Voorstuk À l’attente de livre d’or/Allez Congo!

overig,Parool — simber op 9 september 2010 om 00:34 uur
tags: , , , , ,

“Pidi! Pidi!” Zo zingen ze in Kinshasa Michael Jackson’s Beat it mee. Congolezen spreken Frans en geen Engels, maar toen Geert Opsomer aan Congolezen vroeg waar het lied over gaat, antwoordden ze zonder aarzelen: “Het is een protestlied, het gaat erover dat je moet oprotten.”

Opsomer is een Vlaamse regisseur en docent, die vijf jaar geleden voor het eerst naar Afrika reisde om daar met Congolese acteurs te werken. Nu is er de voorstelling À l’attente de Livre d’Or (wachtend op het gouden boek) die Opsomer maakte met Johan Dehollander en de acteurs, en die deze week in het Theaterfestival te zien is in de Brakke Grond.

Sinds een paar jaar is de belangstelling voor Congo in België weer  aan een opleving bezig. Missie van de KVS was een enorme theaterhit, en het boek Congo; een geschiedenis van David van Reybrouck is een bestseller. Maar ook Nederlandse makers zijn gegrepen door het enorme en geplaagde Afrikaanse land. Op dit moment werken theatermakers Lotte van den Berg en Guido Kleene in Kinshasa aan een project met de lokale bevolking.

De Brakke Grond brengt dit weekend het programma Allez Congo!, waarin naast de voorstellingen ook debatten, lezingen, films en concerten te zien zijn. Zelfs het restaurant wordt voor het weekend overgenomen door een Belgisch-Congolese kokkin.

Maar de hoofdmaaltijd wordt toch gevormd door À l’attente de Livre d’Or. De voorstelling begint traag, met een monoloog over de oogkleppen die westerlingen en Afrikanen automatisch opzetten als ze naar elkaar kijken, maar ontaardt langzaam maar zeker in een krankzinnige hutspot van verhalen, preken, liedjes, dans, politieke propaganda, kluchtige humor en ongrijpbare symboliek, gespeeld door vier Congolese acteurs en een Vlaamse tweeling. Centraal staat de tot mislukken gedoemde poging om van Belgen en Congolezen om elkaar te begrijpen, maar regelmatig zit je je af te vragen of een scène over daar of over hier gaat. Het kan allebei. Zoals het lied waarin “Jeunes Européens” worden opgeroepen om naar Congo te komen, of de nauwelijks verhulde dreiging dat Congo binnenkort België zal komen koloniseren.

In Congo, waar de voorstelling eerder dit jaar met veel succes speelde, is er wel degelijk een theatertraditie: er is een vrij oubollige toneelschool, waarin verhalen vertellen wordt gecombineerd met de Franse retorische theatertraditie. Daarnaast is er een uitgebreid circuit van volkstheater met voorlichting over AIDS of andere sociale problematiek. De acteurs uit À l’attente… werken veelal in culturele centra in de volkswijken, waar naast een eenvoudig theater ook een verpleegpost. Sommigen zijn ook op televisie te zien en Papy Mbwiti kan in Parijs bijna niet over straat zonder herkend te worden.

Het gouden boek uit de titel staat voor de welvaart van het onafhankelijke Congo, een symbool dat te zien is op een schilderij van de machtsoverdracht in 1960. De Belgische koning Leopold II Boudewijn geeft het boek aan de nieuwe premier Lumumba, die na korte tijd vermoord werd. Zo lopen ook in de voorstelling geweld en de vermeende, maar onzichtbare rijkdom van het land (bodemschatten) voortdurend door elkaar. Er klinken pistoolschoten. “Zoals u hoort zijn de presidentsverkiezingen begonnen.”

Veel van deze verwarrende voorstelling is moeilijk te bevatten, niet alleen om dat er af en toe Frans wordt gesproken of er wordt gerefereerd aan voor Nederlanders onbekende geschiedenis, maar vooral omdat de confrontatie tussen België en Congo, of überhaupt het westen en Afrika fundamenteel desoriënterend is. Maar uiteindelijk geldt voor À l’attente… hetzelfde als voor Beat it: je hoeft niet alle woorden te begrijpen om te verstaan waar het over gaat.

Allez Congo! 9 t/m 12/9 in De Brakke Grond. Meer info op www.brakkegrond.nl

Over Diederik Peeters’ ‘Thriller’

overig — simber op 2 september 2010 om 09:48 uur
tags: ,

Voor het seizoen begint even de archieven opruimen en oude stukken online zetten. Dit schreef ik voor de Programmakrant van De Brakke Grond.

Waarom wordt een verlaten huis in Hollywood-films altijd aangeduid door witte lakens over de meubels? Dat gebeurt in het echt toch nooit? Dat soort dingen ga je je afvragen bij de voorstelling Thriller van de Vlaamse theatermaker Diederik Peters. Thriller is een woordloze collage van filmische scènes, in een decor met een eigen wil.

We zijn inmiddels wel gewend aan films op het toneel –Toneelgroep Amsterdam doet bijna niet anders meer- maar meestal gaat het om een theatrale versie van het scenario. De dialogen worden als toneelstuk geïnterpreteerd, soms krijgen visuele elementen uit de film een plek in de voorstelling. Veel minder zie je dat filmische technieken op het toneel worden ingezet. In Thriller wordt er ingezoomd en uitgezoomd, zien we een spannende achtervolging en speelt de soundscape een grote rol bij het creëren van spanning.

Peeters (Brussel, 1973) studeerde aan de KASK (Koninklijke Academie voor Schone Kunsten) in Gent, maar kwam al snel terecht in het theater. Hij werkte met als performer met Guy Cassiers, Jan Fabre en Alain Platel en was lid van het Brusselse theatercollectief Tristero. Langzaam maar zeker ontwikkelt hij eigen werk, waarvan vooral Chuck Norris doesn’t sleep, he waits uit 2007 opvalt, waarschijnlijk mede vanwege de geweldige titel.

Met Thriller slaat hij een nieuwe weg in. Het is een voorstelling zonder tekst, met als uitgangspunt ‘een choreografie voor decor’. Een man zit aan tafel en drinkt een kopje koffie. Er is een blackout met televisiegeruis en we zien dezelfde scène, maar nu in kil licht en met een onheilspellende soundtrack. Meteen is er spanning.

Al snel denk je dat je het door hebt. Scènes volgen op elkaar. De man drinkt koffie, eet een gebakje op een schoteltje. De telefoon gaat. Er zijn geheel in het zwart geklede, gemaskerde technici die in de blackouts het drankkastjes of de luie stoel verplaatsen. Ook de muren gaan bewegen. De scènes zijn steeds anders van sfeer met een David Lynchiaans effect. Zijn de blackouts momenten waarin  we in een andere realiteit worden gezogen?

Maar zo voorspelbaar is Peeters niet. Hij heeft nog een truc voor ons in petto. De technici worden steeds meer zichtbaar. Als de scènewisseling is geweest verschuilen ze zich achter de kapstok, of gluren ze nog even door het raam. Ze grijpen meer en meer in in de handeling. Soms is er na de blackout ook ineens kort een gruwelijk stilleven te zien: een crime scene, met een dood meisje gebaad in rood licht. Soms zien we in fel licht de hele toneelruimte, met de ongebruikte decorstukken en requisieten in de verre hoeken.

Zo speelt hij een intelligent spel met continuïteit en tijdsverloop en zet hij filmische elementen in om toch wel degelijk theater te maken. Prachtig is de scène waarin iemand die een detective lijkt een kamer in totale wanorde begint te onderzoeken, daarbij plotseling ondersteund door het dodelijk slachtoffer zelf. Of de scène waarin met schuivende muurelementen een bloedstollende achtervolging door eindeloze gangen wordt gesuggereerd.

Dit soort theater lijkt een beetje op wat er in Nederland in de mimehoek gemaakt wordt, met name Jakop Ahlbom moet een geestverwant zijn. Dat blijkt nog het meest uit de eindscènes, waarin de realiteit uit elkaar lijkt te vallen. De man uit het begin vindt eerst op de meest onwaarschijnlijke plekken briefjes en vervolgens probeert hij wanhopig alle meubels vast te houden terwijl die als vanzelf van hem weg lijken te lopen.

Het leidt tot het eindbeeld, waarin alle spullen onder de lakens verborgen zijn. De mensen zijn dood, het huis is verlaten, maar de spullen geven nog allemaal een geheimzinnig licht. Ze leven nog.

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity