Recensie: ‘We are your friends’ van De Warme Winkel

Een pot gevuld met eurobiljetten staat links vooraan op een verder vrijwel leeg toneel. Zo’n 6500 euro zit erin, legt een acteur van De Warme Winkel in slecht engels uit via het videoscherm. Ze moesten een Europese reisvoorstelling maken. Maar is het niet veel solidairder om het geld te geven aan lokale, hulpbehoevende kunstenaars? “Local is the new global!”

De voorstelling We are your friends van Nederlands meest interessante theatergroep De Warme Winkel speelde eerder o.a. in Brussel, Toulouse en Berlijn en komt nu thuis. Een aantal grappen over een onbekende theatergroep in Europa werkt minder goed. Bijvoorbeeld het uitgebreid coachen door Vincent Rietveld van een onterende performance van ‘lokaal talent’ Olaf Royé (ik ruil voor geld uit de pot), in wie we al snel Warme Winkelier Ward Weemhoff herkennen. Maar de boodschap van deze (erg lange) scène is duidelijk: wie het geld heeft, maakt ook cultureel de dienst uit.

Weemhoff is later met Maria Kraakman nog een onaangenaam opdringerig Roma-stel (“The backbone and pioneers of Europe”), waarna Mara van Vlijmen als actrice die niet weet in welke stad ze speelt sentimenteel naar huis belt. Ook de brief die Halina Reijn aan het Russische publiek voorlas wordt goed geparodieerd door meespelende technicus Rikus.

Het is allemaal niet subtiel wat De Warme Winkel doet, maar dan zonder de heldere boodschap die bij zo’n grove aanpak beter zou passen. Nu blijf je vooral achter met het idee dat culturele uitwisseling iets raars is op een continent dat op andere manieren al zo stevig is verbonden. De geldpot wordt overigens door Rikus bij het applaus schielijk weggehaald.

We are your friends van De Warme Winkel. Gezien 7/1/14 in Frascati. Aldaar t/m 11/1. Meer info op www.dewarmewinkel.nl.

Recensie: ‘San Francisco’ van De Warme Winkel

Parool,recensies — simber op 31 maart 2012 om 23:03 uur
tags: , , ,

Het is mislukt. Er is geen voorstelling. Bedremmeld, verontschuldigend en een beetje huilerig staan Vincent Rietveld en Mara van Vlijmen het publiek te woord in een afgetrapt zaaltje in een kraakhol aan de Spuistraat. Een voorstelling over de crisis hadden ze willen maken. Maar het geld was met de vorige productie al opgemaakt, de tijd ging verloren met het schrijven van een eindeloze serie subsidieaanvragen en druk om als jong, hooggeprezen en succesvol gezelschap een nieuw meesterwerk te moeten afleveren gaf de nekslag.

Nu zijn de verwachtingen rondom een nieuwe voorstelling van De Warme Winkel inderdaad hooggespannen, want dit is per slot van rekening de meest fantasierijke en uitbundigste theaterclub van het land. Tussen hun grootschaliger werk door (zoals de vijfdelige serie over Oostenrijkse kunstenaars die afgelopen najaar als Weense Herfst te zien was) maken ze nu voor de tweede keer een kleinere voorstelling op locatie in Amsterdam, na Luitenantenduetten vorig jaar.

Dat van die mislukking is natuurlijk een doorzichtige truc – die ze alsnog bijna een uur volhouden, maar het geeft Rietveld en Van Vlijmen de kans om te vertellen wat voor voorstelling het had moeten worden. Steeds verzinnen ze nieuwe imaginaire scènes, in het begin heel flauw, maar gaandeweg steeds uitzinniger: de crisis als enorme ijzeren bal die kleine mannetjes oprolt, een kookwedstrijd met tulpebollen, Rijkman Groenink laten zien als mens, een middeleeuwse fabel over schulden, enzovoort enzovoort.

En alles wordt steeds alleen maar verteld door de twee spelers, soms enthousiast elkaar steeds onderbrekend met nieuwe geestige ingevingen, soms beeldend en overdreven gedetailleerd verteld, met verwijzingen naar andere theatermakers, soms als een vinnig debat.

En terwijl het heel erg grappig is komen zo alle benaderingen van de crisis door de kunst aan bod; alle clichés (“een voorstelling over de crisis moet ook de crisis als kans laten zien”), het moralisme (“bankiers zijn ook mensen”), cynisme, naïviteit en berusting.

Maar juist door alles alleen maar te suggereren maakt De Warme Winkel misschien wel het ultieme statement over de crisis. Meer dan verbeeldingskracht en relativering zijn niet nodig. De voorstelling is met twee uur wel erg lang, maar maakt één ding glashelder: voor de ware kunstenaar is crisis een loos begrip.

San Francisco van De Warme Winkel. Gezien 30/3/12 in de Spuistraat 199. Aldaar t/m 28/4. Kaartverkoop via Frascati. Meer info op www.dewarmewinkel.nl.

Recensie: ‘Kokoschka live!’ van De Warme Winkel e.a.

“Wij weten dat u er niets aan gaat vinden, maar wij móeten dit brengen. Want dít is onze cultuur.” Het Haagse publiek is gewaarschuwd; de theatergroepen die tussen de Mondriaans en het zilverwerk zijn neergestreken in het Gemeentemuseum zijn er niet om te behagen. De vijfde voorstelling van De Warme Winkel in hun serie over Oostenrijkse kunstenaars (na o.a. Rilke en Thomas Bernhard) mist de persoonlijke visie van de eerdere delen, maar gaat in theatrale uitzinnigheid heerlijk overboord.

Oskar Kokoschka was enfant terrible van beroep en in het Wenen van voor de Eerste Wereldoorlog joeg hij de burgerij schrik aan met zijn expressionistische portretten en theatervoorstellingen. Hij was betrokken bij de Münchensche kunstenaarsgroep Der Blaue Reiter rondom Kandinsky en dat vormt de verbinding tussen de voorstelling en het museum, waar een tentoonstelling rondom die beweging te zien is.

In tegenstelling tot de eerdere voorstellingen, waarin de acteurs expliciet commentaar op het onderwerp en hun zoektocht gaven, kiest De Warme Winkel nu niet voor uitleg, maar voor inzet. We zien een aaneenrijging van scènes ontleent aan Kokoschka’s werk: naakte mannen die teksten voordragen, tableaus over zijn oorlogsverwondingen en over zijn angst voor vrouwen, sketches over zijn heftige affaire met Alma Mahler, allemaal met brille ontleend aan zijn visuele stijl, met verwrongen mimiek en lichaamshoudingen en een soundtrack van de jonge muzikanten van De Veenfabriek die nu eens lawaaiig in de weer zijn met bekkens en sirenes en dan weer verrassend melancholieke muziek maken met klokkenspel en cimbalom.

De hele speelruimte lijkt een atelier. De meeste scènes spelen op een verhoogd toneeltje met een goedkoop voordoek en bordkartonnen bomen, maar tussendoor rennen de spelers rond, schilderen ze aan de zijkant nieuwe abstracte lijnen op hun gezicht of hebben ze babbelende onderonsjes met een deel van het publiek. Of ze gaan ineens tussen het publiek staan om ‘boe!’ te roepen tegen hun eigen voorstelling, en rennen dan weer naar het toneel om ‘fuck you!’ terug te schreeuwen.

Een logische ordening is nauwelijks te ontdekken; het lijkt erop dat Marien Jongewaard vooral de kunstenaar zelf speelt (soms rondlopend en louter “Expressionisme!” orerend), Jeroen de Man een levensgrote pop die Kokoschka na de oorlog liet maken die zoveel mogelijk op Alma moest lijken en Mara van Vlijmen ‘de vrouw’ – “het morsige moeras van de voortplanting”. Het is groteske gekkigheid die meeslepend werkt vanwege de manische energie waarmee ze het uitvoeren en de virtuositeit van hun grappen.

Toch zit er iets storends in de vette ironie waarmee ze het onderwerp te lijf gaan. De scènes zijn geestig, inventief en absurd, maar nooit echt aangrijpend, tergend of teder. Wat trok de makers nou toch zo aan in die rare Kokoschka? We komen het niet te weten, en zo ga je na zo’n volle avond theater toch een beetje leeg naar huis.

Kokoschka live! van De Warme Winkel, Veenfabriek en Nieuw West. Gezien 25/3/10 in het Gemeentemuseum Den Haag. Aldaar t/m 25/4. Meer info op www.kokoschka.nl

Interview: De Warme Winkel over ‘Gijsbrecht’

Ze zijn een jonge theatergroep, vooral bekend in het circuit van kleine zalen en zomerfestivals, maar op hun schouders ligt de taak om de eeuwenoude Gijsbrecht-traditie nieuw leven in te blazen. De Warme Winkel gaat de uitdaging aan, maar op haar eigen wijze; oneerbiedig en vol zelfvertrouwen, maar met eindeloze research gaan de drie spelers het stuk te lijf. “Eigenlijk zijn we drie enorme nerds.”

“We zijn maar een kleine groep tegenover die grote traditie”, zegt acteur Vincent Rietveld, een repetitielokaal in een gebouw op het WG terrein in Oud West. Die bescheidenheid is niet vals. Vanaf de première op 3 januari 1638 werd het toneelstuk Gijsbrecht van Aemstel van Joost van den Vondel 330 jaar lang gespeeld op een van de de eerste dagen van ieder jaar, tot er in 1968 een einde aan kwam die ijzeren regelmaat. In de vroege jaren tachtig werd nog een poging gedaan tot een revival, maar het was Kees Fens die een paar jaar voor zijn dood burgemeester Job Cohen suggereerde om een serieuze poging te doen de traditie nieuw leven in te blazen.

Cohen stelde het voor aan de gemeenteraad. De raad vroeg het aan het Amsterdams Fonds voor de Kunst, het Fonds gaf een opdracht aan Theater Frascati en Frascati nodigde De Warme Winkel uit. En zo krijgen de drie spelers op 1 januari bij de nieuwjaarsreceptie van de gemeente Amsterdam in het Concertgebouw drie kwartier om hún interpretatie van de Gijsbrecht te geven. Rietveld: “Het is natuurlijk een onmogelijke opdracht om de hele Gijsbrecht van Aemstel te spelen in drie kwartier. We willen liever een ode brengen, aan het stuk en aan de traditie, en we willen onze verhouding ertoe expliciet maken.”

De Warme Winkel, naast Rietveld bestaande uit Mara van Vlijmen en Jeroen De Man maakte de afgelopen jaren naam met een serie voorstellingen over Oostenrijkse kunstenaars: Totaal Thomas over Thomas Bernhard, Rainer Maria over Rilke , Villa Europa over Stefan Zweig en Alma over Alma Mahler. Dat expliciet maken van hun eigen relatie met het onderwerp is de rode draad in hun werk: in Villa Europa schetsten ze het leven van Zweig in het Wenen voor de Eerste Wereldoorlog struikelend over een enorme stapel boeken als in een op hol geslagen aflevering van Twee voor Twaalf en in Alma werden in steeds uitzinniger kostuums alle aanwezigen in de salons Alma Mahler doorgelicht, waarbij De Man sardonisch liet weten wie joods waren en wie later Nazi werd. Heftig theatraal zijn hun voorstellingen, een bonte verzameling stijlen, en meer dan een tikje recalcitrant.

Continue reading “Interview: De Warme Winkel over ‘Gijsbrecht’” »

Recensie: ‘Vijand van het Volk’ van Toneelgroep Maastricht

Parool,recensies — simber op 20 oktober 2009 om 01:17 uur
tags: , , , ,

Met Vijand van het Volk presenteert de nieuwe, grote theatergroep uit Maastricht met Arie de Mol als nieuwe artistiek leider zich voor het eerst. De Mol –eerder leidde hij Els Inc.- bewerkte Henrik Ibsens drama over idealisme en eigenbelang uit 1882 tot een pittig leerstuk en een volle, enthousiast gespeelde theateravond.

Dokter Stokman (Olaf Malmberg, op dreef als idealist met het gelijk aan zijn zijde) ontdekt dat het bronwater van het kuurbad dat zijn provinciestad tot trekpleister maakt vervuild is en gevaarlijk voor voor de gasten. Hij is ervan overtuigd dat iedereen in het dorp het probleem zal erkennen en zal proberen op te lossen, en aanvankelijk lijkt hij de pers en de burgerij achter zich te hebben. Maar zijn zus, tevens de burgemeester is niet zo blij met haar broers campagne.

Mara van Vlijmen maakt van de burgemeester een verrukkelijk soort Pauline Krikke, eerst als een reclamespot de grote winst die het “wellness gebeuren” het dorp heeft gebracht aanprijzend, later in een vinnige discussie de kosten die het verhelpen van de problemen met zich mee zou brengen memorerend. De grote confrontatie met haar broer is een kluchtige scène in een redactielokaal met onverwachte opkomsten en gedoe met een aktentas. We hebben dan al een scène gehad bij uitsluitend het licht van mijnwerkerslampjes op witte bouwhelmen en een changement waarbij de acteurs onverstoorbaar liedjes van de Velvet Underground spelen terwijl ondertussen het drumstel verplaatst wordt.

De acteurs die ‘af’ zijn zitten linksvoor op het podium en grijpen soms in in de handeling, bijvoorbeeld als Stokman een uitgebreide tirade tegen de macht van de domme mensen houdt tegen het publiek in de zaal. Het is een beweeglijke, rommelige mis-en-scène, waarin subtiele discussies soms worden weggeschreeuwd in overdreven gedoe.

Maar in die overdaad aan ideeën, sommige slecht, andere briljant wordt het thema snel genoeg helder: de oudere idealist die aan zijn principes vasthoudt tegenover jongeren die het idee van de waarheid wel heel mooi vinden klinken, maar zich schielijk terugtrekken als blijkt dat hun welvaart op het spel staat. Zo wordt Ibsen’s drama een politiek leerstuk waarbij alle personages zich moeiteloos laten herkenbare types uit hedendaagse discussies, zoals met de revolutie flirtende intellectuelen en de goedmenende zoon die iedereen zo ongenuanceerd vindt.

Enthousiasme kortom, en veel ideeën. Van een nieuw gezelschap kun je weinig meer wensen.

Vijand van het Volk van Toneelgroep Maastricht. Gezien 19/10 in Utrecht. Vanavond te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg); tournee t/m 22/12. meer info op www.toneelgroepmaastricht.nl

Recensie: ‘Villa Europa’ van De Warme Winkel

De geest van Wenen waait steeds heviger door het Nederlands theater. Vorige seizoenen zagen we al een aantal voorstellingen van Schnitzler, dit werd als werk gepeeld van Karl Kraus (De Laatste dagen der Mensheid door ’t Barre Land) Thomas Bernhard (door Dood Paard en door Stan) en Jelinek (ook Dood Paard). Daar komt nu een fijne voorstelling bij, Villa Europa, naar en over het werk van de Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig.

Acteurs Vincent Rietveld en Mara van Vlijmen beginnen met een stukje uit diens toneelstuk Jeremia, volledig over the top met grote neuzen, met wasknijpers aan elkaar gezette lappenconstructies als kostuums en een groteske, speelstijl. Nemen ze hem we helemaal serieus, of worden wij als toeschouwers in de maling genomen?

Nee, er blijkt toch bewondering. In een volgende scène geven de acteurs –op iets minder uitzinnige toon, maar beiden wel met met opplak-Hitlersnor- een geestige en uitwaaierende samenvatting van Zweig’s leven. Een joodse, archetypische intellectueel van vóór de Eerste Wereldoorlog, een schrijver van een enorme stapel biografieën met een passie voor handschriften van genieën en utopische ideeën voor de vereniging van Europa. Staand op een enorme stapel boeken en met potpourri van greatest hits van de klassieke muziek op de achtergrond vertellen ze hoe Zweig een van de meest productieve en gelezen schrijvers van het interbellum werd – “en meest verbrande” voegen ze er sardonisch aan toe.

In een van de boeken tonen ze een foto van de schrijver en na zijn zelfmoord, samen met zijn tweede vrouw, in 1942, op het meest duistere uur van de Tweede Wereldoorlog. Achter op het toneel herkennen we hetzelfde bed en nachtkastje. Die dienen als decor voor de lange, maar schitterende en opvallend verstilde eindscène over die zelfmoord. “Al zou Hitler overwonnen worden dan zou ik toch een representant zijn van een wereld die niet meer bestaat” schreef hij in één van zijn zeven afscheidsbrieven.

De Warme Winkel heeft een recalcitrante uitstraling –een beetje zoals Dood Paard had- en de groteske en geëxalteerde speelstijl staat in scherp contrast met de elegante verfijning die Zweig kenmerkt. De spelers zeggen dat ze denken dat hij de wereld niet begrijpt, dat er naast schoonheid ook plaats moet zijn voor het duistere. Het is die dubbelzinnigheid, doordacht omgezet in beeld en spel, die Villa Europa zo’n gave voorstelling maken.

Villa Europa van De Warme Winkel en De Utrechtse Spelen. Gezien 27/3/09 in De Balie. Aldaar t/m 4/4. Tournee t/m 18/4. Meer info op www.dewarmewinkel.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity