Recensie ‘#Moes’ van Zina, Veenfabriek

Tussen de A10 en Waterland ligt een stukje paradijs. Net buiten de stad hebben zo’n 350 mensen een huisje en een lapje grond in het Tuinpark Buikslotermeer. Sommigen bouwden er protserig paleisje, anderen hebben slechts een bescheiden keet, en bij weer anderen is het huisje eeuwig in aanbouw. Aan de ene kant ruist de ring, aan de andere kant kijk je op een heldere avond als deze bijna tot aan Monnickendam.

Adelheid Roosen en Paul Koek (De Veenfabriek) brengen nu in dit park de locatievoorstelling Moes, die niet alleen plaatsvindt in de huisjes van de tuinparkbewoners, maar ook voor een deel hun leven als uitgangspunt neemt. Sommige bewoners nemen ook deel; echt community theater dus.

Moes bestaat uit een groot aantal korte, kleine voorstellingen. Bij aankomst wordt je ingedeeld in een groep van een man of twaalf, met wie je een route loopt die je langs vier van de in totaal meer dan tien tafrelen brengt, ieder op een eigen terreintje. Over het terrein wandelend kom je de hele tijd de andere groepen tegen, die worden toegesproken door acteur Titus Muizelaar in een rood speelpakje of die in gesprek zijn met theatermaker Merel de Groot. Je mist meer dan je meemaakt.

Het leuke daarvan is dat je je voortdurend afvraagt wat er wel en niet bijhoort. Die dansende vrouw met het zilveren haar en zwierige glittermouwen natuurlijk wel, net als het meisje met engelenvleugels op haar oren die een lied zingt begeleid door een tuba. Maar die man die wel erg obsessief het zand van zijn veranda aan het vegen is? Of dat ene tuintje dat eerst nog vol afval ligt, maar een half uur later schoon opgeruimd is?

De voorstellingen in mijn route waren een matig stukje Eindspel waarbij de twee spelers zich gelukkig halverwege ontpopten tot een stel met aangrenzende percelen, verschillende opvattingen over tuinieren en een relatie die net zo ontspoord is als de personages van Beckett; het dagboek van een mol – de enige gemeenschappelijke vijand van alle volkstuinbewoners; en een weergaloze solo van Roosen, die een dementerende vrouw speelt die langzaam de grip op haar huisje en op de taal verliest. Roosen is tegenwoordig vooral actief als regisseur en organisator – om het maar oneerbiedig te noemen – maar wat is het een belevenis om haar op de vierkante meter een personage uit te zien beitelen.

Tussendoor krijgen we een zalige minimaaltijd van vergeten groente (ijskruid, oesterblad en soep van raapsteeltjes) uit de tuin van bewoners Ineke en Remco, en helemaal aan het eind komt iedereen samen in de gemeenschapsruimte waar we dansen op robuuste klanken van het Dansorkest 7-2-7, bestaande uit tuinbewoners uit Leiden, waar de voorstelling eerder speelde, waar acteurs Lizzy Timmers en John van Oostrum liedjes zingen.

En zo wordt de tuin een microkosmos vol verhalen, van eenzamen en zonderlingen, bezig met natuurtuinieren, zwarte aarde en appelboompjes, met onderling gekibbel en achterdocht, maar die toch ook ergens een gevoel van gemeenschap zoeken.

#Moes van Zina, De Veenfabriek en Female Economy. Gezien 6/7 in Tuinpark Buikslotermeer. Aldaar t/m 10/7. Meer info op www.ffnaarmoes.nl

Recensie: ‘The School for Scandal’ van Deborah Warner (HF)

Parool,recensies — simber op 26 juni 2011 om 16:29 uur
tags: , , , ,

Een Engelse theatergroep komt een komedie uit 1777 spelen. Dan weet je wat je kunt verwachten: uitstekende acteurs in wijde jurken en pruiken die elegant, geestig en glashelder de verfijnde spitsvondigheden van de schrijver debiteren. Heerlijk voor wie ervan houdt, maar met wel heel erg weinig verrassingen of diepgang.

Daarom is de verrassing zo groot bij het aankomen in de Stadsschouwburg. Even denk je nog dat de beats van Junkie XL bij de voorstelling De Russen! (die in de andere zaal speelt) tot hier klinken, maar het blijkt dat de Engelse groep rond regisseuse Deborah Warner z’n eigen soundtrack heeft, die al ruim voor het begin van de voorstelling de zaal in knalt.

Op het toneel is het ook al een vrolijke bende. Technici zijn nog in de weer met het decor – een groot vlak met daarop een uitvergrote ets van een interieur moet nog opgehangen of neergelaten worden – maar hebben tussendoor nog tijd om even te breakdancen of onderling grapjes te maken. De acteurs hangen wat rond, kijken nieuwsgierig en uitdagend de zaal in. Het is allemaal energiek, feestelijk en licht chaotisch, maar ineens staat iedereen in het gelid en lopen alle spelers tegelijk in een strakke catwalkdraf naar voren, met bordjes in hun hand met daarop hun naam of hun belangrijkste karaktereigenschap (‘egoïst’, ‘libertijn’, ‘een modieuze vrouw’). En zodra ze vooraan staan lost het weer op in informele vrolijkheid.

Het is een fantastisch veelbelovende prelude. Even krijg je een doorkijkje in hoe geweldig het Britse repertoiretoneel zou kunnen zijn als ze hun geweldige acteurs en hun klassieke stukken zouden kunnen verbinden met de hippe uitgaanscultuur van dansmuziek, verkleedfeestjes en Cool Britannia.

Maar helaas, het mag niet zo zijn. De eerste scène van School for Scandal bestaat voornamelijk uit het aankleden van een van de dames in een enorm kostuum, en vanaf de tweede scène wordt het stuk, over roddel, laster en hedonisme in de 18e eeuw in historisch kostuum gespeeld. Goed gespeeld hoor, geestig, heus met commentaar op de huidige celebrity-cultuur, uitstekende acteurs ook, John Shrapnel en Alan Howard voorop. Alleen in de scènewisselingen keert de sfeer van het begin nog even terug in muziek en projecties.

In Londen was deze voorstelling dit voorjaar een klein schandaal. Veel te modern met al die herrie, vond het conservatieve theaterpubliek. Dat is jammer. In Engeland is zeker ruimte voor baanbrekend theater, zie bijvoorbeeld Before I Sleep eerder op het HF, maar repertoiretoneel zit er hopeloos opgesloten in de traditie.

Holland Festival: School of Scandal van Deborah Warner. Gezien 25/6/11 in de Stadsschouwburg. Meer info op www.hollandfestival.nl

Verslag/recensie ITS Festival

“Ik ga het niet meer over de bezuinigingen hebben”, sprak Theu Boermans in zijn ultrakorte openingsspeech van het ITS Festival gisteravond laat. Toch was dat het overheersende gespreksonderwerp op de openingsavond. De afstuderende regisseurs, choreografen, toneelspelers  en mimers die op het theaterschoolfestival hun werk mogen laten zien lijken het nog niet helemaal te bevatten, en wie kan het ze kwalijk nemen: dit is hun moment om te schitteren. Alleen maandag is het cultuurbeleid weer een thema. Dan is het festival afgelast, zodat alle deelnemens kunnen demonstreren in Den Haag.

Het ITS opende eerder die dag met twee voorstellingen die in hun harde toon opmerkelijke overeenkomsten vertoonden. Die Altruisten, een samenwerking tussen de Toneelschool Maastricht en de Otto-Falckenberg-Schule in München (aangesloten bij de door Johan Simons geleide Münchner Kammerspiele), is een Duits gesproken, vlotte en cynische milieuschets van een vaardige toneelschrijver; De Hollanders, speciaal voor de afstudeerklas van de Amsterdamse Toneelschool geschreven door Arnon Grunberg is een opmerkelijk onbarmhartig en actueel toneelstuk, dat alleen te lijden heeft onder iets te proza-achtige zinnen.

Die Altruisten, een toneelstuk van de New Yorkse toneelschrijver Nicky Silver, is een raadselachtige keuze voor een Nederlands-Duitse toneelschoolsamenwerking; het stuk uit 2000 gaat over een groep hedonistische grotestadsbewoners die hun luiheid en geestelijke armoede verhullen met idealistisch gelul over je schuldig voelen als je vlees eet of auto rijdt. Terwijl ze een demonstratie voorbereiden om solidariteit te tonen met een verre verschoppeling laten ze iemand uit hun eigen omgeving keihard vallen.

Het is het soort lompe ironie dat typisch is voor tweederangs toneelstukken uit de jaren negentig en het dwingt de acteurs tot die schreeuwerige, Duitse toneeltoon waar ze zelf ook niet helemaal gelukkig bij lijken. Veel onderscheid tussen de twee overigens uitstekend Duits sprekende Nederlanders (Ludwig Bindervoet en Mandela Wee Wee) en de drie Duitsers is er niet, of het moet zijn dat de studenten uit Maastricht iets beter steeds iets lichts weten in te brengen, zoals de (erg flauwe) grapjes in het Nederlands. Van de Duitsers valt vooral Florian Innerebner op. Hij weet zijn personage, een naar liefde smachtende homo, nog iets echt beklagenswaardigs mee te geven.

Of het door Arnon Grunberg geschreven De Hollanders eeuwigheidswaarde heeft valt nog te bezien, maar in ieder geval levert het in regie van Gerardjan Rijnders een onverwacht rauwe afstudeervoorstelling op. Grunberg schreef een mozaïek-achtig verhaal over Nederlandse soldaten in Afghanistan, die zowel dáár, als na thuiskomst híer hun omgeving verwoesten. Twee soldaten komen een vader spullen brengen van zijn gesneuvelde zoon, één van de twee noemt sinds hij terug is zijn moeder consequent ‘hoer’ en zegt tegen zijn vriendinnetje, die mooi kan zingen, dat zij erger is dan de Taliban.

Feilloos weet Grunberg machtssituaties te benoemen en uit te buiten. Of het nu tussen tussen zwaarbewapende NAVO-militair en burkadragende Afghaanse, tussen arts en patiënt, of tussen ouder en kind is, zodra de ene mens een tikje overwicht op de ander heeft wordt hij of zij een beest. Met Grunbergs eenvoudige taal en steeds herhalende zinnetjes worden de dreiging en het ongemak steeds verder opgevoerd.

Sommige spelers lijken nog een beetje te bleu voor de wreedheid die het stuk zit. Thomas Hoppener valt op als overtuigende dader en slachtoffer, en Eva van Manen als het mooi theatraal zingende vriendinnetje. Het is wel ineens een stuk kleinkunstpersoonlijheid dat door deze toneelvoorstelling loopt. Daaraan, en aan een paar overbodige liedjes, herken je toch dat de afstudeervoorstelling een eigenaardig genre is.

Het ITS duurt nog tot 1 juli. Meer info op www.itsfestivalamsterdam.com

Recensie: ‘De Russen!’ van Toneelgroep Amsterdam (HF)

Een paar keer zitten ze samen vooraan op het toneel. De een, Platonov, is een verlepte hedonist die vier vrouwen achter zich aan heeft, de ander, Ivanov, is een depressieveling met schulden die zijn doodzieke vrouw ontloopt en met een jong meisje aanpapt. Fedja van Huêt en Jacob Derwig zitten tegenover elkaar alsof ze weten dat ze ieder hun eigen tragedie beleven, dat ze niets kunnen doen om elkaars lot te verlichten.

Tsjechov schreef de twee stukken Platonov en Ivanov eind negentiende eeuw, helemaal aan het begin van zijn schrijversloopbaan. In een met hooggespannen verwachtingen omgeven voorstelling brengt regisseur Ivo van Hove met vrijwel het hele ensemble van Toneelgroep Amsterdam de twee nu samen in de zes uur durende marathonvoorstelling De Russen!, die imponeert in z’n schaal, maar even koud en bloedeloos blijft als het losgeslagen individualisme dat zij wil bekritiseren.

Aan de Vlaamse schrijver Tom Lanoye, die als toneelschrijver naam maakte met zijn grootscheepse Shakespeare-bewerking Ten oorlog, de pittige taak om de twee stukken in elkaar te schuiven. Vooral in het begin is dat goed gelukt. Alle achttien personages komen bij elkaar op een groot feest, dat speelt op een New York’s dak, tussen de schoorstenen, watertorens, reclameborden en graffiti. De mensen spreken over hufterigheid, het recht op beledigen en de aanwezige joodse kennis wordt op een akelig actuele manier gebruikt als zondebok voor de algemeen heersende ontevredenheid. Gedurende de hele voorstelling blijft Lanoye’s taal, vol barokke, maar levendige metaforen een van de grote attracties.

Maar het begin zet je op twee manieren op het verkeerde been. Gedurende het stuk worden de scènes steeds kleiner en intiemer en tegelijk gaan de thema’s steeds minder over de maatschappij en steeds meer over de individuele levens van de personages. En wat een verzameling onsympathieke slapjanussen bij elkaar! De meesten zijn dertigers die hun vroegere idealen in rook hebben zien opgaan. “Doodvermoeide utopisten die te klein, te laf en te ongelukkig zijn” om hun leven te veranderen.

Ze zijn ongebonden, voelen zich nergens thuis en zijn permanent onvoldaan. De oudere generatie is er nog erger aan toe; cynisch en meestal dronken. De enige jongere, het meisje van Ivanov, wordt in de knop gebroken. Maar in het massale decor en de enorme hoeveelheid personages vindt de toeschouwer zelf ook geen hechting om met een van deze personages mee te leven.

De vormgeving suggereert subtiel dat de gebeurtenissen zich in één lange nacht afspelen; na de warme schemering volgt de neonverlichte avond en de stille nacht. De daken, met hun rijkdom suggererende lichtkoepels, blijken verborgen nissen te hebben waar het leven van de zwervers en verslaafden dichtbij is. De muziek, van Tom Holkenborg, is helaas maar mondjesmaat aanwezig. In het begin zorgen de jachtige beats voor een nerveuze sfeer, naarmate het stuk en de nacht, vorderen worden het inwisselbare pianoklanken. Aan het eind staan alle personages in het kille ochtendlicht en wordt de rekening opgemaakt.

Aan het eind worden om en om de laatste scènes van de twee stukken gespeeld. Met als probleem dat beide stukken een nogal uitgesponnen, om niet te zeggen langdradig einde hebben. Dan gaat de exorbitante lengte van de voorstelling de toeschouwer opbreken.

Blijft over wat iedere TA-voorstelling overeind houdt: het spel van deze weergaloze troupe toneelspelers. Om er al te willekeurig een paar uit te lichten: de twee komische oudere schurken Gijs Scholten van Aschat en Hugo Koolschijn, Halina Reijn heel beheerst als Ivanov’s zieke vrouw en Barry Atsma als cynische, alcoholische dokter. Het contrast tussen de driftige, zinderende Van Huêt en de ingehouden, zelfbewuste Derwig is mooi uitgespeeld en had een centralere plaats in deze voorstelling verdiend. Nu blijft De Russen! cirkelen rondom een lege kern.

Holland Festival: De Russen! van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 19/6/11 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 25/6. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Recensie: ‘Before I Sleep’ van Dreamthinkspeak (HF)

Parool,recensies — simber op 13 juni 2011 om 15:41 uur
tags: , , , ,

Het FOZ gebouw aan de Zuidas staat leeg. Alleen op de begane grond zit een winkel voor kleding en design. Het staat in een omgeving van fantasieloze kantoorflats en doelmatige infrastructuur, maar hoe zou het er hier uitgezien hebben vóór de projectontwikkelaars, de Amsterdamse stadsuitbreiding en de sneltram? Je gaat het je onherroepelijk afvragen aan het eind van de installatie/voorstelling Before I sleep in het Holland Festival.

Before I sleep is een combinatie van beeldende kunst-installatie en theatervoorstelling van het soort dat we in Nederland ‘ervaringstheater’ zijn gaan noemen. De Britse groep Dreamthinkspeak liet zich inspireren door De Kersentuin van Tsjechov en maakte de voorstelling in een verlaten art-decowarenhuis in Bristol, waar het een groot succes was.

Het begint allemaal in de wachtruimte in de dienstingang van het gebouw. Van daaruit wordt je in een groepje van vier naar een deur geleid, waar je in het Russisch welkom wordt geheten door een stokoude man, die met een karig lampje rondscharrelt in zijn nog kariger hutje. Maar als om je heen ineens het licht aan gaat blijk je in de vitrines van een moderne Russische supermarkt te staan.

Van daaruit begint een dwaaltocht door een labyrinth van ruimtes, waar je grotendeels je eigen tempo mag bepalen. Elementen zoals kaarsen, een dansend paar, een prieeltje en een boomgaard komen steeds op nieuwe manieren terug; op film, in miniatuur of maquette of als gespeeld tableau. Het zijn herinneringen het leven op het landgoed met de beroemde kersentuin uit Tsjechov’s stuk. En steeds komen we een figuur tegen met een dienblad met een kop koffie. Het is Firs, de bediende, die hier nog rondstruint als een geest. Maar de aristocratie die hij diende is vervangen door museumsuppoosten en winkelpersoneel.

Via een lift bereik je het beste gedeelte van de voorstelling: een warenhuis, waar iets te opdringerige verkopers in alle Europese talen haute couture en Ikeabanken aanprijst, maar waar je via een kledingkast ook ineens weer bij een stramme man in zijn slaapkamer kan staan en waar het prieeltje met kunstgrasvloer, verkleurend licht en vogelgeluiden van DVD te koop wordt aangeboden. En als je in een klaarstaande lift stapt, sta je ineens beneden in de etalage van die designwinkel, tussen de paspoppen met weer een andere Rus die je waarschijnlijk koffie wil aanbieden.

Zo wordt de clash tussen oud en nieuw, tussen gecultiveerde bomen en chaotisch kapitalisme mooi voelbaar gemaakt. De natuur is cyclisch, de kersen bloeien ieder jaar weer. Cultuur is lineair en probeert met steeds nieuwe technologie de natuur opnieuw te vangen. Het is het tragisch lot van de romantische mens om gevangen te zitten tussen beide. Het einde is een schitterende, open ruimte op de bovenste verdieping met omgehakte bomen en de vloer bedekt met houtsnippers, en uitzicht op het kleurloze landschap van de Zuidas. Ook als toeschouwer zit je gevangen tussen nostalgie naar het verleden en de wens om de opbrengsten te genieten van een wereld die deze ruimte nodig heeft.

Holland Festival: Before I Sleep van Dreamthinkspeak. Gezien 11/6/11 in het FOZ gebouw op de Zuidas. Aldaar t/m 24/6. Meer info op www.hollandfestival.nl

Theatertreffen 2011

Ze zijn behoorlijk tevreden met zichzelf, de jury en organisatie van het Theatertreffen (TT). Na jaren van klachten dat het festival te mainstream, te westduits en te mannelijk was bevat de selectie in 2011 voorstellingen uit Schwerin en Dresden, wel drie voorstellingen van vrouwelijke regisseurs, en maar liefst twee voorstellingen uit de ‘Freie Szene’, vergelijkbaar met het circuit van kleine zalen en productiehuizen in Nederland. 2011 is het laatste jaar dat het festival wordt geleid door Iris Laufenberg, die na negen jaar vertrekt, samen met de intendant van de Berliner Festspiele, waar het TT onder valt.

De borstklopperij klinkt vanuit Nederlands perspectief nogal vreemd, vooral omdat de selectie dit jaar helemaal niet zo opzienbarend is. Een Dood van een handelsreiziger uit Zürich en een Kirschgarten uit Keulen borduren voort op het crisisfestival van vorig jaar; Via Intoleranza II was de laatste voorstellingn van vaste TT-gast Christoph Schlingensief en klassiekers als Nora en Don Carlos zijn ieder jaar wel te zien. Ook kleinere voorstellingen als Testament van de performancegroep She She Pop en Verrücktes Blut van Ballhaus Naunynstrasse waren eerder op het Treffen te zien, al waren het dan vaak toch coproducties met de grote huizen. She She Pop wordt echter ondersteund door het Hebbel Am Ufer, zeg maar het Frascati van Berlijn en Ballhaus Naunynstrasse is een multicultureel productiehuis midden in de door Turkse Duitsers gedomineerde wijk Kreuzberg.

Ook de schijnbaar verplichte voorstelling van Elfriede Jelinek is weer uitgekozen, dit keer Das Werk, Im Bus, Ein Stürz, een compilatie van drie kortere teksten van de Oostenrijkse Nobelprijswinnares, geregisseerd door Karin Beier, artistiek leider van Schauspiel Köln. Vorig was in Berlijn de uitzinnige en magistrale Jelinek-happening Kontrakte des Kaufmanns uit Keulen te zien, in regie van Nicolas Stemann en deels met dezelfde acteurs. Maar Das Werk, Im Bus, Ein Stürz kan daar niet aan tippen, hoewel het een gewichtige, overvolle voorstelling, slim in elkaar gezet, maar – met een enorm mannenkoor, een podium dat onder water kom t te staan en de doordreunende teksten van Jelinek – vooral gemaakt om te imponeren.

De drie teksten van Jelinek gaan achtereenvolgens over de bouw van een waterkrachtcentrale in de Oostenrijkse Alpen, die tijdens de Tweede Wereldoorlog het leven van honderden dwangarbeiders kostte, een ongeval bij een instortende metrobouwplaats in München, waarbij een stadsbus in de krater stortte en drie mensen om het leven kwamen, en de instorting van het Keulse stadsarchief in 2009, wederom bij de bouw van een ondergrondse.

Continue reading “Theatertreffen 2011” »

Recensie: ‘Het verjaardagsfeest’ van Het Nationale Toneel

Parool,recensies — simber op 24 mei 2011 om 12:43 uur
tags: , , , ,

“Je bent jarig. En ik had het nog wel geheim willen houden.” Bij Harold Pinter is zo’n zinnetje geen verontschuldiging, maar een bevel. Susanne Kennedy regisseert Pinters vroegste toneelstuk als grotesk kinderachtig kamertheater, maar weet deze keer te weinig diepte te geven aan de strakke vorm.

Susanne Kennedy is een van de meest interessante jonge theatermakers van de afgelopen jaren, met een volkomen eigen stijl. In september won ze nog de Erik Vos Prijs voor aanstormend regietalent, ze maakte een goed ontvangen voorstelling in München en haar vorige regie bij Het Nationale Toneel, Emilia Galotti, werd geselecteerd voor het Nederlands Theaterfestival als een van de tien beste voorstellingen van het seizoen.

Zoals altijd plaatst Kennedy, met haar vaste vormgever Lena Müller, haar acteurs een in gesloten ruimte, dit keer dit keer een kleine, spaarzaam ingerichte huiskamer in een Engels pension, voor het publiek afgesloten door een spierwit rolluik. Het pension heeft slechts één gast, Stanley, en wordt bestiert door Meg (Ariane Schluter) die een broek heeft van dezelfde witte stof als de bank. Schluter, toch vooral bekend van meer naturalistische rollen, mag losgaan op deze absurd formele acteerstijl.

Alle acteurs hebben de motoriek van poppen en spreken Pinters afgemeten zinnetjes kinderlijk en vragend uit, alsof ze doelbewust het psychologische geweld van de Engelse Nobelprijswinnaar verhullen. Kennedy’s voorstellingen kenmerken zich door het aankijken van het publiek, maar dit keer is het niet brutaal en uitdagend, maar eerder verschrikt en betrapt. Het geweld is wel degelijk aanwezig. Maar de passieve agressie waarmee Meg haar man behandelt en de achter naïeve keurigheid verborgen bruutheid waarmee twee raadselachtige nieuwe pensiongasten het op Stanley voorzien hebben zijn niet bedreigend, maar worden potsierlijk.

Dat heeft te maken met het geluidsbeeld: om de afstand nog verder te vergroten wordt alle geluid versterkt, of door effecten vervangen, zodat ademen, cornflakes eten en klappen onnatuurlijk hard en schel klinken. Het versterkt het idee dat je van buitenaf door een raam naar binnen gluurt. Het rolluik lijkt er dan ook niet voor bedoeld om indringers buiten te houden, maar eerder om ontsnappen onmogelijk te maken. Na The New Electric Ballroom en Emilia Galotti maakt Kennedy opnieuw voorstelling als een akelig poppenhuis, maar minder dan de vorige kruipt deze onder je huid. Misschien is het de verhouding tussen humor en geweld, maar misschien is Pinter ook wel niet pervers genoeg.

Het verjaardagsfeest van Het Nationale Toneel. Gezien 19/5/11 in Den Haag. Te zien in Amsterdam (Frascati): 27/5 t/m 4/6. Meer info op www.nationaletoneel.nl

Festival a/d Werf 2011

Er zijn voldoende redenen om af te reizen naar het Utrechtse Festival a/d Werf dat afgelopen weekend begon: de premières van nieuwe voorstellingen van Ilay den Boer en Boukje Schweigman, de spannende internationale programmering, of de intrigerende kunstwerken die tussen performance en installatie liggen. Maar een uitstekende reden is dat er ook een van de beste theatervoorstellingen van het seizoen te zien is: Viva la Naturisteraçion van De Warme Winkel.

Viva la Naturisteraçion is een voorstelling over naturisme en ja: de vijf acteurs staan het grootste deel van de anderhalf uur bloot op het toneel. Maar wat ze op dat podium uitvreten is zo onbeschaamd, radicaal en fantasievol dat die naaktheid tegelijkertijd essentieel én bijzaak wordt.

De voorstelling begint als een speelse lezing, zoals we die vaker zien bij deze generatie theatermakers (zie ook Laura van Dolron of Marjolijn van Heemstra), waarin de nog geklede spelers een soort cultuurgeschiedenis van de naaktheid presenteren. Zoals in de eerdere voorstellingen van De Warme Winkel ligt hun fascinatie speciaal bij periode rond 1900, toen de clash tussen romantiek en decadentie leidde tot het zoeken naar manieren om dichter bij de natuur te komen en dus ook tot het naturisme.

De scène waarin de spelers zich dan daadwerkelijk gaan uitkleden wordt op geen enkele manier minder pijnlijk en genant gemaakt dan het is. Het deel erna is een beeldend ballet van fladderende piemels, trillende buiken en zwierende borsten, met de stevige Jeroen De Man als natuurlijk alfa mannetje. Rondom het speelvlak staat een enorme hoeveelheid strak gesorteerde troep – verfflessen, etalagepoppen, bamboetakken, telefoons, hamburger- en deodorantverpakkingen – die steeds meer over de vloer verspreid raken. De plastische scènes worden onderbroken door teksten van Thoreau, Huizinga en Greshoff, over het verlangen van de mens om terug te keren naar een vorm van ‘oorsprong’.

Maar gaandeweg wordt de voorstelling kwaadaardiger en grotesker; een lieflijk tableau rondom Anne Fé de Boer wordt een heftige horrorverkrachting, In een magistraal beeld van een zonsopgang lijkt Joris Smit uit slijm te worden geboren, maar voor hij al evoluerend de andere kant van het toneel heeft bereikt valt hij alweer neer.

En zo eindigen ze allemaal in absurde poses van geconstrueerde natuurlijkheid: de één probeert in een yoga-houding contact te maken met de aarde in de vorm van potgrond van een tuincentrum, de ander wordt jager worden met pvc buizen als werpspiezen en een derde doet beplakt met veren alsof ze een vogel is. De uiteindelijke conclusie moet dat de wens tot opnieuw beginnen onherroepelijk hoort bij het mens zijn en dat er maar één manier is om daadwerkelijk één te worden met de natuur: door te sterven. Weergaloos theater.

Het is gebruikelijk dat naakte acteurs snel een badjas aangereikt krijgen voor het eindapplaus, maar deze spelers blijven gewoon bloot, zij het inmiddels behoorlijk besmeurd, tijdens het buigen. Overigens kunnen eventuele liefhebbers de voorstelling ook naakt bezoeken, als volgende week zondag het publiek net zo naturistisch wordt als de spelers.

De rest van het festival steekt bij dit overdonderende spektakel een beetje flets af. In de kindervoorstelling Zoek het lekker zelf uit vertelt theatermaker Ilay den Boer (die aan de hand van zes voorstellingen over zijn familieleden zijn Joodse identiteit onderzoekt) het verhaal van zijn opa, een speelse schoolmeester uit Israël die na de Tweede Wereldoorlog ongewild voor zijn land moest vechten. Den Boer weet in dit deel, ondanks zijn innemende podiumpersoonlijkheid en mooie muziek van Florian de Backere, de vrolijke kinderspelletjes (onder andere een leuke speurtocht door het theater) niet bevredigend weet te verbinden aan de zware thema’s identiteit, vriendschap en idealisme.

Een aanrader onder de buitenlandse gastvoorstellingen is Testament van de Berlijnse groep She She Pop, waarin vier spelers met hun eigen vader op het toneel staan om Shakespeare’s King Lear te spelen. De kinderen (nou ja, ze zijn bijna veertig) hebben een hoop problemen met hun ouders, maar de vaders blijken uiteindelijk louter liefde en wijsheid te schenken. Een ontroerende voorstelling voor iedereen die zijn of haar vader nog iets aanrekent.

Meer info www.festivalaandewerf.nl

Recensie: ‘Wat is het nu’ van Mugmetdegoudentand

Parool,recensies — simber op 29 april 2011 om 00:53 uur
tags: , , , ,

Theatergroep Mugmetdegoudentand heeft al een aantal jaar als slogan ‘Het is nu’. Onderzoekend, herkenbaar en actueel theater willen ze maken. Als zo’n groep dan een voorstelling maakt met als titel Wat is het nu dan moet dat wel een teken zijn van diepe existentiële crisis.

Wat is het nu is een monoloog van Lineke Rijxman, gemaakt samen met Joan Nederlof, over de staat van verwarring die ze al een aantal jaar voelen, en die eerder tot uitdrukking kwam in de voorstelling Inside Out (over de Hirsi Ali-affaire). Niemand gelooft meer in de waarheid en niemand weet meer het verschil tussen kunst en amusement. Alle waarden waarmee Rijxman mee is opgegroeid worden langzaam maar zeker onderuit gehaald. Koel rekent Rijxman voor dat ze deze voorstelling de rest van haar leven moet spelen om hetzelfde aantal kijkers te halen als één avond Ik hou van Holland.

In het decor van een modern design-appartement gebruikt ze haar jeugd en haar ouders als uitgangspunt om een bijna vergeten wereld op te roepen van dirigenten, Bach en operazangeressen, van serieuze stukken in de krant, maar ook van huiselijk geweld op de maat van ‘Alle Menschen werden Brüder’. “Verberg je, want de barbaren komen eraan”, zegt haar vader op zijn sterfbed tegen zijn dochter. Of misschien ook niet: “Niks is waar, alles is gelogen”, dus waarschijnlijk ook het verhaal dat ze is geboren op haar moeders bontjas in het Concertgebouw.

Die barbaren is overigens een duidelijke verwijzing naar het vorig jaar verschenen boekje De Barbaren van de Italiaanse schrijver Alessandro Baricco. Ook hij beschrijft de cultuuromslag, maar hij weigert pessimistisch te zijn: we gaan eenvoudigweg van het ene idee van cultuur (waarbij het gaat om door inspanning en concentratie doort te dringen in de betekenis van één kunstwerk, zoals een symphonie van Beethoven) naar een nieuw idee (waarin het gaat om het verbinden van een zo groot mogelijk aantal betekenissen).

Deze voorstelling ontbeert die goedmoedigheid. In een parade van typetjes onderbreekt ze zichzelf continu en valt ze zichzelf aan in de rol van haar vader, agent, Sylvie Meis en de echte Robert ten Brink op geluidsband. Geestig is de desperate auditie voor een Carla Bruni-rol en ook de filmtrailer-parodie, waarin Rijxman als superheldin wraak neemt op iedereen die haar dwarszit, van mensenrechtenschenders in Bahrein tot subsidieintrekkers in de polder. In de rest van de voorstelling valt het gebrek aan koketterie in de grove typetjes op: heel haar acteervermogen staat in deze voorstelling in dienst van de twijfel.

En zo gaat Wat is het nu over Rijxman’s verzet tegen een grote verandering in de wereld en haar verlangen naar huis: “Niet de plek, maar innerlijk.” Maar het probleem met de voorstelling is dat Rijxman natuurlijk zelf ook een ‘barbaar’ is. In iets meer dan een uur rijgt ze Gerard Joling, Kill Bill, Beethoven, Shocking Blue, videobeelden en nog veel meer aan elkaar. En ook daarmee weet ze het ‘erbarmen’ te wekken dat ze van kunst vraagt. Hoe mooi Rijxman’s tobberigheid ook is om naar te kijken, zoveel zorgen hoeft ze zich niet te maken.

Wat is het nu van Mugmetdegoudentand. Gezien 28/4/11 in Haarlem. Volgend seizoen te zien in Amsterdam. Meer info op www.mugmetdegoudentand.nl

Recensie: ‘Oogst’ van Stan

Frank Vercruyssen en Damiaan De Schrijver staan te prutsen met apparaat en een plaat triplex. Het machientje is een piepklein en geavanceerd projectortje, het triplex dient als scherm. “Hadden we deze niet geleend van Discordia?”, vraagt De Schrijver. En als uitleg tegen het publiek: “Alles wat wij hebben is geleend of afgekeken van Discoria.” Dat klopt; niet alleen aan het decor, met katrollen opgehangen coulissen van gele stof en papier, maar ook aan de open speelstijl en de sobere manier van toneelrepertoire brengen is de invloed van de Amsterdamse groep te zien.

Vercruyssen en De Schrijver vormen samen met Sara de Roo en Jolente De Keersmaeker de kern van Toneelgroep Stan, opgekomen met de Vlaamse golf in de vroege jaren negentig. Eind 2009 vierde de groep haar twintigjarig bestaan met een paar 24 uur durende happenings waarop vele toneelvrienden aanschoven om half improviserend mee te spelen.

De voorstelling Oogst is een uitvloeisel van die etmalen. Vier avonden spelen ze in Frascati min of meer hetzelfde programma van losse scènes, maar steeds met andere gasten. Gisteren deden onder anderen de actrices Wine Dierickx en Maartje Remmers van Wunderbaum mee en zorgde altviolist Paul De Clerck voor muziek.

Er lijkt weinig overkoepelende thematiek te zijn, of het moet zijn dat de spelers van Stan in de gekozen fragmenten steeds het establishment vertegenwoordigen. In een paar scènes uit De Meeuw speelt De Roo steeds het oudere personage – de actrice Arkadina of de schrijver Trigorin – en de jonge acteur Thomas Janssens doet de opkomende generatie. Vercruyssen, binnen Stan de ongemeen intense tegenpool van de koddige De Schrijver, speelt een huiveringwekkende ondervrager in One for the road van Harold Pinter en Jeroen Perceval is zijn slachtoffer.

Niet alles in interessant, zoals een nogal pathetisch gedicht over Libië en een internetfilmpje over atoomproeven. En daar schuilt misschien ook het dilemma van Stan van de laatste jaren: de groep maatschappelijk betrokken kunstenaars blijkt toch vooral uit te blinken in schitterend komediespel.

Hoogtepunt van de avond is dan ook de korte klucht Het Huwelijksaanzoek van Tsjechov dat door De Schrijver en De Keersmaeker met hulp van komiek Dirk Van Dijck tot grote hoogte wordt gestuwd. Maar vandaag en morgen is er weer een ander programma, waarbij ook Discordia zelf acte de présence zal geven.

Oogst van Stan. Gezien 26/4/11 in Frascati. Aldaar t/m 29/4. Meer info op www.stan.be

« Vorige paginaVolgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2014 Simber | powered by WordPress with Barecity