Recensie: ‘De hereniging van de twee Korea’s’ van Het Nationale Theater

De nieuwste voorstelling van het Nationale Theater positioneert zich ongegeneerd als theater-romcom – tot de de ijverig van Alles is liefde gekopieerde poster aan toe. Maar De hereniging van de twee Korea’s neemt veel te veel de (heteroseksuele) normen van het genre over, en wat eraan wordt toegevoegd is zwak.

Schrijver en regisseur Eric de Vroedt maakte naam met expliciet maatschappelijk geëngageerd theater, eerst in de serie MightySociety, vorig jaar met het megaproject The Nation, waarmee hij zijn artistiek leiderschap bij het Nationale Theater aanving.

Nu maakt hij iets luchtigers: een mozaïekstuk van de Franse theatermaker Joël Pommerat uit 2013. In korte scènes worden verschillende liefdessituaties getoond; een vrouw die weggaat bij haar man omdat er geen liefde meer is, een vrouw die bezocht wordt door een overleden geliefde van vroeger, een meisje dat met haar moeder ruziet over een abortus. Personages komen in verschillende scènes terug, soms lijken er weirde tijdssprongen te worden gemaakt.

Oppervlakkig lijkt het op de verschillende verhaallijnen in films als Love, Actually of Crash, maar Pommerats stuk heeft meer te maken met fragmentarische toneelwerk van de Duitse schrijfster Dea Loher. Een grootse, samenbindende finale ontbreekt.

De Vroedt wil er een soort schuimtaart van maken: uitbundige gekostumeerd en bepruikt (ontwerp Lotte Goos) spelen de uitstekende acteurs vele dubbelrollen in een komisch, licht overspannen register; het decor (ontwerp Maze de Boer), met veel deuren – ook hoog in de zijmuren die in het luchtledige uitkomen – en een grote wenteltrap rondom een liftkoker neigt naar klucht (al vraagt het stuk niet om opkomsten en afgangen); de muziek (Florentijn Boddendijk en Remco de Jong) is vrolijk geïnspireerd op de yé-yé van Serge Gainsbourg.

Al snel valt op dat alle liefdeskoppels hetero zijn, op een paar flarden op de achtergrond na. Dat is nogal merkwaardig omdat juist het Nationale Theater de afgelopen jaren een voortrekkersrol neemt op het gebied van diversiteit. Zo wordt ook in deze voorstelling een van vijf zussen gespeeld door de zwarte actrice Genelva Krind zonder dat daar zelfs maar een knipoog bij wordt gemaakt. Waarom houdt die vanzelfsprekende diversiteit op bij kleur?

En in de loop van het stuk gaat ook opvallen dat veel van de scènes vanuit een mannenfantasie-perspectief zijn geschreven: de hoer die verliefd op je wordt, de vijf zussen met wie je allemaal gezoend hebt, de assistente die je verdenkt van aanranding maar dat eigenlijk helemaal niet erg lijkt te vinden. Er zit een soort oh-la-la oubolligheid in die in de loop van de voorstelling steeds meer gaat ergeren en de grappen die wél geslaagd zijn in de weg zit.

Er zijn een paar mooie scènes: Tamar van den Dop en Hein van der Heijden spelen een fijn schuchter verleidingsspel als twee buren die wachten op hun overduidelijk overspelige echtgenoten en Mark Rietman en Betty Schuurman zijn op hun charmantst als liefdevolle man en dementerende vrouw. Ook de lift wordt effectief gebruikt voor een aantal mooi vervreemdende tableaus.

Maar de misvatting lijkt toch vooral dat liefde een universeel onderwerp is. Maar juist liefde, relaties en seks lijken me te worden bepaald door lokale mores en de Franse zijn overduidelijk de Nederlandse niet. Als De Vroedt er zélf een stuk over geschreven had was het ongetwijfeld veel interessanter geweest.

De hereniging van de twee Korea’s van het Nationale Theater. Gezien 10/3/18 in de Koninklijke Schouwburg Den Haag. Hnt.nl

Recensie: ‘Gijsbrecht van Amstel’ van Het Toneel Speelt (2014)

Het was de 333e nieuwjaarsdag waarop het hemelse gerecht zich ontfermd leekt te hebben de benauwde veste van Gijsbrecht, en voor de 333e keer kwam de heer van Amstel bedrogen uit. Twee jaar geleden blies Het Toneel Speelt de jaarlijkse Gijsbrecht-traditie (een van de oudste theatertradities ter wereld) nieuw leven in, met een eenvoudige, strakke enscenering. Gisteren ging deze versie in reprise, met een aantal nieuwe acteurs.

De vormgeving en de nadruk op de tekst in deze regie van Jaap Spijkers zijn nog dezelfde als bij de première, met dezelfde goede en mindere kanten: de lichte bewerking van Laurens Spoor en Ronald Klamer maakt de rijke, maar ook veeleisende tekst opvallend helder en inzichtelijk en de acteurs doen recht aan Vondels verzen zonder dreinen. Het grote klappende vlak waarop de voorstelling zich afspeelt blijft een moeizame –en voor de acteurs penibele- abstrahering.

Maar de nieuwe acteurs brengen nieuwe accenten aan en dat is mooi om te zien. Jules Croiset als geestelijke weet met bronzen stem en welluidende dictie de traditie invoelbaar te maken en Petra Laseur maakt de rei van burgzaten (“Waar werd oprechter trouw…”) menselijk en zoet.

Het is echter nieuwkomer Marlies Heuer als Gijsbrechts vrouw Badeloch die de voorstelling hart en passie geeft. Haar Badeloch is zinnelijk en lichamelijk, en als ze aan het eind als alles verloren is zegt “geef me een zwaard, ik ben bereid te vechten”, dan geloof je haar meteen. Ze vormt een spetterende combinatie met Mark Rietmans memorabele Gijsbrecht; in een stuk waarin zo veel verteld wordt en zo weinig getoond, weten ze samen uit de classicistische taal twee echte mensen te boetseren.

Deze voorstelling is nog niet op –in deze uitvoering viel ineens op hoe bloederig de Gijsbrecht eigenlijk is– maar Het Toneel Speelt heeft niet de middelen om volgend jaar op 1 januari de traditie voort te zetten. Het lijkt er dus op dat de onzekerheid van de laatste decennia over het voortbestaan van de traditie weer terugkeert. Wie durft het aan om hem over te nemen?

Gijsbrecht van Amstel van Het Toneel Speelt. Gezien 1/1/14 in de Stadsschouwburg, aldaar t/m 4/1. Meer info op www.hettoneelspeelt.nl

Recensie: ‘De Prooi’ van Het Nationale Toneel

Een kort tableau: Mark Rietman als bankdirecteur Rijkman Groenink met een ree in z’n armen. Hij laat het voorop het toneel vallen, waar het opgezette dier gedurende de hele voorstelling zal blijven liggen. Als prooi van Groenink de vervente jager, die ook ooit eens z’n eigen arm er bijna afschoot.

De toneelbewerking door Het Nationale Toneel van Jeroen Smits bestseller De Prooi, over de teloorgang van ABN-Amro, bedient zich vrij consequent van dit soort eenduidige symboliek. Het is een zeer onderhoudende, snelle voorstelling geworden, uitstekend te volgen voor wie het boek niet gelezen heeft of wie überhaupt niks van economie weet. De Prooi gaat namelijk niet over bankieren, maar over macht.

In de bewerking van Sophie Kassies leggen drie jonge bankjochies (onder wie een opvallend lepe Michel Sluysmans) steeds gretig aan het publiek de context uit en de overige rollen worden kraakhelder aangezet: Hajo Bruins is de aardsintrigant Wilco Jiskoot, Pieter van der Sman is de ogenschijnlijke schlemiel Reinhard van Tets, Jaap Spijkers is de man van de oude stempel en het familiegevoel, Betty Schuurman is de enige vrouw aan de top die nooit in de Raad van Bestuur zal komen.

Maar het alfamannetje is in alles Mark Rietman, langer, slimmer, sneller en uitgekookter dan iedereen en met een wereld- en mensbeeld uit een roman van Ayn Rand: “De wereld is wat hij is: hard. Daarin ligt alles besloten: de pijn, de hoop en de schoonheid.” Aan het eind is vooral dat mensbeeld de oorzaak dat hij het aflegt tegen Jiskoot die alles als een spel blijft zien.

Maar in het machtsthema zit ook meteen het probleem met de voorstelling. Macht is vertrouwd terrein voor een theatermaker als regisseur Johan Doesburg en De Prooi is non-fictie geperst in het bekende dramatisch schema van opkomst en ondergang, dat u kent van Julius Caesar tot The Social Network. (Vooral Shakespeare’s Richard III lijkt het model geweest te zijn voor Groenink – zelfs de lamme arm komt overeen.) De voorstelling is in die zin geruststellend: zo is het altijd gegaan, hoogmoed komt voor de val, dezelfde karaktereigenschappen die zorgen voor je succes, zorgen ook voor je ondergang, etc.

Het decor is een witte wand bekleed met bont die kan kiepen, zodat het een steile helling wordt. Helemaal om z’n as wentelt hij, zodat de andere kant zichtbaar wordt, een vloer met tafels. Maar omdat die tafels de hele tijd schuin staan, moeten de acteurs in strakke krijtstreeppakken steeds in rare poses en onnatuurlijke grijphoudingen hangen. De apenrots op efficiënte wijze verbeeld.

Jammer is alleen dat de acteurs (ongetwijfeld met de ARBO-wet in het achterhoofd) zich de hele tijd moeten vastgespen, met haken en koordjes die aan hun strakke pakken vastzitten. Dat verhullen ze niet, ze halen er leuke grappen meer uit. Maar omdat het zo in het oog loopt blijf je je afvragen het betekent. Het werkt tenslotte ook als metafoor: niet alleen letterlijke zekering, maar ook figuurlijke.

En het is niet de veiligheid van de bankiers: die jongleren weliswaar met andermans geld, en dus met een vangnet, maar omdat het ze eigenlijk niet om geld te doen is kunnen ze wel degelijk écht verliezen – zoals Groenink uiteindelijk ook doet. Het gaat dus over de veiligheid van de kunstenaars, die liever dicht bij huis blijven dan wezenlijke vragen stellen. Zoals bijvoorbeeld: waarom laten we (overheid, toezichthouders en niet te vergeten klanten) onze bedrijven op deze feodale manier leiden, terwijl we het landsbestuur sinds Shakespeare hebben gerationaliseerd?

De Prooi van Het Nationale Toneel. Gezien 10/3/12 in Den Haag. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg) 23-24/4. Tournee t/m 9/6. Meer info op www.nationaletoneel.nl

Recensie: ‘Gijsbrecht van Amstel’ van Het Toneel Speelt

Je proeft de neiging tot applaus al na de eerste zinnen. Hoog boven het podium op een stalen constructie waarvan maar een reep te zien is tussen het half gesloten voordoek waarop een oude kaart van Amsterdam te zien is, zegt Mark Rietman de beroemde openingsmonoloog van de heer van Aemstel, die (ten onrechte) denkt dat “zijn benauwde veste en arme burgerij” zijn ontzet.

Het is tenslotte niet niks dat een toneelgezelschap zich ertoe zet om een traditie die 365 jaar geleden in 1638 begon, maar in 1968 werd beëindigd weer nieuw leven in te blazen, na een aantal dappere pogingen, zoals die van De Warme Winkel in het Concertgebouw in 2010. De voornaamste kwaliteit van deze Gijsbrecht is dat hij op deze eerste januari überhaupt ís, en dat de publieke belangstelling, met een zaal tot het derde balkon gevuld met politici, schrijvers en Theo d’Or-winnaressen, enorm blijkt.

Het beste aan deze voorstelling is de taal; Vondels rijmende alexandrijnen worden in de monden van vrijwel alle acteurs fonkelend helder en poëtisch Nederlands, soms subtiel zinnebeeldig, maar meestal opvallend alledaags en nuchter. Bijna nergens gaan de verzen dreinen. Zo is het stuk is fris en inzichtelijk gemaakt, maar daar staat tegenover dat de voorstelling in z’n vorm vaak een rommelige mengelmoes is van oud en modern. Dat klopt natuurlijk volledig met de opvoeringsgeschiedenis (waarin ieder jaar nieuwe elementen aan de traditie werden toegevoegd), maar hinderlijk is het wel.

Regisseur Jaap Spijkers plaatste de voorstelling grotendeels op een op en neer klappend plateau, met de scènes tussen Amsterdamse vijanden Willem van Egmond en Diedrick van Haerlem er onder, en het kasteel van Gijsbrecht en zijn vrouw Badeloch erop. De kostuums zijn zwart en grijze jassen en truien, alleen de geestelijken dragen het fel rood.

De reien of koorzangen zijn deels vervangen door nieuwe teksten van Willem Jan Otten. Waar de reien normaalgesproken extreem plechtig en abstract zijn, maakt Otten juist een aardse verbinding met de smart en de macht van vrouwen, waarmee hij, mede door de geweldige Marisa van Eyle die de reien speelt, de verbinding weet te leggen met de andere grote Nederlandse toneelklassieker, Op hoop van zegen.

Wees gewaarschuwd: Vondel is niet dramatisch maar retorisch; het gaat er niet om wat er op het toneel gebeurt, maar hoe het wordt verteld. Verwacht ook geen actuele parallelen, je moet Vondel tijdloos willen zien, of helemaal niet. Uiteindelijk maakt deze voorstelling mooi zichtbaar hoe ongerijmd het eigenlijk was om de verheven vorm van de classicistische tragedie toe te passen op de modderige moerasstad aan de Amstel. Onze polder is altijd iets te nat (en kunstmatig) geweest om vruchtbaar te zijn voor mythologie. Mark Rietman weet de lichte ironie die dus bij de Gijsbrecht anno 2012 past knap te vatten. Hij buldert, beveelt en kneedt de verzen tot een memorabele rol.

De kunst is nu om uithoudingsvermogen te tonen. Zal de periode 1968 tot 2010 uiteindelijk een tijdelijk hiaat blijken in een bijna vierhonderd jaar oude traditie? Nieuwjaarsdag 2013 is inmiddels al vastgelegd, daarna wordt het echt doorzetten. Maar het is de moeite waard.

Gijsbrecht van Amstel van Het Toneel Speelt. Gezien 1/1/2012 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 8/1. Tournee t/m 18/2. Meer info op www.hettoneelspeelt.nl

Recensie: ‘Gekluisterd’ van Het Nationale Toneel

Parool,recensies — simber op 20 oktober 2011 om 01:18 uur
tags: , , , ,

Als de witte wand voor het decor naar voren kiept verwacht je een enorme klap, maar net voor hij beneden is komt hij rustig en gecontroleerd neer. Alleen een koude windvlaag raast langs de hoofden van de toeschouwers. Een mooi inzoom-effect zuigt ons meteen in de smerig witte doos erachter, waar Maxie en Kate wonen. Of beter: ze zitten er opgesloten.

Gekluisterd (Bedbound) is een rauw maar erg talig stuk van de Ierse toneelschrijver Enda Walsh. Twee jaar geleden maakte regisseur Susanne Kennedy bij Het Nationale Toneel van zijn New Electric Ballroom een ijzingwekkend horrortableau, nu maakt Johan Doesburg bij hetzelfde gezelschap een voorstelling die volledig drijft op de acteurs.

Iedere ochtend gaat Maxie in zijn enige pak naar zijn werk in het magazijn van een meubelzaak. Het pak is nog klam van het wassen de avond ervoor. Als Mark Rietman het vertelt zie je het joch meteen voor je. Rietman draagt een veel te groot pak met een vistnetshirt eronder. Iemand die netjes wil doen, maar eigenlijk een beest is. Tijdens de lunchpauze maakt Maxie aantekeningen in zijn boekjes ‘vijanden’ en ‘verkopers’.

Als hij zijn verhalen vertelt, speelt Kate (Sophie van Winden) alle overige personages. Zij is dubbel opgesloten: niet alleen in de witte box, maar ook nog in het smoezelige bed in het midden. Ze heeft een bochel en een trekkend been van de polio. Zijn het vader en dochter? Al snel ontsporen de verhalen. Maxie blijkt nogal moorddadig en psychotisch aangelegd en Kate is geobsedeerd door stront en drek. Hoogtepunt is een door Rietman bloedstollend vertelde moordaanslag met terpentine en een sigaar.

“Wat ben ik als ik niet de woorden ben? Dan ben ik lege ruimte”, zegt Kate, en daar raakt ze de kern. Het zijn twee mensen die al pratend en verhalend zichzelf construeren. Nu eens lijzig, dan weer hyperactief, altijd vermoeid en waakzaam. Wat ze vertellen is heftig en soms gruwelijk, maar ook meteen op afstand door de virtuoze taal en beheersing in spel.

Daar wringt de voorstelling ook een beetje. Je luistert graag naar deze twee acteurs, maar waar ze het over hebben blijft ver weg. Net als aan het begin voel je de klap aankomen, maar wordt die uiteindelijk bedwongen.

Gekluisterd van Het Nationale Toneel. gezien: 19/10/11 in het Compagnietheater. Aldaar t/m 29/10. Meer info op www.nationaletoneel.nl

Recensie: ‘Expats’ van Het Toneel Speelt

Ben je gezellig met vrienden aan het eten, wordt er ineens een baby voor je deur gedeponeerd. Dat is echt mega-a-rielekst. Dat kan zomaar de avond verpesten. Zakenman Thomas en zijn vrouw Barber wonen met een Chinese huishoudster op een westers compound in Beijing en de bekenden die deze avond langskomen zijn journalist Mark en zijn Ellen, plus ambtenaar Pim. De Amerikaanse Clyde completeert het gezelschap, totdat op de stoep het wiegje met een meisje erin wordt gevonden.

Peter van de Witte, in het dagelijks leven de helft van cabaretduo Droog Brood, schreef voor Het Toneel Speelt zijn eerste toneelstuk. Het is een geslaagde zwarte komedie geworden en tegelijk een tamelijk vinnig stuk over de huidige generatie dertigers: kinderen die schoolziek zijn voor iedere vorm van verantwoordelijkheid.

Want praten kunnen ze, maar beslissingen nemen niet. En wat zijn ze allemaal oppervlakkig, egoïstisch en lachwekkend kortzichtig. Van de Witte maakte er venijnige typetjes van, met typische spreektaal, creatief gescheld en overdreven grof Engels. Ze zijn goed in het voeren van gesprekken óver gesprekken, gevoelig voor sociale druk en hebben geen enkel moreel kader. Daan Schuurmans valt op als de gelijkhebberige cynicus Mark en Lies Visschedijk maakt van de naïeve Ellen binnen de scherpe dialogen een herkenbaar en tragikomisch personage.

Het probleem is dat de plot weliswaar afdoende macaber is, maar vooral ongeloofwaardig: na enig heen en weer gepraat komen de Nederlanders tot de conclusie dat het kind een verschrikkelijk leven tegemoet gaat en dood beter af is. Vervolgens probeert de voorstelling een situatie dramatisch te maken die wellicht beter in het absurde getrokken had kunnen worden.

Het is Sieger Sloot die met zijn fijne timing en zijn lange lichaam uiteindelijk het morele ijkpunt blijkt. Hij spreekt prima Amerikaans Engels, maar tegelijk blijft het een goede grap dat hij als Nederlander deze rol speelt.

Acteur Mark Rietman maakt met deze voorstelling zijn regiedebuut. Slechts op een paar momenten voegt hij een beeldend effect toe: Sloot dansend tussen de grote glazen schuifdeuren, de huishoudster verricht een magische handeling. Het zijn kleine momenten van schoonheid tussen het domme gehakketak.

Het is geen aangenaam beeld wat Van de Witte van zijn leeftijdsgenoten schetst, maar zeker het aanzien waard. Nederland heeft er een veelbelovende toneelschrijver bij, een scherp observator van een generatie opgesloten in de compound van hun eigen relativisme.

Expats van Het Toneel Speelt. Gezien 20/1/11 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 23/1 en 10-13/2. Tournee t/m 3/4. Meer info op www.hettoneelspeelt.nl

Recensie: ‘Ghetto’ van Het Toneel Speelt

Parool,recensies — simber op 16 oktober 2009 om 02:07 uur
tags: , , ,

De twee meisjes zijn volkomen gelijkwaardig: de één heeft blond haar en een kruisje om haar nek, de ander donker en een davidsster. Maar de opstandige jongen Rafaël heeft gekozen voor de shikse, de christelijke Rose. Het is de bron van een hoop ellende.

Vorig jaar bracht Het Toneel Speelt een kraakheldere en ingehouden Op hoop van Zegen, het meesterwerk van toneelschrijver Herman Heijermans. Nu speelt het gezelschap een minder bekend stuk van dezelfde schrijver, Ghetto, dat bij de première in 1898 veel succes oogste, maar na 1910 nooit meer werd gespeeld. Dus waarom nu ineens wel?

Het verhaal stelt niet zoveel voor –een sentimenteel drama over een zoon die  in opstand komt tegen z’n vader die een andere bruid voor hem heeft bedacht dan het meisje waarop hij verliefd is-, het gaat in Ghetto om de setting: de jodenbuurt van Amsterdam. Die geeft de plot zijn lading. Want de zoon van de blinde joodse voddenhandelaar Sachel kiest niet alleen voor een christelijk meisje, maar daarmee voor een leven buiten het zelfverkozen isolement van de joodse gemeenschap.

De vergelijking met moslims anno nu ligt voor de hand, maar wordt verder niet uitgespeeld. De tragiek ligt bij de oude Sachel, door Mark Rietman knap gespeeld tussen tiranniek en beklagenswaardig (al was de blindheid –met witte contactlenzen en een paar tics- nogal vet aangezet) die zijn zoon niet meer kan imponeren met fysiek overwicht. Sachel is te hard voor een handelaar: hij kan proeven of er door de wol een draadje katoen zit, maar zijn klanten lopen bij hem weg omdat hij nooit water bij de wijn doet. We zien hem geen enkele deal sluiten.

Spijkers voert opnieuw zijn subtiele en dienstbare regie. Kijk hoe de dienstmeid en de zus redderen om de blinde Sachel en hoe ieder personage reageert op de aangeboden boterkoek. In een prachtige scène gaat een gesprek met collega Aaron (een prachtige Dries Smits) over de prijs van een paar balen wol heel voorzichtig over in de onderhandeling over een huwelijk tussen hun kinderen. Maar de zoon heeft zelf al een andere keuze gemaakt. Later komt een rabbi nog proberen de jongen te redden: “Wat krijg je in de plaats als je weg gaat? Vreemden.” Joods zijn gaat hier niet over religie, maar over de gemeenschap binnen de golfplaten container van het decor, met een paar kleine raampjes bovenin.

Maar hoe aardig de situatie ook wordt geschetst, het stuk zelf is uiteindelijk niet al te best. De verwikkelingen in de tweede helft zijn té voorspelbaar en de personages niet zo uitgesproken dat je met ze mee kunt leven in hun uiteindelijke ellende. Ghetto blijft een obscurium, nu even opmerkelijk door een actuele gelijkenis, maar dat is nauwelijks genoeg voor een avond toneel.

Ghetto van Herman Heijermans door Het Toneel Speelt. Gezien 15/10 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 18/10, tournee t/m 19/12. Meer info op www.hettoneelspeelt.nl

Recensie ‘Ik ben weg’ van Het Toneel Speelt

Parool,recensies — simber op 26 september 2007 om 01:07 uur
tags: , , ,

Voor een toneelgezelschap dat maar twee producties per jaar maakt heeft Het Toneel Speelt flink wat langere lijnen in haar repertoire. Zo zijn er de gegarandeerde successtukken van Maria Goos, nieuw toneelrepertoire van Willem Jan Otten en soms Hugo Claus en opvoeringen van oude stukken van Vondel. Daarnaast neemt de groep volgend seizoen het zeer lovenswaardige initiatief tot het heropvoeren van recente Nederlandse stukken, de eerste daarvan is Geslacht uit 2004 van Prosceniumprijswinnaar Rob de Graaf, eerder uitgevoerd door Dood Paard. En dan zijn er de stukken van Ger Thijs.

Thijs is een buitenbeentje in het Nederlands theater. Een schrijver, regisseur en polemist met een klassieke opvatting over toneel, waarin realistische personages door middel van dialoog en confrontatie een dramatisch verhaal vertellen. Dat levert in het beste geval (Raak me aan twee jaar geleden) mooi degelijk en in het slechtste geval (De Stille Kracht, vorig seizoen) oubollig toneel op.

In zijn nieuwe stuk Ik ben weg, dat hij schreef en regisseerde, zet hij een opvallende combinatie acteurs tegenover elkaar. Mark Rietman, de getergde charmeur, die altijd een diep verdriet weet te suggereren en Peter Blok met zijn verraderlijke oppervlakkigheid en droge, komische timing.

Henry (Rietman) speelt een geslaagde kunstenaar met exposities in Zürich en Düsseldorf, die soms wel een ton krijgt voor één werk. Maar nu zit hij in een dip. Schilderen lukt al tijden niet meer en zijn vriendin heeft hem verlaten. Dan staat ineens Jozef (Blok) op de stoep. Een vriend van vroeger uit Limburg, de man die Henry’s talent zag en aanmoedigde en korte tijd zijn leermeester was. Maar Henry vertrok naar Amsterdam werd succesvol met “doorgaan waar Mondriaan is opgehouden”, terwijl Jozef in de provincie bleef aanmodderen met ansichtkaarten en kunstwerken voor bibliotheken.

De voorstelling drijft op de combinatie van de twee acteurs en de twee manieren van spelen en de confrontaties tussen de twee mannen zijn tragikomisch en onderhoudend. Het nadeel is dat als één van de twee niet op het toneel is de voorstelling danig inzakt. Jozef heeft zijn zeventienjarig dochter meegenomen en hoewel dat Rietman de kans geeft om een mooi ingehouden verleidingsdans te doen, is ze voor het verhaal geheel overbodig, net als de verwarrende flashback met Jozef’s overleden vrouw.

Misschien had Ger Thijs iets beter moeten luisteren naar de succesformule van Henry
“iets kiezen en er consequent aan vasthouden” en zich moeten beperken tot een scherpere strijd tussen de twee mannen. Nu zijn aan het eind beide mannen iets meer verzoend met het leven, maar eigenlijk is er niets wezenlijks veranderd. Noch bij de personages, noch bij de toeschouwer.

Ik ben weg van Het Toneel Speelt. Gezien 25/9/07 in de Stadsschouwburg, aldaar nog vandaag en 6 t/m 9/11. Tournee t/m 1/12. Meer info op www.hettoneelspeelt.nl

Recensie: ‘Het Wijde Land’ door De Theatercompagnie

Tijdens Het Wijde Land moest ik onwillekeurig denken aan Closer van Patrick Marber. Dit populaire stuk, dit seizoen nog gespeeld door Het Nationale Toneel en een paar jaar geleden verfilmd, heeft grofweg hetzelfde thema -huwelijksmoraal, ontrouw en eerlijkheid- en de openhartigheid van de personages is net zo bijtend en pijnlijk. Maar Arthur Schnitzler’s stuk dateert uit 1911, en toch is het minstens zo modern en relevant.

Die ontdekking is geheel de verdienste van regisseur Theu Boermans die opnieuw een heldere regie aflevert in een voorstelling die verder kampt met de nodige onvolkomenheden.

De zelfmoord van een jonge pianist zet het huwelijk van gloeilampenfabrikant Frederik Hofreiter (Mark Rietman) en zijn vrouw Genia (Anneke Blok) op scherp. Heeft hij zich van kant gemaakt omdat Genia hem afgewezen heeft, omdat ze trouw wil zijn aan haar man? Dat vindt Hofreiter onbegrijpelijk: “Dat jouw deugdzaamheid een mens de dood in heeft gedreven, dat vind ik gewoon akelig.” Bovendien: als zij een minnaar heeft, geeft hem dat meer ruimte voor zijn eigen avontuurtjes.

Rondom de twee hoofpersonen schetst Boermans met de talloze personages uit het stuk een rijk, burgerlijk milieu met open relaties, waarin eerlijkheid belangrijker is dan trouw en mensen hun tijd verdoen met tennis, bergbeklimmen, zweverige mystiek en patserige auto’s. Het zijn vrije en individualistische mensen, losgebroken uit hun sociale en morele ketens.

In die zin is Het Wijde Land een vervolg op Don Carlos die Boermans vorig seizoen maakte. Daarin toonde hij de last van het individu onder een loodzware moraal. In Het Wijde Land wordt de moraal geheel afgewezen en zijn de personages allemaal op zoek naar zelfontplooiing. Hofreiter en zijn vrouw zijn de enigen die nog tot gevoel in staat zijn, maar ze weten niet hoe ze met de gevolgen moeten omgaan. Ze gebruiken in hun gesprekken nog de melodramatische formules van de burgerlijkheid, maar de manier van praten is licht; soms vlak, soms vol ironie en spot.

Die toon is de kracht, maar ook de zwakte van deze voorstelling. Vooral in de eerste helft is het een parade van feestjes, sociale gebeurtenissen en ontmoetingen. Maar liefst achttien acteurs staan op het podium, sommigen van wie erg goed zijn (speciaal Jappe Claes en Leny Breederveld), maar ze spelen slechts in een paar scènes en hebben weinig te doen.

Helaas werd de première geplaagd door gebrek aan spanning en veel tekstfouten, wat de toch al drieëneenhalf uur durende voorstelling een lange zit maakte. Het pakt vooral problematisch uit voor hoofdrolspelers Rietman en Blok. De voorstelling zal gedurende de tournee nog wel scherper worden, maar vooralsnog wordt hun tragiek maar niet voelbaar.

Het Wijde Land door De Theatercompagnie. Gezien 23/2/07 in de Stadsschouwburg. Aldaar nog op 18 en 19/3, tournee t/m 26/4. Meer info op www.theatercompagnie.nl

Recensie: Alexander van Het Toneel Speelt

Parool,recensies — simber op 27 september 2006 om 08:27 uur
tags: , , , , ,

Willem Jan Otten is vooral bekend door zijn romans, zoals het met de Libris Literatuur Prijs bekroonde Specht en zoon. Maar daarnaast is Otten een productief toneelschrijver. Voor zijn nieuwe stuk Alexander baseerde hij zich op het leven van Alexander de Grote. We volgen de Macedonische vorst tijdens zijn veldtocht tegen het Perzië van koning Dareios. Bij de eerste veldslag neemt Alexander Dareios’ moeder, vrouw en minnares gevangen. Tegen de verwachtingen van zijn legerstaf in laat hij hen leven, terwijl hij tot aan Babylon toe verder jaagt op zijn grote vijand.

Otten schreef een stuk in vijfvoetige jamben dat druipt van symboliek. Grote kwesties als vrijheid en angst, geschiedenis en waarheid en de mogelijkheid van rechtvaardige oorlog stapelen zich op, naast verwijzingen naar de oorlog in Irak en christelijke symboliek. Hoewel het verhaal over de verwikkelingen en conflicten van Alexander en zijn oorlogsmakkers vlot verteld wordt, voelt de voorstelling al snel topzwaar door de overdaad aan thematiek. Als toeschouwer ga je ernaar verlangen de tekst nog eens rustig na te lezen, om de verschillende lagen en symbolen beter te begrijpen. Otten de toneelschrijver heeft zich te zeer laten meeslepen door Otten de romanschrijver.

Regisseuse Ira Judkovskaja, die met deze voorstelling debuteert in de grote zaal, maakte de verstandige keuze om niet de symboliek, maar het verhaal centraal te stellen. Vormgeving en spelstijl lijken de volheid en gelaagdheid van de tekst niet te veel in de weg te willen zitten. Met enkele sterke beelden -het uitstorten van emmers stenen over de speelvloer, het opzetten van een legertent- wordt de situatie neergezet, waarna de acteurs met verrassend gemak de poëtische tekst spelen.

Minder gelukkig is de keuze om de belangrijkste rollen te laten spelen door piepjonge acteurs, waarvan sommigen zelfs nog op de toneelschool zitten. Ze spelen zeker niet slecht, maar missen toch het gewicht om een voorstelling van dit kaliber te dragen. Vooral Kaspar Schellingerhout wordt in het begin nogal weggeblazen door Kees Boot en Mark Rietman, ervaren rotten in bijrollen. Rietman speelt overigens mooi een bulderende oude generaal wiens zoon sneuvelt, maar zit op momenten dicht tegen schmieren aan.

Speciale vermelding verdient Petra Laseur als de moeder van koning Dareios, die heen en weer geslingerd wordt tussen verdriet om haar zoon en bewondering voor diens vijand. Het is alleen zo jammer dat ze iedere keer in nieuwe lachwekkend lelijke jurken van glimplastic wordt gehesen. Dat doet toch afbreuk aan haar personage. De vormgeving kent meer van deze stevige missers, zoals de krakkemikkige maan op het achterdoek en de onfraaie grime. Het versterkt de indruk dat Alexander meer voor de leunstoel dan voor het toneel is gemaakt.

Alexander van Willem Jan Otten door Het Toneel Speelt. Gezien 26/9/06, Stadsschouwburg Amsterdam. Aldaar t/m 28/9 en van 31/10 t/m 2/11. Meer info op www.hettoneelspeelt.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2018 Simber | powered by WordPress with Barecity