Recensie: ‘LIstEn & See (LIES)’ van Oostpool en Ward/Ward

“Arnhem till I die” staat er op ronde, rode stickers overal in de Stadsschouwburg. Toneelgroep Oostpool is er een week neergestreken om haar veelzijdigheid te tonen aan het Amsterdamse publiek: lezingen, films en feesten, repertoire in een moderne jas (De Misantroop van Molière in regie van Erik Whien) en experimenteel beeldend theater. In die laatste categorie valt de première van de voorstelling LIstEn & See (LIES) die regisseur Marcus Azzini maakte met de Vlaamse choreografe Ann Van den Broek.

Een echte versmelting van toneel en dans stond beide makers voor ogen en daarin zijn ze zeker geslaagd; dansers praten en toneelspelers (en een paar mimers) dansen en geen moment ziet dat er raar of onnatuurlijk uit. De vorm borduurt sterk door op de eerdere beeldende voorstellingen van Azzini (zoals Er moet licht zijn en Een kleine zeemeermin), en wint aan kracht door de strakke vormentaal van Van den Broek. Alleen inhoudelijk is het zeer mager.

Vier spelers van Oostpool en vijf dansers en danseressen van Ward/Ward staan al voor aanvang als bevroren op het toneel, in nonchalant modieus zwart gekleed. Zodra het zaallicht dooft rennen ze  kriskras over het toneel, meestal alleen, maar steeds met botsingen en korte, heftige momenten van contact: zoenen, droogneuken, elkaar in de houdgreep nemen, of doen alsof de een de ander vermoord, met bewegingen als uit een videogame. Ze staan in het koude licht dat uit tl-buizen aan een vierkant plafond (ontwerp Theun Mosk) op hen schijnt.

Dan valt plotseling het plafond naar beneden. De spelers lijken het nu omhoog te houden, de kleinste met de armen uitgerekt, de grootste torst het gewicht op zijn schouders, het hoofd gebogen. Maar steeds blijven ze bewegen; ze tillen het helverlichte plafond hoger en laten het zakken, het helt een kant op als de lange jongens eronder naar één kant bewegen. En steeds onttrekt één van hen zich aan het ondersteunen om over zichzelf te praten.

En dat is nou jammer. Want die teksten (van Hannah van Wieringen), in krakkemikkig engels, zijn vrij banale puberclichés van onbegrepen individuën die zich door niets willen laten binden. Help toch liever mee die plaat omhoog te houden, wil je ze toeroepen. Of je de vermorzelende dreiging van het plafond nu ziet als de voortdenderende crisis of de onvermijdelijke dood, tegenover zo’n sterk beeld moet je even dwingende taal zetten óf zwijgen.

Wat er overblijft is vampiertoneel: de spelers zijn sexy maar eenzaam; de voorstelling is mooi, maar bloedeloos.

Oostpool is een van de weinige regionale theatergroepen die zo enthousiast blijft experimenteren en zoveel mogelijk vanuit een artistieke impuls blijft opereren, waar anderen kiezen voor toegankelijke formats en doelbewuste versimpeling. Dat is bijzonder te prijzen, zeker nu onvoorspelbare resultaten in de kunst niet meer zo gewenst lijken.

LIstEn & See (LIES) van Oostpool en Ward/Ward. Gezien 1/12 in de Stadsschouwburg. Meer info op www.oostpool.nl. Toneelgroep Oostpool in Stadsschouwburg Amsterdam duurt nog tot 4 december.

Recensie: ‘Tegen de Tijd’ van Frascati Producties

Wie had dat ooit gedacht: bejaarden zijn hip. Eerst maakte Eric de VroedtMightysociety7 over de levensavond van de babyboomers, toen volgden Lucas de Man en Oscar Kocken met hun Bejaarden en begeerte over… nu ja, de titel zegt het al en nu staat de voorstelling Tegen de tijd van Marjolijn van Heemstra en Hannah van Wieringen als lunchpauzevoorstelling in Bellevue. Allemaal twintigers en dertigers op zoek naar de belevingswereld van hun grootouders.

Tegen de tijd is ongedwongen verteltheater over een zwaar onderwerp: ouderdom, sterfelijkheid en herinneringen, oftewel “de verhouding tussen mens en tijd”. Van Wieringen (toneelschrijfster) en Van Heemstra (‘performer’ en dichteres) zochten 91 bejaarden op in een verzorgingstehuis, nadat ze zelf op een minimale manier werden geconfronteerd met hun eigen lichamelijke aftakeling: de hoge toon van de ‘mosquito’ in hun straat –een apparaat dat hangjongeren wegjaagt met onaangenaam geluid dat alleen jonge mensen kunnen horen- was verdwenen. Ze waren te oud geworden.

Van Heemstra is de losse prater, die ontspannen vertelt over de totstandkoming van het project, de gesprekken met zorgmanagers en de soms moeizame communicatie en misverstanden met de bejaarden die hun onderwerp moeten worden. Daarnaast legt ze de methode en theorie van de Zwitsers-Amerikaanse psychiater Elisabeth Kübler-Ross uit, die onderzoek deed naar terminaal zieke patiënten en de vijf stadia van rouwverwerking beschreef. Op de achtergrond zien we een projectie van groep bejaarden in een zaaltje in een bejaardenhuis, een soort ‘tegenpubliek’.

Van Wieringen, zittend aan tafel, leest de de aantekeningen voor die ze maakte over haar bezoek aan mevrouw A. Die ene oude vrouw, die backgammon speelt en niets anders zegt dan af en toe ‘ja’, intrigeert de jonge vrouwen het meest en zet hun zoektocht naar het verschil tussen ‘kalendertijd’ en ‘ervaren tijd’ op scherp. Dan staan de bejaarden op de video op en zingen een Schubertlied.

De voorstelling is een beetje statisch en niet zo theatraal, en dat is in zoverre een bezwaar dat je achterblijft met het gevoel dat er nog veel meer te vertellen, te verbeelden of te bezingen is over die 91 geïnterviewden in hun verzorgingstehuis. Maar daar staat tegenover dat beide makers (en regisseur Sanne van Rijn) de sfeer bewonderenswaardig open weten te houden. Als ze je na afloop een borreltje hebben aangeboden blijven ze op toneel nog even napraten met het (veelal wat oudere) Bellevue-publiek, dat hun eigen verhaal komt doen.

Tegen de Tijd, Bellevue Lunchvoorstelling. Gezien 3/6/10 in Bellevue. Aldaar t/m 13/6. meer info op www.lunchtheater.nl

Recensie Gastschrijvers #5 van Gasthuis Frascati

Drie jonge schrijvers schrijven ieder een stuk en drie jonge regisseurs maken er een geënsceneerde lezing van. Het concept van Gastschrijvers is redelijk overzichtelijk. Dit jaar, bij de vijfde editie, koos het theaterwerkplaats Gasthuis ervoor om schrijvers van vorig jaar -Marjolijn van Heemstra, Hannah van Wieringen en Jibbe Willems- nogmaals te benaderen. Ze werden nu niet alleen aan regisseurs gekoppeld, maar werden ieder ook ondersteund door een groot theatergezelschap.

Dat is een hoop verpakking voor toch wat weinig inhoud. Deze week kan het publiek in het Gasthuis de drie kleine voorstellingen achter elkaar zien en hoewel de stukken helemaal niet onaardig zijn, lijkt uitvoering door een van de nieuwe stadsgezelschappen nog ver weg.

De twee vrouwen schreven teksten over maakbaarheid van het leven. Van Heemstra laat in Blauwe Maan drie personages praten over de landing op de maan en het vooruitgangsdenken in hun eigen leven. Haar droge, poëtische zinnetjes zorgen echter voor te weinig onderscheid tussen de personages. Lege plek van Van Wieringen begint sterk, met twee jonge vrouwen die samen expliciet een verhaal gaan construeren, maar al snel lopen zowel de personages als de schrijfster vast, hoewel de onverwachte bijrol van een huilende veerman goed gevonden is.

Willems is de meest opvallende auteur. Niet alleen is zijn tekst Taxi de meest theatrale van de drie, hij wordt ook al stevig opgepikt door het talenthongerige theaterveld. Deze week worden wel drie van zijn teksten gespeeld in Amsterdam, naast Taxi ook nog Apocalypso door Het Syndicaat in het Rozentheater en een slimme, opgesekste bewerking van Antigone in eigen regie in Frascati.

Voor Gastschrijvers maakte hij een tekst over een troubadour, een meisje en een taxi-chauffeur, met veel tijdsprongen en geïnspireerd door film-noir. Het zicht op zijn tekst wordt echter enigszins belemmerd door de radicale keuzes van regisseur Joachim Robbrecht, die alle tekst laat uitspreken op de geluidsband en zijn acteurs in een noir decor met strijklicht, rook en videoprojecties van verlaten snelwegen en glamoureuze films een repeterende choreografie laat uitvoeren van binnenkomen, slaan en sterven.

Het is eigenzinnig, uit de heup geschoten toneel, maar als showcase voor een nieuw stuk streeft het zijn doel voorbij. En het roept ook vragen op over de missie van Gastschrijvers. Want hoe sympathiek het ook lijkt om schrijvers zonder opdracht of thema aan het werk te zetten, in de Nederlandse theaterpraktijk blijkt keer op keer dat juist wanneer schrijvers, regisseurs en acteurs samenwerken bij het ontwikkelen van nieuwe teksten er iets bijzonders ontstaat.

Gastschrijvers #5 van Gasthuis Frascati. Gezien 23/4/08 in het Gasthuis. Aldaar t/m 27/4. Meer info op www.theatergasthuis.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2018 Simber | powered by WordPress with Barecity