Interview Frie Leysen

interviews,Theatermaker — simber op 28 september 2011 om 09:15 uur
tags: ,

Het is moeilijk om Frie Leysen te pakken te krijgen. Ze reist tussen de hele wereld af op zoek naar ‘het nieuwe en onbekende’ in het theater, in Europa, maar ook in Azië, Afrika en Zuid Amerika. In 1994 richtte ze het Kunstenfestivaldesarts op in Brussel, en sinds ze daar in 2006 vertrok organiseerde ze steeds één editie van een bijzonder festival: Meeting points in de Arabische wereld in 2007, Theater der Welt in het Ruhrgebied in 2010. Deze zomer werd bekend dat Leysen in 2012 het Berlijnse festival Spielzeit Europa zal leiden, wederom eenmalig. “De kunstsector in Europa is te braaf geworden.”

We ontmoeten elkaar in café A la mort subite in Brussel. Het schitterende etablissement, met zuilen, houten lambrisering en kleine tafeltjes, ziet eruit als een decor van Anna Viebrock en inderdaad heeft regisseur Herbert Wernicke het interieur een keer laten nabouwen voor zijn opera Orphée aux Enfers in De Munt.

“Ja, ik wordt een specialist in one shots”, zegt ze lachend over haar derde eenmalige festival-klus. “Het heeft wel een nadeel, want ik kan niets dóórontwikkelen, maar het spannende is dat je al je energie moet erop moet richten om op één moment iets te laten gebeuren. Dat is toch de essentie van wat een festival is. Ik weet gelukkig nog steeds niet hoe dat moet. Ik heb enige continuïteit in een aantal makers die ik meeneem.”

“Ik hoop dat op de festivals die ik organiseer de toeschouwers op een avond een reis kunnen maken in plaats en in tijd, zonder dat ze hun woonplaats hoeven te verlaten. Een reis met verrassingen en problemen, die je gezichtspunten verandert en je wereldbeeld uitdaagt. Mijn job is om dat te organiseren. Voor die ene avond reis ik twee maanden. Ik zie heel veel en ik zit ook heus wel eens vloekend op een saai vliegveld, maar dat is mijn werk.” Grinnikend: “En dan kan het op die ene avond toch nog tegenvallen.”

Continue reading “Interview Frie Leysen” »

Verslagje Over het IJ

Het theaterfestival Over het IJ in Amsterdam Noord biedt als vanouds theater op bijzondere locaties, en hoewel een bijzondere, mooie of spannende plek altijd zorgt voor de wow-factor, is het niet altijd genoeg voor een goede voorstelling.

Dat bewijst bijvoorbeeld theatergroep Bambie, die haar tribune neerzette bij het gebouw Kraanspoor, zo dat je een paar honderd meter weg afkijkt totaan de NDSM Werf. Prachtig is het om te zien hoe twee spelers in donkere jassen in een synchrone ganzenpas tergend langzaam naar ons toegelopen komen. Ze zijn omringd door een wijds uitzicht van kantoornieuwbouw (o.a. een nieuwe Hema), verkrotte loodsjes en een grasveldje waar een klein vrouwtje rondscharrelt. ‘Noord Gestoord’ leest de graffiti op de muur van een van de afbraakpanden.

Via een koptelefoon hoor je een soundscape, met muziek, meeuwen en scheepshoorns en –en daar gaat het mis- de dialoogjes tussen de twee mannen en het kleine vrouwtje. De tekst bestaat voornamelijk uit gemeenplaatsen over weggaan en blijven en constateringen als “dat het gras groen is, en dat de toekomst van ons is.” Tsja. Maar je kunt natuurlijk ook je koptelefoon afzetten en genieten van het panorama in het gouden avondlicht.

Wel goed is de tekst van 4.48 Psychosis, geschreven door Sarah Kane en geregisseerd door Thibaud Delpeut, een lucide tocht door het hoofd van een psychotische patiënt, die extra wrang is door het feit dat de schrijfster zelf aan ernstige depressie leed en kort na het voltooien van deze tekst zelfmoord pleegde.

De voorstelling is een knappe monoloog van actrice Wendell Jaspers, die echter enigszins wordt ontsierd door overdadige vormgeving. De locatie is een mooie fabriekshal vlakbij het nieuwe restaurant Stork en de soundscape –zowel de duister aanrollende klanken, waarbij het hele gebouw meeresoneert als de Jaspers’ stemvervorming- is schitterend, maar de heftige lichteffecten en het decor van rubbergruis voelen als overkill, alsof je bij de heftige teksten, in Delpeuts interpretatie een eindeloze schreeuw om liefde, het voorschrift krijgt hoe je je erbij moet voelen.

Het probleem is sowieso dat het regisseren van Kane’s teksten altijd een beetje koket wordt: de levenslust van de theatermakers wint het toch ruimschoots van de doodsdrang van Kane. Het mooiste en meest invoelbare moment in 4.48 Psychosis is dan ook als Jaspers even uit het strenge toneelvlak stapt en de “chronische waanzin van de gezonden van geest” beschrijft. Het houden van een partner, het zorgen voor een kind of het overwinnen van tegenslagen klinkt ineens als en symptoom van een onbegrijpelijke ziekte.

De bijzonderste locatie van het festival is toch wel het IJsselmeer: Stichting Nieuwe Helden organiseert onder de titel Botter een schitterende vaartocht in een authentieke platbodem met bruine zeilen, met een praatgrage schipper die vertelt over botters, en zijn vader, die jajem schenkt, moppen tapt en liederen zingt. Je kunt jezelf moeilijke vragen stellen over de verhouding tussen boottocht en theater, maar waarom zou je als zon op je bol schijnt, de wolken op z’n allerhollandst zijn en druppels in je gezicht spatten. Je maakt iets bijzonders mee en je steekt er nog wat van op ook. Soms is kunst iets heel eenvoudigs.

Over het IJ duurt nog tot 17 juli. Meer info op www.overhetij.nl

Verslagje Impulse Festival

buitenland,Theatermaker,verslagjes — simber op 16 februari 2010 om 21:03 uur
tags: , , , ,

Geschreven samen met Lorianne van Gelder.

Net over de grens vierde Festival Impulse eind vorig jaar zijn vijftiende verjaardag. Impulse, dat zich afficheert als het belangrijkste festival in Duitsland na het Berlijnse Theatertreffen, biedt een podium voor het kleinschaliger theateraanbod uit de Duitstalige landen, voorstellingen die buiten de stadstheaters worden gemaakt – in goed Duits ook wel Off Theater genoemd. Door een jury (waarin dit jaar Rotterdamse Schouwburg-programmeur Annemie Vanackere zat) wordt jaarlijks de beste voorstelling gekozen, die op het Theatertreffen wordt getoond. In 2007 won Ivana Müller deze prijs met haar voorstelling While we were holding it together.

In tien dagen, eind november, begin december, reizen zo’n vijftien voorstellingen tussen de kleine zalen van de Ruhrsteden Bochum, Düsseldorf, Mülheim en Keulen. De selectie bestaat uit bekende namen in het kleinezaalcircuit, zoals het Berlijnse Gob Squad, het duo Gintersdorfer/Klaßen (dat op de laatste Internationale Keuze indruk maakte met Othello, c’est qui?), het collectief Andcompany&co en enkele voorstellingen van het Weense productiehuis Brut.

Deze vijftiende editie van Impulse (25 november t/m 6 december 2009) kenmerkte zich door documentairevoorstellingen – een trend die in Nederland ook duidelijk aanwijsbaar is. Zoals Ruanda Revisited van Hans Werner Kroesinger, waarin vijf acteurs voor een wand met kaarten, cijfers en foto’s als een politieke lezing de geschiedenis van Rwanda ontleden, van koloniale heerschappij tot genocide. De acteurs lijken echter moeite te hebben de droge stof recht te doen; ze blijven vormelijk en demonstrerend waar de losse speelstijl van ’t Barre Land of Wunderbaum een levendiger resultaat zou opleveren. Na een eerste feitelijke historische les wordt het publiek uit zijn stoel gehaald en door een donkere gang met een lange rij piepkleine filmstills van de genocide geleid. Op tafeltjes in de gang liggen bordjes met broodjes kaas, slachtoffers zijn immers ook net broodjes kaas, aldus een VN-commandant ter plaatse:  ‘Nobody cares about a cheese sandwich.’

De voorstelling gaat door in een kille tent op het achtertoneel, waar vervolgens de volledige oorlog chronologisch wordt naverteld, inclusief houtspaanders ter illustratie van de doden. Ten slotte zakt het doek van de achterwand en zien we de verlaten stoelen waarop we eerder zelf zaten: wij waren al die tijd toeschouwers. Het is een beetje dik moralisme dat doodslaat door de heiligheid waarmee de makers hun onderwerp behandelen.

Beter bevallen de twee producties van Brut, ‘het Frascati van Wenen’, volgens artistiek directeur Thomas Frank. De eerste is Made in Russia van het Russische duo Andrei Andrianov en Oleg Soelimenko, waarin ze hun – grotendeels verzonnen – levensverhaal vertellen, de één een jonge danser bij het Bolsjoi en de ander een onechte zoon van Jean-Luc Godard, die samen nieuwe dansmethodes onderzoeken en uitvinden en via contactimprovisaties, tochten over de Alpen en liedjes van The Beatles uitkomen bij het eindpunt van de dans: twee mannen op het toneel, vrolijk keuvelend over dans.

Ook de dansperformance Spitze van Doris Uhlich bij Brut is de moeite waard. Ontstaan vanuit Uhlichs wens ooit op spitzen te dansen werkte ze samen met de bijna zeventigjarige prima ballerina Susanne Kirnbauer-Bundy en recent gepensioneerd danser Harald Baluch. Het werd een sympathieke voorstelling, ontroerend in haar weergave van de imperfecte balletdanser en met genoeg ironie om ook niet-dans-ingewijden te onderhouden.

Onder de Duitse makers is overigens ook duidelijk het stempel van de studie toegepaste theaterwetenschap in Giessen waarneembaar, waar makers als René Pollesch en Rimini Protokoll vandaan komen. F wie Fälschung van Giessenstudent Boris Nikitin bijvoorbeeld is extreem conceptueel theater met verwijzingen naar Orson Welles, Publikumsbeschimpfung en Woyzeck. Duidelijk theater voor ingewijden; voor leken of buitenlandse theaterkenners is het louter slaapverwekkend.

De Impulse-prijs werd op de slotavond uitgereikt aan Othello c’est qui?. Dat betekent dat de voorstelling behalve door Berlijn ook wordt uitgenodigd door de Wiener Festwochen en door De Internationale Keuze. Wat een beetje jammer is, want daar is ze al geweest.

Gezien: Impulse Festival
Waar: Düsseldorf, Keulen, Müllheim, Bochum (Duitsland)
Wanneer: 4 t/m 6 december 2009

Clairy Polak maakt TF Selectie bekend

nieuws,Parool — simber op 20 mei 2009 om 12:14 uur
tags: , ,

In Amsterdam heeft juryvoorzitter Clairy Polak de selectie van beste theatervoorstellingen van het seizoen bekend gemaakt. De jury van het Nederlands Theater Festival (TF) selecteerde elf voorstellingen die zij tot de hoogtepunten van het seizoen rekent en die in september in Amsterdam zullen worden hernomen. De jury koos een diverse lijst met onder andere een komisch maatschappelijk rechtbankdrama (De Grote Verkiezingsshow), een monoloog voor de grote zaal (Brandhout) en twee country-musicals (Heelhuids en halsoverkop en The Broken Circle Breakdown).

In tegenstelling tot vorig jaar, toen veel locatie- en zogenaamde ervaringstheatervoorstellingen werden verkozen, heeft de jury –naast Polak bestaande uit drie dramaturgen een journalist een werkplaatsdirecteur en producent Gislebert Thierens- zich dit jaar keurig aan de opdracht gehouden: vijf voorstellingen in de grote zaal werden uitverkoren en vijf in de kleine zaal. Vooruit, er zit toch nog één locatieproject bij: de toesprakencompilatie De Grote Mond van het Vlaamse gezelschap Skagen.

Binnen deze diverse keuze is weinig lijn te ontdekken, vindt ook Polak: “Voorstellingen zijn om verschillende redenen geselecteerd, maar ze zijn allemaal de moeite waard om vaker getoond te worden. Het was ook niet onze taak om samenhang aan te brengen. Het was onze taak om een mooi festival samen te stellen met hoogtepunten uit het theaterseizoen. We kozen voorstellingen die ons bij de kladden hebben gegrepen en die onder onze huid zijn gekropen. Soms gebeurt dat door de zeggingskracht en soms door het vakmanschap van de makers.”

Er zitten wel meerdere multidisciplinaire voorstellingen in de selectie.

“Ja dat klopt wel, vooral Heelhuids en halsoverkop is een voorstelling waarin zo ongeveer alle genres aan bod komen, van musical tot deurenkomedie en moderne dans. En Carmen is een samensmelting van theater en opera voor kinderen. Achteraf gezien is dat wellicht een thema, maar zo hebben we het niet bedoeld.
Ik vind die genreoverstijgende voorstellingen wel extra boeiend. Het zet je op het verkeerde been. Je bent naar iets aan het kijken dat je bekend voorkomt, maar ineens blijkt het iets anders te zijn, dat is spannend. Maar De Geit is bijvoorbeeld weer puur toneel, een stuk over een onwaarschijnlijk gegeven: een vrouw die erachter komt dat haar man een affaire heeft met een geit, maar het wordt zeer geloofwaardig gemaakt. En het is een voorstelling die heel laat knap zien hoe wij met onze taboes omgaan.”

Wat is u opgevallen aan het theater dat u zag dit afgelopen seizoen?

“In het algemeen viel me enorm op dat er ontzettend goed gespeeld werd. Ik had nog het ouderwetse idee dat je voor goed acteren in Londen moet zijn., maar dat blijkt absoluut niet waar. Een actrice als Sacha Bulthuis speelt je helemaal van de sokken.
Verder lijken theatermakers dit seizoen graag terug te grijpen op thema’s uit film of literatuur. Zoals Tien Geboden, naar de films van Krzysztof Kie?lowski. Een prachtige voorstelling over de worsteling van mensen met het leven, daarbij niet geholpen door God. Kleine en grote dilemma’s, grote emoties en verstilde momenten, humor en tragiek.”

Wat was uw rol in de jury?

“Ik heb niet zoveel gezien als een aantal van mijn collega juryleden, ik kreeg een soort selectie. De jury als geheel heeft ongeveer driehonderd voorstellingen gezien. Tijdens de laatste vergadering moesten er soms wat knopen doorgehakt worden en daarnaast heb ik het juryrapport geschreven. De keuze was soms moeilijk: over de helft van de voorstellingen werden we redelijk gemakkelijk eens, over de andere helft was veel discussie. Natuurlijk zijn er een aantal persoonlijke favorieten gesneuveld, maar dat geldt voor iedereen.
We hebben wel geworsteld met de dwingende eis dat we vijf grote zaal-voorstellingen en vijf kleine zaal-voorstellingen moesten kiezen. Er wordt veel in de kleine zaal gemaakt en minder in de grote zaal, dus het was vooral in de kleine zaal een kwestie van kill your darlings.”

Hoe heeft u het werken bij NOVA kunnen combineren met het juryvoorzitterschap?

“Dat kon eigenlijk niet, ik had er eigenlijk ook nauwelijks tijd voor, maar ik heb het toch gedaan. Ik presenteer NOVA drie of vier avonden per week, dat betekent dat ik hooguit zo’n twee keer per week naar het theater kon. Maar ik vond het verrukkelijk om te doen. Ik ging de laatste jaren, mede door NOVA, veel minder naar het theater, dus was het heerlijk om weer zoveel te zien. Oude tijden herleefden, mag ik wel zeggen, het leek wel de tijd toen ik nog redacteur was van de Uitkrant.”

De Juryselectie voor het Nederlands Theater Festival

De Geit of Wie is Sylvia? van het  Onafhankelijk Toneel
Tien Geboden van NT Gent en Wunderbaum
Carmen van Nationale Toneel en Stella Den Haag
Brandhout. Een irritatie van tg Stan
De grote verkiezingsshow van Het Zuidelijk Toneel
De grote mond van Skagen
Ben ik al geboren? van Toneelgroep De Appel
Heelhuids & Halsoverkop, een countrymusical van het Noord Nederlands Toneel en Club Guy & Roni
Amateurs van Nieuw West
MightySociety 6 van MightySociety
The Broken Circle Breakdown van Cie Cecilia

Het Nederlands Theaterfestival vindt plaats van 3 t/m 13 september 2009. Meer info op www.tf.nl

Recensies TF: Tourniquet; Haar leven, haar doden; Missie

Parool,recensies — simber op 9 september 2008 om 00:43 uur
tags: , , ,

Een meisje met blote borsten, bovenaan de trap in theater Bellevue. Naast haar een oudere jongere die flyers uitdeelt voor een voorstelling in het Fringe Festival. “Durft u te komen?”, roept hij het tussen lichte gêne en onverschilligheid twijfelende TF-publiek toe, dat staat te wachten op de Tourniquet. Het is te hopen dat ze met z’n tweeën die voorstelling nog even hebben gezien, ze zouden nog wat kunnen leren over choqueren en ongemak.

Het Theaterfestival TF biedt het beste van het Nederlandstalige theater in het hoofdprogramma en daarnaast een rommelig, maar vrolijk chaotisch randprogramma waar iedereeen zich voor kan inschrijven. De jury die het hoofdprogramma samenstelde maakte een eigenzinnige keuze uit het aanbod van het afgelopen seizoen en zo zijn enkele voorstellingen die niet of nog maar beperkt in Amsterdam speelden toch nog te zien.

Tourniquet van de Vlaamse groep Abattoir Fermé is er daar een van. Een blote vrouw in bad en twee blote mannen die een houten plank op een hoge pin en een wieltjesconstructie ronddraaien. Met haar onheilszwangere beelden van mannen in slagerskostuums met slijptollen, de blote vrouw aan het kruis, en op martelingen geïnspireerde rituelen lijkt de voorstelling een oefening in het oproepen ongemakkelijkheid. De soundtrack met pompeuze synthesizerklanken en stemmen van duivelsuitdrijvers doet er nog een schepje bovenop.

Het is nogal katholiek theater, in de zin dat de makers erop vertrouwen dat uitgekauwde en lege rituelen toch effect hebben, terwijl de voorstelling als geheel toch vooral wil laten zien dat mensen die het kwaad willen uitdrijven daarvoor altijd nog groter kwaad begaan.

Veel minder eenduidig is de locatievoorstelling Haar leven, haar doden. De Amsterdamse theaterliefhebber moest er echter wel voor naar Leiden, alwaar De Veenfabriek het stuk van de Engelse schrijver Martin Crimp situeerde in een filiaal van de V&D. In losse scènes schetsen de jonge acteurs en muzikanten het levensverhaal van Anna, van pornoster tot terroriste. Of van communevrouw tot alcoholistische moeder. De raadselachtige fragmenten wensen geen afgerond geheel te worden.

Dat is ook niet nodig, het gaat om de rondwandeling door de winkel en de ruimtes achter. De tekst over consumentisme en de mediamaatschappij schuurt aangenaam met de goedkope burgerlijkheid van de V&D. Dat werkt het mooist als we vanaf de parfumafdeling door een deur naar de ‘coulissen’ van het warenhuis geleid worden. De overgang van de toch al niet vlekkeloze façade naar de achterliggende krochten is subliem. En dan volgt nog een mooie scène bij de roltrappen, waar afdalende klanten een plotselinge en ongewenste opkomst maken op de toneelscène. De omroepberichten over sluitingstijd mengen zich moeiteloos met de laconieke liedjes van Roald van Oosten.

Nog helemaal niet te zien in Amsterdam was Missie van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg uit Brussel, het verhaal van een Witte Pater op zending in de Congo. Als je tegenwoordig in België wordt gevraagd om te spreken krijg je zeven minuten, klaagt hij; ach goed, tien, omdat je pater bent. En vervolgens vertelt acteur Bruno Vanden Broecke in zijn eentje in een allereenvoudigste setting vanachter een katheder twee uur lang het verhaal van een kleine man met een grote volharding en een pragmatisch geloof.

Schrijver David Van Reybrouck stelde zich buitengewoon dienstbaar op ten opzichte van zijn documentaire basismateriaal en dat levert en buitengewoon genuanceerd en levensecht beeld op van de missionaris als leraar, arts, wegenbouwer, voetbalcoach en liturgisch doe-het-zelver. En met zijn ouderwets klinkende Vlaams en de bijzondere toeëigening van zijn personage levert Vanden Broecke een fenomenale acteerprestatie. Minimaal theater, maar buitengewoon krachtig, en met een onverwacht theatrale uitsmijter.

Tourniquet van Abattoir Fermé. Gezien 4/9 in Bellevue; Haar leven, Haar doden van de Veenfabriek. Gezien 5/9 in de V&D in Leiden; Missie van de KVS. Gezien 8/9 in de Stadsschouwburg. Meer info op www.tf.nl

Keuze uit TF

overig,Parool — simber op 5 september 2008 om 10:39 uur
tags: , ,

Festival TF toont de hoogtepunten van het afgelopen theaterseizoen. Het Parool maakt een keuze uit het uitgebreide programma.

TF-1 (de keuze van de jury)

De twee absolute hoogtepunten van de juryselectie zijn hoog en breed uitverkocht (Romeinse Tragedies **niet uitverkocht; gaat allen daarheen!!**) of konden niet worden hernomen (U bevindt zich hier). Dan maar naar Het Geheven Vingertje, subversief, anarchistisch en heel erg grappig jeugdtheater van Jetse Batelaan.

TF-2 (het Amsterdam Fringe Festival)
Het Fringe-programma is overvol, maar onze keuze valt zonder twijfel op De ongelooflijke Bob Fresky Show van Twan van Bragt. Vanwege de titel, vanwege de prachtige countryliedjes en vanwege hoofdrolspeler Gerrit Dragt

TF-3 (discussies en verdieping)

Voor eenmaal komt TM, het vakblad voor de podiumkunsten, tot leven. Met columns en interviews onder leiding van hoofdredacteur en Neil Young-kenner Constant Meijers. Er zal waarschijnlijk gezongen worden.

TF-4 (hoogtepunten uit Vlaanderen)
Het Vlaamse en Nederlandse theater zijn behoorlijk uit elkaar aan het groeien. Neem de proef op de som met Global Anatomy van Benjamin Verdonck en Willy Thomas; slapstick en moderne dance, een levende cartoon.

Interview Jeffrey Meulman

interviews,Parool — simber op 5 september 2008 om 10:35 uur
tags: ,

Vandaag begint TF, het jaarlijkse festival met hoogtepunten van het afgelopen theaterseizoen. Op deze derde editie kan het festival nog niet al haar plannen realiseren, maar directeur Jeffrey Meulman kijkt vooral vooruit: “TF moet uiteindelijk het Cannes van het theater worden.”

Jeffrey Meulman moet nog lachen als hij eraan terugdenkt: “Toen in mei de selectie bekend werd liepen de meningen uiteen van ‘de jury heeft zich gerehabiliteerd’ tot ‘de jury heeft zich gediskwalificeerd’. Dat is geweldig natuurlijk, we hebben belang bij de discussie.”

Nu had de jury, onder leiding van Raoul Heertje, ook geen voor de hand liggen de keuze gemaakt. De selectie bestaat vooral uit locatievoorstellingen van relatief onbekende theatermakers, zoals Win-een-auto.com van het Vlaamse gezelschap Bad van Marie of Haar leven, haar doden van De Veenfabriek, dat gespeeld wordt in een filiaal van de V&D rond sluitingstijd. Slechts één voorstelling van een groot Nederlands gezelschap werd goed genoeg bevonden: Romeinse Tragedies van Toneelgroep Amsterdam. “En eigenlijk is dat ook een locatievoorstelling, maar dan in de schouwburg”, meent Meulman.

“Ik heb me eerlijk gezegd niet aan mijn opdracht gehouden: officieel moet de jury hoe dan ook vijf voorstellingen in de grote zaal en vijf in de kleine zaal selecteren”, zegt Meulman, “Maar die criteria zijn drie jaar geleden opgesteld en toen hebben we geen rekening gehouden met de opkomst van het locatietheater. De jury was dit jaar erg eensgezind en zei: dit zijn de elf voorstellingen waar we vierkant achter staan.”

“Wat daarna in de commentaren is gebeurd is dat obscuur wordt verward met marginaal en ontoegankelijk. Ja, de voorstellingen zijn onbekend, maar ze zijn misschien wel publieksvriendelijker dan ooit. Ik vind het een avontuurlijke, leuke selectie.”

Nog meer avontuur kan het publiek beleven in het Fringe Festival dat in de marge van het ‘officiële’ festival plaatsvindt. “We houden voor de Fringe een open inschrijving; iedereen die een voorstelling heeft mag meedoen. De Fringe is vooral nodig om een soort gekte te brengen in de stad, energie en ondernemerschap. Jonge theatermakers moeten de bravoure hebben om iets te doen zonder subsidie en zonder de angst om afgerekend te worden door de recensenten.”

“Het leuke aan de zo’n aanpak is dat je heel snel kan zien wat er leeft onder een nieuwe generatie. Ze zijn onbevangen en overmoedig en maken weer performance-achtige voorstellingen. Deze generatie is heel erg bezig met jaren ’70 dingen.” Net als voor het hele festival ziet Meulman een grote toekomst voor de Fringe: “Het is een groot internationaal circuit, 80 festivals met eenzelfde soort spirit. We gaan dit jaar voor het eerst een Fringe Award uitreiken voor de beste voorstelling. En we willen de beste Fringe-voorstellingen uitwisselen met  Praag, Dublin en New York.”

Meulman erkent dat het festival nog niet al zijn pretenties kan waarmaken, maar kijkt consequent naar de lange termijn: “We zoeken nog de juiste vorm en we gaan de komende jaren nog heel veel veranderen aan het festival, misschien zelfs de naam. Wij zijn een openbaar experiment. Pas als in 2010 de Nieuwe de la Mar Theaters af zijn en de nieuwe zaal van de Stadsschouwburg er is heeft de festival de capaciteit die ik wil. Er zijn dan 3000 stoelen rondom het Leidseplein en je kunt dan vier grote zaal-voorstellingen per avond laten zien. Dan kun je genomineerden voor de Toneel Publieksprijs laten zien in de Nieuwe de le Mar theaters en de juryselectie in de Stadsschouwburg.”

“Ik wil dat het publiek van heinde en verre naar Amsterdam komt voor het theater. Maar dan moet je ook zorgen dat de toneelsterren veel bekender worden. Dat zijn uitdagingen waar ik over na wil denken. Hoe maak je het ècht groot?”

Recensies Over het IJ

Parool,recensies — simber op 7 juli 2008 om 22:57 uur
tags: , ,

Wonen in het hart van Noord, met uitzicht over het IJ, het nieuwe Filmmuseum voor de deur en een metrohalte om de hoek belooft de optimistische diashow in het troosteloze bezoekerscentrum van Overhoeks. Over een paar jaar is op het Shellterrein vlakbij de aanlegsteiger van de pont in Noord een nieuwe woonwijk verrezen, maar dit jaar is het nog een dependance voor het Over het IJ festival.

Vanaf deze plek vertrek je bijvoorbeeld naar de voorstelling Keerpunt op het Centraal Station. Begeleid door meisjes in NS-uniforms en met een koptelefoon met electronische klanken op nemen we de pont. In de westtunnel duiken voor het eerst een paar figuren op die niet helemaal in de omgeving lijken te passen.

Mooiste deel van de voorstelling speelt op spoor 13, waar de internationale treinen stoppen. Een meisje rend rond met een bos bloemen in haar hand, een oude man blijkt een jongetje in zijn rolkoffer mee te dragen, vijf stationsconducteurs lopen koddig rond, een stelletje maakt achterstevoren bewegend ruzie en komt weer bij elkaar, een operazangeres  staat hoog in een seinhuisje. Vanaf het tegenoverliggende perron sla je het gade en worden de hogelijk verbaasde echte reizigers onderdeel van de act.

Het is jammer dat de verbeelding van de makers –Elien van den Hoek, Kim Arntzen en een groot aantal acteurs- nogal beperkt blijft tot bij een station horende thema’s van afscheid en ontmoeting. De minimalistische ingrepen zijn bijna te subtiel: het enorme canvas dat Centraal Station is vraagt om grotere gebaren. (Ik moest denken aan de act van een Amerikaanse theatergroep waarbij ruim 200 ‘spelers’ in de hal van Grand Central Station in New York plotseling twee minuten lang bevroren; zie YouTube)

Keerpunt drijft op de vraag: wie hoort er nu eigenlijk bij en wie niet? Pas aan het eind als een aantal spelers met enorme korenschoven proberen een trein in te komen wordt de voorstelling absurder.

Meer klassiek locatietheater brengen de twee jonge Utrechtse groepen NUT en Cowboy bij Nacht Zij maakten gezamenlijk twee voorstellingen (Bomans hoort u mij? en Ruis ik slecht verstaan) over het legendarische verblijf van Godfried Bomans op Rottumerplaat, één vanuit het perspectief van de eenzame schrijver, de ander gezien vanuit Willem Ruis, die op de wal in een geïmproviseerde studio de radiouitzending presenteert. Regisseur Nottrot zag de moeizame samenwerking tussen de stijve Bomans en de losse Ruis als voorloper van de dwingende openhartigheid van reality televisie.

Wim Meeuwissen weet de vormelijkheid van Bomans, in pak pijp rokend op het zand, knap vorm te geven en zijn aangezet dictie is aangenaam ouderwets. Wel is het jammer dat de voorstellingen nogal rauw van Oerol naar Amsterdam Noord zijn verplaatst: Bomans’ tentje staat aan de voet van de Shell-toren. Als publiek heb je prachtig uitzicht over het drukke IJ, maar een sterk gevoel van verlatenheid roept het niet op.

Aan het eind raken de voorstellingen van Bomans en Ruis op ingenieuze wijze met elkaar vervlochten. Het pleit sterk voor Nottrot’s talent dat hij dat organisatorisch, dramatisch en betekenisvol voor elkaar weet te krijgen.

Op het centrale festivalterrein op de NDSM-werf zijn tegelijkertijd ook nog lichtvoetige en laagdrempelige kleine voorstellingen te zien, zoals het zeer vermakelijke View-o-Rama (theater met 3D-viewmasters) en Spoor (live-animatie over film en spoorrails). Daarnaast is er de jaarlijkse tradititie van ultrakorte minivoorstellingen in zeecontainers van jonge makers, vaak nog in opleiding. Verrassend is Ram’p’koers, fysieke mime van een meisje in overall, erg grappig is Gruweldingen denken, over te veel mensen in een te kleine huiskamer.

Over het IJ duurt nog t/m 13 juli. Meer info op www.overhetij.nl

Recensie/verslagje Over het IJ

Ze willen er eigenlijk niet te veel aan denken en er gewoon een leuk festival van maken. Maar de medewerkers van theaterfestival Over het IJ, dat gisteravond van start ging, vrezen voor het voortbestaan van het festival dat dit jaar twee negatieve subsidiebesluiten te horen kreeg, eerst van de gemeente Amsterdam en daarna, afgelopen maandag, van het Nederlandse Fonds voor de Podiumkunsten. En het weer was ook al niet al te zomers.

De 16e editie werd in het festivalcentrum op het NDSM-terrein geopend door wethouder Gehrels van cultuur die de levendigheid van stadsdeel Noord prees en die verder het zwijgen ertoe deed of zij het festival nog met een politieke truc gaat redden. Vlak daarvoor werd ze daartoe nog opgeroepen door theatermaker Boukje Schweigman die vroeg om ruimte voor theater in de open lucht en dat verduidelijkte door samen met de bij het festival betrokken makers enkele tientallen ballonnen op te laten.

Intussen was er ook nog theater te zien op de openingsdag. Wij van Roos van Geffen bijvoorbeeld, een even beklemmende als intieme een-op-een voorstelling. De opstelling doet onmiskenbaar denken aan een peepshow, twaalf éénpersoonshokjes rondom een verduisterde piste. Nadat je in je cabine wordt geleid, wordt vanuit het diepe duister in de verte een gezicht zichtbaar, spookachtig en als een antiek masker in een donker museum. Nieuwe gezichten komen en verdwijnen, steeds dichterbij, maar steeds op voyeuristische afstand. Van Geffen’s werk heeft veel te maken dat van Dries Verhoeven. Wij mist de indringende helderheid van diens U bevindt zich hier, maar heeft een eigen poëtische rust.

Op Over het IJ is ook te zien dat de zomerfestivals meer samenwerken: Wij stond eerder op Festival a/d Werf, voorstellingen als Maat voor Maat –een ergerlijk schoolse Shakespeare van ’t Woud Ensemble- en V.O.C. van Joachim Robbrecht –interessante, maar voor het festivalpubliek wellicht té intellectuele zoektocht naar de Nederlandse mentaliteit- waren ook te zien op Oerol. De fantastische clownstragedie Schmiere van Deuten & De Goeij staat dit jaar zelfs voor de tweede keer op het festival. Dat is prettig voor makers en publiek, maar voor professionals en subsidiënten gaan de zomerfestivals daardoor veel op elkaar lijken.

Juist dat was een van de redenen voor de Amsterdamse Kunstraad om het festival subsidie te ontzeggen. Maar hoewel er zeker het nodige is aan te merken op het festival –het programma is overdadig en mist focus; de publieke belangstelling is op de openingsavond niet echt groot- is het juist de rol die Over het IJ speelt in het circuit van festivals die van belang is. Zonder Over het IJ zijn de vitale en ongewone festivalvoorstellingen (zoals die van Schweigman, Van Geffen of Deuten & De Goeij) helemaal niet meer in Amsterdam te zien. Mocht het worden opgeheven, dan zou het alleen al daarom onmiddellijk weer moeten worden opgericht.

Over het IJ duurt nog t/m 13 juli. Meer info op www.overhetij.nl

Recensies afstudeervoorstellingen ITs

Parool,recensies — simber op 22 juni 2008 om 18:28 uur
tags: , , , , ,

Afstudeervoorstellingen van toneelscholen zijn een bijzonder genre: het is een eenmalige kans voor een groep acteurs en actrices om zich te presenteren aan collega’s, regisseurs op zoek naar talent en Hans Kemna, een afscheid van hun school, en voor de opleiding een prestigeobject, waar ze hun eigen stijl kunnen tonen. Op het ITs festival waren het afgelopen weekend de afstudeervoorstellingen van de toneelscholen van Arnhem, Maastricht en Amsterdam te zien.

Bij de afstudeerklas van Arnhem ligt de nadruk het meest op het afscheid. Drie jaar geleden kwam een klasgenootje om bij een ongeluk en Punt moet een eerbetoon aan haar worden. De acht afstuderenden spelen in een zelfgeschreven stuk een vriendengroep die bij elkaar komt om een vriendin te herdenken. Maar hoe oprecht de intenties ook zijn, de voorstelling is een aanfluiting. De met platitudes doorspekte tekst ontbeert iedere spanning, en de spelers lijken met hun gebrek aan durf regelrecht te solliciteren naar een rol in een vrije productie.

De Amsterdammers pakken het beter aan. Zij vroegen regisseur Ola Mafaalani als begeleider en die maakte in 90 minuten van het probleem van de afstudeervoorstelling het thema: hoe zorg je ervoor dat je in de korte tijd die je hebt indruk maakt en iets achterlaat op aarde. Een jongen probeert het door zijn piemel als drumstick te gebruiken, een paar meisjes zijn aangekleed als de iconen Marilyn Monroe, Marlene Dietrich of Wiske, en achterop het toneel staat een lichtgevende klok.

Met de hyperactieve chaos op het toneel (met twintig man op het toneel nu extra indrukwekkend) en een ronddolende engel (een acteur met een rossige baard in een trouwjurk) is de voorstelling vintage Mafaalani, maar 90 minuten is ook het meest een uithangbord voor een opleiding. In Amsterdam zijn de toneelschool en de kleinkunstacademie een paar jaar geleden gefuseerd, maar er blijven duidelijk te onderscheiden toneelspelers en kleinkunstenaars, waarbij de eersten een beetje wegvallen in deze chaos van  vondsten en sketches. Gelukkig kunnen ze allemaal prachtig zingen.

De toneelacademie Maastricht kiest juist voor een bestaand stuk – Het Koude Kind van Marius von Mayenburg, vorig seizoen uitgevoerd door De Theatercompagnie – en de acteurs laten degelijk, maar uitstekend spel zien. De regie is wat onevenwichtig, maar in deze voorstelling zitten voor het eerst een paar acteurs die ik in de toekomst wel vaker aan het werk wil zien, met name Alejandra Theus die hier onwillige moeder met campari-jus verslaving neerzet en Bram de Win als dictatoriale vader die zijn kinderen haat.

De meeste eigenzinnige school – de Mimeopleiding uit Amsterdam – levert echter de meest eigenzinnige voorstelling af, Spaar ze alle 9 geregisseerd door Lotte van den Berg. Op een donkere housebeat die ruim een uur door het lege Frascati 1 galmt, dansen de acht mimers wild in het koude licht. Af en toe komen één of twee van hen tot rust; ze zoenen, drinken water of praten tegen elkaar – onverstaanbaar door de doordenderende beat. Dit heeft niets meer met de afstudeerconventies te maken. Hier wordt tenminste radicaal en compromisloos theater gemaakt, maar juist hier worden acht performers gepresenteerd die je niet gauw weer zal vergeten.

Het ITs duurt nog tot 28 juni. Meer info op www.itsfestival.nl

Volgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity