Recensie: ‘Vrijdag’ van het Nationale Toneel

“Mensen zoals ik zijn nooit de baas. Ze hebben een mes nodig om mensen te laten denken dat ze de baas zijn.” George Vermeersch is net thuis uit de gevangenis. Hij heeft een tijd vastgezeten omdat hij seks heeft gehad met zijn minderjarige dochter Christiane. In die tijd heeft zijn vrouw Jeanne een kind gekregen van buurman Erik.

Hugo Claus –of althans: zijn toneeloeuvre– is aan een kleine revival onderhevig. Drie jonge regisseurs kiezen voor zijn werk: Maren Bjørseth maakte een cleane versie van Bruid in de morgen bij Toneelgroep Amsterdam, Thibaud Delpeut koos voor zijn bewerking van de Phaedra-mythe bij De Utrechtse Spelen, en nu is er Casper Vandeputte die Claus’ bekendste werk ensceneert bij het Nationale Toneel: Vrijdag.

Vrijdag gaat over incest en dat is een brisant thema; inmiddels ook veel brisanter dan bij de première in 1969. De laconieke toon waarmee erover wordt gesproken valt op. “Dat is toch meer iets voor lager volk; lui van de metaal”, merkt Erik op als George zijn wandaad opbiecht.

Maar het blijft de voorstelling lang onduidelijk wat Vandeputte nu zo heeft gefascineerd in dit stuk. De situatie is halfhartig naar het heden gehaald (decor en kostuums verwijzen naar de jaren vijftig, maar op televisie kijken ze naar hedendaagse programma’s) en Claus’ verzonnen Vlaamse dialect is gladgestreken tot hedendaags Nederlands. Maar daarmee lijkt ook de heftigheid van de tekst te zijn weggepoetst.

Stefan de Walle lijkt op papier de ideale acteur om George te spelen: de vriendelijke huisvader van wie je zoiets nooit zou verwachten. Maar ondanks tomeloos spel blijft zijn George eenvormig en op afstand. Ariane Schluter als Jeanne is ook niet op haar plek, maar is in de beginscène nog mooi als aftast wat er van haar man is overgebleven in de gevangenis.

Uiteindelijk zit het probleem van de voorstelling in de houding ten opzichte van onze driften. Claus lijkt te wenken naar het angstwekkende gevoel van vrijheid dat een grensoverschrijdende daad van lust of begeerte kan veroorzaken. Maar deze rationele, weloverwogen toneelspelers lijken dat schokkende idee uit de weg te gaan.

Het sterkst komt dat naar voren in de scène waarin Christiane in een droom George bezoekt en zich aan hem vastklampt. Sallie Harmsen maakt er een act van, een nummer – en blijft daardoor volstrekt ongevaarlijk. Alleen Vincent van der Valk heeft als speler een zekere dreiging in zich, maar hij speelt juist de sullige buurman Erik.

Tot aan het eind blijft de voorstelling zwalken. Claus lijkt met zijn stuk een opening te bieden voor een goede afloop en de makers van deze voorstelling lijken de schrijver te volgen. Maar de kinderwagen van de nieuwe dochter vooraan en de hoop aarde erachter –die vooral associaties oproept met een vers gedolven graf– contrasteren daar hard mee. Het volgende slachtoffer staat klaar.

Vrijdag van het Nationale Toneel. Gezien 2/12/14 in het Compagnietheater. Aldaar t/m 20/12. Meer info op www.nationaletoneel.nl

Recensie: ‘Phaedra’ van De Utrechtse Spelen

“Wat lichte liefde zou kunnen zijn ligt op mij als een mud modder van zonde.” Phaedra (Wendell Jaspers) heeft zich opgesloten in een kamer die haar aan alle kanten oneindig weerspiegeld. Haar man Theseus is op avontuur in de onderwereld en zij wordt verteerd door ziekelijke liefde voor haar stiefzoon Hippolytus.

Thibaud Delpeut is een van de nieuwe gezichten onder de Nederlandse toneelleiders. In Limburg worden Servé Hermans en Michel Sluysmans de nieuwe artistiek leiders van Toneelgroep Maastricht, over twee jaar vertrekt Alize Zandwijk bij het Ro Theater en als de geruchten in de sector kloppen wordt binnenkort bekend wie Het Zuidelijk Toneel overneemt.

Delpeut nam, samen met zakelijk leider Jacques van Veen, de ondankbare taak op zich om De Utrechtse Spelen uit het slop te trekken. De vorige artistiek leider Jos Thie had na een al te driest cultureel ondernemend avontuur het gezelschap opgezadeld met een miljoenenschuld en moest vertrekken.

Delpeut heeft zich ruimschoots bewezen als een van de meest interessante nieuwe regisseurs voor de grote zaal, met een aantal opmerkelijke locatieproducties en een prachtige gastregie van Nora bij Toneelgroep Amsterdam, waar hij daarvoor het ontwikkelingstraject TA2 aflegde.

Voor zijn debuut bij De Utrechtse Spelen koos hij voor Phaedra van Hugo Claus, die zijn versie baseerde op Seneca. Het is een wat eigenaardige voorstelling geworden, waarbij de opgeroepen emoties niet lijken te passen bij de taal van Claus en de intellectuele ideeën die worden opgeworpen. Maar een paar weergaloze scènes redden de avond.

Het sobere en effectieve decor (van Roel van Berckelaer) verdeelt het toneel aanvankelijk in een vrouwen- en een mannenwereld. Phaedra en haar bediende (Marlies Heuer) bevinden zich in de kamer met half doorzichtige spiegels, Hippolytus (Jan-Paul Buijs) en zijn vrienden lopen daarbuiten vrij rond in een kunstenaarsatelier, waar ze Claus’ tekst opzeggen als een soort slam poetry.

Als Phaedra even later toch haar liefde aan Hippolytus bekent, wijst hij haar af. Dat zet een dodelijke keten van gebeurtenissen in werking. De thuiskomst van Theseus (Hein van der Heijden) is de sleutelscène. Ondersteund door ophitsende trommels wordt het weerzien met vrouw enerzijds en zoon anderzijds op ijzingwekkende wijze met elkaar versneden.

Phaedra beschuldigt Hippolytus ervan haar te hebben aangerand en Theseus jaagt hem de dood in. Uiteindelijk vertelt ze Theseus de waarheid en pleegt ze zelfmoord. Die dubbele draai –van liefde naar haat en terug– weet Jaspers echter niet overtuigend te maken. Ze lijkt gevangen tussen Claus’ tekst die de goden een belangrijke rol geeft in Phaedra’s emotionele huishouding en Delpeuts psychologische benadering, die haar geen koningin maakt, maar een aardse, moderne vrouw.

Mooi is hoe het spiegelhuis in het decor uitklapt, waardoor een het publiek deels zichzelf ziet. Zijn we zelf ook zo als Phaedra? Gevangen het spiegelpaleis en de echoput van onze eigen omgeving, waardoor we uiteindelijk neigen naar onze extreemste emoties?

Delpeut, opgeleid als klinisch psycholoog, heeft als regisseur twee kanten: de koele beschouwer van de mens en de enthousiaste bespeler van alle theatrale registers. In Phaedra zijn ze beide aanwezig, maar net uit balans.

Phaedra van De Utrechtse Spelen. Gezien 10/10/14 in Utrecht. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg): 17 en 18/10. Meer info op www.deutrechtsespelen.nl

Recensie: ‘Een bruid in de morgen’ van TA2

“Ik heb nog nooit zoiets merkwaardigs gezien als hoe die twee met elkaar omgaan.” Thomas en Andrea zijn verliefd. Maar ja, ze zijn broer en zus. In Een bruid in de morgen van Hugo Claus is hun liefde het enige zuivere in een leugenachtige wereld. Regisseur Maren Bjørseth zet het contrast vet maar effectief aan in haar stijlvolle regiedebuut bij Toneelgroep Amsterdam.

Andrea (een frêle maar taaie Hélène Devos) en de zwakbegaafde en dromerige Thomas (Alwin Pulinckx) steken in hun sobere kleren scherp af tegen hun ouders (Marieke Heebink – alweer een mooie moederfurie en Fred Goessens als passieve dikzak); verarmde sjiek die met barokke kostuums de schijn probeert op de houden.

Moeder ziet mogelijkheden om de argeloze zoon weg te huwen aan een verwelkte nicht met geld. Die nicht wordt met bewonderenswaardige overdaad gespeeld door Camilla Siegertsz; te bloot, te gegeneerd, te zenuwachtig, te geposeerd – geen twee woorden komen er zonder hakkelen uit, geen houding lijkt haar enig comfort te geven. Maar erachter sluimert altijd de kille macht van het gepriviligeerde leven.

De confrontatie tussen Siegertsz en het prachtige naturel van Devos is het mooist aan deze geslaagde voorstelling.

Een bruid in de morgen is een jeugdwerk van Claus, die zich in een kleine revival mag verheugen dit theaterseizoen. Alle personages dromen van een beter leven en in de romantische fantasieën waarin ze zich wentelen zet Claus zijn taalregisters vol open. Qua plot is het alleen een beetje een rommeltje. Des te knapper dat Bjørseth van alle personages toch invoelbare mensen weet te maken.

Een bruid in de morgen van TA2 (Toneelgroep Amsterdam en Frascati Producties). Gezien 6/10/14 in Frascati. Aldaar t/m 18/10. Meer info op www.tga.nl

Seizoensoverzicht 2007/2008

Voor het TM/TIN nummer (voorheen Theaterjaarboek), september 2008

Was Maria Goos nou zó onredelijk? “Een wereldpremière van een nog nooit eerder gespeeld stuk, geschikt voor de grote zaal. (…) Dat zijn allemaal objectieve waarheden die naar mijn smaak maar wat al te snel als vanzelfsprekend worden aangenomen” schreef ze in maart dit jaar in een reactie op de recensies over De Familie Avenier op de website van recensent Wijbrand Schaap.

Maar nieuwe stukken voor de grote zaal zijn veel vanzelfsprekender dan Goos wellicht denkt. Ze is de norm, niet de uitzondering. Alleen al bij de Toneel Publieksprijs moet Avenier dit seizoen concurreren met drie andere succesvolle nieuwe teksten voor de grote zaal (Wuivend Graan van Wim T. Schippers, De Goede Dood van Wannie de Wijn en Bloedband van Geert Lageveen een Leopold Witte). Wie echt graag wil, kan in een seizoen eens in de twee weken naar de première van een nieuw stuk in de grote zaal.

Continue reading “Seizoensoverzicht 2007/2008” »

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2018 Simber | powered by WordPress with Barecity