Recensie: ‘Rashomon Effect’ van TA2 en Frascati

Bijna alle acteurs uit Rashomon Effect speelden wel eens een rol in politieseries als Baantjer, Russen, Witse of Flikken. Licht vermaak met clichématige personages, een effectieve red herring en eindigend met één heldere oplossing van het gepleegde misdrijf. Maar zo eenvoudig is de werkelijkheid niet. De Japanse regisseur Akira Kurosawa maakte daarover de film Rashomon, over een verkrachting en een moord vanuit het perspectief van drie getuigen, die alledrie een overtuigende maar elkaar wederzijds uitsluitende versie van het verhaal vertellen. De waarheid is ongrijpbaar, de toeschouwer blijft in verwarring achter.

De jonge Vlaamse regisseur Joachim Robbrecht baseerde zijn voorstelling losjes op de film. Dat kan interessant zijn, maar hij maakte de fatale fout om aan het complexe gegeven nog een laag toe te voegen. Robbrecht doet in zijn werk onderzoek naar de Nederlandse identiteit (eerdere voorstellingen gingen over Anne Frank, de ‘V.O.C. mentaliteit’ en het weer) en nu gaat naast ‘de waarheid’ ook Peter R. de Vries onder het fileermes. Robbrecht verplaatste de handeling naar een hotel in het noorden van het land, waar toevallig een misdaadverslaggever na tien jaar televisie zijn autobiografie aan het bijwerken is en die meteen het heft in handen neemt. Vanaf dat moment is het Miss Marple-gehalte al onverdragelijk.

Natuurlijk, Robbrecht kiest doelbewust voor clichés. We zien een geldbeluste hoteleigenaar, een blonde femme fatale, een ideale dader (“Een eenzame jongen aan de rand van het dorp en van de samenleving”) en een methodisch werkende, lidwoorden vermijdende rechercheur die gedurende de voorstelling het uit whiteboards bestaande decor volkalkt. Maar waarom moet een andere vrouw ook nog als over the top Char met geesten praten? En waarom moet haar man daar onaangedaan foto’s van maken?

Al snel ontspoort de voorstelling in absurde, gestileerde scènes. De spelers voetballen met een plastic flesje, schrijven met nepbloed “slet” op het raam, herhalen elkaars gebaartjes en bulderen als een donderpredikant ernstige teksten over “De Waarheid”.

De satire op De Vries is uiteindelijk nog niet eens zo slecht gedaan. Alwin Pulinckx plaatst met flair de holle oneliners (“De slachtoffers… Gevangen in hun morele ontreddering. De dader… Loopt nog vrij rond”) en Florentijn Boddendijk zorgt op het toneel live voor een toepasselijk goedkope synthesizer-soundtrack. Maar de makers lijken hun materiaal dan al lang niet meer serieus te nemen.

Je kunt als bezwaar tegen Peter R. De Vries’ werkwijze aanvoeren dat hij echte mensen plaatst in de simplistische schema’s van de whodunnit. Toneelschrijver Rob de Graaf formuleerde in Met  Joran aan Zee (nu te zien als lunchvoorstelling in Bellevue) voorzichtig een antwoord door Natalee Holloway en Joran van der Sloot een alternatief verhaal te geven (overigens zonder De Vries te noemen). Maar Robbrecht bestrijdt hier simplisme met simplisme. En dat is ergerlijk.

Rashomon Effect van TA2 en Frascati Producties. Gezien 24/1/10 in Frascati. Aldaar t/m 30/1. Meer info op www.tga.nl

Recensie: ‘Als gekken’ van Laura van Dolron

Vijf acteurs op een rij op een stoel in een verder leeg decor. Ze kijken neutraal. Regisseur Laura van Dolron staat aan de zijkant van het toneel. Op haar verzoek kijken de acteurs even blij of verdrietig. Het mooist, vertelt ze, is het moment dat ze er weer ‘uit’ gaan, terug naar zichzelf.

Als gekken is geïnspireerd op de film De Idioten van Van Dolron’s held Lars von Trier, maar het verband is slechts zijdelings. De acteurs –Lizzy Timers, Claire Fleury, Joris Smit, Iwan Walhain en Martijn de Rijk- willen graag gekte spelen, maar Van Dolron is juist geïnteresseerd in niet-acteren. Ze maakte eerder voorstellingen in het zelfbedachte genre stand-up philosophy, waarin ze met consequente redeneringen de leegheid van haar postmoderne relativeringsvermogen te lijf ging.

Inmiddels gaat haar onderzoek meer en meer over theater. Afgelopen herfst stond ze in een voorstelling met iedere avond een andere tegenspeler, zonder van te voren te weten wie. Nu spelen de acteurs in korte vaak geestige scènes met de conventies van acteren (inleven, rebelleren tegen de regisseur, etc), maar hoezeer ze ook doen dat ze zichzelf zijn, het blijft tekst en regie van Van Dolron en dat zie je. Het is ook de bedoeling dat je dat ziet, maar daar zit nu net het probleem.

Omdat alles in de voorstelling expliciet is vallen de gaten in haar redenering op. Ze lijkt te rebelleren tegen ouderwets, ingeleefd acteren en alsof ze Brecht zelf is, staat ze op het toneel tegen het publiek te roepen dat we moeten blijven opletten en ons niet mogen laten gaan. Maar juist in Nederland ontwikkelden groepen als Discordia en het Onafhankelijk Toneel een transparante speelstijl waarin je de acteur door het personages heen mag blijven zien. Van Dolron maakt van die traditie in haar regie dankbaar gebruik, maar lijkt hem in haar redenering juist te vergeten. Opvallend genoeg is één zaal verder Mannetje met de Lange Lul van Dood Paard en Discordia te zien, een schitterend voorbeeld van dit soort acteren, ook al in een onderzoek naar toneelspelen.

Het mooist aan Als gekken is dan ook het begin als Van Dolron de acteurs voor ons beschrijft. Eén van hen kan gebarentaal, bij een ander gaan de voeten trillen als hij gespannen is. Heel precies beschrijft ze wanneer ze verliefd wordt op een van hen, als ze hem ziet spelen. Die bovenmatige liefde voor het acteren en het theater wordt helemaal aan het eind teruggegeven als Fleury tegen het publiek zegt: “Jullie komen niet om te kijken naar ons, wij komen om naar jullie te kijken.”

Als gekken van Laura van Dolron, Frascati Productie. Gezien 9/4/09 in Frascati. Aldaar t/m 11/4 en 3-6/6, tournee.

Recensie: ‘Roll with it’ van Lucas de Man/St. Nieuwe Helden

Parool,recensies — simber op 25 januari 2009 om 22:09 uur
tags: , ,

Een voorstelling met als publiciteitstekst “fuck dit tekstje en kom gewoon” is natuurlijk bij voorbaat al sympathiek. De vorig jaar afgestudeerde regisseur Lucas de Man en zijn Stichting Nieuwe Helden zijn ook niet bang voor de allergrootste thema’s in het theater: eerlijkheid en de ‘echtheid’ van alles wat je doet op het podium. Maar in hun jeugdige overmoed zijn ze wel erg ver doorgeschoten in naïviteit

Roll with it is een performance voor De Man en nog vier acteurs, een kruising tussen therapie, repetitielokaal en De Lama’s. In een volledig omgebouw Gasthuis zit het publiek op verschillende plekken in de ruimte, met in het midden een speelvloer voor de acteurs, die aankondigen dat er niks vast ligt en dat ze allemaal een of meer ‘nummers’ te doen, waarin ze op hun manier zo oprecht mogelijk proberen te zijn.

Een van hen heeft zichzelf de opdracht gegeven om een strakke dans te doen waar hij zelf in kan geloven, een ander gaat het publiek voor in een lach-cursus, een derde richt grimmig een pistooltje op toeschouwers en vraagt: “ja of nee?” en weer een vraag aan een ander keer op keer om hem hard in zijn gezicht te slaan: “Ik wil ècht iets voelen.” Tussendoor doen ze dansante wedstrijdjes armpje drukken, of rolt er uit een hoog opgehangen printer een opdracht voor de vijf, opgegeven door een toeschouwer van gisteravond.

Het grootste probleem lijkt dat er zo weinig kameraadschap te zien is tussen de acteurs: tijdens hun individuele nummers worden ze weinig opgejaagd, tegengesproken of uitgedaagd. De poging tot oprechtheid zit in hun eigen hoofd en wordt niet zichtbaar voor het publiek. De schaarse keren waarop dat wel gebeurd – De Man die de Tsjechische Jan Barta dwingt Nederlands te spreken, de afspraak om op bepaalde momenten alle bijgedachten moeten worden uitgesproken-  zijn meteen spannend. Als ze samen een paar liedjes spelen zijn ze even een (goed) bandje, maar de harde muziek plaatst de jongens weer op afstand.

Maar de openheid van de setting is wel verleidelijk. De toeschouwers zijn vrij genoeg om zich ertegenaan te bemoeien en als sommige onderdelen minder spontaan zijn dan De Man ons wil doen geloven, dan is dat goed gespeeld. Deze voorstelling werd een beetje grimmig omdat één van de acteurs een opdracht weigerde, wat tot een venijnige ruzie leidde. Andere avonden zullen meliger, serieuzer of intiemer zijn.

Maar het blijft onbeholpen, deze oprechtheid zonder theatrale vorm. Voor de makers waarschijnlijk confronterend en waardevol, maar voor het publiek uiteindelijk oninteressant.

Roll with it van Nieuwe Helden en Frascati Producties. Gezien 24/1/09 in Frascati WG (vh. Gasthuis). Aldaar t/m 31/1. Meer info op www.rollwithit.nl

Profielen: M-lab, Frascati, Discordia, Suburbia

TM,overig — simber op 5 januari 2009 om 11:41 uur
tags: , , ,

In het decembernummer van TM een overzicht van alle nieuwe/vernieuwde instellingen in het nieuwe subsidieplan. Hieronder die van mij over M-lab, Frascati, Discordia en Suburbia.

M-lab

De Basisinfrastructuur kent niet veel geheel nieuwe instellingen, het productiehuis voor muziektheater M-lab is een van twee nieuwkomers. En dat is opvallend, want het initiatief voor deze broedplaats komt van musicalkoning Joop van den Ende. Hij miste in Nederland een plek waar kleinere, experimentele musicals ontwikkeld kunnen worden en besloot in 2006 met zijn Vandenende Foundation startkapitaal te verzorgen voor een nieuw initiatief. M-lab streek neer aan de Ponthaven in Amsterdam Noord en schrijver en regisseur Koen van Dijk (o.a. Cyrano en Joe) werd artistiek leider. En nu is er dus een bescheiden structurele subsidie voor de produktiehuisactiviteiten. De Vandenende Foundation blijft daarnaast tot 2010 garant staan voor de expoitatie.

Maar subsidie voor musicals, is dat nou wel nodig? “In Nederland is musical synoniem met groot decor, veel kostuums en het gaat nérgens over”, stelt Van Dijk: “Dat zijn wij juist níet aan het subsidiëren. Als mensen bij ons komen zeggen ze achteraf: dit is geen musical, dit vond ik leuk! Wij gebruiken dan ook liever de term muziektheater. Wij zijn op zoek naar het publiek dat normaal naar toneel of opera gaat en we laten ze iets zien dat wél spannend en stimulerend is en je aan het denken zet.” (meer…)

Wunderbaum speelt Magna Plaza in de Villa Arena

Parool,overig — simber op 21 november 2008 om 00:29 uur
tags: , , ,

De titel was er al voordat er locaties werden gezocht en nu speelt theatergroep Wunderbaum de voorstelling Magna Plaza niet in het winkelcentrum achter de Dam, maar in de Villa Arena in Amsterdam Zuidoost. “We vonden Magna Plaza zo’n goede naam, met dezelfde nep-grandeur als ‘La Place’ of ‘Food Court’”, vertelt acteur Walter Bart. “We hebben natuurlijk gekeken in de ‘echte’ Magna Plaza, maar het was te klein! We hebben voor onze voorstelling een paar lange zichtlijnen nodig, en die konden we daar niet maken.”

Tijdens de voorstelling spelen de vijf acteurs van Wunderbaum tussen het winkelende publiek. De toeschouwers van de voorstelling zitten op grote afstand en krijgen door een koptelefoon de dialogen te horen, samen met muziek van componist Remco de Jong. De voorstelling werd gemaakt in Gent en speelde eerder met veel succes in winkelcentra als Alexandrium in Rotterdam en Hoog Catherijne in Utrecht.

“We vonden een groot winkelcentrum een goede plek om de marktwerking van liefde te onderzoeken”, verklaart Bart. “Er wordt tegenwoordig heel economisch over relaties gesproken: je moet ‘investeren’, mensen kopen dingen voor elkaar om iets gedaan te krijgen. Het is een heel technische benadering van gevoelens.”

De spelers vonden in de film Dolls van de Japanse regisseur Takeshi Kitano een aantal sprookjesachtige verhalen: een vrouw wordt krankzinnig omdat haar geliefde met een ander moet trouwen; een popsterretje raakt verminkt, wat een verliefde fan tot een gruweldaad drijft; een man wacht voor eeuwig op een oude liefde. “Het is een over-the-top sprookjesrealiteit die we in het consumentisme van een mall plaatsen, begeleidt door een kitcherige rock-opera van Remco.”

Bart weet nog niet of het publiek in Amsterdam heel anders zal zijn: “Op de andere locaties liepen allerlei sociale klasses door elkaar heen: hangjeugd, gezinnen met kinderen, zwervers. We hopen dat er in de Villa Arena genoeg variatie is. Maar de architectuur is prachtig. Het publiek komt te zitten op een plek van waar je weids uitzicht hebt over acht roltrappen. De directie had er geen moeite mee dat wij hier gaan spelen. We hebben ook geen groot decor of veel licht. Opbouwen doen we in een uurtje. Het is echt hit-and-run theater.”

Het onbewuste publiek reageert vaak verrast. “Mensen zien wel meteen dat er iets aan de hand is. Het is behoorlijk theatraal wat we doen. We gaan op de grond liggen, ik moet mijn medespeelster Wine Dierickx slaan –dat heeft wel eens een probleem opgeleverd met een gekke zwerver-, maar de meeste mensen denken dat het een promotie is, of een filmopname. Ze zien de volgspot aan voor een camera. Het is leuk om te spelen met de code van het theater, maar soms merk je dat je meer met die code bezig bent dan met de inhoud van wat je te vertellen hebt.”

Wunderbaum speelt van het begin af aan veel op locatie. De groep begon onder de naam JongHollandia toen de acteurs –vers van de toneelschool in Maastricht- werden opgepikt door regisseur Johan Simons. Ze verhuisden met hem mee naar België toen Simons directeur werd bij NT Gent. Daarnaast kwamen ze in Nederland onder de hoede van Productiehuis Rotterdam. Ondanks het feit dat een groot deel van de acteurs in Amsterdam woont, kiest Wunderbaum de komende vier jaar voor de Maasstad. “We hebben eigenlijk nooit zo veel in Amsterdam gespeeld, we moeten hier echt nog publiek opbouwen. En op locatie spelen is hier moeilijker dan elders. Mensen zijn niet geïnteresseerd of gaan je zelfs tegenwerken. We zijn dan ook erg blij dat Frascati de komende jaren meer aan locatietheater wil gaan doen.”

Magna Plaza speelt zaterdag en zondag in de Villa Arena. Kaartverkoop via Frascati. Meer info op www.theaterfrascati.nl

Interview Mark Timmer

TM,interviews — simber op 17 november 2008 om 19:24 uur
tags: , , ,

Sinds begin dit jaar is Mark Timmer artistiek directeur van de fusie-organisatie Gasthuis-Frascati. Werkplaats Gasthuis in Amsterdam West, waar Timmer al sinds 2001 directeur was, en podium en productiehuis Frascati in de Nes groeiden al enige jaren naar elkaar toe. Eind september presenteerde de nieuwe organisatie zich. Een gesprek over lange lijnen, cruciale gesprekken en infiltreren in de stad.

Het eerste gesprek met Mark Timmer is een paar weken vóór Prinsjesdag. Er is nog veel onzekerheid over de financiering, er dreigen structurele problemen voor de productiehuizen in de Basisinfrastructuur en Timmer is een beetje terughoudend om er al te veel over te zeggen. Liever heeft hij het over de plannen voor Frascati en zijn fantastische nieuwe team. Maar voor die tijd moet hij toch het een en ander kwijt: ‘Vanuit de productiehuizen gezien is het afgelopen jaar een tamelijk destructieve exercitie geweest. We hebben lang het idee gehad dat we niet serieus zijn genomen. De gesprekken met subsidiënten zijn zeer vriendelijk, maar eigenlijk is het heel pijnlijk. Ze lijken niet langer je partners, er is geen historisch besef. Je ziet het bij alle overheden. Je zit steeds vaker te praten met de plaatsvervanger van de interim van een adjunct die met zwangerschapsverlof is. De belangrijke beleidsbepalers van diensten en de bepalende ambtenaren met passie en hartstocht, die zeggen ‘dat ga ik voor jou voor mekaar krijgen’ zijn verdwenen. Wellicht is het kunstenveld ook te groot en te onoverzichtelijk geworden, maar ik mis gesprekspartners om lange lijnen mee uit te zetten.’
(meer…)

Verslagje Breakin’ Walls

Parool,verslagjes — simber op 13 november 2008 om 00:25 uur
tags: , , , ,

Breakin’ Walls moet meer worden dan het jongerenfestival van Theater Frascati. Festivalcoördinator Kiki Rosingh wil van Breakin’ Walls een ‘label’ maken voor alle jongerenvoorstellingen in de Nes, en wil tijdens het festival meer mixen met de reguliere bespelers van Frascati. “Wij zijn het jonge, hippe, stoute broertje van Frascati”, zei Rosingh gisteravond bij de opening van de zesde editie.

Dat voornemen komt het best tot uiting in twee projecten, waar gerenomeerde theatermakers samenwerken met jonge multiculturele jongeren. Zo maakte multimedia-kunstenares Carina Molier een film met studenten van de multiculti theateropleiding ITS DNA. In Zorn volgt een cameraploeg een vluchteling naar het gesprek waarin besloten wordt over zijn asielverzoek. Buiten de hekken van een groot gebouw, naast het hokje met twee bewakers gebruikt ze hortende hand-held camerabewegingen en een dreigende soundscape om het zenuwachtige wachten te tonen.

Molier weet met de hectische vorm en naturel acteren heel terloops de wanhoop van de jonge vluchteling te laten zien. Misschien net iets té terloops. De makers zeggen geïnspireerd te zijn op de weerbarstige filosoof Peter Sloterdijk (en op een scène uit de BNN serie Couscous & Cola), dat is meer pretentie dan dit half uur film kan dragen.

Speelser en veel vrolijker is de voorstelling Orange Guinea Pigs Into The Black Hole van het jonge mimecollectief Orange Guinea Pigs, dat begeleid werd door mime-regisseur Sanne van Rijn. Linar Ogenia en Laurens Oliveiro studeerden vorig jaar af aan de mime-opleiding en presenteren nu een reeks scènes, waarin ze fysieke begaafdheid koppelen aan aanstekelijke humor.

Ze doen een scène waarin ze een golftas vol sportartikelen het juiste instrument zoeken om de ene elastiekbal tegen de andere te schieten, een scène waarin ze zichzelf met een computermuisbesturen op Robot Rock, en een scène waarin ze stilstaand elkaar achterna rennen. Het is allemaal los en associatief, met als terugkerend thema ‘keuzes maken’, maar het wordt toch een eenheid door het vormbewustzijn van Van Rijn, die hiermee lijkt terug te grijpen op de werkplaatsvoorstellingen die ze jaren geleden met Roy Peters maakte bij het Gasthuis. Charmant en veelbelovend.

Overigens is tijdens het festival ook nog Mijn Naam is Rachel Corrie te zien van Laura van Dolron, een oudere, maar mooie voorstelling over een naïef meisje in de Gazastrook.

Breakin’ Walls duurt nog t/m zaterdag. Meer info op www.breakinwalls.nl

Voorbeschouwing Dertien Rijen

Parool,overig — simber op 28 mei 2008 om 21:23 uur
tags: , , , ,

Het is geen gezelschap, geen voorstelling en geen festival, maar toch staat het vanaf morgen drie weken lang in theater Frascati in de Nes: Dertien Rijen. Gedurende die tijd zullen theatergroepen ’t Barre Land en Discordia, aangevuld met vrienden en gasten Frascati 1 in bezit nemen en voorstellingen en late-night specials spelen. Tussen het opbouwen van het decor ’s middags en verder repeteren ’s avonds hebben Vincent van den Berg van ’t Barre Land en Annet Kouwenhoven van Discordia even tijd voor een gesprek.

Voor je het weet ben je met deze toneelspelers verzeild geraakt in een discussie over het opvoeren van Brecht, het repertoire in Parijs in de jaren ’30 en toneelstukken over toneelspelers. Zowel Discordia als ’t Barre Land zijn dan ook geen groepen waarin de regisseur een stuk uitkiest en de acteurs dat keurig uitvoeren. Dit zijn toneelcollectieven waarin de stukkeuze, bewerking, decor, techniek en uitvoering een gezamelijke verantwoordelijkheid zijn waarin de verschillende elementen steeds in elkaar overlopen.

“We gingen op zoek naar zogenaamde ‘backstage comedies’”, vertelt Kouwenhoven: “toneelstukken die gaan over de wereld achter het toneel. Molière schreef er een (l’Impromtu de Versailles) die gaat over toneelspelers die zitten te wachten op de koning. De Franse schrijver Jean Giraudoux bewerkte dit in de jaren ‘30 voor zijn eigen toneelgezelschap. De namen van de personages zijn dan ook de namen van de acteurs van zijn troupe.”

“Onze voorstelling Impromptu is gebaseerd op dit stuk, maar weer versneden met andere stukken, Intermezzo –ook weer van Giraudoux- en Colombe van Anouilh. Die laatste is uit de jaren vijfig en lijkt een burleske komedie, maar eigenlijk is het een stuk over vrouwenemancipatie.” Kouwenhoven is niet bang voor eventuele verwarring bij het publiek: “De plots van die stukken zijn zo overdreven geconstrueerd, het is sowieso niet nodig om die te begrijpen. Het zijn slechts vervoermiddelen, het eigenlijke onderwerp is het spelen van de voorstelling. We zijn nu in de repetities aan het uitzoeken hoe wij het ook weer commentaar op ónszelf kunnen maken.”

Maar wat is Dertien Rijen nou eigenlijk precies? “Dertien Rijen is een samenwerkingsverband tussen verschillende kleinere toneelgroepen,” verklaart Van den Berg: “’t Barre Land en Discoria zijn de gangmakers, en Dood Paard en Vlaamse groepen zoals Stan en De Roovers doen vaak mee. Wij vinden dat ook in de kleine zaal ensemblevorming mogelijk moet zijn, niet door één grote supergroep te maken, maar over de gezelschappen heen. Al die afzonderlijke gezelschappen zijn klein en de schaal van hun voorstellingen is steeds hetzelfde.”

“Wij merken dat het heel andere dingen oplevert als je met heel veel mensen op de vloer staat. En daarnaast is het heel goed om jouw manier van werken te confronteren met die van anderen. Er wordt nu al veel gecoproduceerd, maar dat is altijd ad-hoc. Wij willen werken aan repertoireopbouw en stijlontwikkeling, terwijl we expertise en hardware kunnen delen.”

Volgens Kouwenhoven moet die samenwerking nog ruimer worden: “Het moet in de loop der tijd groter worden, maar dat is een kwestie van tijd en middelen. Maar uiteindelijk moeten allerlei soorten acteurs kunnen inhaken, ook van Toneelgroep Amsterdam. Maar we willen het niet te veel op voorhand plannen.”

Naast Impromtu zijn er late-night specials. Na de voorstelling zijn er bandjes en Barre Land-acteur Martijn Nieuwerf zal de eerste schetsen tonen van zijn voorstelling over Bob Dylan. Van den Berg erkent dat het soms lastig is voor de theaters om met zo’n minimale planning te werken: “Er komt toch een hele kermis binnen. Dat kan alleen als er geschiedenis is. Maar er kan vaak veel meer dan je verwacht. Je moet er soms hard voor vechten, maar het kan wel. Zolang je maar niet hoeft te werken binnen kantoortijden.”

Dertien Rijen: 29/5 t/m 14/6. Meer info op www.dertienrijen.nl

Fusie Frascati en Gasthuis

Parool,nieuws — simber op 11 september 2007 om 22:28 uur
tags: , , ,

Het Amsterdamse theater Frascati in de Nes en theaterwerkplaats Gasthuis in Oud West gaan per 1 januari 2008 fuseren. Mark Timmer (40), nu artistiek leider van het Gasthuis, gaat de nieuwe organisatie leiden. De huidige directeur van Frascati, Nan van Houte (52), neemt na vijftien jaar afscheid.

Volgens de twee instellingen is de fusie geen verstandshuwelijk, maar een logisch gevolg van de toegenomen samenwerking in de afgelopen jaren. “We delen dezelfde ideeën over theater en de interessante ontwikkelingen daarin”, aldus Van Houte: “Veel theatermakers stromen nu na een traject bij het Gasthuis door naar het productiehuis en podium van Frascati.”

“We moeten niet van de overheid en het gaat ook niet om bezuinigen”, benadrukt ook Timmer: “Je merkt echter dat theatermakers de afgelopen jaren steeds veelvormiger zijn gaan werken. Ze hangen niet aan één genre of plek of circuit. Maar juist die mentaliteit vraagt grotere, flexibele organisaties om dat allemaal mogelijk te maken.”

“Door de schaal van onze organisaties kunnen we nu bijvoorbeeld niet goed internationaal werken,” vult Van Houte aan: “Door schaalvergroting hopen we buitenlandse tournees van onze makers beter te kunnen begeleiden en meer internationaal aanbod naar Amsterdam te kunnen halen.”

De nieuwe organisatie zal de twee huidige locaties behouden, maar de profielen verscherpen. Het Gasthuis wordt een centrum voor onderzoek en ontwikkeling waar kunstenaars zonder veel beperkingen kunnen pionieren. Frascati wordt het publiekspodium met een sterke binding met de stad, waar bezoekers kennis maken met eigentijdse voorstellingen. Timmer: “Omdat de organisaties elkaar zo goed aanvullen kunnen we ze zonder grote gevolgen voor het personeel in elkaar schuiven”

De programmering van Frascati zal wel veranderen. “Er zullen meer eigen producties komen te staan” zegt Timmer, “Maar ik wil ook scherpere keuzes maken in de groepen die hier te gast zijn. We willen iets minder gezelschappen steviger neerzetten in de stad, met meer context, nagesprekken en dergelijke”.

Hoewel Van Houte vertrekt is  ze nog zeer enthousiast is over de plannen: “Ik hoop en verwacht dat Frascati hét experimentele podium van de stad zal blijven. Mark Timmer is een zeer geschikte opvolger. Hij heeft oog voor interessante mensen en heeft makers als Jetse Batelaan, Laura van Dolron en Ivana Müller voor langere tijd aan het Gasthuis weten te binden.”

Wat ze zelf gaat doen weet Van Houte nog niet: “Ik probeer het nog even niet te weten. Maar er staat binnenkort veel te gebeuren in de podiumkunsten. Er valt voor mij wel weer een stoeltje vrij.”

Recensie: ‘Drakengebroed’ van Het Nationale Toneel & ‘Verdammt ich lieb dich’ van Dame Jeanne

Dit weekend spelen er twee voorstellingen over Ulrike Meinhof in de stad. Geen van beide brengt ons dichterbij de beweegredenen van de in 1976 gestorven RAF-terroriste, maar samen belichten ze een interessant generatieconflict.

Op initiatief van actrice Marie-Louise Stheins schreef Gerardjan Rijnders een stuk over de tweelingdochters van Meinhof, die elkaar na lange tijd ontmoeten in een hotelkamer. Het zijn de hersens van hun moeder -na jaren van geheim onderzoek teruggegeven aan de familie om begraven te worden- die ze bij elkaar brengen.

De vrouwen, Bettina (Stheins) en Regine (Antoinette Jelgersma), hebben ogenschijnlijk weinig gemeen. Bettina is harde journaliste, Regine is van de yoga. Hun moederbeeld leidt al snel tot conflicten: Regine vindt Bettina laf omdat ze weigert te erkennen dat ze van haar moeder houdt, Bettina verwijt haar weer dat ze te weinig oog heeft voor het leed dat Meinhof hen en anderen heeft aangedaan.

De actrices zijn duidelijk niet gewend aan de typische Rijnders-taal, vol woordgrapjes, herhalingen en niet-afgemaakte zinnen. Toch wekken ze sympathie met hun gekibbel en hun vruchteloze toenaderingspogingen, ondanks het wat kabbelende verloop van de voorstelling. Het decor blijkt op het laatst nog een grimmig subtiel grapje te bevatten. De hotelkamer waar het stuk zich afspeelt heeft hetzelfde nummer als Ulrike’s gevangeniscel.

Die cel van Meinhof is de plaats van handeling van de voorstelling Verdammt ich lieb dich van theatermaker Anna Rottier. Hier verschijnt Ulrike Meinhof zelf op het toneel, gespeeld door Mariëtte Zabel. Rottier schreef een stuk over Meinhof’s gevangenschap en een fictieve relatie met een vrouwelijk cipier, gespeeld door Elsje de Wijn. De confrontatie tussen de ingetogen spelende Zabel en de opgeruimdheid van De Wijn -beiden in hippe merkkleding- is mooi om naar te kijken, maar de tekst is te zwak om lang te boeien.

Het decor bestaat uit een paar stellingkasten vol met keurig opgestelde flesjes Spa Blauw, pakken melk, koffie en Pickwick thee. Midden in de voorstelling laten de acteurs onbesuisd de kasten instorten. Het terrorisme uit de jaren ’70 weergegeven als kattekwaad in de supermarkt. Dat is misschien lichtzinnig, maar verduidelijkt effectief de aantrekkelijkheid van de revolutionairen van die tijd.

Het fijne geluidsdecor van William Bakker is al even inventief. Hij combineert schlagers, krautrock en radioreclames, waarin we de stemmen van toneelacteurs als Cees Geel en Hans Kesting herkennen. Ook kunstenaars kunnen zich tegenwoordig blijkbaar niet onttrekken aan de consumptiemaatschappij, waar Meinhof tegen streed.

Rijnders is een generatie ouder dan Rottier. Voor hem is Meinhofs gedachtegoed nog verdedigbaar, maar haar daden zijn dat niet. In Rottier’s voorstelling blijkt haar wereldbeeld volkomen achterhaald, maar juist haar status als symbool voor aantrekkelijk geweld blijft staan.

Theater Drakengebroed van Het Nationale Toneel. Gezien 9/11 in Bellevue, aldaar t/m 12/11. Meer info op www.nationaletoneel.nl; Verdammt ich lieb dich van Dame Jeanne en Productiehuis Frascati. Gezien 4/11 in Frascati, aldaar t/m 11/11, meer info op www.theaterfrascati.nl

Volgende Pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2010 Simber | powered by WordPress with Barecity