Recensie: ‘De Wilde Eend’ van Maren Bjørseth/Frascati Producties

Tussen de zwart-witte cutouts van bomen lijken de smokings van de twee vrienden bijna camouflagekleding. Net als in haar eerdere voorstellingen zet regisseur Maren Bjørseth twee acteurs met behoorlijk verschillende speelstijlen tegenover elkaar. Thomas Höppener speelt alleen de buitenkant, met nadrukkelijke gestiek; Sander Plukaard is expressiever, alsof hij permanent onder druk staat.

De heldere contrasten geven een associatie met tekenfilms en dat lijkt goed te kloppen bij De wilde eend van Henrik Ibsen. Het is een raar stuk, waarin Gregers (Höppener) na jaren terugkomt bij zijn familie, een groot geheim ontdekt over zijn vriend Hjalmar (Plukaard) en hem aanmoedigt zijn levensleugen onder ogen te zien en te kiezen voor een leven in waarheid. Wat de arme drommel nog doet ook. Het loopt niet goed af.

Bjørseths regie is een beetje verwarrend omdat niet helemaal duidelijk wordt of het haar nu gaat over het verhaal of om iets anders. De afgelopen jaren is er in het Nederlands toneel flink gedold met het werk van Ibsen, met de vrolijke deconstructies van zijn wereld- en mensbeeld in Sarah Moeremans’ Crash Test Ibsen-serie als hoogtepunt. Is Bjørseth net zo kritisch of zoekt ze toch een modern equivalent van die ideeën? Ik kreeg sterk de indruk dat ik een puzzelstukje miste om deze voorstelling te ontsluiten.

Nu staat er een vrij volle voorstelling, met actrice Diewertje Dir die live met requisieten en zendmicrofoons een techno-achtige soundscape componeert, twee grappige bijrollen van Jochum ten Haaf en Mark Kraan als vaders van beide vrienden, een decor met verrassende verlichtingsmogelijkheden en slim gebruik van ballonnen.

Er zitten genoeg goede ideeën in deze Wilde eend (misschien te veel) en met name Plukaard is erg goed. Maar uiteindelijk krijg je je vinger er niet achter.

De Wilde Eend van Maren Bjørseth/Frascati Producties. Gezien 31/10/15 in Frascati. Aldaar t/m 6/11, daarna tournee. www.frascatiproducties.nl

Recensie: ‘The New Electric Ballroom’ van Het Nationale Toneel

“Naar binnen. Naar binnen. Naar binnen. Naar binnen.” Eindeloos herhalen ze de drie zusters de woorden, terwijl ze één van hen een te klein Marilyn Monroe-jurkje en witte laarsjes met naaldhakken helpen aantrekken, om het af te maken wordt er nog wat lippenstift in de buurt van de mond gesmeerd. Hier wordt niet iemand opgedoft, hier wordt aas aan de haak gedaan.

De jonge regisseuse Susanne Kennedy –vast verbonden aan Het Nationale Toneel-  viel de afgelopen jaren op met vormbewuste uitvoeringen van nieuw toneelrepertoire en een eigenzinnige bewerking van Hedda Gabler. Nu ensceneert ze The New Electric Ballroom, een recente komedie van de Ierse toneelschrijver Enda Walsh.

Dat stuk heeft op zich een plot: twee oudere zussen in een godvergeten vissersdorp spelen avond aan avond een fatale gebeurtenis uit hun jeugd na, toen ze beiden buiten de danszaal verwachtten ontmaagd te worden door de Elvis-achtige rocker Roller Royce, die er vandoor ging met een derde. De jongste zus luistert en regisseert, een jonge visser valt op gezette tijden binnen. Kennedy brengt het radicaal terug tot één situatie met de nadruk op de bijna Beckett-achtige taal (zorgvuldig vertaald door Karst Woudstra) in een venijnige voorstelling over vrouwelijke seksualiteit.

De acteurs zitten opgesloten in het decor, de ongastvrije kamer van de zussen, hoog boven het toneel van Frascati. Het is een vissenkom, met vooraan een televisie met een beeld uit The Wizard of Oz en een kapotte glitterbol. Overal is water. Het druipt van de zeegroene muren, dezelfde kleur als de Judy Garland-jurkjes van de drie zussen. Aan een van de muren hangt een plastic baars die ‘Don’t worry, be happy’ zingt, ernaast staat de jonge visser (Jochum ten Haaf) die een uur lang op een plankje net boven de lambrizering stokstijf stil staat.

De drie zussen, Nettie Blanken (erg goed, bijna demonisch), Juul Vrijdag en Çigdem Teke wisselen filosofietjes (‘Mensen zijn praters’), verhalen over cake bakken en de geschiedenis met Roller Royce uit. De tekst gaat over vissers en conserven, kleine hondjes, droge koekjes en hoe onwaardig het is dat kinderen ‘via de waterwerken’ geboren moeten worden. De seksuele connotaties druipen ervanaf, maar worden nergens expliciet gemaakt. Dit zijn drie vrouwen die elkaar kapot maken omdat ze zich afhankelijk gemaakt hebben van die ene mogelijkheid tot “love” van een man, lang geleden.

Kennedy voegt aan de harde tekst naargeestige beelden toe: Teke zwiepend met een klein plastic poppetje aan een touw, knipperend met haar nepwimpers, prut van Mariakaakjes uitspuwend of eindeloos ‘There’s no place like home’ mimend. De voorstelling voelt ook helemaal áf, van het monumentale decor van Katrin Bombe dat zich tot in de kelder van Frascati lijkt uit te strekken tot het ruisende en zoemende geluidsontwerp van Richard Janssen.

Het Nationale Toneel verdient lof voor het aannemen van een zo tegendraadse regisseur in het vaak nogal keurige gezelschap. Nu wordt het de vraag wie het lef heeft om haar te ontketenen in de grote zaal.

The New Electric Ballroom van Het Nationale Toneel. Gezien 12/1/10 in Frascati. Aldaar t/m 16/1 Meer info op www.nationaletoneel.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity