Interview Karina Smulders

interviews,Theatermaker — simber op 3 oktober 2013 om 10:00 uur
tags: , , ,

Karina Smulders speelt nu twaalf jaar bij Toneelgroep Amsterdam (TA). Lang was ze de jongste van het ensemble en speelde ze de bijbehorende meisjesrollen. De laatste jaren ontpopt ze zich echter als veelzijdige leading lady met een opmerkelijke gave voor komedie (zo bleek in Zomertrilogie). Voor haar rol in Persona, afgelopen seizoen, werd ze genomineerd voor de Theo d’Or, samen met haar tegenspeelster Marieke Heebink. “Dit is het grootste decor waar ik ooit in heb gestaan en tegelijk heb ik nooit zó klein gespeeld.”

TA had weinig premières dit jaar. Waarom was dat?

We speelden heel veel reprises, omdat we niet wisten wat er zou gebeuren met de subsidies. Dat is leuk, maar zwaarder dan we dachten, omdat we alles door elkaar deden. Aan het eind liep iedereen op z’n tandvlees. Ik heb na tien jaar weer Desdemona gespeeld in Othello, naast Hans Kesting. Dat is niet een reprise zoals we die normaal doen. Het was destijds mijn eerste rol bij TA en ik had nog nooit op een groot toneel gestaan. Tijdens repetities voor de herneming kwam ik erachter dat ik toen de hele voorstelling niet de zaal in keek. Ik was zó geïntimideerd.

Bovendien heeft Ivo van Hove die voorstelling destijds gemaakt op de verhouding tussen Hans en mij, namelijk dat ik toen als de dood was voor Hans Kesting. Ik heb er voor deze reprise met Ivo en Hans over gesproken of ze niet iemand anders moesten vragen voor die rol. Ik had dat heel jammer gevonden, maar ik zou het wel gesnapt hebben. Maar uiteindelijk werkte het wel. Ik ben volwassener, sommige zinnen krijgen een andere lading en de voorstelling wordt gelaagder.

Daarnaast speelde je in een nieuwe voorstelling van Ivo van Hove: Persona/Na de repetitie. Is dat nou één voorstelling, of zijn het er twee?

Na de repetitie is een kleine scène over een regisseur en een actrice, in een realistische kamer, Persona gaat over een actrice die is opgehouden met spreken en haar verpleegster op een eiland. Het zijn twee voorstellingen, maar ze horen heel erg bij elkaar. Misschien is dat is ook een beetje een self-fulfilling prophecy: als je twee dingen naast elkaar zet dan ga je vanzelf allerlei overeenkomsten en verbindingen zien. Maar allebei de voorstellingen gaan over toneel, en over de pijn die toneelspelen kan doen. Persona is meer de binnenwereld, het onderbewuste van Na de repetitie.

Ik kom nu net uit München. Daar zouden we ze allebei spelen bij de Kammerspiele, maar hun zaal is te klein voor ons zwembad. Dan spelen we alleen Na de repetitie, maar dat voelt een beetje alsof je de helft van een grap vertelt. We hebben de twee voorstellingen door elkaar gerepeteerd. Voor mij was dat perfect, omdat ik me snel verveel, haha.

Niet alleen zijn die voorstellingen met elkaar verweven, in Persona zijn jouw rol en die van Marieke Heebink ook complementair. Jullie zijn ook allebei genomineerd.

Het is een heel rare voorstelling. Toen ik het script las, leek het een monoloog. Maar het is absoluut een dialoog, alleen praat één personage niet. En misschien zijn het wel twee aspecten van dezelfde persoon. Elke avond verbaas ik me erover hoe we dat samen doen. Ik weet het ook niet precies, het heeft te maken met respect en concentratie. Eigenlijk heb ik nog nooit zo intens met iemand samen gespeeld als met Marieke. We spelen één rol, maar dan met twee lichamen. Dus ik vind het te gek dat we samen genomineerd zijn.

Ivo zei laatst dat er zit iets in deze voorstelling zit waar we geen grip op hebben; we weten niet goed wat het is. Dit is bijvoorbeeld het grootste decor waar ik ooit in heb gestaan en tegelijk heb ik nooit zó klein gespeeld. Het is bijna filmacteren. En de vormgeving is heel extreem met storm en regen, en wij zelf hebben geen idee hoe dat eruit ziet.

Je had het over de pijn van het toneelspelen waar Persona over gaat. Voel je die zelf ook?

Jazeker, ik kan alleen goed toneelspelen als ik dat helemáál doe: alles voor de kunst. Maar dan moet je heel goed weten waarom je het doet. Anders kun je mensen niet uitnodigen om ernaar te komen kijken, vind ik. En op dit moment weet ik soms niet zo goed waarom. Vanaf m’n vijftiende heb ik alleen maar gespeeld, en altijd het geluk en de geweldige kansen gekregen dat dat kon. Ik ga het volgend jaar ook even wat rustiger aan doen en geen nieuwe voorstellingen maken. En het is ook weer een enorme luxe dat dat bij TA ook kan.

Je bent lang de jongste geweest bij het gezelschap. Ben je blij dat je daar nu vanaf bent?

Ik vroeg wel eens aan Ivo waarom ik nou de hele tijd het meisje moest spelen. En hij zei: zie er ook de waarde van in, want je kunt dat maar één keer doen in je leven. Maar als je het meisje blijft, lijkt het soms alsof je alleen per ongeluk iets goed doet. Als je wilt groeien als acteur moet je verantwoordelijkheid nemen voor wat je kunt; dan is het geen toeval meer, maar gewoon hard werken.

Een aantal gezichtsbepalende spelers heeft het ensemble verlaten, waaronder ook jouw partner Fedja van Huêt. Hoe voelt dat?

Die groep gaat even helemaal schuiven. Je kunt daar met heel veel angst naar kijken, maar dit ensemble heeft zeven hele vette jaren gehad en nu met het vernieuwde ensemble hopelijk weer. Met Fedja heb ik in Na de zondeval gespeeld, kort nadat onze dochter geboren was. We hebben bewezen dat dat kan en dat is goed, want dan hoeven we nooit te denken: hadden we nou maar… Maar het is ook goed dat we dat niet meer doen.

Ik vind trouwens de nominatie van Fedja véél belangrijker dan mijne. Fedja heeft zoveel verschillende mooie dingen gedaan en in Macbeth komen heel veel van die rollen samen. Ik ben er oprecht vrij relaxed over of die ik de prijs ga winnen, maar als hij hem wint ben ik echt blij.

Recensie: ‘Na de repetitie / Persona’ van Toneelgroep Amsterdam

Met haar rug naar het publiek ligt Marieke Heebink op een tafel. Onnatuurlijk uitgestrekt, monumentaal, naakt. De blauwe lijnen op haar bewegingloze lichaam versterken de suggestie van een marmeren beeld. Maar als ze zich omdraait zien we het stretchverband waarin de zender zit, het microfoonsnoer is op haar zij geplakt als de hechting op een lange wond. Voor een keer stoort het niet: Na de repetitie/Persona is een tweeluik dat het theater met al z’n trucs als onderwerp heeft.

Na eerder Scènes uit een huwelijk en Kreten en gefluister regisseert Ivo van Hove opnieuw scripts van de Zweedse filmmaker Ingmar Bergman, en wel twee achter elkaar. Na de repetitie is een televisiescript uit 1984 over een toneelregisseur in een repetitielokaal in een discussie verzeilt raakt met zijn jonge hoofdrolspeelster. Persona (1966) is een film over een actrice die gestopt is met praten en als vorm van therapie met een jonge verpleegster op een verlaten eiland belandt.

Van Hove regisseert Na de repetitie als kamermuziek. Gijs Scholten van Aschat speelt de regisseur zoekend, getergd, in wezen onzeker. Karina Smulders heeft lol met haar rol als slechte jonge toneelspeelster. Samen debiteren ze aardige wijsheden over toneel, maar het wordt pas interessant als Marieke Heebink opkomt. Is zij de overleden moeder van de jonge actrice, of een oudere (maar niet wijzere) versie van dezelfde vrouw? Heebink maakt er een gedenkwaardig nummer van, snel wisselend tussen hitsig, flemend en beklagenswaardig en continu in gevecht met de mouwen van haar jas.

Toch gaat het storen dat er zoveel clichés getoond worden; de regisseur wil controle en kan alleen in zijn kunst leven, de actrices zoeken aandacht en bevestiging. Het eindigt met een mooie dialoog tussen Smulders en Scholten waarin ze hun potentiële affaire in een serie toneelscènes aan elkaar voorstellen en zo de hele verhouding bij voorbaat overbodig maken.

Persona wordt bij Van Hove een soort opera. Na het begin met de naakte Heebink in een klinische ziekenhuiskamer, vallen de muren om en blijkt het hele toneel van de Rabozaal een gigantische vijver, met de vloer als het eiland waar de zwijgende actrice (Heebink dus) zich terugtrekt met haar verpleegster (opnieuw Smulders). Opnieuw is het spel prachtig: de zwijgende, maar aggressief expressieve Heebink tegenover de alsmaar wanhopiger voortbabbelende Smulders, terwijl ze gegeseld worden door de storm, regen en mist die gemaakt wordt door de pontificaal neergezette hi-tech toneelmachinerie rechts.

De paralellen en tegenstellingen tussen de twee delen zijn aardig. Theater als vlucht uit het leven, als plaatsvervanging voor het leven of als oefening hóe te leven. Maar het blijft light toneel, waarin de beelden het gekeuvel overdonderen.

Na de repetitie / Persona van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 13/12/12 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 22/12 en later in februari en mei. Tournee. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Recensie: ‘Na de zondeval’ van Toneelgroep Amsterdam

“Niemand kan zeker zijn van de zuiverheid van z’n eigen motieven.” Het zinnetje komt een paar keer terug in de nieuwe voorstelling Na de zondeval van Toneelgroep Amsterdam. Het is een waarschuwing tegen al te groot idealisme, zowel in de politiek als in de liefde. Maar probeer maar eens zuiver te blijven als Marilyn Monroe verliefd op je wordt.

Regisseur Eric de Vroedt maakte tot nu toe met name voorstellingen met concrete, actuele uitgangspunten. In zijn Mightysociety-serie ging het onder andere over terrorisme, babyboomers en de Probo Koala affaire en als hij bij Toneelgroep Amsterdam repertoire regisseerde, Tramlijn begeerte of Glengarry Glen Ross, dan plaatste hij dat rücksichtslos in het Hollandse heden. Bij Na de zondeval kiest hij nu echter voor vergaande abstractie.

Het toneelstuk van Arthur Miller is strikt genomen een sterk autobiografisch portret van een midlife crisis, maar tegelijk is het –net als Strindbergs Naar Damascus, dat TGA een paar jaar geleden speelde– een genadeloos zelfportret van een bitter geworden kunstenaar. Dat zal De Vroedt hebben aangesproken: vorig jaar stelde hij in Mightysociety8 doel en functie van zijn eigen geëngageerde theatervoorstellingen aan de kaak.

De voorstelling is opgezet als een therapiesessie van hoofdpersoon Quentin (Fedja van Huêt), met een kring stoelen in een smetteloos witte ruimte. In de eerste helft speelt een groep medepatiënten zijn ouders en eerste huwelijk en komen zijn politieke bezigheden aan bod, gebaseerd op Millers socialistische sympathieën en confrontie met McCarthys anticommunistische senaatscommissie. Het is een onderhoudend, maar inhoudelijk rommelig gedeelte, met veel personages en weinig focus, al spelen Marieke Heebink en Tamar van den Dop fijne rollen als respectievelijk eerste en derde vrouw. Ook een scène tussen Fred Goessens en Kitty Courbois als vader en moeder waarin hij al het familiekapitaal kwijtraakt tijdens de beurscrisis van 1929 is prachtig bedremmeld, maar het blijven losse fragmenten zonder verband.

Over de helft van de tweeëneenhalf uur durende voorstelling komen de zaken op scherp te staan. De geblokte muren beginnen door spectaculaire videotechniek te schuiven (decor van Maze de Boer en Remco de Jong) en in het licht van operatietafellampen wordt Quentins/Millers tweede huwelijk ontleed, dat met de op Marilyn Monroe gebaseerde Maggie.

In een lange, zinderende scène spelen Van Huêt en Karina Smulders en sneltreinvaart de verleiding, de heftige liefde en de door drugs en alcohol versnelde aftakeling en strijd. Van Huêt is prachtig als man die steeds op de rand van razernij staat, tot hij eroverheen valt. Smulders lijkt eerst makkelijk op verleiding en koketterie te spelen, maar als het huwelijk mislukt schakelt ze zó snel tussen flemende diva en om aandacht smekend wrak dat je eigenlijk geen tijd hebt om het te bewonderen. Die fenomenale tweestrijd tussen de twee –ook in het echte leven een koppel– tilt de voorstelling in de tweede helft naar een zeer hoog niveau.

Toch knaagt er iets; de voorstelling zet hoog in en lijkt iets te willen zeggen over politiek én hartstocht. Maar uiteindelijk blijft alleen de liefde over. En dus de vraag welke rol De Vroedt nog ziet voor de kunst.

Na de zondeval van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 4/3/12 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 10/3. Tournee t/m 31/3. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Recensie: ‘Antonioni Project’ van Toneelgroep Amsterdam (Holland Festival)

Drie filmbewerkingen maakte Ivo van Hove dit seizoen bij Toneelgroep Amsterdam, en geen van drieën overtuigden ze volledig. Na Kreten en gefluister (naar Ingmar Bergman) en Rocco en zijn broers (naar Visconti) brengt Van Hove met vrijwel zijn gehele ensemble nu onder de onaantrekkelijke titel Antonioni Project een multimediale voorstelling waarin het technische vuurwerk niet wordt geëvenaard door emotionele of intellectuele impact.

Dramaturg Bart Van den Eynde bewerkte drie films van Michelangelo Antonioni uit de vroege jaren ’60 –L’Avventura, La Notte en L’Eclisse– tot één verhaal over verschillende stellen. Halina Reijn en Jacob Derwig spelen twee jonge geliefden die twijfelen over commitment, Hans Kesting en Marieke Heebink zijn een ouder echtpaar in diepe crisis. Ze bewegen zich in in kringen van fotografen, schrijvers en beurhandelaars. Merkwaardigste koppel is dat van Fedja van Huêt en Karina Smulders, die een heftige verhouding beginnen na dat zijn vriendin plotseling verdwijnt bij het zwemmen bij een vaartocht met vrienden.

In het eerste deel van de voorstelling wordt intensief gebruik gemaakt van chroma key techniek, waarin de acteurs spelen in een geheel blauw decor, dat door de computer wordt vervangen door gefilmde achtergrondbeelden. Het is een merkwaardige gewaarwording om de acteurs ineens te zien binnenlopen in de filmbeelden van glazen luchtbruggen in een anonieme Amerikaanse stad die op een gigantisch scherm worden geprojecteerd.

Dat is natuurlijk verbazingwekkend knap –hoewel: het weerbericht op televisie wordt al een paar decennia zo gemaakt-, maar anders dan bij eerdere filmische elementen in de voorstellingen van Van Hove blijft de betekenis onhelder. Zijn dit mensen die hun eigen werkelijkheid vormgeven, of is hun hele bestaan virtueel? En omdat de filmtechniek zo realistisch is ga je je ineens ook ergeren aan de zichtbare zendmicrofoons, terwijl de personages volgens het scherm toch op een boot zitten. Kortom: de verhouding tussen de acteurs op het blauwe toneel en de filmbeelden zit scheef.

Het tweede deel is duidelijker. Alle personages komen samen op feest, ze flirten, gaan met elkaar naar bed, voeren zakelijke en intellectuele gesprekken. Achterin speelt jazzbandje The Trumpack Stan Getz-achtige liedjes. De filmbeelden komen hier van van één camera aan een lange kraan, die om de personages heen cirkelt, door muren beweegt, om hoekjes kijkt en steeds zorgt voor nieuwe, spannende gezichtspunten die verrassend theatraal zijn.

Tenslotte zakt het scherm naar beneden en wordt de gehele toneelopening één enorm projectiescherm. Eerst televisiebeelden van diverse aanslagen en rampen –zo grofkorrelig op deze schaal dat ze bijna abstract worden- dan krijgen alle stellen, close-up gefilmd een eigen eindscène, waarin allen besluiten toch bij elkaar te blijven.

Dan wordt ook duidelijk wat nu het echte probleem is van Antonioni Project: ondanks alle visuele en technische krachtpatserij worden de conflicten en beweegredenen van de personages voornamelijk geuit in taal, het beeld gaat alleen om het beschouwen. Daarnaast past het van ennui doortrokken werk van Antonioni gewoon niet zo goed bij de emotionele onstuimigheid van Van Hove. Eén scène doorbreekt beide bezwaren: Derwig die, enorm uitvergroot in beeld, Reijn voor het scherm aflikt; via het medium wisselen ze liefkozingen uit, lichamelijk kunnen ze het niet.

Ivo van Hove heeft na een schitterende serie voorstellingen nu een wat minder seizoen achter de rug –waarbij aangemerkt moet worden dat bij TA ook in een minder seizoen nog interessanter theater wordt gemaakt dan bij de meeste andere grote gezelschappen- , maar hij lijkt doelbewust te experimenteren: in Kreten en gefluister met performance art, in Rocco en zijn broers met rauw realisme en in Antonioni Project met state-of-the-art techniek.

Holland Festival: Antonioni Project van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 14/6/09 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 20/6. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Recensie: ‘Kreten en gefluister’ van Toneelgroep Amsterdam

Als Agnes na een moeizame nacht wakker wordt zit er kots rond haar mond en haar haar ligt sliertig om haar smalle gezicht. Ze is ziek, stervend en lijdt hevige pijn. Ze wordt omringd door drie vrouwen, twee zussen die hulpeloos toekijken en een bediende die rustig en efficiënt de zieke verzorgd en bijstaat.

Kreten en gefluister is na Scènes uit een huwelijk de tweede film van Ingmar Bergman die regisseur Ivo van Hove voor het toneel bewerkt. Hij verplaatste het verhaal naar het heden en maakte van Agnes (getergd en krachtig gespeeld door Chris Nietvelt) een videokunstenares die haar stervensproces vastlegt op camera.

Het eerste deel is de voorstelling heeft nauwelijks tekst. In een klinisch, installatie-achtig decor -video-apparatuur en medische installaties vloeien in elkaar over- zien we bediende Anna (Karina Smulders) het ochtendritueel van Agnes uitvoeren; bed en kleren verschonen, voorzichtig ontbijt.
Zussen Karin en Maria (Renée Fokker en Halina Reijn) drentelen er hulpeloos doorheen. Pijnlijk scherp weten Van Hove de onmacht en de angst die bij ernstige ziekte hoort te vatten, zonder dat het illustratief wordt.

Er heerst een sfeer van grote kunstmatigheid: een overdreven soundtrack van buitengeluiden met hondjes en vogels, video’s van bloemen en zonlicht; alle natuur komt via luidspreker of beeldscherm. Het contrasteert enorm met strenge wit met grijze ruimte. Agnes doorbreekt de grauwheid door een wit vel te besmeuren met blauwe verf en haar eigen uitwerpselen in een hyperkinetische sterfscène. Een slingerende camera zwiept de projectie van Nietvelt’s getergde gezicht heen en weer over het langgerekte decor.

En daarna volgt nog een eindeloze, maar ongehoord mooie scène waarin Anna met een tweede vrouw het lichaam van Nietvelt schoonmaken en wassen, terwijl in nette pakken gestoken technici zakelijk het kille huis uitruimen en Fokker en Reijn nog steeds onbeholpen door het decor dolen.

Hierna kantelt de voorstelling. In een serie flashbacks leren we dat beide nog levende zussen vastzitten in een liefdeloos huwelijk (beetje clichématig verbeeld met twee mensen aan de hoofdeinden van een hele lange tafel), dat ze elkaar haten en geen intimiteit verdragen kunnen. Op de achtergrond werkt Nietvelt aan Agnes’ kunstwerken, projecties van baarmoeders die engelenvleugels worden. De scènes geven reliëf en nieuwe invalshoeken voor het ogenschijnlijk herkenbare begin, maar het wordt ook ineens teksttoneel, terwijl het daarvóór juist de prettige kunstmatigheid van een performance had.

Kreten en Gefluister speelt al een tijdje, maar de voorstelling voelde gisteravond toch als een première vanwege de plek waar hij werd opgevoerd: de nieuwe zaal van de Amsterdamse Stadsschouwburg. Regisseur Van Hove leidde de voorstelling kort in, wijzend op de bijzonderheid van een eerste keer spelen op een geheel nieuwe plek, waarvan je nog niet weet hoe hij voelt of klinkt. Welnu de zaal voelt en klinkt prachtig (op een hopelijk nog te verhelpen brom in de airconditioning na), en heeft een groot gevoel van gezamenlijkheid. In combinatie met deze voorstelling bijna kerkelijk.

Kreten en gefluister van Toneelgroep Amsterdam. Gezien in de Stadsschouwburg 14/4/09. Aldaar t/m 18/4. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Recensie: Ifigeneia in Aulis van Toneelgroep Amsterdam

Ook op het toneel wordt ons beeld van wat oorlog is voornamelijk bepaald door het Amerikaanse leger. Het decor van de nieuwe voorstelling van Toneelgroep Amsterdam bestaat uit rijen plastic poppen –een soort crash test dummies met dogtags– in een stofvrij magazijn. Vooraan een mobiel commandocentrum, een klein huisje op palen zoals je dat vaak naast ambassades ziet. Clean maar dodelijk efficiënt wapentuig, klaar voor actie.

TGA heeft al een aantal jaar een samenwerkingsverband met het American Repertory Theatre uit Boston. Eerder maakten de twee groepen Hemel boven Berlijn, nu komt artistiek leider Robert Woodruff naar Nederland om Ifigeneia in Aulis te maken, de klassieke tragedie van Euripides. Het is een nogal onevenwichtige voorstelling geworden waarin de verschillende elementen van Woodruff’s regie maar geen geheel willen vormen en het aan de fantastische acteurs van het Amsterdamse ensemble is om de zaak te redden.

Ifigeneia is de dochter van Agamemnon (opvallend zwaarmoedig gespeeld door Roeland Fernhout), bevelhebber van het Griekse dat op weg is naar Troje. De vloot ligt echter stil in de baai van Aulis; er is geen wind. Een orakel zegt dat alleen het offeren van Ifigeneia door haar vader de goden gunstiger kan stemmen. Agamemnon laat zich meeslepen door de eigen logica van de oorlog en laat zijn dochter onder een vals voorwendsel naar het legerkamp komen, vergezeld van haar moeder Klytaimnestra.

Chris Nietveld’s Klytaimnestra is een kruising tussen koningin Fabiola van België en Liz Taylor ten tijde van Virginia Woolf. Met haar lakjas en haar plissee jurkje past zij op geen enkele manier bij de oorlogsmachine. Pas als zij halverwege de voorstelling achter de werkelijke beweegredenen van haar man komt en met hem de confrontie zoekt krijgt de voorstelling spanning en gevoel. Na haar recente Theo d’Or winst voor Romeinse Tragedies speelt Nietveld wederom een grootse rol, waarin diep drama en een lichte toets wonderwel samengaan.

Verder blijft de voorstelling merkwaardig vormelijk. Wellicht heeft dat te maken met de tamelijk zakelijke vertaling van Gerard Koolschijn die niet zo goed past bij de heftig emotionele stijl van het huidige gezelschap onder Ivo van Hove.

Het koor, dat de volgens de regels van de klassieke tragedie tussen de scènes door de handeling becommentarieert, zingt de teksten in het oud-Grieks op electronische klanken van componist Gene Carl. Het blijft een fremdkörper in de voorstelling. De muziek klinkt ingeblikt en de vijf zangeressen –verbonden aan Opera Studio Nederland- hebben te weinig présence tussen de toneelkanonnen.

Daar heeft Marwan Kenzari geen last van. Deze jonge acteur maakt op enthousiaste wijze zijn debuut in de grote zaal. Met zijn sterke aanwezigheid en soepele tekstbehandeling zal hij vanaf volgend seizoen wanneer hij een vaste aanstelling krijgt een welkome aanvulling vormen in het tableau van TGA.

Het moeilijkste deel van het stuk zit kort voor het eind. Ifigeneia –een jong meisje dat tot dan toe bang is voor de dood- besluit ineens dat ze wíl sterven. Het leidend voorwerp eist ineens de hoofdrol op. Dat is een raadselachtige omslag en geen regisseur ontkomt eraan om hier een duidelijke reden voor te geven. Kiest ze de dood uit plotseling doorbrekend plichtsbesef, puberale grootheidswaanzin of romantisch nationalisme? Een heldere keuze blijft uit en dat maakt deze voorstelling stuurloos. Het is te prijzen dat Karina Smulders in de titelrol desondanks enkele zeer mooie scènes neerzet.

Overigens is dit niet de eerste voorstelling van een gastregisseur bij Toneelgroep Amsterdam die zo slecht uit de verf komt. Voorstellingen van Pierre Audi, Theu Boermans en Gerardjan Rijnders haalden de afgelopen jaren bij lange na niet het niveau van die van artistiek leider Ivo van Hove. Dat is niet onlogisch –Van Hove zit op een uitzonderlijke creatieve piek en hij zet het gezelschap zoveel mogelijk naar zijn hand-, maar een beetje zorgelijk is het wel.

Ifigeneia in Aulis door Toneelgroep Amsterdam. Gezien 12/10/08 in de Stadsschouwburg. Aldaar nog 14-15/10, 18-28/11 en 27-31/2/09. Tournee. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2018 Simber | powered by WordPress with Barecity