Recensie/verslagje Over het IJ

Ze willen er eigenlijk niet te veel aan denken en er gewoon een leuk festival van maken. Maar de medewerkers van theaterfestival Over het IJ, dat gisteravond van start ging, vrezen voor het voortbestaan van het festival dat dit jaar twee negatieve subsidiebesluiten te horen kreeg, eerst van de gemeente Amsterdam en daarna, afgelopen maandag, van het Nederlandse Fonds voor de Podiumkunsten. En het weer was ook al niet al te zomers.

De 16e editie werd in het festivalcentrum op het NDSM-terrein geopend door wethouder Gehrels van cultuur die de levendigheid van stadsdeel Noord prees en die verder het zwijgen ertoe deed of zij het festival nog met een politieke truc gaat redden. Vlak daarvoor werd ze daartoe nog opgeroepen door theatermaker Boukje Schweigman die vroeg om ruimte voor theater in de open lucht en dat verduidelijkte door samen met de bij het festival betrokken makers enkele tientallen ballonnen op te laten.

Intussen was er ook nog theater te zien op de openingsdag. Wij van Roos van Geffen bijvoorbeeld, een even beklemmende als intieme een-op-een voorstelling. De opstelling doet onmiskenbaar denken aan een peepshow, twaalf éénpersoonshokjes rondom een verduisterde piste. Nadat je in je cabine wordt geleid, wordt vanuit het diepe duister in de verte een gezicht zichtbaar, spookachtig en als een antiek masker in een donker museum. Nieuwe gezichten komen en verdwijnen, steeds dichterbij, maar steeds op voyeuristische afstand. Van Geffen’s werk heeft veel te maken dat van Dries Verhoeven. Wij mist de indringende helderheid van diens U bevindt zich hier, maar heeft een eigen poëtische rust.

Op Over het IJ is ook te zien dat de zomerfestivals meer samenwerken: Wij stond eerder op Festival a/d Werf, voorstellingen als Maat voor Maat –een ergerlijk schoolse Shakespeare van ’t Woud Ensemble- en V.O.C. van Joachim Robbrecht –interessante, maar voor het festivalpubliek wellicht té intellectuele zoektocht naar de Nederlandse mentaliteit- waren ook te zien op Oerol. De fantastische clownstragedie Schmiere van Deuten & De Goeij staat dit jaar zelfs voor de tweede keer op het festival. Dat is prettig voor makers en publiek, maar voor professionals en subsidiënten gaan de zomerfestivals daardoor veel op elkaar lijken.

Juist dat was een van de redenen voor de Amsterdamse Kunstraad om het festival subsidie te ontzeggen. Maar hoewel er zeker het nodige is aan te merken op het festival –het programma is overdadig en mist focus; de publieke belangstelling is op de openingsavond niet echt groot- is het juist de rol die Over het IJ speelt in het circuit van festivals die van belang is. Zonder Over het IJ zijn de vitale en ongewone festivalvoorstellingen (zoals die van Schweigman, Van Geffen of Deuten & De Goeij) helemaal niet meer in Amsterdam te zien. Mocht het worden opgeheven, dan zou het alleen al daarom onmiddellijk weer moeten worden opgericht.

Over het IJ duurt nog t/m 13 juli. Meer info op www.overhetij.nl

Recensie: ‘Walking’ van Robert Wilson, Boukje Schweigmann en Theun Mosk (Oerol)

Parool,recensies — simber op 18 juni 2008 om 23:29 uur
tags: , , , ,

Theaterfestival Oerol op Terschelling wordt meestal geassocieerd met kermisachtig straat- en locatietheater, maar de laatste jaren toont festtivalleider Joop Mulder steeds meer artistiek hoogwaardig theateraanbod. Zo stond de op het festival gemaakte voorstelling Broeders dit jaar op de prestigieuze Wiener Festwochen en voor de huidige editie maakte de Amerikaanse kunstenaar Robert Wilson, wiens werk normaalgesproken in Het Muziektheater te zien is, de installatie/voorstelling Walking. Het bezegelt de high brow-allure die Oerol graag óók wil hebben.

Wilson werkte samen met de jonge Nederlansde theatermakers Boukje Schweigmann en Theun Mosk en bedacht een bedriegelijk simpel idee: het publiek maakt een vier uur durende wandeling over de oostelijke punt van het eiland. De grap is dat Wilson ons één voor één en met ruime tussenruimte vertraagd laat lopen – een soort kalme kuier. Die vertraging is kenmerkend voor de voorstellingen van Wilson, maar het is nu voor het eerst dat het publiek er actief deelgenoot van wordt.

En zo ga je als toeschouwer –na je horloge en telefoon afgelegd te hebben- mee in deze pelgrimage in slow-motion. Voor je en achter je strekt een dun lint van wandelaars zich uit door het fraaie duinlandschap. Je begint bij een zwarte, kegelvormige kuil tussen met riet bedekte muren, waaruit onheilspellende brultonen klinken. Vandaar gaat de route het natuurgebied in. In het begin loop je mee met de natuur, in de richting van de door de eeuwige wind gegroeide struiken en grashalmen.

Je moet trappen op en af, door deuren heen en een route volgen gemarkeeerd met stenen. Je hebt alle tijd om rustig te associëren. Zou hier wellicht sprake zijn van een tocht door de onderwereld? Het zou de Beatrice-achtige meisjes verklaren die aan het begin een stukje met je meelopen om het juiste tempo te bepalen. Het blanke duin wordt de louteringsberg. Na Homerus en Dante, die de reis van hun personages naar het rijk der doden beschreven kun je in het ervaringstheater de symbolische tocht nu zelf maken. Aan het eind is er opnieuw een kegel, nu lichtgekleurd en triomfantelijk rechtopstaand op het strand.

Het probleem is echter dat de meer spirituele kant van dit kunstwerk, die zeker wordt gesuggereerd, te zeer bij de toeschouwer wordt gelegd. Al kuierend kom je in een speciaal soort hypnose, die extra alert maakt op de natuur, het weer en je passen. Dat is bijzonder, maar de paar installaties eromheen voegen te weinig toe om de ervaring daadwerkelijk betekenisvol te maken.

Walking van Robert Wilson, Boukje Schweigmann en Theun Mosk. Gezien 18/6 op Oerol. Aldaar t/m 22/6. Meer info op www.oerol.nl

Reportage: ‘Broeders’ van Jetse Batelaan op de Wiener Festwochen

buitenland,overig,Parool,PS Kunst — simber op 23 mei 2008 om 00:25 uur
tags: , , , ,

De Schwartzenbergplatz in Wenen is een druk verkeersplein, omringd door statige neo-renaissance gebouwen die zo kenmerkend zijn voor de Oostenrijkse hoofdstad. Auto’s, bussen, trams en een paar fietsers rijden haastig voorbij. Op het plein staat een grotesk Russisch monument voor de gevallenen in de Tweede Wereldoorlog. Voor het monument spuit een hoge fontein, volgens boze tongen zo gepositioneerd om het zicht op het monument te blokkeren. En daar weer voor staat een vierkante omheining van houten schotten, die niet helemaal in de omgeving lijkt te passen.

’s Avonds zitten er binnen de schotten mensen aan tafels. Hun hand wordt vastgehouden door witgeklede verplegers. Ze hebben geen idee dat die verplegers er zijn, maar zodra hun hand wordt losgelaten zakken ze als levenloze poppen in elkaar. Ze praten niet, behalve in woedende of verdrietige uitbarstingen. Als die te heftig worden ze door de verplegers op een brancard gezet en door de deur naar buiten gedragen. Kort erna komen ze weer binnen; de ‘patiënten’ in verplegerswit, de verplegers ineens in ‘normale’ kleren.

Continue reading “Reportage: ‘Broeders’ van Jetse Batelaan op de Wiener Festwochen” »

TF jury maakt selectie bekend

De jury van theaterfestival TF heeft vandaag haar keuze van elf hoogtepunten uit het afgelopen theaterseizoen bekend gemaakt. De eigenzinnige selectie bevat veel zogenaamd ervaringstheater, waaronder vier locatievoorstellingen. Als alle voorstellingen tijdens het festival hernomen kunnen worden, zal het publiek in september kunnen worden rondgeleid door een V&D warenhuis, in bed worden toegestopt door acteurs, mee moeten doen met een actie tegen verstoringen van jeugdvoorstellingen, aan de bar zitten eten en zelfs een auto winnen.

Ook zijn de makers van de geselecteerde voorstellingen opvallend jong: Laura van Dolron, Dries Verhoeven, Jetse Batelaan (regisseur van Het geheven vingertje) en de makers van Wunderbaum, Abattoir Fermé en De Veenfabriek zijn allen rond de dertig. Met deze selectie maakt de jury onder voorzitterschap van komiek Raoul Heertje een scherpe breuk met eerdere jaren toen publiekssuccessen als De Familie Avenier en Opening Night de boventoon voerden.

Dit jaar is het alom bejubelde Romeinse Tragedies van Toneelgroep Amsterdam de enige voorstelling van een groot Nederlands gezelschap dat de selectie heeft gehaald. De keuze bevat vier Vlaamse voorstellingen, sommige van gezelschappen waar zelfs toegewijde theaterliefhebbers nog nooit van gehoord zullen hebben.

De jury is dit jaar gegroeid van vijf naar zeven leden en ook inhoudelijk versterkt, en heeft nu naast Heertje een hoogleraar Theaterwetenschap, een schouwburgdirecteur, twee critici, een programmeur en een theatermaker in de gelederen. TF vindt dit jaar plaats van 4 t/m 14 september en toont naast de juryselectie ook enkele voorstellingen die zijn genomineerd voor de Toneel Publieksprijs.

De TF-selectie van het seizoen 2007/2008

Romeinse tragedies – Toneelgroep Amsterdam
Kamp Jezus – Wunderbaum
Missie – Koninklijke Vlaamse Schouwburg
Rococo – Hotel Modern
Laatste nachtmerrie – Laura van Dolron
Tourniquet – Abattoir Fermé
Het geheven vingertje – Theatergroep MAX.
Haar leven haar doden – De Veenfabriek
Mijnheer Porselein – Studio Orka
U bevindt zich hier – Dries Verhoeven
www.win-een-auto.com – Bad van Marie

Recensie ‘Kanonnenvlees’ van Opium voor het Volk

Parool,recensies — simber op 17 februari 2008 om 23:47 uur
tags: , ,

De Creatieve Industrie, die zal Amsterdam redden. Sinds de Amerikaanse econoom en socioloog Richard Florida zijn boek De opkomst van de creatieve klasse schreef, doen beleidsmakers en planners ineens hun best om het de culturele sector naar hun zin te maken; dat zou zorgen voor meer hoogwaardige industrie en economische bedrijvigheid. Kunstenaars hebben zich deze hernieuwde aandacht tot nu toe stilletjes laten welgevallen, maar in de culturele broedplaats op het NDSM-terrein in Noord wordt nu een artistiek antwoord geformuleerd.

Kanonnenvlees heet de voorstelling en hoewel de twee personages kunstenaars zijn, lijkt hun werk vooral te bestaan uit netwerken, borrelen en visitekaartjes verzamelen. John is wat ouder, maar nooit echt doorgebroken en kent het klappen van de zweep, Wieke is jong en best getalenteerd en zoekt een mentor. Natuurlijk krijgen ze een relatie, natuurlijk overvleugelt de leerling al snel de meester.

De voorstelling valt vooral op door de consequent volgehouden groteske speelstijl. Alsof de twee hun kunstenaarschap constant moeten bewijzen door overdreven verheven en dramatisch te doen over hun leven en werk. Om het nog erger te maken hebben de twee acteurs, Vincent Rietveld en Annelien van Binsbergen, ook nog fantastisch belachelijke kleren aan: strakke roze leggings en snowboots. Dat soort trucs kan snel irritant worden, maar de twee spelers weten de juiste mix van ernst en ironie te maken en trekken het publiek moeiteloos de voorstelling in. Maar ook het geweldige, inventieve decor van Esther Kempf en de electronische kunst van Wieke van Keez Duyves (van Pips:Lab) vallen op.

Smakelijk en soms pijnlijk accuraat weet de voorstelling het levensgevoel van de creatieve stedeling neer te zetten. Het cynisme tegenover de subsidiegevers -“Ze hebben het weer eens niet begrepen”, roept John uit na een telefonsiche afwijzing- staat tegenover de grenzeloze verering van galeriehouder en kunstpaus “Paul”; iedere keer als zijn naam valt schieten de acteurs in slowmotion van begeerte en ontzag. Het is alleen jammer dat de voorstelling niet scherper durft te zijn. Moeten deze stumperds nou ons medelijden of onze afkeuring wekken? Misschien putten de makers ook wel veel uit eigen ervaring. Nederland leidt erg veel kunstenaars op en middelmatige kunst is daar een ergerlijk maar onvermijdelijk gevolg van.

Maar Opium voor het Volk zou zelfverzekerder mogen zijn. De jonge theatergroep rond twee schrijvers, Willem de Vlam en Tom Helmer, laat nu al drie of vier voorstellingen achter elkaar zien dat ze intelligent theater weet te maken, dat herkenbaar en volstrekt toegankelijk is. Ze stellen per voorstelling een artistiek team samen en weten daarin steeds een interessante mix te maken van getalenteerde acteurs, regisseurs en vormgevers.

Kanonnenvlees van Opium voor het Volk. Gezien 16/2/08 op de NSDM Werf. Aldaar t/m 2/3. Meer info op www.opiumvoorhetvolk.com

Terugblik Seizoen 2006/2007

Uiteindelijk werd het toch nog het seizoen van Ivo van Hove. Op 31 augustus 2006 opende hij het nieuwe TF1 met een vlammend negen puntenplan over het Nederlands theater. En aan het eind was ook hij het weer die tijdens het Holland Festival met Romeinse Tragedies een voorstelling neerzette waar niemand omheen kon. Tussendoor werkte Van Hove in het buitenland en was het in Nederland een rumoerig seizoen waarin het woord crisis vaak viel en waarin er meer aandacht was voor problemen, beleid en randvoorwaarden dan voor voorstellingen.

Een voorstelling als Romeinse Tragedies doet je inzien hoe potsierlijk die crisis-discussie is. Dit is een voorstelling die het toneelrepertoire inzet en bijslijpt, maar ook volstrekt toegankelijk is voor iemand die nog nooit een Shakespeare heeft gezien. Een voorstelling die vanzelfsprekend actueel is en speelt met onze van televisie opgedane kennis over de wereldpolitiek. Maar ook een voorstelling de subversief is omdat hij oproept tot iets meer naïeviteit. We moeten niet vergeten om af en toe te geloven dat machthebbers en politici handelen vanuit een oprecht geloof dat hun idealen het beste zijn voor hun staat en hun volk. Continue reading “Terugblik Seizoen 2006/2007” »

Gelezen: ‘Luchtig en toch verlicht; Theater maken in de zomer’

In de zomer van 2006 deed het FAPK een pilot-project met de zomerfestivals. Het fonds vroeg de festivals om in gezamenlijk overleg een beperkt aantal projecten te kiezen waarvoor ze een beroep op het fonds wilden doen, zodat een klein aantal makers de kans kreeg om grootschaliger te werken en hun voorstellingen langs verschillende festivals te laten reizen. Eerdere jaren kreeg het FAPK zoveel aanvragen dat het leek of het fonds de festivals programmeerde door aanvragen af te wijzen of toe te kennen.

Deze pilot leverde een aantal geslaagde voorstellingen op, zoals Dreef van Boukje Schweigman en Theun Mosk, Broeders van Jetse Batelaan en Mobil van Deuten & De Goeij. Het Fonds stuurde ook nog drie journalisten, Anita Twaalfhoven, Bart Deuss en Jowi Schmitz, op pad om de festivals te verslaan en makers en directeuren te spreken. De weerslag van hun zomer levert een aardig inzicht op in de visies en problemen van de makers en de festivals, maar het geeft vooral een goede indruk van het enorm levendige circuit van de zomerfestivals.

Want bij alle crisis-taal in het theaterdebat wordt nogal eens vergeten dat de festivals op dit moment een bloeiend -en groeiend- onderdeel is van het veld, waar de meest interessante jonge makers hun beste voorstellingen maken en waar de tegenstelling tussen plat vermaak en hoge kunst niet zo’n grote rol speelt, omdat het eenvoudigweg als natuurlijke verscheidenheid wordt gezien.

In de interviews bezingen veel makers hun liefde voor locatietheater, met name vanwege “de enorme bereidheid van het publiek om contact met de voorstellingen te maken”, zoals Batelaan het formuleert. Veel makers geven vaak impliciet aan dat ze de schouwburgen en theaters vaak als belemmering zien: als iets dat tussen de makers en het publiek in staat. Dat lijkt me een zeer zorgelijke constatering die alle schouwburgdirecteuren ter harte zouden moeten nemen.

Overigens is het niet alleen jubel over de festivals wat de klok slaat: de verschillende festivaldirecteuren lijken weinig eensgezind in wat nu de juiste richting is voor dit circuit. Sommigen willen meer bundeling, zodat de festivals samen de kwaliteit kunnen verhogen, anderen willen juist meer nadruk op het eigen profiel. Ook over de werkplaatsfunctie van festivals zijn de meningen verdeeld. Directeur Ruud van Meijel van het Zeeland Nazomer Festival vind zelfs de hele nadruk op jonge makers nogal overtrokken: “Er komt onherroepelijk een moment dat er een minder produktie wordt gemaakt en dan wordt zo’n opgehemeld talent neergesabeld. En wat dan?”

Vaak klinkt in de woorden van de directeuren nog een underdog-denken door ten op zichte van het ‘reguliere’ theater. Maar juist zij moeten toch weten dat zij de makers niet een jaar lang aan het werk kunnen houden. De makers geven bijna allemaal aan graag werken in de schouwburgen willen combineren met werken op locatie. Daar ligt een enorme kans om het grote publiek dat de festivals weten te bereiken ook de rest van het jaar bij de podiumkunsten te betrekken. Daar is een structurele verbetering van financiële positie van de makers voor nodig, want het is natuurlijk een schande dat een onomstreden groot talent als Boukje Schweigman slechts zeven maanden per jaar betaald wordt.

Luchtig en toch verlicht; Theater maken in de zomer
Brochure van het FAPK, februari 2007

Recensies Festival a/d Werf

Gerucht op het St JanskerkhofMei was traditioneel de laatste maand van het theaterseizoen. Maar omdat veel van de leukste en spannendste ontwikkelingen in het theater zich de laatste jaren afspelen op de zomerfestivals is er voor theaterliefhebbers geen enkele reden om tot september op vakantie te gaan. Gelukkig staan steeds meer voorstellingen op meerdere festivals en het Festival a/d Werf in Utrecht is een uitstekende gelegenheid om potentiële theaterhits van deze zomer te gaan bekijken.

Bovendien heeft Festival a/d Werf een naam hoog te houden op het gebied van grensverleggende theaterexperimenten en ervaringstheater. Een prachtig voorbeeld van dat laatste genre is U bevindt zich hier van Dries Verhoeven. In een gigantische, duistere hal in de Jaarbeurs bouwde deze theatermaker een hotel met een kleine kamertjes waar iedere bezoeker zich in zijn eentje moet onderwerpen aan merkwaardige rituelen met vragenlijsten, zingende kamermeisjes en -jongens, kopjes suiker en poffertjes.

Maar met een fenomenale truc die ik hier niet zal verklappen weet hij een ontroerend statement af te geven over eenzaamheid en contact. Dit is inmiddels de vierde installatie/performance/voorstelling die Verhoeven maakt voor de zomerfestivals, en ze groeien in schaal en complexiteit, maar ook in impact. Deze eigenlijk tot decorontwerper opgeleide maker begint een van de meest oorspronkelijke stemmen in het Nederlandse theater te worden.

Net als Lotte van den Berg overigens, inmiddels algemeen aanvaard de belangrijkste opkomende regisseur van het moment. Voor Festival a/d Werf maakte ze dit jaar de high-concept voorstelling Gerucht, waarbij de toeschouwers in een door Theun Mosk ontworpen, geluidsdichte doos midden in de stad zitten en door een glazen wand mogen uitkijken op een druk plein. Vier performers stappen door een deur het plein op en lossen op tussen de stadsbewoners. Het is een sterke beginselverklaring voor Van den Berg’s even radicale als toegankelijke vorm van theater maken, waarin nieuwe manieren om de werkelijkheid te zien worden gezocht, maar levert vooralsnog te weinig meerwaarde boven een uur zitten op het terras ertegenover. Gelukkig is later deze week haar wonderschone voorstelling Stillen nog op het festival te zien – overigens met een door Dries Verhoeven ontworpen decor van duizenden gele glycerinezeepjes.

Iets traditioneler theater -maar we hebben het over subtiele gradaties- biedt de Rotterdamse performer Lizzy Timmers met haar voorstelling Lizzy vraagt Arend. De Arend in kwestie is de Vlaamse acteur en danser Arend Pinoy uit de school van Alain Platèl. Samen maakten ze een tamelijk fascinerende performance over hoe je dat nou doet, verliefd zijn op toneel. Ze beginnen kinderlijk met een gefantaseerd verhaal waarin ze elkaar voortdurend moeten bijsturen omdat hun verbeelding toch niet helemaal hetzelfde blijkt. Later wordt er hevig en hitsig gezongen, geschreeuwd en gedanst, opgestuwd door de geweldige muziek van toetsenist William Bakker die even makkelijk weeë liefdesliedjes als retestrakke gabber uit zijn apparatuur tevoorschijn haalt.

Teleurstellingen zijn er ook, zoals La Torera van locatietheatergroep Odd Enjinears. Inhoudelijk origineel, een vrouw met strijkwerk (intens gespeeld door de spaanse Amalia Fernandez) zou liever stierenvechtster zijn en wordt vervolgens aangevallen door haar huisraad, terwijl rammelende pannetjes juichen als enthousiaste toeschouwers in de arena. Helaas kiest de groep voor een clichématige vorm; het decor is een huiskamertje met daaromheen in het volle zicht de technici die geluid, muziek en special effects verzorgen. Die effecten zijn soms charmant, maar meestal knullig en, net als de muziek, slordig uitgevoerd.

Festival a/d Werf, Utrecht. Gezien 19 en 20/5/07. Aldaar nog t/m 26/5. Meer info op www.festivalaandewerf.nl

Over het IJ festival: ‘Cargo’, ‘Mobil’, ‘Broeders’

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:36 uur
tags: , , , , ,

Broeders op Over Het IJOp het voormalige NDSM-terrein in Amsterdam Noord is gisteravond de veertiende editie van het Over het IJ festival geopend. Het festival gebruikt nu al een aantal jaar de gigantische scheepshallen en hellingen van de NDSM voor een breed scala aan lokatievoorstellingen.

De Dogtroep, een van de grondleggers van het grootschalige lokatietheater in Nederland, speelt op het festival de nieuwe voorstelling Cargo. In een kleine container-achtige ruimte zit het publiek en andere containers met scènes en beelden trekken aan hen voorbij. Sommige beelden zijn klein en verstild: een vrouw loopt over een vloer van wijnflessen; een man in een container met ladders weet als in een tekening van Escher niet meer wat onder of boven is. Ook is er een bandje dat ketelmuziek speelt. Het thema is de scheepvaart, maar om alles aan elkaar te breien is een nogal sterk ontwikkeld associatief vermogen nodig.

Overigens presenteert het gezelschap zichzelf als een vernieuwde groep en dat is nogal een understatement. Sinds er na een drastische subsidievermindering een nieuwe artistiek leider aantrad (Henk Schut), is het nog maar de vraag of de Dogtroep meer dan de naam gemeen heeft met de groep van voorstellingen als Noordwesterwals en Atom Tattoo. Op het gebied van het beeldende lokatietheater, waar het gezelschap de wereld mee veroverde, wordt de Dogtroep inmiddels voorbij gestreefd door een aantal interessante nieuwe groepen, zoals The Lunatics, Odd Enjinears en Peergroup.

Nieuw is dat Over het IJ de handen ineen heeft geslagen met andere grote festivals zoals Oerol en Boulevard om een aantal talentvolle jonge theatermakers de kans te geven een grotere voorstelling te maken en die op verschillende festivals te spelen. Meest geslaagde voorbeeld daarvan is Broeders van Jetse Batelaan dat eerder te zien was op Oerol. Batelaan is een zeer succesvolle jonge regisseur die het afgelopen jaar zowel de VSCD Mimeprijs als de Gouden Krekel voor de beste jeugdvoorstelling won.

Broeders speelt zich af in een met houten schotten afgescheiden plek -een weiland op Terschelling, een parkeerterrein met grasveldje in Amsterdam Noord- waarbinnen de personages zich met ijzeren consequentie onderwerpen aan absurde regels. Er zijn patiënten in gewone kleren en broeders in het wit. De patiënten zijn zich niet bewust van de engel-achtige aanwezigheid van de broeders, maar ze moeten de hand vasthouden van een broeder, anders vallen ze voor dood neer. Het levert hilarische scènes op, maar het trage tempo en de eigenzinnigheid van de voorstelling geven aan dat Batelaan misschien wel iets heel diepzinnigs te zeggen heeft over mededogen en afhankelijkheid.

Iets minder geslaagd, maar toch heel aardig is de openingsvoorstelling Mobil van het theatermakersduo Gienke Deuten en Bram de Goeij. Hun eenvoudige verhaal, over een spannende vreemdeling die het leven van een echtpaar op een afgelegen benzinepompstation op z’n kop zet, wordt verteld met een charmante combinatie van hoorspel, mime en Rieks Swarte-achtig objectentheater, maar de makers lijken wel erg verliefd op hun schattige schaalmodellen en geestige geluidseffecten, waardoor de voorstelling een beetje langdradig aanvoelt.

Over het IJ festival. Cargo van de Dogtroep, Mobil van Deuten & De Goeij, Broeders van Jetse Batelaan. Gezien 6/7/06. Over het IJ duurt nog t/m 16/7. Meer info op www.overhetij.nl

Recensie: Mightysociety2 van Eric de Vroedt

Parool,recensies — simber op 22 augustus 2006 om 12:57 uur
tags: , , ,

Bram voldoet niet helemaal aan het stereotype beeld van de terrorist. Hij heeft geen lange baard en draagt geen soepjurk. Ook is hij geen Marokkaan, hij is een Nederlander. Een schrijver met één succesvol boek en stapels bij De Slegte. Toch zit hij met een rugzak vol explosieven in een anonieme hotelkamer met nog 90 minuten te gaan tot zijn aanslag.

De terrorist wordt razend knap gespeeld door Bram Coopmans. Voor slechts 15 man publiek in een kamer in het Lloyd Hotel houdt hij een lucide monoloog over hoe het zo gekomen is. Hij spuwt zijn gal over het amateurisme van zowel de terroristen als de terreurbestrijders. Daarbij schakelt hij waar nodig naar de rollen van de niet aanwezige personages, zoals de leden van zijn cel, de emir -hun geestelijk leidsman- en geheim agent Wim die hem ronselt voor de geheime dienst.

De tekst van Eric de Vroedt, die zelf regisseert, samplet driftig uit de actuele Nederlandse geschiedenis. Uit de Hofstad Groep, de IRT affaire en het eindeloze gekakel over terreur en terreurbestrijding bouwt hij een plot die zich in de loop van de voorstelling geraffineerd ontvouwt. Maar De Vroedt gaat verder. Hij gebruikt teksten van The Weathermen en de RAF, westerse terroristen waar de progressieve elite in de jaren ’70 nog wel enige affiniteit mee voelde. Door het perspectief van de terrorist te kiezen, dwingt hij zichzelf en zijn publiek tot empathie met mensen die normaal gesproken uitsluitend met onbegrip behandeld worden.

De walging van de terrorist en die van de theatermaker vallen samen als AIVD-er Wim zijn drijfveren aan Bram uiteenzet. De AIVD streeft naar een land waarin “geen extremist meer rondloopt en iedereen weer geleerd heeft zich te gedragen als normale burger”. De normale burger, die niets te vrezen heeft omdat hij niets misdaan heeft, de gemeenschappelijke vijand van iedereen die de samenleving wil veranderen.

We hoeven echter niet te vrezen dat deze voorstelling een teken is van de radicalisering van De Vroedt. Een Pools kamermeisje stoort de terrorist onverwacht en maakt duidelijk dat zij Nederland opwindend vindt en hier een bestaan wil opbouwen. En uiteindelijk maakt ook onze schrijver/terrorist Bram een andere keuze.

Deze voorstelling is de tweede in een serie van tien waarin De Vroedt actuele kwesties op het toneel wil zetten. Het is een tamelijk megalomaan plan, maar als de volgende delen net zo scherp en eigenzinnig als deze voorstelling, dan wordt dit een belangwekkend project van een bevlogen theatermaker.

Mightysociety2 van Eric de Vroedt. Gezien 10/12 in het Lloyd Hotel, nog aldaar te zien t/m 18/12. Mee info op www.mightysociety.nl

« Vorige pagina
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2020 Simber | powered by WordPress with Barecity