Recensie: ‘Lokjoden’ van Nieuw West

Parool,recensies — simber op 28 oktober 2011 om 01:38 uur
tags: , , ,

En daar loop je dan door de Damstraat. Met een jas van blauwe vuilniszak met daarop een zwarte davidsster getaped, begeleid door drie chassidische joden en een boom box waaruit Erbarme dich schalt, ongemakkelijk aangestaard door de Wallentoeristen.

Lokjoden is een term van PvdA-politicus Ahmed Marcouch, die naar analogie van lokfietsen en lokhomo’s undercover politieagenten wilde inzetten om antisemitisch geweld tegen te gaan. Maar zo over straat lopend krijgt het woord ook een andere betekenis: de drie begeleiders zijn rattenvangers van Hamelen, die ons streng gebarend overal naartoe kunnen brengen.

Die drie chassidische joden, met hoed, talliet, bakkebaarden in pijpekrullen en zwarte brillen zijn Marien Jongewaard, Dik Boutkan en de veel jongere Diede Zillinger Molenaar. Aan het begin van de voorstelling, nog in een zaaltje van Frascati, zitten ze in een kooi met een enorme hoeveelheid servies en glaswerk. Aan weerskanten van het toneel hangen banieren met davidssterren, tegen de achterwand hangt een spandoek met daarop “Heil heil heil”.

Kortom, in geen tijden was een voorstelling van Nieuw West zo jennerig en irriterend als Lokjoden, en waarschijnlijk komt dat door de hereniging van Boutkan en Jongewaard, die de groep in de vroege jaren tachtig oprichten maar ook al snel weer uit elkaar gingen. Het zijn twee spelers die van elkaar geen bullshit verdragen op toneel en die elkaar opjutten om het publiek eens flink tegen de haren in te strijken.

Het beste stuk is de monoloog met instructies die Jongewaard geeft voor de wandeling door de stad. Onnavolgbaar weet hij de Hollandse Schouwburg, Exodus en de aangekondigde cultuurkaalslag met elkaar te verbinden. “Mensen die ergens in geloven lopen gebogen.” De wandeling zelf wordt een “antropologische déjà vu”.

Tussendoor wordt nog wijn ingeschonken maar nadrukkelijk niet geserveerd, komen Joseph Beuys en een verhaal over Jan Dibbets voorbij, klinkt een afschuwelijke cover van Hallelujah, moet het publiek uit foto’s van beroemdheden kiezen wie “mee” mag en eindigen we een kip zonder kop en de woorden: “Zoek achter de woorden altijd naar het raadsel.”

Het is een associatieve voorstelling, soms nogal hermetisch en vaak uitgesproken lelijk, dwingend en herhalend. Maar tegelijk doet hij de observatie dat al die moderne kunst uit de jaren zestig die nu zo onder vuur liggen ontstaan is vanuit de onmogelijkheid om te spreken over de werkelijkheid van de holocaust. Nieuw West is een groep die zich altijd heeft verzet tegen dat zwijgen. Lokjoden is pijnlijk en schurend en juist daarom nu zo noodzakelijk.

Lokjoden van Nieuw West. Gezien 27/10/11 in Frascati. Aldaar t/m 9/11. Meer info op www.nieuwwest.com

Recensie: ‘Onze Paus’ van Wunderbaum

Parool,recensies — simber op 27 oktober 2011 om 01:07 uur
tags: , , , ,

“Het triviale niveau van uw sociale en morele observaties is niets meer dan teleurstellend.” Met deze woorden wees de Poolse theaterdirecteur Krystyna Meissner het in haar opdracht geschreven stuk Onze Paus van Arnon Grunberg af voor opvoering. De Nederlandse theatergroep Wunderbaum speelt het nu alsnog en maakt er een zotte nachtmerrie van. Maar heeft Meissner niet toch een beetje gelijk?

De Vlaamse neerlandicus Van Rompuy vindt een baantje aan de factulteit Nederlands van de universiteit in Wrocklaw, een beetje tot zijn verrassing na het snotterige sollicitatiegesprek en ook behoorlijk tegen zijn zin want Polen blijkt een soort Wallonië, maar dan erger. Op de eerste dag krijgt hij een fietsongeluk en raakt z’n voortanden kwijt, terwijl zijn meegereisde vriendin nogal overstuur raakt van de vlekken in de matras in hun door de universiteit ter beschikking gestelde woning. En dat is nog maar het begin van zijn teloorgang.

Van Rompuy wordt gespeeld de Vlaamse acteur Oskar van Rompay, die er een weergaloze rol van verbijsterde lijdzaamheid van maakt. Hij zit machteloos in een tandartsstoel, verplaatst zich in een door de universiteit ter beschikking gestelde rolstoel – hoewel hij die niet nodig heeft – komt steeds meer onder het bloed te zitten en heeft voor iedereen die tegen hem spreekt eigenlijk maar één antwoord: “No Polski”.

Ook de rest van het acteursensemble heeft er zichtbaar lol in om er bij het steeds absurder ontsporende toneelstuk nog een schepje bovenop te doen, met een luid orerende professor (Walter Bart op z’n grappigst), naakte mannen met een blinddoek, een vrouw in lingerie met een bomgordel (“kunst is een excuus voor pornografie”, zegt een van de personages, en een hitsige Maartje Remmers doet een geweldige act als tandartsassistente die met geweld dreigt als ze geen nieuwslezeres mag worden) een kind en een paus.

Maar al die vrolijke theatraliteit is verspild aan het nogal magere stuk van Grunberg, dat vooral lijkt te bestaan uit lange monologen met te weinig Grunbergsiaanse aforismes en dat tegen het eind z’n toch al geringe samenhang helemaal verliest. Opvallend omdat het stuk De Hollanders, dat hij dit jaar voor de Amsterdamse toneelschool schreef zo scherp was.

Wunderbaum, dat anders nooit bestaande stukken speelt, zegt juist aangetrokken te zijn door de rare, onaffe structuur. Maar misschien hebben ze zich juist wel te dienstbaar opgesteld. Nu is het met name een voorstelling voor de grootste fans van de schrijver.

Onze Paus van Arnon Grunberg door Wunderbaum. Gezien 26/10/11 in Frascati. Aldaar t/m 1/11. Meer info op www.wunderbaum.nl

Recensie: ‘Free Mason’ van Tjon Rockon

recensies — simber op 21 oktober 2011 om 09:55 uur
tags: , , , ,

Je moet maar durven: met een groot houten kruis over de Kruiskade in Rotterdam lopen en “Mason was een vis!” roepen. De drugsverslaafde bewoners van de Pauluskerk, de afwassers van de Chinese restaurants en wachtende passagiers bij de tramhalte kijken er verbijsterd naar. Sandro Lima schreeuwt als een bezeten godsdienstwaanzinnige teksten over Mason de verlosser.

Even ervoor zijn we bij de Schouwburg opgehaald door een oude man in een wit pak die Suriname bezingt, begeleid door een trompet. In een lange sliert lopen de toeschouwers door het centrum van Rotterdam, steeds begeleid door een paar Surinaamse spelers.

Tjon Rockon is een jonge, Rotterdamse theatermaker met Surinaamse roots. Hij viel de afgelopen jaren op als speler in voorstellingen van Made in da Shade en daarna als maker van gedurfde, performance-achtige voorstellingen. Free Mason, met als uitgangspunt Surinaamse begrafenisrituelen, maakte hij op Oerol – voor De Internationale Keuze bewerkte hij het tot een stedelijke versie, waar het hele verhaal me sowieso meer op z’n plek lijkt.

De optocht eindigt in een open bergruimte onder een stadsflat met veel beton en metalen kooien. Hier staat een grote witte doodskist met een vlag eroverheen. Er is een hond, getrommel, het ruikt naar wierook. We zijn op de begrafenis van ene Mason, maar veel komen we niet over hem te weten. Vijf mannen, allen suri’s met baarden, hebben allemaal zo hun eigen manier om met de dood om te gaan. Het lijkt een soort fantasie-ritueel, met godsdienstige extase, het plengen van sterke drank, winti, het uitdelen van taart, het ritmisch chanten van ‘iene-miene-mutte’ –het publiek doet enthousiast mee – en geborneerde wrok.

Mike Libanon speelt de achterblijver die nog een appeltje te schillen heeft met de overledene: “Maak die kist open! Even verifiëren. Even kijken of ik het niet zelf ben.” Zijn autoriteit geeft de voorstelling gewicht, terwijl de clownerie van Chiron Holwijn (met indianentooi, nertsencapen en trainingsbroek) het steeds licht houdt. Is dit een serieus begrafenisritueel of worden we met z’n allen in het ootje genomen? De absurde en ironische toon is prettig ambigu en deed me denken aan De Warme Winkel en Nik van den Berg.

Dan breekt regisseur Tjon Rockon gewelddadig in in de voorstelling. Met stoelen smijtend verwijt hij de spelers dat ze maar wat doen: “Wat heb jij eigenlijk met Suriname?” Het is een rare ingreep, vooral omdat hij zonder veel verdere uitleg van het toneel verdwijnt en het ritueel gewoon doorgaat, maar nu met een iets oprechtere toon. De overgebleven spelers kleden zich allemaal in het wit en nemen de kist mee naar buiten, waar de dansende stoet in een park tussen enkele vuren eindigt.

Zo is Free Mason een nogal dubbelhartige voorstelling geworden, waar ironie en zuiverheid naast elkaar willen staan. Als je dat bewust wilt doen is het lastig, maar als je het gewoon laat gebeuren, zoals Lima met het kruis voor de Pauluskerk, is het schitterend.

Recensie: ‘Bimbo’ door Boogaerdt/Vanderschoot

Wellustig draaien ze met hun heupen en billen. Borsten vooruit, pijpmondjes, zwart kant en leer. Toch klopt er iets niet. Het is de blik van de vijf speelsters in Bimbo, de nieuwe voorstelling van de mimegroep van Suzan Boogaerdt en Bianca van der Schoot. Die is hard en verveeld, robotachtig.

Over de ‘pornificatie’ van de samenleving is de afgelopen jaren een hoop gediscussieerd, vooral naar aanleiding van de documentaire Beperkt Houdbaar van Sunny Bergman en het boek McSex van Myrthe Hilkens. Bimbo voegt daar weinig nieuwe inzichten aan toe, maar weet doeltreffend en fascinerend de grens tussen wellust en gruwel te bespelen.

Daarvoor worden de toeschouwers voor een batterij aan beeldschermen neergezet. Achter hun rug is het rechthoekige speelvlak, een rudimentaire studio. Met één vaste camera geven vijf speelsters een show die nog een beetje hitsig begint maar al snel ontspoort in een afschuw wekkend schouwspel van folie, maskers en kruispruiken, en alles in fel blauwig licht dat alle vlees er des te onsmakelijker uit doet zien en begeleid door een eindeloze loop van het ranzige hitje My Neck, My Back.

Vooral de doorzichtige plastic maskers die de vrouwen eruit doen zien als ingepakte robots zijn naar, maar ook de plasticine maskers waarmee ze levensechte mannengezichten maken maken je steeds onbehaaglijker. Alle pornoposes komen voorbij, maar ook plastische chirurgie, een zwangere oma en smerige blauwe verfdrank. En je kunt steeds ook even achterom kijken naar hoe de spelers in de smalle ruimte buiten beeld zich steeds opnieuw verkleden in nog sletteriger pakjes van roze leer, schortjes, breede riemen en nepgouden sieraden in de vorm van het dollarteken.

Het is duidelijk dat de makers zich hebben laten inspireren door het befaamde videoclipje bij Windowlicker van Aphex Twin, waar een roedel geile dansende hiphopmeiden het akelig grijnzende gezicht van de Britse deejay digitaal kregen opgeplakt. Maar het contrast tussen de platte beeldschermen en de hijgende, zwetende en onmiskenbaar echte vrouwen maakt deze voorstelling anderhalf uur boeiend.

Alleen het einde, wanneer de vrouwen het achterdoek wegrukken en één voor één alle tv’s uitdoen is stom en moralistisch. Boogaerdt en Van der Schoot tonen een wereld waarin het zoeken naar schoonheid uiteindelijk leidt tot horror. Dat is een rake karikatuur en eentje die je niet zomaar uit kunt zetten.

Bimbo door Boogaerdt/Vanderschoot. Gezien: 20/10/11 in Frascati. Aldaar t/m 22/10 en 13-17/12. Tournee. Meer info op www.bvds.nu

Recensie: ‘Gekluisterd’ van Het Nationale Toneel

Parool,recensies — simber op 20 oktober 2011 om 01:18 uur
tags: , , , ,

Als de witte wand voor het decor naar voren kiept verwacht je een enorme klap, maar net voor hij beneden is komt hij rustig en gecontroleerd neer. Alleen een koude windvlaag raast langs de hoofden van de toeschouwers. Een mooi inzoom-effect zuigt ons meteen in de smerig witte doos erachter, waar Maxie en Kate wonen. Of beter: ze zitten er opgesloten.

Gekluisterd (Bedbound) is een rauw maar erg talig stuk van de Ierse toneelschrijver Enda Walsh. Twee jaar geleden maakte regisseur Susanne Kennedy bij Het Nationale Toneel van zijn New Electric Ballroom een ijzingwekkend horrortableau, nu maakt Johan Doesburg bij hetzelfde gezelschap een voorstelling die volledig drijft op de acteurs.

Iedere ochtend gaat Maxie in zijn enige pak naar zijn werk in het magazijn van een meubelzaak. Het pak is nog klam van het wassen de avond ervoor. Als Mark Rietman het vertelt zie je het joch meteen voor je. Rietman draagt een veel te groot pak met een vistnetshirt eronder. Iemand die netjes wil doen, maar eigenlijk een beest is. Tijdens de lunchpauze maakt Maxie aantekeningen in zijn boekjes ‘vijanden’ en ‘verkopers’.

Als hij zijn verhalen vertelt, speelt Kate (Sophie van Winden) alle overige personages. Zij is dubbel opgesloten: niet alleen in de witte box, maar ook nog in het smoezelige bed in het midden. Ze heeft een bochel en een trekkend been van de polio. Zijn het vader en dochter? Al snel ontsporen de verhalen. Maxie blijkt nogal moorddadig en psychotisch aangelegd en Kate is geobsedeerd door stront en drek. Hoogtepunt is een door Rietman bloedstollend vertelde moordaanslag met terpentine en een sigaar.

“Wat ben ik als ik niet de woorden ben? Dan ben ik lege ruimte”, zegt Kate, en daar raakt ze de kern. Het zijn twee mensen die al pratend en verhalend zichzelf construeren. Nu eens lijzig, dan weer hyperactief, altijd vermoeid en waakzaam. Wat ze vertellen is heftig en soms gruwelijk, maar ook meteen op afstand door de virtuoze taal en beheersing in spel.

Daar wringt de voorstelling ook een beetje. Je luistert graag naar deze twee acteurs, maar waar ze het over hebben blijft ver weg. Net als aan het begin voel je de klap aankomen, maar wordt die uiteindelijk bedwongen.

Gekluisterd van Het Nationale Toneel. gezien: 19/10/11 in het Compagnietheater. Aldaar t/m 29/10. Meer info op www.nationaletoneel.nl

Recensie: ‘Ich schau dir in die Augen, gesellschaftlicher Verblendungszusammenhang!’

recensies — simber op 18 oktober 2011 om 16:40 uur
tags: , , , ,

Voor de openingsavond van De Internationale Keuze is de Rotterdamse Schouwburg even omgetoverd tot de Volksbühne in Berlijn. Dezelfde zwartplastic lappen aan de wanden, hetzelfde lelijke gele voordoek en –het meest in het oog springend – de stoelen in de zaal zijn vervangen door witte zitzakken. Die zitzakken worden in Berlijn overigens alom verfoeid en bespot, ze moeten immers vooral verhullen dat de Oostberlijnse Volksbühne lang niet zoveel bezoekers meer trekt als in de hoogtijdagen van het revolutionaire theaterbolwerk, in de jaren negentig.

Maar goed, bij de voorstelling Ich schau dir in die Augen, gesellschaftlicher Verblendungszusammenhang! passen ze dan weer uitstekend. Voor Nederland is het niet de eerste kennismaking met het werk van de Duitse theatermaker René Pollesch, maar zo prominent stond hij hier nog niet. Vorig jaar zou hij op De Internationale Keuze te zien zijn met de voorstelling Der perfekte Tag – net als Ich schau dir in die Augen… een solo van toneelspeler Fabian Hinrichs – maar Hinrichs brak toen zijn been en de voorstelling ging niet door.

Pollesch is een typisch exponent van de opleiding ‘toegepaste theaterwetenschap’ in Gießen, waar vanuit een theoretische invalshoek het theater bekeken en bedreven wordt. Het levert soms gortdroge, hoogintellectuele exercities op, met theaterteksten op basis van sociologische geschriften vermengd met achttiende-eeuwse boulevardkomedies, maar soms ook fonkelend scherp en ideeënrijk theater-over-theater. Ich schau dir in die Augen… is een eminent voorbeeld van dat laatste.

Waar kijken we naar als we naar iemand op het toneel kijken? Een lichaam? Een representatie? Of een idee? Dat is het centrale probleem van deze voorstelling. Sinds 1971, toen op een conferentie in Bretton Woods de goudstandaard werd losgelaten en het geld niets werkelijks meer representeert, is ook in het theater – volgens Pollesch – elke verbinding tussen wat er te zien is en iets échts louter fantasie, een verhaal. Zelfs het lichaam van de acteur ontkomt daar niet aan; een toeschouwer kan nooit voelen wat een acteur voelt en kijkt dus altijd naar een idee.

Het is de verdienste van de weergaloze Fabian Hinrichs dat deze materie geen droge kost blijft, maar een sprankelende happening wordt. Hij presenteert het met onstuitbare energie als een speels college – steeds onderbroken door old-school hiphop, raggend door het publiek, hangend aan een lampencontraptie, terwijl hij grappen maakt over de boventiteling, halve liedjes speelt op piano, gitaar en drums en de zaal in de maat mee laat klappen. Maar het toppunt is dat hij tegelijkertijd zichzelf als acteur op het toneel problematiseert én van die problematisering weer een sublieme act maakt.

Ich schau dir in die Augen… is theatraal onderzoek van een niveau dat in Nederland niet alleen onbekend, maar ook ondenkbaar is. Daarvoor is het theoretisch denken hier te lande toch niet algemeen genoeg en daarom zit ons theater nog volstrekt gevangen in de “ellendige gezelligheid van de theaterzaal”. Maar het is wel een fabelachtige voorstelling die alles wat hierna op het festival zal volgen direct in een kader zet, als een nieuwe bril waarmee je alles ineens scherper kunt zien. En daarmee is het misschien wel de ideale openingsvoorstelling voor De Internationale Keuze.

Interview Alize Zandwijk

interviews — simber op 15 oktober 2011 om 12:35 uur
tags: , , , ,

De beste theatervoorstelling van vorig jaar komt terug naar Amsterdam. Branden van het Ro Theater was een even schitterend als hartverscheurend verhaal over de gevolgen van oorlog, waarin een moeder op zoek is naar haar kind en twee kinderen naar hun vader en hun broer, gespeeld door een multiculturele cast. Regisseur Alize Zandwijk: “Het is verbazingwekkend dat dat niet vaker gebeurt.”

In Schouwburg Kunstmin in Dordrecht verzamelt de hele crew van het Ro Theater zich op een vroege dinsdagmorgen. Het decor van Branden staat al, over een half uurtje komen de acteurs om in twee dagen de reprise op de rails te zetten. “Ja, de voorstelling zit nog helemaal in m’n hoofd. Niet toen ik hem maakte natuurlijk, maar nu ik hem zo vaak gezien heb wel. En voor de acteurs is het zo dat als ze met elkaar weer op dezelfde plek in hetzelfde decor staan het geheugen automatisch weer terugkomt. Mijn voorstellingen worden bij hernemingen vaak beter. Als de acteurs het zich helemaal eigen gemaakt hebben krijgt het een bepaalde verdieping.”

“Mijn taak is nu vooral het bewaken van het ritme. De voorstelling duurt tweeëneenhalf uur. Voor de toeschouwers lijkt het voorbij te vlíegen, maar voor de acteurs is het een hele lange boog. En eigenlijk zijn het twee vertellingen: twee paralelle zoektochten van mensen op zoek naar hun familie.”

Het stuk, van de Canadees-Libanese schrijver Wajdi Mouawad, begint met twee hedendaagse jonge mensen die zojuist hun moeder, Nawal, hebben verloren. Via haar testament horen ze dat ze nog een broer hebben, en dat hun vader nog ergens rondloopt, in het niet nader genoemde, door burgeroorlog verscheurde land waar zij oorspronkelijk vandaan komen. Zo begint voor de kinderen een zoektocht in de omgekeerde richting die hun moeder heeft afgelegd. Maar tegelijk zien we daardoorheen geweven de voorgeschiedenis van Nawal en haar andere, eerdere kind.

Wat de voorstelling mede zo bijzonder maakt is de opvallend multiculturele cast, met onder anderen Nasrdin Dchar (die onlangs in zijn Gouden Kalf-speech zijn trots op zijn Marokkaanse roots belijdde), Yahya Gaier en de Vlaamse Fania Sorel als Nawal. Andere spelers zijn Bright Richards en Oleg Fateev, die in repectievelijk Liberia en Tsjetsjenië aan den lijve een burgeroorlog meemaakten.

Ondanks het serieuze onderwerp is de vorm van de voorstelling bijzonder licht. “Het is een heel uitgestrekt verhaal en ik wilde dat heel naïef en speels vertellen. We kwamen toen uit bij een schimmenspel. Daarmee kun je met heel eenvoudige middelen, met een papieren berg en twee poppetjes, een reis van maanden laten zien.”

“Oorspronkelijk was het het plan om deze voorstelling in Hamburg te maken”, vertelt Zandwijk. Dat ging om allerlei redenen niet door en achteraf was ik daar blij mee: in Duitsland is toneel heel erg voor witte mensen. In Rotterdam heeft zestig procent van de bevolking een andere culturele achtergrond. Ik vind dat ik verplicht ben om daar iets mee te doen. Het is eigenlijk verbazingwekkend dat het niet vaker gebeurt op toneel.”

“Ik heb ook een voorstelling Moeders gemaakt, met zeventien moeders uit alle culturen van Rotterdam op toneel. Kwaliteit van theater heeft denk ik ook te maken met lokale verbondenheid. Ik wil ook voorstellingen maken om die andere verhalen te laten horen. En in dit dtuk komen veel van die verhalen samen; en het is zó goed dat mensen het als een slag in hun gezicht ervaren.”

Met dezelfde spelersgroep gaat Zandwijk later dit seizoen opnieuw een stuk van Mouawad opvoeren. “Branden is het tweede deel van een vierluik, Bloed van de Beloften. Nu gaan we het eerste stuk daarvan spelen. Het heet Kust en het gaat over een man die nergens begraven mag worden – niet in het westen waar hij naartoe is getrokken en niet in het oosten waar hij vandaan komt. Iemand die dus echt tussen twee culturen terecht is gekomen.”

Zandwijk is een van de weinige regisseurs die, naast klassiekers, nog consequent internationale nieuwe toneelstukken opvoert. Naast Mouawad regisseert ze veel nieuwe teksten van de Duitse schrijfster Dea Loher. “Ook het opvoeren van nieuw werk zie ik echt als een plicht voor een stadstheater als het Ro. En ik houd zelf heel erg van toneelteksten. Maar het is heel erg moeilijk om daarvoor voldoende publiek naar de grote zaal te trekken. En ik ben bang dat theatergroepen door de huidige situatie nóg meer gaan teruggrijpen op bekend repertoire en bewerkingen van boeken en films.”

Branden speelt op 17 en 18/10 in de Stadsschouwburg Amsterdam en van 9 t/m 12/11 in de Toneelschuur in Haarlem. Meer info op www.rotheater.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2014 Simber | powered by WordPress with Barecity