Recensie: Theatercollege André Kuipers

Parool,recensies,verslagjes — simber op 17 september 2013 om 10:00 uur
tags: , , ,

“Een ruimtereis is inspiratie; een brochure voor onze planeet.” Na het succes van Al Gore, de TED Talks en DWDD University is de collegerage nu ook in het theater doorgedrongen. Op vier maandagavonden organiseert het nieuwe bedrijfje Theatercolleges van Hans Groen een reeks lezingen van prominenten in het DeLaMar Theater. Met astronaut André Kuipers had de reeks gisteravond een sterrenaftrap. Later deze herfst volgen nog Dick Swaab, Annemarie van Gaal en Jeroen Smit.

In een ongedwongen one-man-show vertelde Kuipers aan de hand van een enorme hoeveelheid foto’s het publiek –een volle zaal met vrij veel kinderen– over zijn uitgebreide training, de lancering, het dagelijks leven in het International Space Station (ISS) en de verschillende experimenten die hij daar uitvoerde.

Veel nieuws zat er niet bij voor degenen die de ruimtevaarder een beetje hebben gevolgd, maar de sprekende details –de uitgebreide bijgelovige rituelen voor de lancering; dat je eelt krijgt aan de bovenkant van je voeten omdat die in het ISS altijd in lussen hangen om je vast te houden; dat het ISS oud wordt en hier en daar begint te schimmelen– worden in hoog tempo en met droge humor opgediend.

Zoals veel astronauten raakte Kuipers tijdens zijn twee vluchten, waarvan de laatste ruim een half jaar duurde, diep doordrongen van de kwetsbaarheid van onze planeet en zijn werk terug op aarde bestaat vooral uit het promoten van techniek onder jonge mensen en natuurbescherming.

Maar Kuipers is te nuchter om echt meeslepend te kunnen spreken over de meer filosofische aspecten van zijn reis. Voor de internationale bemanning van een hoogtechnologisch ruimtestation is die zakelijke bedaardheid vast heel nuttig, maar het blijft een euvel van de ruimtevaart: te veel techniek, te weinig mystiek.

Theatercollege André Kuipers. Gezien 9/9/13 in DeLaMar. Meer info op www.theatercolleges.nl

Recensie: ‘Lange dagreis naar de nacht’ van Toneelgroep Amsterdam

De bitterste beledigingen, meteen gevolgd door excuses. Regisseur Ivo van Hove heeft al lang iets met het werk van Eugene O’Neill. Bij Het Zuidelijk Toneel regisseerde hij Het begeren onder de olmen en het fascinerende Rijkemanshuis, bij Toneelgroep Amsterdam maakte hij het veel geprezen Rouw siert Electra (deze weken in reprise te zien). Nu waagt hij zich aan het meest complexe stuk van de Amerikaanse toneelschrijver en Nobelprijswinnaar, of in ieder geval z’n meest autobiografische.

Lange dagreis naar de nacht toont een dag in het leven van de familie Tyrone, bestaande uit een alcoholische vader (Gijs Scholten van Aschat), een morfineverslaafde moeder (Marieke Heebink) en twee zoons, een mislukte acteur (Ramsey Nasr) en een mislukkende dichter (Roeland Fernhout). In een in whiskey gedrenkte nacht zeggen ze elkaar de waarheid, maken ze elkaar verwijten en beuken ze elkaar murw.

Het decor is een onpersoonlijke huiskamer, zoals ontwerper Jan Versweyveld er al dozijnen maakte, hier volstrekt kloppend met de beschrijving van de moeder dat het huis nooit een thuis is geworden. Er staat niets anders in dan een enorme tafel en een even grote plant. Een eindeloze wenteltrap spiraalt de kap in, die Heebink beklimt als ze haar spuit gaat zetten. Er staan geen stoelen en de acteurs zitten op de grond of hangen op de tafel. Alle muziek is van singer/songwriter Randy Newman, wiens afstandelijk sarcasme slecht lijkt te passen bij O’Neills intensiteit.

Het is niet de enige merkwaardige keuze in deze voorstelling. Van Hove lijkt te willen benadrukken dat achter al het kwetsen ook nog steeds familiale warmte en genegenheid te vinden is en de voorstelling begint met de familie in omhelzing verstrengeld. Maar het contrast werkt niet: de combinatie van verbale beledigingen en lichamelijke affectie voelt onwaarachtig aan.

Door die ongeloofwaardigheid gaat O’Neills stuk nogal trekken en gaat je ineens opvallen hoe mechanisch de psychologie van de personages eigenlijk is. Allevier hebben de gezinsleden hun eigen beschadiging, die expliciet ontraadseld wordt en die hun gedragingen tot in detail verklaart. Het ouderwets reductionistische mensbeeld krijgt op geen enkel moment tegenwicht, en daardoor rijst de vraag waarom Toneelgroep Amsterdam eigenlijk dit stuk wilde spelen.

Wat rest is dat de spelers voor mooie momenten zorgen. Met name Scholten van Aschat is prachtig: oud en verslagen, maar dan plotseling zijn autoriteit doen gelden. Zijn monoloog over de jeugd van de oude Tyrone is het hoogtepunt van de voorstelling. Ook Fernhout is mooi getormenteerd.

Het meest opmerkelijke aan deze voorstelling is dan ook iets dat de toeschouwers niet kunnen zien: tegelijkertijd speelt theatergroep De Warme Winkel achterop het toneel de voorstelling Achterkant. Als je even wacht nadat de zaal leegstroomt duiken ineens Vincent Rietveld en Ward Weemhoff op op het toneel. Weemhoff noemde in een interview Achterkant een protest tegen het huidige repertoiretoneel. Daar hebben ze een uitstekend mikpunt voor gevonden.

Lange dagreis naar de nacht van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 25/8/13 in de Stadsschouwburg. Aldaar nog t/m 13/12. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Recensie: ‘De City’ van Marijke de Kerf, regieopleiding Maastricht

Parool,recensies — simber op 4 juli 2013 om 10:00 uur
tags: , , , ,

“Hoe was jouw dag?” “Goed, niet bijzonder.” Nietszeggend dialoogje; het blijkt ook niet te kloppen. Hij kwam die dag zijn kantoor niet in omdat z’n pasje het niet deed. Zij raakte op het station in gesprek met een bekende schrijver. En dan komt ook nog de buurvrouw binnenvallen om te klagen over het lawaai dat de kinderen maken, voordat ze uitbarst in een verhaal over haar man die oorlog voert in een verre stad die tot grijs stof wordt verpulverd.

De City is geschreven door Martin Crimp, en de Engelse toneelschrijver is een meester in het surreëel en apocalyptisch maken van ogenschijnlijk alledaagse situaties. Regisseur Marijke de Kerf studeert er nu mee af aan de regieopleiding van de Toneelacademie Maastricht. In een geheel wit decor laat ze haar acteurs Crimps zinnen met grote precisie fijnslijpen. De absurde opkomsten via spleten in het witte achterdoek versterken de langzaam opgebouwde nachtmerrie.

De Kerf wordt geholpen door een opvallende cast. Naomi Velissariou –die eerder dit seizoen opviel in de performance Kwartet van Urland en in Wie is er bang voor Virginia Woolf van Dood Paard– is erg goed als onbevredigde echtgenote, die met haar lijzige stem en een schoudergebaar haar man probleemloos in de hoek kan zetten. Opmerkelijk is de rol van de Waalse Anne-Charlotte Bisoux als de buurvrouw, wiens sterke accent, gekoppeld aan grote accuratesse een prachtig vervreemdend effect sorteert.

Het bezwaar dat je tegen deze regie zou kunnen inbrengen is dat De Kerf het mysterie en de dubbelzinnigheid van Crimp iets te veel wegpoetst. Maar ze weet met haar dienstbaren en bijna ambachtelijke enscenering een sfeer op te roepen die je lang bijblijft.

ITS Festival: De City van Marijke de Kerf. Gezien 25/6/13 in Frascati. Meer info op www.itsfestivalamsterdam.com

 

Recensie: ‘Der aufhaltsame Aufstieg des Arturo Ui’ van het Berliner Ensemble

Ook in het theater is retro doorgedrongen. Een van de grootste successen dit afgelopen seizoen was de reprise van de bijna veertig jaar oude opera Einstein on the Beach; Toneelgroep Amsterdam (Othello), Carver (Café Lehmitz) en Het Nationale Toneel (Strange Interlude) hernamen voorstellingen van ruim tien jaar oud. En nu dus het Holland Festival waar dit weekend Der aufhaltsame Aufstieg des Arturo Ui uit 1995 te zien was.

Arturo Ui is stuk van Bertolt Brecht uit 1941, een satirische parabel over de opkomst van Hitler, verplaatst naar de onderwereld van Chicago. Regisseur en schrijver Heiner Müller ensceneerde de voorstelling bij Brechts oude gezelschap, het Berliner Ensemble. Het werd zijn laatste regie: 30 december 1995 stierf hij.

Maar zijn zwanenzang toert nog steeds met succes de wereld over en dat is deels de verdienste van de kil-komische operette die Müller van het stuk maakte, maar vooral van de weergaloze hoofdrolspeler Martin Wuttke.

Het is in de zesde scène dat de reikwijdte van de voorstelling duidelijk wordt. Wuttke speelde Ui tot nu toe als een hijgende hond met een rood geschminckte tong en een Donald Duck-stem: een gemene gangster, maar een overzichtelijk gevaar. In deze scène neemt hij les van een oude toneelspeler (Jürgen Holtz), die bedaard blijft zitten terwijl hij Ui over het toneel dirigeert en hem leert lopen, staan en zitten.

Dan leert Ui spreken, aan de hand van de rede van Antonius in Shakespeare’s Julius Caesar; een geniaal clownsnummer van versprekingen, herhalingen, hakkelen, gierende uithalen en overslaande stem, uitmondend in de bekende hysterisch retorische stijl. Hier zie je iemand die zijn stem vindt en al beseft dat die stem uiteindelijk een veel machtiger wapen zal zijn dan zijn Browning revolver.

De rest van de voorstelling steekt bij deze diabolische Wuttke maar mager af. Het tempo is traag, het demonstratieve spel waarbij ieder gebaar nadruk krijgt voelt zwaar en ouderwets en dat tijdens belangrijke monologen van de acteurs die de equivalenten van Goebbels en Göring spelen hoorbaar gesouffleerd moet worden haalt de vaart er nog meer uit. Dan wordt Arturo Ui museumtoneel van het stoffigste soort.

Het ligt ook een beetje aan de boodschap. Brecht wilde niet alleen Hitler belachelijk maken maar ook aantonen dat zijn opkomst ‘aufhaltsam’ –‘weerstaanbaar’– was. De adel en het bedrijfsleven hebben zijn machtsgreep niet tegengehouden omdat ze dachten baat bij hem te hebben.

In het Nederland van na Fortuyn, waar de Tweede Wereldoorlog als ultieme toetssteen van de moraal hardhandig is afgedankt, voelt Brechts waarschuwing dat “de schoot waaruit dit beest kroop nog steeds vruchtbaar” is weinig relevant. Wat overblijft is een onmodieus griezelsprookje, zij het een met een zeer gedenkwaardige grote boze wolf.

Holland Festival: Der aufhaltsame Aufstieg des Arturo Ui van het Berliner Ensemble. Gezien 21/6/13 in de Stadsschouwburg. Meer info op www.hollandfestival.nl

Recensie: ‘De Meeuw’ door Toneelgroep Amsterdam

Een lange, zwarte verfstrook trekt naar beneden op het achterdoek. Aan de achterkant schildert de onzichtbare Bas Peeperkorn met een kwast aan een lange steel langzaam en nonchalant een Chinees aandoend berglandschap. Met deze fraaie vondst opent De Meeuw van de Duitse regisseur Thomas Ostermeier bij Toneelgroep Amsterdam. Zowel de verwondering over het maken van kunst als het achterliggende onheil worden erin zichtbaar.

Want De Meeuw van Tsjechov gaat over kunst maken. De jonge, aanstormende generatie –de schrijver Kostja en actrice Nina– zoekt nieuwe vormen, maar is te driest en voelt zich continu tekort gedaan door de oudere – de gevierde actrice en Kostja’s moeder Arkadina en haar minnaar, de schrijver Trigorin.

Ostermeier, die als gastregisseur twee jaar geleden al een mooie Spoken maakte bij Toneelgroep Amsterdam, weet het ensemble een vrij opvallende nieuwe speelstijl mee te geven. Weg zijn de rauwe emotionele uitbarstingen en de gestileerde psychologie, er wordt losjes en naturel gespeeld; ze spelen bijna alsof ze niet spelen. De tekst is vlot gemoderniseert en er is ruimte voor improvisatie. Hans Kesting als Trigorin kondigt voor de zaal de scènes aan en omschrijft de plaats van handeling. In deze versie wordt Trigorin erg vereenzelvigd met Tsjechov: de oudere kunstenaar die een lucide toneelstuk schreef over de artistieke opstand van de jeugd.

Die opstand bestaat uit de rampzalige première van een toneelstuk van Kostja (een nijdig melancholieke Eelco Smits), waarin hij zelf de duivel speelt met een enorme rode voorbinddildo waaruit vuurwerk spuit. Plattelandsbakvis Nina (Hélène Devos) speelt de hoofdrol en je ziet haar oplichten onder de complimenten van Trigorin, die daarop meteen voor haar valt.

Deze Meeuw blijft lang lichtvoetig van toon en een beetje sloom. Er zit een subtiele, onderkoelde humor in hoe Nina de diva-poses van Arkadina afkijkt, en in het tragisch zwartgallige personage Masja (Janni Goslinga). En dan lopen er ook nog twee kippen te scharrelen over de met aarde bedekte toneelvloer. Die contrasteren mooi met de twee neergeschoten en opgezette meeuwen: symbool voor de radicale, idealistische kunst van Kostja en Nina; Trigorin en Arkadina hebben hun vleugels ingeleverd om veilig, comfortabel en laf hun graantjes te kunnen pikken.

Pas helemaal aan het eind krijgt de voorstelling ook emotionele impact. Een jaar later keert Nina –na omzwervingen een middelmatige actrice geworden– terug naar Kostja. Ze houdt zich groot maar is gebroken. Devos is prachtig in deze scène en het fatale eindpunt van het stuk is plotseling onontkoombaar.

Devos heeft iets weg van de jonge Chris Nietvelt, dezelfde sprietige, springerige uitstraling. De gelijkenis tussen de twee actrices werd eerder uitgebuit in Nooit van elkaar van Ivo van Hove. Ook in De Meeuw spiegelen ze elkaar en vullen ze elkaar aan. Maar hier laat Devos haar eigen kunnen zien. En dat is niet gering.

De Meeuw door Toneelgroep Amsterdam. Gezien 16/6/13 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 23/6 en vanaf 14/8. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Recensie: ‘Desdemona’ van Toni Morrison, Rokia Traoré en Peter Sellars

De hemel is een plek waar engelen in witte gewaden muziek maken. Een plek waar “alles bekend is, maar niet alles begrepen”. Een plek waar menselijke zielen ronddolen en hun verdriet leren dragen. Een plek waar Desdemona op zoek kan naar haar Othello.

Desdemona is een personage uit Shakespeare’s tragedie Othello. Ze komt er daar nogal bekaaid vanaf: ze is een ideale vrouw en in Shakespeare’s tijd betekende dat stil en dienstbaar. Othello is tegenwoordig een problematisch stuk: de hoofdpersoon is zwart en volgens de Bard komen zijn jaloezie, zijn impulsiviteit en zijn gruweldaden –aan het eind doodt hij zijn echtgenote Desdemona– rechtstreeks voort uit zijn huidskleur.

De Amerikaanse schrijfster en Nobelprijswinnares Toni Morrison raakte in gesprek met theaterregisseur Peter Sellars over het stuk, en uit hun discussie ontstond het idee voor een voorstelling waarin Desdemona háár verhaal vertelt, vanuit het hiernamaals. Morrison voegde een belangrijk personage toe: een zwarte bediende Barbary die de Venetiaanse edelmansdochter heeft opgevoed. Deze Barbary wordt gespeeld door de Malinese singer/songwriter Rokia Traoré.

De combinatie van Morrisons gedragen teksten en Traorés bezwerende muziek maken dit meer een poëzie-concert dan een theatervoorstelling, maar gelukkig is er de prachtige Amerikaanse actrice Tina Benko. Sober en precies vertelt ze de vaak abstracte gedachten over liefde, afhankelijkheid en verraad. In het leven na de dood dwalen ook de andere zielen uit het verhaal rond –haar moeder en die van Othello; haar dienstmeid Emilia– en die brengt ze allemaal met een eenvoudige wisseling van stem en accent tot leven.

De setting is onopgesmukt: op het toneel staan naast de twee sterren nog twee muzikanten (die de afrikaanse snaarinstrumenten ngoni en kora bespelen) en twee zangeressen, wiens kalme dansbewegingen grote schaduwen op gekleurde achterdoek werpen. Tussen de microfoons staan rijen lege glazen flessen en karaffen te schitteren in het licht van talloze kleine lampjes.

Het mooist zijn de scènes waarin Benko Othello speelt, die Desdemona vertelt over zijn hardvochtige jeugd als kindsoldaat, zijn fantastische reizen, en zijn geheime gruweldaden in de oorlog. En uiteindelijk gaat het ook over die ene bloeddorstige daad: zijn moord op haar. En steeds zingt de magnetische Traoré tussendoor nieuwe liederen over verzoening en de kracht om het slechte tegen te gaan en waardigheid terug te vinden.

De voorstelling voltrekt zich in een plechtig tempo. Deze schimmen hebben de hele eeuwigheid om nader tot elkaar te komen. Als levend mens verlang je soms naar iets meer vaart.

Desdemona is geen kritiek op Shakespeare, het is een aanvulling. Morrison, Sellars en Traoré openen nieuwe –vrouwelijke en Afrikaanse– perspectieven op een bekend verhaal dat daardoor alleen maar rijker wordt.

Holland Festival: Desdemona van Toni Morrison, Rokia Traoré en Peter Sellars. Gezien 11/6 in het Muziekgebouw aan het IJ. Aldaar nog 12/6 en 13/6. Meer info op www.hollandfestival.nl

Recensie: ‘The New Rambo Generation’ van YoungGangsters

Parool,recensies — simber op 17 juni 2013 om 10:00 uur
tags: , , ,

Actiefilmtoneel. Dat hadden we nog niet. De jonge regisseurs Annechien de Vocht en Lotte Bos maken nu met hun groep YoungGangsters al een paar jaar vrolijk gewelddadige voorstellingen voor jongeren. Hun meest recente, The New Rambo Generation, trekt deze zomer langs de festivals, maar ging dit weekend al in première voor een grote groep middelbare scholieren.

Een bejaarde veteraan in een rolstoel wordt geëerd met een standbeeld. Hij was de enige overlevende van de slag om heuvel 737. Maar de onthulling van het beeld brengt hem in een flashback waarin hij de hele strijd opnieuw beleeft, in de jungle van Vietnam.

De locatie, Het Stenen Hoofd aan het IJ, wordt met een paar stellages en camouflagenetten omgetoverd tot gevaarlijke jungle, waar kwistig wordt gesmeten met ontploffingen, nepbloed en ander vuurwerk. De vijf acteurs spelen heel aanstekelijk, vet aangezet en in het engels filmclichés brullend niet alleen de good guys –met mitrailleurs van pvc-pijpen–, maar ook de vietcong en de meisjes aan het thuisfront.

Hoogtepunt is een eindeloze vechtscène waarin kung fu, schaduwboxen en eindeloos inventief gebruik van sponsjes en flesjes rode verf tot een geestig bloederige climax leiden.

Hier en daar is er nog een poging tot moralisme –oorlog is heus wel slecht–, maar de voorstelling bezingt het kleine-jongetjes-gevoel van het oorlogje spelen zo effectief dat de kritiek die die makers er ook in willen stoppen bespottelijk is. En weten 16-jarigen van nu überhaupt nog wie of wat Rambo is? Het enige wat hen echt shoqueerde was de man-man-kus aan het eind.

The New Rambo Generation van YoungGangsters. Gezien 7/6/13 op Het Stenen Hoofd. Nog te zien op o.a. Oerol en Over het IJ. Meer info op www.younggangsters.com.

Recensie: Garry Davis van Marjolijn van Heemstra

Parool,recensies — simber op 24 mei 2013 om 10:00 uur
tags: , ,

Waarom kan Marjolijn van Heemstra zo makkelijk reizen naar haar vriendin Souad in Libanon, en is het vrijwel onmogelijk voor Souad om fort Europa binnen te komen? Simpel, zegt Souad: jouw leven is meer waard dan het mijne. Van Heemstra –dichteres, journalist en theatermaker– vindt dat een onverdragelijke gedachte en zoekt een manier om zich tegen die ongelijkheid te verzetten.

Garry Davis is de derde voorstelling die Van Heemstra maakt over het thema ‘verbondenheid’; sober, documentair verteltheater, waarin ze bijna essayistisch persoonlijke belevenissen en grote thema’s samenvoegt. De Garry Davis uit de titel is een Amerikaanse musicalster en vredesactivist die het wereldburgerschap uitdraagt en de wereld rondreist met zijn zelf bedachte wereldpaspoort. Van Heemstra gaat bij de inmiddels 91-jarige idealist op bezoek.

Ze vertelt erover, en over de avonturen met haar eigen wereldpaspoort, in een glinsterend gouden kostuum, in een volgspot voor een rood theatergordijn; schuchter bij zoveel show die niet bij haar past. Maar dat is de les van Davis: de marechaussee op Schiphol die haar niet doorlaat is alleen maar een betere acteur met een mooier kostuum. Nationale identiteit is slechts theater, als je het daar niet mee eens bent, moet je beter theater maken.

Wat het zo’n goede voorstelling maakt is de frictie tussen Van Heemstra’s verbeten, ingetogen moralisme en het exuberante, praktische en niet van ironie gespeende idealisme van Davis, dat ze zich moeizaam probeert eigen te maken.

Ze eindigt met een musicalnummer dat tegelijk zoet, hoopvol, theatraal, naïef en ontroerend is. Ondanks dat ze haar doel niet direct weet te verwezenlijken, heeft ze een mogelijkheid voor verzet gevonden. Nu is het een kwestie van oefenen.

Garry Davis van Marjolijn van Heemstra en het Ro Theater. Gezien 16/5 in Frascati. Aldaar t/m 23/5. Meer info op www.rotheater.nl

Recensie: Theater na de Dam

“Zonder herinnering geen dialoog. Zonder dialoog geen herinnering. Zonder herinnering geen toekomst.” Theatermaker Sadettin Kirmiziyüz ligt al op de grond als hij Theater na de Dam onbedoeld een motto geeft. Net als de eerdere personages die hij speelde is hij eerst gevangen door een rood zoeklichtje en daarna koel neergeknald. Voor sommigen is herinneren gevaarlijk.

Voor het vierde jaar vond zaterdag Theater na de Dam plaats, een programma van theatervoorstellingen die direct of indirect over de Tweede Wereldoorlog gaan, aansluitend op Dodenherdenking. Veel uitvoeringen zijn reprises (zoals Al mijn Zonen van Toneelgroep Amsterdam of Hannah & Martin van Mugmetdegoudentand), maar Theater na de Dam produceert jaarlijks  zelf ook een paar eigen voorstellingen.

Zo speelde Kirmiziyüz de voorstelling Ararat, stonden Freek en Hella de Jonge in het Compagnietheater, ging Adriaan van Dis in dialoog met de jonge acteurs van De Hollanders en, het meest grootschalig, studenten van de Amsterdamse toneelschool traden met enkele coryfeeën op in Carré onder de titel Talloze namen. De achttien studenten gingen samen met studieleider en regisseur van de avond Ruut Weissman op reis naar Auschwitz en doen op deze avond verslag van hun indrukken, in beweging en muzikaal, versneden met het verhaal Helmert Woudenberg, zoon van twee NSB’ers die beiden de oorlog niet overleefden. André van Duin, Meral Polat en Marlies Heuer verzorgen intermezzo’s.

Zo’n avond wordt al snel een wedloop van indrukwekkendheid, maar de toon blijft gepast plechtig met af en toe een lichte toets. Het levensverhaal van Woudenberg, sober en sonoor verteld, is werkelijk onvoorstelbaar, Polat zingt schitterend een onbekend lied van Brecht en Van Duin draagt ingehouden het gedicht voor van Willem Willink over de goochelaar Ben Ali Libi.

Daar hebben de studenten helaas weinig aan toe te voegen. Jazeker, ze kunnen ontegenzeggelijk mooi samenzingen in diverse stijlen, ritmisch stampen en toepasselijke poëzie voordragen, maar hun reflecties op het verdriet, de woede en de gêne die ze voelden in het concentratiekamp blijven te particulier en te vlak. Pas aan het eind, als Woudenberg het heeft over de “verloren levens” van zijn ouders, ellendig gestorven op hun 21e en 25e, snap je de drang van de studenten die zo’n beetje dezelfde leeftijd hebben.

Intrigerende reflectie was wel te vinden bij Kirmiziyüz, die het in Ararat wilde hebben over de Armeense genocide van 1915, in het land van zijn grootouders, Turkije. Maar de kwestie blijkt te groot en te beladen om überhaupt op een eenduidige manier te vertellen. Hij is een innemende speler die verschillende personages neerzet –Noach die met zijn Ark in het gebied strandt, een oude huurmoordenaar, een pasja die het verdacht goed voor heeft met de Armenen– die uiteindelijk een voor een worden neergeschoten.

Het initiatief van Theater na de Dam kan niet hoog genoeg geprezen worden. Waar de officiële herdenking de laatste jaren steeds opnieuw wordt ontsierd door conclicten over wie er wel en niet bij hoort, is de kunst –en speciaal het theater– dé plek waar deze spanningen tot uiting kunnen komen, waar de hoge moraal geconfronteerd wordt met de menselijke zwakte en waar argumenten het emotionele gewicht kunnen krijgen dat bij de geschiedenis past. Zelfs als niet alle voorstellingen in het programma die hoge aspiraties waarmaken, is Theater na de Dam nog steeds een traditie die niet meer mag verdwijnen.

Theater na de Dam. Gezien: Talloze Namen (5/5) in Carré en Ararat (3/5, try-out) van Sadettin Kirmiziyüz in Frascati. Meer info www.theaternadedam.nl

Recensie: ‘Beatrix en de Premiers’

Samen hebben ze al zo’n vijftien jaar het monopolie op alle televisieseries die er hier te lande over het koningshuis gemaakt worden. Ger Beukenkamp schreef onder andere Emily, of het geheim van Huis ten Bosch, De Kroon, De prins en het meisje en Majesteit, Tomas Ross was verantwoordelijk voor Wij Alexander, Bernhard, schavuit van Oranje en Beatrix, Oranje onder vuur. Het afscheid van koningin Beatrix konden ze vanzelfsprekend niet aan zich voorbij laten gaan.

Samen schreven ze Beatrix en de Premiers, zes scènes over de maandagmiddaggesprekken tussen de vorstin en de vijf eerste ministers die onder haar dienden, met Pim Fortuyn als bonusgast. Ze deden daarvoor inspiratie op in Londen, waar het toneelstuk The Audience van Peter Morgan een groot succes is. Dat stuk gaat over de twaalf(!) prime ministers onder Elizabeth II, die majestueus wordt gespeeld door Helen Mirren.

Het stuk werd in zeer korte tijd geschreven en is slechts twee keer in De Balie te zien als geënsceneerde lezing, waarbij de acteurs met de tekst in de hand spelen. Dat geeft de avond al een aangename losheid. Een paar acteurs hernemen rollen die ze al eens op tv speelden: Lukas Dijkema weet opnieuw knap het afgemetene van Wim Kok te vangen, Arnoud Bos (de broer van Wouter) speelde al eerder een naïeve Balkenende. Huub Stapel is een raak Roomse Van Agt en Tom Jansen een even warrige als wellustige Lubbers. Aan het begin komen ze trekken ze allemaal een nummertje uit een rode automaat en worden ze in de wachtkamer geplaatst door de kordate hofdame Pauline Greidanus.

Maar de ster van de avond is vanzelfsprekend Sophie van Winden die in een rood jurkje en op blokhakjes van de koningin een autoritaire vamp maakt die zich door Lubbers gewillig laat masseren.

De zes scènes zoomen allemaal in op dramatische keerpunten in de grootste schandalen van haar regeerperiode. Tegen Van Agt dreigt ze met geheime tapejes die een nieuw licht op de Lockheed-affaire werpen, ze krijgt Lubbers zover dat hij Brinkman laat vallen, ze dicteert Kok het rapport over vader Zorreguieta en ze doet tegenover Rutte vrijwillig afstand van haar rol in de kabinetsformatie om haar zoon te behoeden voor de blamage dat het hem zou worden afgenomen. Het is samenzweerderig gebabbel onder het genot van een glaasje sherry met als running gag dat iedere premier minister van Staat mag worden, mits de instructies van de majesteit strikt worden opgevolgd.

Zou het echt zo gegaan zijn? Beukenkamp en Ross gedragen zich altijd als republikeinse padvinders die met vochtige takjes fikkie willen stoken. Dat maakt hun series ook zo ongeloofwaardig; ze zijn niet geïnteresseerd in politici of de leden van het koningshuis als mensen, maar uitsluitend als pionnen in hun vergezochte complotten. Ook hier zien we zeven kleinzielige personages, uitsluitend op zoek naar persoonlijk gewin.

Peter Morgan wist eerder, in de film The Queen, al prachtig de persoonlijke dilemma’s en drama’s te vatten van mensen die gevangen zitten in het onmenselijk zware ambt van de monarchie. Voor Beukenkamp en Ross is dat ambt niets meer dan een sprookje, dweperij en sentimentaliteit.

In een nagesprek zeiden Ross en Beukenkamp dat ze niet verwachtten dat de komst van koning Willem-Alexander nog veel materiaal zal opleveren voor nieuwe koningshuisverhalen. Gelukkig maar. Tijd voor een nieuwe generatie schrijvers die het koningshuis iets serieuzer neemt en het spirituele verschil begrijpt tussen een sprookje en een mythe.

Beatrix en de Premiers. Gezien 23/4/13 in De Balie. Aldaar nog 27/4. Meer info op www.debalie.nl
The Audience
wordt op 13 juni live uitgezonden in Pathé Tuschinski

« Vorige paginaVolgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2018 Simber | powered by WordPress with Barecity