Verslagje: Openbare repetitie ‘Van Gogh spreekt’

Parool,verslagjes — simber op 13 oktober 2014 om 09:56 uur
tags: , , , ,

In De Balie vond gisteren de eerste repetitie van de toneelvoorstelling Van Gogh Spreekt plaats, in het openbaar. Porgy Franssen speelt de filmmaker en polemist mét bretels, maar zonder buik.

“Dit is pas de allereerste keer dat we het doen. Het wordt nog veel slechter”, grapt Porgy Franssen als zijn monoloog weer eens wordt onderbroken door technisch oponthoud. Regisseur Gerardjan Rijnders heeft al aangekondigd dat er nog veel ontbreekt aan de voorstelling maar na veertig minuten sneak preview krijgt het verzamelde publiek al een aardig beeld.

Van Gogh Spreekt is een initiatief van Parool-muziekjournalist Roeland Hazendonk, van jongs af aan bevriend met Theo van Gogh. In een strakke monoloog laat hij Theo tien jaar na de moord terugkijken op zijn leven. Hij vertelt over zijn jeugd in Wassenaar, zijn films en zijn vaak nogal meedogenloze columns over bijvoorbeeld Leon de Winter.

Franssen wordt ondersteund door een grote hoeveelheid video. Samen met de jonge theatergroep De Hollanders bracht Rijnders de vrolijk perverse fantasieën van de jonge Theo over het leven in Wassenaar in beeld en –het leukst van al– reconstrueerden de makers een paar van de filmpjes die Van Gogh maakte waarmee hij auditie deed voor de Filmacademie (hij werd vanzelfsprekend afgewezen). De originelen belandden overigens in de Brouwersgracht, door Theo’s eigen toedoen, of dat van een vriendin.

Verderop in de voorstelling gaat Van Gogh met zichzelf in discussie, als Franssen als Van Gogh de gespreksleider van Een prettig gesprek met een cactus op tafel via het beeldscherm de Van Gogh op het toneel scherp ondervraagt. Die beelden zijn echter nog niet af.

Franssen doet Van Gogh nergens na. “Ik heb wel wat filmpjes bekeken op Youtube en dan zie je van die houdingen, zoals dat hij met de armen over elkaar een beetje achterover leunend naar iets staat te kijken. Met die bretels en een paar van die kenmerkende poses zeggen mensen al heel snel: je lijkt precies op hem.

Een hagiografie wordt de voorstelling niet. In de gesprekken na afloop met regisseur en auteur is het opvallend hoe streng ze zijn voor Theo van Gogh. “Hij had de Nederlandse Fassbinder kunnen zijn”, zegt Rijnders, “Maar hij leek vaak zijn kunstenaarschap niet serieus te nemen. Hij was gewoon niet gedisciplineerd genoeg.”

“Ik laat het verhaal beginnen met de televisiequiz Babbelonië uit het begin van de jaren tachtig”, zegt Hazendonk. “Een ellendig infantiel spelletje waar Theo heel geestig over schreef; hij heeft zelfs een paar ‘liederlijke liederen’ opgenomen over Jos Brink die in het panel zat en Pim Jacobs die het presenteerde. Het was alles waartegen hij zich wilde afzetten. Maar aan het eind confronteer ik hem met de vraag of hij op een gegeven moment niet zelf een soort Pim Jacobs is geworden. Hij is ijdel en koos vaak voor effectbejag.”

Rijnders vind het echter belangrijk om de veelzijdige mens te laten zien achter het beeld van de “dikzak en schrijver van ranzige columns”, dat na de moord overbleef. Jeugdvriend Hazeldonk ziet Van Gogh vooral als een fantastisch personage om iets te vertellen over de moeizame verhouding tussen de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting. “In zekere zin misbruik ik hem voor mijn verhaal, maar onze meningen komen genoeg overeen.”

Van Gogh spreekt is op 2/11 te zien in de Stadsschouwburg. www.van-gogh-spreekt.nl

Uitreiking VSCD Toneelprijzen

Gisteravond werden in de Stadsschouwburg de jaarlijkse toneelprijzen uitgereikt. Jacob Derwig won de Louis d’Or (zijn tweede) voor zijn rol van George in Who’s Afraid of Virginia Woolf? van Erik Whien en de Toneelschuur, de Theo d’Or voor beste actrice ging naar Abke Haring voor haar vertolking van Hamlet in Hamlet vs Hamlet van Toneelgroep Amsterdam en Het Toneelhuis.

Het was het moment van de avond: de vorige Theo d’Or winnares Halina Reijn reikte de prijs uit aan Haring. De omhelzing van de twee toneelspeelsters –de ravissante Reijn in designerjurk, de androgyne Haring bijna ascetisch gekleed– was een contrastrijk beeld, maar juist in de combinatie van sterrenglamour en artistieke ernst toonde de theaterwereld haar zelfvertrouwen.

In een vrolijke, vlotte show werden maar liefst tien prijzen uitgereikt, aaneengeregen door presentator Rick Paul van Mulligen die met zijn kenmerkende ironie (“Ik lijk een beetje cynisch, maar dat is niet zo”) de avond de juiste lichte toon meegaf. In een geestige Ramses Shaffy-parodie bezong hij de commercie in het theater op de wijs van Laat me.

Er waren prijzen voor schrijfster Maria Goos en voor toneelschooldocent René Lobo, die dit jaar afscheid nam van de Toneelacademie Maastricht maar wiens mantra’s –“doe het niet goed, maar dóe het!”– voortleven in de hoofden van generaties Nederlandse acteurs.

Er was een (nieuwe) regieprijs voor De Pelikaan van Susanne Kennedy (die vorige week al de Prijs van de Kritiek won) en een mimeprijs voor de onontkoombaar radicale voorstelling Hideous (wo)men van Boogaerdt/VanderSchoot, ook in regie van Kennedy. In het jeugdtheater wonnen actrice Nastaran Razawi Khorasani en de Vlaamse groep Kopergietery.

De acteerprijzen werden aangekondigd door Ward Weemhoff en Vincent Rietveld van theatergroep De Warme Winkel in hun rol van verlopen personages uit de voorstelling Achterkant die tijdens TF te zien was aan de achterkant van en tegelijk met Lange dagreis naar de nacht van Toneelgroep Amsterdam. In een soort semi-geïmproviseerde oudejaarsconference vol inside humor namen ze de sector en de genomineerden venijnig op de hak.

Kirsten Mulder kreeg de Colombina (beste vrouwelijke bijrol) voor haar rol als Honey, ook in Who’s Afraid of Virginia Woolf?. Derwig beloofde haar even later: “Jouw Honey zullen we ons over vijftig jaar nog herinneren”. Martijn Nieuwerf won de Arlecchino (beste mannelijke bijrol) voor zijn rol in Caligula van Thibaud Delpeut. Derwig en Nieuwerf waren overigens collega’s bij theatercollectief ‘t Barre Land, hetgeen maar weer aantoont dat het kleinezaaltheater in Nederland nog steeds de kraamkamer is van het grote toneel. In zijn dankwoord hekelde Derwig dan ook de “historische vergissing” om de subsidie van de productiehuizen stop te zetten.

Directeur Jeffrey Meulman is tevreden over de nieuwe stijl van het prijzengala: “Deze avond werd altijd georganiseerd door het Bureau Promotie Podiumkunsten, maar dat bestaat niet meer. De opzet van het gala is nu soberder, mensen moeten hun kaartje kopen, maar met veel medewerking vanuit de sector is het toch een prachtige avond waar mensen heel veel zin in hebben.”

Meulman kijkt terug op een geslaagd Nederlands Theaterfestival, waarvan het prijzengala de afsluiting markeerde. “Het was een sterke selectie, en daarnaast is er veel inhoudelijk gediscussieerd door iedereen die bij het theater betrokken is, van critici tot toneelschrijvers. Het festival is een platform geworden om uitspraken te doen en om nieuwe ideeën te lanceren. Daar ben ik heel erg blij mee.”

Daarbij ziet Meulman een nieuw elan opkomen in de theatersector. “We hebben een aantal depressieve jaren achter de rug, maar een nieuwe generatie stroomt en neemt nieuw zelfbewustzijn met zich mee.”

Nieuwe toneelstukken gelezen op het ITS

De oudere vrouw heeft een tas vol merkwaardige prullen, de jongere een telefoonboek vol exen. Bij de drie nieuwe toneelteksten die gisteren werden voorgelezen op het Internationaal Theaterschoolfestival (ITS) vallen vooral de vrouwenrollen op. De stukken, van afgestudeerde toneelschrijvers van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, werden voor de gelegenheid gespeeld door bekende acteurs als Sylvia Poorta, Kees Hulst en Gijs Naber.

Poorta speelt de oudere vrouw, een personage van Eva Jansen Manenschijn uit haar stuk On all fours. In een beeldende monoloog vertelt ze over het haar leven, de incestueuze verhouding met haar broer en over een doodgeboren kalfje dat ze als kind ter wereld zag komen. De broer is dood en langzaam kom je erachter dat ze in het mortuarium is om hem te identificeren. Regisseur Eric de Vroedt maakte er een mini-voorstelling van, met muziek en een ‘lijk’ onder een laken achter op het toneel.

Bovendien interpreteerde hij de schuingedrukte tekst in het stuk als afkomstig van de overleden broer, gespeeld door Kees Hulst. “Dat is een mooie keuze”, zegt Jansen Manenschijn, “Voor kan het ook wel haar eigen stem zijn, een soort dwangmatige gedachte. De Vroedt is enthousiast over het stuk: “Toen ik het voor het eerst las wist ik niet zo goed wat ik ermee aanmoest, maar zodra Sylvia het ging spelen ging het leven. Het is een tekst met een geheim.”

Eerder op de dag pakte regisseur Casper Vandeputte het een stuk soberder aan. Ook Alle plaatsen waar ik naartoe wil bestaan niet van Helena Hoogenkamp is een monoloog voor een vrouw, maar Hoogenkamps personage is een zoekende, melancholische twintiger, die systematisch haar leven analyseert, compleet met methodologie, conclusies en suggesties voor nader onderzoek.

Alle plaatsen… is een stuk waarmee een actrice goed kan uitpakken en Naomi Velissariou maakt van het overdreven lange middenstuk, een serie mislukkende telefoongesprekken met steeds verder verwijderde vrienden en exen een prachtige, wanhopige, hilarische en genante scène. Nog eerder werd de tekst In de schaduw van de grote vogels van Levi Olthof gelezen.

De serie lezingen werd voor het ITS georganiseerd door De Tekstsmederij, een jong bureau dat de belangen van jonge toneelschrijvers behartigt. Oprichters Timen Jan Veenstra en Malou de Roy van Zuydewijn (zelf ook toneelschrijvers) benadrukken dat het voor het eerst is dat op het ITS –waar voorstellingen te zien zijn van afstuderende acteurs, regisseurs, dansers en choreografen– volledige teksten van afstuderende schrijvers worden uitgevoerd. “Er zijn altijd wel lezingen van fragmenten, maar die zijn laat op de avond en dan raakt het makkelijk verloren in de veelheid van het festival”, zegt Veenstra.

Tijd dus voor een andere aanpak: lezingen door topacteurs, begeleid door regisseurs van de grote toneelgezelschappen. “De gezelschappen waren meteen enthousiast”, vertelt De Roy van Zuydewijn, “En dat is belangrijk want we willen graag dat die groepen de verantwoordelijkheid nemen voor de ontwikkeling van getalenteerde toneelschrijvers. En jongere regisseurs blijken enorm geïnteresseerd te zijn in samenwerking met schrijvers.”

Een van de gezelschappen die deze missie zeer serieus neemt is het Ro Theater. Sinds een paar jaar speelt het Rotterdamse gezelschap alleen nog maar nieuwe toneelteksten (Nederlands en internationaal) en in het eigen theater houden een paar jonge schrijvers kantoor. “Er zijn geen verplichtingen, maar het is handig en leuk”, vertelt Saskia Heerkens van het Ro, “Vorige week had Simon Weeda een nieuwe versie van een stuk af en waren er twee acteurs bij de hand die dat even konden voorlezen.”

De drie gelezen teksten van gisteren zijn meteen ook genomineerd voor de ITS Ro Theater Award die vanavond wordt uitgereikt. Aan die prijs is vierduizend euro verbonden, die de schrijver kan gebruiken voor de ontwikkeling van een nieuwe tekst die door de acteurs van het Ro aan het publiek wordt gepresenteerd.

Voor de schrijvers zelf waren de lezingen bijzonder, maar ook verwarrend. Nog niet eerder hoorden ze hun teksten volledig gespeeld, zeker niet door zulke acteurs. “Je kent iedere komma van de tekst,” zegt Jansen Manenschijn, “dus het is moeilijk om niet afgeleid te raken door je eigen bijgedachten die zich opdringen en er onbevangen naar te luisteren.

Na hun afstuderen kunnen deze nieuwe schrijvers zich aanmelden bij De Tekstsmederij, die zich voornamelijk richt op het koppelen van toneelschrijvers aan nieuwe regisseurs. Bij Theater Bellevue kunnen gezamenlijke initiatieven van zo’n koppel leiden tot een nieuwe lunchpauzevoorstelling. Veenstra: “Als schrijvers en regisseurs vanaf het eerste begin van een project samenwerken leren ze dezelfde taal spreken.”

Meer info op www.itsfestivalamsterdam.com en www.tekstsmederij.nl

Verslag workshop Vivi Tellas

verslagjes — simber op 31 oktober 2013 om 15:49 uur
tags: , , ,

[voor de krant van DasArts]

Een vrouw schept aarde in een envelop. De aarde is gitzwart, de envelop maagdelijk wit. Ze schept met haar handen, de hoeveelheid aarde die in een envelop past blijkt opmerkelijk groot. Aan het eind stopt ze een doorgesneden roseval aardappel in de envelop en plakt hem dicht. “Iran” schrijft ze met dikke stift op de adreszijde, “Nederland” wordt de afzender. Als ze klaar is met de geconcentreerde handelingen wordt je samen met de vrouw verrast door het lawaai van de standwerkers, de drukke mensenmassa die zich van kraam naar kraam beweegt en de overal uitgestalde waren. Je was het misschien even vergeten, maar je stond midden op de Dappermarkt in Amsterdam.

‘Urban readymades’ noemt de Argentijnse theatermaakster Vivi Tellas dit soort theatervormen. In het kader van het herfstprogramma over interventies nodigden mentoren Ant Hampton en Edit Kaldor haar uit voor een workshop over ‘Found Theatre and the Urban Readymade’. Tellas stuurde de acht Dasarts-studenten en hun mentoren naar de Dappermarkt met de opdracht: bekijk de markt alsof het theater is, en maak een korte performance met mensen die je er tegen komt. Het lijkt op het procedé dat de Nederlandse theatermaker Adelheid Roosen ontwikkelde voor haar ‘wijksafari’s’, maar dan in de snelkookpan.

En zo schuifelt op een van de laatste mooie nazomerdagen een groepje van kraam naar kraam. Iedereen heeft een eigen kraam ‘geadopteerd’ en met de verkoper een korte voorstelling gemaakt, acht in totaal, die in een krappe twee uur voorbij trekken. Bij de worst en friet van Jan en Ans zingt Margo een lied, de studentes Ana en Agusta vergelijken hun liefdesleven met dat van bakkersmeisje Marjan en de Turkse snoepverkoper vertelt zijn levensverhaal aan de hand van de vier kleuren van zijn suikergoed. Bij de aardappelkraam de simpele handeling met de enveloppen en de aarde.

Maar niet alle studenten gebruiken de kramen als klein theatertje. Terwijl Bojan mee helpt om de groentekraam af te breken, gaat een van de verkoopsters in zijn plaats de markt op om klanten de vraag te stellen hoe een wereld zonder geld eruit zou zien. Orion heeft een grote witte pijl op zijn hoofd gebonden en deelt briefjes uit met uitleg over watercyclus en zelforganiserende systemen. En Ant en Edit werpen zich op als galeriehouders voor een van de bijzondere figuren die zich op de markt ophoudt: Iema Acrata, een grote, zwarte man die als act stokjes op zijn brede neus balanceert.

Niet alle acts zijn helemaal geslaagd. Leila liep een dag mee op de kraam van de stroopwafelverkoper, die haar een verhaal wilde vertellen over de oorsprong van haar naam. Maar op de dag zelf wilde hij de (Franstalige) tekst niet voorlezen; het contact blijkt fragieler dan gedacht. Sommige makers, zoals Margot, staan in hun optreden zelf centraal, anderen, zoals Mladen die contact zocht met de Turkse snoepverkoper, stellen zich meer op als regisseur op de achtergrond.

’s Avonds in Dasarts hebben de studenten hun eigen ‘markt’ gecreëerd. Ieder zit achter een eigen tafel, met producten die ze hebben meegenomen uit hun adoptiekraam. De bezoekers mogen rondlopen en in gesprek gaan. De studenten vertellen over hun belevenissen, hun keuzes en over de problemen die ze tegenkwamen. Achterin is een aparte ruimte waar de videoregistratie van de hele serie performances te zien is.

Bijzonder om te zien is de opmerkelijke connectie tussen Bojan en zijn wisselspeelster van de groentekraam. Terwijl hij met fruit van de kraam een overvloedige fruitsalade maakt, vertelt hij ’s avonds over het gemak waarmee zij in zijn denken mee ging en zijn opdracht uitvoerde. Op de video zie je haar heftig discussiërend over de markt lopen.

Minstens zo interessant is de interventie van Ant en Edit en hun evenwichtskunstenaar Iema Acrata. Hun besluit om deze stadse vreemde vogel te beschouwen als performancekunstenaar en zijn werkveld te verbreden –op de markt verkoopt hij ansichtkaarten van zichzelf; in Dasarts hebben Ant en Edit de foto’s opgeblazen tot A4 formaat– is een ongemakkelijke toeëigening die hem tegelijk bedwingt en uitvergroot. En die in merkwaardige tegenspraak is met Acrata’s motto: ‘be independent’.

Orion tenslotte laat je als bezoeker achter met de meeste vragen. Het begint al met de onmogelijke vragen die hij oppert bij de opdracht zelf: ik moet de markt bekijken alsof het theater is, maar hoe ziet theater er eigenlijk uit? ’s Avonds heeft hij geen kraam, maar een paar krukjes, waarop naar voren leunende, steeds ernstiger kijkende bezoekers zijn redeneringen aanhoren. Hij bekijkt de markt als systeem, een samenkomst van goederen uit de hele wereld en een processie van mensen die allemaal hun eigen weg volgen.

Door zijn uitleg van de watercyclus en van de theorie van ‘autopoiesis’ (over zelfreproducerende en zelf-organiserende systemen) ga je de markt weer op een andere manier bekijken.

Dat theater een mooie manier kan zijn om inkijkjes te krijgen in de stad en de verhalen te vertellen van haar bewoners en gebruikers is niet nieuw. Wat intrigeert aan deze serie performances is de diversiteit aan attitudes van kunstenaars ten opzichten van deze ‘urban readymades’. Stel je je op als dienstbare ambachtsman of –vrouw die de verhalen optekent? Ga je op persoonlijk niveau de verbinding aan? Gebruik je je macht als lid van de culturele elite? Of plaats je jezelf als beschouwer buiten de wereld? Op microniveau wordt hier de belangrijkste vraag gesteld voor de kunst op dit moment: hoe verhoud je je tot de wereld?

Recensie: Theatercollege André Kuipers

Parool,recensies,verslagjes — simber op 17 september 2013 om 10:00 uur
tags: , , ,

“Een ruimtereis is inspiratie; een brochure voor onze planeet.” Na het succes van Al Gore, de TED Talks en DWDD University is de collegerage nu ook in het theater doorgedrongen. Op vier maandagavonden organiseert het nieuwe bedrijfje Theatercolleges van Hans Groen een reeks lezingen van prominenten in het DeLaMar Theater. Met astronaut André Kuipers had de reeks gisteravond een sterrenaftrap. Later deze herfst volgen nog Dick Swaab, Annemarie van Gaal en Jeroen Smit.

In een ongedwongen one-man-show vertelde Kuipers aan de hand van een enorme hoeveelheid foto’s het publiek –een volle zaal met vrij veel kinderen– over zijn uitgebreide training, de lancering, het dagelijks leven in het International Space Station (ISS) en de verschillende experimenten die hij daar uitvoerde.

Veel nieuws zat er niet bij voor degenen die de ruimtevaarder een beetje hebben gevolgd, maar de sprekende details –de uitgebreide bijgelovige rituelen voor de lancering; dat je eelt krijgt aan de bovenkant van je voeten omdat die in het ISS altijd in lussen hangen om je vast te houden; dat het ISS oud wordt en hier en daar begint te schimmelen– worden in hoog tempo en met droge humor opgediend.

Zoals veel astronauten raakte Kuipers tijdens zijn twee vluchten, waarvan de laatste ruim een half jaar duurde, diep doordrongen van de kwetsbaarheid van onze planeet en zijn werk terug op aarde bestaat vooral uit het promoten van techniek onder jonge mensen en natuurbescherming.

Maar Kuipers is te nuchter om echt meeslepend te kunnen spreken over de meer filosofische aspecten van zijn reis. Voor de internationale bemanning van een hoogtechnologisch ruimtestation is die zakelijke bedaardheid vast heel nuttig, maar het blijft een euvel van de ruimtevaart: te veel techniek, te weinig mystiek.

Theatercollege André Kuipers. Gezien 9/9/13 in DeLaMar. Meer info op www.theatercolleges.nl

Opening TF

Gisteravond werd in de Stadsschouwburg het jaarlijkse Nederlands Theaterfestival geopend. Juryvoorzitter Arthur Japin kondigde een nieuw stipendium voor toneelschrijvers aan. De traditionele openingsspeech ‘De staat van het theater’ werd uitgesproken door Minister Jet Bussemaker van Cultuur. Ook Mark Rutte was present, zij het als personage van toneelschrijver Nathan Vecht en acteur Guy Clemens.

Vecht voert de minister-president op in het korte toneelstuk Een eerlijk mens, waarin Rutte een denkbeeldige speech houdt tot de kunstwereld, naar aanleiding van de toespraak die Ramsey Nasr hield tijdens de Mars der Beschaving, het kunstenaarsprotest tegen de bezuinigingen in 2011.

Rutte, door Clemens zonder fysieke gelijkenis maar met montuurloze bril en blauwe das goed neergezet, blijkt een closet-kunstliefhebber. Zijn assistent en speechschrijver (gespeeld door Sieger Sloot) weet precies hoeveel zetels verlies een foto met het Concertgebouworkest of een bezoekje aan de opera kost, maar stiekem gaat Rutte vaak ’s avonds met zijn geheime pasje naar het Mauritshuis om naar de meesterwerken te kijken, speciaal Het Puttertje van Carel Fabritius.

Rutte’s toespraak is een geestige en villeine ontleding van Nederlandse kunst, het land dat geen verbeelding voortbrengt, maar uitsluitend nut en handel. “Dit land kent geen noodzaak zonder nut”, zegt hij, verwijzend naar Nasr’s gedicht over de ‘nutteloze noodzaak’ van de kunst. Maar de kunst krijgt zelf ook nog een veeg uit de pan, omdat ze zich stilhield over Irak of asielprocedures, maar over beschaving begon toen de subsidies verlaagd dreigden te worden. “Dit land houdt niet van u, ontdoe u van uw ketenen en vertrek”, is zijn conclusie.

Minister Bussemaker kon het stuk wel waarderen en beloofde een uitvoering voor de ministerraad voor te stellen. “Mijn collega’s kunnen wel tegen een stootje.”

De minister hield een opvallend inhoudelijke toespraak over de verhouding tussen kunst en politiek. De vraag of kunst van waarde is voor de democratie beantwoordde zij met een volmondig ja. Ook zij toonde zich een eerlijk mens: meer middelen voor de kunsten zitten er de komende periode niet in. Wel gaat ze bij de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) een denktank opzetten om bij te dragen aan het publieke debat over kunst. Ook vroeg ze om ambassadeurs voor de kunsten: “Waar is de André Kuipers of de Robbert Dijkgraaf voor het theater?”

Juryvoorzitter Arthur Japin, verantwoordelijk voor het samenstellen van het programma van de tien beste theatervoorstellingen van het afgelopen seizoen, gebruikte zijn tijd om een nieuw fonds te introduceren: het TheaterTekstTalent Stipendium. Beginnende toneelschrijvers kunnen een bedrag aanvragen voor een nieuw te schrijven toneelstuk en er is ook geld beschikbaar om de nieuwe tekst opgevoerd te krijgen. Initiatiefnemer Joachim Fleury nam het idee over van het Engelse ‘Adopt a playwright’, in Nederland is schrijfster Maria Goos een van de juryleden. Het Prins Bernhard Cultuurfonds beheert het nieuwe stipendium.

TF Tips:

Viva la naturisteraçion van De Warme Winkel: vitale en beeldende voorstelling over naturisme, rauw en vol overgave gespeeld door de merentijds naakte cast. State of the art theater. (11-15 september in het Openluchttheater in het Amsterdamse Bos)

Topacteurs en goede vrienden Gijs Scholten van Aschat en Pierre Bokma spelen scènes van Shakespeare. Aan de hand van hun favoriete dialogen uit Richard III, Romeo en Julia en Hamlet laten ze zien hoe het ook kan. Eenmalige theatervoorstelling, en u krijgt er gratis een jaarabonnement bij op het nieuwe theatertijdschrift Scènes. (8 september, 16:00 uur in de Stadsschouwburg)

Somedaymyprincewill.com van Sadettin Kirmiziyüz: in de kleinezaalhit van het afgelopen seizoen vertelt Kirmiziyüz het verhaal van zijn zus over romatiek en integratie, met spetterende muziek van The Sadists. Nu twee maal in de grote zaal (11 en 12 september, Stadsschouwburg)

Hard Candy van Oostpool en Sonnevanck: één van de beste jeugdtheatervoorstellingen van het afgelopen seizoen, vond de jury. Gebaseerd op de gelijknamige film uit 2005 over de snel uit de hand lopende internetdate van een volwassen fotograaf met een veertienjarig meisje. (15+, 9 en 10 september in De Krakeling)

Het Nederlands Theaterfestival duurt nog t/m 15/9. Meer info op www.tf.nl

Verslag Over Het IJ

Voor Over Het IJ hoef je het IJ helemaal niet meer over. Traditiegetrouw staat het locatietheaterfestival begin juli weer op het NDSM terrein in Amsterdam Noord, maar tegelijk zijn er ook een hoop interessante voorstellingen op en rond het Centraal Station. Zoals de interactieve iPod-performance Like me van Judith Hofland of Dantons dood van Joost van Hezik. Bij allebei deze voorstellingen moet je als toeschouwer aan het eind een persoonlijke keuze maken.

Like me is een soort speurtocht op het station met een smartphone in je hand en een koptelefoon op je hoofd. Via het beeldscherm en de stem van Hofland krijg je instructies waarheen je moet lopen, en op welk bankje je moet gaan zitten. Maar Like me gaat niet over wandelen, maar over sociale netwerken zoals Facebook. Op bepaalde punten in de wandeling moet je persoonlijke gegevens invullen, en je krijgt af en toe meldingen op je scherm van andere deelnemers.

Knap is de verwevenheid van de voorstelling met bestaande sociale netwerken. Als je een foto moet kiezen om jezelf aan je volgers te presenteren kun je kiezen uit drie plaatjes van jezelf die rechtstreeks uit Google komen. Verwarrend is het inbreken van een hacker in je wandeling, die zich voordoet als je beste vriend. En op een mooie manier ongemakkelijk is het als je ineens naast iemand anders zit met eenzelfde iPod en koptelefoon die zichzelf net zo een beeld zit te vormen van jou als jij van haar.

Like me is een ingenieus spel; theater zonder toneelspelers waarbij je een geheime verbinding maakt met een onbekende. Hofland wil iets zeggen over onze relaties met virtuele vrienden. Gesprekken met haar vrienden vallen stil omdat iedereen alles al van elkaar weet door Facebook en Twitter, vertelt ze over de koptelefoon. Maar juist dat gevoel weet de voorstelling niet te vangen, want Like me gaat juist over het leren kennen van vreemden. Die tegenstrijdigheid haalt de angel uit de keuze tussen vriendschap online of in het echt die je aan het eind moet maken.

Ook bij Dantons dood moet je kiezen. Timen Jan Veenstra maakte een stevige bewerking van Büchners klassieker over factiestrijd binnen de Franse revolutie, waarin hij ook de schrijver zelf ten tonele voert. Morele scherpslijper Robespierre (een uitstekende Sadettin Kirmiziyüz) die een soort permanente revolutie predikt staat tegenover de fatalistische hedonist Danton (Justus van Dillen) die zich afvraagt waar de terreur en de moorden ookalweer om begonnen waren.

Regisseur Joost van Hezik maakt er een energieke maar ook vrij warrige voorstelling van. In een betonnen ruimte ergens onder de perrons roepen verfspatters en spandoeken met leuzen de sfeer van een geheime vergadering op, terwijl boven je de treinen en de omroepberichten klinken– de bedrijvige regelmaat van de burgermaatschappij. Mooi is de scène waarin de moord op koningin Marie-Antoinette met veel rode verf een kruising wordt van een executie, een verleiding en performance art.

Aan het eind moet je beslissen: is de menselijke natuur niet veranderen en blijf je zitten voor de sterfscène van Danton, of ga je mee naar buiten met Robespierre om de revolutie voort te zetten? De vertrekkers marcheren onder begeleiding van de Marseillaise het station in en kunnen alvast beginnen aan hun eigen dodenlijsten. Maar net als bij Like me is de keuze tussen genieten en bloedvergieten vals en dat is jammer.

Op een steenworp afstand van CS, in het vrij luxueuze hotel Double Tree is de installatie Fare Thee Well van Dries Verhoeven te zien. Op een terras op de tiende verdieping kijk je met een telescoop naar teksten op een lichtkrant op het Botel in de NDSM haven, drie kilometer verderop. Het zijn vaarwelgroeten aan vervlogen of vervliegende ideeën – van het wittefietsenplan tot tonijnsteaks, van spontane gesprekken met voorbijgangers tot platenzaak Fame. Je hebt geen keuze: je moet blijven kijken naar deze hypnotische boodschappen van de overkant van het IJ, een melancholiek requiem voor een voorbije  tijd.

Over Het IJ duurt nog t/m 14 juli. Meer info op www.overhetij.nl

Verslagje Opening Theaterfestival

“Mark Rutte, neem een voorbeeld aan je Franse collega Sarkozy, trouw met een actrice! Meer sex tussen politici en kunstenaars.” In de Stadsschouwburg werd gisteravond het Nederlands Theaterfestival, waarin de beste voorstellingen van het afgelopen seizoen nog een keer te zien zijn, geopend met de traditionele speech ‘De staat van het theater’.

Normaalgesproken wordt die uitgesproken door een oudere prominent (Pierre Audi, Liesbeth Colthof, Joop van den Ende waren eerdere sprekers), maar dit jaar gaf festivaldirecteur Jeffrey Meulman het woord aan drie theatermakers van rond de dertig: Jeroen De Man (van theatergroep De Warme Winkel), Walter Bart (van Wunderbaum) en Ilay den Boer.

Wie hoopte dat dat tot een gemeenschappelijk generatie-statement of een theatrale lezing zou leiden, kwam bedrogen uit. Het werden, na een korte gezamenlijke inleiding, drie speeches van drie jonge mannen achter het katheder – wat onvermijdelijk tot onderlinge vergelijking uitnodigde. De Man blikte terug op onze roerige tijden vanuit het honderdjarig jubileum van Aktie Tomaat in 2069 en schetste een toekomst waarin Toneelgroep Hologramsterdam geurloos theater maakt, maar besloot serieuzer met een pleidooi voor kunstenaars die misschien wel briljant zijn, maar niet handig zijn in verkooppraat en cultureel ondernemerschap.

Den Boer pleitte voor een theater dat net zo belangrijk is voor haar publiek als voetbalclubs voor hun trouwste supporters. Hij schetste een mooi beeld, maar in de uitwerking stelde zijn verhaal teleur, met grote statements over dé beleidsmakers, hét theater, en dé doelgroepen dat met de daadwerkelijke problemen van het (gesubsidieerde) theater weinig van doen had.

Het was Walter Bart die met een onnavolgbare lijst van 37 “waarheden, vragen en mogelijke oplossingen” het verzamelde theatervolk een opwindende impuls gaf. Hier stond een kunstenaar die nu een paar jaar beleidsgereutel, crisisretoriek en politieke bemoeienis had doorstaan en er een even absurd als lucide artistiek antwoord op gaf. “Shakespeare is niet de weg uit de crisis.” “Kunstenaars stellen zich niet afhankelijk op, wij ZIJN afhankelijk.” En: “We moeten onze halfdooie democratie de genadetrap geven en op zoek gaan naar nieuwe samenlevingsvormen. Theater is een samenlevingsvorm!”

De drie statements waren samen veel te lang, niet al te coherent en onderling tegenstrijdig. En daarmee misschien toch weer een heel duidelijk generatieportret.

Eerder op de avond werd de Erik Vos Prijs voor aanstormend regietalent door de naamgever zelf uitgereikt aan Alexandra Broeder. Broeder krijgt de prijs voor haar confronterende werk, waarin ze kinderen van hun meest duistere kant laat zien en zo de geaccepteerde verwachtingen van het gedrag van kinderen ter discussie stelt. “De theatrale wereld die Broeder voorspiegelt, is daardoor fascinerend, zinnenprikkelend en verontrustend”, schreef de jury. Broeder was blij dat haar werk compromisloos en onveilig wordt genoemd: “Kijken mag bij mij nooit veilig zijn.”

Arthur Japin, de voorzitter van de jury die de selectie voor het festival heeft gemaakt, vertelde kort over zijn belevenissen in het afgelopen theaterseizoen en dankte de aanwezige makers voor hun passie en doorzettingsvermogen in het licht van de “beschimping” en “minachting” die de kunstsector de afgelopen jaren over zich heen heeft gekregen.

Het Nederlands Theaterfestival duurt nog t/m 9/9. Meer info op www.tf.nl

Verslagje Dromen van Goud

Wat opvallend veel fitte mensen in het DeLaMar gisteravond. Onder de titel Dromen van goud brachten het theater en entertainmentbureau Xsaga op initiatief van oud-zwemmer Johan Kenkhuis een aardig ‘theaterprogramma voor sportliefhebbers’, dat effectief de harten sneller laat kloppen voor de aankomende Olympische Spelen in Londen, en dan vooral voor de Nederlandse atleten die meedoen.

Het past in een trend die al een paar jaar zichtbaar is: theaters spelen in op de maatschappelijke kalender om vermaak en diepgang te bieden tijdens collectieve belevenissen. De Stadsschouwburg organiseert op 5 december een Sinterklaasgala voor volwassenen, na Dodenherdenking is er Theater na de Dam, de ochtend na de presidenstverkiezingen een All American Breakfast in de Melkweg. En hoewel de sportwereld en de kunsten opvallend weinig verbindingen hebben, is zo’n Olympisch theaterprogramma natuurlijk een -ahum- gouden idee.

De sportliefhebbers worden op hun wenken bediend. Op de Chesterfield banken midden op het podium komen Pieter van den Hoogenband, Ellen van Langen en het halve dameshockeyteam van Minke Booij te zitten, die door Toine van Peperstraten vakkundig ondervraagd worden over wanneer ze begonnen te dromen over gouden medailles en hoe ze die dromen hebben waargemaakt.

Het levert aardige inzichten op over de hoeveelheid inspanning, concentratie en opoffering die achter iedere medaille schuilgaat. Wat de vlot pratende sporters vooral duidelijk maken is dat de prestatie nauwelijks meer over het lichaam gaat: dat is volledig onder controle, geoefend met coaches, gemonitord door artsen en gemasseerd door verzorgers. De geest is nu strijdperk en het is zaak om alles dat sporters op hun weg vinden, de zenuwen, de pijn en de angst om te zetten in perfect gefocuste motivatie. “Wat is pijn?” vraagt Van Langen retorisch, “Pijn is maar lichamelijk.”

Maar er zijn ook voldoende geestige anekdotes, over de kluis waarin Van Langen haar medailles bewaart, over de groepsprocessen in het hockyelftal en over Van den Hoogenband die tijdens de finale van de honderd meter vrij in Athene zijn vinger brak toen hij doelbewust de aantikplaat met gestrekte vingers in plaats van met z’n vlakke hand raakte; die paar centimeters bezorgden hem waarschijnlijk het goud.

Het theaterdeel eromheen was dan weer een beetje mager. Muzikant en videokunstenaar Mondo Leone (Leon Giesen) speelde aangename nummers, al was het verband tussen de Spelen en Muhammad Ali wel erg vergezocht. Sportjournalist Arthur van den Boogaard schreef passend mythische intermezzo’s over Prometheus die het vuur van de Olympus stal en over de geschiedenis van het Olympisch vuur en nazi-spelen van 1936. Hij is echter geen showman en lang bleef de avond een beetje mat.

Pas met het optreden van Peter Heerschop na de pauze, als ‘minister van enthousiasme en aanmoediging’, werd de avond méér dan een avond Holland Sport (het onvolprezen sportprogramma van Wilfried de Jong en Matthijs van Nieuwkerk) in het theater. Hij gaf een peptalk voor sporters en toeschouwers, waarin hij liet voelen dat passie voor sport van twee kanten moet komen en dat het klagerige Nederland uitstraalt op onze sportprestaties (en op het zomerweer). “Door prestaties in de sport maken we een ander land.” Na deze stichtelijke woorden werd de ‘gouden golf’ van 21 gouden medailles die ons aan het eind werd voorspeld met toekomstige Parool-voorpagina’s ineens een beetje voorstelbaar.

Verslagje Over het IJ

Parool,verslagjes — simber op 9 juli 2012 om 00:11 uur
tags: , , , ,

Twee voorstellingen op het locatietheaterfestival Over het IJ in Amsterdam Noord doen sociale experimenten met hun publiek. De een een beetje halfhartig, de ander met grote impact.

Om met die laatste te beginnen: Stranger van Emke Idema is de ontdekking van het festival. Een complex spel over eerste indrukken, vooroordelen en projectie krijgt een ideale interactieve vorm die erg goed bij de losse sfeer van de zomerfestivals past.

Vooraf wordt het publiek verdeeld in een aantal speler, juryleden en supporters. De zes spelers krijgen een kort levensverhaal en moeten een ‘team’ samenstellen uit het woud van portretten achter hen; het zijn uitgeknipte zwartwitfoto’s van heel diverse, normale gezichten op manshoge stokken. Een verzameling figuren zonder context op wie je je fantasie kunt projecteren. Wie is de aardige chef die jou een kans geeft? Met wie zou je een one night stand kunnen hebben?

Het spel begint als steeds twee van die portretten tegenover elkaar ingezet worden bij vragen als: wie heeft het meeste bezit? Wie is het meest egoïstisch? Je hebt niets anders om op af te gaan dan een gezicht en je intuïtie, maar toch zijn  de jury, die de winnaar moet aanwijzen, en het publiek, dat moet aanmoedigen, opvallend eensgezind. Blijkbaar komen onze projecties en vooroordelen behoorlijk overeen. Al snel worden de vrager absurder: wie houdt het meest van knakworst? Wie komt er altijd te laat?

Het spel wordt geleid door een opgenomen computerstem. Bij onduidelijkheden moet het hele publiek met elkaar bepalen hoe we verder gaan. De sfeer wordt al snel speels en gezellig, maar er zit een stekelig randje aan. Is dit wel ok? We hebben allemaal geleerd dat het niet netjes of zelfs gevaarlijk is om op eerste indrukken af te gaan, maar oh wat zijn er goed in met z’n allen.

Langzaam zoekt het spel de grenzen op. Niet alleen de portretten, ook mensen uit het publiek worden nu tegenover elkaar gezet. En dan is het toch ineens een stuk pijnlijker om te kiezen wie het meest sexueel actief is of wie niet tegen zijn of haar kinderen op kan. Gaat het spel te ver? Of het publiek? Stranger geeft inzicht in iets enorm complex, en laat je achter met een nieuwe blik op de wereld en op al die onbekenden die je tegenkomt. Grote kunst, en helemaal van nu.

Ook Orkater begint haar voorstelling The Promised Land met het publiek een rol geven. Op een winderige kade bij het NDSM-terrein moet iedereen een uitgebreid formulier met persoonlijke gegevens invullen. We worden immigranten gemaakt, die zometeen op Ellis Island de inspectieprocedure door moet.

Drie jaar geleden leerden acteurs en theatermakers Ria Marks en Titus Tiel Groenestege samen een groep New Yorkse toneelschoolstudenten kennen. Inmiddels is deze groep afgestudeerd en werken ze nu samen met vaste Orkater-spelers en muzikanten aan het grootschalige en engelstalige locatieproject The Promised Land, ter gelegenheid van het twintigjarig jubileum van Over het IJ.

Bij die grootschaligheid hoort een eigen pont, die het hele publiek –mannen en vrouwen zijn inmiddels gescheiden en we worden steeds gemaand ons formulier bij ons te houden– naar de Houthavens vaart, waar in een grote loods een immigratiestation is nagebouwd. Daar zien we beeldende bewegingstheaterscènes, die losjes over emigratie gaan, maar een spannende voorstelling wordt het niet, al is de muzijale begeleiding puik, met invloeden uit netzoveel windstreken als de immigranten zelf.

En wat een voorstelling met dit onderwerp eigenlijk in Amsterdam? Hiervandaan zijn veel emigranten vertrokken, meldt de groep. Maar de voorstelling gaat over aankomen, niet over weggaan. Dus, hup, naar New York ermee, en nog iets verzinnen met al die formulieren. Die woeien nu aan het eind de Spaarndammerbuurt in.

Over het IJ duurt nog t/m 15/7. Meer info op www.overhetij.nl

Volgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity