Recensie ‘Queens’ van Dood Paard

Parool,recensies — simber op 14 november 2015 om 23:23 uur
tags: , , , , ,

In zekere zin is Queens al na een kwartier voorbij. De voorstelling begint voor een zilveren doek, waarop ‘The End’ staat. Voor het doek vertelt Janneke Remmers als dienstbode op beheerste, berustende toon over de executie, met de bijl, van haar meesteres Maria Stuart, in opdracht van koningin Elisabeth. Het doek valt en de twee rivaliserende koninginnen komen op: beide in hetzelfde uitzinnige kostuum. Als diva’s die in dezelfde jurk op een feestje komen uiten ze heftig mimend hun schok, woede en gêne.

Die kostuums zijn de lokker van de voorstelling. Modeontwerper Bas Kosters verzon hysterische witte pakken met een enorme paraplukraag. Op pak en kraag staat in bloedrood ‘whore’ en bovendien zitten ze vol rode geborduurde smetten. Stuart heeft om haar nek een fonkelend rode halsband, waaruit nog een paar edelstenen druppelen. Een donkerblauwe en lichtblauwe pruik maken het af. Het effect is van late-Elvis travestieclowns. Elisabeth wordt gespeeld door Joachim Robbrecht, Stuart door Manja Topper.

Rob de Graaf baseerde zich voor Queens op het verhaal van de koninginnentwist tussen Maria Stuart van Schotland en Elisabeth I van Engeland. De eerste katholiek en volgens de overlevering mooi en een mannenverslindster, de laatste protestant en maagd. Schiller schreef Maria Stuart over hun strijd (nu op het repertoire bij Toneelgroep Amsterdam), bij De Graaf bestaat het stuk uit een uitgebreide (en fictieve) ontmoeting tussen de twee.

Maar het kruit is al verschoten. Want hoewel de tekst bol staat van de mooie De Graaf-taal (“Ik ben geen mens/ik ben een koningin”), wordt het contrast tussen de twee personages en het reliëf platgeslagen en overschreeuwd door de bijzonder onsubtiele vormgeving. Alleen de eenvoud van Remmers’ personage beklijft.

Queens van Dood Paard. Gezien 7/11/15 in Frascati. Aldaar t/m 14/11, tournee. Meer info op www.doodpaard.nl

Recensie: ‘Crash test Ibsen II: Volksvijand’ van Sarah Moeremans/NNT

Als reuzen zitten ze in het pittoreske berglandschap. Langs het stromende riviertje staan een paar kleine huisjes, knus verlicht. De spelers dragen weelderige baarden, ook een van de vrouwen. Een van hen bestrooit met een zeefje het natuurschoon met sneeuw, een tweede aait gedachteloos de denneboompje en rukt er af en toe eentje uit.

Regisseur Sarah Moeremans wil “de klassiekers van Ibsen met plankgas tegen de muur rijden om zijn beste ideeën tussen de brokstukken vandaan te halen”. Vorig jaar deed ze Nora, nu Vijand van het Volk. Joachim Robbrecht schreef de tekst.

Na die potige taal lijkt de voorstelling eerst nogal mak: een vrolijke, ironische, maar ook redelijk getrouwe uitvoering van het stuk van Ibsen, waarin een dorpsdokter (Matthijs IJgosse) ontdekt dat het water van het lokale kuuroord is vervuild, maar door de burgemeester, tevens zijn broer (de altijd bijzondere Joep van der Geest), hardhandig monddood wordt gemaakt. De pers (Louis van der Waal als ambitieuze hoofdredacteur) speelt een kwalijke rol.

Steeds leveren de acteurs vanuit een hedendaags standpunt commentaar op de constructie van het drama. En helemaal aan het eind stappen ze eruit en ontmantelen ze het decor. In een lange, mooie monoloog roept Rosa van Leeuwen op tot een andere manier van kijken, buiten de ingesleten paden van het drama om, om de complexiteit van de wereld beter te vatten.

Samen met Susanne Kennedy, Naomi Velissariou en nog een aantal theatermakers stellen Moeremans en Robbrecht dit seizoen wezenlijke vragen over de waarachtigheid van hedendaagse kunst waarin representatie en herkenning nog een belangrijke rol speelt. Dat is verfrissend en maakt ook zeer nieuwsgierig naar hun antwoorden, anders gezegd: naar hun idee over wat theater dan nog wél vermag.

Crash test Ibsen II: Volksvijand van Sarah Moeremans/NNT. Gezien 24/4/14 in Utrecht. Te zien in Amsterdam (Frascati) 8 t/m 10/5. Meer info op www.nnt.nl

Recensie: ‘In die nag’ van Dood Paard

Een groepje van vier hangt rond in de Blincker, het theatercafé van Frascati. Ze hebben blijkbaar diepzinnige onderonsjes en verplaatsen van tafel naar tafel, naar bar, naar trap. Ze vallen nogal op: ze zijn van top tot teen in het oranje, met maffe hoedjes, voetbalbroekjes, veiligheidshesjes en pruiken.

De vier, Manja Topper, Gillis Biesheuvel, Joachim Robbrecht en Marien Jongewaard, zijn de spelers van In die nag, de nieuwe voorstelling van Dood Paard, geschreven door Rob de Graaf. Na zijn stuk Freetown, ook voor Dood Paard twee jaar geleden, gebruikt hij nu opnieuw Afrika als lens om naar onszelf en onze relatie met de ander te kijken, maar de voorstelling In die nag is weerbarstiger en minder eenduidig.

De voorstelling is een drieluik dat begint in het café. De vier oranjeklanten blijken een totaal verzuurde, typisch Hollandse zeikfamilie. Vanaf de balustrade boven de bar krijsen ze hun ongenoegen over het land, het leven en elkaar uit over de toeschouwers onder hen. Ze spreken een voor een, heftig gesticulerend, maar als een ander het woord neemt bevriezen ze in een groteske grimas. “Als ik een mening heb, dan ventileer ik ‘m. Hersens zijn net darmen: als je ze niet af en toe leegt dan krijg je alleen maar verstopping.” Ontevreden zijn ze, en dat is van iedereen de schuld, van de kinderen, de ouders, het land, de bureaucratie, nu ja in ieder geval niet van henzelf.

Maar ze hebben een oplossing: ze gaan verhuizen naar Afrika. Het is de opmaat voor het langdurige ritueel waarmee het publiek de zaal wordt geloodst. De spelers dansen in pluchen dierenkostuums, delen een plukje gras en een boontje uit aan iedere bezoeker die binnenkomt en zetten met water een stip op hun voorhoofd. Ze verkleden zich in lange gewaden en spannen een enorm grote doek vlak boven de hoofden van het publiek.

Onder die tent is er ruimte voor voorzichtige en onzekere gedachten. Een groep mensen is op zee en zwalkt de aarde rond. Zijn het piraten, kolonisten of bootvluchtelingen? “Ons schip heeft geen roer en geen anker.” Zowel Dood Paard als De Graaf laten zich hier van een onkarakteristiek lyrische kant zien en dat smaakt naar meer.

Het laatste deel is echter koud en slepend. De vier spelen weer een familie, maar nu in Zuidafrikaanse woonwagens. Ze zijn niet meer verbonden met hun thuisland, maar evenmin geworteld in het land van aankomst. De tekst is ineens in het Zuidafrikaans, maar het is vrij goed te volgen – de taal is simpel en wat Jongewaard ook spreekt, het wordt toch Amsterdams. De lethargie is verwoestend. Wat het gezin aan het begin aan energie en woede te veel heeft, heeft deze te weinig.

Als je de vier aan het eind ziet als dezelfde familie van het begin (wat niet per se hoeft) is er niets van ze overgebleven behalve jaloezie op de buren en de verwachting dat het morgen op de een of andere manier vanzelf beter wordt. In vorm en spel is dit Dood Paard op z’n best, maar waar het ze nu om te doen is blijft te lang onhelder.

In die nag van Dood Paard. Gezien 27/10/12 in Frascati. Aldaar t/m 4/11. Tournee t/m 13/2/13. Meer info op www.doodpaard.nl

De Komende Opstand

[Oude meuk van voor de vakantie. Dit schreef ik voor Rekto:Verso. Het staat ook hier]

Het Kunstenfestivaldesarts presenteert een opmerkelijk samenwerkingsproject van de Duitse theatergroep Andcompany&Co met Nederlandse en Vlaamse toneelspelers. Der (kommende) Aufstand is een radicaal politieke manifestatie, een ideaal vechthuwelijk van Duitse filosofische degelijkheid en Hollandse botte directheid. Het vaderlandse politieke theater kan daar een voorbeeld aan nemen.

‘Wees maar niet bang! Wij zijn slechts acteurs. We zijn verkleed als bedelaars. Wij oefenen hier de opstand.’ Het is een ratjetoe aan spelers dat met deze woorden Der (kommende) Aufstand opent: roepatleten van het Duitse provincietheater (in dit geval het Oldenburgisches Staatstheater), muzikale performance-mimers uit Nederland, drie muzikanten, de Vlaamse regisseur Joachim Robbrecht en een spelende dramaturg van het kleine Andcompany&Co.

Al in de eerste scène blijkt hoezeer de Nederlandse en Duitse mentaliteiten elkaar aanvullen. De overdaad en het directe contact met het publiek doen denken aan het werk van De Warme Winkel, maar inhoudelijk krijg je een razend knappe opeenstapeling van de meest uiteenlopende referenties: van de zestiende-eeuwse watergeuzen (genoemd naar het Franse woord voor bedelaar, ‘gueux’) tot de huidige Occupy-beweging en de Nederlandse kunstbezuinigingen. Steeds staat een van de acteurs met de rug naar het publiek – precies zoals de politiek hen verwijt – terwijl hij ons toespreekt via de human mic van de anderen.

Uitgangspunt voor de voorstelling is een essay van Friedrich Schiller, Der Abfall der Niederlande, over de Nederlandse opstand tegen de Spaanse koning, die leidde tot de Tachtigjarige Oorlog en de onafhankelijkheid van het land. Nederland kan nu wel een beetje opstand gebruiken, moeten de makers gedacht hebben.

Continue reading “De Komende Opstand” »

Recensie: ‘Rashomon Effect’ van TA2 en Frascati

Bijna alle acteurs uit Rashomon Effect speelden wel eens een rol in politieseries als Baantjer, Russen, Witse of Flikken. Licht vermaak met clichématige personages, een effectieve red herring en eindigend met één heldere oplossing van het gepleegde misdrijf. Maar zo eenvoudig is de werkelijkheid niet. De Japanse regisseur Akira Kurosawa maakte daarover de film Rashomon, over een verkrachting en een moord vanuit het perspectief van drie getuigen, die alledrie een overtuigende maar elkaar wederzijds uitsluitende versie van het verhaal vertellen. De waarheid is ongrijpbaar, de toeschouwer blijft in verwarring achter.

De jonge Vlaamse regisseur Joachim Robbrecht baseerde zijn voorstelling losjes op de film. Dat kan interessant zijn, maar hij maakte de fatale fout om aan het complexe gegeven nog een laag toe te voegen. Robbrecht doet in zijn werk onderzoek naar de Nederlandse identiteit (eerdere voorstellingen gingen over Anne Frank, de ‘V.O.C. mentaliteit’ en het weer) en nu gaat naast ‘de waarheid’ ook Peter R. de Vries onder het fileermes. Robbrecht verplaatste de handeling naar een hotel in het noorden van het land, waar toevallig een misdaadverslaggever na tien jaar televisie zijn autobiografie aan het bijwerken is en die meteen het heft in handen neemt. Vanaf dat moment is het Miss Marple-gehalte al onverdragelijk.

Natuurlijk, Robbrecht kiest doelbewust voor clichés. We zien een geldbeluste hoteleigenaar, een blonde femme fatale, een ideale dader (“Een eenzame jongen aan de rand van het dorp en van de samenleving”) en een methodisch werkende, lidwoorden vermijdende rechercheur die gedurende de voorstelling het uit whiteboards bestaande decor volkalkt. Maar waarom moet een andere vrouw ook nog als over the top Char met geesten praten? En waarom moet haar man daar onaangedaan foto’s van maken?

Al snel ontspoort de voorstelling in absurde, gestileerde scènes. De spelers voetballen met een plastic flesje, schrijven met nepbloed “slet” op het raam, herhalen elkaars gebaartjes en bulderen als een donderpredikant ernstige teksten over “De Waarheid”.

De satire op De Vries is uiteindelijk nog niet eens zo slecht gedaan. Alwin Pulinckx plaatst met flair de holle oneliners (“De slachtoffers… Gevangen in hun morele ontreddering. De dader… Loopt nog vrij rond”) en Florentijn Boddendijk zorgt op het toneel live voor een toepasselijk goedkope synthesizer-soundtrack. Maar de makers lijken hun materiaal dan al lang niet meer serieus te nemen.

Je kunt als bezwaar tegen Peter R. De Vries’ werkwijze aanvoeren dat hij echte mensen plaatst in de simplistische schema’s van de whodunnit. Toneelschrijver Rob de Graaf formuleerde in Met  Joran aan Zee (nu te zien als lunchvoorstelling in Bellevue) voorzichtig een antwoord door Natalee Holloway en Joran van der Sloot een alternatief verhaal te geven (overigens zonder De Vries te noemen). Maar Robbrecht bestrijdt hier simplisme met simplisme. En dat is ergerlijk.

Rashomon Effect van TA2 en Frascati Producties. Gezien 24/1/10 in Frascati. Aldaar t/m 30/1. Meer info op www.tga.nl

Over ‘V.O.C.! Wijde Weelderige Wereld’ van Joachim Robbrecht en De Warme Winkel

overig,Parool — simber op 21 november 2008 om 15:35 uur
tags: , ,

Een kort stuk over V.O.C.! Wijde Weelderige Wereld van Joachim Robbrecht en De Warme Winkel voor Volume, het tijdschrift van het Gasthuis, het nummer van september 2008. Werd aangevuld met foto’s en enkele tekstfragmenten.

De Nederlander, Joachim Robbrecht heeft een eindeloze fascinatie voor dit specimen. De van oorsprong Vlaamse schrijver en regisseur doet nu al enkele jaren onderzoek naar de Nederlandse identiteit. Eerder maakte hij voorstellingen over het weer, Van Gogh, en Anne Frank. Deze zomer maakte hij met De Warme Winkel een voorstelling over de V.O.C.-mentaliteit, door onze minister-president aangeprezen als tegengif voor de Jan Saliegeest.

Robbrecht doet in zijn stukken niet aan plots en personages zijn er nauwelijks, of worden gebaseerd op wat de spelers aan eigen bagage meebrengen. Ook V.O.C. ‘leent’ als het ware de theatrale vorm om iets te zeggen dat meer essayistisch is. Het diept de clichés van Balkenende en anderen over Nederland uit, maar ondergraaft ze juist daarmee.

De zoektocht naar identiteit bij Robbrecht begint altijd bij de taal. Hij start met clichés, gemeenplaatsen, stoplappen en gaat ermee aan de gang. Hij speelt ermee, kneed ze, vergroot ze uit, trekt ze tot in het belachelijke door, transformeert ze naar andere terreinen. Eerst lijkt het niets meer dan spel, een witz, cabaret bijna. Maar uiteindelijk ontbreekt de clou, laat hij je achter met onaangename onzekerheden.

De personages denken niet, ze formuleren slechts. Of ze nu een kille zakenman zijn, een Poolse importbruid of een onzekere dichter, ze redeneren zich suf, maar denken doen ze niet. En achter dat fomuleren schuilt steeds een zekere hardheid, een focus op eigenbelang en wantrouwen.

Robbrecht’s beelden sluiten aan bij de woorden. De vier spelers zijn gekleed in pofbroeken, maar de regentenkragen zijn niet uit De Gouden Eeuw, maar blijken imkermaskers te zijn. Hun gestileerde bewegingen doen denken aan schilderijen van Hollandse meesters of aan de gestiek van Jelgerhuis, maar hebben bij nader inzien alleen een pompeus effect.

Zo toont Robbrecht de valkuilen van het eendimensionale identiteitsdenken in het publieke debat. Nadenken over ‘Nederlander zijn’ is niet per se een aangename bezigheid, alles waarop ‘we’ trots zouden kunnen zijn hangt samen met minder edele eigenschappen.

Recensie Gastschrijvers #5 van Gasthuis Frascati

Drie jonge schrijvers schrijven ieder een stuk en drie jonge regisseurs maken er een geënsceneerde lezing van. Het concept van Gastschrijvers is redelijk overzichtelijk. Dit jaar, bij de vijfde editie, koos het theaterwerkplaats Gasthuis ervoor om schrijvers van vorig jaar -Marjolijn van Heemstra, Hannah van Wieringen en Jibbe Willems- nogmaals te benaderen. Ze werden nu niet alleen aan regisseurs gekoppeld, maar werden ieder ook ondersteund door een groot theatergezelschap.

Dat is een hoop verpakking voor toch wat weinig inhoud. Deze week kan het publiek in het Gasthuis de drie kleine voorstellingen achter elkaar zien en hoewel de stukken helemaal niet onaardig zijn, lijkt uitvoering door een van de nieuwe stadsgezelschappen nog ver weg.

De twee vrouwen schreven teksten over maakbaarheid van het leven. Van Heemstra laat in Blauwe Maan drie personages praten over de landing op de maan en het vooruitgangsdenken in hun eigen leven. Haar droge, poëtische zinnetjes zorgen echter voor te weinig onderscheid tussen de personages. Lege plek van Van Wieringen begint sterk, met twee jonge vrouwen die samen expliciet een verhaal gaan construeren, maar al snel lopen zowel de personages als de schrijfster vast, hoewel de onverwachte bijrol van een huilende veerman goed gevonden is.

Willems is de meest opvallende auteur. Niet alleen is zijn tekst Taxi de meest theatrale van de drie, hij wordt ook al stevig opgepikt door het talenthongerige theaterveld. Deze week worden wel drie van zijn teksten gespeeld in Amsterdam, naast Taxi ook nog Apocalypso door Het Syndicaat in het Rozentheater en een slimme, opgesekste bewerking van Antigone in eigen regie in Frascati.

Voor Gastschrijvers maakte hij een tekst over een troubadour, een meisje en een taxi-chauffeur, met veel tijdsprongen en geïnspireerd door film-noir. Het zicht op zijn tekst wordt echter enigszins belemmerd door de radicale keuzes van regisseur Joachim Robbrecht, die alle tekst laat uitspreken op de geluidsband en zijn acteurs in een noir decor met strijklicht, rook en videoprojecties van verlaten snelwegen en glamoureuze films een repeterende choreografie laat uitvoeren van binnenkomen, slaan en sterven.

Het is eigenzinnig, uit de heup geschoten toneel, maar als showcase voor een nieuw stuk streeft het zijn doel voorbij. En het roept ook vragen op over de missie van Gastschrijvers. Want hoe sympathiek het ook lijkt om schrijvers zonder opdracht of thema aan het werk te zetten, in de Nederlandse theaterpraktijk blijkt keer op keer dat juist wanneer schrijvers, regisseurs en acteurs samenwerken bij het ontwikkelen van nieuwe teksten er iets bijzonders ontstaat.

Gastschrijvers #5 van Gasthuis Frascati. Gezien 23/4/08 in het Gasthuis. Aldaar t/m 27/4. Meer info op www.theatergasthuis.nl

Recensie: ‘Anne Frank: Leeft en Werkt’ van Joachim Robbrecht

Parool,recensies — simber op 27 januari 2008 om 18:14 uur
tags: , , ,

Nu de fusie van Frascati en het Gasthuis een feit is, zal de inhoudelijke scheiding tussen de twee gebouwen de komende tijd steeds duidelijker worden: in de Nes zie je voorstellingen die ‘af’ zijn, in de bovenzaal in West zit je met je neus op het experiment. Zo stond enkele maanden geleden nog de prachtige voorstelling IJs van jonge regisseur Joachim Robbrecht in Frascati, maar zijn nieuwste project, Anne Frank: Leeft en Werkt, staat in het Gasthuis.

Robbrecht verzamelde zes mensen, drie mannen en drie vrouwen van verschillende generaties. Het zijn geen acteurs, wel zijn ze allemaal Joods. Ze dansen, zingen, bewegen langs de wanden van het podium met een kaars, ze staan in een houten garage-achtige doos rechts op het toneel en ze vertellen verhalen. Of eigenlijk: fragmenten van verhalen.

Een oudere vrouw vertelt over het vijftigjarige huwelijk van haar grootouders, eind jaren dertig. Zeer weinig ooms en tantes hebben de holocaust overleefd. Een oudere man, niet al te groot van stuk, zegt eenvoudigweg: “In de oorlog was ik klein. Nu ben ik nog steeds klein.” Een ander, geboren na de oorlog, vertelt over zijn tijd in een kibboets.

De veel jongere, expressieve speler Eran Ben-Michaël vertelt een talmoedisch verhaal: als een vrouw zwanger is, komt er een engel die het ongeboren kind de hele Torah leert. Maar op het moment dat het kind wordt geboren komt er een andere engel die het kind op het hoofd slaat, zodat het alles weer vergeet. God vindt het nodig dat we vergeten leren, omdat we anders alleen maar aan onze dood kunnen denken.

Een meisje in een witte jurk zwijgt. Je kan een tijd denken dat zij Anne is, die geen verhaal meer kan vertellen. Ze blijkt echter een koket meisje dat haar dagboek in navolging van Anne Kitty noemt en daarin schrijft over haar overleden opa en een verloren vogeltje.

En zo vloeit de voorstelling langs bekend terrein. Nu de herinneringen uit de eerste hand aan de oorlog langzaam maar zeker verdwijnen, wordt het belangrijk om het collectieve verhaal over Nederland en zijn bedenkelijke aandeel in de holocaust te blijven toetsen aan de persoonlijke verhalen van mensen die die geschiedenis hebben meegemaakt, maar dat die ook weer moeten vergeten om dóór te kunnen gaan. Robbrecht kiest voor een (aan Ine te Rietstap doen denkende) vorm van community theater die niet oninteressant is, maar toch weinig betekenis heeft voor een publiek buiten de kring rondom de medewerkers.

Anne Frank: Leeft en Werkt van Joachim Robbrecht, Gasthuis. Gezien 26/1/08 in het Gasthuis. Aldaar t/m 9/2. Meer info op www.theatergasthuis.nl

Prijzen op het ITs Festival

In het Compagnietheater zijn gisteravond de prijzen uitgereikt van het ITS festival. De meest prestigieuze prijs, de Ton Lutz Prijs voor afstuderende regisseurs, ging naar Joachim Robbrecht voor zijn voorstelling Adam in Ballingschap dat hij opvoerde in de Hortus. De Belgische regisseur die afstudeert aan de regie-opleiding in Amsterdam krijgt geld voor het maken van een nieuwe voorstelling en een coachingstraject. Robbrecht was zelf niet aanwezig om zijn prijs in ontvangst te nemen; hij is in Gent een nieuwe voorstelling aan het maken.

Speciale vermelding voor de Ton Lutz Prijs was er voor de eveneens in Amsterdam afstuderende regisseur Thibaud Delpeut, die tijdens het festival opviel met de geslaagde voorstelling Entr’acte. Met een zelfgeschreven, op de film Lost in Translation geïnspireerd stuk toont Delpeut zijn talent voor het construeren van gelaagde personages. Hij geeft daarnaast blijk van een goede hand van casten door Wendell Jaspers tegenover Kees Hulst te zetten. Het levert een spannende kleine voorstelling op.

Een geheel nieuwe prijs is de Kemn-A-ward. Castingbureau Kemna Casting nam het initiatief voor deze prijs voor de meest opvallende en veelbelovende acteur of actrice op het ITS. De prijs ging naar de Vlaamse acteur Oscar van Rompay die op het festival te zien was met zijn klas van de Antwerpse Herman Teirlinck school in de voorstelling Publikumsbeschimpfung. Eerder dit jaar viel hij al op in kleine rollen in de grote voorstellingen Platform van NT Gent en Opening Night van Toneelgroep Amsterdam. Van Rompay wint 4000 euro voor het verder ontwikkelen van zijn talent, en dat mag van uitreiker Job Gosschalk ook prima gebeuren op een terras in Barcelona met een fles sangria.

De overige prijzen waren voor de speerpunten van het festival: dans en internationaal. De Choreography Award voor de beste dansvoorstelling ging naar Pere Gay i Faura voor zijn voorstelling This is a picture. De ITS Guest Award voor beste internationale voorstelling ging naar Publikumfsbeschimpfung. Uitreiker Ben Hurkmans, directeur van het Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten, zei te hopen dat met de val van het kabinet en het vertrek van Rita Verdonk het voor kunstenaars eenvoudiger zal worden om naar Nederland te komen om hier te werken.

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity