Recensie: ‘De Anderen’ van Olivier Provily

Parool,recensies — simber op 22 januari 2009 om 01:23 uur
tags: ,

Het begint onschuldig. Gesprekjes over sociale onhandigheid –telefoongesprekken en ongewenste ontmoetingen op straat- en depressie. Twee broers en een zus zitten bij elkaar. De ene broer is passief, de andere somber, de zus heeft snel haar oordelen klaar. Ze zitten in een kaal decor van rijen stoelen. Sommige op z’n kop of op elkaar, zoals in een aula in de vakantie of een lege kerk; er staat vooraan ook een Mariabeeld.

Olivier Provily keert na zijn ongelukkige ontslag bij Het Zuidelijk Toneel terug in het experimentele kleine zaalcircuit, ongetwijfeld met gemengde gevoelens: Provily heeft altijd gemeend dat zijn –radicale en soms tergende werk- een plaats moet hebben in de grote zaal. De komende twee jaar zal hij echter op kleinere schaal het begrip ‘innerlijk theater’ onderzoeken, om te beginnen in De Anderen, dat hij schreef en regisseerde.

Gaandeweg kun je begrijpen wat hij bedoelt met dat ‘innerlijk theater’. Onder de tamelijk banale woordenwisselingen worden de aanwezige wanhoop, frustraties en ongemakken steeds impliciet gehouden. Het acteren is onderkoeld, het valt op dat de acteurs iedere vorm van toneelmatigheid proberen te mijden, wat als nadeel heeft dat ze niet altijd goed te verstaan zijn, maar als voordeel dat de droge humor in de tekst naar voren komt.

Het gesprek wordt langzaam interessanter als de personages iets van hun perversiteiten laten zien. De zus loopt graag naakt in het bos, de twee broers hebben wel eens homosexueel geëxperimenteerd en de trieste broer trekt al zijn kleren uit. Maar er is geen ontwikkeling. De zus leest een citaat voor over de nietigheid van het menselijk bestaan en na iets meer dan een uur is het afgelopen.

Het punt is dat de optelsom van de impliciete tekst, ingehouden spel en een leeg decor een stapeling van subtiliteit is die veel vraagt van de toeschouwer en zelfs een tikje vrijblijvend aanvoelt voor wie er niet direct de poëzie in ziet. Daar staat tegenover dat Provily de banaliteiten en het minimalisme gebruikt om een bijzonder soort concentratie bij zijn spelers te bewerkstelligen. Innerlijk theater is een intrigerend begrip, maar er mag nog meer naar buiten komen.

De Anderen van Olivier Provily. Gezien 21/1/09 in Hetveem Theater. Aldaar t/m 25/1. Tournee.

Recensie ‘Mirage’ van Theun Mosk, Hetveem Werkplaatsproductie

Parool,recensies — simber op 7 december 2007 om 02:23 uur
tags: , ,

Het decor staat op het toneel en het publiek zit in de zaal. Zo hoort het zo’n beetje in het theater. Zo niet bij Theun Mosk. Voor Mirage, zijn tweede eigen voorstelling bij mime-werkplaats Hetveem, bouwde hij voor het publiek een krappe, houten doos, van waaruit je naar een lege theaterzaal kijkt. Schimmen doemen op uit de duisternis, door rook en trillend hete lucht, bewegen in geel en blauw licht en verdwijnen weer.

Mosk is een tot theatervormgever opgeleide theatermaker, die vaker ruimtes voor de toeschouwer bouwt. Vaak werkt hij met mimester Boukje Schweigman. Bij haar schijnbaar eenvoudige beeldentaal maakt hij intieme, poëtische plekken waarin performers en publiek samen zijn.

Het idee voor een “anti-decor” -een plek die het publiek omvat, in plaats van de voorstelling- gebruikte hij eerder bij de radicale voorstelling Gerucht van Lotte van den Berg. Daarvoor bouwde Mosk ook een houten doos met één glazen wand, die op een plein in de stad stond. Zo kon het publiek ongezien naar buiten kijken en de stad bekijken alsof het een theatervoorstelling was.

Mirage verplaatst dit gegeven weer terug naar de theaterzaal, en laat je als toeschouwer de zolder van gebouw het Veem bijna als installatiekunstwerk zien. Subtiel en scherp uitgelicht, door een gordijn van warme lucht die even het effect geeft van een fata morgana.

Na het fascinerende begin wordt het iets te snel weer een “gewone” mime-voorstelling. Drie spelers bewegen door de ruimte. Twee vrouwen zetten met uiterste precisie een aantal stoelen op precies de goede plek, keer op keer en dan een keer met hun ogen dicht. Een man speelt op een ter plaatse gemaakt instrument van zingende wijnglazen. Een kist appels wordt van klokhuizen ontdaan, geschild en in plakken gesneden. En dan ineens is het donker.

Mosk’s spel met licht, kleur en schaduw is prachtig, maar het lijkt erop dat hij niet goed raad weet met zijn spelers. Het is jammer dat het geen getrainde mimers zijn, af en toe lijken ze een beetje lacherig onzeker over de abstracte handelingen die ze moeten verrichten. Alleen Swantje Schäuble, getraind danseres, weet consequent de aandacht vast te houden.

Mirage van Theun Mosk, Hetveem Werkplaatsproducties. Gezien 6/12/07 in Hetveem Theater. Aldaar t/m 9/12. Meer info op www.hetveemtheater.nl

Recensie: ‘Wie is er bang voor Ine te Rietstap’

Parool,recensies — simber op 1 maart 2007 om 09:45 uur
tags: ,

Hoe ijdel moet Ine te Rietstap wel niet zijn dat ze haar eigen voorstelling Wie is er bang voor Ine te Rietstap noemt en haar eigen portret de flyer siert? Of is het misschien een dubbele bodem? De theatermaakster die in haar voorstellingen altijd op zoek is naar authenticiteit in zijn meest onversneden vorm, lijkt dit keer ijdelheid zelf als onderwerp te hebben.

Ze zocht en vond vier oudere performers, drie danseressen en een mimester. Ze zijn nooit ‘doorgebroken’ in hun vakgebied, maar kregen een andere carrière en werden docent. Ze zitten op de eerste rij, naast Te Rietstap zelf, en stappen het toneel op als ze een scène moeten doen.

Ze praten over voorstellingen die hen beïnvloed en geïnspireerd hebben, ze proberen zich die voorstellingen zo goed mogelijk te herinneren en spelen stukjes na. Als dansers proberen ze door de bewegingen van hun voorbeelden te herhalen en te kopiëren en de het moment van lang geleden lichamelijk bij zich te halen. Het zijn duidelijk geschoolde performers, maar de situatie maakt hen onbevangen en kwetsbaar.

Ze tonen hoe mimer Dik Boutkan tegen een levend paard praatte, hoe danseres Pauline de Groot niet danste maar stil stond op het toneel, en hoe regisseur Jan Ritsema zelf danste. Af en toe grijpt de regisseuse in en geeft ze commentaar. Ze wil volledige concentratie, een zo precies mogelijke uitbeelding van de herinnering zien, en als dat niet lukt de manhaftige poging.

Toch is dit geen voorstelling over gefnuikte ambities of gefrustreerde, mislukte theatermakers. Daarvoor neemt Te Rietstap haar spelers te serieus. Bovendien is zij zelf een goed voorbeeld van een kunstenaar die doelbewust kiest voor een plek in de marge vanwege de vrijheid die ze daar heeft om radicale voorstellingen te maken.

Bovendien beseft ze donders goed dat ook deze kleine voorstelling een poging is om een onsterfelijk moment te creëren. Zo is Wie is er bang voor Ine te Rietstap een lichamelijke pendant van de sublieme voorstelling Ik herinner mij… van Discordia, waarin in tekst de voorstelling op het moment zelf tot herinnering werd gemaakt.

Daarmee wordt deze voorstelling een diepzinnige reflectie over het theater dat na afloop van de voorstelling uitsluitend kan voortleven in de herinnering van de mensen die hem gezien hebben en over de hartstochtelijke drang om herinnerd te worden. Dat is misschien ijdel, maar het is vooral menselijk.

Wie is er bang voor Ine te Rietstap van Ine te Rietstap. Gezien 28/2/07 in Hetveem Theater. Aldaar t/m 4/3, volgend seizoen tournee. Meer info op www.hetveemtheater.nl.

Recensie: ‘Adam & Eva, zo zijn wij geschapen’ van Ton Heijligers

Parool,recensies — simber op 16 november 2006 om 07:48 uur
tags: , , ,

Religie is in het theater over het algemeen een non-issue, maar in de voorstelling Adam & Eva, zo zijn wij geschapen, gemaakt onder de hoede van mime-werkplaats Hetveem Theater, doet theatermaker Ton Heijligers expliciet onderzoek naar zijn relatie met geloof in het algemeen en de katholieke kerk in het bijzonder.

Aan het begin stelt de regisseur zich voor en leidt de voorstelling in met een verhaal over een theorie van de componist Richard Wagner dat mensen emoties uiten met klinkers. Het verstand zit hem in de medeklinkers. Die lijn wordt doorgetrokken als daarna het scheppingsverhaal wordt verteld in intrigerende staties van mensen in boerka’s die verschijnen, op de grond gaan liggen en weer verdwijnen.

Eén vrouw maakt zich los. Via kinderlijk gehuil en apenkreten komt ze langzaam tot een heldere toon, een opera-achtig zingen. Ze gaat in gesprek met de boerka’s die alleen in medeklinkers spreken.

De boerka’s in deze context zijn een mooie vondst. In het huidige maatschappelijke debat krijgt het alles bedekkende kledingstuk vaak een politieke lading, maar hier wordt de religieuze functie ineens duidelijk: een boerka maakt alle dragers gelijk, het is een anti-identiteit. Eén actrice is toch herkenbaar: zij zit in een burka in een rolstoel.

Heijligers werkt graag met niet geschoolde acteurs. In deze voorstelling spelen een Finse operazangeres en een jonge musicalstudent. De vrouw in de rolstoel is zangeres van Brabantse levensliederen en Adam wordt neergezet door een Braziliaanse acteur. Die laatste legt geheel naakt het verschil uit tussen katholieken en protestanten in Brazilië, en duikt liever met de andere jongen onder de dekens dan met de in een huidkleurig pakje gestoken Eva.

Heijligers relatie met God en Zijn kerk lijkt ambigu. Als de enorme verscheidenheid van de mensheid God’s werk is, waarom zijn sommige variaties, zoals homoseksualiteit dan verboden? Die verwarrende willekeur is het sterkste punt van de voorstelling. “Waarom ben jij niet naakt?” vraagt de vrouw in de rolstoel aan Eva. “Dat heeft de regisseur me nooit gevraagd”, antwoordt ze. “Ik begrijp de keuzes van de regisseur niet”, concludeert de vrouw in de rolstoel.

De voorstelling is niet helemaal in balans: de losse scènes zijn iets té associatief met elkaar verbonden en sommige delen zijn moeilijk in het thema te plaatsen. Maar Heijligers’ sterke, theatrale beelden weten voortdurend te prikkelen. En bovendien weet je na afloop hoe je een banaan eet met een lap stof voor je mond.

Dat deze voorstelling wordt geproduceerd door een mime-werkplaats kan overigens een beetje misleidend zijn: in Adam & Eva wordt volop gesproken en ook gezongen. Het lijkt er steeds meer op dat mime het toevluchtsoord wordt voor de echte avant-garde in het theater.

Adam & Eva, zo zijn wij geschapen van Ton Heijligers. Gezien, 15/11/06 in Hetveem Theater, aldaar t/m 19/11, tournee in 2007. Meer info op www.hetveemtheater.nl

Gezien: Een Bijzonder Goede Vrijdag

Theatermaker,verslagjes — simber op 28 augustus 2006 om 18:44 uur
tags: , , , ,

Gezien: Een Bijzonder Goede Vrijdag
14 april 2006, in en rond het Gasthuis en DWA, Amsterdam

Eigenlijk is Een Bijzonder Goede Vrijdag een festival van één dag. De dag is een initiatief van de vier werkplaatsen en productiehuizen in Amsterdam: Produktiehuis Frascati, Hetveem Theater, Gasthuis en Danswerkplaats Amsterdam (DWA). Na eerdere halfslachtige pogingen op het festival Septemberkoninkjes presenteren de theaterlaboratoria van de stad nu voor het eerst werk van hun kunstenaars in onderlinge samenhang. Op één vrijdagmiddag en -avond werden zeven presentaties getoond.

Het is een buitengewoon lovenswaardig initiatief, alleen al om praktische redenen. Het is heerlijk om als professionele theaterbezoeker die weinig tijd vindt om de werkplaatsproducties bij te houden (zoals ondergetekende) om na één dag weer even helemaal bij te zijn. Daarnaast lijkt deze formule ook aantrekkelijk voor een iets breder theaterpubliek, dat nieuwsgierig is naar work in progress van jonge makers.

Het aanbod aan podiumkunsten op deze dag is uiteenlopend: van de onopvallend poëtische dans van Nora Heilmann tot de absurdistische praatmime van Jef van Gestel en van een cabareteske monoloog van José Klaase tot een iPod-installatie van Petra Ardai, alle disciplines en vermengingen zijn vertegenwoordigd.

Hoewel de makers werkzaam zijn bij vier verschillende instellingen lijkt er niet echt sprake van ‘bloedgroepen’. Dat heeft enerzijds te maken met het gebrek aan een heldere artistieke signatuur van de verschillende werkplaatsen, maar ook met de pragmatische instelling van de jongste generatie podiumkunstenaars. Hun werk is vanzelfsprekend multidisciplinair en ze werken waar ze terecht kunnen. Het onderscheid van de werkplaatsen naar discipline (Gasthuis voor toneel, Hetveem voor mime, DWA voor dans en Frascati voor multimedia en multiculti) voelt op deze vrijdag nogal achterhaald.

Het pragmatisme van de makers leidt ook tot projecten waarin niet zozeer gestreefd wordt naar vernieuwing of vormexperimenten, maar waarin ze vooral lijken te werken aan een betere beheersing van theatrale vormen. De presentaties hebben stuk voor stuk kwaliteit, maar het wordt nergens echt spannend. Het meest experimenteel is nog The Letters to Movement Project, waarin danseres Hillary Blake Firestone kennissen vroeg om een brief aan beweging te sturen. Ze leest de brieven voor en reageert daar weer fysiek op. De combinatie van het abstracte idee en de openhartige presentatie wekt veel sympathie.

Meest geslaagde presentatie van de dag is de nieuwe voorstelling Over Morgen van Laura van Dolron. Drie mensen houden een monoloog over hun depressie, met een tekst vol mooie beelden over ijs eten met een schoenlepel en je matras in de huiskamer leggen zodat je het gevoel hebt bij iemand te logeren. Het is een mooi stukje toneel, eenvoudig en helder uitgevoerd.

De vier organiserende instellingen zeggen dat ze vanaf nu een dergelijk minifestival eens in het half jaar willen organiseren. Het is te hopen dat ze dat waarmaken, want het is een zeer welkome aanvulling op de Amsterdamse theaterkalender.

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity