Recensie: ‘MS DOS/Prometheus’ geketend van Urland

Op de vloer zijn met gekleurd tape lijnen getekend; een vierkant in een driehoek in een cirkel. Vier jongens lopen achteruit over de lijnen, het piepen van hun gympen wordt onderdeel van soundtrack van kale techno. Je kan er een bizarre klok in zien, of brokjes data in een computernetwerk.

Urland is een jong performance-collectief bestaande uit Ludwig Bindervoet, Thomas Dudkiewicz, Marijn Alexander de Jong en Jimi Zoet. Muziek speelt een belangrijke rol in hun werk, eerder maakten ze een ‘gabber-opera’ en in hun vorige voorstelling Kwartet verbonden ze Heiner Müller met death metal.

MS DOS is net als die eerdere voorstellingen energiek, wild en weird. Ze vertellen geen verhaal maar roepen met beelden (met behulp van grote rechthoekige en ronde vormen, uitgelicht in de trinitronkleuren rood, groen en blauw), beweging, muziek en flarden tekst (in het Nederlands, Duits en Engels) en tamelijk rijke wereld aan associaties op.

Die associaties worden sterk gestuurd door de titel: Urland wil de uitvinding van internet in de jaren ’90 koppelen aan de mythe van Prometheus, de halfgod die het vuur stal van de goden en aan de mensen gaf en daarvoor streng gestraft werd. Misschien zijn de spelers die uit de regelmatige bewegingen breken en er geweldig freaky op los dansen wel bevangen door de alwetendheid die het internet ons gebracht heeft.

Bij een dergelijke abstracte voorstelling is een beetje sturing zeer welkom, maar wie een bewerking van de Griekse tragedie verwacht zich toch een beetje bekocht voelen.

Het eindbeeld is dan weer kraakhelder: met een schuimmachine wordt een wolkenlandschap gemaakt, waarin de spelers zich nestelen. De mensen zijn goden geworden, en beslissen zelf over Prometheus’ lot.

MS DOS/Prometheus geketend van Urland en Productiehuis Rotterdam. Gezien 2/5/14 in Haarlem. Te zien in Amsterdam (Frascati) 21 t/m 24/5. Meer info op www.urland.nl.

Verslag/recensie ITS Festival

“Ik ga het niet meer over de bezuinigingen hebben”, sprak Theu Boermans in zijn ultrakorte openingsspeech van het ITS Festival gisteravond laat. Toch was dat het overheersende gespreksonderwerp op de openingsavond. De afstuderende regisseurs, choreografen, toneelspelers  en mimers die op het theaterschoolfestival hun werk mogen laten zien lijken het nog niet helemaal te bevatten, en wie kan het ze kwalijk nemen: dit is hun moment om te schitteren. Alleen maandag is het cultuurbeleid weer een thema. Dan is het festival afgelast, zodat alle deelnemens kunnen demonstreren in Den Haag.

Het ITS opende eerder die dag met twee voorstellingen die in hun harde toon opmerkelijke overeenkomsten vertoonden. Die Altruisten, een samenwerking tussen de Toneelschool Maastricht en de Otto-Falckenberg-Schule in München (aangesloten bij de door Johan Simons geleide Münchner Kammerspiele), is een Duits gesproken, vlotte en cynische milieuschets van een vaardige toneelschrijver; De Hollanders, speciaal voor de afstudeerklas van de Amsterdamse Toneelschool geschreven door Arnon Grunberg is een opmerkelijk onbarmhartig en actueel toneelstuk, dat alleen te lijden heeft onder iets te proza-achtige zinnen.

Die Altruisten, een toneelstuk van de New Yorkse toneelschrijver Nicky Silver, is een raadselachtige keuze voor een Nederlands-Duitse toneelschoolsamenwerking; het stuk uit 2000 gaat over een groep hedonistische grotestadsbewoners die hun luiheid en geestelijke armoede verhullen met idealistisch gelul over je schuldig voelen als je vlees eet of auto rijdt. Terwijl ze een demonstratie voorbereiden om solidariteit te tonen met een verre verschoppeling laten ze iemand uit hun eigen omgeving keihard vallen.

Het is het soort lompe ironie dat typisch is voor tweederangs toneelstukken uit de jaren negentig en het dwingt de acteurs tot die schreeuwerige, Duitse toneeltoon waar ze zelf ook niet helemaal gelukkig bij lijken. Veel onderscheid tussen de twee overigens uitstekend Duits sprekende Nederlanders (Ludwig Bindervoet en Mandela Wee Wee) en de drie Duitsers is er niet, of het moet zijn dat de studenten uit Maastricht iets beter steeds iets lichts weten in te brengen, zoals de (erg flauwe) grapjes in het Nederlands. Van de Duitsers valt vooral Florian Innerebner op. Hij weet zijn personage, een naar liefde smachtende homo, nog iets echt beklagenswaardigs mee te geven.

Of het door Arnon Grunberg geschreven De Hollanders eeuwigheidswaarde heeft valt nog te bezien, maar in ieder geval levert het in regie van Gerardjan Rijnders een onverwacht rauwe afstudeervoorstelling op. Grunberg schreef een mozaïek-achtig verhaal over Nederlandse soldaten in Afghanistan, die zowel dáár, als na thuiskomst híer hun omgeving verwoesten. Twee soldaten komen een vader spullen brengen van zijn gesneuvelde zoon, één van de twee noemt sinds hij terug is zijn moeder consequent ‘hoer’ en zegt tegen zijn vriendinnetje, die mooi kan zingen, dat zij erger is dan de Taliban.

Feilloos weet Grunberg machtssituaties te benoemen en uit te buiten. Of het nu tussen tussen zwaarbewapende NAVO-militair en burkadragende Afghaanse, tussen arts en patiënt, of tussen ouder en kind is, zodra de ene mens een tikje overwicht op de ander heeft wordt hij of zij een beest. Met Grunbergs eenvoudige taal en steeds herhalende zinnetjes worden de dreiging en het ongemak steeds verder opgevoerd.

Sommige spelers lijken nog een beetje te bleu voor de wreedheid die het stuk zit. Thomas Hoppener valt op als overtuigende dader en slachtoffer, en Eva van Manen als het mooi theatraal zingende vriendinnetje. Het is wel ineens een stuk kleinkunstpersoonlijheid dat door deze toneelvoorstelling loopt. Daaraan, en aan een paar overbodige liedjes, herken je toch dat de afstudeervoorstelling een eigenaardig genre is.

Het ITS duurt nog tot 1 juli. Meer info op www.itsfestivalamsterdam.com

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity