Recensie: ‘Teorema’ van Toneelgroep Amsterdam

Een grijze woestijn. Dat moet vormgever Jan Versweyveld in zijn hoofd  hebben gehad bij het maken van het decor van Teorema. De hele, enorme vloer van de Rabozaal van de Stadsschouwburg is grijs gestoffeerd, net als de meubels, de wanden, de kasten en de gestileerde keuken. Net zo leeg en grauw is het innerlijk leven van de familie die hier woont.

Opnieuw brengt regisseur Ivo van Hove een filmbewerking op het toneel, Teorema van Pier Paolo Pasolini. In de vrijwel dialoogloze film (“slechts 923 woorden” aldus de tagline in 1968) komt een mysterieuze en aantrekkelijke gast op bezoek bij een rijk, burgerlijk gezin. Hij heeft sex met allevier de familieleden en met de huishoudster en vertrekt weer, hun leven in puinhoop achterlatend.

Van Hove voegt meer taal toe: de personages praten niet met elkaar, maar beschrijven hun handelingen in de derde persoon. Het werkt als krachtig effect van vervreemding en afstand, die doorwerkt in hun verlangen naar de gast, de jonge, charismatische acteur Chico Kenzari. Geen van de vijf kan direct met hem omgaan; De moeder (Chris Nietveld) raakt bedwelmd door zijn kleren, de vader (Jacob Derwig) praat met hem in dialogen uit De dood van Ivan Iljitsj van Tolstoj en de oudere huishoudster (Frieda Pittoors) verliest in een mooi frivole scène bijna de controle over haar stofzuiger.

Het is prachtig om te zien hoe vooral Nietveld en Pittoors als het ware opgetild worden door de aandacht en genegenheid van de jongeman. Het is niet alleen de sex, maar de troost en het leven in het moment die de personages tot een nieuw zelfinzicht brengt. Het vertrek van de gast is dan ook catastrofaal. De cleane huiskamer wordt een puinhoop, de muziek (van Eric Sleichim en strijkkwartet Bl!ndman New Strings) wordt atonaler en de personages zoeken allemaal een manier om  het verlies te compenseren van een passie die ze tot voor kort niet kenden.

De voorstelling is opvallend schematisch: de vijf personages schetsen een voor een hun leven; worden om de beurt verleid door de gast; nemen afscheid van hem; en gaan op hun eigen manier te gronde. Dat, gecombineerd met de onderkoelde vertelwijze, maakt dat de afstandelijkheid het in deze voorstelling wint van de heftigheid van de emoties die de gast oproept.

Net als in zijn vorige film-voorstelling Antonioni Project lijkt Van Hove op zoek naar een dramtische stilering die ineens heel ver verwijderd lijkt van warmbloedige en heftig emotionele voorstellingen als Opening Night en Angels in America. Er is veel te zien op het toneel –een kort optreden van een herdershond; een programma over stokstaartjes op een televisie achteraan; de schitterend uitgelichte achterkant van de oude zaal van de Stadsschouwburg die door de glazen achterwand te zien is; de muzikanten, die aan het begin en eind de vier dj-sets in de hoeken van het decor bedienen; Frieda Pittoors die warmte zoekt onder de synthetische vloertegels- maar de impact ervan is beperkt.

Overigens sprak regisseur Ivo van Hove vooraf enkele woorden naar aanleiding van de dood van Ramses Shaffy, waarbij hij de voorstelling aan hem opdroeg. Van Hove memoreerde Shaffy’s rollen bij Toneelgroep Amsterdam en beschreef de energie die de acteurs voelen als hij –tot vrij kort geleden- in de zaal zat.

Teorema van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 2/12 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 9/12. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Recensie: ‘Romeinse Tragedies’ van Toneelgroep Amsterdam (Holland Festival)

En zo werd het toch nog het seizoen van Ivo van Hove. In september gooide hij een flinke steen in de vijver met zijn negenpuntenplan voor het theater. Daarna vertrok hij en maakte hij voorstellingen in Hamburg en Brussel, maar nu op het laatste randje van het seizoen is Romeinse Tragedies een van zijn meest indrukwekkende voorstellingen geworden.

In de zes uur durende monsterproductie over het politieke bedrijf worden drie tragedies van Shakespeare over het klassieke Rome in één magistrale krachttoer zonder pauze achter elkaar gespeeld, in een open setting, waarbij het publiek het podium op mag en tussen de acteurs op de jaren zeventig-banken mag zitten en een drankje en een broodje kan bestellen aan de bar.

Het is een vorm die Toneelgroep Amsterdam al eerder onderzocht in de voorstellingen van Carina Molier, zoals Huis van de Toekomst en Ruigoord 2. Overal is de handeling te volgen op beeldschermen, en het informatiebombardement wordt compleet gemaakt door beelden van talkshows, weerberichten, sportwedstrijden en videoclips, plus nog een lichtkrant met achtergrondinformatie, de koppen van Teletekst en droog commentaar als “Nog 180 minuten tot de dood van Julius Caesar”.

In de eerste twee delen, Coriolanus en Julius Caesar, ligt het tempo hoog en gaan over het belang van imago in de politiek. Coriolanus is een militair die het niet zo op heeft met het gewone volk en daarom verbannen wordt en verraad pleegt, ondanks de inspanningen van de mannetjesmakers en de spin-doctors om hem heen. We belanden in de wereld van openstaande microfoons en cameraploegen achter de schermen. Het publiek op de sofa’s en aan de bar lijkt soms op toehoorders of VIP-spotters, maar zou soms ook prima een groepje verveelde parlementair journalisten kunnen zijn.

Aan de retorica van Shakespeare’s taal wordt steeds de retorica van het beeld toegevoegd. Het mooist komt dat tot uiting in de redes die Brutus en Marcus Antonius houden bij het graf van Caesar. Brutus (Jacob Derwig, mooi beheerst) houdt een keurige persconferentie, maar Antonius (een zinderende Hans Kesting) breekt de regels van het spel, toont authenticiteit en dwingt de camera hèm te volgen in plaats van andersom.

Die scène is het draaipunt van de voorstelling, ervóór is de politiek nog een zaak van de ratio, erna is alles alleen maar persoonlijk. Het is de opzet voor het derde stuk: Antonius en Cleopatra, waarin de liefde van Antonius voor de Egyptische koningin hem ten onder drijft in de burgeroorlog tegen Octavianus (een onderkoelde Hadewych Minis).

Niet alles in de voorstelling werkt: de meer ingetogen scènes, waarin het spelen met vóór en achter de schermen van minder belang is, zoals de samenzwering rond Brutus, hebben te lijden onder de open vorm. Het laatste uur, de klaagzang van Cleopatra (zeer knap gespeeld door Chris Nietvelt), is lang en na het hoge tempo is de verstilling tastbaar, maar ook zwaar.

Als aan het eind Bob Dylan The times they are a-changin’ zingt, blijkt die verandering niet te gaan over de overwinning van democratie en vrijheid, maar juist over de opkomst van de dictatuur. Octavianus brengt weliswaar vrede en voorspoed, maar symboliseert een berekende realpolitik, waarin voor idealisme geen plaats is; precies datgene waar alle personages de afgelopen zes uur tegen gestreden hebben.

Holland Festival: Romeinse Tragedies van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 17/6/07 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 23/6, en later weer in augustus, tournee. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Recensie: ‘Maeterlinck’ van TGA en NT Gent

Eigenlijk is een naaimachine hetzelfde als een piano: een machine die je met handen en voeten moet bedienen om mooie dingen mee te produceren. De overeenkomsten worden opgezocht in de nieuwe voorstelling van de eigenzinnige Zwitserse regisseur Christoph Marthaler die hij maakte als coproductie van Toneelgroep Amsterdam en het Vlaamse NT Gent.

Hij dook met zijn acteurs (onder wie Frieda Pittoors, Steven van Watermeulen en Hadwych Minis) in het leven en werk van de Belgische nobelprijswinnaar Maurice Maeterlinck (1862-1949). Diens symbolistische poëzie en toneelstukken waren in de eerste decennia van de vorige eeuw enorm populair, Claude Debussy maakte een opera van zijn Pellías et Melisande.

De teksten worden als fragmenten gebruikt en lijken vooral een aanleiding om werk van componisten als Debussy, Satie en Purcell uit te voeren. Want welk basismateriaal Marthaler ook gebruikt, er zal prachtig meerstemmig gezongen worden, slechts begeleid door piano en een orgeltje.

Het decor is ook al zo mooi: een vervallen naaiatelier in Gent aan het begin van de twintigste eeuw, tot in de details op monumentale schaal nagebouwd door de vermaarde decorontwerper Anna Viebrock. De meisjes zitten aan de muzikaal snorrende machines in het midden, daaromheen een treetje hoger, de heren opzichters en mevrouw de eigenaresse. De acteurs/zangers zijn stuk voor stuk top. Hadewych Minis als een van de naaimeisjes koppelt haar prachtige zangstem aan gortdroge humor.

Eigenlijk is de voorstelling meer een concert dan theater, waarin halve scènes, liedjes en handelingen steeds als muzikale thema’s of melodieën terugkeren. Maeterlinck is een sfeertekening, waarin Marthaler’s obsessie met klasseverschillen, zijn boertige humor en eindeloze herhalingen in dienst staan van het opbouwen van een haast tastbare melancholie en een grote compassie voor de mens in al zijn machteloosheid.

Wie dan toch op zoek wil naar een interpretatie zou het Gentse naaiatelier kunnen associëren met de sweatshops waar een eeuw later onze mode wordt gemaakt door mensen die evenzeer onze compassie verdienen.

Het is inmiddels de tweede voorstelling die Marthaler in Nederland maakt, na Seemannslieder/Op Hoop van Zegen uit 2004 en ook zijn Duitstalige voorstellingen zijn hier met enige regelmaat te zien. Het is begrijpelijk dat de eigenzinnige Zwitser ook hier een loyale schare fans krijgt, want zijn stijl van muziektheater is uniek en de kwaliteit is onomstreden. Maar hoe sfeervol en technisch perfect uitgevoerd zijn voorstellingen altijd zijn, deze toeschouwer begint er langzaam maar zeker op uitgekeken te raken. De vorm verrast niet meer en de inhoud stelt licht teleur.

Maeterlinck van Toneelgroep Amsterdam en NT Gent. Gezien 3/4/07 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 20/4. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Recensie: Hemel boven Berlijn van Toneelgroep Amsterdam en het American Repertory Theatre

In de voorstellingen van regisseuse Ola Mafaalani zwerven opvallend vaak engelen over het toneel. Figuren die buiten de verwikkelingen staan en alleen maar observeren en soms troost kunnen bieden aan de andere personages. In haar nieuwe voorstelling, Hemel boven Berlijn, hebben de engelen de hoofdrol, met half geslaagd resultaat.

De voorstelling is een bewerking van de film Der Himmel über Berlin van de Duitse regisseur Wim Wenders uit 1987. Die film was een contemplatieve sfeertekening over eenzaamheid en verlangen, Mafaalani laat de meeste verwijzingen naar Berlijn en de muur weg en benadrukt dat het verhaal toch vooral een modern sprookje is. De voorstelling is een samenwerking tussen Toneelgroep Amsterdam en de American Repertory Theatre uit Boston.

De engelen Damiel (gespeeld door Fedja van Huêt) en Cassiel (de Amerikaanse acteur Bernard White) dwalen al eeuwenlang over de wereld. Ze horen wat mensen denken, maar kunnen niet in hun levens ingrijpen, hoogstens kunnen ze mensen even een klein gevoel van hoop geven. Als Damiel verliefd wordt op de circusacrobate Marion, besluit hij om zijn eeuwige bestaan op te geven en een sterfelijk mens te worden.

Het decor is een bewust lullige opstelling van plastic tuinstoeltjes rondom een snackbar in het verder lege toneelhuis. Uit de hoogte stromen mooi uitgelicht dunne stralen zand, die in de loop van de voorstelling bergjes vormen op het toneel. De eeuwigheid als regenbui uit een omgekeerde zandloper.

Van Huêt maakt een prachtige act van Damiel’s menswording: enthousiast leert hij de kleuren onderscheiden, de smaak van koffie proeven en pijn voelen omdat de koffie te heet is. Deze ontdekking van het leven en de ontmoeting met Marion, en haar realisatie dat dit de vervulling is van oud verlangen, zijn ontroerend en maken de banaal klinkende waarheid dat het leven met aandacht voor details geleefd moet worden even voelbaar. Een pleidooi voor slow food voor de ziel.

Maar de boodschap wordt ingebed tussen een hoop onsubtiele losse flodders. Noraly Beyer leest het nieuws van de dag voor, Fred Goessens houdt een woedende tirade over onverschilligheid, Hadwych Minis zingt een lied in het Spaans, speelt viool én heel cool basgitaar, de Amerikaanse acteur Stephen Payne is een heel geestige gevallen engel en trapeze-artieste Mam Smith als Marion doet een spectaculair acrobatisch nummer hoog boven het podium.

Soms is het raak en komen alle elementen samen in een keelsnoerend mooi beeld, zoals wanneer Cassiel een zelfmoordenaar niet van zijn daad kan afhouden. Maar vaker is het onrustig toneel dat zijn eigen boodschap ondergraaft.

Hemel boven Berlijn van Toneelgroep Amsterdam en het American Repertory Theatre. Regie: Ola Mafaalani. Gezien, 8/10/06 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 20/10, tournee t/m 9/11. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Reblog this post [with Zemanta]

Recensie: Opening Night van Toneelgroep Amsterdam en NT Gent

In dit toch wat karige toneelseizoen blijken Toneelgroep Amsterdam en NT Gent keer op keer te zorgen voor interessante en geslaagde voorstellingen. De verwachtingen voor een coproductie van deze twee gezelschappen waren dan ook hooggespannen en Opening Night maakt die alleszins waar.

Opening Night is gebaseerd op de gelijknamige film van John Cassavetes uit 1977. Daarin speelde Gena Rowlands de ouder wordende actrice Myrtle die in een toneelstuk een ouder wordende vrouw moet spelen en in de laatste dagen voor de première hopeloos met zichzelf in de knoop raakt. Directe aanleiding voor haar crisis is de dood van een jong meisje die haar na een try-out als geobsedeerde fan aanklampt en een ogenblik later wordt aangereden door een auto.

Regisseur Ivo van Hove en zijn vaste ontwerper Jan Versweyveld plaatsen het theater centraal in deze voorstelling, door letterlijk een toneel op het toneel te zetten, met kleedkamers en technici links en een extra tribune voor vijftig man publiek rechts op het podium. Zo kijkt de grote zaal naar een dwarsdoorsnede van een kleine zaal. De grote groep acteurs speelt het stuk-in-het-stuk voor het publiek op het podium en hun privé-besognes voor de grote zaal. Deze twee toneelvloeren worden aangevuld met live beelden van rondlopende cameramensen. Hun kadrering geeft extra reliëf aan de moeizame relaties tussen de personages.

Het resultaat is in de eerste plaats een fantastisch ensemblestuk, waarin van Hove met name de jongere acteurs van zijn TGA troupe de kans geeft te schitteren. De beheersing die Jacob Derwig en Fedja van Huêt aan de dag leggen bij het spelen van twee tempramentvolle mannen is buitengewoon spannend en Hadewych Minis kan moeiteloos schakelen van kinderlijke lolita naar gevaarlijke demon. Maar ook een oudgediende als Chris Nietvelt speelt de schrijfster van het toneelstuk-in-het-stuk op fenomenale wijze. Onder haar lachwekkende excentriciteit suggereert zij peilloos diep drama en daarmee wekt ze medelijden.

Maar zij staan allen in de schaduw van Elsie de Brauw die hier de rol van haar leven speelt. Het gevecht dat Myrtle moet leveren -tegen het ouder worden, tegen de geest van de overleden fan, tegen de verwachtingen die de regisseur en haar medespelers van haar hebben- wordt door De Brauw overrompelend intens geacteerd.

De strakke regie van Van Hove, ondersteund door melancholieke liedjes van Neil Young, geeft de voorstelling samenhang en vaart, maar laat ook vragen open. Waarom bijvoorbeeld zijn alle acteurs tien jaar jonger dan hun rol gecast? Ook het einde, met een gelouterde Myrtle, is misschien erg zoet, maar wat geeft het, na zo’n fijne avond toneel.

Toneel Opening Night van Toneelgroep Amsterdam en NT Gent. Gezien 7/4/06 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 12/4. Tournee t/m 27/5

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity