Recensie: Expeditie Javastraat van de Toneelmakerij

Een korte draai met je pink en daarna je twee open handen van je af bewegen. Dat is de Javastraat in gebarentaal. Een kok van het door doven bestierde eetlokaal LT in de Javastraat laat zijn toehoorders de gebaren net zo vaak nadoen tot we het foutloos kunnen. Daarna zijn we klaar voor de rest van de expeditie.

Het is een populaire nieuwe vorm van community theatre: kunstenaars dompelen zich een paar maanden onder in een buurtgemeenschap en presenteren hun bevindingen vervolgens aan het publiek. Adelheid Roosen maakte furore met haar Wijksafari’s. Helemaal nieuw is het ook niet. Theatermaker Liesbeth Colthof maakte vijftien jaar geleden al de voorstelling Thuis in een paar sloopflats in de Bijlmer.

Met haar jeugdtheatergezelschap De Toneelmakerij streek Colthof dit voorjaar neer in de Indische Buurt, waar ze contact zocht met de winkeliers en ondernemers in de Javastraat. Schrijvers Wieke ten Cate, Martien Langman en Don Duyns tekenden levensverhalen op en maakten de voorstelling Expeditie Javastraat, een kruising tussen een excursie en een speurtocht.

De Javastraat is hot. Na een artikel in Vrij Nederland over de sores in de multiculturele winkelstraat in Oost, is de straat ,ook voor kunstenaars, dit voorjaar het symbool van de grotestadsproblematiek van verschillende bevolkingsgroepen in hun eigen leefwerelden. Op de dag van de première van Expeditie Javastraat is op verschillende adressen ook het project Museumstraat aan de gang.

Voorzien van een koptelefoon, rugzakje en felgekleurd hesje lopen we als publiek in twee groepen van een man of vijftien door de straat. De een gaat naar binnen bij de Elthetokerk, de ander bij een Turks koffiehuis. Bij de ene winkel horen we een verhaal via de iPod, bij de andere vertelt de eigenaar zijn of haar eigen geschiedenis, en tussendoor krijgen we een fotografieopdracht: wat is het mooiste vuilnis of de felste kleur die je kunt vinden?

We eindigen in de meubel- en lampenwinkel van Erik Vos, waar de uiterst charmante verkoper onverwachts bezoek krijgt van een strenge toezichthouder die alles, van de lampen aan de muur tot het gebit van de eigenaar, aan controle onderwerpt. Een vermakelijke toneelscène, misschien iets te lang, want je zou wel weer de straat op willen voor nog meer ontdekkingen. Dit fragment wordt steeds op een andere plek gespeeld, bijvoorbeeld in een naaiatelier of bij een schoenmaker.

Het is altijd de vraag bij dit soort gemeenschapsprojecten of je als argeloze toeschouwer nu echt dichterbij de buurtbewoners komt. Voel ik me nou meer verbonden met de vrouw van de baklava-bakker die op mijn koptelefoon vertelt over de verschillende heerlijkheden die ze aan het publiek laat proeven, of wordt ze juist een soort decorstuk in haar eigen winkel? En beklijft de relatie tussen straatondernemers en kunstenaars als die laatsten weer vertrokken zijn naar een volgend project?

Het ideale publiek voor Expeditie Javastraat lijkt me dan ook de jeugd uit de eigen buurt. Die kan in deze voorstelling echt de straat en haar bewoners ontdekken en op een nieuwe manier het bekende leren zien.

Expeditie Javastraat van de Toneelmakerij. Gezien 24/5/14 op locatie in de Javastraat. Aldaar t/m 14/6. Meer info op www.toneelmakerij.nl

Recensie: ‘Wijksafari’ van Zina en Adelheid Roosen

Wijksafari, het klinkt een beetje neerbuigend. Alsof de scooterjeugd, de hoofddoekjes en het winkelpersoneel van Tanger in Amsterdam Slotermeer wilde diersoorten zijn. Gelukkig is er van minzaamheid geen sprake in het nieuwe project van Adelheid Roosen. Wijksafari is een locatietheatervoorstelling, een stadswandeling en een vier uur durende gastvrije ontmoeting met de bewoners ineen.

Roosen heeft inmiddels een vertrouwd procedé voor haar community projecten: geestverwante kunstenaars laten zich enkele maanden adopteren door buurtbewoners en werken in die tijd ieder aan een gezamenlijke voorstelling of presentatie. Zo deed ze dat eerder onder andere in Groningen (Zina neemt de wijk) en Tuinpark Buikslotermeer (Moes). Kleine groepjes toeschouwers lopen routes langs de verschillende huizen, met nog meer optredens onderweg.

Bij de Wijksafari wordt de de dag vantevoren gebeld met instructies. Je krijgt een adres waar je moet melden. In mijn geval het smetteloze huis van de Marokkaanse Malika, die Myriam adopteerde en die over haar jeugd bij haar oma vertelt. Vanaf daar begint de rondgang door Slotervaart, met name het deel rond de Burgemeester de Vlugtlaan en Plein ’40-’45. De voorstelling is in de eerste plaats een organisatorisch huzarenstukje, met acht groepen die elkaar aflossen in schema’s die op de minuut nauwkeurig in elkaar schuiven.

Je verplaatst je wandelend, in een bus, en zelfs een stuk achterop een scooter en steeds hoor je nieuwe buurtverhalen; over het peukje van Koninging Juliana, de speeltoestellen van Aldo van Eyck, de Grijze Wolven (Turkse maffia) in de stad, het hotel aan Plein ’40-’45 dat altijd vol zit met Japanners en natuurlijk over planoloog Cornelis van Eesteren die in de jaren dertig de hele wijk op de tekentafel ontwierp.

Het is een beetje frustrerend dat je steeds het idee hebt dat je ook nog dingen mist, je zou wel alle verhalen willen horen, maar tegelijk krijg je zo een gevoel van nieuwsgierigheid naar iedereen die je op straat ziet lopen. Ook is het duidelijk dat niemand een totaaloverzicht heeft, zelfs de makers en organisatoren niet; zo is het leven in de grote stad.

Het is jammer dat de kleine voorstellingen in de huiskamers een beetje te particulier blijven. Malika en Maryam hebben gemeenschappelijk dat ze in hun jeugd (een deel van) hun familie moesten verlaten, in een ander huis gaat het om twee mensen die beide een dierbare hebben verloren. Ik werd juist nieuwsgierig naar hoe Van Eesterens stedebouwkundige visioen van licht, lucht en ruimte heeft uitgepakt voor haar huidige bewoners.

Maar de veelheid aan onverwachte ontdekkingen – een katholiek kappelletje in een gemeenschappelijke tuin in de Akbarstraat, een vrouw in boerka in een witte SUV die in een Frans chanson uitbarst en een ballet van scooters zullen zelfs voor kenners van de buurt verrassend zijn – en het heerlijke eten waar je voortdurend mee wordt volgestopt maken de Wijksafari uiteindelijk een fijne en memorabele ervaring.

Wijksafari van Zina en Adelheid Roosen. Gezien 3/5/12 in Slotermeer. Aldaar t/m 9 juni. Kaartverkoop via Podium Mozaïek. Meer info op www.podiummozaiek.nl

Recensie ‘#Moes’ van Zina, Veenfabriek

Tussen de A10 en Waterland ligt een stukje paradijs. Net buiten de stad hebben zo’n 350 mensen een huisje en een lapje grond in het Tuinpark Buikslotermeer. Sommigen bouwden er protserig paleisje, anderen hebben slechts een bescheiden keet, en bij weer anderen is het huisje eeuwig in aanbouw. Aan de ene kant ruist de ring, aan de andere kant kijk je op een heldere avond als deze bijna tot aan Monnickendam.

Adelheid Roosen en Paul Koek (De Veenfabriek) brengen nu in dit park de locatievoorstelling Moes, die niet alleen plaatsvindt in de huisjes van de tuinparkbewoners, maar ook voor een deel hun leven als uitgangspunt neemt. Sommige bewoners nemen ook deel; echt community theater dus.

Moes bestaat uit een groot aantal korte, kleine voorstellingen. Bij aankomst wordt je ingedeeld in een groep van een man of twaalf, met wie je een route loopt die je langs vier van de in totaal meer dan tien tafrelen brengt, ieder op een eigen terreintje. Over het terrein wandelend kom je de hele tijd de andere groepen tegen, die worden toegesproken door acteur Titus Muizelaar in een rood speelpakje of die in gesprek zijn met theatermaker Merel de Groot. Je mist meer dan je meemaakt.

Het leuke daarvan is dat je je voortdurend afvraagt wat er wel en niet bijhoort. Die dansende vrouw met het zilveren haar en zwierige glittermouwen natuurlijk wel, net als het meisje met engelenvleugels op haar oren die een lied zingt begeleid door een tuba. Maar die man die wel erg obsessief het zand van zijn veranda aan het vegen is? Of dat ene tuintje dat eerst nog vol afval ligt, maar een half uur later schoon opgeruimd is?

De voorstellingen in mijn route waren een matig stukje Eindspel waarbij de twee spelers zich gelukkig halverwege ontpopten tot een stel met aangrenzende percelen, verschillende opvattingen over tuinieren en een relatie die net zo ontspoord is als de personages van Beckett; het dagboek van een mol – de enige gemeenschappelijke vijand van alle volkstuinbewoners; en een weergaloze solo van Roosen, die een dementerende vrouw speelt die langzaam de grip op haar huisje en op de taal verliest. Roosen is tegenwoordig vooral actief als regisseur en organisator – om het maar oneerbiedig te noemen – maar wat is het een belevenis om haar op de vierkante meter een personage uit te zien beitelen.

Tussendoor krijgen we een zalige minimaaltijd van vergeten groente (ijskruid, oesterblad en soep van raapsteeltjes) uit de tuin van bewoners Ineke en Remco, en helemaal aan het eind komt iedereen samen in de gemeenschapsruimte waar we dansen op robuuste klanken van het Dansorkest 7-2-7, bestaande uit tuinbewoners uit Leiden, waar de voorstelling eerder speelde, waar acteurs Lizzy Timmers en John van Oostrum liedjes zingen.

En zo wordt de tuin een microkosmos vol verhalen, van eenzamen en zonderlingen, bezig met natuurtuinieren, zwarte aarde en appelboompjes, met onderling gekibbel en achterdocht, maar die toch ook ergens een gevoel van gemeenschap zoeken.

#Moes van Zina, De Veenfabriek en Female Economy. Gezien 6/7 in Tuinpark Buikslotermeer. Aldaar t/m 10/7. Meer info op www.ffnaarmoes.nl

Reportage community theatre: ‘De Wasserette’

Geschreven voor Tijdschrift Theater!

Half negen op een regenachtige avond in Amsterdam Noord. Buurtcentrum ’t Crat puilt uit. Mensen willen wel koffie, maar ze zijn een beetje beschroomd om naar de bar te gaan. Daarvoor zouden ze namelijk de grote lege ruimte moeten oversteken die vanavond is aangewezen als toneel.

Hier begint even later de nieuwste aflevering van De Wasserette, een theatrale buurtsoap die kort geleden haar tweede seizoen in ging. In een half uurtje worden de belevenissen van de familie Reus, eigenaar van wasserette De Witte Reus uit de doeken gedaan. Acteur en schrijver Rogier Schippers speelt Koos, een melancholieke middenstander, die met zijn vrouw Yvon (Huug van Tienhoven in drag) de wasserette draaiende wil houden. Zijn hond Tarzan, gespeeld door de jonge acteur Martijn Crins, geeft bijtend commentaar op de situatie.

Ze drinken advocaat met slagroom, vouwen lakens, tappen schuine moppen, vertellen over hun verlangens en vechten elkaar de tent uit. Deze aflevering van De Wasserette laveert tussen weemoedig en plat, is grappig en kort: een half uurtje. Jef Hofmeister begeleidt op accordeon het eindlied Aan de zonzij van het IJ.

‘Toegepast Theater’ noemt Schippers het na afloop. Hij raakte met zijn muziektheatergroep Het Volksoperahuis bij het project betrokken toen Chris Keulemans hem broeg eens na te denken over een theatraal community project. Keulemans is artistiek directeur van de Tolhuistuin, een paviljoen met tuin dat onderdeel was van het enorme Shell-terrein in Amsterdam Noord, recht tegenover het Centraal Station. Nu Shell het terrein verlaat komen er woningen, bedrijven en culturele instellingen (bijvoorbeeld het Filmmuseum). Keulemans fungeert als kwartiermaker voor culturele instellingen, maar vooral ook voor publiek. En zo werd de Tolhuistuin deze zomer ineens een hotspot voor hippe Amsterdamse feestjes.

Continue reading “Reportage community theatre: ‘De Wasserette’” »

Recensie: ‘Anne Frank: Leeft en Werkt’ van Joachim Robbrecht

Parool,recensies — simber op 27 januari 2008 om 18:14 uur
tags: , , ,

Nu de fusie van Frascati en het Gasthuis een feit is, zal de inhoudelijke scheiding tussen de twee gebouwen de komende tijd steeds duidelijker worden: in de Nes zie je voorstellingen die ‘af’ zijn, in de bovenzaal in West zit je met je neus op het experiment. Zo stond enkele maanden geleden nog de prachtige voorstelling IJs van jonge regisseur Joachim Robbrecht in Frascati, maar zijn nieuwste project, Anne Frank: Leeft en Werkt, staat in het Gasthuis.

Robbrecht verzamelde zes mensen, drie mannen en drie vrouwen van verschillende generaties. Het zijn geen acteurs, wel zijn ze allemaal Joods. Ze dansen, zingen, bewegen langs de wanden van het podium met een kaars, ze staan in een houten garage-achtige doos rechts op het toneel en ze vertellen verhalen. Of eigenlijk: fragmenten van verhalen.

Een oudere vrouw vertelt over het vijftigjarige huwelijk van haar grootouders, eind jaren dertig. Zeer weinig ooms en tantes hebben de holocaust overleefd. Een oudere man, niet al te groot van stuk, zegt eenvoudigweg: “In de oorlog was ik klein. Nu ben ik nog steeds klein.” Een ander, geboren na de oorlog, vertelt over zijn tijd in een kibboets.

De veel jongere, expressieve speler Eran Ben-Michaël vertelt een talmoedisch verhaal: als een vrouw zwanger is, komt er een engel die het ongeboren kind de hele Torah leert. Maar op het moment dat het kind wordt geboren komt er een andere engel die het kind op het hoofd slaat, zodat het alles weer vergeet. God vindt het nodig dat we vergeten leren, omdat we anders alleen maar aan onze dood kunnen denken.

Een meisje in een witte jurk zwijgt. Je kan een tijd denken dat zij Anne is, die geen verhaal meer kan vertellen. Ze blijkt echter een koket meisje dat haar dagboek in navolging van Anne Kitty noemt en daarin schrijft over haar overleden opa en een verloren vogeltje.

En zo vloeit de voorstelling langs bekend terrein. Nu de herinneringen uit de eerste hand aan de oorlog langzaam maar zeker verdwijnen, wordt het belangrijk om het collectieve verhaal over Nederland en zijn bedenkelijke aandeel in de holocaust te blijven toetsen aan de persoonlijke verhalen van mensen die die geschiedenis hebben meegemaakt, maar dat die ook weer moeten vergeten om dóór te kunnen gaan. Robbrecht kiest voor een (aan Ine te Rietstap doen denkende) vorm van community theater die niet oninteressant is, maar toch weinig betekenis heeft voor een publiek buiten de kring rondom de medewerkers.

Anne Frank: Leeft en Werkt van Joachim Robbrecht, Gasthuis. Gezien 26/1/08 in het Gasthuis. Aldaar t/m 9/2. Meer info op www.theatergasthuis.nl

Over het IJ Festival: ‘Paradiso, stad van de toekomst’, ‘De engel, de straat en het geluk’

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:38 uur
tags: , , , , ,

Er wordt een hoop uitgedeeld op het Over het IJ Festival. Van Thijs Bloothoofd krijgt iedere toeschouwer na afloop van zijn grappige mime-performance Rood een stuiterballetje. Floor van Leeuwen geeft haar hele inboedel weg: voor haar voorstelling mag je een geel stickertje met je naam erop op een van de vele voorwerpen uit haar huisraad plakken, na afloop van haar voorstelling Dag, waarin ze langzaam in een glazen kist klimt en zichzelf bedekt met zwarte sneeuw mag je het door jou uitgekozen boek, kandelaartje of fotolijstje meenemen. Er wordt koffie en cake geserveerd.

De twee voorstellingen zijn onderdeel van het Zeecontainerproject van het festival. Vijftien jonge theatermakers, net afgestudeerd of aan het eind van hun studie, krijgen een container en vijftien minuten om een kleine voorstelling te maken. Het project staat nu voor de derde maal op Over het IJ en is er nu al een onlosmakelijk onderdeel van geworden. De beperkingen in tijd en ruimte worden door de makers op inventieve wijze opgelost en dat levert een paar mooie miniatuurtjes op

Ook aan het begin van Paradiso, stad van de toekomst wordt er uitgedeeld. Een van de hippe, overdreven blije acteurs heeft besloten afstand te doen van al zijn bezittingen. Zijn bed, z’n flatscreen televisie en een boekenkast worden weggegeven aan het publiek. De makers hebben een stad gebouwd waarin ieders toekomstvisioenen uitkomen. De acteurs vertellen over hun kinderlijk diepzinnige ideeën voor de toekomst, zoals een telefoon om met het hiernamaals te bellen, een apparaat om de tijd stil te zetten of een winkel waar je je gebroken hart kunt laten repareren.

Paradiso is een ambitieus project van jeugdheatergroep Max, in samenwerking met studenten architectuur en verschillende festivals. De jonge architecten maakten vier huizen waartussen het publiek rondloopt en waarbinnen kleine scènes gespeeld worden. Zoals een woordloze, natte en poëtische scène over twee vrouwen die dromen hoeden in een constructie van 1100 grote waterflessen, of een light therapiesessie waarin de toeschouwers een nadeel leren ombuigen in een voordeel binnenin een opblaasbare tent.

Ondanks de open opstelling en toon is de voorstelling nogal dwingend. Je wordt als bezoeker van plek naar plek gedirigeerd, krijgt tijgerbalsem opgesmeerd, moet je frustraties in een schoteltje projecteren en weggooien en nadenken over je eigen utopische dromen. De opgelegde blijheid en drang tot zelfverbetering horen meer thuis in de softe sector dan in een ideale toekomst.

Hoe je openheid wél kunt bereiken tonen de regisseurs Andreas Bachmair en Anne Rooschüz met de voorstelling De engel, de straat en het geluk die ze maakten met bewoners van de Gentiaanpleinbuurt in Amsterdam Noord. Het publiek zit op een rijdende tribune die door de straten wordt getrokken, langs de acteurs/bewoners die planten verplaatsen, worstjes braden op een barbecue of meezingen met hun iPod. Een jonge vrouw loopt met ons mee en vertelt welke dromen en verhalen ze hebben.

Langzamerhand kom je erachter dat het publiek net zoveel bekijks trekt van buurtbewoners en verbijsterde voorbijgangers als de voorstelling. Aan het eind wordt de tribune midden in de wijk geparkeerd en kunnen de toeschouwers samen met acteurs en de buurtbewoners een biertje drinken. Het is een buitengewoon interessante vorm van community theatre die Over het IJ hier presenteert, waarmee het festival een geslaagde verbinding maakt tussen de bewoners, het industriële erfgoed van de NDSM, en de culturele voorhoede van de stad, die zich begint te nestelen rond de IJ-kantine.

Over het IJ Festival. Paradiso, stad van de toekomst van Theatergroep Max., De engel, de straat en het geluk van Blood for Roses/Andreas Bachmair, Zeecontainerprogramma. Gezien 8/7/06, het Over het IJ Festival duurt nog t/m 16/7. Meer informatie op www.overhetij.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity