Recensie ‘De meester en Margarita’ van Stormvogels

Parool,recensies — simber op 30 november 2015 om 23:35 uur
tags: , , ,

Ambitie is toneelgroep Stormvogels niet te ontzeggen. Ze namen de duistere klassieker De meester en Margarita van Michail Boelgakov als uitgangspunt van hun eerste voorstelling na hun afstuderen aan de Arnhemse toneelschool, een vuistdikke roman over de duivel die Stalinistisch Moskou terroriseert, vermengt met een geschiedenis van Jezus Christus.

Maar poeh, wat hebben deze jonge toneelspelers zich vertild. De setting is een cel in de inrichting waarin de schrijver Boelgakov is opgesloten – ook nog een verhaallijn in het boek – alwaar hij verlangt naar zijn geliefde Margarita, de muren en vloer volschrijft en bezocht wordt door diverse demonen, meestal in de gedaante van halfnaakte vrouwen in netpanties.

Eerste probleem is dat een wereld wordt opgeroepen in het hoofd van een verwarde man. Al het behoorlijk onrustbarende dat Boelgakov in zijn boek te berde brengt (en ook de teksten van Nietzsche, Sloterdijk en nog meer die bewerker Alain Pringels eraan toevoegde) wordt daarmee volstrekt onschadelijk gemaakt.

Daarbovenop zadelt regisseur Julie Van den Berghe de spelers op met een absurdistische speelstijl – beetje David Lynch, beetje performance – die slecht bij ze lijkt te passen. Ik vermoed dat het effect een soort trip moet zijn, maar het is een verzameling rare, soms een beetje genante acts.

Ik betrapte mezelf erop dat ik de spelers, die allemaal wel één of twee momenten laten zien dat ze heus iets in hun mars hebben, een deugdelijk stuk toewenste. Maar dit is de situatie nu in Nederland: weinig geld en korte repetitieperiodes duwen jonge theatermakers maar al te snel in middle-of-the-road-toneel. Des te dapperder dat Stormvogels niet een volgende Tsjechov kiest, des te sneuër dat het dan niet lukt.

De meester en Margarita van Stormvogels. Gezien 17/11/15 in het Compagnietheater. Aldaar 16 t/m 18/2/16. Tournee. www.tgstormvogels.nl

Recensie ‘Glazen speelgoed’ van Toneelgroep Amsterdam

De eerste helft van Glazen speelgoed lijkt een soort sitcom: amusante grappen in een luchtig neurotische gezinssituatie. Moeder is een albedil die haar volwassen zoon Tom zegt hoe hij zijn eten moet kauwen en zijn koffie moet drinken. Personages worden teruggebracht tot één eigenschap.

Tom heeft een geestdodend baantje in een magazijn om het gezin te onderhouden, maar in het geheim is hij dichter, die hoopt te ontsnappen aan de leegheid van zijn bestaan. Zijn zus Laura (Hélène Devos) is een geval apart: ze is mank en stilletjes en het grootste deel van de tijd ligt ze op een kussen of poetst ze haar verzameling glazen speelgoeddieren.

Glazen speelgoed is een gastregie van de jonge Amerikaanse regisseur Sam Gold bij Toneelgroep Amsterdam. Hij maakt van Tennessee Williams’ autobiografische stuk – een onverbiddelijke klassieker in de VS, maar hier al een tijd niet meer gespeeld – een directe, goed uitgevoerde, maar vrij zijige tragikomedie. Vooral dat eerste deel is ergerlijk oppervlakkig.

Onderhoudend is het wel hoor. Chris Nietvelt maakt van de gesmoorde southern belle een geestige act, altijd bezigjes, te veel pratend en vast voor veel mensen zeer herkenbaar. De kwikzilveren stijl van Eelco Smits als Tom is intrigerend. Razendsnel schakelt hij van de geserreerde blik van de verteller naar razende zenuwen en frustratie en dan weer berusting. Aardig allemaal, maar wat staat hier nu precies op het spel?

Er komt schot in de zaak als vriend Jim (een soepele Harm Duco Schut) komt eten. Halverwege de maaltijd valt de stroom uit en de scènes die volgen worden gespeeld bij louter kaarslicht. Het perspectief kantelt daardoor van de ruzieënde moeder en zoon naar de dochter. Met een mooie decortruc zonderen Laura en Jim zich af en zij laat hem haar glazen menagerie zien. Devos speelt erg mooi het door de mannelijke aandacht uit haar schulp kruipende meisje.

Het contrast tussen het gekibbel van het eerste deel en de intimiteit van het tweede is de kracht van de voorstelling. Dat de opbloeiende dromen worden gefnuikt is onafwendbaar maar wel aandoenlijk en aan het eind is het commentaar van moeder niet meer grappig maar pijnlijk. Toch ontbeert Glazen speelgoed zwaarte. Het stuk doet ouderwets aan met de sterke gezagsverhouding tussen ouders en kinderen. De gestileerd nostalgische vormgeving, met draaischijftelefoons, typmachines en liedjes uit de jaren dertig, benadrukt dat nog eens.

Maar dat de gebeurtenissen aan het eind zo heftig zijn dat Tom zich gedwongen ziet te vertrekken is ongeloofwaardig. Het korte moment van geluk dat Laura vindt is voor sommige mensen genoeg, maar niet voor haar. Hetzelfde geldt voor deze voorstelling.

Glazen speelgoed van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 15/11/15 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 22/11 en 5/1 t/m 15/1/16. www.tga.nl

Recensie ‘Queens’ van Dood Paard

Parool,recensies — simber op 14 november 2015 om 23:23 uur
tags: , , , , ,

In zekere zin is Queens al na een kwartier voorbij. De voorstelling begint voor een zilveren doek, waarop ‘The End’ staat. Voor het doek vertelt Janneke Remmers als dienstbode op beheerste, berustende toon over de executie, met de bijl, van haar meesteres Maria Stuart, in opdracht van koningin Elisabeth. Het doek valt en de twee rivaliserende koninginnen komen op: beide in hetzelfde uitzinnige kostuum. Als diva’s die in dezelfde jurk op een feestje komen uiten ze heftig mimend hun schok, woede en gêne.

Die kostuums zijn de lokker van de voorstelling. Modeontwerper Bas Kosters verzon hysterische witte pakken met een enorme paraplukraag. Op pak en kraag staat in bloedrood ‘whore’ en bovendien zitten ze vol rode geborduurde smetten. Stuart heeft om haar nek een fonkelend rode halsband, waaruit nog een paar edelstenen druppelen. Een donkerblauwe en lichtblauwe pruik maken het af. Het effect is van late-Elvis travestieclowns. Elisabeth wordt gespeeld door Joachim Robbrecht, Stuart door Manja Topper.

Rob de Graaf baseerde zich voor Queens op het verhaal van de koninginnentwist tussen Maria Stuart van Schotland en Elisabeth I van Engeland. De eerste katholiek en volgens de overlevering mooi en een mannenverslindster, de laatste protestant en maagd. Schiller schreef Maria Stuart over hun strijd (nu op het repertoire bij Toneelgroep Amsterdam), bij De Graaf bestaat het stuk uit een uitgebreide (en fictieve) ontmoeting tussen de twee.

Maar het kruit is al verschoten. Want hoewel de tekst bol staat van de mooie De Graaf-taal (“Ik ben geen mens/ik ben een koningin”), wordt het contrast tussen de twee personages en het reliëf platgeslagen en overschreeuwd door de bijzonder onsubtiele vormgeving. Alleen de eenvoud van Remmers’ personage beklijft.

Queens van Dood Paard. Gezien 7/11/15 in Frascati. Aldaar t/m 14/11, tournee. Meer info op www.doodpaard.nl

Recensie: ‘De Wilde Eend’ van Maren Bjørseth/Frascati Producties

Tussen de zwart-witte cutouts van bomen lijken de smokings van de twee vrienden bijna camouflagekleding. Net als in haar eerdere voorstellingen zet regisseur Maren Bjørseth twee acteurs met behoorlijk verschillende speelstijlen tegenover elkaar. Thomas Höppener speelt alleen de buitenkant, met nadrukkelijke gestiek; Sander Plukaard is expressiever, alsof hij permanent onder druk staat.

De heldere contrasten geven een associatie met tekenfilms en dat lijkt goed te kloppen bij De wilde eend van Henrik Ibsen. Het is een raar stuk, waarin Gregers (Höppener) na jaren terugkomt bij zijn familie, een groot geheim ontdekt over zijn vriend Hjalmar (Plukaard) en hem aanmoedigt zijn levensleugen onder ogen te zien en te kiezen voor een leven in waarheid. Wat de arme drommel nog doet ook. Het loopt niet goed af.

Bjørseths regie is een beetje verwarrend omdat niet helemaal duidelijk wordt of het haar nu gaat over het verhaal of om iets anders. De afgelopen jaren is er in het Nederlands toneel flink gedold met het werk van Ibsen, met de vrolijke deconstructies van zijn wereld- en mensbeeld in Sarah Moeremans’ Crash Test Ibsen-serie als hoogtepunt. Is Bjørseth net zo kritisch of zoekt ze toch een modern equivalent van die ideeën? Ik kreeg sterk de indruk dat ik een puzzelstukje miste om deze voorstelling te ontsluiten.

Nu staat er een vrij volle voorstelling, met actrice Diewertje Dir die live met requisieten en zendmicrofoons een techno-achtige soundscape componeert, twee grappige bijrollen van Jochum ten Haaf en Mark Kraan als vaders van beide vrienden, een decor met verrassende verlichtingsmogelijkheden en slim gebruik van ballonnen.

Er zitten genoeg goede ideeën in deze Wilde eend (misschien te veel) en met name Plukaard is erg goed. Maar uiteindelijk krijg je je vinger er niet achter.

De Wilde Eend van Maren Bjørseth/Frascati Producties. Gezien 31/10/15 in Frascati. Aldaar t/m 6/11, daarna tournee. www.frascatiproducties.nl

Recensie ‘De gouden draak’ van het Nationale Toneel

Eigenlijk is het decor de ster. Ontwerper Marc Warning maakte een volgestouwde ruimte; een combinatie van een atelier, een winkelmagazijn, een keuken en de zolder van een hamsteraar. Hij gebruikte werkbanken en andere materialen uit het opgeheven decoratelier van het Nationale Toneel en dat geeft De gouden draak en sterke melancholie.

De gouden draak is een mozaïektoneelstuk van de Duitse schrijver Ronald Schimmelpfennig over een kok in een Chinees-Vietnamees-Thais restaurant en een paar bewoners van de huizen erboven en de winkel ernaast. Het is nadrukkelijk theatraal: vijf acteurs spelen de achttien personages, die voornamelijk los geschetst worden – het gaat niet om de details, maar om het losse netwerk van ongelijk wereldburgerschap.

De jonge kok is illegaal en kan dus niet naar de tandarts terwijl hij vergaat van de pijn. De tand eindigt in de soep van een jonge stewardess die is thuisgekomen van eeen vlucht uit Chili. Schimmelpfennigs stuk is echter niet alleen een sociale kritiek, maar ook een mooie illustratie van het menselijk onvermogen om iemand anders te zien als een mens. Elders in het huis gaat een stelletje uit elkaar, proberen een grootvader en kleindochter tevergeefs met elkaar te praten en houdt de winkeleigenaar in een donker hok een oosters meisje als seksslavin.

Regisseur Caspar Vandeputte probeert met een aantal performance-elementen – de acteurs koken, strijken en doen een wasje – een zekere aardse losheid in te brengen, maar de spelers (Anniek Pheifer, Antoinette Jelgersma, Werner Kolf en Pieter van der Sman) blijven meestal erg toneelmatig. Paul R. Kooij heeft op bepaalde momenten een goede, laconieke toon te pakken. De Gouden Draak blijft zo een voorstelling met mooie elementen die te weinig in elkaar grijpen.

De gouden draak van Het Nationale Toneel. Gezien 28/10/15 in het Compagnietheater. Aldaar t/m 31/10. www.nationaletoneel.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity