Over ‘V.O.C.! Wijde Weelderige Wereld’ van Joachim Robbrecht en De Warme Winkel

overig,Parool — simber op 21 november 2008 om 15:35 uur
tags: , ,

Een kort stuk over V.O.C.! Wijde Weelderige Wereld van Joachim Robbrecht en De Warme Winkel voor Volume, het tijdschrift van het Gasthuis, het nummer van september 2008. Werd aangevuld met foto’s en enkele tekstfragmenten.

De Nederlander, Joachim Robbrecht heeft een eindeloze fascinatie voor dit specimen. De van oorsprong Vlaamse schrijver en regisseur doet nu al enkele jaren onderzoek naar de Nederlandse identiteit. Eerder maakte hij voorstellingen over het weer, Van Gogh, en Anne Frank. Deze zomer maakte hij met De Warme Winkel een voorstelling over de V.O.C.-mentaliteit, door onze minister-president aangeprezen als tegengif voor de Jan Saliegeest.

Robbrecht doet in zijn stukken niet aan plots en personages zijn er nauwelijks, of worden gebaseerd op wat de spelers aan eigen bagage meebrengen. Ook V.O.C. ‘leent’ als het ware de theatrale vorm om iets te zeggen dat meer essayistisch is. Het diept de clichés van Balkenende en anderen over Nederland uit, maar ondergraaft ze juist daarmee.

De zoektocht naar identiteit bij Robbrecht begint altijd bij de taal. Hij start met clichés, gemeenplaatsen, stoplappen en gaat ermee aan de gang. Hij speelt ermee, kneed ze, vergroot ze uit, trekt ze tot in het belachelijke door, transformeert ze naar andere terreinen. Eerst lijkt het niets meer dan spel, een witz, cabaret bijna. Maar uiteindelijk ontbreekt de clou, laat hij je achter met onaangename onzekerheden.

De personages denken niet, ze formuleren slechts. Of ze nu een kille zakenman zijn, een Poolse importbruid of een onzekere dichter, ze redeneren zich suf, maar denken doen ze niet. En achter dat fomuleren schuilt steeds een zekere hardheid, een focus op eigenbelang en wantrouwen.

Robbrecht’s beelden sluiten aan bij de woorden. De vier spelers zijn gekleed in pofbroeken, maar de regentenkragen zijn niet uit De Gouden Eeuw, maar blijken imkermaskers te zijn. Hun gestileerde bewegingen doen denken aan schilderijen van Hollandse meesters of aan de gestiek van Jelgerhuis, maar hebben bij nader inzien alleen een pompeus effect.

Zo toont Robbrecht de valkuilen van het eendimensionale identiteitsdenken in het publieke debat. Nadenken over ‘Nederlander zijn’ is niet per se een aangename bezigheid, alles waarop ‘we’ trots zouden kunnen zijn hangt samen met minder edele eigenschappen.

Interview Mark Timmer

interviews,Theatermaker — simber op 17 november 2008 om 19:24 uur
tags: , , ,

Sinds begin dit jaar is Mark Timmer artistiek directeur van de fusie-organisatie Gasthuis-Frascati. Werkplaats Gasthuis in Amsterdam West, waar Timmer al sinds 2001 directeur was, en podium en productiehuis Frascati in de Nes groeiden al enige jaren naar elkaar toe. Eind september presenteerde de nieuwe organisatie zich. Een gesprek over lange lijnen, cruciale gesprekken en infiltreren in de stad.

Het eerste gesprek met Mark Timmer is een paar weken vóór Prinsjesdag. Er is nog veel onzekerheid over de financiering, er dreigen structurele problemen voor de productiehuizen in de Basisinfrastructuur en Timmer is een beetje terughoudend om er al te veel over te zeggen. Liever heeft hij het over de plannen voor Frascati en zijn fantastische nieuwe team. Maar voor die tijd moet hij toch het een en ander kwijt: ‘Vanuit de productiehuizen gezien is het afgelopen jaar een tamelijk destructieve exercitie geweest. We hebben lang het idee gehad dat we niet serieus zijn genomen. De gesprekken met subsidiënten zijn zeer vriendelijk, maar eigenlijk is het heel pijnlijk. Ze lijken niet langer je partners, er is geen historisch besef. Je ziet het bij alle overheden. Je zit steeds vaker te praten met de plaatsvervanger van de interim van een adjunct die met zwangerschapsverlof is. De belangrijke beleidsbepalers van diensten en de bepalende ambtenaren met passie en hartstocht, die zeggen ‘dat ga ik voor jou voor mekaar krijgen’ zijn verdwenen. Wellicht is het kunstenveld ook te groot en te onoverzichtelijk geworden, maar ik mis gesprekspartners om lange lijnen mee uit te zetten.’
Continue reading “Interview Mark Timmer” »

Recensie Gastschrijvers #5 van Gasthuis Frascati

Drie jonge schrijvers schrijven ieder een stuk en drie jonge regisseurs maken er een geënsceneerde lezing van. Het concept van Gastschrijvers is redelijk overzichtelijk. Dit jaar, bij de vijfde editie, koos het theaterwerkplaats Gasthuis ervoor om schrijvers van vorig jaar -Marjolijn van Heemstra, Hannah van Wieringen en Jibbe Willems- nogmaals te benaderen. Ze werden nu niet alleen aan regisseurs gekoppeld, maar werden ieder ook ondersteund door een groot theatergezelschap.

Dat is een hoop verpakking voor toch wat weinig inhoud. Deze week kan het publiek in het Gasthuis de drie kleine voorstellingen achter elkaar zien en hoewel de stukken helemaal niet onaardig zijn, lijkt uitvoering door een van de nieuwe stadsgezelschappen nog ver weg.

De twee vrouwen schreven teksten over maakbaarheid van het leven. Van Heemstra laat in Blauwe Maan drie personages praten over de landing op de maan en het vooruitgangsdenken in hun eigen leven. Haar droge, poëtische zinnetjes zorgen echter voor te weinig onderscheid tussen de personages. Lege plek van Van Wieringen begint sterk, met twee jonge vrouwen die samen expliciet een verhaal gaan construeren, maar al snel lopen zowel de personages als de schrijfster vast, hoewel de onverwachte bijrol van een huilende veerman goed gevonden is.

Willems is de meest opvallende auteur. Niet alleen is zijn tekst Taxi de meest theatrale van de drie, hij wordt ook al stevig opgepikt door het talenthongerige theaterveld. Deze week worden wel drie van zijn teksten gespeeld in Amsterdam, naast Taxi ook nog Apocalypso door Het Syndicaat in het Rozentheater en een slimme, opgesekste bewerking van Antigone in eigen regie in Frascati.

Voor Gastschrijvers maakte hij een tekst over een troubadour, een meisje en een taxi-chauffeur, met veel tijdsprongen en geïnspireerd door film-noir. Het zicht op zijn tekst wordt echter enigszins belemmerd door de radicale keuzes van regisseur Joachim Robbrecht, die alle tekst laat uitspreken op de geluidsband en zijn acteurs in een noir decor met strijklicht, rook en videoprojecties van verlaten snelwegen en glamoureuze films een repeterende choreografie laat uitvoeren van binnenkomen, slaan en sterven.

Het is eigenzinnig, uit de heup geschoten toneel, maar als showcase voor een nieuw stuk streeft het zijn doel voorbij. En het roept ook vragen op over de missie van Gastschrijvers. Want hoe sympathiek het ook lijkt om schrijvers zonder opdracht of thema aan het werk te zetten, in de Nederlandse theaterpraktijk blijkt keer op keer dat juist wanneer schrijvers, regisseurs en acteurs samenwerken bij het ontwikkelen van nieuwe teksten er iets bijzonders ontstaat.

Gastschrijvers #5 van Gasthuis Frascati. Gezien 23/4/08 in het Gasthuis. Aldaar t/m 27/4. Meer info op www.theatergasthuis.nl

Recensie: ‘Anne Frank: Leeft en Werkt’ van Joachim Robbrecht

Parool,recensies — simber op 27 januari 2008 om 18:14 uur
tags: , , ,

Nu de fusie van Frascati en het Gasthuis een feit is, zal de inhoudelijke scheiding tussen de twee gebouwen de komende tijd steeds duidelijker worden: in de Nes zie je voorstellingen die ‘af’ zijn, in de bovenzaal in West zit je met je neus op het experiment. Zo stond enkele maanden geleden nog de prachtige voorstelling IJs van jonge regisseur Joachim Robbrecht in Frascati, maar zijn nieuwste project, Anne Frank: Leeft en Werkt, staat in het Gasthuis.

Robbrecht verzamelde zes mensen, drie mannen en drie vrouwen van verschillende generaties. Het zijn geen acteurs, wel zijn ze allemaal Joods. Ze dansen, zingen, bewegen langs de wanden van het podium met een kaars, ze staan in een houten garage-achtige doos rechts op het toneel en ze vertellen verhalen. Of eigenlijk: fragmenten van verhalen.

Een oudere vrouw vertelt over het vijftigjarige huwelijk van haar grootouders, eind jaren dertig. Zeer weinig ooms en tantes hebben de holocaust overleefd. Een oudere man, niet al te groot van stuk, zegt eenvoudigweg: “In de oorlog was ik klein. Nu ben ik nog steeds klein.” Een ander, geboren na de oorlog, vertelt over zijn tijd in een kibboets.

De veel jongere, expressieve speler Eran Ben-Michaël vertelt een talmoedisch verhaal: als een vrouw zwanger is, komt er een engel die het ongeboren kind de hele Torah leert. Maar op het moment dat het kind wordt geboren komt er een andere engel die het kind op het hoofd slaat, zodat het alles weer vergeet. God vindt het nodig dat we vergeten leren, omdat we anders alleen maar aan onze dood kunnen denken.

Een meisje in een witte jurk zwijgt. Je kan een tijd denken dat zij Anne is, die geen verhaal meer kan vertellen. Ze blijkt echter een koket meisje dat haar dagboek in navolging van Anne Kitty noemt en daarin schrijft over haar overleden opa en een verloren vogeltje.

En zo vloeit de voorstelling langs bekend terrein. Nu de herinneringen uit de eerste hand aan de oorlog langzaam maar zeker verdwijnen, wordt het belangrijk om het collectieve verhaal over Nederland en zijn bedenkelijke aandeel in de holocaust te blijven toetsen aan de persoonlijke verhalen van mensen die die geschiedenis hebben meegemaakt, maar dat die ook weer moeten vergeten om dóór te kunnen gaan. Robbrecht kiest voor een (aan Ine te Rietstap doen denkende) vorm van community theater die niet oninteressant is, maar toch weinig betekenis heeft voor een publiek buiten de kring rondom de medewerkers.

Anne Frank: Leeft en Werkt van Joachim Robbrecht, Gasthuis. Gezien 26/1/08 in het Gasthuis. Aldaar t/m 9/2. Meer info op www.theatergasthuis.nl

Recensie: ‘Electronic City’ van Susanne Kennedy, Gasthuis

Parool,recensies — simber op 23 september 2007 om 09:36 uur
tags: , , , ,

De jonge, van oorsprong Duitse regisseuse Susanne Kennedy viel vorig jaar op met de fysieke en eigenzinnige voorstelling Phaedra’s Love bij Het Nationale Toneel. Nu ensceneert ze bij het Gasthuis een nog niet eerder gespeelde tekst van de Duitse schrijver Falk Richter, Electronic City (2002), en toont daarbij een kenmerkend verschil tussen Nederlandse en Duitse toneelschrijvers.

Het is opvallend dat Nederlandse equivalenten en generatiegenoten van Richter zoals Eric de Vroedt, Marijke Schermer en Oscar van Woensel meer ‘gebruiksteksten’ schrijven. De schrijver is tevens regisseur, schrijft als het ware aan de rand van de speelvloer, op het lijf van een vaste acteursgroep. Nadat de eerste voorstelling is uitgespeeld is de kans dat het stuk wordt hernomen vrijwel nihil.

Duitse collega’s, naast Richter bijvoorbeeld Marius von Mayenburg en Roland Schimmelpfennig, lijken juist bewust bezig met het scheppen van nieuw repertoire. Ze regisseren ook niet hun eigen teksten en worden regelmatig opnieuw geënsceneerd bij een van de vele stadsgezelschappen in de uitgestrekte bondsrepubliek.

Electronic City gaat over verloren zielen, die de weg kwijt zijn in een wereld van vliegveldlounges, winkelcorridors en ‘welcome home’ hotelketens die overal op de wereld hetzelfde zijn, gemaakt voor gekloonde zakenmannen. Alleen aan het soort porno op het betaalkanaal is te zien op welk werelddeel je bent. Twee jonge mensen proberen in deze plaatsloze plaatsen elkaar te vinden. “Is dit de intensive care of de zwaarbeveiligde vleugel of de gang?”, vragen ze dringend aan het publiek.

Hij is verdwaald op een gang, op zoek naar de deur met daarachter zijn laptop, zijn mobiel, zijn codes en zijn agenda. Maar is hij op de goede verdieping, in het goede gebouw, in de juiste stad? Zij wordt de wereld rondgevlogen om producten langs een scanner te halen en geld in ontvangst te nemen in vliegveldwinkels, maar nu is haar scanner stuk. Het noodtelefoonnummer geeft een bandje en een gebruiksaanwijzing is onvindbaar.

Achter het hyperbolische wereldbeeld zit nogal belegen maatschappijkritiek. De consumptiemaatschappij zorgt voor eenvormigheid, niet alleen van onze omgeving, maar ook van onze persoonlijkheid en onze verlangens. Ieder denkt uniek te zijn, maar eigenlijk willen we allemaal onze eigen real-life soap, waarvoor we in gedachten al de voice-over inspreken.

Het zou bijna ergerlijk worden, ware het niet voor de twee opvallend fijne acteurs. Merijn de Jong is dan weer intens, dan weer lijzig en Çigdem Teke, die eerder opviel in Mightysociety3, weet snel te schakelen tussen de wanhopige kassamiep en de beschouwend reality ster. Kennedy laat zien waar ze goed in is: teksten die uit zichzelf niet zo dramatisch zijn confronterend en boeiend op het toneel brengen. Volgende keer hopelijk met een interessanter stuk.

Electronic City door Gasthuis Producties. Regie: Susanne Kennedy. Gezien 21/9/07 in het Gasthuis. Aldaar t/m 29/9. Meer info op www.theatergasthuis.nl

Fusie Frascati en Gasthuis

nieuws,Parool — simber op 11 september 2007 om 22:28 uur
tags: , , ,

Het Amsterdamse theater Frascati in de Nes en theaterwerkplaats Gasthuis in Oud West gaan per 1 januari 2008 fuseren. Mark Timmer (40), nu artistiek leider van het Gasthuis, gaat de nieuwe organisatie leiden. De huidige directeur van Frascati, Nan van Houte (52), neemt na vijftien jaar afscheid.

Volgens de twee instellingen is de fusie geen verstandshuwelijk, maar een logisch gevolg van de toegenomen samenwerking in de afgelopen jaren. “We delen dezelfde ideeën over theater en de interessante ontwikkelingen daarin”, aldus Van Houte: “Veel theatermakers stromen nu na een traject bij het Gasthuis door naar het productiehuis en podium van Frascati.”

“We moeten niet van de overheid en het gaat ook niet om bezuinigen”, benadrukt ook Timmer: “Je merkt echter dat theatermakers de afgelopen jaren steeds veelvormiger zijn gaan werken. Ze hangen niet aan één genre of plek of circuit. Maar juist die mentaliteit vraagt grotere, flexibele organisaties om dat allemaal mogelijk te maken.”

“Door de schaal van onze organisaties kunnen we nu bijvoorbeeld niet goed internationaal werken,” vult Van Houte aan: “Door schaalvergroting hopen we buitenlandse tournees van onze makers beter te kunnen begeleiden en meer internationaal aanbod naar Amsterdam te kunnen halen.”

De nieuwe organisatie zal de twee huidige locaties behouden, maar de profielen verscherpen. Het Gasthuis wordt een centrum voor onderzoek en ontwikkeling waar kunstenaars zonder veel beperkingen kunnen pionieren. Frascati wordt het publiekspodium met een sterke binding met de stad, waar bezoekers kennis maken met eigentijdse voorstellingen. Timmer: “Omdat de organisaties elkaar zo goed aanvullen kunnen we ze zonder grote gevolgen voor het personeel in elkaar schuiven”

De programmering van Frascati zal wel veranderen. “Er zullen meer eigen producties komen te staan” zegt Timmer, “Maar ik wil ook scherpere keuzes maken in de groepen die hier te gast zijn. We willen iets minder gezelschappen steviger neerzetten in de stad, met meer context, nagesprekken en dergelijke”.

Hoewel Van Houte vertrekt is  ze nog zeer enthousiast is over de plannen: “Ik hoop en verwacht dat Frascati hét experimentele podium van de stad zal blijven. Mark Timmer is een zeer geschikte opvolger. Hij heeft oog voor interessante mensen en heeft makers als Jetse Batelaan, Laura van Dolron en Ivana Müller voor langere tijd aan het Gasthuis weten te binden.”

Wat ze zelf gaat doen weet Van Houte nog niet: “Ik probeer het nog even niet te weten. Maar er staat binnenkort veel te gebeuren in de podiumkunsten. Er valt voor mij wel weer een stoeltje vrij.”

Recensie: Walden Revisited van Laura van Dolron

Parool,recensies — simber op 22 december 2006 om 09:25 uur
tags: , ,

Stand-up Philosophy noemt jonge theatermaker Laura van Dolron haar voorstellingen en de term dekt de lading goed. Walden is een humoristische performance die draait om de persoonlijkheid van Van Dolron, maar ondertussen worden er stevige filosofische noten gekraakt. Over de noodzaak om jezelf te verheffen gaat het, over de spanning tussen elite en onderklasse en over de doordringende kracht van het kapitalisme. Maar ook over de lelijkheid van Ikea en de hersenloosheid van reclame en zweverige therapieën.

Van Dolron staat alleen, midden op het toneel te redeneren, vanaf de zijkant kijkt mede-performer Lizzy Timmers toe. Soms krijgt Timmers een opdracht om iets te zeggen of om een stoel aan te dragen, meestal gehoorzaamd ze gewillig, maar af en toe komt ze in opstand en doet ze haar eigen zegje. De actrices spelen dat ze improviseren, maar als publiek weet je donders goed dat alles uiterst berekenend in scène is gezet.

De voorstelling neemt het boekje Walden van de 19e eeuwse Amerikaanse filosoof Henry David Thoreau als uitgangspunt. Thoreau was een vrijdenker, een voorstander van anarchisme en een strijder tegen belastingen die natuurlijke schoonheid en het genot van zwerven door het bos hoger achtte dan materiële bezittingen. Hij keerde de wereld de rug toe en bouwde zijn eigen huis aan een afgelegen meertje.

In Thoreau’s strenge filosofie lijkt Van Dolron een reddingsboei te vinden voor het postmoderne relativisme waarmee ze is opgegroeid en waar ze depressief van wordt. Op de grote levensvragen kan zij oneindig veel antwoorden formuleren en voor al die antwoorden zijn argumenten te verzinnen. Thoreau ziet het veel eenvoudiger: hij acht sommige waarden eenvoudigweg hoger dan andere.

Maar uiteindelijk kan Van Dolron deze rechtlijnigheid ook niet aan. Ze doet een sketch Kapitalistisch cabaret, waarin ze het politiek correcte wereldbeeld over arm en rijk op de hak neemt en laat zien dat ze daar net zo makkelijk in kan geloven als in de statements van de antiglobalisten die ze belachelijk maakt. Omkeringen, redeneringen en deconstructies worden als een lichtvoetig spel neergezet, waarbij ook nog eens direct op de voorstelling zelf wordt gereflecteerd.

Omdat het een voorstelling is die een gedachtegang uitwerkt in plaats van een verhaal vertelt, is er niet een eenduidige conclusie, of het moet zijn dat al dat denkwerk in de weg gaat staan van eenvoudig, menselijk contact. Dit is theater waarin hardop wordt nagedacht, met alle onzekerheid van dien, en dat is bijzonder.

Theater Walden Revisited van Laura van Dolron, Gasthuis productie. Gezien 21/12/06 in Het Gasthuis. Aldaar t/m 6/1/07, tournee t/m 10/2. Meer info op www.theatergasthuis.nl

Gezien: Een Bijzonder Goede Vrijdag

Theatermaker,verslagjes — simber op 28 augustus 2006 om 18:44 uur
tags: , , , ,

Gezien: Een Bijzonder Goede Vrijdag
14 april 2006, in en rond het Gasthuis en DWA, Amsterdam

Eigenlijk is Een Bijzonder Goede Vrijdag een festival van één dag. De dag is een initiatief van de vier werkplaatsen en productiehuizen in Amsterdam: Produktiehuis Frascati, Hetveem Theater, Gasthuis en Danswerkplaats Amsterdam (DWA). Na eerdere halfslachtige pogingen op het festival Septemberkoninkjes presenteren de theaterlaboratoria van de stad nu voor het eerst werk van hun kunstenaars in onderlinge samenhang. Op één vrijdagmiddag en -avond werden zeven presentaties getoond.

Het is een buitengewoon lovenswaardig initiatief, alleen al om praktische redenen. Het is heerlijk om als professionele theaterbezoeker die weinig tijd vindt om de werkplaatsproducties bij te houden (zoals ondergetekende) om na één dag weer even helemaal bij te zijn. Daarnaast lijkt deze formule ook aantrekkelijk voor een iets breder theaterpubliek, dat nieuwsgierig is naar work in progress van jonge makers.

Het aanbod aan podiumkunsten op deze dag is uiteenlopend: van de onopvallend poëtische dans van Nora Heilmann tot de absurdistische praatmime van Jef van Gestel en van een cabareteske monoloog van José Klaase tot een iPod-installatie van Petra Ardai, alle disciplines en vermengingen zijn vertegenwoordigd.

Hoewel de makers werkzaam zijn bij vier verschillende instellingen lijkt er niet echt sprake van ‘bloedgroepen’. Dat heeft enerzijds te maken met het gebrek aan een heldere artistieke signatuur van de verschillende werkplaatsen, maar ook met de pragmatische instelling van de jongste generatie podiumkunstenaars. Hun werk is vanzelfsprekend multidisciplinair en ze werken waar ze terecht kunnen. Het onderscheid van de werkplaatsen naar discipline (Gasthuis voor toneel, Hetveem voor mime, DWA voor dans en Frascati voor multimedia en multiculti) voelt op deze vrijdag nogal achterhaald.

Het pragmatisme van de makers leidt ook tot projecten waarin niet zozeer gestreefd wordt naar vernieuwing of vormexperimenten, maar waarin ze vooral lijken te werken aan een betere beheersing van theatrale vormen. De presentaties hebben stuk voor stuk kwaliteit, maar het wordt nergens echt spannend. Het meest experimenteel is nog The Letters to Movement Project, waarin danseres Hillary Blake Firestone kennissen vroeg om een brief aan beweging te sturen. Ze leest de brieven voor en reageert daar weer fysiek op. De combinatie van het abstracte idee en de openhartige presentatie wekt veel sympathie.

Meest geslaagde presentatie van de dag is de nieuwe voorstelling Over Morgen van Laura van Dolron. Drie mensen houden een monoloog over hun depressie, met een tekst vol mooie beelden over ijs eten met een schoenlepel en je matras in de huiskamer leggen zodat je het gevoel hebt bij iemand te logeren. Het is een mooi stukje toneel, eenvoudig en helder uitgevoerd.

De vier organiserende instellingen zeggen dat ze vanaf nu een dergelijk minifestival eens in het half jaar willen organiseren. Het is te hopen dat ze dat waarmaken, want het is een zeer welkome aanvulling op de Amsterdamse theaterkalender.

‘Poema’ van Annemarie Slotboom door Gasthuis

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:24 uur
tags: , ,

Drie mannen in een snackbar op de Veluwe. Hun auto is gestolen, hun mobiel heeft geen bereik. Een louche vastgoedman met identieke hotels overal ter wereld die af en toe met koffers vol zwart geld de Route du Soleil afrijdt; een bekende schrijver die een boek over een kloon heeft geschreven; een bedrijvendokter die de wereld over reist om miljardendeals te sluiten. Die laatste heeft ze hierheen gebracht, in plaats van -zoals de bedoeling was- naar het vliegveld.

Poema is het nieuwe stuk van de jonge toneelschrijfster Annemarie Slotboom, die eerder opviel met een paar sterke, directe toneelteksten. Dit stuk is actueler en herkenbaarder dan haar eerdere werk; de titel is ontleend aan de hype rond de vermeend ontsnapte poema op de Veluwe die vorige zomer het hele land in haar greep had.

Nederlanders zijn goedgelovig, lijkt Slotboom te betogen: we geloven in niet bestaande poema’s, maar ook in mythes over geld, en carrières en onze eigen belangrijkheid. De drie personages zijn buitengewoon onsympathiek en als door het onvrijwillige isolement hun zekerheden op de proef worden gesteld veranderen ze in beesten.

De snackbar (decor van Tjallien Walma van der Molen) is een echte snackbar, compleet met vitrine vol onappetijtelijke diepvrieshapjes, tl-verlichting, een kapot systeemplafond, van onder de toonbank verkocht bier en friteuse waarin de acteurs zelf een patatje kunnen klaarmaken. En compleet met plattelands snackbar-meisje dat niet zo goed weet wat ze moet met dit wereldse geweld.

Zij is de enige die op compassie mag rekenen, maar ook zij is naïef. Ze gelooft in eenvoudige dingen: dat haar vriend terug komt van de poemajacht en dat ze rijk worden en een huis kunnen kopen.

De drie klootzakken worden overigens allemaal uitstekend neergezet door de acteurs, waarbij vooral Iwan Walhain opvalt als de morsige, in tegenstrijdigheden grossierende schrijver. Regisseur Giselle Vegter houdt de abstracte tirades helder en licht en dat is nodig, want Slotboom’s tekst is wel erg pessimistisch over de staat van ons land. Zij heeft een licht cynisme gemeen met andere jonge, geëngageerde toneelschrijvers als Eric de Vroedt en Marijke Schermer, maar mist nog de scherpte om haar caricaturale personages overtuigend neer te zetten.

Poema van Annemarie Slotboom van Gasthuis. Regie: Giselle Vegter. Gezien: 10/6/06 in het Gasthuis. Aldaar t/m 17/6, tournee volgend seizoen. Meer info op www.theatergasthuis.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity