Interview Alize Zandwijk

interviews — simber op 15 oktober 2011 om 12:35 uur
tags: , , , ,

De beste theatervoorstelling van vorig jaar komt terug naar Amsterdam. Branden van het Ro Theater was een even schitterend als hartverscheurend verhaal over de gevolgen van oorlog, waarin een moeder op zoek is naar haar kind en twee kinderen naar hun vader en hun broer, gespeeld door een multiculturele cast. Regisseur Alize Zandwijk: “Het is verbazingwekkend dat dat niet vaker gebeurt.”

In Schouwburg Kunstmin in Dordrecht verzamelt de hele crew van het Ro Theater zich op een vroege dinsdagmorgen. Het decor van Branden staat al, over een half uurtje komen de acteurs om in twee dagen de reprise op de rails te zetten. “Ja, de voorstelling zit nog helemaal in m’n hoofd. Niet toen ik hem maakte natuurlijk, maar nu ik hem zo vaak gezien heb wel. En voor de acteurs is het zo dat als ze met elkaar weer op dezelfde plek in hetzelfde decor staan het geheugen automatisch weer terugkomt. Mijn voorstellingen worden bij hernemingen vaak beter. Als de acteurs het zich helemaal eigen gemaakt hebben krijgt het een bepaalde verdieping.”

“Mijn taak is nu vooral het bewaken van het ritme. De voorstelling duurt tweeëneenhalf uur. Voor de toeschouwers lijkt het voorbij te vlíegen, maar voor de acteurs is het een hele lange boog. En eigenlijk zijn het twee vertellingen: twee paralelle zoektochten van mensen op zoek naar hun familie.”

Het stuk, van de Canadees-Libanese schrijver Wajdi Mouawad, begint met twee hedendaagse jonge mensen die zojuist hun moeder, Nawal, hebben verloren. Via haar testament horen ze dat ze nog een broer hebben, en dat hun vader nog ergens rondloopt, in het niet nader genoemde, door burgeroorlog verscheurde land waar zij oorspronkelijk vandaan komen. Zo begint voor de kinderen een zoektocht in de omgekeerde richting die hun moeder heeft afgelegd. Maar tegelijk zien we daardoorheen geweven de voorgeschiedenis van Nawal en haar andere, eerdere kind.

Wat de voorstelling mede zo bijzonder maakt is de opvallend multiculturele cast, met onder anderen Nasrdin Dchar (die onlangs in zijn Gouden Kalf-speech zijn trots op zijn Marokkaanse roots belijdde), Yahya Gaier en de Vlaamse Fania Sorel als Nawal. Andere spelers zijn Bright Richards en Oleg Fateev, die in repectievelijk Liberia en Tsjetsjenië aan den lijve een burgeroorlog meemaakten.

Ondanks het serieuze onderwerp is de vorm van de voorstelling bijzonder licht. “Het is een heel uitgestrekt verhaal en ik wilde dat heel naïef en speels vertellen. We kwamen toen uit bij een schimmenspel. Daarmee kun je met heel eenvoudige middelen, met een papieren berg en twee poppetjes, een reis van maanden laten zien.”

“Oorspronkelijk was het het plan om deze voorstelling in Hamburg te maken”, vertelt Zandwijk. Dat ging om allerlei redenen niet door en achteraf was ik daar blij mee: in Duitsland is toneel heel erg voor witte mensen. In Rotterdam heeft zestig procent van de bevolking een andere culturele achtergrond. Ik vind dat ik verplicht ben om daar iets mee te doen. Het is eigenlijk verbazingwekkend dat het niet vaker gebeurt op toneel.”

“Ik heb ook een voorstelling Moeders gemaakt, met zeventien moeders uit alle culturen van Rotterdam op toneel. Kwaliteit van theater heeft denk ik ook te maken met lokale verbondenheid. Ik wil ook voorstellingen maken om die andere verhalen te laten horen. En in dit dtuk komen veel van die verhalen samen; en het is zó goed dat mensen het als een slag in hun gezicht ervaren.”

Met dezelfde spelersgroep gaat Zandwijk later dit seizoen opnieuw een stuk van Mouawad opvoeren. “Branden is het tweede deel van een vierluik, Bloed van de Beloften. Nu gaan we het eerste stuk daarvan spelen. Het heet Kust en het gaat over een man die nergens begraven mag worden – niet in het westen waar hij naartoe is getrokken en niet in het oosten waar hij vandaan komt. Iemand die dus echt tussen twee culturen terecht is gekomen.”

Zandwijk is een van de weinige regisseurs die, naast klassiekers, nog consequent internationale nieuwe toneelstukken opvoert. Naast Mouawad regisseert ze veel nieuwe teksten van de Duitse schrijfster Dea Loher. “Ook het opvoeren van nieuw werk zie ik echt als een plicht voor een stadstheater als het Ro. En ik houd zelf heel erg van toneelteksten. Maar het is heel erg moeilijk om daarvoor voldoende publiek naar de grote zaal te trekken. En ik ben bang dat theatergroepen door de huidige situatie nóg meer gaan teruggrijpen op bekend repertoire en bewerkingen van boeken en films.”

Branden speelt op 17 en 18/10 in de Stadsschouwburg Amsterdam en van 9 t/m 12/11 in de Toneelschuur in Haarlem. Meer info op www.rotheater.nl

TF: interview Bright Richards

interviews,Parool — simber op 2 september 2010 om 10:21 uur
tags: , , ,

Acteur Bright Richards ontvluchtte in 1993 zijn door burgeroorlog geteisterde vaderland Liberia. De komende week speelt hij twee voorstellingen in Amsterdam: het meesterlijke Branden van het Ro Theater – volgende week te zien op het Nederlands Theaterfestival –  en zijn eigen voorstelling As I left my father’s house, die hij speelt in kerken en moskeeën. Beide voorstellingen zijn verbonden met zijn eigen geweldadige ervaringen. “Ik ken geweld heel goed.”

De Poldermoskee, een oud kantoorgebouw in Amsterdam West vlakbij station Lelylaan, lijkt een saai kantoorgebouw, met een wirwar van tl-verlichte gangen langs gesloten deuren. Maar bovenin  bevindt zich ineens een vrij ruime, onregelmatig gevormde gebedsruimte, met dik tapijt op de vloer. In de richting van Mekka kijken de gelovigen door het raam op de metro.

Het is druk in de gangen; het is de vroege vrijdagavond, midden in de ramadan. Hier heeft As I left my father’s house een van haar eerste try-outs. Drie monologen over vluchten voor geweld, gespeeld door acteurs met verschillende achtergronden. Vanavond ziet het publiek – de helft jonge vrouwen die later samen de met een iftar maaltijd de vasten zullen verbreken, de andere helft ouder, wit kunstpubliek – een versie van de voorstelling zonder de bijbehorende muziek. In de moskee mogen geen muziekinstrumenten bespeeld worden. Een imam zingt echter wel een paar koranverzen.

Ondanks de beperkingen, ook het decor past maar half in de ruimte, is het een indrukwekkende voorstelling. Drie verhalen over mannen die uit hun gewone bestaan worden geslingerd als een oorlog uitbreekt. Een man die een onafzienbare hoeveelheid doodskisten moet maken in ruil voor zijn leven, een andere man die om genade moet smeken bij een vriend die ineens zijn machinegeweer op hem richt. Maar ook over de lange nasleep: een jongen die erachter komt dat hij geadopteerd is: zijn echte ouders hebben hem afgestaan voordat ze werden afgevoerd naar een vernietigingskamp.

Richards werkt al jaren aan de voorstelling: “Het viel me op dat veel van de verhalen over Jezus, Abraham en Mohammed ook over vluchten gaan. Ik gebruik fragmenten uit de Bijbel, de Koran en de Tenach om verhalen van vluchtelingen aan te vullen. Ik zocht contact met religieus leiders om hen te laten controleren of het klopte.” Deze interreligieuze dialoog is de eigenlijke inzet van Richards’ werk: “Dat wordt nu vaak door bobo’s gedaan, ik wil het naar de gebedshuizen brengen, naar de mensen zelf. Theater is daarvoor een schitterend medium, maar migranten komen niet in de schouwburgen komen. Ze organiseren zich rond religie. We willen het laagdrempelig maken.”

Richards’ indrukwekkende présence als acteur viel al eerder op in de veelgeroemde voorstelling Branden. Het stuk van Wajdi Mouawad gaat ook over burgeroorlog is losjes gebaseerd op diens ervaringen als jongen in Libanon. Richards speelt een doodenge soldaat, met een fototoestel  op de loop van zijn Kalashnikov, zodat hij het sterven kan vastleggen. “Die rol is makkelijk om te spelen. Ik kom pas aan het eind op, ik sta de hele tijd te kijken. Maar die  voorstelling heeft een mooie soberheid, en is een eenvoudige vertelling.”

“Ik heb dat personage gebaseerd op een rebellenleider in Liberia die ik één of twee keer gezien heb.” Ook in As I left my father’s house komt hij terug: “Een van de personages vertelt in de voorstelling over een rebellenleider, die de president heeft vermoord. Hij zegt: ‘God staat achter mij, want anders had Hij me dit niet laten doen.’ Dat is dezelfde.” Zo zijn meer verhalen uit de voorstelling zijn eigen ervaring; over de vriend met het machinegeweer en over de dood van zijn zusje. “Ik ken geweld heel goed.”

Indirect redde het spelen zijn leven: “Ik had een rol in een Liberiaanse televisieshow, in de tijd dat vrijwel alle televisie uit Amerika kwam. Dus mensen dachten totaal niet over mij na als acteur, ze zagen mij als het personage. Ze vroegen: ‘Hey Johnny, Heb jij ook honger?’ Bij checkpoints lieten ze me ook altijd doorlopen. Zo lopen mythe en werkelijkheid altijd door elkaar in Afrika.”

www.asileftmyfathershouse.nl

Sidebar: Nederlands Theaterfestival

Vanavond opent het Nederlands Theaterfestival met de ‘Staat van het Theater’, een rede door Joan Nederlof van Mugmetdegoudentand en de voorstelling 11 Minuten van het Noord Nederlands Toneel. Tot en met 12 september zijn tien voorstellingen te zien, geselecteerd als beste van het seizoen door een jury onder leiding van Adelheid Roosen. Daarnaast masterclasses, prijsuitreikingen en het Amsterdam Fringe Festival.

www.tf.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2014 Simber | powered by WordPress with Barecity