Recensie ITs Festival

Parool,recensies — simber op 25 juni 2010 om 00:22 uur
tags: ,

De Nederlandse theateropleidingen kijken over de grens. Opvallend veel voorstellingen tijdens het dinsdag begonnen Internationaal Theaterschool Festival zijn coproducties tussen Nederlandse en Duitse of Engelse scholen. Wat ze van elkaar leren is niet altijd even helder, maar het levert heel aardige voorstellingen op.

Interessantste daarvan was de presentatie The wish to be a red Indian van studenten uit Utrecht en het Duitse Giessen, waar de opleiding voor ‘toegepaste theaterwetenschap’ zetelt, waar hoogtheoretische dramaturgie wordt omgezet in niet altijd even toegankelijk theater en waar in Duitsland zeer hoog gewaardeerde groepen als Rimini Protokoll en Gob Squad vandaan komen.

De acht losse acts waren vooral afwisselend en speels, met science fiction als terugkerend thema; een groepje maakt met eenvoudige camera’s en een green screen een live animatie film met special effects, een alien wordt van een scherm naar de zaal getransporteert. Maar het mooiste is een eenvoudig verhaal van een meisje die de wandeling van het station naar het huis van haar oma in een Duits dorp met een overhead projector en een paar uitgeprinte foto’s eenvoudig overbrengt naar Amsterdam.

I’ll be gone is het resultaat van een samenwerking tussen studenten uit Maastricht en Manchester, een een fysieke performance in een high-tech decor – vier mannen staan in een kleine plantenkas waarop van verschillende kanten geprojecteerd wordt. Met speeksel en verf en een vrouw aan een takel maken de spelers een serie grimmige beelden over virtuele lichamen en fysiek contact.

Bijna overal in Europa is in het kunstonderwijs het ontwikkelen van een artistieke signatuur inmiddels belangrijker dan kennis nemen van de traditie. Dat maakt dit soort samenwerkingsverbanden makkelijker, maar niet bijzonder grillig en confronterend. Toch verdient dit verdere navolging: het werkterrein van de volgende generatie theatermakers zal hoe dan ook nog veel internationaler zijn.

Het speeksel vloeit ook al rijkelijk in de ‘normale’ afstudeervoorstellingen. De personages in Westkaai (Toneelschool Maastricht) spugen elkaar ijverig onder, maar wat de bedoeling is van deze groteske voorstelling –grotendeels gehuld in mist én duisternis- blijft troebel. In Blue Remembered Hills (Toneelschool Arnhem) spelen de afstuderende acteurs een roedel kinderen die zonder volwassen toezicht langzaam vervallen in onbeteugelde wreedheid. De tekst –van Dennis Potter, die ook The Singing Detective schreef- is slim gemoderniseerd en rondom een zwembadje gevuld met een enorme berg opblaasbeesten weten de spelers het kindzijn bijzonder raak en met veel spelplezier te treffen. En voor wie op het ITs op zoek is naar nieuwe Hans Kesting of Halina Reijn: Keja Kwestro en Bram van der Kelen lijken me de grootste kanshebbers.

ITs Festival. Nog tot 30/6. Meer info op www.itsfestivalamsterdam.com

Recensies afstudeervoorstellingen ITs

Parool,recensies — simber op 22 juni 2008 om 18:28 uur
tags: , , , , ,

Afstudeervoorstellingen van toneelscholen zijn een bijzonder genre: het is een eenmalige kans voor een groep acteurs en actrices om zich te presenteren aan collega’s, regisseurs op zoek naar talent en Hans Kemna, een afscheid van hun school, en voor de opleiding een prestigeobject, waar ze hun eigen stijl kunnen tonen. Op het ITs festival waren het afgelopen weekend de afstudeervoorstellingen van de toneelscholen van Arnhem, Maastricht en Amsterdam te zien.

Bij de afstudeerklas van Arnhem ligt de nadruk het meest op het afscheid. Drie jaar geleden kwam een klasgenootje om bij een ongeluk en Punt moet een eerbetoon aan haar worden. De acht afstuderenden spelen in een zelfgeschreven stuk een vriendengroep die bij elkaar komt om een vriendin te herdenken. Maar hoe oprecht de intenties ook zijn, de voorstelling is een aanfluiting. De met platitudes doorspekte tekst ontbeert iedere spanning, en de spelers lijken met hun gebrek aan durf regelrecht te solliciteren naar een rol in een vrije productie.

De Amsterdammers pakken het beter aan. Zij vroegen regisseur Ola Mafaalani als begeleider en die maakte in 90 minuten van het probleem van de afstudeervoorstelling het thema: hoe zorg je ervoor dat je in de korte tijd die je hebt indruk maakt en iets achterlaat op aarde. Een jongen probeert het door zijn piemel als drumstick te gebruiken, een paar meisjes zijn aangekleed als de iconen Marilyn Monroe, Marlene Dietrich of Wiske, en achterop het toneel staat een lichtgevende klok.

Met de hyperactieve chaos op het toneel (met twintig man op het toneel nu extra indrukwekkend) en een ronddolende engel (een acteur met een rossige baard in een trouwjurk) is de voorstelling vintage Mafaalani, maar 90 minuten is ook het meest een uithangbord voor een opleiding. In Amsterdam zijn de toneelschool en de kleinkunstacademie een paar jaar geleden gefuseerd, maar er blijven duidelijk te onderscheiden toneelspelers en kleinkunstenaars, waarbij de eersten een beetje wegvallen in deze chaos van  vondsten en sketches. Gelukkig kunnen ze allemaal prachtig zingen.

De toneelacademie Maastricht kiest juist voor een bestaand stuk – Het Koude Kind van Marius von Mayenburg, vorig seizoen uitgevoerd door De Theatercompagnie – en de acteurs laten degelijk, maar uitstekend spel zien. De regie is wat onevenwichtig, maar in deze voorstelling zitten voor het eerst een paar acteurs die ik in de toekomst wel vaker aan het werk wil zien, met name Alejandra Theus die hier onwillige moeder met campari-jus verslaving neerzet en Bram de Win als dictatoriale vader die zijn kinderen haat.

De meeste eigenzinnige school – de Mimeopleiding uit Amsterdam – levert echter de meest eigenzinnige voorstelling af, Spaar ze alle 9 geregisseerd door Lotte van den Berg. Op een donkere housebeat die ruim een uur door het lege Frascati 1 galmt, dansen de acht mimers wild in het koude licht. Af en toe komen één of twee van hen tot rust; ze zoenen, drinken water of praten tegen elkaar – onverstaanbaar door de doordenderende beat. Dit heeft niets meer met de afstudeerconventies te maken. Hier wordt tenminste radicaal en compromisloos theater gemaakt, maar juist hier worden acht performers gepresenteerd die je niet gauw weer zal vergeten.

Het ITs duurt nog tot 28 juni. Meer info op www.itsfestival.nl

Recensies ITS Festival

Parool,recensies — simber op 28 juni 2007 om 02:10 uur
tags: , , , ,

Ruim zestig verschillende voorstellingen vermeldt het programmaboek van het ITS. Het Amsterdamse festival voor schoolgaande en afstuderende theatermakers is erg groot geworden. Daarbij lijkt het ITS op een miniatuurversie van de Nederlandse theaterwereld: er is veel aanbod dat erg kort te zien is, het is moeilijk om erachter te komen wat leuk of bijzonder is, maar de gemiddelde kwaliteit is hoog.

En net als in de rest van het theaterveld is er ook bij de nieuwste toestroom theatermakers veel aandacht voor actuele kwesties. Soms expliciet zoals in Coriolanus van afstuderende regisseur Bas Jansen, soms met een metafoor, zoals in Animal Farm.

Van Coriolanus maakte Jansen een vloeiende Shakespeare-bewerking in hedendaags Nederlands die voortdurend knipoogt naar de actuele politiek. Met Wimie Wilhelm in een belangrijke rol krijgen de flitsende dialogen precies de goede combinatie van lakonieke timing en tragisch gewicht. Deze regisseur lijkt -net als veel van zijn generatiegenoten- zijn referentiekader eerder in film dan in theater te zoeken. De hyperbolische stijl van de voorstelling lijkt meer op Kill Bill en Sin City dan op de toneelversie die Toneelgroep Amsterdam nu speelt in Romeinse Tragedies.

Maar soms is Jansen ook weer verrassend theatraal. Met een bordkartonnen machinegeweer in zijn handen stampt Coriolanus -vurig gespeeld door Bart van der Schaaf- achter op de speelvloer zwarte en witte ballonnetjes stuk. Zo helder wordt de kinderachtigheid van oorlog niet vaak verbeeld. De techniek (zendmicrofoons) liet in de enorme fabriekshal op het NDSM-terrein behoorlijk te wensen over, maar deze regisseur geeft blijk van een gezonde combinatie van talent en ambitie.

Iets minder eigenzinnig is Animal Farm door de afstuderende acteurs van de Amsterdamse Toneelschool. Geholpen door George Orwell’s altijd nog krachtige parabel over de verwording van een revolutie maakte regisseur Lidwien Roothaan een kraakheldere voorstelling in gebleekte kleuren. Vooral Anne Prakke en Chava voor in’t Holt vallen op. Zij weten ieder stapje van de pervertering van de idealen even zichtbaar als onvermijdelijk te maken.

Maar actuele referenties zijn altijd een garantie voor goed theater. Neal Lewis studeert met de korte voorstelling The show must go on af aan de Maastrichtse opleiding voor theatraal performer, die eerder Lizzy Timmers en Laura van Dolron afleverde. Over Amerika moet het gaan en Lewis zet een reeks onwaarschijnlijk uitgekauwde clichés voor -in camouflage-tenue, rode glitterjurk en met een Abu-Ghraibmuts op- zonder één interessante gedachte te formuleren. Energiek is hij wel, deze Lewis, maar inhoudelijk is het zeer mager.

Dan liever een voorstelling als Es mußte nicht sein, die geen enkele politieke boodschap heeft, maar een filosofisch thema op de vierkante meter uitwerkt. Johanna Biesewig (afstuderend aan de mime-opleiding) koos een tekst van Max Frisch: een man krijgt de keus om de avond dat hij zijn vrouw ontmoette anders te laten verlopen. Keer op keer doen ze hun flirtage over, de ene keer loopt ze weg, de andere keer blijft ze. Bij oneindige keuzevrijheid is tevredenheid onbereikbaar. Een knap uitgevoerd miniatuurtje.

ITS Festival. Gezien 24, 26, 27/6/07. Nog tot 30/6. Meer info op www.itsfestival.nl

Prijzen op het ITs Festival

In het Compagnietheater zijn gisteravond de prijzen uitgereikt van het ITS festival. De meest prestigieuze prijs, de Ton Lutz Prijs voor afstuderende regisseurs, ging naar Joachim Robbrecht voor zijn voorstelling Adam in Ballingschap dat hij opvoerde in de Hortus. De Belgische regisseur die afstudeert aan de regie-opleiding in Amsterdam krijgt geld voor het maken van een nieuwe voorstelling en een coachingstraject. Robbrecht was zelf niet aanwezig om zijn prijs in ontvangst te nemen; hij is in Gent een nieuwe voorstelling aan het maken.

Speciale vermelding voor de Ton Lutz Prijs was er voor de eveneens in Amsterdam afstuderende regisseur Thibaud Delpeut, die tijdens het festival opviel met de geslaagde voorstelling Entr’acte. Met een zelfgeschreven, op de film Lost in Translation geïnspireerd stuk toont Delpeut zijn talent voor het construeren van gelaagde personages. Hij geeft daarnaast blijk van een goede hand van casten door Wendell Jaspers tegenover Kees Hulst te zetten. Het levert een spannende kleine voorstelling op.

Een geheel nieuwe prijs is de Kemn-A-ward. Castingbureau Kemna Casting nam het initiatief voor deze prijs voor de meest opvallende en veelbelovende acteur of actrice op het ITS. De prijs ging naar de Vlaamse acteur Oscar van Rompay die op het festival te zien was met zijn klas van de Antwerpse Herman Teirlinck school in de voorstelling Publikumsbeschimpfung. Eerder dit jaar viel hij al op in kleine rollen in de grote voorstellingen Platform van NT Gent en Opening Night van Toneelgroep Amsterdam. Van Rompay wint 4000 euro voor het verder ontwikkelen van zijn talent, en dat mag van uitreiker Job Gosschalk ook prima gebeuren op een terras in Barcelona met een fles sangria.

De overige prijzen waren voor de speerpunten van het festival: dans en internationaal. De Choreography Award voor de beste dansvoorstelling ging naar Pere Gay i Faura voor zijn voorstelling This is a picture. De ITS Guest Award voor beste internationale voorstelling ging naar Publikumfsbeschimpfung. Uitreiker Ben Hurkmans, directeur van het Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten, zei te hopen dat met de val van het kabinet en het vertrek van Rita Verdonk het voor kunstenaars eenvoudiger zal worden om naar Nederland te komen om hier te werken.

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2010 Simber | powered by WordPress with Barecity