Recensie: ‘Radio Muezzin’ van Rimini Protokoll (HF)

Parool,recensies — simber op 16 juni 2010 om 01:18 uur
tags: , , , ,

Het gezang van tienduizenden muezzin die tot het gebed oproepen is een onlosmakelijk onderdeel van de soundtrack van Caïro. Maar de Egyptische ministerie van Religieuze Zaken wil een einde maken aan deze luidruchtige chaos en de vijfmaal daagse aankondiging voortaan via de radio uitzenden. Alleen de dertig beste muezzin houden hun baan, maar zingen voortaan in een studio.

De Duitse documentairetheatergroep Rimini Protokoll van regisseur Stefan Kaegi gebruikt dit uitgangspunt voor de voorstelling Radio Muezzin, waarin drie (oorspronkelijk vier) muezzins op het toneel hun verhaal doen. Op de vloer ligt rood tapijt en terwijl ze op plastic tuinstoelen gezeten vertellen over hun uitstervende beroep, zien we op de achtergrond videobeelden van hun huis en hun moskee.

De drie zijn van eenvoudige komaf; een is blind, de tweede electricien en de derde werkte lang in het leger. De afgehaakte vierde was een ander slag: hij won wedstrijden koranreciteren en is een van de dertig uitverkorenen die op de radio mogen. Hij vertrok na spanningen binnen de groep, maar is nog wel te zien op de video. Zijn afwezigheid wordt een natuurlijk onderdeel van de voorstelling.

Die lijkt namelijk vooral te gaan over de invloed van techniek op eeuwenoude rituelen. Deze muezzin hebben bijvoorbeeld nooit zelf op de minaret van hun moskee gestaan, maar doen hun oproep via microfoon en luidspreker. De electricien knutselt met groen tl-licht en ventilatoren. Een technicus demonstreert een eenvoudige radiozender, maar laat ook een kitscherig toestel - Made in China – zien waarop de actuele gebedstijden voor iedere plaats van de wereld weergegeven kunnen worden, ook te downloaden als app op je mobiele telefoon.

De voorstelling oordeelt niet over deze vriendelijke, vrome mannen, die soms ernstig, dan weer uitgelaten en soms onverbloemd geeuwend de eenvoudige regelmaat van hun dagen –de oproep zingen, reparaties doen, koranles geven, het tapijt stofzuigen, familie bezoeken- uiteenzetten, en dan weer een vers zingen.

De voorstelling mag binnen het Holland Festival mooi samengaan met het openingsconcert van Amal Maher, maar eigenlijk is het een vreemde eend in de bijt binnen het verder uit tamelijk traditionele hoge kunst bestaande festival. En mensen met islam- of algemene religie-allergie hebben bij Radio Muezzin weinig te zoeken. Maar dat kan niet wegnemen dat dit de mooiste, puurste voorstelling van het festival is.

Holland Festival: Radio Muezzin van Rimini Protokoll. Gezien 15/6/10 in Bellevue. Aldaar t/m 17/6. Meer info op www.hollandfestival.nl.

Recensie: ‘I Demoni’ van Peter Stein (HF)

Parool,recensies — simber op 14 juni 2010 om 10:47 uur
tags: , , ,

Architect Rem Koolhaas introduceerde de term ‘Automonument’ voor gebouwen die zo groot zijn dat ze vanzelf monumentaal worden, ongeacht hun kwaliteit. Iets vergelijkbaars is aan de hand met marathonvoorstellingen in het theater. De bewondering voor de inspanning (van de spelers, maar zeker ook van jezelf – een hele dag naar Italiaanse spelers luisteren is toch een hele opgave) kan kritische beschouwing nogal in de weg staan.

Maar die is wel op z’n plaats bij de twaalf uur durende voorstelling I Demoni, die afgelopen weekend op het Holland Festival te zien was. De grootse opzet van dit project wordt niet voldoende gedragen door buitengewone vorm of inhoud.

De inmiddels 72-jarige, gevierde regisseur Peter Stein -die de afgelopen jaren voornamelijke opera’s afleverde- maakte deze bewerking van Dostojevski op zijn landgoed in Umbrië, waar hij de Italiaanse acteurs eerst de meer melodische manier van spelen afleerde, om vervolgens te werken aan een meer filmische speelstijl.

Daarmee vertellen de maar liefst 26 spelers het verhaal van een Russisch provinciestadje in de jaren zestig van de negentiende eeuw waar een groep nihilistische revolutionairen de gevestigde orde omver wil werpen, daarbij geholpen door de charismatische aristocraat Stavrogin, die een duister verleden heeft in Sint Petersburg. In zeven delen, onderbroken door pauzes waarin ook gegeten kan worden, komen we in de vergaderzaaltjes van de opstandelingen en de salons van het establishment en volgen we talloze personages in hun spirituele en politieke zoektochten en in hun geldzorgen en liefdesperikelen.

Het decor is minimaal: op een lege toneelvloer met wat meubels drijft de voorstelling op de vertellende kracht van de spelers. Mooi is de verontschuldigende intimiteit van Andrea Nicolini, die als buitenstaander bij de revolutionairen het publiek als verteller af en toe even bijpraat en het sluwe fanatisme dat Allessandro Averone als leider van de beweging uitstraalt. Maar de cast is wisselend van kwaliteit en belangrijke rollen zijn te zwak bezet. En ook ga je verlangen naar ook maar één theatrale uitspatting om het murw makende scèneverloop te doorbreken.

Overdag zijn de grote ramen onverduisterd, ’s avonds –als de verwikkelingen afstevenen op hun tragische eind- wordt de zaal donker, meer een echt theater. Dan wordt ook duidelijk waar Stein de demonen van Dostojevski’s titel -de drijfveren van de nihilistische jeugd- wil plaatsen. Het hardvochtige idealisme (“Wij eisen honderd miljoen hoofden!” raaskalt een van hen) blijkt weinig meer dan verhulde levensangst. Een geboorte, een liefde en vele doden maken aan het eind duidelijk wat er echt toe doet. En zo blijf je achter met bewondering voor de onderneming, maar ook met het gevoel dat er méér in had gezeten.

Holland Festival: I Demoni van Peter Stein. Gezien 12/6/10 in de Westergasfabriek. Meer info op www.hollandfestival.nl

Recensie: ‘Rechnitz (Der Würgeengel)’ van de Münchner Kammerspiele (HF)

Vijf goed geklede mensen doen een dansje en vertellen goedgemutst over massamoord. Welkom in Rechnitz, Oostenrijk.

Nobelprijswinnares Elfriede Jelinek is een eersteklas nestbevuiler, iemand die zich niet neerlegt bij het groteske zwijgen van haar vaderland Oostenrijk over het antisemitisme, het nationalisme en de kleinburgerlijke moraal, maar die keer op keer de allesbedekkende pleisters van de wonden van de samenleving afrukt om met haar scherpe pen de pijn te beschermen.

Rechnitz (Der Würgeengel) is haar hardste aanval tot nu toe: een toneelstuk over een dorpje waar aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, twee dagen voor de aankomst van de Russen een groepje SS’ers en plaatselijke notabelen na een feestje in het kasteel van de lokale gravin tweehonderd Hongaarse joden vermoordden. Een reden voor het bloedbad was er niet, en na de oorlog werd een rechtszaak tegengewerkt, getuigen vermoord en werd de zaak weggestopt onder een verstikkend stilzwijgen. Tot in de jaren ’90 woonden enkele daders als gerespecteerde burgers in het dorp.

Jelinek’s stuk is geen reconstructie, maar meer een reflectie op zwijgen. Vijf acteurs spelen een koor van de bedienden van het feest op het kasteel die de gebeurtenissen proberen te achterhalen, maar elkaar tegenspreken, afgeleid raken en zich meer en meer identificeren met de daders. En zo gaat het ook ineens over China, de holocaustindustrie, en slachtofferporno. “We kunnen niet allen slachtoffer zijn. We hebben ook daders nodig. Meldt u alstublieft.”

In een met hout gelambrizeerde ruimte spreken de geweldige acteurs (onder wie André Jung en Hildegard Schmahl) vrijwel nooit tegen elkaar, maar uitsluitend tegen het publiek, op het toontje dat showpresentatoren op televisie graag gebruiken: zelfingenomen en professioneel vrolijk. Maar tegelijkertijd moet er wel het nodige verhuld worden. Als er uit een kast ineens een partij geweren valt, gaan de spelers -inmiddels in hun ondergoed- er in een ongemakkelijk tableau voor liggen om ze aan het zicht te onttrekken. Tijdens de voorstelling verorberen ze een hele maaltijd: eerst pizza, dan eitjes, dan kippebouten en tenslotte chocoladetaart.

Het probleem is wel dat Jelinek’s taal, vol woordspelingen, daderlogica en verwijzingen naar nazi-leuzen weliswaar virtuoos is, maar ook moeilijk vertaalbaar. En misschien is een voorstelling als deze gewoon niet zo relevant in een land waar de grootste deugd niet zwijgen is maar ‘zeggen wat je denkt’.

Holland Festival: Rechnitz (Der Würgeengel) van Elfriede Jelinek door de Münchner Kammerspiele. Gezien 9/6/10 in de Stadsschouwburg. Meer info op www.hollandfestival.nl

Recensie: ‘Hiob’ van de Münchner Kammerspiele (Holland Festival)

In één seizoen presenteert Johan Simons een voorstelling die Tien Geboden heet en een die Hiob heet, Duits voor de bijbelse Job. De Nederlandse regisseur die nu artistiek leider is bij NT Gent in België en die volgend jaar naar München verhuist heeft blijkbaar iets uit te zoeken met het Oude Testament.

In aanloop naar zijn directeurschap in München regisseert Simons al enkele voorstellingen bij het Duitse gezelschap. Hiob is daarvan de meest recente, en was dit weekend te zien in het Holland Festival. Het gaat Simons echter niet om theologische kwesties: hij snijdt religie aan om verder te denken over identiteit en cultuur en gebruikt hiervoor de roman van de Oostenrijks/Duitse schrijver Joseph Roth uit 1930.

De arme Joodse leraar Mendel Singer woont met zijn gezin in een Russisch dorp. Hij verliest zijn ene zoon aan het leger, zijn andere vlucht naar Amerika, en zijn geile dochter aan een regiment kozakken. Met zijn vrouw blijft hij over met zijn epileptische en gehandicapte zoon Menuchim, die volgens een profetie van een wonderrabbi ooit zal genezen. De zoon in Amerika blijkt echter succes te hebben en hij laat zijn familie overkomen en laat hen delen in zijn rijkdom. Maar opnieuw verliest Mendel iedereen: Menuchin moest al achterblijven omdat hij als zwakzinnige niet mag immigreren, de zoon sneuvelt in de oorlog, Mendel’s vrouw sterft van verdriet en de dochter wordt krankzinnig. Maar misschien nog wel belangrijker: Mendel is zijn vaderland kwijt en kan niet aarden in de nieuwe wereld.

Hoever Mendel ook reist, zijn wereld blijft klein. Het decor bestaat uit een carrousel van kitsch, bordkarton en verschoten dekbedhoezen. Tussen de lampjes bovenin staan de woorden ‘Birth’, ‘Love’ en ‘Death’. Net als bij Simons’ operaregie Die Entführung aus dem Serail kiest ontwerper Bert Neumann voor één theatraal object in een verder leeg toneelhuis. Op de achtergrond klinkt een geluidsmontage –weer- en stadsgeluiden- en muziek –Russische volksmuziek en moderne componisten- van Paul Koek.

Zoals de carrousel wel beweegt maar niet verplaatst, zo blijft Mendel vasthouden aan zijn identiteit -“Ik ben een vrome jood, met een zwarte hoed en bleke wangen” zegt hij een aantal keer, als een bezwering-  terwijl om hem heen alles in beweging is. De Amerikaanse zoon verandert zijn naam van Schemarjah in Sam, de dochter trouwt met een niet jood, en iedereen krijgt steeds mooiere kleren terwijl hij in z’n flodderige pak met dikke muts blijft rondlopen. Hij is ook niet geschikt om te reizen, hij loopt de hele voorstelling op sokken.

Juist vanwege de stilstand van Mendel wordt het de voorstelling van de vrouwen. Hildegard Schmahl als Mendel’s vrouw is een schitterende actrice die de dodelijke lijdzaamheid van haar personage bij iedere kans weet te doorbreken met nieuwe hoop. Wiebke Puls als de de dochter toont een mooie lijn van bronstig veulen naar zakenvrouw naar gekte. André Jung als Mendel is het onveranderlijke achterdoek waarvóór de andere personages zich bewegen.

Helemaal aan het eind, op het dieptepunt van zijn ellende, verloochent Mendel net als Job zijn geloof. Maar hij gaat verder dan Job: hij verbrandt zijn gebedsriemen en gebedenboek en vult zijn dagen met klusjes voor zijn buren in plaats van met bidden. En hij wordt beloond met een wonder. Want hoe religieus Simons’ thematiek de afgelopen jaren ook is, de wereld de wereld gaat vóór.

Holland Festival: Hiob van de Münchner Kammerspiele. Regie: Johan Simons. Gezien: 21/6/09 in de Stadsschouwburg. Meer info op www.hollandfestival.nl

Recensie: ‘Antonioni Project’ van Toneelgroep Amsterdam (Holland Festival)

Drie filmbewerkingen maakte Ivo van Hove dit seizoen bij Toneelgroep Amsterdam, en geen van drieën overtuigden ze volledig. Na Kreten en gefluister (naar Ingmar Bergman) en Rocco en zijn broers (naar Visconti) brengt Van Hove met vrijwel zijn gehele ensemble nu onder de onaantrekkelijke titel Antonioni Project een multimediale voorstelling waarin het technische vuurwerk niet wordt geëvenaard door emotionele of intellectuele impact.

Dramaturg Bart Van den Eynde bewerkte drie films van Michelangelo Antonioni uit de vroege jaren ’60 -L’Avventura, La Notte en L’Eclisse- tot één verhaal over verschillende stellen. Halina Reijn en Jacob Derwig spelen twee jonge geliefden die twijfelen over commitment, Hans Kesting en Marieke Heebink zijn een ouder echtpaar in diepe crisis. Ze bewegen zich in in kringen van fotografen, schrijvers en beurhandelaars. Merkwaardigste koppel is dat van Fedja van Huêt en Karina Smulders, die een heftige verhouding beginnen na dat zijn vriendin plotseling verdwijnt bij het zwemmen bij een vaartocht met vrienden.

In het eerste deel van de voorstelling wordt intensief gebruik gemaakt van chroma key techniek, waarin de acteurs spelen in een geheel blauw decor, dat door de computer wordt vervangen door gefilmde achtergrondbeelden. Het is een merkwaardige gewaarwording om de acteurs ineens te zien binnenlopen in de filmbeelden van glazen luchtbruggen in een anonieme Amerikaanse stad die op een gigantisch scherm worden geprojecteerd.

Dat is natuurlijk verbazingwekkend knap –hoewel: het weerbericht op televisie wordt al een paar decennia zo gemaakt-, maar anders dan bij eerdere filmische elementen in de voorstellingen van Van Hove blijft de betekenis onhelder. Zijn dit mensen die hun eigen werkelijkheid vormgeven, of is hun hele bestaan virtueel? En omdat de filmtechniek zo realistisch is ga je je ineens ook ergeren aan de zichtbare zendmicrofoons, terwijl de personages volgens het scherm toch op een boot zitten. Kortom: de verhouding tussen de acteurs op het blauwe toneel en de filmbeelden zit scheef.

Het tweede deel is duidelijker. Alle personages komen samen op feest, ze flirten, gaan met elkaar naar bed, voeren zakelijke en intellectuele gesprekken. Achterin speelt jazzbandje The Trumpack Stan Getz-achtige liedjes. De filmbeelden komen hier van van één camera aan een lange kraan, die om de personages heen cirkelt, door muren beweegt, om hoekjes kijkt en steeds zorgt voor nieuwe, spannende gezichtspunten die verrassend theatraal zijn.

Tenslotte zakt het scherm naar beneden en wordt de gehele toneelopening één enorm projectiescherm. Eerst televisiebeelden van diverse aanslagen en rampen –zo grofkorrelig op deze schaal dat ze bijna abstract worden- dan krijgen alle stellen, close-up gefilmd een eigen eindscène, waarin allen besluiten toch bij elkaar te blijven.

Dan wordt ook duidelijk wat nu het echte probleem is van Antonioni Project: ondanks alle visuele en technische krachtpatserij worden de conflicten en beweegredenen van de personages voornamelijk geuit in taal, het beeld gaat alleen om het beschouwen. Daarnaast past het van ennui doortrokken werk van Antonioni gewoon niet zo goed bij de emotionele onstuimigheid van Van Hove. Eén scène doorbreekt beide bezwaren: Derwig die, enorm uitvergroot in beeld, Reijn voor het scherm aflikt; via het medium wisselen ze liefkozingen uit, lichamelijk kunnen ze het niet.

Ivo van Hove heeft na een schitterende serie voorstellingen nu een wat minder seizoen achter de rug –waarbij aangemerkt moet worden dat bij TA ook in een minder seizoen nog interessanter theater wordt gemaakt dan bij de meeste andere grote gezelschappen- , maar hij lijkt doelbewust te experimenteren: in Kreten en gefluister met performance art, in Rocco en zijn broers met rauw realisme en in Antonioni Project met state-of-the-art techniek.

Holland Festival: Antonioni Project van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 14/6/09 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 20/6. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Recensie: ‘Eine Kirche der Angst vor dem Fremden in mir’ van Christoph Schlingensief (Holland Festival)

Christoph Schlingensief, de bad boy van het Duitstalige theater, heeft kanker. Een ongeneeslijke vorm  van longkanker, terwijl hij nog nooit gerookt heeft. Schlingensief, geboren in 1960, werd de afgelopen decennia berucht vanwege zijn provocatieve manifestaties. In Wenen maakte hij –toen Jörg Haider net aan de macht was- onder de titel Bitte liebt Österreich een Big Brother-installatie met asielzoekers die door het publiek het land uit mochten worden gestemd. In Zürich regisseerde hij een Hamlet met neonazi’s. In zijn werk neemt hij steeds de slogans waarin de samenleving spreekt over haar problemen zo letterlijk mogelijk; of het nu ‘Ausländer Raus!’ is of “Wie zijn wonden toont zal genezen worden.”

Dat laatste, ontleend aan Joseph Beuys,  is het motto voor zijn voorstelling Eine Kirche der Angst vor dem Fremden in mir, die komende week in het Holland Festival te zien is. In een groteske mengeling van  een katholieke eredienst, fluxus-performances, reality televisie en zijn eigen theatrale happenings ensceneert hij een hoogmis, of liever een ‘prerequiem’ voor zijn eigen in rap tempo naderende dood.

Het publiek zit op kerkbanken in een ruimte die min of meer is gemodelleerd naar de kerk uit zijn geboortestad Oberhausen, waar hij als kind misdienaar was. Rondom zijn tekeningen opgehangen -rudimentaire schtesen van een menselijk lichaam met een grote piemel en een vogelkop,  de longen roodgekleurd-, slogans en beeldschermen waar zwartwit filmpjes op geprojecteerd worden.

De voorstelling bestaat uit liturgische muziek, soms heel mooi en ijl, dan weer parodiërend met extra galm, soms gospel, dan weer wegstervende metronomen. Tegelijkertijd trekt een parade van absurditeiten voorbij. Een verstandelijk gehandicapte vrouw als priester, kinderen met bloemen in hun haar, een schitterend uitgedost Afrikaans koor. Plechtig komen ze aangelopen, ze zingen een lied en dan gaan ze weer achteruit hollend door het middenpad de zaal uit. Filmpjes tonen het ontbinden van dode haas (wederom Joseph Beuys), vleermuizen, zich delende kankercellen en een brandend hoofd.

Maar hoe barok deze uitstalling van universee sterfelijkheid ook is, het blijft duidelijk dat het gaat om een rituele bezwering van Schlingensief’s persoonlijke lijden. Daarvoor zijn er de oude super-8 filmpjes van hemzelf als kleine jongen, gemaakt door zijn vader. En audiotapes die beginnen met een rationele evaluatie van de laatste medische uitslagen, maar die steeds eindigen in tranen, waarin even de onvoorstelbare eenzaamheid van de dood doorklinkt.

Geleidelijk wordt de dienst een begrafenis. Het altaar in deze kerk kan draaien en is ook een bed van de stervende. Tenslotte verschijnt Schlingensief zelf ten tonele en houdt de preek: een eenvoudige oproep tot luisteren en troosten van hen die behoeftig zijn. “De angst voor het verdwijnen is universeel. Het is een angst waarop je kunt vertrouwen. Je kunt hem uiten hem daarmee beheersen.” Dan geeft hij, als priester in deze dienst, de alternatieve communie: “Eet brood, want dan blijf je leven. Drink je eigen bloed, dan blijf je autonoom.”

Zo laveert Schlingensief steeds tussen exhibitionisme en kritisch intellectualisme en tussen troost  en een zorgvuldige processie om het larmoyante heen. En juist daardoor blijft het effect van deze uitbundige en eclectisch religieuze vorm beperkt. De verbanden die hij legt –tussen de combinatie van het irrationele en de levenslust van fluxus en de bijna dierlijke behoefte aan aandacht voor zijn lijden- zijn vooral verstandelijk en weerhouden het publiek ervan mee te voelen en zijn of haar eigen pijn vrij te laten. “Wie zijn wonden verbergt wordt niet genezen”, vervolgt het citaat van Joseph Beuys. Wellicht geldt het omgekeerde wel sterker.

Holland Festival: Eine Kirche der Angst vor dem Fremden in mir van Christoph Schlingensief. Gezien 3/5/09 in Berlijn. Te zien in Amsterdam (Westergasfabriek) 5 t/m 8/6. Meer info op www.hollandfestival.nl en www.schlingensief.com

Recensie: ‘Quartett’ (HF)

Misschien zijn het inderdaad wel de twee beste acteurs van Europa, zoals ze hier en daar staan aangekondigd: Barbara Sukowa, bekend als Fassbinder-actrice, en Jeroen Willems, de Nederlandse steracteur die tegenwoordig veel in Duitsland werkt. Samen spelen ze Quartett van Heiner Müller op het Holland Festival, waar ze aantonen dat buitengewone acteurs nog geen goede voorstelling maken.

Het publiek zit aan weerszijden van een lange catwalk die de Stadsschouwburg doormidden klieft en mat wit licht geeft. Ze zitten aan de uiteinden als aan een eindeloze eettafel en ze paraderen, glijden en kruipen van het ene eind naar het andere. Quartett is een pijnlijk scherpe bewerking van de brievenroman Les liaisons dangereuses van Laclos, waarin een oudere en door de wol geverfde minnaar en minnares twee jongere, onschuldige vrouwen vernietigen, als beestachtig spel. Müller gebruikt het stuk om harde waarheden te zeggen over liefde, seks, sekse, macht en dood.

Maar de Zwitserse regisseuse Barbara Frey weet niet te duidelijk te maken waarom juist dit stuk juist nu gespeeld moet worden. Gaat dit over moderne mensen, met hun zelfzuchtige relaties en hun onwil om het leven serieus te nemen? Niets ervan, hier wordt alle interpretatie opzij gezet om ruimte te maken voor de acteurs.

Wat overblijft is dan ook fenomenaal acteurstheater. De personages zijn steeds uiterst onderkoeld, maar onder hun welsprekende façade smeult het. Deze twee acteurs laten steeds de speelse grimmigheid botsen met daadwerkelijke uitbarstingen van beestachtigheid. Zo koud en hard zie je het in het theater zelden. Maar zowel Sukowa als Willems laten steeds zien dat dit meedogenloze spel in de eerste plaats een keuze is van de personages, pas daarachter zit de tragiek.

Holland Festival: Quartett van Heiner Müller. Gezien 19/6 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m zaterdag. Meer info op www.hollandfestival.nl

Recensie: ‘Molière’ van de Schaubühne (HF)

Parool,recensies — simber op 9 juni 2008 om 00:42 uur
tags: , , , ,

En steeds maar blijft het sneeuwen. De hele voorstelling Molière van de Vlaamse regisseur Luk Perceval, afgelopen weekend in het Holland Festival, valt het uit de kap van de Stadsschouwburg. Die sneeuw doet rare dingen met je waarneming: de vloer lijkt te golven, je ziet geen diepte, je blik heeft geen rustpunt.

Het uitgangspunt van Molière is een simpel idee: wat als de hoofdpersonen uit de satirische komedies van de Franse toneelschrijver één en dezelfde persoon zijn? Perceval toont De Misantroop, Don Juan, Tartuffe en De Vrek als één mens, wellicht Molière zelf. De intriges en de grappen van de afzonderlijke stukken laat hij voor wat ze zijn. Het gaat om de de zoektocht van één man.

Hij begint als idealist, maar raakt al snel teleurgesteld in zijn medemens. Hij vlucht in de hedonistische lust van Don Juan, die al snel verwordt tot cynische geestelijk leider Tartuffe, die zijn burgerlijke volgelingen zover krijgt dat ze hem hun vermogen en hun vrouwen aanbieden in ruil voor verlossing.

In zijn zoektocht naar waarheid en liefde vernietigt hij iedereen om zich heen, en hijzelf eindigt als incontinente baby, nog steeds krijsend om liefde, maar er verder van verwijderd dan ooit. De sneeuw verbeeld de paradoxale oerkracht van liefde en lust. Het is warm en koud, aanraakbaar en afstandelijk, koesterend en moorddadig. De spelers gebruiken het om zich te zuiveren en zich te beschermen, aan het eind verdwijnen ze bijna in de witte laag op het toneel.

Maar er is nog een oerkracht aanwezig: acteur Thomas Thieme die in de hoofdrol schreeuwend, tierend, zalvend, temend, rukkend en rappend de voorstelling bij elkaar houdt. Met niet meer dan een incontinentieluier om zijn dikke lijf en een microfoon om zijn hoofd gebonden, bezingt hij in zijn eindmonoloog op het ritme van een hartslag de beestachtige aantrekkingskracht van de liefde, geheel onbewust van de vrouw (de jonge Poolse actrice Patrycia Ziolkowska) die achter hem staat en hem overeind houdt. “Liebe ist… Liebe ist… Liebe ist…” herhaalt hij eindeloos, zijn egomane idee over liefde meenemend in de dood.

Zo krijgt de theatermaker Molière, die het liefst tragedies wilde schrijven, maar slechts succes had met zijn komedies, toch nog een tragisch monument. Kenners nemen aan dat Molière een groot acteur was en in zijn eigen stukken de hoofdrol speelde. Achter de spot met de burgerij laat Perceval de diepe zelfhaat van Molière zien.

Molière is een tergende voorstelling, groots en monumentaal, streng en rauw. Een aanslag op de zintuigen bovendien, die de toeschouwer murw gebeukt achterlaat. Maar Perceval, die sinds jaren in Duitsland werkt, en volgend jaar artistiek leider wordt van het Thalia Theater in Hamburg, geeft blijk van een bewonderenswaardig gevoel voor de oerkrachten van het theater en durft zijn visie tot in de uiterste consequenties door te voeren.

Daarom is het eigenlijk jammer dat het Holland Festival nu niet de oorspronkelijke vijf uur durende versie van Molière toont, maar de voor het lastige Berlijnse publiek tot drie uur ingekorte versie. De kadans van de sneeuwval, die op den duur tot een trance-achtige staat leidt heeft eigenlijk nog meer tijd nodig.

Holland Festival: Molière van de Schaubühne am Lehniner Platz Berlin. Gezien 7/6 in de Stadsschouwburg.

Recensie: ‘Richard III’ van het Sulayman Al-Bassam Theatre (HF)

Parool,recensies — simber op 9 juni 2008 om 00:40 uur
tags: , , ,

Arabisch is een taal die je in het theater niet hoort, behalve soms als er een terrorist ten tonele wordt gevoerd. Het Holland Festival brengt nu haar (bij mijn weten) eerste Arabisch-talige voorstelling, een actuele bewerking van Shakespeare’s Richard III. Maar hoewel het internationale gezelschap van schrijver en regisseur Sulayman Al-Bassam (geboren in Koeweit, gestudeerd in Schotland) bestaat uit een bonte mengeling van Syrische, Libanese, Koeweitse en Irakese acteurs en muzikanten, is deze voorstelling op en top Brits, geproduceerd door de Royal Shakespeare Company.

Het is een intrigerend idee om de politieke intriges van Richard III te verplaatsen naar een oliestaatje nabij de Perzische Golf: de hofcultuur met strijdende families, het gebrek aan democratie en de positie van vrouwen daar lijken veel meer op Shakespeare’s wereld dan het Europa van nu. Iedereen is schuldig aan Richard’s terreur: de machtsbeluste hofkliek, het cynische Westen, de machteloze vrouwen en het passieve volk.

Al-Bassam vertaalde veel metaforen naar beelden van de woestijn en het verwisselen van het christendom voor de islam blijkt helemaal geen grote ingreep. De voorstelling concentreetr zich op de plot en niet op de personages. De scènes vloeien vlot en filmisch in elkaar over en er is een overdaad aan vormgeving, halfdoorzichtige spiegels, projecties, een soundtrack én live muziek.

Het probleem met dit soort concepttheater is echter dat voor alle verschillen een oplossing gevonden moet worden. Soms zijn die erg mooi: Richard verleidt de vrouw wiens man hij heeft vermoord op een rouwdienst voor vrouwen, waar hij binnenkomt door een boerka te dragen. Maar door van de Franse vijanden op olie beluste Amerikanen te maken, van Richard’s vals bescheiden troonaanvaarding een slaafse talkshow op televisie en teksten toe te voegen die letterlijk verwijzen naar Saddam en de War on Terror, wordt de actualiteit van de voorstelling gewild en leeg.

Holland Festival: Richard III van het Sulayman Al-Bassam Theatre. Gezien 8/6/08 in Bellevue. Aldaar nog vanavond. Meer info op www.hollandfestival.nl

Recensie: ‘Cani di Bancata’ van Emma Dante (Holland Festival)

Parool,recensies — simber op 21 juni 2007 om 08:26 uur
tags: , ,

Straathonden, maar ook: parasieten, dat is de betekenis van de Cani di Bancata uit de gelijknamige Italiaanse voorstelling die enkele dagen op het Holland Festival te zien is. Schrijver en regisseur Emma Dante wil tegelijkertijd de beestachtigheid en de kinderachtigheid van de Siciliaanse maffia laten zien, en een waarschuwing meegeven voor het gevaar van de Casa Nostra. Het is expliciet politiek theater, dat buiten Italië waarschijnlijk veel van zijn symboliek verliest.

Maar vooral zijn het knappe spelers. Tien beestachtige mannen, eindeloos gehoorzaam aan de baas van de roedel, Mammasantissima, de ultieme heilige vrouw en vlees geworden mafia. In Nederland zouden we ze mimers noemen. Met hun te wijde pakken en slappe vilten dameshoedjes lopen ze parmantig over het podium. Met krachtige fysiek spelen ze vernederende spelletjes, vechten ze onderling en overtroeven ze elkaar in trouwe diensten aan de familie. Maar altijd onder het toeziend ook van Mammasantisima, de godmother in bruidskleed.

De schijnbaar losse choreografie van vechten en kruisen slaan heeft duidelijk elementen van de Commedia dell’Arte. Maar met z’n elven verwijzen ze ook af en toe nog even naar de andere Italiaanse religie: voetbal.

Mammasantissima wordt knap grotesk gespeeld door de actrice Manuela Lo Sicco. Soms schuimbekkend en met vertrokken gezicht, dan weer majesteitelijk flemend houdt ze haar dienaren onder de duim. Ze zit op een hoge houten zetel, terwijl de mannen ruzieën over wie er het dichtst bij haar mag zitten.

Tegen het eind wordt de voorstelling wel erg expliciet. De mannen blijken allemaal vooraanstaande posities te bekleden, een kolonel, een kardinaal, een gedeputeerde. De maffia mag dan inmiddels een bijna folkloristisch imago hebben van drugshandel, afpersing en diefstal, maar eigenlijk is dat maar een masquerade voor haar doordringende invloed tot in de hoogste lagen van de samenleving. Haar werk is verschoven van misdaad naar corruptie.

Mammasantissima geeft haar mannen expliciet opdracht om overheidssubsidies te regelen, de rechterlijke macht te infiltreren, zaken te doen en respectabel te worden, maar nooit de familie te vergeten. De tamelijk doorzichtige thematiek van het verscheurde Italië wordt nog eens versterkt door een kaart van Italië, op z’n kop, met Sicilië bovenaan en alle andere provincies als aparte eilandjes.

De mannen zijn gewillig. Ze kleden zich uit, op een masker na en staan met hun rug naar het publiek te masturberen. Op hun rug staat met zwarte verf “aan Maria vertrouwen wij het lot van Italië”. Het geluid van kletsend mannenvlees gaat naadloos over in het applaus.

Holland Festival: Cani di Bancata van Emma Dante. Gezien 20/6/07 in Bellevue. Aldaar t/m 22/6. Meer info op www.hollandfestival.nl

Volgende Pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2010 Simber | powered by WordPress with Barecity