Recensie: Sinaasappelstraat van Mugmetdegoudentand

Parool,recensies — simber op 10 december 2014 om 11:00 uur
tags: , ,

Tevreden met zichzelf, ontevreden over de maatschappij; dat is in een notedop de staat van de Nederlander. Het is die specifieke vorm van cultuurpessimisme die Joan Nederlof onderzoekt in haar solovoorstelling Sinaasappelstraat.

In feite is het een vrij droge lezing over democratie die ze houdt, maar met een slimme vondst weet ze de stof levend te maken: ze haalt haar grootmoeder terug (“Ik ben al ruim 20 jaar dood; tot vólle tevredenheid”), de fel sociaal-democratische Mien van Dam uit de Sinaasappelstraat in Den Haag, tevens liefhebber van operaster Joan Sutherland.

In een dialoog met haar oma (bril op) onderzoekt Nederlof (bril af) haar onvrede en komt ze via denkers als Alexis de Tocqueville en Albert Jan Kruiter uit bij het hedendaagse tekort: de democratische overheid heeft haar burgers zoveel taken uit handen genomen dat er geen ruimte is voor een democratische cultuur, waarbij mensen bijdragen aan het algemeen belang.

Tussen de regels door blijkt dat het sinds de dood van mevrouw Van Dam niet alleen maar achteruitgang is: kanker is te genezen en homo’s en lesbiennes kunnen trouwen. En hoe vurig haar geloof in gelijkheid ook is, haar schoonmaakster behandeld ze met wantrouwen en aan katholieken heeft ze een bloedhekel.

Wat goed is aan de voorstelling is de door Nederlof met pinnig onbegrip gespeelde nuchterheid van oma, die voor zelfrelativering zorgt van haar toch wat tobberige moderne-progressieven-problematiek.

Verder blijven het toch twee moeizaam aan elkaar geschroefde delen: het college politicologie en de lieve nostalgie naar helderder tijden. Daar kan een fraai theatrale finale met een cameo van Sutherland zelf niet meer aan helpen.

Sinaasappelstraat van Mugmetdegoudentand. Gezien: 29/11/14 in Bellevue. Aldaar t/m 4/12. (om 17:30u!) Meer info op www.mugmetdegoudentand.nl

Recensie: ‘Funzone’ van Mugmetdegoudentand

Funzone begint en eindigt met een lied. De opening is een vrolijk-radicale versie van Rudolph the red-nosed reindeer, waarin het rendier dat gepest wordt met z’n glimmende gok toedeloe zegt tegen de hypocriete Santa – die zonder gids pardoes met z’n slee tegen een boom klapt. De afsluiter is een ‘atheïstische gospel’ met de tekst “Wie ben ik?” als refrein.

Eigenlijk zijn het vier Rudolphs op toneel; allemaal buitenbeentjes op zoek naar zichzelf. Minou Bosua zoekt zelfkennis om zichzelf steeds maar weer te verbeteren, Dickie van den Toorn is bang dat om uit zichzelf niks te zijn en verschuilt zich steeds hilarisch nep-tappend, zijn moeder naspelend en playbackend achter iemand anders. Marcel Musters heeft zichzelf geaccepteerd, maar moet toch steeds schuimbekkend over de politiek tieren. Baby Dee heeft haar lichaam aan haar identiteit aangepast.

Ze is een New Yorkse transgender die amusant kan vertellen over haar leven onder de houthakkers en die zichzelf zingend begeleid op orgel, harp en accordeon. Allevier spelen ze min of meer zichzelf op het toneel, in een uitvergrote versie. Bosua’s zelfverbeterdrang leidt tot implosie, Musters showglimlach is zelfvoldaan op het agressieve af. Alleen Dee blijft nuchter en laconiek.

Met deze voorstelling grijpen Mugmetdegoudentand en Joan Nederlof (tekst en regie) terug op de identiteits-shows uit de jaren ’90, zoals Onder Controle en Enter. Die waren even ijdel en openharig, maar waren die zo licht en vluchtig als Funzone nu is? De spelers kibbelen, dansen, verkleden zich vaak, maar het blijft los zand. Aan het begin vertelt Musters expliciet dat ze het over ‘identiteit’ willen gaan hebben, maar is dat niet een iets te groot onderwerp voor een wufte revue van nog geen anderhalf uur?

Een tweede laag in de voorstelling is interessanter. In hun monologen en discussies playbacken de spelers soms stemmen van een geluidsband (Frans Bauer en Joop van den Ende), Baby Dee herhaalt een tekst van Musters in fonetisch Nederlands, een souffleur zegt teksten voor en tijdens het zingen raakt de tekst op het karaoke-scherm in de war. Onze identiteit komt immers voornamelijk voort uit de buitenwereld.

Ook de individuële acts zijn vaak leuk, met buitenissige, maar volkomen vanzelfsprekend zichzelf zijnde Baby Dee als middelpunt en een lieflijk absurd dansje van een roze thule bloem, een harig beest en een slaapzak als hoogtepunt.

Musters zingt aan het eind van de afsluitende gospel ‘Wie ik ben/weet ik alleen’. Dat is een wel erg gemakzuchtige uiting van het wezenloze cliché dat je in jezelf moet geloven. Heeft Musters probleemloze tevredenheid dan gewonnen? Niet helemaal. Terwijl het licht dooft roept hij met schorre stem: “Ik ga op zangles”. Toch nog iets bij te schaven.

Funzone van Mugmetdegoudentand. Gezien 28/12/12 in Haarlem. In Amsterdam (Bellevue): 28/2 t/m 17/3. Tournee t/m 30/3. Meer info op www.mugmetdegoudentand.nl.

Recensie: ‘Wat is het nu’ van Mugmetdegoudentand

Parool,recensies — simber op 29 april 2011 om 00:53 uur
tags: , , , ,

Theatergroep Mugmetdegoudentand heeft al een aantal jaar als slogan ‘Het is nu’. Onderzoekend, herkenbaar en actueel theater willen ze maken. Als zo’n groep dan een voorstelling maakt met als titel Wat is het nu dan moet dat wel een teken zijn van diepe existentiële crisis.

Wat is het nu is een monoloog van Lineke Rijxman, gemaakt samen met Joan Nederlof, over de staat van verwarring die ze al een aantal jaar voelen, en die eerder tot uitdrukking kwam in de voorstelling Inside Out (over de Hirsi Ali-affaire). Niemand gelooft meer in de waarheid en niemand weet meer het verschil tussen kunst en amusement. Alle waarden waarmee Rijxman mee is opgegroeid worden langzaam maar zeker onderuit gehaald. Koel rekent Rijxman voor dat ze deze voorstelling de rest van haar leven moet spelen om hetzelfde aantal kijkers te halen als één avond Ik hou van Holland.

In het decor van een modern design-appartement gebruikt ze haar jeugd en haar ouders als uitgangspunt om een bijna vergeten wereld op te roepen van dirigenten, Bach en operazangeressen, van serieuze stukken in de krant, maar ook van huiselijk geweld op de maat van ‘Alle Menschen werden Brüder’. “Verberg je, want de barbaren komen eraan”, zegt haar vader op zijn sterfbed tegen zijn dochter. Of misschien ook niet: “Niks is waar, alles is gelogen”, dus waarschijnlijk ook het verhaal dat ze is geboren op haar moeders bontjas in het Concertgebouw.

Die barbaren is overigens een duidelijke verwijzing naar het vorig jaar verschenen boekje De Barbaren van de Italiaanse schrijver Alessandro Baricco. Ook hij beschrijft de cultuuromslag, maar hij weigert pessimistisch te zijn: we gaan eenvoudigweg van het ene idee van cultuur (waarbij het gaat om door inspanning en concentratie doort te dringen in de betekenis van één kunstwerk, zoals een symphonie van Beethoven) naar een nieuw idee (waarin het gaat om het verbinden van een zo groot mogelijk aantal betekenissen).

Deze voorstelling ontbeert die goedmoedigheid. In een parade van typetjes onderbreekt ze zichzelf continu en valt ze zichzelf aan in de rol van haar vader, agent, Sylvie Meis en de echte Robert ten Brink op geluidsband. Geestig is de desperate auditie voor een Carla Bruni-rol en ook de filmtrailer-parodie, waarin Rijxman als superheldin wraak neemt op iedereen die haar dwarszit, van mensenrechtenschenders in Bahrein tot subsidieintrekkers in de polder. In de rest van de voorstelling valt het gebrek aan koketterie in de grove typetjes op: heel haar acteervermogen staat in deze voorstelling in dienst van de twijfel.

En zo gaat Wat is het nu over Rijxman’s verzet tegen een grote verandering in de wereld en haar verlangen naar huis: “Niet de plek, maar innerlijk.” Maar het probleem met de voorstelling is dat Rijxman natuurlijk zelf ook een ‘barbaar’ is. In iets meer dan een uur rijgt ze Gerard Joling, Kill Bill, Beethoven, Shocking Blue, videobeelden en nog veel meer aan elkaar. En ook daarmee weet ze het ‘erbarmen’ te wekken dat ze van kunst vraagt. Hoe mooi Rijxman’s tobberigheid ook is om naar te kijken, zoveel zorgen hoeft ze zich niet te maken.

Wat is het nu van Mugmetdegoudentand. Gezien 28/4/11 in Haarlem. Volgend seizoen te zien in Amsterdam. Meer info op www.mugmetdegoudentand.nl

Theater op televisie

overig — simber op 17 september 2009 om 17:19 uur
tags: , , , ,

Geschreven voor 609, het nieuwe kwartaal tijdschrift van het Mediafonds (voorheen Stimuleringsfonds Culturele Omroepproducties)

Na een hiaat van een paar decennia worden er in augustus weer registraties van toneelvoorstellingen uitgezonden op de Nederlandse televisie. Het project, van (televisie-) producent en regisseur Marc Nelissen, wordt met spanning tegemoet gezien, maar roept ook vragen op. Want wat is de beste manier om theater op televisie te vertonen? Moet je theater registreren als een voetbalwedstrijd? Of moet je adapteren en een nieuw autonoom kunstwerk maken? Zijn er tussenvormen denkbaar? Simon van den Berg vroeg makers die de kloof tussen theater en televisie overbruggen naar hun opvattingen over hoe beide elkaar kunnen aanvullen.

In de toneelwereld wordt er nogal eens nostalgisch aan gerefereerd: de toneelregistraties uit de jaren vijftig en zestig. Iedere donderdagavond werd een stuk uit het toneelrepertoire uitgezonden door een van de publieke omroepen. In de decennia erna gingen omroepen zelf drama produceren specifiek voor het medium, en theater kreeg minder en minder ruimte op televisie.

Een nieuw project wil de trend keren. De stichting Theater en Televisie van (televisie-)producent en regisseur Marc Nelissen registreerde afgelopen theaterseizoen zes voorstellingen, die eind augustus rondom de Uitmarkt integraal worden uitgezonden (zie kader). Het project is een samenwerking van de stichting met de NPS, AVRO en VPRO en wordt ondersteund door het Cobofonds en acteursbelangenorganisatie Norma.

Maar bij de presentatie van de eerste beelden liet Theu Boermans in een toespraak weten dat het verhaal wat hem betref nog niet klaar was met deze registraties. Hij denkt dat het mogelijk moet zijn om één voorstelling van het begin af aan te maken voor zowel het podium als het televisiescherm. Bij het project van Marc Nelissen gaat het om zuivere registraties –Nelissen zelf gebruikt graag de vergelijking met uitzendingen van voetbalwedstrijden-, Boermans zou eigenlijk adaptaties willen maken met aanpassingen in de voorstellingen om ze beter geschikt te maken voor televisie.

Een paar weken later legt Boermans in een gesprek zijn idee uit. “Ik vind de registratie van mijn voorstelling De Koopman van Venetië goed geslaagd. Maar als ik van te voren had geweten dat dit zou worden opgenomen en uitgezonden had ik parallel een tweede versie kunnen maken. Voor het maakproces is het verschil niet zo groot. Je concept en je personageontwikkeling blijven hetzelfde, je gebruikt alleen een andere taal. Maar toneel is één totaalbeeld, door mise-en-scène maak je als het ware close-ups en medium shots. Ik zoek in een tekst altijd naar de scharnierpunten in het verhaal en in de verhoudingen tussen de personages. In een theatervoorstelling worden die gemaakt door de acteurs en de vormgeving, in film vervang je dat door montage.”

“De vrijheid die je wint als je vooraf weet dat je het gaat bewerken voor televisie is dat je kunt gaan nadenken over de plek waar het zich afspeelt”, vervolgt Boermans. “Het hoeft niet in het toneeldecor, het kan op locatie of in een studio. Je kunt gaan nadenken of publiek erbij een meerwaarde heeft of juist niet. Ik had De Koopman van Venetië graag willen opnemen in een studio, zodat het zich helemaal in de zilveren, abstracte wereld van het toneeldecor had kunnen afspelen, zonder publiek. Dat had een bepaalde verdichting en spanning gegeven die bij deze voorstelling past. We hadden wat kunnen schrappen in de tekst – een oogopslag die je in het theater niet ziet zegt even veel als drie zinnen tekst. Bovendien hadden we kunnen oefenen op camera, waarbij de acteurs kleiner spelen. Ik had die twee versies tegelijkertijd kunnen repeteren, dat was niet zoveel moeite geweest.”

Marc Nelissen, die zelf de registratie van De Koopman van Venetië regisseerde, is op z’n zachtst gezegd niet enthousiast over de plannen van Boermans: “Ik vind het een onzalig plan. Theatermakers moeten een zo goed mogelijke voorstelling maken, en ik moet die zo goed mogelijk vastleggen. Natuurlijk doen we daarbij lichte aanpassingen -soms moet de camera voor een paar close-ups op het toneel, dat doen we dan ’s middags, of we veranderen hele kleine dingen aan een voorstelling die anders slecht te zien zijn-, maar als je dat te ver doorvoert kom je tussen twee werelden terecht. Je kunt ook niet “een beetje” adapteren, dat is heilloos. Je komt dan in een schemergebied vol compromissen. Je kunt het natuurlijk wel helemaal los van elkaar trekken en er een nieuw, apart script van maken. Dan wordt het een ander verhaal.”

Nelissen is vooral tegen het weglaten van het publiek in de televisieversie: “Met het publiek erbij wordt het een beleving, het is één take, één spanningsboog en dat geeft een geheel eigen dynamiek. Een voetbalwedstrijd zonder publiek op televisie is is niks. Op televisie zie je andere dingen dan in het stadion, maar dat er publiek bij is is essentieel. Dat is te vergelijken met het verschil tussen een een gloedvolle avond Concertgebouworkest in de zaal met de spanning en de ontlading die daarbij hoort, of het vangen van de perfecte klank in een klinische studio. Het zijn verschillende dingen, en je moet een keuze maken.”

Peter de Baan is milder: “Het lijkt me moeilijk om gelijktijdig na te denken over twee versies.” De Baan is van oorsprong toneelregisseur, maar maakte in het kader van het Theater op Televisieproject de registratie van Ivo van Hove’s De Getemde Feeks. Hij ziet vooral de praktische voordelen: “Het is natuurlijk geweldig als je in één seizoen een voorstelling kan maken en daarna een filmversie. Er is winst te halen op op produktioneel niveau als je dat allemaal van tevoren kan vastleggen. Maar dat heeft pas zin als je dezelfde acteurs gebruikt, die hebben al gelééfd in het stuk. Bovendien kunnen vrijwel alle acteurs tegenwoordig zowel film als toneel. Maar toch geldt voor mij dat ik liever de voorstelling zou maken vanuit de vrijheid dat het alleen voor toneel is. Dat is ook een verschil in persoonlijkheid tussen Theu en mij.”

Actrice en schrijfster Joan Nederlof, tevens artistiek leider van theatergroep Mugmetdegoudentand heeft een ander perspectief: “Ik ben niet zo onder de indruk van wat ik tot nu toe van deze registraties heb gezien. Er is heel rigide gekozen dat het geen adaptaties mochten zijn, en ik snap niet zo goed waarom. Dit zal voornamelijk als effect hebben dat mensen die niet naar het toneel gaan bevestigd worden in hun idee dat het maar een vreemd medium is dat niet voor hen is. Bij de filmversie van onze voorstelling Smoeder kozen we voor een adaptatie op een simpele manier: ee speelden het in een café, met publiek eromheen. Daarmee werd het veel toegankelijker en dichterbij dan een registratie in het theater had kunnen zijn. Maar dat had niet binnen dit project gepast omdat het te veel adaptatie zou zijn.”

Boermans is zich er zeer wel van bewust dat zijn aanpak niet bij iedere voorstelling past: “Het beeld is soms te groot, of de vorm en het acteren zijn te abstract, en vooral wanneer de acteurs door de vierde wand breken accepteert het publiek dat niet altijd, omdat film toch meer in de naturalistische traditie staat. De registratie van De Koopman van Venetië werkt mede omdat het een retorisch stuk is, situationeel gespeeld met herkenbare personages. Maar abstractie is in principe geen belemmering. Als toeschouwer ga je mee met de personages, niet met de vorm. Je kunt prima een volkomen abstract decor maken, als de personages en hun tekst maar aangepast zijn aan de film.”

Een voorbeeld van die methode is de film 1000 Rosen, die Boermans in 1994 maakte met zijn gezelschap De Trust, naar het gelijknamige toneelstuk van Gustav Ernst. “Die tekst bestond uit eindeloze monologen. De personages in het stuk zijn overbewust en spreken alles uit. In de film hebben we dat allemaal omgeschreven naar de situatie en op basis daarvan nieuwe dialogen geschreven. We probeerden een equivalent te vinden voor de toneeltaal door het in een merkwaardig Nederduits dialect te spelen. Daardoor moesten we het ondertitelen en zo werd het tekstuele van Gustav Ernst via een omweg weer poëzie. Dat is een voorbeeld van een oplossing voor een algemeen probleem: toneeltekst is heel erg kunstmatig op film: toneelpersonages spreken hun gedachtes uit, het lijkt meer op een voice-over. Die abstractielaag in taal hoort bij toneel.”

De Baan heeft een vergelijkbare ervaring: “Ik werk nu aan een televisiescenario van Volmaakt Geluk, een toneeltekst van Charles den Tex en mij die ik vorig jaar regisseerde. Het leent zich goed voor een filmversie, het is een verbaal gevecht, met spitse dialogen en een makkelijk soort moderniteit. Maar ik moet er veel meer beelden bij maken. In het algemeen kun je zeggen dat onder invloed van film toneelschrijvers de specifieke kracht van theater opzoeken: personages die elkaar psychologisch uitbenen door middel van praten. De beelden die in zo’n tekst zitten moet je op de een of andere manier omzetten.”

Bij het adapteren van Volmaakt Geluk krijgt De Baan ook te maken met een tweede, minder inhoudelijk aspect van de verhouding tussen theater en televisie: de grote afstand tussen beide werelden. “Toneel is veel makkelijker te organiseren,” merkt hij op, “Film blijft tot in een laat stadium onzeker. Er is nogal wat wilskracht voor nodig om iets voor elkaar te krijgen. Je moet van elastiek zijn en van eikenhout. Er zijn ook weinig contacten over en weer. Natuurlijk, op het niveau van de acteurs lopen de werelden van toneel en film volledig door elkaar. Maar op gebied van regisseurs helemaal niet. Er is ook veel wantrouwen over en weer, maar vooral van film naar toneel.”

Boermans heeft dat wantrouwen aan den lijve ondervonden: “Toen we 1000 Rosen maakten en daarna de televisieserie De Partizanen kregen we klachten van de Vereniging van Speelfilmproducenten. Wij konden goedkoper werken, omdat de acteurs in vaste dienst waren van het gezelschap. Dat vonden zij oneigenlijke concurrentie. Dat soort denken blijft bestaan totdat de opleidingen meer gaan samenwerken. Ik zou dan ook willen nadenken of het mogelijk is dat de Toneelschool en de Filmacademie bepaalde lessen gezamenlijk gaan geven. De kern van beide vakgebieden, het dramatische conflict, is toch hetzelfde.”

Alle regisseurs die ik sprak pleiten voor meer flexibiliteit en durf bij de omroepen en de fondsen: “Bij de Publieke Omroep gaat het nu wel goed met de kijkcijfers, maar niet met de kwaliteit,” vat Nederlof de meningen samen, “Als je op zoek gaat naar nieuwe vormen moet je risico nemen, en daarvoor is geen ruimte. De politiek moet de omroepen ook dwingen om meer èchte cultuur te brengen.” Voor de nabije toekomst ziet Nelissen vooral mogelijkheden voor het uitbreiden van het huidige registratieproject: “Het vastleggen voor het nageslacht vind ik belangrijk, dus een making of, of interviews met de betrokkenen zijn heel waardevol.”

De Baan wil juist een stap verder gaan: “In een vervolgproject zou je moeten proberen er film van te maken. Of in ieder geval: twee autonome produkten met dezelfde auteur. Een stuk of drie projecten met regisseurs die de ervaring hebben.” Boermans pleit voor verdergaande samenwerking tussen theatermakers en televisieproducenten: “Bij dramaturgieafdelingen van toneelgezelschappen zit heel veel know-how. Dramaturgen lezen heel veel van wat er voor toneel wordt geschreven, terwijl ze bij de televisie altijd enorm hard op zoek zijn naar nieuwe scripts. Het zou goed zijn als dramaturgie-afdelingen zelf aan planontwikkeling konden doen. Je zou willen dat er een loket is voor dit soort plannen, als contactpunt tussen theater en televisie. Er moet een biotoop zijn waar plannen ‘omroeprijp’ gemaakt kunnen worden.

Sidebar: De registraties:

Het temmen van de feeks van Toneelgroep Amsterdam
theaterregie: Ivo van Hove, televisieregie: Peter de Baan

Geslacht van Het Toneel Speelt
theaterregie: Ger Thijs, televisieregie: Peter de Baan

De Koopman van Venetië van de Theatercompagnie
theaterregie: Theu Boermans, televisieregie: Marc Nelissen

Op hoop van zegen van Het Toneel Speelt
theaterregie: Jaap Spijkers, televisieregie: Eddy Habbema

Blackface van Orkater
theaterregie: Vincent van Warmerdam en Michel Sluysmans, televisieregie: Marc Nelissen

Tocht van het Ro Theater
theaterregie: Alize Zandwijk, televisieregie: nnb

De registraties worden vanaf 28 augustus wekelijks uitgezonden op vrijdag en zaterdag.

Recensie Sexappeal van Mugmetdegoudentand en Bellevue Lunchtheater

Zijn ze door of zijn ze niet door? Drie acteurs zitten in de wachtkamer bij de auditie voor de rol van hun leven. Maar gaat het nou over de personages of over de acteurs zelf? Hanneke Groenteman, Marcel Musters en Beppe Costa spelen in de aardige nieuwe Bellevue Lunchtheatervoorstelling allemaal min of meer zichzelf. Helemaal aan het begin worden ze door een voiceover nog even genadeloos neergezet als respectievelijk publiekstrekker, dikzak en ongevaarlijke vrouwengek. Alledrie de spelers voeren een tamelijk publieke strijd met overgewicht.

Het was Musters die Groenteman tijdens een etentje (wanneer anders) vroeg om samen een voorstelling te maken, en de presentatrice maakt in Sexappeal haar acteerdebuut. Joan Nederlof maakte op basis van de acteursimprovisaties een tekst over erkenning en obsessies en nieuw Mugmetdegoudentand-lid Lineke Rijxman regisseerde.

De drie spelen ongeveer zichzelf, met enkele uitvergrote trekjes. Costa oefent de meest vervelende openingszinnen op Groenteman die zelf een obsessie heeft met Audrey Hepburn, Musters speelt met een naakte handpop met een enorme bierbuik. Af en toe verdwijnt een van de drie door een deur naar ‘de jury’ (hoewel het soms ook een medische keuring lijkt) om even later juichend danwel gebroken terug te keren.

De aankleding wordt steeds absurder. Groenteman begint als ouwelijke pop in een petticoat en een wit bloesje, maar krijgt later een dik blootpak aan, Costa komt op in drag en Musters wordt een zak patat. Groenteman blijft goed overeind naast de twee ervaren podiumdieren. Haar stoïcijnse blik is geestig en op het toneel houdt ze die speciale aantrekkingskracht (de X-factor, schijnt dat tegenwoordig te heten) die haar op televisie ook zo naturel maakte.

Af en toe is het alleen nog een beetje te gezellig op het podium. De voorstelling zal gedurende van de speeltijd waarschijnlijk nog wat harder en venijniger worden, zodat de eindconclusie dat je je niet zoveel moet aantrekken van al die jury’s wat beter aankomt. Met dit commentaar mogen ze zeker door naar de volgende ronde. In april en mei speelt gaat de voorstelling avondvullend op tournee.

Sexappeal, lunchpauzevoorstelling van Mugmetdegoudentand. Gezien 9/10 in Bellevue. Aldaar nog t/m 26/10. Meer info op www.mugmetdegoudentand.nl.

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity