Recensie: ‘Gavrilo Princip’ van De Warme Winkel (HF)

De lijst met bedankjes is lang en hij moet helemaal worden voorgelezen. Theatermakers van Diederik van Vleuten tot Hans-Werner Kroesinger en van Stephen Sondheim tot Herman van Veen gaven De Warme Winkel inspiratie met hun werken over Gavrilo Princip, de moordenaar van de Oostenrijkse kroonprins en daarmee de aanstichter van de Eerste Wereldoorlog. De boodschap is duidelijk: in dit herdenkingsjaar worden we overspoeld met kunstwerken die herinneren en waarschuwen. Maar wat heeft dat eigenlijk voor zin?

De sullig voorgelezen bedankjes en het daarna tergend terugtellen van 2014 naar 1914 opent de voorstelling Gavrilo Princip die De Warme Winkel (DWW) maakte in het kader van het Holland Festival. Dat gaf de groep –de spannendste en consistent meest interessante van Nederland– de kans om groots uit te pakken met veel techniek, video en een prachtige soundtrack (van Remco de Jong en Florentijn Boddendijk).

Het grootste deel van de voorstelling bestaat uit een film, die live geschoten wordt met steadicam in een uitgebreide serie decors waarvan je achter het filmdoek alleen de achterkanten ziet. We zien flarden van het levensverhaal van de arme boerenzoon Princip, die opgroeit in Bosnië en gegrepen wordt door het anarchisme en Servisch nationalisme. Maar ook de andere kant wordt getoond: het rijke, walsende leven van de Oostenrijkse adel. Het enige dat de twee werelden verbindt is de liefde voor het biljartspel.

De beelden die DWW maakt zijn nauwelijks verhalend, maar beeldend en hallucinerend. Alle acteurs spelen, met een paar expressionistische streken zwartwitte schminck, de titelfiguur, zodat steeds duidelijk wordt dat dé Princip niet bestaat; er zijn alleen projecties. Met maquettes en biljartballen zo groot als skippyballen speelt de groep voortdurend met schaal.

Het is erg jammer dat de filmbeelden nogal rommelig zijn; niet alleen zijn ze vaak te donker en onscherp, het reduceert wat de spelers doen ook tot luidruchtig gebonk achter de schermen. Maar waarschijnlijk zijn dat technische problemen die nog worden opgelost en hoezeer je je eraan ergert is afhankelijk van hoe prikkelend je de ideeën van vindt die DWW hier opwerpt.

Wie goed oplet ziet dat alle in de inleiding genoemde voorstellingen later worden herhaald. Met het gehannes met maquettes en camera’s roept DWW onbedwingbaar associaties op met de theaterklassieker De Grote Oorlog van Hotel Modern en de losse speelstijl en de goed gekozen Hamlet-citaten leggen de verbinding met De laatste dagen der mensheid van ’t Barre Land. Het plaatst de voorstelling in een uitgesproken postmodern kader, maar het is ook functioneel: door voorstellingen en beelden in herinnering te roepen over de verschrikkingen van de loopgravenoorlog, kan DWW zich concentreren op waar het haar om gaat.

Want tegenover een eclectisch wereldbeeld plaatst de groep een tamelijk conservatief mensbeeld: kleine stervelingen die de gevolgen van hun daden niet kunnen overzien, met tegenstrijdige verlangens en basale driften verhuld door romantische idealen.

Het is niet nodig om Princip te herdenken, lijkt DWW hier te zeggen, hij is nog altijd onder ons. Je kunt hem zien in Volkert van der G. of in de polderjihadi’s die naar Syrië vertrekken. De voorstelling eindigt met een geplaybackt interview met een van die types. Mooie idealen over mensen helpen, maar op de achtergrond is een van z’n makkers geschminckt als The Joker. “Some men just want to watch the world burn.”

Holland Festival: Gavrilo Princip van De Warme Winkel. Gezien op locatie Van Gendthallen 20/6/14. Aldaar t/m 27/6. Tournee. Meer info op www.dewarmewinkel.nl

Recensie: ‘We are your friends’ van De Warme Winkel

Een pot gevuld met eurobiljetten staat links vooraan op een verder vrijwel leeg toneel. Zo’n 6500 euro zit erin, legt een acteur van De Warme Winkel in slecht engels uit via het videoscherm. Ze moesten een Europese reisvoorstelling maken. Maar is het niet veel solidairder om het geld te geven aan lokale, hulpbehoevende kunstenaars? “Local is the new global!”

De voorstelling We are your friends van Nederlands meest interessante theatergroep De Warme Winkel speelde eerder o.a. in Brussel, Toulouse en Berlijn en komt nu thuis. Een aantal grappen over een onbekende theatergroep in Europa werkt minder goed. Bijvoorbeeld het uitgebreid coachen door Vincent Rietveld van een onterende performance van ‘lokaal talent’ Olaf Royé (ik ruil voor geld uit de pot), in wie we al snel Warme Winkelier Ward Weemhoff herkennen. Maar de boodschap van deze (erg lange) scène is duidelijk: wie het geld heeft, maakt ook cultureel de dienst uit.

Weemhoff is later met Maria Kraakman nog een onaangenaam opdringerig Roma-stel (“The backbone and pioneers of Europe”), waarna Mara van Vlijmen als actrice die niet weet in welke stad ze speelt sentimenteel naar huis belt. Ook de brief die Halina Reijn aan het Russische publiek voorlas wordt goed geparodieerd door meespelende technicus Rikus.

Het is allemaal niet subtiel wat De Warme Winkel doet, maar dan zonder de heldere boodschap die bij zo’n grove aanpak beter zou passen. Nu blijf je vooral achter met het idee dat culturele uitwisseling iets raars is op een continent dat op andere manieren al zo stevig is verbonden. De geldpot wordt overigens door Rikus bij het applaus schielijk weggehaald.

We are your friends van De Warme Winkel. Gezien 7/1/14 in Frascati. Aldaar t/m 11/1. Meer info op www.dewarmewinkel.nl.

De ironische utopie

beschouwingen,Theatermaker — simber op 27 mei 2013 om 10:32 uur
tags: , , ,

En ineens steekt het utopisme opnieuw de kop op. Theatermakers kweken als een soort kolchoz zelf groente (Dood Paard en De Warme Winkel), bouwen nieuwe steden (Maas), luisteren naar utopische speeches (Laura van Dolron) of stichten een totaal nieuwe samenleving (Wunderbaum). Waar komt deze drang naar een betere wereld op de podia ineens vandaan? En hoe verhoudt dit nieuwe utopisme zicht tot de diepgewortelde ironie die de huidige generatie theatermakers kenmerkt?

De sla wil maar niet opkomen. Meer dan een paar iele sprietjes steken er niet uit de donkerbruine aarde. “Het is ook eigenlijk te warm voor sla. Sla houdt van kou: 8 á 9 graden.” Hier spreekt geen tuinder op zijn akkerweide, maar toneelspeler Kuno Bakker van Dood Paard. Samen met collega Manja Topper en Jeroen De Man en Vincent Rietveld van De Warme Winkel loopt hij rond in de voormalige mediatheek van het TIN, op de eerste verdieping van een oude bank aan de Sarphatistraat.

De balie is vol met aarde gestort, in de neergelegde boekenkasten groeien nu voorzichtig aardappelen en bonen en in de plastic displays waar een paar maanden geleden TM nog uitgestald stond ontkiemen nu doperwtenplantjes. Naast de lichtkoepel midden op de verdieping branden snelweggele groeilampen.

De plantenbakken zullen uiteindelijk het decor vormen voor de voorstelling die de twee groepen hier gaan spelen. Met thema’s als duurzaamheid, ecologie, urban farming en de instortende markt voor kantoorpanden lijken Dood Paard en De Warme Winkel de vinger stevig aan de pols van de tijd te hebben. Maar er is meer aan de hand. De voorstelling heet per slot van rekening Paradijs.

Op het woord ‘utopie’ reageren de makers van Dood Paard en De Warme Winkel nogal afhoudend: “Utopisch denken is te weinig concreet, vind ik”, zegt Bakker, “Er hangt een alomvattend toekomstbeeld aan vast.” De Man: “Maar in de start van het project zit wel een heel idealistische, utopische drive: het idee dat we de hele straat hier zouden kunnen voorzien van groente.” “Utopisch betekent ook onmogelijk”, vult Topper aan, “en dit lukt wél, al is het op een kleine schaal.”

Ondanks de bescheidenheid van de makers denk ik dat er toch een niet mis te verstane utopisch aspect aan dit project zit. Achter de naïeve ideeën over de mogelijkheden van stadstuinieren en de retoriek over alternatieve economische modellen is dit ook een samenleving in het klein.

Continue reading “De ironische utopie” »

Reportage: Paradijs van Dood Paard en De Warme Winkel

In een oud bankgebouw aan de Sarphatistraat ontkiemen bonenplanten, komt sla voorzichtig op en groeien kruiden en planten in oude boekenkasten. Nee, het is geen verlaten gebouw dat door de natuur wordt overgenomen, maar het werkterrein van de theatergroepen Dood Paard en De Warme Winkel. Samen zijn ze begonnen aan urban gardening, wat moet uitmonden in de voorstelling Paradijs die donderdag in première gaat. “Wij proberen de toekomst te ontginnen.”

“We hebben tuinstress”, verzucht Manja Topper. Vier toneelspelers (Topper en Kuno Bakker van Dood Paard, Jeroen De Man en Vincent Rietveld van De Warme Winkel), ondersteund door een paar technici, hebben twee weken geleden de eerste verdieping –waar een paar maanden eerder nog de bibliotheek van het Theater Instituut gevestigd was– gestript en er vijf kuub tuinaarde naar binnen geschept. De kasten voor de boeken en de laden voor videobanden zijn verzaagd en gevuld met grond, een kantoortje is ingericht als warme kiemkamer, een paar helle groeilampen baden de ruimte in geel licht. Nu hebben ze nog een maand tot de première, maar aan theater maken lijken de vier nauwelijks toe te komen.

“We worden keihard geconfronteerd met ons eigen consumenten-gedrag”, zegt Topper bijna verontschuldigend. “We willen direct resultaat. Een week wachten voordat een bol die we in de grond stoppen een puntje groen laat zien vinden we écht heel lang.” Het ziet er al behoorlijk groen uit, maar de acteurs hadden hun verwachtingen hoog opgeschroefd. “We zagen al voor ons dat we de hele buurt van sla en courgettes zouden voorzien”, lacht De Man. Maar voorlopig zijn het vooral kleine puntjes en dunne groene draadjes.

De Warme Winkel en Dood Paard zijn geen onbekenden van elkaar, maar nu werken ze voor het eerst echt samen. “Met z’n vieren zijn we eigenlijk een nieuwe groep,” zegt Kuno Bakker, “Wij hebben met Dood Paard andere manier van werken dan De Warme Winkel. We hebben meteen in het begin gezegd dat we samen op zoek moesten naar iets dat we allemaal niet kunnen, en dat we samen moeten leren.”

Toen het duidelijk werd dat de onderwerpen rond ecologie, duurzaamheid en de huidige crisis op gezamenlijk enthousiasme konden rekenen, lag de keuze om zelf te gaan tuinieren in een leegstaand pand voor de hand. Bakker: “Het is de uiterste consequentie van zo’n idee: we willen onderzoeken hoe ver we zelf eigenlijk af staan van de natuur en van de productie van ons voedsel.” De Man: “Toen zagen we inspirerende video’s uit Detroit waar parkeerterreinen van leegstaande fabrieken worden omgeploegd om er voedsel te gaan verbouwen. In Nederland hebben we enorme leegstand van kantoren die voortkomt uit de hoogmoed van projectontwikkelaars die geloofden in eindeloze groei.”

De groep heeft een vast dagschema: ’s morgens tuinieren, ’s middags theater maken. “Dan doen we acts voor elkaar, we lezen dingen voor, we discussiëren”, zegt Vincent Rietveld. “We zitten nu midden in de keuze of het een hardcore performance wordt waarin we geen contact maken met het publiek en alleen tuinieren, of dat we het publiek ene heel apocalyptisch verhaal vertellen.” Topper: “Je kunt dit niet als decor gebruiken voor een toneelstukje.”

De tuin blijkt namelijk een behoorlijke eigen wil te hebben. “Er zijn heel veel dagen geweest dat we ons er totaal in verloren”, vertelt De Man. “We dachten: we hebben helemaal geen tijd om theater te maken. Het is zo energieverslindend.” Rietveld: “We staan hier te juichen als de zonnebloem twee nieuwe blaadjes heeft. Dat zijn de kleine triomfen die we iedere dag weer voelen.”

De spelers hebben een paar gemeenschappelijke bakken, maar ieder ook een eigen project. Rietveld teelt radijs, Topper maakt iets kunstzinnigs van planten in eierdopjes, zelfs publiciteitsmedewerker Raymond Querido zaait plantjes voor de vroege boekers van de voorstelling. Een bijzonder project hangt in vochtige plastic zakken. Bakker las een artikel over Gro-Holland, een bedrijfje dat oesterzwammen kweekt op koffieprut. “We hebben koffiedik gevraagd van cafés in de straat en in die zakken telen we onze eigen zwammen. Ik vind dat echt een mooi idee om van afval weer een grondstof te maken.”

Ondanks dat ze zichzelf er tomeloos in verliezen gaat het Dood Paard en De Warme Winkel uiteindelijk niet eens zozeer om hun hoogst kunstmatige tuin. Topper: “De vervreemding die we zichtbaar willen maken over de enorme energie die we stoppen in het heen en weer brengen van al dat voedsel gaat ook over iets groters. We staan in ons leven sowieso vrij ver af van allerlei problemen, waar we door ons gedrag wel aan bijdragen. Dat is het gevoel dat je als een soort toerist door je leven beweegt. Het gaat ons niet lukken om het hele systeem te veranderen, maar een heleboel kleine initiatieven uiteindelijk wel.”

Paradijs van De Warme Winkel en Dood Paard is te zien van 4 t/m 18/4 op locatie aan de Sarphatistraat 53. En in mei op het Spring Festival in Utrecht. Meer info op www.paradijs.nu

 

Selectie Theaterfestival

Theatergroep De Warme Winkel en theatermakers uit Vlaanderen, dat zijn de smaakmakers van het toneel in Nederland. Dat beeld wordt bevestigd als je naar de selectie van het Nederlands Theaterfestival kijkt. De jury, onder leiding van de ooit acterende schrijver Arthur Japin, maakte afgelopen zaterdag de tien voorstellingen bekend die zij de beste van het afgelopen seizoen acht en die in september tijdens het festival nog een keer te zien zijn in de theaters rond het Leidseplein.

De Warme Winkel is met twee voorstellingen uitgekozen: Alma (een beeldende performance over Alma Mahler) en Viva la naturisteraçion, een voorstelling over naturisme, waarin de vijf spelers voornamelijk naakt op het podium staan, een coproductie met De Utrechtse Spelen. Vooral de selectie van Alma is opvallend: de voorstelling werd drie jaar geleden gemaakt op Oerol, en was afgelopen herfst slechts twee in Nederland keer te zien. Je zou de uitverkiezing kunnen zien als beloning voor het groeiende aantal reprises in Nederland, waarbij succesvolle voorstellingen, later worden hernomen zodat meer publiek de kans krijgt ze te zien.

Daarnaast telt de selectie drie voorstellingen uit Vlaanderen: Bedrog van Stan, Disisit van Benjamin Verdonck en Bloed & Rozen van Het Toneelhuis en regisseur Guy Cassiers, een nieuw toneelstuk van Tom Lanoye over Jeanne d’Arc en Gilles de Rais. Cassiers beleeft na zijn befaamde Proust-cyclus een nieuwe artistieke piek: zijn marathonvoorstelling naar het boek De man zonder eigenschappen van Musil staat binnenkort op het Holland Festival en had in deze Theaterfestivalselectie zeker niet misstaan.

Naast Bedrog van Pinter is er nog meer modern repertoire te zien in september: het Ro Theater werd uitgekozen met Millers De dood van een handelsreiziger en de jonge regisseur Paul Knieriem werd geselecteerd met Bernhards Am Ziel, een productie van de Toneelschuur met Marlies Heuer in de hoofdrol.

Amsterdams succes is er voor de vrije producent Hummelinck Stuurman, die geselecteerd werd met Oom Wanja waarin onder anderen Pierre Bokma en Hein van der Heijden meespelen, in regie van Gerardjan Rijnders en Husbands van Toneelgroep Amsterdam. Die laatste keuze is opvallend, want pers en publiek leken dit seizoen andere voorstellingen van TA, zoals In ongenade of Na de zondeval hoger te waarderen dan Ivo van Hoves bewerking van de film van John Cassavates.

De laatste uitgekozen voorstelling is Bimbo van mimegroep Boogaerdt/Van der Schoot, een fascinerend akelige verbeelding van de ‘pornificatie’ van de samenleving. Theater als het krassen van nagels op het schoolbord en dus bij uitstek geschikt voor het Theaterfestival dat naast mooie voorstellingen tonen toch ook discussie wil oproepen.

De selectie overziend rijst het beeld van een evenwichtige, degelijke keuze. De jury koos geen kleine, obscure voorstellingen, en vergat geen grote hits – of het moest De prooi zijn van Het Nationale Toneel, de voorstelling over de val van ABM Amro die dit seizoen het meeste media-aandacht wist te genereren. Bezoekers die in september voorstellingen gaan ‘inhalen’ zullen weinig te klagen hebben over het niveau en de diversiteit van het Nederlandse theater.

Daar staat tegenover dat je zonder moeite een aantal voorstellingen kan noemen die ook in de keuze zouden passen, zoals Mahabharata van Marjolein van Heemstra of Krenz van Willem de Wolf. Het reflecteert een theaterseizoen waarin de kwaliteit zeer hoog was, maar échte uitschieters (te) schaars.

Daar moet bij gezegd worden dat die uitschieters, zeker in de grote zaal, opvallend vaak Vlaamse voorstellingen zijn. Naast de eerder genoemde Musil-cyclus van Cassiers hoorden wat mij betreft ook het onvoorstelbaar weirde Robo-a-Gogo van Wayn Traub en het megalomane 300 el x 50 el x 30 el van FC Bergman tot de hoogtepunten van het seizoen. Helaas zijn die voorstellingen maar één of twee keer in Nederland te zien. Onder druk van bezuinigingen en publiekseisen schuiven Nederlandse gezelschappen langzaam naar het midden, terwijl in België de zucht naar avontuur nog groter is.

Dezelfde jury die deze selectie maakte, beslist ook over de acteursprijzen Theo en Louis d’Or. De nominaties daarvoor worden binnenkort bekend gemaakt.

Het Nederlands Theaterfestival vindt plaats van 30 augustus t/m 9 september. Meer info op ww.tf.nl

Recensie: ‘San Francisco’ van De Warme Winkel

Parool,recensies — simber op 31 maart 2012 om 23:03 uur
tags: , , ,

Het is mislukt. Er is geen voorstelling. Bedremmeld, verontschuldigend en een beetje huilerig staan Vincent Rietveld en Mara van Vlijmen het publiek te woord in een afgetrapt zaaltje in een kraakhol aan de Spuistraat. Een voorstelling over de crisis hadden ze willen maken. Maar het geld was met de vorige productie al opgemaakt, de tijd ging verloren met het schrijven van een eindeloze serie subsidieaanvragen en druk om als jong, hooggeprezen en succesvol gezelschap een nieuw meesterwerk te moeten afleveren gaf de nekslag.

Nu zijn de verwachtingen rondom een nieuwe voorstelling van De Warme Winkel inderdaad hooggespannen, want dit is per slot van rekening de meest fantasierijke en uitbundigste theaterclub van het land. Tussen hun grootschaliger werk door (zoals de vijfdelige serie over Oostenrijkse kunstenaars die afgelopen najaar als Weense Herfst te zien was) maken ze nu voor de tweede keer een kleinere voorstelling op locatie in Amsterdam, na Luitenantenduetten vorig jaar.

Dat van die mislukking is natuurlijk een doorzichtige truc – die ze alsnog bijna een uur volhouden, maar het geeft Rietveld en Van Vlijmen de kans om te vertellen wat voor voorstelling het had moeten worden. Steeds verzinnen ze nieuwe imaginaire scènes, in het begin heel flauw, maar gaandeweg steeds uitzinniger: de crisis als enorme ijzeren bal die kleine mannetjes oprolt, een kookwedstrijd met tulpebollen, Rijkman Groenink laten zien als mens, een middeleeuwse fabel over schulden, enzovoort enzovoort.

En alles wordt steeds alleen maar verteld door de twee spelers, soms enthousiast elkaar steeds onderbrekend met nieuwe geestige ingevingen, soms beeldend en overdreven gedetailleerd verteld, met verwijzingen naar andere theatermakers, soms als een vinnig debat.

En terwijl het heel erg grappig is komen zo alle benaderingen van de crisis door de kunst aan bod; alle clichés (“een voorstelling over de crisis moet ook de crisis als kans laten zien”), het moralisme (“bankiers zijn ook mensen”), cynisme, naïviteit en berusting.

Maar juist door alles alleen maar te suggereren maakt De Warme Winkel misschien wel het ultieme statement over de crisis. Meer dan verbeeldingskracht en relativering zijn niet nodig. De voorstelling is met twee uur wel erg lang, maar maakt één ding glashelder: voor de ware kunstenaar is crisis een loos begrip.

San Francisco van De Warme Winkel. Gezien 30/3/12 in de Spuistraat 199. Aldaar t/m 28/4. Kaartverkoop via Frascati. Meer info op www.dewarmewinkel.nl.

De Warme Winkel en de Oostenrijkers

beschouwingen,Theatermaker — simber op 2 november 2011 om 15:07 uur
tags:

“als iemand mij vraagt
waar het beste theater ter wereld is
dan antwoord ik altijd oostenrijk
ik zeg oostenrijk
waarop mensen altijd vragen waar in oostenrijk
en ik antwoord niet in oostenrijk
oostenrijk
oostenrijk  zelf is het
rijdt u naar oostenrijk zeg ik tegen al die mensen
en u komt in het allerbeste theater ter wereld”
Peymann in: Claus Peymann kauft sich eine Hose und geht mit mir essen van Thomas Bernhard (vertaald door Discordia)

Öst’reich raus! heette de serie voorstellingen waarmee theatergroep De Warme Winkel de afgelopen jaren haar naam vestigde. Vijf voorstellingen over Oostenrijkse kunstenaars, die zweefden tussen biografie, hommage en persiflage. Dit najaar zijn ze onder de titel Weense Herfst alle vijf weer te zien, zodat je niet alleen een scherp beeld krijgt van een groep die een eigen stijl ontwikkelt, maar die samen ook een opmerkelijk consistent idee over kunst uitdragen.

De Warme Winkel bestond al voordat de groep in 2006 Totaal Thomas maakte, hun eerste Oostenrijkse voorstelling. In 2003 maakten Vincent Rietveld en Joep van der Geest de voorstelling Afgehaakt/Afgehakt (gebaseerd op gesprekken met dakloze drugsverslaafden), aangevuld met Mara van Vlijmen speelden ze het muzikale en cabareteske AJAH (Als je alles hebt) en Slippertje op het nippertje op de zomerfestivals. Pas met het toetreden van Jeroen De Man tot de groep vindt De Warme Winkel de juiste samenhang.

Continue reading “De Warme Winkel en de Oostenrijkers” »

Interview De Warme Winkel

interviews,Parool — simber op 23 september 2011 om 13:16 uur
tags: , , , , ,

Misschien zijn het wel de grootste nerds van theaterland. Met een combinatie van studeren en repeteren maakte theatergroep De Warme Winkel vijf semi-biografische voorstellingen over Oostenrijkse kunstenaars. Onder de naam Weense Herfst zijn die de komende weken weer allemaal weer te zien, waarvan sommige voor het eerst in Amsterdam. “Gedichten van Rilke zijn mooi, Rilke in de koeienstront is nog mooier.”

“We waren al een aantal jaar bezig toen we in 2006 op Oerol de voorstelling Totaal Thomas maakten”, vertellen acteurs Vincent Rietveld en Jeroen De Man op een Amsterdams terras. We waren daarvoor helemaal in het werk van toneelschrijver Thomas Bernhard gedoken en het bleek dat we dat heel erg leuk vonden. De voorstelling bestaat uit teksten van Bernhard, en uit acts gebaseerd op zijn werk. Daarna wilden we dat nog een keer proberen.” Rietveld: “We vonden het wel een goeie beperking: een voorstelling maken over één kunstenaar.”

Na avonden waarop de spelers spreekbeurten voor elkaar hielden en onderwerpen uitdiepten kwamen ze uit bij de romantische dichter Rilke over wie ze de voorstelling Rainer Maria maakten, waarin de lyrische esthetiek prachtig schuurt met de boerse locatie: een koeienstal, waar het publiek op balen stro zit en de spelers zich uitgebreid door de modder wentelen. De Man: “Je moet zo’n onderwerp niet te eerbiedig behandelen. Het gaat ook om ónze verhouding tot zo iemand, en om wat je het publiek over hem of haar wilt laten ontdekken.”

En eerbiedig zijn de voorstellingen van De Warme Winkel (naast Rietveld en De Man ook bestaande uit Mara van Vlijmen en Ward Weemhoff) dan ook allerminst, eerder stapelingen van groteske scènes, soms een hysterisch college, dan weer verstilde mime of een uitzinnige choreografie. Geen stijl wordt geschuwd om door te dringen tot de kern en steeds wordt de groep aangevuld met gasten zoals actrice Maria Kraakman, muzikant Richard Janssen en (eind-)regisseurs als Marien Jongewaard en Paul Koek. Na Bernhard en Rilke volgden nog voorstellingen over Alma Mahler (Alma), Stefan Zweig (Villa Europa) en Oskar Kokoschka (Kokoschka Live!).

“De stijl past zich natuurlijk wel aan aan het onderwerp”, zegt De Man “Stefan Zweig was net zo’n nerd als wij, dus daar past veel meer in dat wij uitgebreid onze kennis etaleren, terwijl we in de voorstelling over Kokoschka veel meer de sfeer van zijn woeste kunstenaarswereld probeerden te vatten.” Rietveld: “Maar na de oorlog is Kokoschka nog vijfendertig jaar saaie pentekeningen blijven maken; daar hebben we het dan weer niet over.”

Maar wat sprak ze nou uiteindelijk zo aan in die Oostenrijkers? Rietveld: “Oostenrijk is een metafoor voor Nederland: een klein land dat z’n hoogtijdagen achter zich heeft. Misschien geldt dat wel voor heel Europa. We kwamen uiteindelijk steeds uit bij het fin de siècle en de Eerste Wereldoorlog, omdat het heel duidelijk het begin is van de moderne tijd.”

“Het gaat ook om de experimenteerdrift in de kunst. Men geloofde toen heel sterk in het belang daarvan. Maar vaak is Rilke of Zweig ook zó esthetisch. We willen daar iets aards of iets pervers tegenover zetten.” De Man: “Rilke is prachtig, maar Rilke in de koeienstront is nog veel mooier.”

Is er nog veel veranderd aan de voorstellingen? De Man: “We moeten sommige voorstellingen die op locatie zijn gemaakt aanpassen voor de theaterzaal, maar ook inhoudelijk ontwikkelen ze zich.” Rietveld: “Sommige zinnen van Thomas Bernhard of Rilke begrijp ik nu zoveel beter gewoon omdat ik ouder ben en zelf kinderen heb. De humor blijft, maar de ondertoon is serieuzer.” De Man: “Het is ook leuk om ze achter elkaar te spelen; je kunt het ook een beetje bekijken als soap met personages die in verschillende stukken terugkomen.”

Rondom de voorstellingen wordt een extra programma verzorgd. “We vinden nagesprekken vervelend als ze over de voorstelling gaan”, zegt De Man, “Dus we hebben iets bedacht: we interviewen zelf direct na de voorstelling mensen die veel meer over het onderwerp weten dan wijzelf. Bijvoorbeeld Cherry Duyns, die naar Zuid Amerika is gereisd in het spoor van Stefan Zweig of Rilke-vertaler Ard Postuma.”

Klaar met de Oosterijkers zijn de leden van De Warme Winkel nog niet, maar inmiddels hebben ze een nieuwe obsessie: “We zitten nu redelijk diep in de Russen”, zegt De Man. “Vorig jaar maakten we een voorstelling over de dichter Boris Ryzhy en nu zijn we driftig Karel van het Reve aan het lezen. Oostenrijk gaat misschien meer over jezelf leren kennen door een spiegel te zoeken; Rusland gaat over jezelf leren kennen door je buurman op te zoeken.”

Verschillende voorstellingen van de Weense Herfst zijn nog t/m 8/10 te zien in Amsterdam.
Meer info op www.dewarmewinkel.nl

Festival a/d Werf 2011

Er zijn voldoende redenen om af te reizen naar het Utrechtse Festival a/d Werf dat afgelopen weekend begon: de premières van nieuwe voorstellingen van Ilay den Boer en Boukje Schweigman, de spannende internationale programmering, of de intrigerende kunstwerken die tussen performance en installatie liggen. Maar een uitstekende reden is dat er ook een van de beste theatervoorstellingen van het seizoen te zien is: Viva la Naturisteraçion van De Warme Winkel.

Viva la Naturisteraçion is een voorstelling over naturisme en ja: de vijf acteurs staan het grootste deel van de anderhalf uur bloot op het toneel. Maar wat ze op dat podium uitvreten is zo onbeschaamd, radicaal en fantasievol dat die naaktheid tegelijkertijd essentieel én bijzaak wordt.

De voorstelling begint als een speelse lezing, zoals we die vaker zien bij deze generatie theatermakers (zie ook Laura van Dolron of Marjolijn van Heemstra), waarin de nog geklede spelers een soort cultuurgeschiedenis van de naaktheid presenteren. Zoals in de eerdere voorstellingen van De Warme Winkel ligt hun fascinatie speciaal bij periode rond 1900, toen de clash tussen romantiek en decadentie leidde tot het zoeken naar manieren om dichter bij de natuur te komen en dus ook tot het naturisme.

De scène waarin de spelers zich dan daadwerkelijk gaan uitkleden wordt op geen enkele manier minder pijnlijk en genant gemaakt dan het is. Het deel erna is een beeldend ballet van fladderende piemels, trillende buiken en zwierende borsten, met de stevige Jeroen De Man als natuurlijk alfa mannetje. Rondom het speelvlak staat een enorme hoeveelheid strak gesorteerde troep – verfflessen, etalagepoppen, bamboetakken, telefoons, hamburger- en deodorantverpakkingen – die steeds meer over de vloer verspreid raken. De plastische scènes worden onderbroken door teksten van Thoreau, Huizinga en Greshoff, over het verlangen van de mens om terug te keren naar een vorm van ‘oorsprong’.

Maar gaandeweg wordt de voorstelling kwaadaardiger en grotesker; een lieflijk tableau rondom Anne Fé de Boer wordt een heftige horrorverkrachting, In een magistraal beeld van een zonsopgang lijkt Joris Smit uit slijm te worden geboren, maar voor hij al evoluerend de andere kant van het toneel heeft bereikt valt hij alweer neer.

En zo eindigen ze allemaal in absurde poses van geconstrueerde natuurlijkheid: de één probeert in een yoga-houding contact te maken met de aarde in de vorm van potgrond van een tuincentrum, de ander wordt jager worden met pvc buizen als werpspiezen en een derde doet beplakt met veren alsof ze een vogel is. De uiteindelijke conclusie moet dat de wens tot opnieuw beginnen onherroepelijk hoort bij het mens zijn en dat er maar één manier is om daadwerkelijk één te worden met de natuur: door te sterven. Weergaloos theater.

Het is gebruikelijk dat naakte acteurs snel een badjas aangereikt krijgen voor het eindapplaus, maar deze spelers blijven gewoon bloot, zij het inmiddels behoorlijk besmeurd, tijdens het buigen. Overigens kunnen eventuele liefhebbers de voorstelling ook naakt bezoeken, als volgende week zondag het publiek net zo naturistisch wordt als de spelers.

De rest van het festival steekt bij dit overdonderende spektakel een beetje flets af. In de kindervoorstelling Zoek het lekker zelf uit vertelt theatermaker Ilay den Boer (die aan de hand van zes voorstellingen over zijn familieleden zijn Joodse identiteit onderzoekt) het verhaal van zijn opa, een speelse schoolmeester uit Israël die na de Tweede Wereldoorlog ongewild voor zijn land moest vechten. Den Boer weet in dit deel, ondanks zijn innemende podiumpersoonlijkheid en mooie muziek van Florian de Backere, de vrolijke kinderspelletjes (onder andere een leuke speurtocht door het theater) niet bevredigend weet te verbinden aan de zware thema’s identiteit, vriendschap en idealisme.

Een aanrader onder de buitenlandse gastvoorstellingen is Testament van de Berlijnse groep She She Pop, waarin vier spelers met hun eigen vader op het toneel staan om Shakespeare’s King Lear te spelen. De kinderen (nou ja, ze zijn bijna veertig) hebben een hoop problemen met hun ouders, maar de vaders blijken uiteindelijk louter liefde en wijsheid te schenken. Een ontroerende voorstelling voor iedereen die zijn of haar vader nog iets aanrekent.

Meer info www.festivalaandewerf.nl

Recensie: ‘Luitenantenduetten’ door De Warme Winkel

Parool,recensies — simber op 22 april 2011 om 01:15 uur
tags: , , ,

Stil zitten ze rond de kachel. De acteurs Vincent Rietveld en Ward Weemhoff zien eruit alsof ze hier al jaren verblijven. De met paardendekens omzoomde ruimte bevindt zich in één van de bruggehoofden waar de Van Baerlestraat het Vondelpark kruist, en die vroeger dienst deed als bunker. Het is er bedompt en opvallend koel. Als er boven een tram langs rijdt gaat opent een deur, maar voordat de twee mannen naar binnen kunnen is de tram alweer voorbij en gaat de deur weer dicht.

Theatergroep De Warme Winkel vestigde de afgelopen jaren haar naam met een serie voorstellingen over Oostenrijkse kunstenaars en eerder dit seizoen maakten ze in Rotterdam de weergaloze voorstelling Poëten en Bandieten over de Russische dichter Boris Rhyzy. Voorstellingen als een non-fictieboek, waarbij lezing, kwis en Wikipedia-kennis moeiteloos werden gecombineerd uitzinnige theatrale fantasie. Hun nieuwe voorstelling Luitenantenduetten ontbeert zo’n strakke dramaturgie, maar binnen de associatieve vorm weten de makers opnieuw schitterende en dolkomische scènes te maken.

Het is eerst even zoeken naar het verband tussen Rietveld in bruidsjurk met een Duitse tekst, Weemhoff die luchtdrums speelt, de weergaloze slapstick met geweren, stoelen en kapotte laarzen, het lied van Monteverdi dat ze samen zingen en de foeilelijke cover van Another day in paradise die ze nadrukkelijk níet meezingen. Maar gaandeweg wordt het duidelijker. Wordt hier wellicht de kunst gewogen en gered? Zijn deze luitenanten de beschermers van wat er nog over is?

De mooiste scène is als Rietveld vertelt over een rots die bij de Chinese dichter Lan Ying in de tuin stond. Die tekende hem op papier, een tijdschrift publiceerde een reproductie, Rietveld heeft die overgetrokken op sheets, en met behulp van een overheadprojector schildert hij dat weer op de muur. Eerder heeft Weemhof al tergend langzaam de vijf elementen van een welsprekend kunstwerk voorgedragen; vast een bijna verloren gegaan citaat van een vergeten kunstenaar. Als kunst blijft herhalen of in regels wordt gevat is het einde nabij.

En na deze tot nadenken stemmende conclusie slaat de stemming om, want De Warme Winkel zet zichzelf neer als frontsoldaten in de Nederlandse culture wars en vraagt het publiek geen toegangsprijs, maar een ‘vrijwillige’ bijdrage, die na afloop van de voorstelling op onbetaalbare wijze door Rietveld uit je zak wordt geklopt.

Luitenantenduetten door De Warme Winkel. Gezien 21/4/11 in de bunker in het Vondelpark. Aldaar t/m 28/5. Reserveren via Frascati. Meer info op www.dewarmewinkel.nl

Volgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity