Recensie: ‘De Samoerai’ van Bambie

“Sterf elke ochtend en elke avond opnieuw en wordt als iemand die voortdurend dood is.” Bambie, de mimetheatergroep die zijn voorstellingen het liefst nummert, geeft haar laatste een titel: De Samoerai. De groep liet zich inspireren door het boek Hagakure uit de achttiende eeuw, vol met afwisselend wijze en geestig absurde leefregels voor Japanse krijgsheren.

Als de spelers inderdaad samoerai zijn, zijn het wel merkwaardige exemplaren: de eerste (Jochem Stavenuiter) lijkt dronken, de tweede (Ingejan Ligthart Schenk) is een huilebalk en de derde (Gerindo Kartadinata) is een aggresieve druktemaker. Op lage tafels halen ze hun toeren uit: de vingers van Stavenuiter maken een lange tocht, Kartadinata balanceert op krukjes de anderen intimiderend met zijn wapenstok en zijn vervaarlijke gegrom. Het zijn kleine, komische varieté-acts. Misschien zijn samoerai in vredestijd, met hun wijde kleren en hun wit geschminckte gezichten, eigenlijk een soort clowns.

De voorstelling verloopt eerst als een traditioneel Japans verhaal: er moet een meester teruggevonden worden (wiens adem het licht kan dempen en feller maken) en er moet een lange reis worden afgelegd. Dat leidt tot de mooiste scènes: Ligthart Schenk gaat op pad met een zwaar beladen tafel op zijn rug; Kartadinata beklimt een andere tafel die door Ligthart Schenk wordt opgetild en die ineens een hele hoge berg wordt als Stavenuiter het papiersnippers laat sneeuwen.

De voorstelling draait (ook letterlijk) als het reisdoel bereikt wordt. De meester (Klaske Bruinsma) blijkt de moeder van de drie krijgers. Het iets te jolige deel rond haar kolossale bed is het zwakste van de voorstelling. Maar het eind is weer prachtig: de drie mannen laten Bruinsma dansen als een pop uit het Bunraku-theater, zorgvuldig al haar ledematen sturend.

Bambie-voorstellingen zijn soms wat stuurloos, met veel ideeën maar weinig lijn. (Gast)regisseur Jetse Batelaan heeft van De Samoerai echter een hecht bouwwerk gemaakt over traditie en overdracht. En daarin is het vast geen toeval dat gekozen is voor Bruinsma, ooit lid van de invloedrijke mimegroep Bewth.

Het zou namelijk goed kunnen dat dit de laatste voorstelling van Bambie is. De groep raakt, net als Lighart Schenks gezelschap ’t Barre Land, haar subsidie kwijt. Dat is misschien onvermijdelijk, maar het vraagt van kunstenaars welke leefregels en tradities zíj willen meenemen naar volgende avonturen of doorgeven aan een nieuwe generatie. De Samoerai is een levenslustige, aandoenlijke meditatie over die vraag.

De Samoerai van Bambie. Gezien 26/1/13 in Frascati. Aldaar t/m 2/2. Tournee. Meer info op www.bambie.org.

Verslagje Over het IJ

Het theaterfestival Over het IJ in Amsterdam Noord biedt als vanouds theater op bijzondere locaties, en hoewel een bijzondere, mooie of spannende plek altijd zorgt voor de wow-factor, is het niet altijd genoeg voor een goede voorstelling.

Dat bewijst bijvoorbeeld theatergroep Bambie, die haar tribune neerzette bij het gebouw Kraanspoor, zo dat je een paar honderd meter weg afkijkt totaan de NDSM Werf. Prachtig is het om te zien hoe twee spelers in donkere jassen in een synchrone ganzenpas tergend langzaam naar ons toegelopen komen. Ze zijn omringd door een wijds uitzicht van kantoornieuwbouw (o.a. een nieuwe Hema), verkrotte loodsjes en een grasveldje waar een klein vrouwtje rondscharrelt. ‘Noord Gestoord’ leest de graffiti op de muur van een van de afbraakpanden.

Via een koptelefoon hoor je een soundscape, met muziek, meeuwen en scheepshoorns en –en daar gaat het mis- de dialoogjes tussen de twee mannen en het kleine vrouwtje. De tekst bestaat voornamelijk uit gemeenplaatsen over weggaan en blijven en constateringen als “dat het gras groen is, en dat de toekomst van ons is.” Tsja. Maar je kunt natuurlijk ook je koptelefoon afzetten en genieten van het panorama in het gouden avondlicht.

Wel goed is de tekst van 4.48 Psychosis, geschreven door Sarah Kane en geregisseerd door Thibaud Delpeut, een lucide tocht door het hoofd van een psychotische patiënt, die extra wrang is door het feit dat de schrijfster zelf aan ernstige depressie leed en kort na het voltooien van deze tekst zelfmoord pleegde.

De voorstelling is een knappe monoloog van actrice Wendell Jaspers, die echter enigszins wordt ontsierd door overdadige vormgeving. De locatie is een mooie fabriekshal vlakbij het nieuwe restaurant Stork en de soundscape –zowel de duister aanrollende klanken, waarbij het hele gebouw meeresoneert als de Jaspers’ stemvervorming- is schitterend, maar de heftige lichteffecten en het decor van rubbergruis voelen als overkill, alsof je bij de heftige teksten, in Delpeuts interpretatie een eindeloze schreeuw om liefde, het voorschrift krijgt hoe je je erbij moet voelen.

Het probleem is sowieso dat het regisseren van Kane’s teksten altijd een beetje koket wordt: de levenslust van de theatermakers wint het toch ruimschoots van de doodsdrang van Kane. Het mooiste en meest invoelbare moment in 4.48 Psychosis is dan ook als Jaspers even uit het strenge toneelvlak stapt en de “chronische waanzin van de gezonden van geest” beschrijft. Het houden van een partner, het zorgen voor een kind of het overwinnen van tegenslagen klinkt ineens als en symptoom van een onbegrijpelijke ziekte.

De bijzonderste locatie van het festival is toch wel het IJsselmeer: Stichting Nieuwe Helden organiseert onder de titel Botter een schitterende vaartocht in een authentieke platbodem met bruine zeilen, met een praatgrage schipper die vertelt over botters, en zijn vader, die jajem schenkt, moppen tapt en liederen zingt. Je kunt jezelf moeilijke vragen stellen over de verhouding tussen boottocht en theater, maar waarom zou je als zon op je bol schijnt, de wolken op z’n allerhollandst zijn en druppels in je gezicht spatten. Je maakt iets bijzonders mee en je steekt er nog wat van op ook. Soms is kunst iets heel eenvoudigs.

Over het IJ duurt nog tot 17 juli. Meer info op www.overhetij.nl

Recensie: Bambie 15

Parool,recensies — simber op 24 januari 2011 om 16:35 uur
tags: , , ,

Ze zitten er helemaal klaar voor met z’n vieren. Gespannen afwachtend op hun tuinstoelen, allemaal met een paar enorme cadeaus bij zich. Sommige zijn felgekleurd ingepakt, van andere kun je aan de vorm van het pakje al zien wat het is, maar een vrouw heeft slechts één klein pakje op schoot.

Mimetheatergroep Bambie van Jochem Stavenuiter en Paul van der Laan geeft haar voorstellingen geen namen maar nummers, als om te benadrukken dat taal er voor hen niet zo toe doet. Dat kan soms een zekere vrijblijvendheid tot gevolg hebben, maar nummer vijftien heeft als thema mijn en dijn. Stavenuiter speelt deze keer zelf niet mee, maar regisseert.

Van der Laan blijkt de gelukkige ontvanger van alle cadeaus. Wat de feestelijke gelegenheid is, doet er niet toe, net als de de relatie van de vijf figuren. Zijn het buren? Op de achtergrond zien we een straatje met vijf bordkartonnen huizen, in kinderlijk perspectief, sommige smal en hoog, anderen laag en breed, met dito deuren en ramen.

Bij het uitpakken blijkt al gauw dat er iets vreemds is met de cadeaus: een plastic bak, een eenvoudig schaaltje, een afstandsbediening, een bezem. Is het dan misschien een heel mooie bezem, zou Ernie aan Bert vragen. Nee, het is een heel gewone bezem. En dan zeggen ze er ook nog dingen bij als: ‘toen ik het zag moest ik meteen aan jou denken’ of ‘dit wil ik al heel lang aan je geven.’ Maar dit feestje zal al snel fantastisch uit de hand lopen.

De betovering van al dit materiële bezit geeft de scène al snel een wending in verdere absurditeit: mensen willen elkaars cadeaus hebben, en smeken, bietsen en roven de cadeaus van de nieuwe eigenaar. Al snel rennen ze heen en weer in een geweldige scène waarin alle troep op het toneel ineens begeerd goed is en bemachtigd of verdedigd moet worden, eerst in twee kampen, later ieder voor zich.

Het is vaak zo bij Bambie dat ze halverwege hun voorstelling opnieuw lijken te beginnen. Alsof de ideeën voor de ene richting op waren en ze een andere weg in zijn geslagen. Ook in 15 begint na zo’n drie kwartier weer een heel nieuw stuk, waarin clowns met stapels geld gouden sieraden, diensten en relaties uitwisselen. Ook weer goed gedaan, maar net iets te veel platte symboliek, alhoewel het ook hier weer mooi ontspoord.

Soms is die grilligheid van Bambie irritant, en wil je dat ze eens een idee helemaal tot het einde uitspelen. Maar deze keer is het ook mooi: het moment in het midden dat het toneel weer even leeg is en je weer opnieuw totaal verbaasd kan zijn over wat ze nu weer allemaal verzonnen hebben.

Bambie 15 van Bambie. Gezien 21/1/11 in Frascati. Aldaar t/m 29/1. Tournee t/m 16/4. Meer info op www.bambie.org

Recensie: ‘Bambie 12’ van Bambie

Parool,recensies — simber op 5 november 2007 om 01:00 uur
tags: , ,

Mimegezelschap Bambie heeft al sinds haar oprichting de opvallende neiging om haar voorstellingen geen naam maar een nummer te geven. Omdat Bambie voorstellingen maakt zonder duidelijk te omschrijven onderwerp, maar met absurde wendingen en wonderlijke associaties worden ze voor de toeschouwer al snel “die ene met…”

Zo was de klassieker Bambie 6 “die ene met de billen” en Bambie 10 “die ene met Marien Jongewaard”. Bambie 12 zal waarschijnlijk “die ene met de marsmuziek” gaan worden, vanwege de meesterlijke scène waarin de vijf spelers stampend op hysterische marsmuziek het dagelijks leven van de moderne mens tonen; werken, neuken en bij vrienden op bezoek.

De rest van de voorstelling haalt dat niveau niet. Het begint veelbelovend, met een man in zijn bed (Paul van der Laan) die gefascineerd raakt door een lichtje dat door zijn muur schijnt. Hij krabt wat aan zijn behang en voor hij het weet staan er vier mensen in zijn huis. Vier indringers die meubilair naar binnen slepen en ook nog elkaar dwars zitten.

Over de tredmolen van het leven lijkt het te gaan, over de buitenwereld die je haar ideeën en wetmatigheden oplegt. Maar halverwege lijkt de voorstelling van idee te veranderen. Na het ritueel slachten van een blikje frisdrank transformeren de indringers tot leden van een onbekende stam die zich tooien met stropdassen en colbertjasjes geknoopt tot grappige hoofddeksels.

Dat de voorstelling ondanks de erg losse structuur toch samenhang houdt, is te danken aan de soundscape en muziek van Wim Conradi. Zijn David Lynch-achtige synthesizers en samples van Russische radio zorgen voor een sfeer van dreiging en vervreemding.

Bambie 12 door Bambie. Gezien in Frascati, 3/11. Aldaar t/m 10/11, tournee t/m 1/2/08. Meer info op www.bambie.org

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity