Recensie: ‘Groeten uit Den Ilp’ van Mugmetdegoudentand en Bellevue Lunchtheater

Parool,recensies — simber op 16 december 2014 om 11:07 uur
tags: , , , , ,

“Ouderhaat, museumhaat, huisjeboompjebeestjehaat, routinehaat, kunstkennershaat.” Voor iemand die het Boeddhisme is toegedaan legt Anton Heyboer nog een hoop haat aan de dag.

Bijna tien jaar na zijn dood is van kunstenaar Anton Heyboer weinig meer over dan een paar werken in het Stedelijk en het Haags Gemeentemuseum en vooral het verhaal dat hij met vier vrouwen op een boerderij in Den Ilp woonde.

Met dat cliché wordt vrolijk gespeeld in Groeten uit Den Ilp, de nieuwe lunchpauzevoorstelling van Theater Bellevue, maar uiteindelijk wordt het beeld van Heyboer niet echt bijgesteld.

Groeten uit Den Ilp werd geschreven en geregisseerd door Don Duyns en Heyboer wordt gespeeld door Dick van den Toorn. Eerder maakten deze twee samen voorstellingen over Benny Hill en Joop den Uyl. In al die voorstellingen wordt het hoofdpersonage teruggebracht tot overzichtelijke proporties: kleine, soms kleinzielige mensen vol tegenstrijdigheden.

Bij Heyboer zit die tegenstelling vooral tussen zijn uitbreid beleden antiburgerlijkheid en zijn uiteindelijk toch vrij Hollands kneuterige goeroeschap. “We hebben niks nodig. Ik heb geen eis aan het leven”, zegt Heyboer “Ik ga even naar de Aldi zo. Wat hebben we nog nodig?”, vraagt een van z’n vrouwen.

Die vrouwen worden allemaal gespeeld door Anneke Sluiters. Duyns comprimeerde ze allemaal in een rol: de vrouw die danst, de vrouw die als een hond aan Heyboers voeten ligt, de vrouw die wegloopt, de vrouw die smeekt om erbij te mogen, de vrouw die alles regelt waar Heyboer te gevoelig voor is. “Wij zijn het mooiste kunstwerk van Anton”, zegt ze, “Mooier dan alles wat hij geschilderd heeft.”

Het decor is een met weinig middelen neergezet schildersatelier, met een tafel met vier verschillende poten, een waterkoker met verfvlekken en heel veel schapevachten. Beiden dragen witte ook steeds bevlekter werkkleding en beschilderen ze hun gezicht met zwart en wit.

Om lust was het Heyboer niet te doen bij die polygame bedoening, zegt hij: “Geen grove seks. Een subtiele aanraking is genoeg.” Punt is wel dat Van den Toorn een door en door ironische acteur is. Alles wat hij zegt wordt misschien niet per se een grap, maar wel op z’n minst twijfelachtig. Tegenover het jonge, oprechte spel van Sluiters wordt het contrast nog groter.

Ook van Heyboers kunst wordt zo een grap gemaakt. Van den Toorn kwast met zwarte verf het ene na het andere blaadje vol en zegt ondertussen: “Het gaat er niet om dat ik het schilderij zie. Het schilderij moet mij zien.” Of: “De handtekening zetten duurt langer dan het schilderij zelf.” Duyns’ zinnen lijken in steen gehouwen, maar bij nadere beschouwing vliegen ze weg.

Op die manier wordt de antiburgerlijkheid van Heyboer effectief teruggebracht tot een pose. Maar grappig genoeg zie je juist dáárdoor de de aantrekkelijkheid ervan. Als Duyns en Van den Toorn hem helemaal serieus hadden genomen was Groeten uit Den Ilp waarschijnlijk onuitstaanbaar geweest. Nu is het vrolijk en licht toneel over de uitvinding van de hedonistische gemaksmens. Oftewel: over hoe antiburgerlijkheid uiteindelijk burgerlijk werd.

Groeten uit Den Ilp van Mugmetdegoudentand en Bellevue Lunchtheater. Gezien 5/12/14 in Bellevue. Aldaar t/m 28/12 Meer info op www.theaterbellevue.nl

(aangepast op 16/12: Duyns en Van den Toorn maakten eerder niet een voorstelling over Tommy Cooper maar over Benny Hill)

Recensie: Expeditie Javastraat van de Toneelmakerij

Een korte draai met je pink en daarna je twee open handen van je af bewegen. Dat is de Javastraat in gebarentaal. Een kok van het door doven bestierde eetlokaal LT in de Javastraat laat zijn toehoorders de gebaren net zo vaak nadoen tot we het foutloos kunnen. Daarna zijn we klaar voor de rest van de expeditie.

Het is een populaire nieuwe vorm van community theatre: kunstenaars dompelen zich een paar maanden onder in een buurtgemeenschap en presenteren hun bevindingen vervolgens aan het publiek. Adelheid Roosen maakte furore met haar Wijksafari’s. Helemaal nieuw is het ook niet. Theatermaker Liesbeth Colthof maakte vijftien jaar geleden al de voorstelling Thuis in een paar sloopflats in de Bijlmer.

Met haar jeugdtheatergezelschap De Toneelmakerij streek Colthof dit voorjaar neer in de Indische Buurt, waar ze contact zocht met de winkeliers en ondernemers in de Javastraat. Schrijvers Wieke ten Cate, Martien Langman en Don Duyns tekenden levensverhalen op en maakten de voorstelling Expeditie Javastraat, een kruising tussen een excursie en een speurtocht.

De Javastraat is hot. Na een artikel in Vrij Nederland over de sores in de multiculturele winkelstraat in Oost, is de straat ,ook voor kunstenaars, dit voorjaar het symbool van de grotestadsproblematiek van verschillende bevolkingsgroepen in hun eigen leefwerelden. Op de dag van de première van Expeditie Javastraat is op verschillende adressen ook het project Museumstraat aan de gang.

Voorzien van een koptelefoon, rugzakje en felgekleurd hesje lopen we als publiek in twee groepen van een man of vijftien door de straat. De een gaat naar binnen bij de Elthetokerk, de ander bij een Turks koffiehuis. Bij de ene winkel horen we een verhaal via de iPod, bij de andere vertelt de eigenaar zijn of haar eigen geschiedenis, en tussendoor krijgen we een fotografieopdracht: wat is het mooiste vuilnis of de felste kleur die je kunt vinden?

We eindigen in de meubel- en lampenwinkel van Erik Vos, waar de uiterst charmante verkoper onverwachts bezoek krijgt van een strenge toezichthouder die alles, van de lampen aan de muur tot het gebit van de eigenaar, aan controle onderwerpt. Een vermakelijke toneelscène, misschien iets te lang, want je zou wel weer de straat op willen voor nog meer ontdekkingen. Dit fragment wordt steeds op een andere plek gespeeld, bijvoorbeeld in een naaiatelier of bij een schoenmaker.

Het is altijd de vraag bij dit soort gemeenschapsprojecten of je als argeloze toeschouwer nu echt dichterbij de buurtbewoners komt. Voel ik me nou meer verbonden met de vrouw van de baklava-bakker die op mijn koptelefoon vertelt over de verschillende heerlijkheden die ze aan het publiek laat proeven, of wordt ze juist een soort decorstuk in haar eigen winkel? En beklijft de relatie tussen straatondernemers en kunstenaars als die laatsten weer vertrokken zijn naar een volgend project?

Het ideale publiek voor Expeditie Javastraat lijkt me dan ook de jeugd uit de eigen buurt. Die kan in deze voorstelling echt de straat en haar bewoners ontdekken en op een nieuwe manier het bekende leren zien.

Expeditie Javastraat van de Toneelmakerij. Gezien 24/5/14 op locatie in de Javastraat. Aldaar t/m 14/6. Meer info op www.toneelmakerij.nl

Interview Don Duyns

interviews,Parool — simber op 6 december 2009 om 02:03 uur
tags: , , ,

De jaarlijkse familievoorstellingen van het Ro Theater zijn inmiddels een traditie van decennia. Don Duyns (Haarlem, 1967) schreef twee jaar geleden Lang & Gelukkig, een Nederlandse versie van een ‘Panto’, het traditionele Engelse Kerstvermaak. Dit jaar schreef hij Snorro, met onder andren Loes Luca en Dick van den Toorn, dat deze week in Amsterdam te zien is. “Ik ben het ambacht van toneel schrijven steeds meer gaan waarderen.”

In een café in Amsterdam West kijkt Duyns tevreden terug op de première. “De reacties zijn heel positief, maar de voorstelling moet nog wel soepeler gaan lopen. Met een voorstelling als deze wil je eigenlijk twee weken extra om te try-outen. Er gebeurt zoveel tegelijk: muziek, verkleden, schermen, acrobatiek. Maar het is geweldig om een acteur als Bart Slegers, die ik nog als Hamlet heb gezien, met zoveel gravitas komedie te zien spelen.”

Regisseur Pieter Kramer –vooral bekend van de film Ja zuster, nee zuster– kwam tijdens een vakantie in Mexico met het idee om een familievoorstelling te maken over Zorro en het Wilde Westen. Bovendien zag hij daar een groep restaurantmuzikanten aan het werk. Zo’n Mariachiband moest er ook in. Met die ingrediënten, plus zijn eigen voorliefde voor Lucky Luke ging Duyns aan het werk.

“Je begint met het zoeken naar leuke combinaties per scène”, legt Duyns uit, “En er zijn een aantal dubbelrollen en aan het eind moet het allemaal mooi uitkomen, maar toch net anders dan het publiek verwacht. Het is echt een ambacht om zo’n stuk in elkaar te zetten; het is als het weven van een tapijt. Ik ben die Engelse traditie steeds meer gaan waarderen. Je neemt het materiaal heel serieus, je doet alsof het Shakespeare is; nou ja misschien meer Ayckbourne.”

“Het Ro heeft een lange traditie van familievoorstellingen, dat schept verwachtingen. Mensen willen graag publieksparticipatie, liedjes en een mooi decor. Je kan dat heel erg avant garde gaan doorbreken, maar dat wil ik niet. Ik wil een zo goed mogelijke familiekomedie schrijven en daarbinnen manieren zoeken om er toch nog mijn eigen verhaal kwijt te kunnen, en te spelen met de verwachtingen. Pieter en ik willen allebei geen burgerlijke moraal aan het eind. In Lang & Gelukkig zat een homostel, in Snorro een spannende lat-relatie. Nou ja, een kleine moraal zit er wel in: met masker durf je misschien meer, maar je moet het ook zonder kunnen.”

“Mijn stukken waren altijd meer de dramaturgie van de gebroken spiegel, waarbij het publiek zelf z’n verhaal moet maken. In Snorro worden ze echt meegevoerd.” Vol lof is Duyns over regisseur Pieter Kramer “Ik denk dat Pieter dit het beste kan in Nederland. Hij neemt het heel serieus, heeft een eigenzinnig gevoel voor humor en let op alle details. Ik zou het graag ieder jaar doen, maar het hangt van Pieter af.”

Duyns werkte opnieuw samen met Kramer bij de verfilming van Lang & Gelukkig waar voor Duyns het scenario schreef. “Het is een erg theatrale film. We hebben de dubbelrollen uit de voorstelling erin gehouden. Arjen Ederveen speelt wel zes rollen. Het is een raamvertelling in een bejaardentehuis. Elementen uit het tehuis zie je steeds terug in de sprookjes.”

Na de drukke periode rond Snorro kan Duyns weer werken aan zijn eigen stukken. Daarnaast is hij sinds een jaar hoofddocent bij de opleiding toneelschrijven van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht: “Dat is echt een opleiding die ik zelf graag gedaan zou hebben, waarin heel diepgaand met teksten wordt omgegaan. We proberen het talent dat mensen zelf al in huis hebben verder te ontwikkelen. Dat is enorm uitdagend.”

Snorro van het Ro Theater speelt 4 en 6 december in De Meervaart en 21 t/m 24 januari in de Stadsschouwburg. Meer info op www.rotheater.nl

Recensie: ‘Lang en Gelukkig’ van het Ro Theater

In Engeland is de Panto een traditie van al vele decennia: familievoorstellingen rond Kerstmis, met flauwe humor, publieksparticipatie, mannen in travestie en heel veel grappen met vunzige dubbele bodems. Regisseur Pieter Kramer en toneelschrijver Don Duyns wilden kijken of ze met een Nederlandse variant op de Panto de traditionele familievoorstelling van het Ro Theater –een traditie waarin de laatste jaren danig de klad was gekomen- nieuw leven konden inblazen. Met wervelend resultaat.

Ze bedachten een ongewoon sprookje waarin Assepoester vriendin is van Roodkapje, de boze stiefmoeder dochters heeft die Paris en Hilton heten en de prins de ware liefde vindt met zijn koninklijke stylist. Klein Duimpje heeft een mini-rolletje: hij is zo klein dat niemand hem kan zien. Het publiek mag helpen en meezingen.

De regie van Kramer is een ode aan de magie van het toneel, met glijdende decorstukken, goochelacts en een scène die op magistrale wijze het perspectief wisselt waardoor we ineens de gebeurtenissen van bovenaf bekijken.

Bekende namen van Arjan Ederveen en Alex Klaasen mogen dan misschien publiekstrekkers zijn, op het podium vallen vooral de toneelacteurs op: Hannah van Lunteren speelt Assepoester als meisje van hiernaast, Hans Leendertse is schaamteloos als hulpeloze prins met darmproblemen en Sylvia Poorta heeft een hilarische dubbelrol.

Maar Gijs Naber steekt ze allemaal naar de kroon. Als stylist van de prins is hij de meester van de betekenisvolle blik en als slechte, lelijke en domme stiefdochter Hilton weet hij met uitzinnige fysieke humor de algehele hysterie steeds een tandje hoger te schakelen.

Het knappe van schrijver Don Duyns is vooral dat hij een Nederlands equivalent heeft gevonden voor de talige onderbroekenlol van de Engelse Panto. Zijn vondsten zijn schunnig, maar nooit expliciet. Daarom is Lang en Gelukkig een echte familievoorstelling, met vrolijke poep en pies-humor voor kinderen vanaf een jaar of acht en schuine grappen voor volwassenen, maar speciaal ook pubers lijken het geheel uitstekend te kunnen waarderen. Voor de theaterliefhebber worden zelfs nog een paar postmoderne verwijzingen ingebouwd.

Het is jammer dat het eind geen uitbundige, alles inlossende finale is, maar een beetje ongeïnspireerde musical-parodie. Maar dat is een kleine smet op een feestelijke, aanstekelijke voorstelling, met veel mogelijkheden voor een vervolg volgend jaar. Met die Kerst-traditie van het Ro zit het wel snor.

Lang en Gelukkig van het Ro Theater. Gezien 21/12/07 in Rotterdam. Te zien in Amsterdam 9 t/m 11/1/08(Stadsschouwburg), 23/1 (Meervaart), tournee t/m 3/2. Meer info op www.rotheater.nl

Boekrecensie: ‘Buigen’ van Don Duyns

boekrecensies,Theatermaker — simber op 25 april 2007 om 14:45 uur
tags:

Buigen“Don Duyns kan niet acteren en niet goochelen. Wel kan hij goeie teksten schrijven, zich aan een artistiek zelfonderzoek onderwerpen en pijnlijk eerlijk op het toneel zijn”, schreef een recensent op theaterwebsite Moose over Don Duyns’ voorstelling Mijn opa de artiest. En zo is het maar net. Duyns (Haarlem, 1967) is in de eerste plaats toneelschrijver en regisseur, maar levert met Buigen inmiddels zijn derde roman af, met als onderwerp het theater.

In tegenstelling tot vrijwel alle andere theaterromans schrijft Duyns niet over het Grote Toneel met zijn roepatleten en willige naaistertjes, maar over het circuit van kleine zalen dat hij zo goed kent. Het biedt een even grappig als treurigmakend inkijkje in de wereld van het tweederangs theater in Nederland, in een vlot geschreven boek, met voor theaterliefhebber veel grapjes verborgen in de bijzinnen.

Hoofdpersoon Sam Molenaar is regisseur van de kleine voorstelling Het Geluk en door zijn ogen volgen we het hele tot mislukken gedoemde repetitieproces tot aan de première. Molenaar’s reputatie is niet al te best, zijn enkele successen wegen niet op tegen zijn vele mislukkingen. De acteurs die hij voor deze voorstelling om zich heen heeft verzameld zijn een vreemd allegaartje. Richard, een grote toneelheld op zijn retour, de mooie actrice Masja met diva-neigingen, de zwarte acteur Denzil die liever in een televisieserie speelt, de vage boedhist Michael en een naïeve stagiaire van de toneelschool.

Buigen is geen sleutelroman, maar maakt wel vrolijk gebruik van theatrale archetypes. Vooral de cynische Richard die iedere rol ziet als een extra stap op weg naar zijn pensioen is sterk neergezet. “Leuk! Leuk! Er is niks leuks aan toneel meisje. Het is mijn vak godverdomme! Ik doe dit niet voor m’n lol.” Het tragische is natuurlijk dat ze het nergens anders voor doen: niet voor de eer of de roem, niet voor de goede recensies en zeker niet voor het geld. Het verlammende geldgebrek van de bitse productieleidster is een van de geestige subplots. Het beeld dat Duyns schetst van het moeizame geworstel in het margetheater, met de smerige repetitieruimtes, de drankzucht en de weglopende medewerkers, is zeer realistisch en onomfloerst.

Duyns kan natuurlijk putten uit zijn jarenlange ervaring in dit circuit. En een boek van een regisseur over een regisseur heeft natuurlijk autobiografische trekjes. Net als Sam Molenaar heeft Duyns een beroemde vader (televisieprogrammamaker Cherry Duyns) en een regiecarrière die nooit echt van de grond is gekomen. Het is alleen jammer dat schrijver Duyns met hetzelfde probleem te kampen heeft als zijn hoofpersoon Sam Molenaar: hij is wat schuw om de conflicten op te zoeken. De besluiteloosheid van Sam -“Geen goede eigenschap voor een regisseur”- wordt breed uitgemeten en leidt tot pijnlijke en genante situaties, maar nergens in het boek wordt Duyns echt meedogenloos.

Duyns bekijkt zijn personages vooral goedmoedig en met een milde blik. Het gemeenschappelijke thema in zowel zijn voorstellingen als zijn boeken is de angst voor en worsteling met middelmatigheid. Sam wil vóór alles ontsnappen aan een normaal burgermansbestaan, dat is belangrijker dan mooie kunst maken of zelfs zijn relatie of vriendschappen. Het is een gefnuikte ambitie. “Je bent slechts de beste regisseur van je eigen huiskamer en zij die zich daar aan je kunsten vergapen menen dat er sprake is van toverij.” Sam’s lijdensweg zou een herkenbare waarschuwing moeten zijn voor de Idols-generatie en misschien zou de boodschap wel zwakker zijn als het briljanter was opgeschreven. Want goochelen kan Duyns niet, maar eerlijk zijn des te beter.

Don Duyns: Buigen
Uitgeverij Contact
€ 15,-

Recensie: ‘Quarantaine’ van Huis aan de Amstel en Filimon Film

Parool,recensies — simber op 1 november 2006 om 01:27 uur
tags: , , ,

Bejaarde Russische mannen en vrouwen in hun bejaarde interieurs. Ze vertellen over het beleg van Leningrad door de Duitsers in de winter van ’41/’42. Over de voedselbonnen voor een beetje grutten, de honger, de bevroren lijken op straat, de nauwelijks eetbare gelei van houtlijm en water, over de koeken van stukjes deeg en koffiedik. Ze lijken onbewogen en rustig, maar af en toe schieten ze even vol.

Vier acteurs kijken op het toneel naar de beelden. Soms is er geen ondertiteling en vertalen zij de verhalen in het Nederlands. Tussendoor kibbelen ze over hun eigen situatie. Ook zij zijn opgesloten op een vierkante speelvloer met wat eenvoudig meubilair en met het publiek aan alle kanten. Ook het publiek zit niet op rijen stoelen, maar in afgeschermde hokjes.

In Quarantaine combineert theatermaker Liesbeth Coltof een documentaire film van Jessica en Frank Gorter over de overlevenden van de blokkade van Leningrad met een toneelstuk van schrijver Don Duyns, dat hij weer baseerde op de roman De Pest van Albert Camus. Het is bij zo’n interdisciplinaire aanpak altijd maar weer de vraag of de verschillende elementen elkaar niet in de weg gaan zitten en of de regisseur er een geheel van heeft weten te smeden.

In dit geval is het gedeeltelijk gelukt. De jonge personages op het toneel contrasteren mooi met de genadeloos echte mensen in de film. De jongeren hebben nog hoge verwachtingen van en oneindig veel vragen voor het leven, de ouderen hebben slechts pijnlijke herinneringen. Daartegenover staat dat de onderlinge conflictjes op het toneel te lang duren en een beetje onbenullig aandoen tegenover de vertelde gruwelen in de film.

Aan het eind van de voorstelling zien de toneelpersonages ook wel in dat hun beslommeringen in het niet vallen bij de ervaringen in de filmportretten. Zij zullen het, in hun eigen afzondering, samen moeten zien te rooien.

Het is te prijzen dat Coltof en Duyns in een voorstelling die toch op jongeren is gericht geen moeite doen om de zware kost te verlichten. In het Rozentheater is dan weer wel een kleine expositie ingericht met gezellige filmpjes en installaties “waar je zelf kunt ervaren wat het is om in Quarantaine te zitten”, zoals een barjuffrouw enthousiast aankondigt.

Theater Quarantaine van Huis aan de Amstel en Filimon Film. Gezien 31/10/06 in het Rozentheater, aldaar t/m 18/11. Meer info op www.alleeninamsterdam.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2018 Simber | powered by WordPress with Barecity