TA vs NT in 11/12

columns — simber op 9 juni 2011 om 23:28 uur
tags: , ,

(Wegens ruimtegebrek niet meer in de TM gekomen…)

Begin april brachten zowel Toneelgroep Amsterdam (TA) als het Nationale Toneel (NT) met enig tamtam hun programma voor het volgende seizoen 2011/12 naar buiten. Met het aantreden van Theu Boermans als artistiek leider mag het NT eindelijk ook artistiek meedoen als zwaargewicht. Hoogste tijd voor een tweekamp op de vuist. Wie weet de verwachtingen het hoogst op te kloppen? Een knokpartij in 7 rondes.

1. Aantal premières
TA is het duidelijkst in het persbericht: het gezelschap presenteert zeven nieuwe voorstellingen. Eén daarvan is een TA-2 productie. Bij het NT tellen we zes nieuwe titels, plus een nog onbekende zevende, een nieuwe voorstelling van Susanne Kennedy. De onvoorspelbare Laura van Dolron tilt het NT over de top: zij komt volgend seizoen ‘meerdere malen’ terug met op dit moment nog geheel onbekende performances. TA stribbelt nog tegen met negen reprises, maar het mag niet baten. Deze ronde gaat naar NT.

NT 1 – TA 0

2. Repertoirekeus

TA kiest voor groot en veilig met twee Molières, een Shakespeare een bewerking van een boek met voldoende snob-appeal (Disgrace van Coetzee) en een filmbewerking (Husbands van Cassavetes). De jonge regisseurs kiezen voor Amerikaanse schrijvers: Arthur Miller en Tenessee Williams. In Den Haag doen ze ook een Shakespeare en ook een bekend boek, maar dan – hoe origineel – non-fictie. Daarnaast nog een romanbewerking (De begeerte heeft ons aangeraakt naar Bert Natter) en verder onbekende stukken van Fassbinder, Enda Walsh en Dea Loher. Erg mwoah allemaal. TA wint nipt.

NT 1 – TA 1

3. Internationale gastregisseurs

TA weet meer en meer internationale topregisseurs aan te trekken. Volgend seizoen komen Luk Perceval en de in Nederland nog onbekende Dimiter Gotscheff (in Duitsland gerenommeerd vanwege zijn samenwerking met Heiner Müller). Als klap op de vuurpijl komt Johan Simons Macbeth maken. Het NT heeft daar maar weinig tegenover te stellen. Ene Franz Wittenbrink komt de voorstelling Koninginnenacht regisseren. “Wittenbrinks voorstellingen kenmerken zich doordat ze geheel gezongen worden.” Klinkt als een onbekende, goedkopere Marthaler. TA wint, met overmacht.

NT 1 – TA 2

4. Grotezaaldebuut

Beide gezelschappen hebben een jonge regisseur in de gelederen die na een talentontwikkelingstraject dit seizoen de grote zaal in mag. In Amsterdam gaat Eric de Vroedt Na de zondeval regisseren, het stuk waarin Arthur Miller terugkijkt op zijn huwelijk met Marilyn Monroe. Susanne Kennedy doet een stuk van Fassbinder met Els Dottermans en Betty Schuurman. Het is een felle strijd, maar het NT wint: De Vroedt heeft al stiekem in de grote zaal gestaan toen de reprise van Glengarry Glen Ross ineens in de Rabozaal was, en Kennedy lijkt van alle jonge theatermakers in Nederland het meest thuis in de grote bak.

NT 2 – TA 2

5. Grootschalige Shakespeare

Theu Boermans opent het seizoen met Midzomernachtsdroom, met o.a. Pierre Bokma, Ariane Schluter, Stefan de Walle en Matteo ‘Soldaat van Oranje’ van der Grijn. Dat wordt vast heel goed, maar het kan echt niet op tegen de seizoensafsluiter van TA: Macbeth, waarin regisseur Johan Simons wordt herenigd met Fedja van Huêt in de titelrol. Fedja speelde zijn mooiste rollen bij Simons (De Bitterzoet, Bacchanten) en met Chris Nietvelt als de Lady lijkt dit de absolute klapper van het seizoen te gaan worden. TA wint.

NT 2 – TA 3

6. Maatschappelijk engagement

De Vrek van Molière over geld en hebzucht laten gaan, daar slaan we niet stijl van achterover. Ivo van Hove zal van de komedie ongetwijfeld weer een actuele voorstelling weten te maken, zoals eerder Het temmen van de feeks of Der Menschenfeind in Berlijn. Maar in Den Haag gaat Johan Doesburg iets interessants doen: een bewerking van De Prooi, het boek van Jeroen Smit over de ondergang van ABN-Amro. Bovendien onthult dit een heel scala aan nog niet gebruikt materiaal voor voorstellingen. Verwacht de komende jaren dus theaterbewerkingen van Wij zijn ons brein, Het geheim van de Telegraaf en Congo (oh nee die was er al, Missie!).

NT 3 – TA 3

7. Acteursrollen

Hier komt het NT in de problemen, want met een mooi bezette Midzomernachtsdroom en Mark Rietman als Rijkman Groenink ga je het niet redden tegen TA. Hans Kesting speelt De Vrek, Fedja van Huêt Macbeth en Karina Smulders speelt in zowel het op Marilyn gebaseerde personage in Na de zondeval als de door Liz Taylor beroemd gemaakte rol in Kat op een heet zinken dak. Zo goed als KO voor TA.

NT 3 – TA 4

Theu-bonus

Maar in het zicht van de nederlaag zet Theu Boermans zijn joker in: aan het begin van het seizoen presenteert hij zich aan het Haagse publiek met een flink aantal reprises, waaronder de legendarische voorstelling De Presidentes van De Trust, met de originele cast (Blok, Van Eyle, Jongeling) en de Hamlet die hij vorig seizoen maakte in Graz. Is het genoeg? Nee…

NT 3½ – TA 4

Maar geen nood, volgend jaar revanche.

Mickery

overig,Parool — simber op 8 juni 2011 om 13:52 uur
tags: , , ,

Het kan nog steeds gebeuren dat als je in een ver oord met theatermensen komt te spreken die horen dat je uit Amsterdam komt, ze als eerste vragen: “So how’s the Mickery?” Mickery was een legendarisch theater, in 1965 opgericht door Ritsaert ten Cate in een schuur van zijn boerderij in Loenersloot. Tijdens zijn buitenlandse reizen was hij in contact gekomen met een circuit van avant-garde theatergroepen en performance kunstenaars, en hij gaf ze in Nederland een plek om te werken en op te treden. Het was in de jaren zeventig de een van de belangrijkste plekken voor vernieuwend theater, misschien wel ter wereld.

De komende dagen is zijn er twee gelegenheden in de stad die Mickery en en Ten Cate weer onder de aandacht willen brengen. Eerst wordt op donderdag in de Brakke Grond een website over Ten Cate in werking gezet (in de serie Eenlevenlangtheater.nl), daarna wordt op vrijdag in het Ketelhuis het boek Mickery Theater; an imperfect archeology gespresenteerd.

Ritsaert ten Cate, van vaders kant erfgenaam van de textielfabriek en van moederskant kleinzoon van de grote toneelspeler Eduard Verkade, werkte eerst als televisieproducent voordat hij in Loenersloot zijn kunstencentrum opzette, waar in een van de eerste jaren Nina Simone nog heeft opgetreden. Maar de grote faam en invloed kwam pas toen hij Amerikaanse en Engelse experimentele theatergroepen uitnodigde, zoals La Mama, Pip Simmons en The Performance Group, die zich later zou omdopen tot Wooster Group. Een Engelse criticus noemde Mickery “het belangrijkste theater van Engeland.”

Voor de kunstenaars die er werkten was het een kruising tussen een atelier en een jeugdherberg en voor de vaste bezoekers was het een soort sociëteit, vertelt schrijver en dramaturg Ruud Engelander, een goede vriend van Ten Cate. “Er was een vaste club die naar alle premières ging, ook om elkaar te ontmoeten, maar vooral omdat er iedere keer iets nieuws en interessants te zien was. Vergeet niet dat rond 1965 je in Nederland als liefhebber van theater álles wat er gemaakt werd kon zien, inclusief dans en opera. En het was allemaal vrij eenvormig. Ritsaert en Mickery lieten dat het ook anders kon, andere stijlen en vormen, maar ook andere manieren van produceren.”

In 1972 verhuisde Mickery naar Amsterdam, naar wat nu het Rozentheater is. Ten Cate was toen al meer en meer impresario en producent geworden die de groepen die hij interessant vond door Europa liet touren, ook bijvoorbeeld op het Holland Festival. Het ‘Mickery-circuit’ werd een staande term. De warme contacten tussen het Holland Festival en de Wooster Group stammen uit die tijd en het is geen toeval dat de New Yorkse groep juist deze week in het festival te zien is met Vieux Carré. Bovendien beïnvloedden de voorstellingen van Mickery talloze theatermakers in Nederland, met name Gerardjan Rijnders, Rob Klinkenberg, Jan Lauwers en Jan Fabre.

Toch lijkt Mickery in Nederland alweer grotendeels vergeten. De organisatie nam in 1991 afscheid met het Touch Time Festival in Amsterdam, en Ten Cate, die van 1992 tot 2005 de tweede-fase theateropleiding DasArts oprichtte en leidde, overleed in 2008.

Of het boek Mickery Theater; an imperfect archeology verandering gaat brengen in die onrechtvaardige vergetelheid is nog maar de vraag. Het Engelstalige boek is geschreven door Mike Pearson, die in de vroege jaren ’70 in Mickery speelde met het experimentele RAT Theater en nu hoogleraar Performance Studies is aan de universiteit van Wales. Zijn oorspronkelijke studie was echter archeologie en het boek, de eerste monografie over Mickery, is opgebouwd rondom een reeks ‘fragmenten’: interviews met betrokkenen, artikelen en recensies en foto’s en archiefmateriaal van het Theater Instituut Nederland.

Het pas waarschijnlijk goed bij de opvattingen over kunst die Mickery wilde uitdragen, maar voor de buitenstaander die wil bevatten wat het belang was van Mickery voor het theater in Nederland en Europa is het nogal ondoordringbaar. Dan is de website Eenlevenlangtheater.nl een stuk toegankelijker, al zou Ten Cate gegruwd hebben van de nostalgische invalshoek, met koffers, rozen en spiegels met lampjes.

In zekere zin is wat Ten Cate beoogde met Mickery bereikt: er is nu een veel diverser theaterlandschap, met veel ruimte voor experiment en internationale uitwisseling. Maar het is juist die diversiteit die met de door de regering aangekondigde bezuinigingen op cultuur onder druk staat. Engelander: “Met wat de Raad voor Cultuur nu voorstelt – theater concentreren in acht grote voorzieningen verspreid over het land – zijn we weer terug bij de periode net na de oorlog. En dat zorgde toen voor een stuwmeer van jonge mensen die ook aan de bak wilden en hun eigen weg gingen zoeken.” Kortom: als de geschiedenis zich herhaalt, komt Mickery onvermijdelijk weer voorbij.

Debat: What Mickery do we need now? en presentatie website: 9/6 , 16 uur in De Brakke Grond
Boekpresentatie Mickery Theater; An Imperfect Archaeology: 10/6, 14:30 in Het Ketelhuis

Holland Festival: Christoph Schlingensief

Christoph Schlingensief, de bad boy van het Duitstalige theater, is dood. Vorig jaar augustus overleed hij, 49 jaar oud, aan longkanker. Zijn grillige werk staat nu centraal in het Holland Festival: zijn twee laatste voorstellingen, Mea Culpa en Via Intolleranza II, zijn te zien, en daarnaast worden een aantal van zijn recalcitrante films uit de jaren negentig vertoond in het Ketelhuis.

Nederland leerde Schlingensief pas laat kennen, toen hij al ongeneeslijk ziek was. Zijn eerste voorstelling over de strijd tegen kanker, Eine Kirche der Angst vor dem Fremde in mir, was in 2009 op het Holland Festival te zien; een even levenslustige als huiveringwekkende combinatie van Fluxus, gospel, Joseph Beuys, doe-het-zelf-religie en dierlijke doodsangst, met als hoogtepunt een toespraak door de zwakke Schlingensief zelf, een oproep tot liefde en luisteren.

Maar dit was al ver na zijn geruchtmakende stunts in Duitsland. In 1998 richtte hij als kunstwerk een politieke partij op voor werklozen en andere ‘van de maatschappij uitgeslotenen’, waarin iedereen op de kieslijst mocht komen om zo op zichzelf te kunnen stemmen. In hetzelfde jaar riep hij alle vier miljoen Duitse werklozen op om tegelijk te gaan zwemmen in een meertje bij Helmut Kohl’s buitenhuis, zodat het meer zou overstromen en het huis onder water zou komen.

Continue reading “Holland Festival: Christoph Schlingensief” »

« Vorige pagina
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity