Nederlands Theaterfestival 2015

overig,Parool,PS Kunst — simber op 31 augustus 2015 om 22:50 uur
tags: ,

Een engel in de modder, een biljartspel met skippyballen, de vrouw van Armin van Buuren die ruziet met dirigent Mariss Jansons, drie jongens die hun eigen moeder spelen, een bloederige losse hand die over de vloer kruipt. Het Nederlands Theaterfestival, dat donderdag 3 september begint, laat ook dit jaar een dwarsdoorsnee zien van wat het toneel in Nederland te bieden heeft. Maar waar moet de vernieuwing in de grote zaal vandaan komen?

Jaarlijks kiest een jury van programmeurs, journalisten en schouwburgdirecteuren de tien beste voorstellingen van het afgelopen seizoen. Vroeger was er nog wel eens een relletje over onterecht uitgekozen of uitgesloten voorstellingen, maar de laatste jaren is het na de bekendmaking in mei nogal stil. Is er zoveel consensus over wat de beste theatervoorstellingen zijn, of heeft na de kunstbezuinigingen niemand zin in ruzie? Of is er iets anders aan de hand?

De theaterwereld zelf was in ieder geval bezig met andere dingen. Daar was de belangrijkste ontwikkeling van het afgelopen seizoen niet te zien op de podia, maar in de burelen erachter. Bij zes grote gezelschappen gingen nieuwe artistiek leiders aan de slag of werden ze aangekondigd. Bijna allemaal zijn het eind-dertigers/begin-veertigers die al jaren bekend staan als ‘jonge maker’, zoals Thibaud Delpeut (Theater Utrecht), Eric de Vroedt (Nationale Toneel) en Julie Van Den Berghe (Noord Nederlands Toneel). De terugkeer van Johan Simons (68) fungeert als een soort contragewicht: per 2016 leidt hij Theater Rotterdam (een fusie-organisatie van Het Ro Theater, de schouwburg en acteursgroep Wunderbaum).

Wie de Theaterfestival-lijst van dit jaar langsloopt ziet een aantal markante trends. De eerste is de totale dominantie van Toneelgroep Amsterdam (TA) in de grote zaal. The Fountainhead van regisseur Ivo van Hove, naar het controversiële boek van Ayn Rand, was een spannende, intellectueel gedurfde voorstelling over individualisme en onafhankelijkheid. Medea was (al te) melodramatische modernisering van de Griekse mythe door het Australische regietalent Simon Stone. En ook de live gemaakte film Gavrilo Princip van De Warme Winkel, een fragmentarisch portret van de man die het startschot gaf van de Eerste Wereldoorlog, werd gemaakt onder de organisatorische vleugels van het Amsterdamse gezelschap.

Er is op dit moment domweg geen ander gesubsidieerd toneelgezelschap dat artistiek of productioneel (of financieel) kan tippen aan TA onder Van Hove. Het dichtst in de buurt komt het Nationale Toneel in Den Haag. Daar maakte regisseur Johan Doesburg zijn afscheidsvoorstelling: Genesis, een luchtige, menselijke marathonvoorstelling rond de verhalen in het eerste bijbelboek.

De laatste grotezaalvoorstelling die de jury goed genoeg vond komt uit onverwachte hoek: de vrije productie De Verleiders: Door de bank genomen, waarin George van Houts met Pierre Bokma en Victor Löw satirisch en cabaretesk de financiële wereld te grazen nemen.

De andere tendens is dat het interessantste toneel in Nederland nog steeds gemaakt wordt in de kleine zaal, maar dat de traditionele groepen uit het vlakkevloerencircuit – van Carver en Discordia tot ’t Barre Land en Dood Paard en van Orkater tot productiehuizen als de Toneelschuur – langzaam worden gewurgd door te krappe budgetten. Zij laten een gat achter waar de grote gezelschappen in schuiven.

Toneelgroep Oostpool bijvoorbeeld, waar regisseur Marcus Azzini het veelgeprezen Angels in America doelbewust in de kleine zaal maakte. “Intiem en dicht op de huid”, volgens de marketing. Maar zou de uitstekende acteursgroep (onder anderen Jacob Derwig en Maria Kraakman naast de minder bekende maar zeker zo goede Vincent van der Valk, Kirsten Mulder en Rick Paul van Mulligen) niet net zo hebben kunnen schitteren op de grote podia? Waar wellicht nog meer publiek was afgekomen op het aansprekende Aids-drama van Tony Kushner?

Ook in de kleinezaalselectie komen we Toneelgroep Amsterdam weer tegen. De jonge regisseur Maren Bjørseth maakte van Hugo Claus’ broeierige incestdrama Een bruid in de morgen een stijlvolle voorstelling vol contrasten. Bjørseth werkt in het talentenprogramma TA2 van TA productiehuis Frascati, waar nieuwe makers kunnen werken met de toneelspelers en het productieapparaat van het grote huis, zonder meteen in de schouwburg te staan. Een logische samenwerking, al is het contrast tussen de mogelijkheden van de TA2-regisseurs en hun collega’s die voorstellingen maken bij Frascati wel erg groot aan het worden.

Sommige van de oorspronkelijke kleinezaalgroepen weten zich wel degelijk te vernieuwen. Zoals Mugmetdegoudentand, die met Lineke Rijxman een regisseur in huis heeft die van complexe onderwerpen aangenaam schurend toneel weet te maken zonder al te veel pasklare antwoorden. In Kunsthart maakt schrijver Nathan Vecht de verhouding tussen kunst en politiek persoonlijk door persiflages van premier Rutte, Rijksmuseumdirecteur Wim Pijbes en de vrouw van dj Armin van Buuren op het toneel te zetten. Deze krant had er vijf sterren voor over.

Ook regisseur Jakop Ahlbom ontwikkelt zich van mime-maker tot meester van een moderne vorm van variète, zoals blijkt uit Horror, een geestdriftig ontvangen theatrale ode aan klassieke horrorfilms, vol acrobatiek, dans en gruwelijke special effects.

De echte verrassing van dit jaar was echter Nobody Home van de oorspronkelijk uit Bosnië afkomstige, jonge theatermaker Daria Bukvić. In de jaren ’90 vluchtte haar familie voor de beginnende burgeroorlog in Joegoslavië. Haar jeugd bracht ze deels door in een asielzoekerscentrum in Limburg. Op de Toneelschool in Maastricht ontmoette ze Vanja Rukavina, Majd Mardo en Saman Amini die een vergelijkbare vluchtverhalen uit Bosnië, Syrië en Iran.

Met z’n vieren maakten ze een voorstelling over hun levens. Over vluchten en alles achterlaten, over hoopdodende asielprocedures, maar vooral over hun ouders die een verpletterende beslissing hebben moeten nemen en die hun vertrouwde leven opofferen voor het welzijn en het geluk van hun kinderen. Nobody Home geeft niet alleen een gezicht aan mensen die we in het journaal alleen maar als menigte zien, maar laat ook zien hoe zwaar de last is op de schouders van deze kinderen.

Die zware last van het verleden ligt nu ook op de schouders van een nieuwe generatie toneelleiders. Het is te hopen dat zij de vernieuwingsdrift van de kleine zaal mee kunnen nemen naar de grote huizen.

Nederlands Theaterfestival, 3 t/m 13 september, www.tf.nl

Tips

Nobody Home van Daria Bukvić
Misschien niet de beste voorstelling van afgelopen seizoen, maar wel de meest opzienbarende. Een rappe stoet verkleedpartijen, sketches, emotionele songs, ingebed in drie autobiografische verhalen over Nederland als tweede thuis. Drie geweldige spelers, die je ook doen beseffen hoe wit het reguliere theater in Nederland eigenlijk is.
3 september in de Stadsschouwburg en 8 september in het Compagnietheater

Voorjaarsoffer van Maas TD (13+)
Acht vrouwen dansen, schreeuwen, verleiden en flemen in een voorstelling vol duistere en opwindende rituelen. Regisseur Moniek Merx bewerkte de Sacre du Printemps voor de Snapchatgeneratie.
10 en 11 september, de Krakeling

Micha Wertheim voor zichzelf
Al een aantal jaar maakt Micha Wertheim voorstellingen die niet zozeer een serie grappen zijn, als wel een reflectie op wat cabaret is. Voor zichzelf werd zeer enthousiast ontvangen en werd genomineerd voor de Poelifinario, de prijs voor de beste cabaretvoorstelling van het seizoen. Wertheim weigerde de nominatie en op de avond dat de prijs wordt uitgereikt treedt hij op in het kader van het Theaterfestival. Maar waarschijnlijk wint hij toch.
7 september in de Stadsschouwburg

Gala van het Nederlandse Theater
Wie de Nederlandse theaterelite wil zien feesten kan op de laatste zondag van het festival komen kijken naar de uitreiking van de de belangrijkste toneelprijzen, waaronder de Theo d’Or en de Louis d’Or. Als er gerechtigheid bestaat in de wereld wint Halina Reijn haar tweede Theo d’Or voor haar magistrale rol in Maria Stuart van Toneelgroep Amsterdam.
13 september, Stadsschouwburg

Amsterdam Fringe Festival
Het officiële Theaterfestival heeft een vrolijk, extravert en anarchistisch zusje in het Amsterdam Fringe Festival. Tien dagen gaan jonge theatermakers los op de meest rare plekken in de stad. Er zijn maar liefst tachtig voorstellingen om uit te kiezen en de prijzen zijn laag. Dé gelegenheid om eens risico te nemen.
3 t/m 13 september, www.amsterdamfringefestival.nl

Profiel Toneelgroep Amsterdam

“Een bizar fashion statement.” “Acteurs gevangen in opzichtige kostuums.” “Van Hove is verder gegaan op het heilloze pad van het steriele, technische theatermaken.” De recensies van The Massacre at Paris (2001), de eerste regie van Ivo van Hove bij Toneelgroep Amsterdam waren niet mals.

Anno 2015 is Toneelgroep Amsterdam toonaangevend in Nederland en zeer gerespecteerd in het buitenland. Het acteursensemble is meermaals geroemd als een van de beste ter wereld en Ivo van Hove en Jan Versweyveld vormen een graag gezien artistiek regisseur/vormgeversduo in Londen en op Broadway. Deze week ontvangen ze samen de Amsterdamprijs voor de kunsten voor bewezen kwaliteit. Maar bij het Amsterdamse debuut van Van Hove staat zijn toekomstige zegetocht nog allerminst vast.

In 1999 is Toneelgroep Amsterdam een avantgardistische, recalcitrante troep toneelkunstenaars. Artistiek leider Gerardjan Rijnders maakt briljante, vormelijke repertoirevoorstellingen als Richard III en De Cid in de Stadsschouwburg, maar het bruisende clubhuis van de groep staat op het Westergasfabriekterrein. Daar, in het Transformatorhuis, werken gastregisseurs aan wilde experimenten, kunnen toneelspelers hun eigen projecten uitvoeren en speelt de huisband tot diep in de nacht.

Maar Rijnders is het leiden van het gezelschap, dat voornamelijk lijkt te bestaan uit vergaderen, moe en zoekt per 2001 een opvolger. Het zoeken duurt niet lang: de dan 40-jarige boy wonder uit Vlaanderen staat klaar. Ivo van Hove heeft bij Het Zuidelijk Toneel in Eindhoven een paar beeldbepalende voorstellingen gemaakt, met video en ongewone schouwburgsopstellingen van zijn partner in leven en werk Jan Versweyveld. Bovendien leidt Van Hove sinds kort het Holland Festival.

Maar de beslissing valt slecht bij het acteursensemble. De spelers hebben geen invloed gehad en de overgang blijkt erg groot. Rijnders was zwijgzaam en introvert, maar tegelijk informeel en toegankelijk. ’s Morgens leest hij de krant in de portiersloge van de schouwburg, waar al het personeel voorbij komt.

Van Hove brengt een cultuuromslag: hij is niet artistiek leider, maar algemeen directeur. Hij organiseert strak en men vind hem kil en onbenaderbaar. ‘Iglo van Hove’ wordt zijn bijnaam. Bovendien is hij vaak de deur uit: hij combineert Toneelgroep Amsterdam met het Holland Festival, doet daarnaast gastregies in binnen- en buitenland en brengt veel tijd door in zijn geliefde New York. Hij managet per Skype. Hij speelt niet langer in het Transformatorhuis, stoot het decoratelier af, en houd zijn acteurs het liefst in huis.

En de kritiek op zijn voorstellingen is vanaf het begin stevig. Het dieptepunt komt in 2003. Tijdens de repetities van Rouw siert Electra beleggen de acteurs een crisis-vergadering, waarin ze hun ongenoegen uiten over de artistieke koers, de repertoirekeuze en het gebrek aan flexibiliteit: de spelers vinden dat er te weinig ruimte is om buiten de deur te werken. In de nasleep van dit conflict vertrekken Lineke Rijxman, Pierre Bokma en Titus Muizelaar – drie beeldbepalende toneelspelers van de groep onder Rijnders.

Tegelijk zijn in 2003 de eerste tekenen te zien van het herstel en de komende gloriejaren. Het begint met Othello; een vrij traditionele voorstelling, met veel ruimte voor de acteurs en een glansrol voor de van een televisieavontuur teruggekeerde Hans Kesting. Tijdens de première gaat er een soort collectieve zucht van opluchting door het publiek. Gelukkig, hij kan het tóch. En later dat jaar debuteert een jonge, zeer veelbelovende actrice bij Toneelgroep Amsterdam: Halina Reijn, die al snel uitgroeit tot Van Hove’s muze en een echte toneelster.

Van Hove’s beslissingen uit de begintijd blijken onderdeel van een doordacht plan en pakken goed uit. Hij wil grotezaaltoneel maken aan het Leidseplein om het gezelschap zichtbaarder te maken in de stad en hij wil zijn acteurs in huis houden zodat de groep succesvoorstellingen makkelijk in reprise kan laten gaan en eindeloos door kan spelen.

Nadat hij eenmaal het vertrouwen van de toneelspelers heeft gewonnen ontstaat bij Van Hove en Versweyveld de ruimte voor groot werk. De laatste keert keer op keer de schouwburg binnenstebuiten en met tot de verbeelding sprekende opstellingen het publiek te verrassen. De eerste blijkt in het repetitielokaal een gedreven zoekende perfectionist die met zijn spelers een heftig emotionele speelstijl ontwikkeld. Juist die acteerstijl in de klinische, multimediale decors van Versweyveld levert toneel op dat uiterst actueel aanvoelt en tegelijk diep weet te ontroeren.

In een periode van twee seizoenen ontstaat een serie weergaloze voorstellingen: Opening Night (2006), Romeinse Tragedies (2007) en Angels in America (2008). Voor even ligt het middelpunt van de toneelwereld op het Leidseplein in Amsterdam.

Dat wordt ook in het buitenland opgemerkt. Toneelgroep Amsterdam wordt uitgenodigd op festivals en speelt Shakespeare in Londen, Tsjechov in Moskou en Kushner in New York, zonder uitzondering met groot succes. De tournees strekken zich uit van Taipeh tot Sao Paulo en van Avignon tot Syndey.

Na het succes van met name Romeinse Tragedies raakte Van Hove in een artistieke dip. Groter, voller en dieper leek niet meer te kunnen. Maar juist in deze periode komen interessante gastregisseurs (zoals Thomas Ostermeier, Luk Perceval, Guy Cassiers en Johan Simons), begint de groep het traject TA2 voor nieuwe regisseurs en neemt het de nieuwe avant-garde onder haar hoede met allianties met Adelheid Roosen en De Warme Winkel. De nieuwe Rabozaal van de Stadsschouwburg opent en geeft Toneelgroep Amsterdam nog meer ruimte om zich aan de stad te presenteren.

Het is met de Ayn Rand-bewerking The Fountainhead (2014) dat Van Hove zich opnieuw uitvindt. Het controversiële boek leidt tot gelaagd en gedurfd toneel. Van Hove is duidelijk nog niet klaar met Toneelgroep Amsterdam. Jazeker, hij regisseert nu sterren als Juliette Binoche en kan op Broadway samenwerken met David Bowie en Philip Glass. Maar Van Hove gedijt het best bij een toneelfamilie en voorlopig kan niets de familie vervangen die hij voor zichzelf in Amsterdam heeft samengesteld.

Los van de kwaliteit van de voorstellingen is het Van Hove’s grote verdienste dat hij Toneelgroep Amsterdam heeft teruggegeven aan de stad. Hij verjongde het publiek en maakte trouwe fans zonder artistieke concessies te doen. Bij iedere première knettert het weer van de spanning aan het Leidseplein. 1 oktober is de volgende, De Stille Kracht naar Couperus. Zorg dat u erbij bent.

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity