Recensie: ‘De Filantroop’ van Genio de Groot

Parool,recensies — simber op 27 september 2009 om 11:40 uur
tags: , ,

Wat is erger? Een kevertje zijn pootjes uittrekken en een vogeltje laten stikken in een glazen pot of het lijden van dieren in de bio-industrie in stand houden door vlees te eten? Graham Underwood vindt het laatste en als u dat met hem eens bent heeft hij u nog veel meer te vertellen. Maar pas op: Underwood is een seriemoordenaar en voor u het weet heeft hij zichzelf vrijgepleit van zijn gruwelijke daden.

Underwood is het hoofdpersonage uit het boek De Filantroop van de Engelse psychiater en columnist Theodore Dalrymple, die ook in Nederland bekendheid geniet als conservatief en criticus van het liberale gedachtegoed. Het boek werd door acteur Genio de Groot voor het theater bewerkt en ging dit weekend in première in aanwezigheid van de auteur.

De Filantroop is een solo van De Groot, opgevoerd als afwisseling van Underwood’s redevoering over ethiek en zijn herinneringen. Met sonore stem en veel rust dient hij de slimme redeneringen op onderbouwd met argumenten ontleent aan De Sade, Dostojevski en Celine. Het centrale punt van Dalrymple – de liberale ethiek van moreel relativisme kan gemakkelijk gebruikt worden om het slechte te vergoeilijken – komt in deze hyperbolische case study helder naar voren.

De Groot maakt van Underwood een ver neefje van Hannibal Lecter, met obsessieve precisie legt voorwerpen precies in de hoek of in het midden van de tafel. Met een zakdoekje veegt hij alle oppervlakken die hij aanraakt schoon. Klavecimbelmuziek maakt het beeld van de intellectuele psychopaat helemaal af

Een punt is dat De Groot nog erg onvast is in de tekst, met verwarrende versprekingen tot gevolg. Maar een veel groter probleem is dat zijn podiumuitstraling veel te aardig is voor deze rol. In het decor van grof gelaste stalen meubels blijft hij een vriendelijke oom en de zwaarte van zijn 22 moorden verdampt in de smeuïg opgediende argumentaties. Zo verdampt de eventuele spanning van een seriemoordenaar die zich weet te rechtvaardigen en wat overblijft is  een vlakke voorstelling.

Eén moment breekt daar doorheen. Als de filantroop een serie pakjes uitstalt en even de suggestie weet te wekken dat in het touw en pakpapier een in stukken gehakt mensenlichaam zit. Verder blijf het intellectuele spielerei.

Na afloop van de voorstelling was Dalrymple te gast van een nagesprek waar hij zich witty en welbespraakt, uit de losse pols Burke en Shakespeare citerend, door de in moeizaam Engels gestelde vragen loodste. Hij toonde zich daarbij een stuk genuanceerder dan in zijn columns.

Met een mengeling van geamuseerdheid en zorg vertelde hij over twee boeken over echte seriemoordenaars die onlangs verschenen: “Ze bleken verbazingwekkend overeenkomstige argumenten te gebruiken als mijn Filantroop.”

Dalrymple prijst de “gepassioneerde” acteur De Groot en hoopt dat succes in Nederland zou helpen om het stuk ook in Engeland op het toneel te krijgen. Hij verwacht niet dat zijn tegengestelde politieke visie een probleem zal zijn in de kunstwereld: “Dat zou paranoïde zijn.”

De Filantroop van Genio de Groot. Gezien 26/9 in Bellevue. Tournee t/m 19/12. Meer info op www.defilantroop.net

 

Recensie: ‘De Goede Dood’ van Impresariaat Wallis

Parool,recensies — simber op 10 februari 2008 om 22:54 uur
tags: , ,

Over de spreekwoordelijke Nederlandse tolerantie wordt inmiddels meestal in de verleden tijd gesproken, ons liberale prostitutie- en sofdrugsbeleid staan onder druk, maar ‘Nederland gidsland’ heeft in ieder geval nog twee puntjes van trots: abortus en euthanasie hebben we maar mooi bij wet geregeld. In Nederland gaan we bij uitzichtloos en ondragelijk lijden rationeel, pragmatisch en onsentimenteel met de dood om.

Maar kun je daarover wel warmbloedig en spannend toneel maken? Schrijver/regisseur Wannie de Wijn en zijn spelers zijn verrassend ver gekomen. De Wijn schreef een stuk over een man met longkanker, dat speelt de dag vóórdat zijn dokter en vriend hem de fatale injectie zal geven. ’s Avonds komt de kleine familie bij elkaar: een broer in zaken, een andere broer die autistisch is, maar wel heel aardig piano kan spelen. De vriendin, die eerder met de zakenbroer was en een bijna volwassen dochter.

Ze praten en ze drinken veel en ze ruzieën ook nog wat. Vooral de botte zakenbroer -geweldig gespeeld door Huub Stapel- weet steeds op het verkeerde moment een nare opmerking te maken of over de erfenis te beginnen. De larmoyantie, die toch altijd op de loer licht bij een dergelijk onderwerp, wordt prima in balans gehouden door de humor en de soms harde woorden tusssen de personages.

Vooral de handigheid van De Wijn valt op: met minimale middelen weet hij razendsnel de vertrouwde sfeer van een familie neer te zetten, met eigen rituelen en gewoontes. Wat dat betreft benadert zijn werk af en toe de klasse van Maria Goos. Ook castte hij handig Wilbert Gieske als de terminale patiënt. Omdat je hem dagelijks bij GTST op televisie ziet, heb je het gevoel dat je hem goed kent en wekt zijn lot medelijden.

Toch is de voorstelling utilitair: een soort SIRE-spotje ‘Euthanasie doe je niet zomaar’, met tranen op het eind. Er mist een echt conflict, want vanaf het begin is duidelijk dat Robert zal sterven. De personages zijn op en top Nederlands, niemand is principieel tegen euthanasie, maar als het ineens zo dichtbij komt, moet er wel het nodige getwijfeld en bespiegeld worden. De Goede Dood is daarmee uiteindelijk emotie-porno, waarbij de daad bestaat uit de injectie van de arts en het publiek in de zaal voldaan zit te grienen.

De Goede Dood van Impresariaat Wallis. Gezien 8/2/08 in Amstelveen. Te zien in Amsterdam (Bellevue) 7/3 t/m 9/3, tournee t/m 18/5. Meer info op www.impresariaatwallis.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2018 Simber | powered by WordPress with Barecity