Recensie: ‘Botox Angels’ van Dood Paard

Parool,recensies — simber op 31 maart 2014 om 11:35 uur
tags: , , , ,

Drie smurfinnen. Daar doen ze nog het meest aan denken, met hun blauw geverfde blote borsten, witte herenslips en blonde pruiken. De Botox Angels van Dood Paard heten ons welkom in hun driepersoonsbed annex studio.

Drie jaar geleden speelden Manja Topper, Ellen Goemans en Lies Pauwels de succesvolle voorstelling Freetown, over westers sekstourisme in Westafrika. Dit jaar spelen ze opnieuw een tekst van Rob de Graaf, zonder Pauwels, maar met Janneke Remmers.

De voorstelling is een afwisseling van scènes over drie vrouwen die proberen een drievrouws liefdes- en seksrelatie te hebben, en van scènes waarin ze met hun eigen naam en een flinke dildo met een plopkap die dienst doet als microfoon elkaar interviewen als succesvolle sterren. Tegen de pik praten ze zoals er van vrouwen verwacht wordt, onder elkaar zijn ze onzekerder en zoekender, maar ook heel gemeen. “Dat gezicht van jou is een donkere wolk – zo’n wolk waar elk moment de zure regen uit kan komen vallen.”

Tussendoor doen ze coverversies van performances van Yoko Ono (Cut Piece – een vrouw wordt stukje bij beetje uitgekleed door haar jurk in stukken te laten knippen) en Martha Rosler (Semiotiek van de keuken – een alfabetische opsomming van keukenattributen met bijbehorende, opmerkelijk geweldadige bewegingen).

Die performancedelen zijn het leukst en je vraagt je af waarom die lesbische soap er überhaupt nog doorheen verteld moet worden. Pluspunten zijn vooral de uitzinnige kostuums (o.a. Carmen Schabracq) en het nuchtere spel van Goemans, die er erg goed in is het publiek deelgenoot te te maken van de grappen.

Het blijven echter de hele tijd niet meer dan aanzetten tot iets interessants. Pas het eindbeeld, dat onder het motto ‘Alle vrouwen zijn mooi’ het vrouwelijk deel van het publiek betrekt, is feestelijk. Waren ze daar maar begonnen.

Botox Angels van Dood Paard. Gezien 22/3/14 in Frascati. Aldaar t/m 29/3. Tournee. Meer info op www.doodpaard.nl

Recensie: ‘Vaslav’ van Arthur Japin door DeLaMar producties

“U gaat mij groot maken? Ik weet niet beter of ik ben al groot.” Soeverein reageert Vaslav Nijinski op de avances –zakelijk, artistiek én seksueel- van Sergej Diaghilev. De grootste danser aller tijden en de producent die hem uiteindelijk niet alleen groot maakte, maar een icoon; het geile middelpunt van het revolutionaire ballet Le Sacre du Printemps uit 1913.

In 2010 schreef Arthur Japin de roman Vaslav, gebaseerd op de moeizame relatie van Nijinski met Diaghilev. Gisteren ging de door de auteur zelf geschreven toneelversie in première in DeLaMar. De roman belicht de enigmatische danser vanuit drie perspectieven: die van zijn vrouw, zijn bediende, en van Diaghilev. Bij de toneelversie ligt de nadruk stevig op de laatste, die wordt namelijk gespeeld door Jeroen Krabbé, voor het eerst sinds tien jaar weer op de planken.

Het verhaal speelt zich af op één fatale dag, de laatste keer dat Nijinski in het openbaar optrad. Hij heeft zich teruggetrokken in Sankt Moritz, ontslagen bij Diaghilevs gezelschap Ballets Russes waarmee hij zijn grootste triomfen vierde en steeds meer ten prooi vallend aan de schizofrenie die de laatste helft van zijn leven zou bepalen. Vooral zijn vrouw wil graag dat hij een come-back maakt, maar halverwege het optreden valt hij stil. “Nu is het kleine paardje moe”, zijn zijn laatste woorden.

De toneelvoorstelling speelt zich af in een klinisch witte ruime (decor: Lez Brotherson). Delen van de wand zoeven omhoog om op dynamische wijze steeds nieuwe ruimtes aan te geven met een bad, een kachel of een kleine tribune. Kostuums (Yan Tax) zijn geïnspireerd op de jaren ‘10, onberispelijke rokkostuums voor de heren, gepast uitzinnige jurken voor de dames.

Maarten Heijmans (inmiddels vooral bekend van de titelrol van de televisieserie Ramses) heeft het juiste charisma voor Nijinski. Mooi is het om te zien hoe hij langzaam wegzakt in waanzin. Musicalster Noortje Herlaar speelt zijn vrouw, die bij Japin een soort Yoko Ono wordt: de vrouw die het artistieke genie verpest. Haar moeder, uitstekend gespeeld door Beppie Melissen in steeds nieuwe geestig over-the-top jurken, is de bitse en hardvochtige comic relief. Er wordt niet gedanst in de voorstelling, op sommige momenten wordt het silhouet van een danser geprojecteerd. Het blijft echter vrij ongemakkelijke illustratie – geen moment heb je het idee dat we hier een man zien die de zwaartekracht trotseert.

Krabbé als Diaghilev trekt echter de meeste aandacht. Met een snorretje en een witte haarlok schept hij een rijk toneelpersonage: showman en geniale artistieke makelaar, als homoseksueel dolverliefd op Nijinski, maar zakelijk hard en wraakzuchtig. Een dandy met gevoel voor schandaal.

De dialogen tussen Krabbé en Heijmans, veelal verteld via flashbacks uit hun vroegere leven, zijn het best. Ze spreken over liefde, passie, kunst, maar blijven dubbelzinnig en tegenstrijdig. En is Nijinski nou homo of liet hij zich de liefde van Diaghilev aanleunen omdat hij daar baat bij had. De voorstelling laat het in het midden; gelukkig maar.

Vaslav is in regie van Gijs de Lange een mooie, ambachtelijke voorstelling, goed gespeeld en boeiend tot het eind; de meest geslaagde DeLaMar productie tot nu toe. Maar toch knaagt er iets. Diaghilev en Nijinski waren –samen met onder veel anderen Stravinski, Rodin en Debussy– een eeuw geleden de aanstichters van een radicale esthetische opstand. De paar maten van Le Sacre du Printemps die in de voorstelling klinken, bevatten al zoveel geweld dat je schrikt.

Dat honderd jaar later de hoofdpersonen van die artistieke revolutie onderwerp zijn van zo’n brave en gladgestreken toneelavond stelt toch teleur.

Vaslav van Arthur Japin door DeLaMar producties. Gezien 16/3/14 in DeLaMar. Aldaar t/m 30/4. Meer info op www.delamar.nl

Recensie: ‘Rule’ van Emke Idema, Frascati Producties

Parool,recensies — simber op 20 maart 2014 om 14:30 uur
tags: ,

Een beetje verloren staan we met z’n allen op de speelvloer. Geen vertrouwde tribune voor het publiek, we moeten het doen met een paar onregelmatig gevormde eilandjes op de speelvloer. In Rule zijn er geen toeschouwers, je speelt allemaal mee.

Emke Idema viel twee jaar geleden op met het prachtige theatrale spel Stranger, waarbij toeschouwers in een soort gezelschapsspel gretig hun vooroordelen over vreemden uitspraken. In het al even geslaagde Rule gaat het nu om samenleven en politiek.

Aan de hand van een paar globale vragen – ben idealistisch of praktisch? overtreed je liever een regel of probeer je hem te veranderen? – die je beantwoordt door op een van de eilanden te gaan staan wordt de temperatuur van onze groep gemeten. Wij zijn flexibel en ruimhartig.

Maar wat gebeurt er met die abstracte waarden als je concrete problemen voorgeschoteld krijgt? Een onbekende die bij je aanbelt om van de wc gebruik te maken? Een vriend die jou huis als het zijne gaat gebruiken?

Via een razendknap scenario, dat via de gecomputeriseerde stem van Idema het spel stuurt, moet je niet alleen zelf keuzes maken, je ziet ook  de keuzes van de medespelers. Durf je dan een afwijkende mening te hebben of conformeer je je?

De dilemma’s die Idema je voorschotelt gaan steeds over gastvrijheid – tegenover vreemden, vrienden of asielzoekers. Het hangt natuurlijk van de avond af hoe de problemen worden opgelost –en hoeveel protest er is als Idema je opzadelt met een valse keuze– maar het lijkt wel duidelijk dat geen enkele groep toeschouwers zo nobel blijkt als ze aan het begin over zichzelf dacht. En het knappe aan die ontmaskering is dat je het helemaal zelf hebt gedaan.

Rule van Emke Idema, Frascati Producties. Gezien 12/3 in Frascati 4. Aldaar t/m 15/3. Tournee. Meer info op www.emkeidema.nl

Recensie: ‘De Verleiders: de val van een super-man’

“Heijn of niet Heijn? Dat is de vraag.” Victor Löw speelt Ronald Jan Heijn, het spirituele zwarte schaap in de supermarktfamilie, maar Löw is ook de acteur die heel graag Hamlet wil spelen. Die twee lagen –de familie Heijn die in 2003 wordt geconfronteerd met een enorm boekhoudschandaal– en de realiteit van de acht toneelspelers die hierover een voorstelling moeten maken lopen continu door elkaar in De Verleiders: de val van een super-man, meestal aan elkaar geknoopt met een goede grap.

Twee jaar geleden was De Verleiders: de casanova’s van de vastgoedfraude een enorme theaterhit. Die voorstelling, bedacht door het theaterduo George van Houts en Tom de Ket, maakte de fraudezaak rond het Bouwfonds op cabareteske wijze (bijna) inzichtelijk en maakte het publiek op een knappe manier mede-verantwoordelijk. Een vervolg was onvermijdelijk. Dit keer richten de twee hun pijlen op de top van het vaderlandse bedrijfsleven: de ontmaskering van Ahold-directeur Cees van der Hoeven.

Alle hoofdrolspelers verzamelen zich op Pudleston Court, het landhuis van de oude Albert Heijn (Jules Croiset in een elektrische rolstoel waarmee hij consequent over ieders tenen rijdt): Van der Hoeven (een elastische en uiterst geestige Han Römer), zijn eerste en tweede vrouw (Joke Tjalsma en Rosa Reuten), zweefkees Ronald Jan en de geest van diens ontvoerde en vermoordde vader Gerrit Jan Heijn (Walter Crommelin). Het blijspel is compleet met Van Houts als de butler en stagiaire Julia Akkermans als zijn dochter.

In een decor van rollende ordners die interieurwanden blijken te herbergen, probeert Van der Hoeven van Heijn de controle over het bedrijf terug te krijgen terwijl de anderen hem vooral tegenwerken. Mooi is dat naast Albert Heijn ook andere Hollandse iconen hun plek krijgen, van de Hollandse Meesters aan de muren, tot verwijzingen naar Jip & Janneke en Johan Cruijff.

Steeds stappen de acteurs uit hun rol voor weer een extra Ahold-anekdote of meta-grap. Het hele assortiment supermarktmoppen en verwijzingen naar reclameslogans wordt uit het schap gehaald.

Dat is meestal leuk, maar uiteindelijk vermoeiend, omdat de voorstelling geen dwingend verhaal heeft en toch een hoog tempo. Vooral het postmoderne eind, hoewel keurig gespiegeld, is flauw.

De fraudezaak wordt eigenlijk nauwelijks duidelijker, maar wat De Verleiders uitstekend doen is uitleggen dat de mega-bedrijf als Ahold werkt in een kapitalistisch systeem dat van alles een product maakt –ook van jonge actrices, zoals stagiaire Akkermans lucide opmerkt– en z’n gang kan gaan omdat ook het publiek gemak en voordeel belangrijker vindt dan goedbetaalde broodbakkers en cassières.

Je zou er bijna een oproep tot bewuster consumeren achteraan verwachten, maar dat zou al te activistisch zijn voor deze cultureel ondernemers. Het mensbeeld van hun nieuwe voorstelling is minder cynisch dan in De casanova’s van de vastgoedfraude, maar ondanks de vele goede grappen kom je niet heel vrolijk naar buiten.

De Verleiders: de val van een Super-man van Bos Theaterproducties. Gezien: 26/2/14 in Zaandam. Te zien in Amsterdam (DeLaMar) 29/5 t/m 8/6. Meer info op www.de-verleiders.nl

Recensie: ‘Ghost Track’ van Blau Hynder

Parool,recensies — simber op 3 maart 2014 om 10:00 uur
tags: , , , ,

“Er is niets zo geil als koortjes inzingen.” Het leven van muzikanten in de opnamestudio is nog geen rijk ontgonnen gebied voor verhalenvertellers. Dick Hauser maakte nu bij Blau Hynder (muziektheater met Friese roots) de voorstelling Ghost Track, met Hein van der Heijden als bijna vergeten rockheld op zoek naar z’n comeback.

Een voorstelling over ouwe rockers als deze drijft op een vanzelfsprekende manier op clichés. De ster is sexy, impulsief, intens, drankzuchtig en onzeker; de driekoppige band is degelijk en loyaal; de man achter de knoppen (Henk Zwart) is melancholiek en een tikje jaloers. Rondom hen spon schrijver Jan Veldman met weinig woorden een aardig verhaal over stugge mannen voor wie gevoelens synoniem zijn met jankende gitaren.

De muziek van Stephan Jankowski (gitaar), Ruud Vleij (bas) en Anne Zwaga (sax/toetsen) bestaat uit zijn tamelijk generieke, maar soepel gespeelde rocksongs, met Van der Heijden als charismatische frontman; met z’n rechtopstaande haar, z’n witleren jack en strakke broek lijkt hij op een kruising tussen Herman Brood en Barry Hay.

Hij krijgt alleen weinig weerwerk van zijn medespelers en dat maakt de voorstelling een beetje vlak. Ook de muziek is iets te krachtig voor de theaterzaal en juist te keurig voor een dampend rockhol.

Pas helemaal aan het eind komt alle passie samen in één geweldig nummer, met Ellen ten Damme als ‘ghost appearance’ op band, een vurige Van der Heijden en met geweldig geile koortjes.

Ghost Track van Blau Hynder. Gezien 21/2/14 in Haarlem. Te zien in Amsterdam (Bellevue): 20-22/3. Meer info op www.ghosttrack.nl

Recensie: ‘The truth about Kate’ van Davy Pieters, Frascati Producties

Parool,recensies — simber op 21 februari 2014 om 14:00 uur
tags: , , , ,

‘EmpTV’ is het prachtige neologisme voor hersenloze reality-televisie, celebrity-roddelprogramma’s en popdocumentaires waar je toch zomaar een avond gefascineerd naar kunt staren. Regisseur Davy Pieters, sinds twee jaar vast verbonden aan Productiehuis Frascati, is er door geïntrigeerd en maakte een hyperbolisch celebrity-drama voor het theater.

De ster is Kate: zangeres, actrice; geen ster, maar een supernova. Of is ze een eenzame vrouw die een minder saai leven voor zichzelf voorstelt? Ze vertelt het verhaal van haar leven via voice-over, speelt alle personages, nieuwslezers en de reclames tussendoor. Jibbe Willems schreef een tekst waarin ieder cliché nog eens gepast hyperbolisch wordt aangezet en waarin het meest catastrofale natuurgeweld het aflegt tegen het sterrenego. Jimi Zoet maakte een weergaloze, vervreemdende soundtrack.

En dan heeft Pieters nog de mazzel dat ze de ideale actrice voor zo’n deconstructie-klus heeft gevonden in Naomi Velissariou. Niet alleen is Velissariou een zeldzaam talent die virtuoos vijf talen sprekend, rappend, hilarisch geil soul-heigend, het decor beklimmend, genadeloos Matthijs van Nieuwkerk-parodiërend en autotune zingend het publiek moeiteloos meeneemt naar alle weirde uithoeken van het verhaal, maar ze doet dat met een superieure ironie, waardoor niet de leegte achter de geconstrueerde levens van de Miley Cyrussen van deze wereld centraal komt te staan, maar het plezier van het construeren.

Want dat maakt deze voorstelling uiteindelijk zo leuk: Pieters en Velissariou draaien ieder cliché weer net anders dan je verwacht. Want waarom zou je de bekende scripts volgen als je vrij bent om je eigen leven in te richten? Alleen al voor het laten zien van die vrijheid is deze voorstelling duizend keer beter dan een avond tv.

The truth about Kate van Davy Pieters, Frascati Producties. Gezien 13/2/14 in Frascati, aldaar t/m 22/2. Meer info op www.frascatiproducties.nl

Recensie: ‘Hollandse Luchten 1: Jeremia’ van Sadettin Kirmiziyüz en Marjolijn van Heemstra

Parool,recensies — simber op 17 februari 2014 om 09:00 uur
tags: , ,

“Meestal waren we niet boos, maar gewoon thuis.” Theatermakers Sadettin Kirmiziyüz en Marjolijn van Heemstra –prototype ‘linkse gutmenschen’– vertellen over hun bezoek aan Wil Schuurman, secretaresse en later echtenote van Hans Janmaat, in de jaren ’80 en ’90 als kamerlid van de Centrum Democraten die met zijn afkeer van de multiculturele samenleving een van de meest gehate mensen in Nederland was.

Is hij niet de wegbereider van de populisten en de reaguurders van vandaag? Waarom konden zijn uitspraken ‘Vol is vol’ toen volstrekt niet door de beugel en klinken ze nu zo tam. Hadden we naar hem moeten luisteren? Met deze vragen gingen de twee makers –allebei begaafd in een losse stand-up achtige stijl– op zoek naar anti-fascisten, allochtonen en CD’ers uit die tijd.

In een vlotte, slimme voorstelling behandelen ze een enorme veelheid aan thema’s: de radicalisering van moslims, aangespoelde walvissen, fantasy games en de Neverending Story, Anne Frank en de Mars der Beschaving. Steeds is er de tegenstelling: Kirmiziyüz die het gesprek aangaat en zijn woede ziet verdampen als hij zijn tegenstanders leert kennen, en Van Heemstra die wanhopig op zoek is naar morele zekerheden.

Maar de uiteindelijke conclusie is niet bijster optimistisch: in Nederland eindigen politieke en ethische conflicten ófwel in doodsverwensingen en echt geweld –de reaguurders en de antifascisten die het hotel waar de Centrum Democraten vergaderden in de fik staken– ófwel in de zachte sentimentaliteit van de persoonlijke verhouding –Kirmiziyüz die ontdekt dat zijn Twitter-nemesis Gekke Toon een doodgewone vrouw is die van schildpadden houdt.

Misschien biedt de kunst uitkomst als plek om conflicten serieus aan te gaan, zonder dat ze per se moeten worden opgelost? Wil Schuurman zat bij de première in ieder geval op de eerste rij.

Hollandse Luchten 1: Jeremia van Sadettin Kirmiziyüz en Marjolijn van Heemstra, Frascati Producties. Gezien 7/2/14 in Frascati. Aldaar t/m 15/2. Tournee. Meer info op jeremia.troubleman.nl

Recensie: ‘White Lies’ van Lies Pauwels

Parool,recensies — simber op 3 februari 2014 om 10:00 uur
tags: , ,

“Ik wil geen actrice meer zijn!” Lies Pauwels schreeuwt het uit; tien, twintig keer achter elkaar. Er zit een mooie tegenstrijdigheid in die scène. Want wie zoveel wanhopige zelftwijfel kan belichamen moet wel een hele goede actrice zijn.

Pauwels viel drie jaar geleden op in de voorstelling Freetown van Dood Paard, een tekst van Rob de Graaf. Met haar weelderige lijf, punky haar en doordringende stem wist ze van haar personage, een middelbare vrouw in Afrika op zoek naar seks en genegenheid, een iconisch personage te maken voor onze tijd. Ze won er in 2011 de Colombina voor.

Nu speelt ze de solovoorstelling White Lies (Engels voor ‘leugens om bestwil’), opnieuw geschreven door De Graaf, en de tweede in een trilogie van samenwerkingen tussen Pauwels en verschillende toneelschrijvers. Het is een fraai demasqué in anderhalf uur.

Van achter komt ze het podium opgestommeld, acrobatische toeren uithalend met een stapel stoelen, in een fel rood, veel te kort jurkje. Het duurt even voor je ziet dat ze op kunstschaatsen loopt.

De ruimte doet onmiskenbaar denken aan een Oosteuropese persconferentie: tafel met microfoons, plant, en een vloer, achterwand en tafelrok in iets te glimmende, vloekende kleuren. Pauwels vertelt haar verhaal aan ‘Lars’, als een denkbeeldige auditie voor de deense filmer Lars von Trier, die heeft aangegeven: “Ik wil niet de feiten uit je leven horen – ik wil weten wat echt belangrijk voor je is.” Maar wat is nou eigenlijk echt belangrijk voor iemand die zo intensief met illusies leeft?

Pauwels en De Graaf creëren in een grillige, uitwaaierende monoloog een complex personage met een te grote drang naar vrijheid en laag verantwoordelijkheidsgevoel. “Iemand heeft ooit bedacht dat de aarde om de zon heen draait. Maar we weten allemaal dat het zo niet zit: het draait allemaal om ons. Om mij.”

Tegelijk is de voorstelling een fijne uitstalkast voor het talent van Pauwels die met nauwelijks meer dan een tafel waarondervandaan ze steeds flessen met een bodempje drank tovert en een abstract levensverhaal een heel mensenleven kan suggereren.

Toch gaat de voorstelling net te weinig vlammen om echt memorabel te worden. Dat kan de avond zijn, of de magere publieksopkomst, maar de paar intense momenten –“Ik wil geen actrice meer zijn!”, of het moment dat Pauwels zich afschminckt– suggereren een razernij die in de rest van het spel te weinig tot uitdrukking komt.

Aan het eind is Pauwels fragiel, berustend bijna, en lossen alle zekerheden op in een eindeloze serie vragen. “Bestaan er woorden die iets anders zaaien dan verwarring?”

White Lies van Lies Pauwels. Gezien 25/1/14 in Haarlem. Te zien in Amsterdam (Frascati) 4 en 5/2. Meer info op www.frascatitheater.nl

Recensie: ‘Longen’ van Studio Dubbelagent

De toon is even wennen. De acteurs praten allebei met die net iets te gedragen toneelstem, die in het Nederlands toneel zo goed als uitgebannen is. Maar als je er eenmaal aan gewend bent, valt het op hoeveel muzikale diepte er in hun goed gearticuleerde zinnen zit.

Longen (Lungs) is een in Nederland nog niet eerder gespeeld toneelstuk van de Engelse schrijver Duncan Macmillan. De in Londen opgeleide regisseur Teunkie van der Sluis brengt het nu als kleine voorstelling van zijn eigen Studio Dubbelagent in het Compagnietheater.

Zij (Laura de Boer) en Hij (Teun Kuilboer) zijn al een tijdje bij elkaar als hij de hachelijke vraag stelt: willen ze misschien een kind? Het is de aanzet tot een anderhalf uur durende twijfel-athon.

Want moet je wel een kind op de wereld zetten die zo verrot is, waar al te veel mensen zijn, terwijl het kind net zoveel CO2 verbruikt als de Eiffeltoren weegt? In de korte, scherpe dialoogjes, waarin steeds zonder onderbreking in de tijd wordt gesprongen, toont Macmillan mooi en met onderkoelde humor de wereld van onzekere jonge mensen, die heel goed kunnen reflecteren, maar heel slecht beslissingen kunnen nemen.

De Boer is een prachtige actrice die haar neurotische personage talloze gezichten geeft, en Kuilboer staat daar prettig nuchter en gedwee tegenover.

Een probleem is wel dat de vertaling (ook van Van der Sluis) te veel omslachtige zinsconstructies uit het Engels overneemt (plus een hele hoop onvertaalde ‘fucking’s), zodat het geen moment een geloofwaardige Nederlandse conversatie wordt. Ritmisch werkt het wel goed, en daarop drijft de zorgvuldige, ambachtelijke regie.

Longen van Studio Dubbelagent. Gezien 23/1/14 in het Compagnietheater. Aldaar t/m 26/1, tournee. Meer info op www.studiodubbelagent.com

Recensie: ‘Hideous (wo)men’ van Toneelgroep Oostpool/Boogaerdt & Van der Schoot/Susanne Kennedy

Wat zijn theatervoorstellingen in Nederland vaak vriendelijk en braaf. Het valt ineens op als je een voorstelling ziet die zo nadrukkelijk níet wenst te behagen als Hideous (wo)men, een samenwerking van mimegroep Boogaerdt/Van der Schoot en upcoming regisseur Susanne Kennedy. Maar deze voorstelling is méér dan een provocatie; het is een even intelligent als onverbiddelijk statement over vrouw zijn en theater maken.

Hideous (wo)men is min of meer een vervolg op de pornificatie-performance Bimbo van twee jaar geleden. Opnieuw verbergen de speelsters –vijf in totaal– hun gelaat achter plasticinemaskers, waarmee ze niet alleen onherkenbaar worden, maar ook een griezelig net-niet-echt effect bereiken. Het zijn nauwelijks levende poppen, met afgemeten bewegingen.

Ze tonen een wereld waarin alles kunstmatig is: de tegels, de houten lambrizering en de plant in het decor zijn nep, de stemmen komen vanaf de geluidsband, de maskers uitdrukkingsloos. De figuren, met namen als Angel, Brook en Rocco, spelen in een soort soapverhaaltje; of is zijn het scènebeschrijvingen uit een pornofilm? Ze lopen rond met videocamera’s maar wat ze filmen wordt niet zichtbaar. Een televisie toont Japanse tekenfilms – nog meer onechte mensen.

Het decor (van Katrin Bombe) is een eindeloos draaiende carrousel van drie troosteloze kamers. Twee televisieschermen aan weerszijden tonen een hoek die je als toeschouwer net niet zelf kunt zien. Tijdens een feestscène komt de muziek van achter, zodat je steeds het idee hebt dat de vrolijkheid zich afspeelt in de kamer die je net niet ziet. Het draaien geeft de indruk van een peepshow, maar ook van een stripverhaal. Daardoor valt het eerst niet op dat een van de figuren in twee kamers tegelijk zit.

Gewapend met de filosofie van Baudrillard drukken de makers tergend en geleidelijk iets uit over uitbeelding, identiteit en zelfenscenering. Maar hoe artificieel de figuren ook zijn, en hoezeer ze hun lijven ook onder controle hebben, het lichaam speelt toch op. Ze moeten eten, drinken, dansen, masturberen.

Het eindigt in een grandioos smerige menstruatie-scène van vijf identieke figuren, even onsmakelijk als fascinerend. Een eindeloos ritueel van lichaamssappen in het continu ronddraaiende decor. Baudrillard stelt dat de wereld zó vol is van symbolen die nergens naar verwijzen, dat realiteit niet meer kan bestaan. Deze vrouwen tonen dat er één onontkoombare werkelijkheid is: die van het lichaam. Maar ze doen dat in een theatervorm waarin alles –zelfs het lichaamsvocht– opzichtig nep is.

Het is ongemakkelijk en verwarrend van Boogaerdt, Van der Schoot en Kennedy ons hier voorschotelen, maar zó zelfverzekerd en consistent dat de beelden en associaties blijven doormalen lang nadat de voorstelling is afgelopen. Onontkoombaar theater voor iedereen met een sterke maag.

Hideous (wo)men van Toneelgroep Oostpool/Boogaerdt & Van der Schoot/Susanne Kennedy. Gezien 19/12/13 in Haarlem. Te zien in Amsterdam (Frascati) 14 t/m 25/1. Meer info op www.toneelgroepoostpool.nl

« Vorige paginaVolgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2024 Simber | powered by WordPress with Barecity