aan de hand van de discussie over Kabouter Buttplug, dat grote beeld van Paul McCarthy in Rotterdam. McCarthy woont in LA en een van ons, Maartje Remmers, speelt een winkelier die de hele dag op dat obscene beeld moet uitkijken en die naar Amerika was gekomen om hem ter verantwoording te roepen.”

Lachend: “In LA werkte dat heel goed, niemand kent ons en mensen geloofden Maartje helemaal. Ja, Paul McCarthy zelf is ook komen kijken, met vrouw en dochter. Hij was een beetje verlegen dat er een hele voorstelling alleen over hem was gemaakt. Hij vertelde nog dat hij, toen hij hoorde dat Rotterdam Kabouter Buttplug op een openbaar plein wilden zetten, een minder aanstootgevend werk had aangeboden, maar dat hij als antwoord kreeg: ‘Nee nee, dit is Nederland, wij houden van provocerende kunst.’”

Tijdens hun verblijf in LA deden de acteurs ook een rondgang langs theatermakers om te kijken hoe zij hun geld verdienen. “Dat is best shockerend. Het budget van hele staat Californië voor kunst en cultuur is even groot als de subsidie voor Wunderbaum. Door de overheid worden kunstenaars totaal in de steek gelaten, maar tegelijkertijd zie je dat ze deels worden opgevangen door het publiek. De noodzaak om te maken is zo groot dat er toch wel theater is. Dus op dat gebied maak ik me niet zoveel zorgen over de bezuinigingen in Nederland. Maar goed, al die kunstenaars daar hebben zeven baantjes en maken theater midden in de nacht. Dat is alleen maar klote.”

“Voor ons heeft het ook wel nieuwe ideeën opgeleverd. We zijn soms erg gefocust op het vinden van nieuwe coproducenten, maar misschien moeten we veel meer op zoek naar samenwerking met andere soorten instellingen, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid of politiek, of in andere disciplines. Nu in de Stadsschouwburg hebben we ook een aantal debatten en nagesprekken. We willen verder denken dan theater.”

Wunderbaum Minifestival in de Stadsschouwburg Amsterdam
24/5 Songs at the end of the world met achteraf concert door Alamo Race Track
25/5 Looking for Paul, na afloop interviews door Bas Heijne
26/6 Rail Gourmet, nagesprek met schrijfster Annelies Verbeke
meer info op www.wunderbaum.nl

 

Festival a/d Werf 2011

Er zijn voldoende redenen om af te reizen naar het Utrechtse Festival a/d Werf dat afgelopen weekend begon: de premières van nieuwe voorstellingen van Ilay den Boer en Boukje Schweigman, de spannende internationale programmering, of de intrigerende kunstwerken die tussen performance en installatie liggen. Maar een uitstekende reden is dat er ook een van de beste theatervoorstellingen van het seizoen te zien is: Viva la Naturisteraçion van De Warme Winkel.

Viva la Naturisteraçion is een voorstelling over naturisme en ja: de vijf acteurs staan het grootste deel van de anderhalf uur bloot op het toneel. Maar wat ze op dat podium uitvreten is zo onbeschaamd, radicaal en fantasievol dat die naaktheid tegelijkertijd essentieel én bijzaak wordt.

De voorstelling begint als een speelse lezing, zoals we die vaker zien bij deze generatie theatermakers (zie ook Laura van Dolron of Marjolijn van Heemstra), waarin de nog geklede spelers een soort cultuurgeschiedenis van de naaktheid presenteren. Zoals in de eerdere voorstellingen van De Warme Winkel ligt hun fascinatie speciaal bij periode rond 1900, toen de clash tussen romantiek en decadentie leidde tot het zoeken naar manieren om dichter bij de natuur te komen en dus ook tot het naturisme.

De scène waarin de spelers zich dan daadwerkelijk gaan uitkleden wordt op geen enkele manier minder pijnlijk en genant gemaakt dan het is. Het deel erna is een beeldend ballet van fladderende piemels, trillende buiken en zwierende borsten, met de stevige Jeroen De Man als natuurlijk alfa mannetje. Rondom het speelvlak staat een enorme hoeveelheid strak gesorteerde troep – verfflessen, etalagepoppen, bamboetakken, telefoons, hamburger- en deodorantverpakkingen – die steeds meer over de vloer verspreid raken. De plastische scènes worden onderbroken door teksten van Thoreau, Huizinga en Greshoff, over het verlangen van de mens om terug te keren naar een vorm van ‘oorsprong’.

Maar gaandeweg wordt de voorstelling kwaadaardiger en grotesker; een lieflijk tableau rondom Anne Fé de Boer wordt een heftige horrorverkrachting, In een magistraal beeld van een zonsopgang lijkt Joris Smit uit slijm te worden geboren, maar voor hij al evoluerend de andere kant van het toneel heeft bereikt valt hij alweer neer.

En zo eindigen ze allemaal in absurde poses van geconstrueerde natuurlijkheid: de één probeert in een yoga-houding contact te maken met de aarde in de vorm van potgrond van een tuincentrum, de ander wordt jager worden met pvc buizen als werpspiezen en een derde doet beplakt met veren alsof ze een vogel is. De uiteindelijke conclusie moet dat de wens tot opnieuw beginnen onherroepelijk hoort bij het mens zijn en dat er maar één manier is om daadwerkelijk één te worden met de natuur: door te sterven. Weergaloos theater.

Het is gebruikelijk dat naakte acteurs snel een badjas aangereikt krijgen voor het eindapplaus, maar deze spelers blijven gewoon bloot, zij het inmiddels behoorlijk besmeurd, tijdens het buigen. Overigens kunnen eventuele liefhebbers de voorstelling ook naakt bezoeken, als volgende week zondag het publiek net zo naturistisch wordt als de spelers.

De rest van het festival steekt bij dit overdonderende spektakel een beetje flets af. In de kindervoorstelling Zoek het lekker zelf uit vertelt theatermaker Ilay den Boer (die aan de hand van zes voorstellingen over zijn familieleden zijn Joodse identiteit onderzoekt) het verhaal van zijn opa, een speelse schoolmeester uit Israël die na de Tweede Wereldoorlog ongewild voor zijn land moest vechten. Den Boer weet in dit deel, ondanks zijn innemende podiumpersoonlijkheid en mooie muziek van Florian de Backere, de vrolijke kinderspelletjes (onder andere een leuke speurtocht door het theater) niet bevredigend weet te verbinden aan de zware thema’s identiteit, vriendschap en idealisme.

Een aanrader onder de buitenlandse gastvoorstellingen is Testament van de Berlijnse groep She She Pop, waarin vier spelers met hun eigen vader op het toneel staan om Shakespeare’s King Lear te spelen. De kinderen (nou ja, ze zijn bijna veertig) hebben een hoop problemen met hun ouders, maar de vaders blijken uiteindelijk louter liefde en wijsheid te schenken. Een ontroerende voorstelling voor iedereen die zijn of haar vader nog iets aanrekent.

Meer info www.festivalaandewerf.nl

Verslag: ‘Über Leben’ van Judith Herzberg in Berlijn

Parool,verslagjes — simber op 16 mei 2011 om 01:27 uur
tags: , , ,

“Amsterdam, 1972” staat er geprojecteerd op een doek in het Deutsches Theater in Berlijn. Het is het begin van Über Leben, een voorstelling waarin de drie stukken van de infomele Leedvermaak-trilogie van Judith Herzberg op één avond worden gespeeld. Het is bijzonder dat Herzberg in zo’n prominent Duits theater wordt gespeeld, maar nog opvallender is dat je naar Duitsland moet reizen om deze stukken überhaupt te zien.

Leedvermaak van toneelgroep Baal was in 1982 een sensatie: een tragikomisch, aan Tsjechov herinnerend toneelstuk over een Joodse familie, een Nederlandse klassieker over het zwijgen en het verdriet van de tweede generatie na de Holocaust. Op de bruiloft van Lea hebben de verschillende gasten korte, terloopse gesprekjes, waarin complexe familierelaties en nog complexere loyaliteiten langzaam aan het licht komen.

Ada, moeder van de bruid, lijdt aan een kampsyndroom en moet om de liefde van haar dochter concurreren met oorlogsmoeder Riet, bij wie Lea verborgen was toen Ada werd weggevoerd. Zowel Ada als bruidegom Nico waren eerder getrouwd en de exen zijn op het feest aanwezig. De oorlog heeft voor deze mensen, lijkt het, elke vorm van menselijke hechting onmogelijk gemaakt, maar evenzeer is vluchten uit deze kleine kring onmogelijk. En het intrigerende aan het stuk is dat die oorlog vrijwel nergens expliciet word genoemd. Zoals een van de personages zegt: “Ik ben graag bij iemand die hetzelfde heeft meegemaakt als ik, zodat we er niet over hoeven te praten.”

In 1996 schreef Herzberg Rijgdraad, niet een vervolg op, maar en ‘gevolg’ van Leedvermaak, met dezelfde personages, zeven jaar later. Het werd opgevoerd door Toneelgroep Amsterdam en Theater van het Oosten. Het laatste deel, Simon, speelt weer achttien jaar later en gaat over de dood van Lea’s vader en over de nieuwe generatie die zich roert. Dat stuk is in Nederland alleen gespeeld als gastvoorstelling van een toneelgroep uit Düsseldorf, geen enkel Nederlands gezelschap heeft het nog gespeeld. Überhaupt is geen van de andere twee stukken ooit voor een tweede keer door een groot gezelschap gespeeld. Wel werden de stukken trouw verfilmd door Frans Weisz als Leedvermaak (1989), Qui Vive (2001) en Happy End (2009), grotendeels met dezelfde cast, die op schitterende wijze meegroeiden met hun rollen.

En nu is er dus Über Leben. Stephan Kimmig, een van de meest gerenommeerde regisseurs van Duitsland, wiens voorstellingen regelmatig worden uitgenodigd op het Theatertreffen, koos er in samenspraak met Herzberg voor om de drie  stukken als één voorstelling te brengen. Kimmig kent het Nederlandse theater goed. Hij werkte eind jaren tachtig in Eindhoven bij Globe, woonde enige jaren in Amsterdam en spreekt goed Nederlands. Samen met Herzberg bewerkte hij de stukken Lea’s Hochzeit, Heftgarn en Simon tot een vier uur durende voorstelling.

Über Leben speelt zich geheel af in een decor van onaffe, beige wanden, als van een huis dat eeuwig in aanbouw is. Het tempo van de voorstelling is opvallend traag. In het eerste deel zijn de bruiloftsgasten allemaal op het toneel, als mensen samen een gesprek hebben praten ze tegen de zaal. Het is een merkwaardig effect: de onbedoeld pijnlijke opmerkingen van Riet en het verdriet van Ada en Simon waar zo snel overheen gepraat wordt krijgen enorm veel nadruk; van de subtiele terloopsheid van Herzbergs dialogen blijft weinig over.

Wie de films kent, kan af en toe getroffen worden door de opvallende gelijkenis tussen Kitty Courbois en Almut Zilcher die Ada speelt of tussen de personages van Rijk de Gooijer en Christian Grashof. Blijkbaar zit er in de personages een bepaalde manier van expressie al ingesmeed.

In het tweede deel draait op de achtergrond continu het decor rond, waarbij in steeds nieuwe ruimtes met met lakens overdekte meubels de acteurs voor de volgende scène opkomen. Hier wordt de voorstelling dynamischer en duidelijker: in deze kleine gemeenschap bestaan geen geheimen. De tweegesprekken zijn een illusie: iedereen weet toch alles van elkaar, maar niemand kan met een ander praten. Het komt tot uitbarsting in het derde deel, waarin alle personages, oud geschminckt en gekleed, op een rij staan, met ineens een punkmeisje en een jongentje met sneakers en een grote koptelefoon ertussen. De jongere generatie erft het trauma maar gaat er weer heel anders mee om en schreeuwt het uit.

Het blijft opvallend dat de losse, vluchtige speelstijl die met name Maatschappij Discorida aan de stukken van Herzberg bijdroeg zich zo moeilijk laat overzetten naar het Duitse theater. Toch worden er mooie, tragische rollen gemaakt. Met name Christine Schorn als de eeuwige buitenstaander Riet is schitterend.

Het lijkt een goede zaak dat deze voorstelling ook binnenkort in Nederland te zien zal zijn. Maar toch, ondanks het enthousiasme van de Duitse pers, zou Über Leben misschien eerder een aansporing moeten zijn om het werk van een van onze grootste levende toneelschrijvers eens opnieuw te ontdekken.

Über Leben van het Deutsches Theater. Gezien 13/5 in Berlijn. Meer info.

Recensies TF Selectie

overig — simber op 15 mei 2011 om 20:34 uur
tags:

Gisteren werd de selectie bekend van het Nederlands Theaterfestival, de keuze van de jury voor de tien beste voorstellingen van het afgelopen seizoen.
Van de tien geselecteerde voorstellingen heb ik er over zes een recensie geschreven:

Interview Romana Vrede

Romana Vrede (Suriname 1972) begon als kooidanseres, werd actrice en speelt nu mee in MightySociety9. De Rotterdamse speelt een personage dat is samengesteld uit Medea, wethouder Marijke Vos en Ayaan Hirsi Ali. “Je kunt geen voorstelling over Afrika maken. Het gaat altijd over ons.”

In de repetitiestudio van Toneelgroep Amsterdam, op de zevende verdieping van de nieuwbouw van de Stadsschouwburg, staat een goedkoop uitziend studiodecortje klaar. Beneden, in de foyer van de Rabozaal is een groepje toneelliefhebbers het repeteren voor een koor en in de artiestenfoyer hangen diverse acteurs en musicalsterren – onder anderen Vera Mann, Hein van der Heijden, Henk Poort en Gijs Naber – op hun beurt te wachten. In een loeihete geluidsstudio krijgen ze steeds een kwartier om hun bijdrage op te nemen aan Voor eens en altijd, het ultieme protestlied voor Afrika.

Mightysociety is het tiendelige theaterproject, waarin schrijver en regisseur Eric de Vroedt de actualiteit wil behandelen op het toneel. Na voorstellingen over terrorisme, Uruzgan, Wilders en de vergrijzing gaat het nu over Afrika. Romana Vrede speelt voor het eerst mee in het los-vaste gezelschap dat De Vroedt inmiddels heeft opgebouwd. “Hij had me al een paar keer gevraagd, maar ik kon steeds niet”, vertelt ze een paar dagen later. Ook zij heeft meegezongen met het lied, met als refrein: “Voor eens en voor altijd/Zullen wij het daar veranderen/Voor eens en voor altijd/trekken wij het weer gelijk.”

Is het satire of is het oprecht? Bij De Vroedt weet je het maar nooit. “Het is echt een goed lied. bij het zingen merkte ik dat je het alleen maar goed kunt doen als je er voluit voor gaat”, zegt Vrede lachend. Dan serieuzer: “Het is ook het onderwerp van de voorstelling: hoe kun je nog iets over Afrika zeggen dat geen cliché is. We kennen alle beelden al, de hongerbuiken, de oorlog en de ellende. Ik denk dat we daar een vorm voor aan het vinden zijn, en Eric heeft een mooi aanknopingspunt gevonden in de Probo Koala-affaire.” Ze bedoelt het schandaal van naar het Panamese gifschip dat door Nederlandse bureaucratische onverschilligheid tegen de regels in uit Amsterdam weg kon varen, zijn lading in Ivoorkust dumpte bij een malafide afvalstoffenverwerker, met zeventien doden en duizenden gewonden tot gevolg.

De voorstelling bestaat uit drie delen. “Ze zijn onderling verbonden, maar we moeten nog kiezen of het een drieluik blijft of één doorlopend verhaal wordt. Het eerste deel gaat over een groep televisiemakers die een uitzending over Afrika willen maken die ontroert. Dat lijkt erg op de discussies die we zelf hadden tijdens de eerste repetitieweken.” Maar zoals in eerdere voorstellingen vermengt De Vroedt opnieuw actuele kwesties met oude mythologie. “Het middendeel gaat over de Probo Koala-affaire, met elementen uit Medea. Dat lijkt inderdaad moelijk voor te stellen, maar ik vind dat het hem heel goed gelukt is. Er zit een natuurlijk een Griekse tragedie in die affaire en hij trekt het mooi door in de taal.”

Continue reading “Interview Romana Vrede” »

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2014 Simber | powered by WordPress with Barecity