Artistieke samenwerkingen

overig — simber op 28 september 2013 om 10:00 uur
tags: , , , ,

[Voor het Frascati Magazine van alweer een  jaar geleden.]

Hoe passen negen theatergroepen in drie voorstellingen? In de eerste drie weken van het nieuwe seizoen staan er drie brede coproducties op het programma van Frascati: Beroemden van Stan, De Koe, Discordia en Dood Paard, Cadavre Exquis van Kassys, Tim Crouch, Nature Theatre of Oklahoma en Nicole Beutler en Antigone van (opnieuw) Beutler en Ulrike Quade. Het zijn verschillende soorten samenwerkingen: sommige makers kennen elkaar al lang, anderen hebben elkaar nauwelijks ontmoet, sommigen streven naar een aansluiting van onderlinge stijlen, anderen maken het verschil juist tot thema. “Het duurt lang om je eigen patronen te omzeilen. Nieuwe mensen kunnen je eerder een hak zetten.”

Ze noemen zichzelf de Polycoproductie, en heel informeel hebben ze het nog wel eens over ‘de jongens’. De verzameling van de acteurs Peter Vandeneede, Willem de Wolf (De Koe), Matthias de Koning (Discordia), Damiaan de Schrijver, Sara de Roo (Stan) en Gillis Biesheuvel (Dood Paard) kun je het best kenschetsen als de supergroep van het Vlaams/Nederlandse theater. In verschillende samenstellingen maakten ze de afgelopen jaren voorstellingen, het meest recent Onomatopee (2006) en We hebben een/het boek (niet) gelezen (2008), soms briljante, altijd hilarische verzamelingen scènes, clashende acteerstijlen en intellectuele hoogdraverij.

Dit jaar maken ze Beroemden, naar aanleiding van een toneelstuk van Thomas Bernhard, dat de zes spelers inmiddels alweer verworpen hebben. “Bernhard schreef het voor de Salzburger Festspiele”, vertelt Gillis Biesheuvel daags voor hij naar Antwerpen afreist om de voorstelling te gaan afmaken. “Het is een stuk over operazangers, dirigenten en dergelijke. Ze zijn allemaal net niet de top, maar aan tafel zitten ze alleen maar op te scheppen en de anderen af te kraken Het zit vol rancune, en daardoor schiet het in z’n eigen voet. We hebben het naast ons neergelegd, maar we gebruiken thema’s uit het stuk om materiaal te verzamelen. Ieder voor zich zoekt of schrijft scènes over corruptie, de leugen, plagiaat en politiek. Ik vond een transcriptie van een debat uit de Bundestag over minister Zu Gutenberg die zijn dissertatie zou hebben geplagieerd. Dat is geweldig materiaal.”

De samenwerking tussen de vier gezelschappen is organisch ontstaan. “Matthias de Koning en Willem de Wolf ken ik al heel lang. Toen ik voor het eerst een voorstelling van Kas & De Wolf zag was dat voor mij een doorbraak. Zo kan het óók. Uiteindelijk was het Willem met wie ik in gesprek raakte en ging samenwerken. Dat is toch vooral een kwestie van verenigbare karakters.”

Continue reading “Artistieke samenwerkingen” »

De lege ruimte van de opera; Peter Brook en de Zauberflöte

beschouwingen — simber op 27 september 2013 om 10:00 uur
tags: , , , ,

 [Voor de brochure van de internationale programmering van het Theater Chassé]

Het Théâtre des Bouffes du Nord in Parijs is zo’n bijzondere plek waar het gebrek aan afwerking –de muren zijn afgebladderd en hebben gaten, het hout is kaal– volledig wordt gecompenseerd door sfeer en authenticiteit. Ook in de lage landen hebben we een paar van die plekken: het Grand Theatre in Groningen, de zuilenzaal van de Felix Merites in Amsterdam en de Monty in Antwerpen. Regisseur en theatervernieuwer Peter Brook vond het theater in 1974 en vestigde er zijn groep. Na uitgebreide reizen door Afrika en het Midden Oosten vond hij er een nieuw thuis.

In 2008 nam de inmiddels 83-jarige Brook afscheid als artistiek leider van de Bouffes du Nord, maar heel af en toe regisseert hij nog. Zoals vorig jaar het bijzondere operaproject Une flûte enchantée, een minimale, uitgeklede versie van Mozarts opera Die Zauberflöte. Zonder uitgebreide decors en kostuums, zonder vrijmetselaarssymboliek en vooral zonder orkest. Pianist Franck Krawczyk dikte de orkestpartijen in tot een partituur voor één klavier van iets meer dan anderhalf uur en op het podium staan zeven jonge zangers en twee acteurs. Het is daarmee in feite eenzelfde soort geconcentreerde theatervorm die Brook al voorstaat sinds hij die tot uitdrukking bracht in zijn boek De lege ruimte.

Peter Brook werd in 1925 geboren in Londen. In de jaren ’40 en ’50 begon hij met regisseren en maakte hij een groot aantal voorstellingen bij de Royal Shakespeare Company. Ook regisseerde hij opera’s bij de Royal Opera House, waaronder een Salome van Strauss, met een decor van Salvador Dalí. In de jaren zestig wordt zijn stijl eenvoudiger, politieker en steeds verder uitgebeend. Onder invloed van de Franse toneelschrijver en acteur Antonin Artaud ontwikkelen zijn ideeën over theater zich en streeft hij meer en meer naar een theater dat is teruggebracht tot de kern.

Zonder Brook’s belang te willen reduceren, is het niet raar om te zeggen dat via zijn werk het gedachtegoed van theatergoeroe Antonin Artaud (1896-1948) grote weerklank vond bij het Europese theater in de tweede helft van de twintigste eeuw. Artaud bleef immers vooral een mysticus, die na het echec van zijn eigen voorstellingen in de jaren dertig in een gekkenhuis belandde. Artauds ideeën worden vaak samengevat in de titel van zijn manifest: het theater van de wreedheid. Met wreedheid bedoelt Artaud niet per se iets gewelddadigs of sadistisch, maar een “kosmische strengheid of onverbiddelijke noodzaak” die acteurs zichzelf, hun lichaam en het publiek moeten opleggen. Om het publiek zo diep mogelijk te raken moet het fysiek en moreel overweldigd worden. Bovendien moest, volgens Artaud, het theater bevrijd worden van tekst, “de tiran van de betekenis”, en een nieuwe fysieke uitdrukkingsvorm vinden.

Het is speciaal dit aspect van Artauds gedachtegoed dat Brook heeft uitgewerkt. Die kern voor Brook is dit: “Een man loopt door een lege ruimte, terwijl iemand hem bekijkt, dat is alles wat nodig is om een daad van theater te maken.” Die verbinding tussen mensen, zonder taal, vorm of fictie is vanaf grofweg 1965 Brook’s streven. Hij reist de wereld rond, maakt voorstellingen in Afrika voor mensen die in hun taal geen woord voor theater hebben, en laat dichter Ted Hughes een stuk schrijven (Orghast) in een volledig nieuwe taal. Zijn aanpak legt een steeds grotere nadruk op lichamelijkheid en beweging, vanuit de overtuiging dat handelen een diepere indruk maakt op de toeschouwer dan retorica. Met als schrikbeeld het ‘dodelijke theater’, waarin een acteur niet meer doet dan het voordragen van woorden zonder dat het emotie oproept.

In 1985 begon Peter Brook aan zijn meest ambitieuze project, waarmee hij ook het bekendst zou worden: een negen uur durende toneelbewerking van het Hindoe epos Mahabharata (in 1989 verfilmd). Met een multiculturele cast en een interpretatie van de Indiase godenstrijd als universele mythe, raakte Brook wereldwijd –de film werd in vele landen grofweg op hetzelfde moment uitgezonden– een snaar.

Zoals alle grote theatervernieuwers van de twintigste eeuw legt ook Brook in zijn voorstellingen de nadruk op de kunstmatigheid van de klassieke theatersituatie – voor naturalisme bleek film immers al snel veel geschikter. Maar anders dan bijvoorbeeld Brecht of Piscator is die vervreemding niet het doel. Nee, Brook wil in navolging van Artaud juist de klassieke naturalistische stijl afpellen om uit te komen bij een nieuwe (maar eigenlijk heel oude) waarachtige kern van theater: de lijfelijke ontmoeting van twee mensen: de speler en de toeschouwer. Al het andere is daaraan ondergeschikt. In zijn vormgeving maakt Brook vaak de theatermachinerie zichtbaar of gebruikt hij eenvoudige decorstukken die door spelers en publiek samen van betekenis worden voorzien.

Overigens heeft ook in Nederland deze sobere richting van het moderne theater een duidelijke traditie aangewakkerd, waartoe met name het Werktheater en Jan Joris Lamers behoren en die je nog steeds kunt zien in het werk van makers die zo uiteenlopend zijn als Boukje Schweigman, Lotte van den Berg of Dood Paard.

In zijn uiterst leesbare opstellen over theater gebruikt Brook veel voorbeelden uit zijn praktijk als regisseur en docent. Een veelzeggend voorbeeld is dit: “We plaatsten een acteur op toneel en vroegen hem om een dramatische situatie uit te beelden die geen enkele fysieke beweging met zich meebracht. Vervolgens probeerden wij te begrijpen wat hij aan het doen was. Vanzelfsprekend bleek dat volstrekt onmogelijk, dat was het doel van de oefening.” Dit werd Brook’s doel: het theater nieuw leven inblazen, door een nieuw theatraal vocabulaire te ontwikkelen dat los staat van taal.

Dit nieuwe vocabulaire maakt het spelen en interpreteren van klassieke stukken niet onmogelijk; integendeel, het zorgt voor hele nieuwe ensceneringsideeën. Omdat voorstellingen altijd moeten gaan over de hier-en-nu-situatie tussen acteurs en publiek zijn alle tradities bijvoorbeeld in feite blokkades die een wezenlijke ontmoeting in de weg staan. “Theater bestaat alleen in het nu en er is geen reden om te kijken hoe dingen in het verleden gedaan zijn”, zei Brook in een interview. En over wat dat betekent voor het spelen teksten: “Een woord begint niet als woord – het is een resultaat, dat begint als een impuls, opgewekt door houding en gedrag, die de uiting ervan noodzakelijk maken. Dit is een intern proces in een toneelschrijver; het wordt herhaald in een toneelspeler.”

Juist vanwege deze radicale opvatting is het ook zo interessant om te zien hoe Brook te werk is gegaan met een opera, waarbij niet alleen de woorden, maar ook de muziek vastliggen. Om te beginnen is het belangrijk dat Brook Die Zauberflöte in de eerste plaats benaderde als een toneelstuk: “Ik ben er volstrekt van overtuigd dat nergens in de geschiedenis iemand de muziek heeft geschreven en dat iemand daar later tekst bij gemaakt heeft. Geen enkele componist heeft liedjes onder in een la liggen wachten op de juiste woorden. De melodie komt als een componist de precieze woorden van een schrijver hoort. Dat geld voor Rodgers en Hammerstein, maar ook voor Mozart: de muziek wordt naar de oppervlakte getrokken door de woorden.”

In de woorden maakt Brook dan ook onderscheid tussen de liedteksten, die in het Duits worden gezongen en de dialogen, die gesproken worden in het Frans. Brook zelf benadrukt echter dat de muziek de belangrijkste leidraad was bij het ensceneren: “Bij iedere Zauberflöte vragen een regisseur en ontwerper zich af: hoe gaan we dit doen? Je heb de barokke route, je kan het met video doen, maar de basisvraag blijft: hoe gaat het eruit zien? Er is echter een andere aanpak, en dat is beginnen met het oor in plaats van het oog.”

Zo bezien is de keuze voor één piano als begeleiding niet meer dan logisch. “De piano is niet een mindere versie van een orkest, maar een van de stemmen in een kwartet. De zangers benaderen de opera op een heel andere manier, ze hoeven zich geen zorgen te maken over hun stemcontrole, omdat er geen orkest is waar ze bovenuit moeten komen.” Ook de fantastierijke eenvoud van het decor –de acteurs gebruiken een aantal bamboestokken om locaties te suggeren, maar ook als wapen, slang en de fluit uit de titel zelf– is geen opzet, maar de uitkomst van een lange repetitieperiode. “Ik ben nooit bewust bezig met dingen simpeler maken. Ik volg mijn instinct en neem de tijd. Tijd is een genadeloze, eroderende kracht, maar een die je, als je haar volgt, uiteindelijk leidt naar de pure essentie.”

Maar er is een vraag die rijst bij al Brook’s recente operaregies. Houdt zijn opvatting over de mystieke, misschien wel prehistorische ontmoeting tussen speler en toeschouwer wel stand binnen de verheven kunstmatigheid van de opera? Opvallend is in ieder geval dat Une flûte enchantée vooral gewaardeerd werd door theaterliefhebbers, terwijl muziekminnaars mopperden over zwakke zangers en een rommelige partituurbewerking. Is de uitgeklede theatersituatie misschien te banaal voor de andere, geheime werkelijkheid die Mozart openbaart via zijn muziek?

Maar eigenlijk doen die vragen niet ter zake. Niet voor niets noemt Brook zijn voorstelling niet De Toverfluit, maar Een Toverfluit. Dit is niet het laatste woord over Die Zauberflöte, maar een suggestie over hoe dat kunstwerk hier en nu betekenis kan hebben. In zekere zin worden alle voorgaande en volgende versies en enscenering in deze al in herinnering geroepen. En misschien zit daar wel de meest universele kracht van Peter Brook’s theater.

Interview Jan Fabre

interviews,Parool — simber op 26 september 2013 om 16:00 uur
tags: , ,

Al ruim dertig jaar weet Jan Fabre als beeldend kunstenaar, theatermaker en schrijver controverse op te roepen. Tijd om terug te blikken, onder meer met een herneming van zijn doorbraakvoorstelling Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was, die morgen in de Stadsschouwburg te zien is. “Deze voorstelling is tegenovergesteld aan de tijd waarin we leven.”

Iets buiten het centrum van Antwerpen, in een oude school die van boven tot onder  is volgepakt met werk van bevriende kunstenaars als Jan Lauwers en Marina Abramovic, ligt het ‘bedrijfsverzamelgebouw’ van Jan Fabre. Hier maakt de Belgische kunstenaar zijn theaterwerk met de groep Troubleyn, en organiseert hij zijn beeldende werk onder de naam Angelos.

Beeldende kunst en theater gaan voor Fabre al hand in hand, sinds hij zijn eerste performances maakte in New York, eind jaren zeventig. “Ik gaf soloperformances, maar ik kwam terecht in een circuit van performancefestivals waar slechte beeldende kunstenaars performance gebruikten als een soort vuilbak. En ik werd verliefd op een actrice en wat later op een danseres, en die hadden zo’n technische kwaliteit en bagage dat ik het spannend vond om voor hen iets te schrijven.”

Met de voorstelling Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was was Fabre in 1982 een van de eersten die ideeën uit de performancekunst het theater in bracht. De voorstelling duurt acht uur (als een normale werkdag) en bestaat uit dagelijkse handelingen zoals aan- en uitkleden, eten en rennen, die door eindeloze herhaling en de fysieke uitputting van de spelers buitengewoon en hypnotisch worden. Toeschouwers mogen vrij in en uitlopen.

“Het was toen een statement als jonge kunstenaar”, zegt Fabre. “Ik wilde de principes real-time en real action op een fundamenteel niveau onderzoeken. En ik wilde acteurs zien zweten en afzien. We waren een groep gepassioneerde en radicale spelers en samen hebben we een ontdekkingsreis gemaakt. De kritieken waren zeer negatief en we speelden voor vijf of acht mensen. Pas toen Ritsaert ten Cate de voorstelling naar het Mickery theater in Amsterdam haalde – destijds het beste avant garde theater van Europa – werd het opgepikt.”

Ook een nieuwigheid in 1982: dieren op het toneel. Later maakte hij voorstellingen met kikkers en vogelspinnen, maar in Het is theater… zijn het twee schildpadden. Fabre: “Dieren symboliseren voor mij het kwetsbare in de maatschappij. Hun instinct staat tegenover het vormelijke van de handelingen die de spelers moeten doen. De schildpadden lopen rond met een kaars op hun rug en houden een soort race. Hun timing bepaalt de timing van de voorstelling.” In 1982 waren het de huisdieren van Fabre zelf. “Inmiddels zijn ze overleden. Ik heb een hommage gemaakt hier in de Zoo.”

Oorspronkelijk was Fabre huiverig voor het hernemen van de voorstelling: “De mythe is groter dan de realiteit. Maar ik denk dat hij aan kracht gewonnen heeft. Het is nu een soort zalm die tegen de rivier opspringt. Het is theater… is nu zozeer het tegenovergestelde van de tijd waarin we leven, vastgeplakt als we zijn aan onze computers en mobiele telefoons. Hiervoor moet je als toeschouwer echt tijd vrijmaken om iets buitengewoons mee te maken.”

Maar voor Fabre was het hernemen ook een mooie gelegenheid om een nieuwe generatie performers op te leiden. “De verschillen met toen zijn groot. Er zijn in die dertig jaar in Europa heel veel theater- en dansscholen bijgekomen en die zijn veel beter geworden. Sommige daarvan onderwijzen mijn werk, dus jonge mensen komen er al mee in aanraking. En er zit bijvoorbeeld een tangoscène in, een choreografie van Wim Vandekeybus, en het kostte toen twee maanden hard werken om die in te studeren. De jonge spelers nu deden het in vier dagen. En die jongens doen het beter dan wij toen, haha.”

Wat blijft is Fabre’s fascinatie voor het lichaam: “Ik heb in dertig jaar tijd een soort methode ontwikkeld; ik noem dat ‘fysiologisch acteren’. Een acteur moet weten hoe zijn lichaam werkt; hoe het skelet functioneert, hoe je spieren functioneren en hoe vervolgens je organen reageren en je bloed. Emotie is niet iets dat buiten onszelf ligt, maar een registratie van een fysiologische sensatie die binnenin gebeurt. Er ligt zoveel kennis en geheugen in ons lichaam opgeborgen, daarmee moeten we leren omgaan. We leven nu in een tijd van het manipuleren van het lichaam, maar de techniek gaat het lichamelijke niet vervangen omdat het lichaam een groter geheugen kent.”

“Nee, psychologie speelt geen rol in mijn werk. Het is eerder een weigering van de psychologie.”

Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was, 21 september om 15:00 uur in de Stadsschouwburg. www.ssba.nl

Recensie Vals van NT Gent

“Winnen is geen feit, maar een perceptie; een overtuiging.” In Vals, het nieuwe toneelstuk van Lot Vekemans, komen twee zussen terecht in een politiecel. Ze worden beschuldigd van het aanrijden van een vrouw op een donkere weg en vervolgens doorrijden. Het was maar een kilometerpaaltje, zegt de chaufferende zus, maar er blijkt een getuige.

Op papier is Vals een prachtvoorstelling. Vekemans schreef eerder het mooie Gif en Zus van voor actrice Elsie de Brauw, en opnieuw voert Johan Simons de regie. Betty Schuurman en Bert Luppes maken de Hollandia-reünie compleet. Maar de voorstelling blijft vlak en saai.

De Brauw en Schuurman kissebissen wat af. De één is een pragmatische televisiester en de ander een ideologisch verstarde toneelspeelster haar zus graag de maat neemt. Ze wisselen op overspannen toon platitudes uit over kunst en amusement. (Een van de meest vervelende bijkomstigheden van de cultuurbezuinigingen is dat kunstenaars zich geroepen voelen om de hele hoge cultuur/lage cultuur-discussie uit de jaren negentig te recyclen.)

Het decor is vooral groot: plakken ijs op de vloer en een achterwand van schuine metalen platen, waardoor het hele toneel scheef lijkt te staan. Allemaal niet slecht, maar nogal overkill voor een tekst die zelf al duidelijk genoeg maakt dat de personages uit hun comfort zone gegooid zijn.

Het is Bert Luppes’ personage dat de boel nog een beetje op scherp zet. Hij is Gé, de G van getuige, of gek, of geestverschijning. Een bioloog die in cellen een ideale wereld ziet. Zijn wereldbeeld had nog wel meer mogen clashen met de zelfvoldane zussen. Nu blijft het een voorstelling die snel vergeten zal worden.

Vals van NT Gent en het Nationale Toneel. Gezien 18/9/13 in het Compagnietheater. Aldaar t/m 21/9. Meer info op www.ntgent.nl.

Reportage BCA jubileum

Applaus stijgt op uit de sloep. Musicalzangeres Miriam Venema staat aan de kant, bij de Hogesluis, en buigt uitgelaten aan de kant. Ze heeft net een verhaal verteld over een sexy laptopjongen in de trein en zong It’s oh so quiet van Björk. De sloep vaart verder, op weg naar de volgende act, een stuk verderop langs de grachten.

Met een kunstzinnige boottocht voor zijn relaties vierde het Bedrijfs Cultureel Abonnement (BCA) donderdagavond zijn tienjarig bestaan. Verspreid over zeven boten zitten medewerkers van bedrijven als PriceWaterhouseCoopers, de Belastingdienst en De Kraamvogel en vertegenwoordigers van diverse culturele instellingen. En hoewel het BCA tot nu toe voornamelijk goed werkte om personeelsleden naar musicals en cabaret te lokken, is deze avond ook te zien als een vlootschouw van jong podiumtalent.

Het BCA was een initiatief van Joop van den Ende: bedrijven kopen een abonnement en daarmee kunnen ze hun werknemers met korting theaterkaartjes aanbieden. Inmiddels maken 330 bedrijven gebruik van de dienst en gaan er zo’n 270.000 mensen mee het theater in. Directeur Babs Schipper is tevreden: “Je ziet dat mensen met zo’n abonnement vaker gaan, en dat ze ook eens iets ánders gaan zien: ik sprak een man die door een aanbieding van ons naar het ballet ging en gegrepen werd. Nu wil hij nog veel meer zien, terwijl hij daar uit zichzelf nooit naartoe zou zijn gegaan.”

Schippers ziet nog veel potentie in het idee: “We hebben de afgelopen jaren een goede basis gelegd, nu moet het nog veel bekender worden. En we gebruiken nu de grote acts en films om mensen binnen te halen, maar we willen ze aanmoedigen om ook eens naar het toneel of klassieke muziek te gaan. En we willen jong talent stimuleren.”

Dat jonge talent bevindt zich vanavond langs het water. We varen langs langs de circusartiesten van Tent die bij het Wertheimpark een mooie acrobatiekact doen, dobberen we voorbij een gewelddadig absurd tableau van performancegroep Eddy the Eagle Museum en spelen Niels Kuiters en Khadija Massoudi een stukje uit Romeo en Julia. Ook de gastheren op de boten zijn acteurs, zoals Rory de Groot, die een scène speelt uit zijn voetbalvoorstelling Hand in Hand en Bas van Rijnsoever, die zijn Paradehit BAS samenbalt in één lied. “Het lijkt wel een culturele Efteling”, roept een van de toeschouwers enthousiast.

Zelfs het eten is artistiek: in een kartonnen doos vind je drie bakjes met hetzelfde gerecht. Alleen door te ruilen met je medepassagiers kun je een volledige maaltijd samenstellen, een idee van het ‘food art collectief’ Bite Me. Aan het eind varen we bij het Scheepvaartmuseum een prachtige compositie voor koperblazers van Merlijn Twaalfhoven in.

Alle deelnemende artiesten zijn losjes verbonden aan Stichting Nieuwe Helden van theatermaker Lucas De Man, die het grootschalige evenement organiseerde. Al die ‘nieuwe helden’ zijn zo tegen de dertig en hebben een pragmatische opvattingen over hun kunst. Subsidies zijn schaars, dus houden ze hun hoofd boven water door naast hun eigen werk bedrijfspresentaties te geven, speeches te schrijven en andere opdrachten aan te nemen. “Voor ons is de samenwerking met BCA een mooie kans om kennis te maken met het bedrijfsleven”, zegt De Man.

Die samenwerking tussen BCA en Nieuwe Helden gaat verder dan alleen deze avond. De Man: “De voorstellingen van onze makers gaan actief gekoppeld worden aan groepen toeschouwers. Ik speel zelf in een voorstelling Bejaarden en Begeerte, die bijvoorbeeld uitstekend geschikt is voor cliënten en personeel van zorginstellingen. Bovendien wijzen we de bedrijven die geabonneerd zijn op ons bedrijfsaanbod: acteurs die een op maat gemaakte act spelen, Merlijn Twaalfhoven die het personeel een eigen compositie laat spelen. Dat inspireert geweldig.” Schippers: “BCA is een stichting en de eventuele winst die we maken geven we terug aan de sector, en nu via Nieuwe Helden aan de talenten van de toekomst.”

Zowel De Man als Schippers menen dat het bedrijfsleven het teruglopen van subsidies niet kan ondervangen, maar dat er meer mogelijkheden liggen dan er nu gebruikt worden. Schippers: “De sector is de afgelopen jaren scherper en wijzer geworden. De switch naar het aanboren van nieuwe geldbronnen wordt gemaakt, maar het hoge tempo van de bezuinigingen en de toon waarmee ze gepaard gingen zijn niet goed geweest. Het geven van korting in theater is nog steeds niet helemaal ingeburgerd. Toneel is toch een emotioneel product.”

“Wij merken dat het zoeken naar geld uit het bedrijfsleven enorm veel werk is”, zegt De Man, “Maar als ze ja zeggen, dan doen ze ook helemaal mee en krijg je achteraf nooit gezeur. Het zou fijn zijn als er een klein beetje subsidie zou bestaan voor de tijd dat je bezig bent om sponsors voor je project te vinden, want dat is nu langdurig, taai en onbetaald werk. Maar ik heb bijvoorbeeld nog nooit een project hoeven aanpassen voor een sponsor, en wel voor een fonds, dus de angst van kunstenaars voor bedrijven is echt belachelijk.”

Recensie: Theatercollege André Kuipers

Parool,recensies,verslagjes — simber op 17 september 2013 om 10:00 uur
tags: , , ,

“Een ruimtereis is inspiratie; een brochure voor onze planeet.” Na het succes van Al Gore, de TED Talks en DWDD University is de collegerage nu ook in het theater doorgedrongen. Op vier maandagavonden organiseert het nieuwe bedrijfje Theatercolleges van Hans Groen een reeks lezingen van prominenten in het DeLaMar Theater. Met astronaut André Kuipers had de reeks gisteravond een sterrenaftrap. Later deze herfst volgen nog Dick Swaab, Annemarie van Gaal en Jeroen Smit.

In een ongedwongen one-man-show vertelde Kuipers aan de hand van een enorme hoeveelheid foto’s het publiek –een volle zaal met vrij veel kinderen– over zijn uitgebreide training, de lancering, het dagelijks leven in het International Space Station (ISS) en de verschillende experimenten die hij daar uitvoerde.

Veel nieuws zat er niet bij voor degenen die de ruimtevaarder een beetje hebben gevolgd, maar de sprekende details –de uitgebreide bijgelovige rituelen voor de lancering; dat je eelt krijgt aan de bovenkant van je voeten omdat die in het ISS altijd in lussen hangen om je vast te houden; dat het ISS oud wordt en hier en daar begint te schimmelen– worden in hoog tempo en met droge humor opgediend.

Zoals veel astronauten raakte Kuipers tijdens zijn twee vluchten, waarvan de laatste ruim een half jaar duurde, diep doordrongen van de kwetsbaarheid van onze planeet en zijn werk terug op aarde bestaat vooral uit het promoten van techniek onder jonge mensen en natuurbescherming.

Maar Kuipers is te nuchter om echt meeslepend te kunnen spreken over de meer filosofische aspecten van zijn reis. Voor de internationale bemanning van een hoogtechnologisch ruimtestation is die zakelijke bedaardheid vast heel nuttig, maar het blijft een euvel van de ruimtevaart: te veel techniek, te weinig mystiek.

Theatercollege André Kuipers. Gezien 9/9/13 in DeLaMar. Meer info op www.theatercolleges.nl

Opening TF

Gisteravond werd in de Stadsschouwburg het jaarlijkse Nederlands Theaterfestival geopend. Juryvoorzitter Arthur Japin kondigde een nieuw stipendium voor toneelschrijvers aan. De traditionele openingsspeech ‘De staat van het theater’ werd uitgesproken door Minister Jet Bussemaker van Cultuur. Ook Mark Rutte was present, zij het als personage van toneelschrijver Nathan Vecht en acteur Guy Clemens.

Vecht voert de minister-president op in het korte toneelstuk Een eerlijk mens, waarin Rutte een denkbeeldige speech houdt tot de kunstwereld, naar aanleiding van de toespraak die Ramsey Nasr hield tijdens de Mars der Beschaving, het kunstenaarsprotest tegen de bezuinigingen in 2011.

Rutte, door Clemens zonder fysieke gelijkenis maar met montuurloze bril en blauwe das goed neergezet, blijkt een closet-kunstliefhebber. Zijn assistent en speechschrijver (gespeeld door Sieger Sloot) weet precies hoeveel zetels verlies een foto met het Concertgebouworkest of een bezoekje aan de opera kost, maar stiekem gaat Rutte vaak ’s avonds met zijn geheime pasje naar het Mauritshuis om naar de meesterwerken te kijken, speciaal Het Puttertje van Carel Fabritius.

Rutte’s toespraak is een geestige en villeine ontleding van Nederlandse kunst, het land dat geen verbeelding voortbrengt, maar uitsluitend nut en handel. “Dit land kent geen noodzaak zonder nut”, zegt hij, verwijzend naar Nasr’s gedicht over de ‘nutteloze noodzaak’ van de kunst. Maar de kunst krijgt zelf ook nog een veeg uit de pan, omdat ze zich stilhield over Irak of asielprocedures, maar over beschaving begon toen de subsidies verlaagd dreigden te worden. “Dit land houdt niet van u, ontdoe u van uw ketenen en vertrek”, is zijn conclusie.

Minister Bussemaker kon het stuk wel waarderen en beloofde een uitvoering voor de ministerraad voor te stellen. “Mijn collega’s kunnen wel tegen een stootje.”

De minister hield een opvallend inhoudelijke toespraak over de verhouding tussen kunst en politiek. De vraag of kunst van waarde is voor de democratie beantwoordde zij met een volmondig ja. Ook zij toonde zich een eerlijk mens: meer middelen voor de kunsten zitten er de komende periode niet in. Wel gaat ze bij de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) een denktank opzetten om bij te dragen aan het publieke debat over kunst. Ook vroeg ze om ambassadeurs voor de kunsten: “Waar is de André Kuipers of de Robbert Dijkgraaf voor het theater?”

Juryvoorzitter Arthur Japin, verantwoordelijk voor het samenstellen van het programma van de tien beste theatervoorstellingen van het afgelopen seizoen, gebruikte zijn tijd om een nieuw fonds te introduceren: het TheaterTekstTalent Stipendium. Beginnende toneelschrijvers kunnen een bedrag aanvragen voor een nieuw te schrijven toneelstuk en er is ook geld beschikbaar om de nieuwe tekst opgevoerd te krijgen. Initiatiefnemer Joachim Fleury nam het idee over van het Engelse ‘Adopt a playwright’, in Nederland is schrijfster Maria Goos een van de juryleden. Het Prins Bernhard Cultuurfonds beheert het nieuwe stipendium.

TF Tips:

Viva la naturisteraçion van De Warme Winkel: vitale en beeldende voorstelling over naturisme, rauw en vol overgave gespeeld door de merentijds naakte cast. State of the art theater. (11-15 september in het Openluchttheater in het Amsterdamse Bos)

Topacteurs en goede vrienden Gijs Scholten van Aschat en Pierre Bokma spelen scènes van Shakespeare. Aan de hand van hun favoriete dialogen uit Richard III, Romeo en Julia en Hamlet laten ze zien hoe het ook kan. Eenmalige theatervoorstelling, en u krijgt er gratis een jaarabonnement bij op het nieuwe theatertijdschrift Scènes. (8 september, 16:00 uur in de Stadsschouwburg)

Somedaymyprincewill.com van Sadettin Kirmiziyüz: in de kleinezaalhit van het afgelopen seizoen vertelt Kirmiziyüz het verhaal van zijn zus over romatiek en integratie, met spetterende muziek van The Sadists. Nu twee maal in de grote zaal (11 en 12 september, Stadsschouwburg)

Hard Candy van Oostpool en Sonnevanck: één van de beste jeugdtheatervoorstellingen van het afgelopen seizoen, vond de jury. Gebaseerd op de gelijknamige film uit 2005 over de snel uit de hand lopende internetdate van een volwassen fotograaf met een veertienjarig meisje. (15+, 9 en 10 september in De Krakeling)

Het Nederlands Theaterfestival duurt nog t/m 15/9. Meer info op www.tf.nl

Theatertocht: Fringe

overig,Parool — simber op 13 september 2013 om 14:02 uur
tags: , ,

Screen Shot 2013-09-13 at 14.47.50

[Deze feature had een mooie infographic in de PS, hierboven mijn kladversie.]

Het Fringe festival bast weer los. Begonnen als het vrolijke, rommelige en onbesuisde broertje van het bedaagde en officiële Nederlands Theaterfestival, is het Amsterdam Fringe Festival een eigenzinnig buitenbeentje in het hoofdstedelijke festivallandschap. Het festival kent in principe een open inschrijving, dus je vind er een enorm aantal absurd diverse voorstellingen, performances en andere happenings, meestal op onverwachte locaties in de stad. Uit het forse programma kiest Het Parool de beste, spannendste en meest ongebruikelijke evenementen.

Bewezen kwaliteit:

Eindelijk! Kirgizië van Gehring & Ketelaars
De twee makers gingen in 2010 naar het volstrekt onbekende land Kirgizië, dat net wereldnieuws werd omdat het volk de corrupte president verjoeg. Ze spraken met een roltrap-alcoholiste en haar puberende zoon, twee verliefden en een jonge vrouw die huilt om haar land. Prachtig vertellend theater, waarmee ze in 2010 de publieksprijs van het festival wonnen.
Waar: Bellevue.

Florence Foster Jenkins van Mtg De Koude Kermis
Een vrouw die niet kan zingen, maar met grootse ambities en bijzonder veel geld. Ze wordt ondanks haar gebrek aan talent operadiva en treedt op in de grootste zalen van de VS. Paméla Menzo en Anne van Dorp maakten een geestige en absurde voorstelling over iemand die bijzonder graag bijzonder wil zijn. Won vorig jaar de prijs voor de beste voorstelling op de Fringe.
Waar: Compagnietheater

The Three Little Pigs van The Pink Couch
Animal Farm meets Reservoir Dogs belooft deze Zuidafrikaanse voorstelling, die vorig jaar de beste bleek van het Fringe Festival in Grahamstown, Zuid Afrika. Gebaseerd op het sprookje en op de andere betekenis van ‘pig’: politieagent.
Waar: De Brakke Grond

Wit Konijn Rood Konijn van Nassim Soleimanpour
Een huiveringwekkend stuk over het hedendaagse Iran met een wel heel bijzondere vorm: iedere avond leest een nieuwe acteur het stuk voor het eerst voor. Hij of zij haalt de tekst uit een verzegelde envelop en speelt het stuk ‘koud’. Vorig jaar al een bijzondere serie voorstellingen in Bellevue, nu op de Fringe met o.a. Vincent van den Berg, Lineke Rijxman en Mohammed Azaay.
Waar: Tolhuistuin

Daddy Day van Bert Hana
Theatermaker Bert Hana reisde inmiddels de wereld rond met zijn diavoorstelling Pappadag over een uitje met zijn dochter. In 2009 vond de jury het de beste voorstelling van de Fringe, nu staat Hana met de Engelstalige versie op het festival.
Waar: Betty Asfalt Complex

Muziek:

Daedalus / Cobain van Zwerm
Muziektheater over hoogvliegers die diep vallen. Met eigen composities en muziek van Rachmaninov en Nirvana.
waar: Melkwegtheater

Mick Jagger is my nightmare van Marius Mensink
Een dansperformance waarin theatraal performer Mensink ‘moves like Jagger’.
Waar: Club Up

Politiek:

George en Eran lossen wereldvrede op van Theater Rast
De Nederlandse Syriër George Tobal en de Israëlische Hollander Eran Ben-Michaël werden ondanks hun tegengestelde achtergronden. Nu maken ze een voorstelling waarin ze het publiek met grappen, clichés en persoonlijke verhalen langzaam de pijnlijke dilemma’s van het Midden Oosten binnentrekken
waar: Ostadetheater

Mauerkopf van Marte Boneschansker & Vincent Brons
Twee vrienden gingen naar het voormalige Oost Duitsland om onderzoek te doen naar de Stasi die haar eigen bevolking bespionneerde, en leerden meer over elkaar dan ze ooit wilden weten.
waar: Mediamatic, Van Gendthallen

Persoonlijk:

The Missing Beat ~ The Quest van Wynn Heliczer
Actrice en singer/songwriter Wynn Heliczer ging op zoek naar het wonderlijke verhaal van haar vader, de Joods-Italiaanse kindster, filmmaker, dichter en vrije vogel Piero Heliczer. Ze volgt met documentair materiaal en met eigen muziek zijn spoor naar Parijs, New York en Rome.
Waar: Bellevue

Engelstalig/language no problem:

The Rebel Sperm van Jackie Brutsche
Een Zwitserse voorstelling (in het Engels) over een spermacel die ervan droomt om astronaut te worden. Een driedimensionaal rock ’n roll stripboek. Klinkt buitenissig.
Waar: Club Up

The BIRDMANN van The Birdmann
Komisch varieté uit Australië
Waar: Bellevue

Opvallende locatie:

4 Fighting Nordin van Boumadian Jaghi
Boumadian Jaghi maakte een voorstelling over de Amsterdamse bokser ‘Fighting’ Nordin Ben Salah, die in 2004 werd vermoord. Locatie is de boksschool aan de Weesperzijde van Bert Kops, een oude vriend van Ben Salah. Schone sokken aan, want in de sportschool moeten je schoenen uit.
Waar: Boksschool Bert Kops

Sameplace van Team Tony
In een seksclub, pardon ‘erotisch café’ ontmoeten we een man die zwanger wil worden en een vrouw met een Zuidamerikaanse Gigolo. Twee monologen worden samen een tragikomisch sprookje.
Waar: Sameplace, Nassaukade 120

Bezoek van Roos Pollmann
Schrijfster Roos Pollman maakte een persoonlijke monoloog en nodigt het publiek uit bij haar thuis in de Kinkerbuurt. Een voorstelling voor tien toeschouwers in een benedenwoning.
Waar: Nicolaas Beetsstraat

Recensie: ‘Lange dagreis naar de nacht’ van Toneelgroep Amsterdam

De bitterste beledigingen, meteen gevolgd door excuses. Regisseur Ivo van Hove heeft al lang iets met het werk van Eugene O’Neill. Bij Het Zuidelijk Toneel regisseerde hij Het begeren onder de olmen en het fascinerende Rijkemanshuis, bij Toneelgroep Amsterdam maakte hij het veel geprezen Rouw siert Electra (deze weken in reprise te zien). Nu waagt hij zich aan het meest complexe stuk van de Amerikaanse toneelschrijver en Nobelprijswinnaar, of in ieder geval z’n meest autobiografische.

Lange dagreis naar de nacht toont een dag in het leven van de familie Tyrone, bestaande uit een alcoholische vader (Gijs Scholten van Aschat), een morfineverslaafde moeder (Marieke Heebink) en twee zoons, een mislukte acteur (Ramsey Nasr) en een mislukkende dichter (Roeland Fernhout). In een in whiskey gedrenkte nacht zeggen ze elkaar de waarheid, maken ze elkaar verwijten en beuken ze elkaar murw.

Het decor is een onpersoonlijke huiskamer, zoals ontwerper Jan Versweyveld er al dozijnen maakte, hier volstrekt kloppend met de beschrijving van de moeder dat het huis nooit een thuis is geworden. Er staat niets anders in dan een enorme tafel en een even grote plant. Een eindeloze wenteltrap spiraalt de kap in, die Heebink beklimt als ze haar spuit gaat zetten. Er staan geen stoelen en de acteurs zitten op de grond of hangen op de tafel. Alle muziek is van singer/songwriter Randy Newman, wiens afstandelijk sarcasme slecht lijkt te passen bij O’Neills intensiteit.

Het is niet de enige merkwaardige keuze in deze voorstelling. Van Hove lijkt te willen benadrukken dat achter al het kwetsen ook nog steeds familiale warmte en genegenheid te vinden is en de voorstelling begint met de familie in omhelzing verstrengeld. Maar het contrast werkt niet: de combinatie van verbale beledigingen en lichamelijke affectie voelt onwaarachtig aan.

Door die ongeloofwaardigheid gaat O’Neills stuk nogal trekken en gaat je ineens opvallen hoe mechanisch de psychologie van de personages eigenlijk is. Allevier hebben de gezinsleden hun eigen beschadiging, die expliciet ontraadseld wordt en die hun gedragingen tot in detail verklaart. Het ouderwets reductionistische mensbeeld krijgt op geen enkel moment tegenwicht, en daardoor rijst de vraag waarom Toneelgroep Amsterdam eigenlijk dit stuk wilde spelen.

Wat rest is dat de spelers voor mooie momenten zorgen. Met name Scholten van Aschat is prachtig: oud en verslagen, maar dan plotseling zijn autoriteit doen gelden. Zijn monoloog over de jeugd van de oude Tyrone is het hoogtepunt van de voorstelling. Ook Fernhout is mooi getormenteerd.

Het meest opmerkelijke aan deze voorstelling is dan ook iets dat de toeschouwers niet kunnen zien: tegelijkertijd speelt theatergroep De Warme Winkel achterop het toneel de voorstelling Achterkant. Als je even wacht nadat de zaal leegstroomt duiken ineens Vincent Rietveld en Ward Weemhoff op op het toneel. Weemhoff noemde in een interview Achterkant een protest tegen het huidige repertoiretoneel. Daar hebben ze een uitstekend mikpunt voor gevonden.

Lange dagreis naar de nacht van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 25/8/13 in de Stadsschouwburg. Aldaar nog t/m 13/12. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Interview: De Warme Winkel

interviews,Parool — simber op 1 september 2013 om 22:23 uur

Naaktlopen en Toneelgroep Amsterdam uitschelden. Theatergroep De Warme Winkel begint het seizoen goed met twee voorstellingen: een reprise van Viva la Naturisteraçion in het Bostheater en de nieuwe voorstelling Achterkant, die tegelijkertijd plaatsvindt met Lange dagreis naar de nacht van Toneelgroep Amsterdam. “Het moet zó genant zijn dat we het eigenlijk zelf in onze broek doen.”

Ze moeten er een beetje om giechelen. Als Vincent Rietveld en Ward Weemhoff vertellen wat ze gaan doen in Achterkant worden het twee kwajongens die hun grootse schelmenstreek plannen. “De voorstelling is ontstaan als decor-idee: achter op het toneel van de Stadsschouwburg is een grote poort voor het laden en lossen van decors”, zegt Rietveld, “Als je daar glas in zet kun je achter het toneel een voorstelling spelen, met de voorstelling in de grote zaal als decor.”

De Warme Winkel presenteerde het voorstel aan Ivo van Hove, die onmiddellijk zijn voorstelling Lange dagreis naar de nacht ter beschikking stelde. Beide voorstellingen gaan morgen in première. “Er kunnen maar 34 toeschouwers naar Achterkant,” vertelt Weemhoff, “We verzamelen bij de artiesteningang, gaan stiekem naar boven, we zien de schouwburgzaal vollopen, en we volgen en becommentariëren drieëneenhalf uur lang de voorstelling. En we gaan er al snel met gestrekt been in.”

Oorspronkelijk was het niet de bedoeling om Toneelgroep Amsterdam tegen de schenen te schoppen. “We wilden kunnen uitpakken over Eugene O’Neill”, zegt Rietveld, “Lange dagreis naar de nacht is volstrekt autobiografisch en hij zet zijn eigen familie te kijk als alcoholisten en gestoorden. Zo hebben we eerder ‘oeuvre-voorstellingen’ gemaakt over Weense kunstenaars als Rilke en Alma Mahler. Maar gaande weg werd het steeds meer een commentaar op wat de acteurs zoals Ramsey Nasr en Gijs Scholten van Aschat daar aan het doen zijn.”

In deze strijd sparen Weemhoff en Rietveld zichzelf niet. Rietveld: “We spelen dat het 2026 is en dat de voorstelling van Toneelgroep Amsterdam een gigantisch succes is geworden en nu al voor het dertiende seizoen wordt hernomen. En wij zijn de mislukte leden van De Warme Winkel die nu understudies van de TA-spelers zijn. En als dronken sportcommentatoren kankeren we op alles en iedereen.” Weemhoff: “Het moet hoog spel zijn. Het moet zó genant zijn dat we het eigenlijk zelf in onze broek doen, omdat we zo ongegeneerd amateuristisch aan het spelen zijn. Alleen dan kan het hogere kunst worden, in plaats van slecht cabaret.”

Wat vindt Toneelgroep Amsterdam van deze aanval van binnenuit? Weemhoff en Rietveld maken zich daar niet zo druk om: “Ivo van Hove kan dit best hebben”, denkt Weemhoff. “Hij heeft als theatermaker ook een vrij ruige geschiedenis. Ik vind het overigens zeker een compliment waard hoe gastvrij en zonder voorbehoud hij ons hier binnen heeft gehaald. Hij heeft alle deuren wijd voor ons opengezet, terwijl hij natuurlijk best weet welke kant het opdraait.”

Maar achter de kwajongensbravoure zit wel degelijk ook serieuze kritiek op het Nederlandse schouwburgtoneel en –publiek. Weemhoff: “We zien in Nederland veel ‘tekentafeltoneel’, voorstellingen waarbij er eigenlijk niets plaatsvindt en het publiek toch doet alsof het geweldig was. Het gaat niet bruisen. Zo krijg je uiteindelijk doods toneel voor een doods publiek.” Maar Rietveld benadrukt dat het niet alleen over toneel gaat: “Het wordt een enorme incrowd-voorstelling, maar het gaat ook over thema’s als mislukking, spijt en zelfmoord. En dat sluit dan weer precies aan bij O’Neill’s stuk.”

Naast commentaar heeft De Warme Winkel zelf ook een alternatief voor het repertoiretoneel waaraan de groep zich soms zo ergert. Met grootse, beeldende en vitale voorstellingen wist de groep de afgelopen jaren een grote schare fans op te bouwen. Vorig jaar werden twee Warme Winkel-voorstellingen geselecteerd voor het Nederlands Theaterfestival als beste van het seizoen. Eén daarvan, Viva la naturisteraçion!, gaat dit jaar tijdens het festival in reprise in het openluchttheater van het Amsterdamse Bos.

Viva la naturisteraçion! is een heftige, uitbundige voorstelling over naturisme (“weergaloos theater”, juichte deze krant) en de drie acteurs en twee actrices lopen gedurende het grootste gedeelte van de voorstelling naakt over het toneel. Toch blijkt het opmerkelijk genoeg een crowdpleaser. “We hebben hem in Groningen gespeeld en in de duinen bij Egmond”, vertelt Jeroen De Man, de Warme Winkel-lid en acteur in Viva la naturisteraçion! “Overal zien mensen er heel veel in. Mensen komen terug om hun vrienden mee te nemen.”

De Warme Winkel heeft zich gevestigd in Utrecht. Na het debacle met De Utrechtse Spelen heeft de groep zichzelf aangemeld om die groep over te nemen. Het is nog de vraag of dat lukt, maar het tekent in elk geval hun ambitie. Mara van Vlijmen, de vierde Warme Winkel en regisseur van Viva la naturisteraçion!: “Zoals Achterkant tegen Toneelgroep Amsterdam aanduwt zouden we heel graag ook tegen de stad Utrecht aanduwen. Wij zijn altijd altijd op zoek naar waar de weerstand zit bij het establishment.”

Achterkant speelt in de Stadsschouwburg 23 t/m 31/8 en 17 t/m 21/9. Kaarten via www.achterkant.nu.
Viva la naturisteraçion! speelt in het Bostheater 11 t/m 15 september. Kaarten via www.tf.nl

 

Volgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity