TIN, de stand van zaken

Bijna een jaar geleden sloot het Theater Instituut Nederland zijn deuren. De collectie werd overgedragen aan de Universiteit van Amsterdam en de vele projecten die het instituut uitvoerde raakten versplinterd of werden opgeheven. Maar hier en daar is nog een snipper van het oude TIN te vinden.

Afgelopen september vond een informatiebijeenkomst plaats rond de stand van zaken rond het oude en het nieuwe TIN, die deels ook fungeerde als reünie voor oud-medewerkers. De belangrijkste mededeling was dat de collectie boeken en teksten nog steeds raadpleegbaar is. Er is dan wel geen mediatheek meer, maar iedereen met een lidmaatschap van de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek (UB) kan via de oude catalogus boeken aanvragen en ze vervolgens ophalen bij een van de vestigingen van de UB. Ook video’s en bladmuziek zijn in te zien, maar alleen in de viewing-ruimte van de UB-afdeling Bijzondere Collecties.

Collectie

Die afdeling Bijzondere Collecties beheert nu de TIN-collectie. Hans van Keulen, voorheen hoofd collecties van het TIN en nu conservator en teamleider uitvoerende kunsten en media bij de UvA, legt de gecompliceerde overeenkomst uit die eind 2012 tussen het TIN en de UvA werd gesloten: ‘De UvA krijgt geld van het ministerie om de collectie te beheren, op voorwaarde dat ze actueel, compleet en toegankelijk blijft. Daarvoor is een aantal ex-medewerkers van het TIN – in totaal 2,8 fte, onder wie ik zelf – overgenomen door de universiteit. Zo blijft de database met voorstellingsgegevens bijgewerkt en kunnen we nog steeds decors, kostuums en scripts van actuele voorstellingen verzamelen. De beheersovereenkomst geldt voor dertig jaar.’

De boeken en toneelteksten zijn daadwerkelijk eigendom geworden van de UvA en zullen in de loop der tijd worden opgenomen in haar catalogussysteem. De hoop dat er ooit weer een bibliotheek komt waar je kunt grasduinen in theaterboeken is dus echt vervlogen. (Vakreferent Theaterwetenschap Willem Rodenhuis merkte op dat onder invloed van digitale ontsluiting deze ‘open’ bibliotheekvorm sowieso op steeds meer plekken verdwijnt.) De rest van de collectie – kostuums, affiches, maquettes, foto’s en dergelijke – is nog steeds eigendom van het TIN.

Herengracht

Financieel zit het nog complexer in elkaar: toen het TIN besloot zijn activiteiten te staken omdat de subsidie werd stopgezet werd het hele vermogen van de stichting, zo’n vier miljoen euro, geclaimd door het ministerie van OCW. Een belangrijk deel van dat vermogen bestond uit de opbrengst van de verkoop van de panden aan de Herengracht in 2008. Volgens de redenering van het ministerie waren de panden in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw aangekocht met subsidiegeld en moest de winst van de verkoop dus weer terug naar de subsidiegever.

Maar om het TIN tegemoet te komen werd het bedrag via een omweg weer ten goede gebracht aan het instituut. Anderhalf miljoen werd terugbetaald voor de ontslagvergoedingen voor de medewerkers van het TIN, de zogenoemde frictiekosten. Vervolgens werd 2,5 miljoen binnen het ministerie verschoven van Kunsten naar Onderwijs, waardoor het budget naar de UvA kon worden geschoven, gekoppeld aan een ministeriële opdracht om de collectie over te nemen. Het TIN zelf hoestte nog eens een half miljoen transitiekosten op.

Theater in Nederland

De uitgebreide collectie theatererfgoed is dus nog steeds eigendom van het TIN. De stichting TIN is daarvoor omgevormd; ze heeft een nieuwe naam (‘Theater in Nederland’), de raad van toezicht is vervangen door een bestuur (met als bestuursleden Berend Jan Langenberg, Sylvia Dornseiffer en Bert Janmaat) en haar missie is geherformuleerd tot het levend houden van het erfgoed van het Nederlands Theater. Directeur ad interim is Anne-Marie Kremer, voorheen hoofd informatie van het TIN.

Theaterencyclopedie.nl

Omdat alleen verzamelen en beheren de collectie (en daarmee het TIN) erg onzichtbaar zou maken, is het voor Kremer van buitengewoon belang dat de collectie benaderbaar blijft voor een groot publiek. Daarvoor wordt vol ingezet op Theaterencyclopedie.nl. Op deze website, opgezet met het Wikipedia-systeem, komen de gegevens uit de voorstellingendatabase samen met artikelen die door bezoekers worden geschreven. Onder anderen oud-dansers van Het Nationale Ballet en cabarethistoricus Jacques Klöters dragen regelmatig bij met feiten, herinneringen en verbeteringen en vullen daarmee een steeds groter deel van de tachtigduizend pagina’s met voorstellings- en persoonsgegevens. Met projectsubsidies van particuliere fondsen wordt vanaf volgend jaar de website uitgebreid, onder meer met de mogelijkheid voor gezelschappen om zelf digitaal materiaal aan te leveren.

Sectortaken

De vernieuwde stichting richt zich dus uitsluitend op het theatererfgoed. De zogenaamde ‘sectortaken’ van het vroegere TIN – collectieve promotie, het stimuleren van theaterprogrammering, het uitreiken van enkele vakprijzen (voor bijvoorbeeld decorontwerp, theaterfotografie en theateraffiches), educatie en internationale promotie – werden gedeeltelijk doorgeschoven naar het Bureau Promotie Podiumkunsten (BPP), waar een aantal TIN-medewerkers aan de slag kon. Maar nu ook het BPP is gesloten verdwijnen de meeste van deze activiteiten helemaal. De serie Blind Date, waarin jonge theatermakers op een tournee door het land worden gestuurd, houdt op, net als de daaraan gekoppelde BNG Nieuwe Theatermakersprijs (ter hoogte van 45.000 euro).

Internationale promotie

Ook de internationale promotie stopt. Die taak, al jarenlang uitgevoerd door Anja Krans, bestaat voornamelijk uit het onderhouden van contacten met buitenlandse festivals en programmeurs, het informeren en koppelen van Nederlandse makers en het organiseren van een bezoekersprogramma voor buitenlandse gasten die Nederlandse voorstellingen willen zien.

Krans krijgt van het Fonds Podiumkunsten de mogelijkheid haar lopende projecten af te ronden en krijgt een bureau bij Dutch Culture (voorheen SICA). Daarna wil het Fonds de internationalisering van het theater opnieuw bezien.

Zo is dus het sectordeel van het TIN binnenkort helemaal verdwenen en is de erfgoedafdeling nu de gedeelde verantwoordelijkheid van een armlastige stichting en een kleine afdeling in de UB-moloch. 2013 zal een grove cesuur markeren in de geschiedschrijving van het Nederlands theater. Vanaf nu zal het verleden van onze vergankelijke kunstvorm een stuk moeilijker bereikbaar worden.

www.theaterencyclopedie.nlwww.bijzonderecollecties.uva.nl

1 reactie »

  1. Wow. Thanks.

    Comment by Toets — 11/2/2014 @ 13:03

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Leave a comment

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity