Recensie: ‘Detroit dealers’ van Wunderbaum

Daar sta je dan, tussen de Volvo’s. Automobielbedrijf Van Vloten in Noord is een opvallende locatie voor het Holland Festival, en de dealer heeft goed uitgepakt, met kaas, olijven, uitstekende wijn een speciale festivalaanbieding: 1500 euro korting, een diner bij De Goudfazant en twee kaarten voor een toneelvoorstelling als je nu een nieuwe auto koopt.

De voorstelling die hier staat heet Detroit Dealers, van de Rotterdamse theatergroep Wunderbaum. Het is een persoonlijke, documentaire-achtige voorstelling over de fascinatie van acteur Walter Bart met auto’s. Uitgangspunt is het verhaal van zijn grootvader, Opel-dealer, die in de jaren ‘60 op zakenreis naar Detroit ging en daar een affaire had met een zwarte soulzangeres, waaruit weer kinderen en kleinkinderen geboren werden, die Bart in Amerika is gaan opzoeken. Of misschien is het wel niet helemaal zo gegaan, in een vorige voorstelling werkte Wunderbaum met een vergelijkbare mystificatie.

De voorstelling begint met een hilarisch filmpje (van Gerbrand Burger) waarin Bart en mede-Wunderbaumer Maartje Remmers met de grootste SUV die ze maar konden huren door Detroit karren op zoek naar Rosemarie Wilson, Barts Amerikaanse nicht. Daarna is het een losse, overvolle verzameling scènes over familie, cultuurverschillen, auto’s, sex, de opkomst en ondergang van General Motors en Detroit, hiphop, fietsen, milieuvervuiling en nog zo wat, gespeeld, gezongen en gerapt door Bart, Remmers en Wilson.

Het leuke aan Wilson is haar totale gebrek aan ironie; volkomen oprecht kan ze vertellen over haar liefde voor Detroit en grote auto’s en haar wil om verbinding te maken met het publiek. Dat contrasteert prachtig met de ironische afstand die altijd in het spel van Wunderbaum ingebakken zit. Die wonderlijk gelukte tegenstelling is het hart van de voorstelling, uitmondend in een geweldige rapbattle tussen de hakkelende, geëxalteerde Bart en de sexy en geestige flow van Wilson, ondersteund door de coole electronische muziek van Bo Koek, Jens Bouttery en Andrew Claes.

Daardoor neem je voor lief dat het onderwerp vrij warrig blijft en dat tegelijk de rijkdom van de associaties ook niet echt overslaat op de toeschouwer. Dat zie je vooral bij de drie onderbrekingen, waarin Remmers drie aspecten van de auto verbeeldt – de auto als sekssymbool, vervuiler en electrische toekomstdroom. Remmers doet daar op een erg geestige manier verheven, maar de teksten zijn te zwak. Hier wreekt zich dat de voorstelling eerder in het Engels is gespeeld (in Pittsburgh, eerder dit jaar), want dan klinken in alle platitudes een eindeloze hoeveelheid songteksten en filmquotes mee, een effect dat in het Nederlands verdwijnt.

In de laatste scène waarin Bart en Wilson samen de verleiding van de grootvader naspelen –tegelijk gefilmd als film noir– is dan weer erg mooi. Aantrekkingskracht, daar gaat deze voorstelling eigenlijk over, en dat heeft Wunderbaum in ruime mate.

Holland Festival: Detroit dealers van Wunderbaum. Gezien 15/6/12 in Automobielbedrijf Van Vloten, Amsterdam Noord. Aldaar t/m 21/6. Meer info op www.wunderbaum.nl

Recensie: ‘Dallas’ van Nieuw West

Alledrie waren ze elf of twaalf toen John F. Kennedy in 1963 in Dallas werd vermoord. Waarschijnlijk heeft het voor theatermaker Marien Jongewaard, zijn vrouw, choreografe Truus Bronkhorst en toneelschrijver Rob de Graaf blijvend hun beeld van Amerika gevormd: de mogelijkheid van de utopie en het geweld waarmee die verbrijzeld wordt. Hun fascinatie werkten ze uit in de voorstelling Dallas die gisteren in première ging.

Nu zijn de meeste voorstellingen van Nieuw West toch in de eerste plaats monologen van Jongewaard, op zijn tanige lijf geschreven door De Graaf. Ook in de omlijsting van de soms hoekige, dan weer elegante dans van Bronkhorst, de langzame, vibrerende akkoorden op de electrische gitaar van Wiek Hijmans, en de video van het Guggenheim Museum in New York van Gerbrand Burger, blijft Jongewaard met zijn maniakaal zangerige stem en zijn woordenstroom het onmiskenbare middelpunt van de voorstelling.

Hij stelt zichzelf, in glimmend lila pak en lange pruik, en Truus voor als John en Jacky. In drie delen vliegen we langs enkele iconische momenten en plekken: Ellis Island, Woodstock, het huis met de vier lijken uit In cold blood, de stad die De Engelen heet en geen pleinen heeft. Later is Jongewaard met blote bast en een hoedje een witte rappoeet, een handelaar in geluksarmbandjes, rinkelend om zijn polsen. Het geluk is te koop, maar dreigend achter hem staat Jacky met een groot zwartmetalen geweer. Als hij haar vraagt om af te rekenen schiet ze.

Tenslotte zit hij op de grond en laat hij zijn eigen racistische, hatende, giftige woorden op zich neerdalen. We herkennen de permanente woede in het Amerikaanse publieke debat en de cynisme over Obama. ‘De wereld stinkt – en dat is een geur die jij verspreidt.’ Maar tegelijk zien we dat het Nieuw West misschien wel minder om Amerika te doen is dan om hun eigen land.

Dallas is vol en overdadig, maar misschien wel niet exorbitant genoeg. De gitaarsolo’s als van Jimi Hendrix, losgezongen dansen als van een vermoeide Janis Joplin zijn boeiend, maar bedwelmen te weinig. Pas helemaal op het eind, als op de video –waarvan je je de hele avond hebt zitten afvragen of het nu film, animatie, of computergegenereerd is – het Guggenheim in de fik vliegt, wordt de voorstelling even de trip die het had kunnen zijn.

Dallas van Nieuw West. Gezien 13/1/11 in Frascati. Aldaar t/m 15/1, tournee t/m 19/3. Meer info op www.nieuwwest.com

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity