Volksbühne in Amsterdam

De Stadsschouwburg Amsterdam haalt een week lang een rebels icoon naar binnen: De Volksbühne uit Berlijn neemt de schouwburg over. De meeste Nederlanders die een stedentrip maken naar Berlijn kennen waarschijnlijk het imposante gebouw wel – met het woord ‘Ost’ trots op het dak en het wiel-met-pootjes-logo van plaatstaal in het plantsoen. Maar wat voor theater wordt daar eigenlijk gemaakt? En waarom is het zo belangrijk om dat naar Nederland te halen?

“Leugens” staat er in levensgrote letters op een poster in de stad, “Crisis” op een ander, “Glamour” op nog een. Steeds ernaast hangt een andere poster met het logo en de tekst “In de Volksbühne”. Duitsers met humor, het is even wennen. Maar de grap heeft een puntig randje: het lettertype van de teksten is de Fraktur, dat nog altijd associaties oproept met het imperialistische Duitsland van voor de oorlog.

De Volksbühne is een instituut, maar wel een instutuut dat zich blijft gedragen als een subversieve kunstenaarscommune. Het is een van de belangrijkste theaters van Duitsland, bijzonder door z’n dikwijls provocerende politieke en ideologische stellingname, z’n wilde, haast anarchistische theaterstijl en z’n uitgelezen verzameling toneelspelers en gastregisseurs.

Aan het hoofd van deze bende staat regisseur Frank Castorf. In 1951 geboren in Oost-Berlijn en mentaal eigenlijk nog steeds een Oostduitser. Al vanaf zijn eerste voorstellingen die hij in de jaren tachtig in de provincie maakte lag hij overhoop met het regime. Veel van zijn producties werden verboden, maar zelf werd hij nooit gearresteerd, waarschijnlijk omdat zijn toenmalige vriendin de dochter van een hoge DDR-politicus was.

Kort na de Wende en de eenwording van Duitsland nam hij in 1992 met zijn jonge troupe acteurs de Volksbühne over. Het was voor het verenigde Berlijn –dat in z’n maag zat met de enorme hoeveelheid stadstheaters– een relatief goedkoop experiment. “Over drie jaar zijn ze wereldberoemd of dood”, schreef cultuurpaus Ivan Nagel, die Castorf bij het stadsbestuur had aanbevolen.

Toen Castorf onlangs in Amsterdam was voor de presentatie van het Brandhaarden-programma vertelde hij over die periode: “De buurt waarin het theater staat was een dode hoek, maar meteen na de Wende werden in de achterliggende wijken veel huizen gekraakt en ontstonden er illegale bars en clubs en ook repetitieruimtes. Het was een omgeving waar extreme kunst geproduceerd kon worden, een grote alternatieve tegencultuur die zich verhield tot de moderne avant-garde, waar de Volksbühne zich vanaf zijn oprichting mee verbonden heeft gevoeld.”

“Toen de muur er stond was Berlijn een hete stad”, verklaart Castorf. “David Bowie en Iggy Pop werkten er, naast allerlei beeldende kunstenaars en natuurlijk alle geheime diensten van de wereld. Nu vind ik de stad, heel Duitsland eigenlijk, maar een saaie kopie van Amerika geworden. Nee, mijn Duitsland is het niet.”

Het verzet tegen de veramerikanisering van de wereld is een van de terugkerende thema’s in Castorfs werk en van de Volksbühne in het algemeen (Fuck off Amerika, en Endstation Amerika zijn slechts twee titels uit het uitgebreide repertoire). Castorf: “Het woord ‘Ost’ op het dak staat voor een bepaalde houding, een andere manier van denken dan die van het Westen of het Zuiden of het Noorden. Oost-Duitsland, en daardoor ikzelf was altijd meer op Rusland gericht. Vandaar ook mijn belangstelling en bewondering voor Dostojevski. Onder het totalitaire regime van de DDR had de kunst als taak om uit te spreken wat de politici en de media verzwijgen. In het theater waren de mensen daardoor gelukkig. Heel even maar, maar toch. En nu onder Merkel is het eigenlijk precies zo. Je moet als kunstenaar het onuitspreekbare uitspreken.”

En voor Castorf werkt dat vanzelfsprekend ook door in de vorm van zijn voorstellingen. Die zijn vaak exorbitant lang, versnijden klassieke toneelstukken met popcitaten, droge theoretische verhandelingen en slapstick en vallen op door de ongelofelijke intensiteit van het acteren. “Je ziet heel veel theater dat de formats en conventies van televisie en films heeft overgenomen. Het mag maar twee uur duren en je moet het verhaal kunnen volgen. ‘Waar was Hamlet tussen acht en tien uur?’. Maar ik vind het belangrijk om theater weer te spélen; dat de toneelspelers zich buiten de psychologische realiteit begeven en de extremen opzoeken, tot in de psychopathologie.”

Juist door op provocerende wijze níet ‘mooi’ toneel te maken, leide de voorstellingen van Castorf regelmatig tot levendige debatten tussen bezoekers en in de pers. “Wij bieden iets eigenzinnigs aan, dat een deel van het publiek ook afwijst, maar het brengt in elk geval het gesprek op gang.” En de Volksbühne bruist doordat er naast de voorstellingen ook, films, popconcerten, debatten en workshops zijn en daarna dansen tot diep in de nacht.

De Volksbühne heeft met die houding ook altijd de meest avontuurlijke en provocerende regisseurs van Duitsland aan zich weten te binden. De Zwitser Christoph Marthaler en de in 2010 overleden Christoph Schlingensief maakten er hun eerste grote voorstellingen en in eigen huis ontwikkelde René Pollesch een geheel eigen theoretisch geïnspireerde theaterstijl. Daarnaast ontwikkelden een aantal van Castorfs acteurs, zoals Herbert Fritsch en Martin Wuttke, zich tot eigenzinnige regisseurs.

Dat dit theaterhuis nu met vier grote voorstellingen en een uitgebreid randprogramma naar Amsterdam komt is dan ook een prachtige kans voor iedereen die gelooft dat kunst en politiek nog iets met elkaar te maken kunnen hebben. Zo lang het nog kan, want Castorf zelf is niet hoopvol over de toekomst: “In 2016 vertrek ik als intendant en dan mag de volgende westduitse cultuurmanager het overnemen.” Het liefst zou hij dan naar Zuid Amerika vertrekken: “Daar hebben ze nog een werkelijke passie voor theater, een wildheid in wat ze aan hun publiek willen tonen. Dat is een heel erg leuke omgeving om te werken, maar ja, het betaalt zeer slecht.”

Brandhaarden: de voorstellingen

Tijdens het festival Brandhaarden Van 25 februari t/m 5 maart zijn de volgende voorstellingen te zien:

Der Spieler, regie: Frank Castorf
Castorf bewerkte Dostojevski’s novelle over een gokker, een onmogelijke liefde en de verleiding van de roulettetafel tot een weergaloze, bijna vijf uur durende toneelavond, waarin alle acteurs (onder wie de fantastische Sophie Rois) in iedere scène alles inzetten onder het in neon verlichte motto “Leben is Tödlich”. Naast Dostojevski is er ook ruimte voor de Rolling Stones, poppentheater, slapstick met aardappele en een reusachtige krokodil.

Murmel Murmel, regie: Herbert Fritsch
Krankzinnige voorstelling, waarin de acteurs anderhalf uur lang maar één woord tekst hebben: ‘Murmel murmel murmel murmel!’ De elf fantastische toneelspelers –of eigenlijk: mimers– maken er nu eens opera van, en dan weer hilarische slapstick. De tekst klinkt soms als solo, soms als koor, dan weer als canon of aria. De voorstelling wordt zo een hommage aan wat je allemaal in het theater kunt zeggen zonder tekst. De spelers wisselen van het ene uitzinnige kostuum naar het andere en samen met het trippy retro-decor van felgekleurde schuivende vlakken wordt je als toeschouwer onherroepelijk meegezogen in de gekte van dit warme bad van vrolijk absurdisme.

Glanz und Elend der Kurtisanen, regie: René Pollesch
Pollesch baseert zich op een roman van Balzac over het culturele leven in Parijs in de 19e eeuw, maar maakt er ongetwijfeld weer zijn gebruikelijke tekst- en theorieënmix van, waarin filosofische verhandelingen, flitsende aforismes  en verwijzingen naar popcultuur hand in hand gaan. Dit keer in een glitterdecor met een luchtballon.

Glaube Liebe Hoffnung, regie: Christoph Marthaler
Christoph Marthaler maakt meestal op improvisaties gebaseerd muziektheater, maar voor de Volksbühne pakte hij een Duitse klassieker, Glaube Liebe Hoffnung van Ödön van Horvath, over de in geldnood verkerende Suzanne, die wordt uitgebuit, verraden, gearresteerd en veroordeeld tot absurde straffen. Marthaler voegt er zijn gebruikelijke absurditeiten, een schitterende soundscape en een monumentaal decor van zijn vaste ontwerpster Anna Viebrock aan toe.

(B)randprogramma
Naast de vier voorstellingen wordt de complete Volksbühne-experience nagebootst met filosofische debatten, films en videoinstallaties. Hoogtepunt is waarschijnlijk de Videoschnipselvortrag van Jürgen Kuttner, een avond vol bliksemsnelle televisie- en filmfragmenten van instant commentaar voorzien door Kuttner, nu eens geestig en gevat, dan weer kunsthistorisch doorwrocht.

Het volledige programma is te vinden op: www.ssba.nl/brandhaarden

Voorstuk Misdaad & Straf

Als de rechter binnenkomt, staat iedereen op. Want de verdachte mag dan wel een acteur zijn, en de rechtszaal het Universiteitstheater in Amsterdam, de rechter is wel degelijk echt. Meester Rob Keurentjes doet uitspraak in de zaak Raskolnikov, een straatarme student die een vrekkige oude woekeraarster met een bijl heeft vermoord, en daarna haar zuster die op het verkeerde moment binnenkwam.

De rechtszaak Raskolnikov is onderdeel van het randprogramma bij de theatervoorstelling Misdaad en Straf van het Noord Nederlands Toneel (NNT) die dit weekend in de Stadsschouwburg te zien is. Theatermaker Ko van den Bosch (voorheen Alex d’Electrique) bewerkte de beroemde roman van Dostojevski en werkte ook mee aan deze fictieve zitting, waarin jonge strafpleiters en advocaten zich buigen over deze moordenaar met idealen.

Want Raskolnikov is niet zomaar een moordenaar: volgens hem was de woekeraarster een stuk ongedierte zonder wie de wereld beter af is. In het geloof dat hij een hoger soort mens is, meent hij dat hij het recht heeft om deze daad te plegen. Hij plant hij zijn daad nauwkeurig,  rooft haar geld en haar bezittingen in de hoop hiermee goede werken te verrichten en zo tegengewicht te bieden aan zijn misdaad. Maar uiteindelijk speelt zijn geweten op in paranoïde ijldromen en geeft hij zichzelf aan.

“Dostojevski zorgt ervoor dat je de redenering van Raskolnikov helemaal kunt volgen”, vertelt Van den Bosch. “Je geeft hem gelijk, maar de vraag is: zou ik daarvoor een mens doden? Je zegt snel nee, want dat hoort zo. Maar als je echte armoede kent, echte honger hebt en als je ziet dat iedereen naar de klote gaat en iemand zit de gebraden haan uit te hangen, dan weet ik het niet. Dostojevski brengt je daar dicht bij en dat is een enge gedachte.”

Anders dan in eerdere voorstellingen van het NNT, zoals Alice in Wonderland of Hamlet, heeft Van den Bosch Misdaad en Straf niet geactualiseerd. “Het is een ontzettend spannend verhaal en als je dat goed vertelt, hoef je het niet naar het hier en nu te brengen. Het gaat over een wereld waarin de jongeren geen geld hebben. Daarmee wordt hun toekomst afgesloten, precies zoals je nu in Spanje en Griekenland ziet gebeuren. Raskolnikov wil iets doen. Hij neemt de verkeerde afslag, maar wel met de goede motieven. Dat was voor (regisseur) Ola Mafaalani de belangrijkste vraag: wat doe je in een crisis? Wanneer wordt je actief?”

Ondanks dat het verhaal niet geactualiseerd is, werkte schrijver en columnist Bas Heijne mee aan de voorstelling, juist om de band met het heden te smeden. “Bas is een groot liefhebber van het boek en hielp ons vanuit de huidige maatschappij op het materiaal te refelecteren. Hij heeft vooral veel bijgedragen aan het eind: Raskolnikov wordt veroordeeld tot acht jaar strafkamp in Siberië, maar wordt gered door zijn liefje Sonja en zijn bekering tot een soort verlichte christelijkheid. Daar hebben wij in de voorstelling empathie en liefde van gemaakt, juist omdat we met Bas Heijne concludeerden dat dát is wat we in Nederland nu missen.”

De aanklager in het fictieve proces in het Universiteitstheater noemt Raskolnikov een ‘overtuigingsdader’. Dat is niet toevallig dezelfde karakterisering als Volkert van der G. kreeg in het proces over de moord op Pim Fortuyn. Van den Bosch: “Noraly Beyer, die vaak research doet voor ons, heeft geprobeerd hem te spreken. Dat is niet gelukt. Ik vind die vergelijking ook niet zo gelukkig: als je Raskolnikov een terrorist noemt, dan maak je hem eendimensionaal. Dostojevski zorgt juist dat je zijn brede menselijke, maatschappelijke ideaal begrijpt. Dat zie bij Volkert niet; dat is toch een dierenactivist bij wie een draadje los zit.”

Van den Bosch is zelf ook benieuwd wat de echte rechters denken. “Twee weken geleden in Groningen hielden we zo’n zelfde rechtszaak en probeerde de verdediging zo snel mogelijk om Raskolnikov niet toerekeningsvatbaar te verklaren.” In Amsterdam kiest de jonge advocaat een originelere benadering. Hij vraag vrijspraak op grond van ‘het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid’: omdat het slachtoffer inderdaad een slecht mens was is het recht er méér mee gediend om de student niet te straffen, ondanks dat zijn daad tegen de wet is. De rechter veegt dat argument fluks van tafel. Het vonnis: zestien jaar voor moord met voorbedachten rade.

Misdaad en straf van het NNT: 22 t/m 25/3 in de Stadsschouwburg. Meer info op www.nnt.nl.

Recensie: ‘I Demoni’ van Peter Stein (HF)

Parool,recensies — simber op 14 juni 2010 om 10:47 uur
tags: , , , ,

Architect Rem Koolhaas introduceerde de term ‘Automonument’ voor gebouwen die zo groot zijn dat ze vanzelf monumentaal worden, ongeacht hun kwaliteit. Iets vergelijkbaars is aan de hand met marathonvoorstellingen in het theater. De bewondering voor de inspanning (van de spelers, maar zeker ook van jezelf – een hele dag naar Italiaanse spelers luisteren is toch een hele opgave) kan kritische beschouwing nogal in de weg staan.

Maar die is wel op z’n plaats bij de twaalf uur durende voorstelling I Demoni, die afgelopen weekend op het Holland Festival te zien was. De grootse opzet van dit project wordt niet voldoende gedragen door buitengewone vorm of inhoud.

De inmiddels 72-jarige, gevierde regisseur Peter Stein -die de afgelopen jaren voornamelijke opera’s afleverde- maakte deze bewerking van Dostojevski op zijn landgoed in Umbrië, waar hij de Italiaanse acteurs eerst de meer melodische manier van spelen afleerde, om vervolgens te werken aan een meer filmische speelstijl.

Daarmee vertellen de maar liefst 26 spelers het verhaal van een Russisch provinciestadje in de jaren zestig van de negentiende eeuw waar een groep nihilistische revolutionairen de gevestigde orde omver wil werpen, daarbij geholpen door de charismatische aristocraat Stavrogin, die een duister verleden heeft in Sint Petersburg. In zeven delen, onderbroken door pauzes waarin ook gegeten kan worden, komen we in de vergaderzaaltjes van de opstandelingen en de salons van het establishment en volgen we talloze personages in hun spirituele en politieke zoektochten en in hun geldzorgen en liefdesperikelen.

Het decor is minimaal: op een lege toneelvloer met wat meubels drijft de voorstelling op de vertellende kracht van de spelers. Mooi is de verontschuldigende intimiteit van Andrea Nicolini, die als buitenstaander bij de revolutionairen het publiek als verteller af en toe even bijpraat en het sluwe fanatisme dat Allessandro Averone als leider van de beweging uitstraalt. Maar de cast is wisselend van kwaliteit en belangrijke rollen zijn te zwak bezet. En ook ga je verlangen naar ook maar één theatrale uitspatting om het murw makende scèneverloop te doorbreken.

Overdag zijn de grote ramen onverduisterd, ’s avonds –als de verwikkelingen afstevenen op hun tragische eind- wordt de zaal donker, meer een echt theater. Dan wordt ook duidelijk waar Stein de demonen van Dostojevski’s titel -de drijfveren van de nihilistische jeugd- wil plaatsen. Het hardvochtige idealisme (“Wij eisen honderd miljoen hoofden!” raaskalt een van hen) blijkt weinig meer dan verhulde levensangst. Een geboorte, een liefde en vele doden maken aan het eind duidelijk wat er echt toe doet. En zo blijf je achter met bewondering voor de onderneming, maar ook met het gevoel dat er méér in had gezeten.

Holland Festival: I Demoni van Peter Stein. Gezien 12/6/10 in de Westergasfabriek. Meer info op www.hollandfestival.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity