Recensie ‘Don Carlos’ van Nina Spijkers, Toneelschuur Producties

Korte jasjes en lange, brede rokken; als die uitgaan strakke leren broeken, en barokke hemdjes, allemaal in donkere kleuren. De vier spelers van Don Carlos zien eruit als een rockband. Friedrich Schiller schreef het stuk een paar jaar voor de Franse Revolutie, toen de geest van vernieuwing al door Europa waarde en hij koos een verhaal over de opstand der Nederlanden twee eeuwen eerder.

Met deze kostuums (ontworpen door Nicky Nina de Jong) legt regisseur Nina Spijkers de link met de rebellie van de sixties en zo met de altijd broeiende onlustgevoelens van jongeren, waarin idealisme en hormonen altijd samengaan. Ook bij Don Carlos, de kroonprins van Spanje, die enerzijds sympathie heeft voor de opstandelingen in het buitengewest, en tegelijk verliefd is op zijn stiefmoeder, die oorspronkelijk zíjn bruid had moeten worden.

Het is een lekker stel spelers bij elkaar: Justus van Dillen, Linde van den Heuvel, Judith Noyons en Xander van Vledder weten Schillers retorische taal vloeiend en af en toe lucide te brengen, met een paar momenten van vrolijke lichtheid.

Heel effectief is het unisono uitspreken van veel teksten. Allevier hebben ze een kroontje op hun onderarm geschilderd, met die arm op hun hoofd zijn ze allevier tegelijk koning.

Dat is mooi gevonden. De beroemdste zin uit het stuk is immers: “Geef ons vrijheid van denken.” De heersende orde waartegen de jongeren zich in dit stuk verzetten zijn zij zelf. En dat is precies het probleem van hedendaagse jonge idealisten: we kunnen nauwelijks meer buiten het neoliberale systeem denken. Hoe kun je het dan omverwerpen?

De tweede helft gaat de voorstelling echter trekken. Het stuk verzandt in overdadige plotwendingen en Spijkers’ ideeën zijn misschien net te mager om bijna twee uur te boeien. Desondanks is deze Don Carlos knap werk van een vrolijk stemmend talent.

Don Carlos van Nina Spijkers, Toneelschuur Producties. Gezien 23/4/16 in De Toneelschuur Haarlem. Te zien in Amsterdam (Bellevue): 1-3/6. www.toneelschuurproducties.nl

Recensie: Tasso van Het Nationale Toneel

Je ziet het vaker op het toneel: een decor dat aan het begin nog helemaal netjes en aangeharkt is, is aan het eind veranderd in een enorme puinhoop. Bij Tasso is het andersom. Bernhard Hammer ontwierp een podium als een vol kunstenaarsatelier met piano, schildersezel, fotostudio en –lampen, borstbeelden van beroemde kunstenaars, een hogedruk verfspuitinstallatie en decorstukken van een elegante kamer waarvan sommige achterstevoren heel nadrukkelijk decor staan te zijn.

Vorig seizoen maakte de jonge garde toneelspelers van het Nationale Toneel Nieuwspoort, een aardige, maar soms wat naïeve voorstelling over de verhouding tussen kunst en politiek, waarvoor de makers een paar weken rondliepen op het Binnenhof. Nu regisseert Theu Boermans met grotendeels dezelfde acteurs (Joris Smit, Hannah Hoekstra en Sallie Harmsen, nu aangevuld met Bram Suijker en Justus van Dillen) een van de oerteksten over dat onderwerp: Tasso van Goethe uit 1787.

Tasso (Smit) is een dichter bij de rijke, jonge mecenas Alfonso (Suijker) in Ferrara. Hij is verliefd op diens zus Leonore (Harmsen), maar maakt zich onmogelijk door ruzie te zoeken met Alfonso’s vriend Antonio (Van Dillen). Zoals hij eerder deed bij bijvoorbeeld Hamlet of De eenzame weg moderniseert Boermans het verhaal onnadrukkelijk. Alfonso is hier geen hertog maar een succesvolle ondernemer op sneakers, Antonio is zijn politieke liaison. De acteurs spreken de bloemrijke taal van het origineel (fris en helder vertaald door Tom Kleijn), maar zijn daarbij modern informele en emotionele mensen.

Smit maakt van Tasso een manische hipster rocker. Hij levert het manuscript van zijn meesterwerk in bij Alfonso (die het zonder het ook maar open te slaan in een vitrine zet), speelt Angel Eyes op de piano en Pink Floyd op gitaar en schetst een paar vegen op doek. Hij is de archetypische romantische kunstenaar: wispelturig, impulsief en egoïstisch. Met tegenzin ondergaat hij de ceremonie waarin hij een gouden lauwerkrans opgezet krijgt

Van Dillen als Alfonso is zijn tegenpool: berekenend, pragmatisch en een beetje saai, al zingt hij een lied met een verrassende falset. Maar alle personages zijn ergens jaloers op Tasso; allemaal zetten ze, als ze even alleen zijn, de lauwerkrans op hun hoofd, als om te proeven van zijn vrijheid van denken en leven. Alleen Leonore niet, die te goed Tasso’s destructieve kant ziet.

Tasso is, zoals van Boermans inmiddels wel verwacht mag worden, helder en licht. Maar met drie uur is de voorstelling erg lang en op sommige momenten spreken de acteurs iets te mechanisch en niet lucide genoeg.

Aan het eind is het decor in elkaar gezet. De bustes staan op sokkels, de troep is opgeruimd, de acteurs dragen historische kostuums. Tasso heeft zichzelf te gronde gericht en wordt terecht verbannen. Maar Ferrara is een stukje saaier zonder hem.

Tasso van Het Nationale Toneel. Gezien 16/9/14 in het Compagnietheater. Aldaar t/m 27/9. Meer info op www.nationaletoneel.nl.

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2018 Simber | powered by WordPress with Barecity