Recensie ‘Snowflake’ van De Toneelmakerij

Een hele gewone klas 3B, met een paar nerds, een domme pestkop, het mooie meisje en de getapte charmeur. Maar dan wel van nu: de een houdt van K-pop, de ander chat met vreemden op zoek naar dickpics, een derde heeft 150K volgers op z’n youtubekanaal en nog een hackt de email van haar ouders. En ergens in die verwarring tussen online en irl gaat het fataal mis.

Snowflake is een voorstelling van schrijver Daniël van Klaveren (die ook meespeelt) en regisseur Paul Knieriem voor 12+ over het virtuele leven van pubers – online shaming, virtuele coming out en machtsspelletjes. Het is slim en aansprekend hedendaags toneel, serieus zonder al te bezorgd te zijn.

De vier spelers, naast Van Klaveren Yamill Jones, Gonca Karasu, en Stefanie van Leersum, spelen in witte hoodies en varsity jackets acht leerlingen (volgens het principe capuchon op/capuchon af) die allemaal in de ban komen van de geheimzinnige Red Rabbit, die hen tot een verkeerde afslag verleidt.

Die personagewisselingen samen met het nogal ingewikkelde plot maakt het verhaal vaak een beetje onhelder. Jones speelt bijvoorbeeld zowel het slachtoffer van een prank, als de pestkop – die zich online als weer iemand anders voordoet. Maar de spelers zijn stuk voor stuk lekker enthousiast en omdat de situaties steeds net uitvergrote maar toch geloofwaardige puber-met-telefoon-problemen zijn blijf je goed bij de les.

Vondst is het videodecor van Wikke van Houwelingen en Marloes van der Hoek: het stelt het de uitvergrote beeldscherm voor van de laptop op een van de tafels van het klaslokaal, waarop de chats en story’s zichtbaar worden. In het samenspel tussen scherm en lokaal zitten mooie scènes, zoals een verleidingscène waarbij de verlegenheid van de nerd nu hij aandacht krijgt van het mooie meisje zich uit in niet op het knopje durven drukken dat de volgende zin zou onthullen.

Maar daarin zit ook iets lastigs aan deze voorstelling: het verschil tussen online en offline is op die manier afwezig. Je zou kunnen zeggen dat dat voor jongeren anno nu ook echt zo voelt, maar daar twijfel ik over. De awkwardness en spanning van intimiteit en confrontatie die in het echt veel te heftig is, kan via het scherm beter gehanteerd worden, maar zorgt ook dat je makkelijker grenzen overgaat. Daar zit denk ik de crux van de kwestie die de makers aan de orde willen stellen, maar juist dat is iets waarvoor het theater nog geen vorm gevonden heeft.

Gezien 2/3/19 in Bellevue. Tournee t/m 26/4. Meer info op toneelmakerij.nl

Recensie: ‘Osama the hero’ van Joost van Hezik/Toneelschuur Producties

Osama the hero is een boos, bokkig stuk van de Engelse toneelschrijver Dennis Kelly over het morele vacuum van de war on terror. Het begint het buitenbeentje in de klas Gary die een spreekbeurt moet houden over een hedendaagse held en Osama Bin Laden kiest, en het eindigt met marteling, een aanslag en onthoofdingsvideo’s.

Regisseur Joost van Hezik heeft een fascinatie voor het verschil tussen doeners en denkers en werkt aan een serie voorstellingen over revolutie. Maar wat hij met dit stuk wil, komt niet uit de verf.

De voorstelling is een drieluik, in heftig verschillende stijlen. Het begint met fragmentarisch gezap tussen video’s die worden geprojecteerd op de vlekkerige wanden van het decor (Wikke van Houwelingen & Marloes van der Hoek). We zien Gary (Tim Linde) die uitlegt hoe bij bij zijn spreekbeurt kwam, een oudere buurman die met een veel te jong meisje celebrity video’s naspeelt en twee opgefokte buurtbewoners zichzelf ophitsen tegen pedo’s en ander ongewenst gespuis in de buurt. Ondertussen zit een figuur in z’n onderbroek met een kap over z’n hoofd op z’n knieën midden op het spiegelende podium.

Het tweede deel blijkt dat Gary, gegijzeld door zijn buren, verdacht van een verder niet toegelichte aanslag op een van de garageboxen. Hij wordt gemarteld met een hamer totdat hij bekent. Bewijs is er niet. “Voor terroristen heb je geen bewijs nodig.” Zo’n martelscène is lastig, en hier weten spelers noch regisseur de spanning op te roepen dat hier werkelijk iets op het spel staat.

Het laatste deel is nog het aardigst. Kelly’s taal mag het werk doen in drie versneden monologen over een man die kookt voor zijn vrouw, een meisje dat onthoofdingsvideo’s kijkt, en een jongen die iemand helpt die wordt neergeslagen. Maar het blijft zwak toneel waarin de schreeuwerige vorm het gebrek aan inhoud verhult.

Osama the hero van Joost van Hezik/Toneelschuur Producties. Gezien in Haarlem 8/11. Te zien in Amsterdam (Bellevue) 5 t/m 8/12. Meer info op www.toneelschuur.nl

Recensie: ’t Schip van Bo Tarenskeen

“Een voortzetting van de baarmoeder met nautische middelen.” Zo drijft het schip uit de gelijknamige lunchpauzevoorstelling van theatermaker en filosoof Bo Tarenskeen over de wereldzeeën. Aan boord een niet-zo-bonte verzameling van kwaliteitskrantabonnees en prijswinnaars, volledig afgeschermd van zicht op zee of deining.

Tarenskeen (1981, naast theatermaker ook initiatiefnemer van Theater na de Dam) studeerde in 2009 af aan de theateropleiding RITS in Brussel en won met zijn afstudeervoorstelling 1000 zalen de Ton Lutz prijs. Met vijf Vlaamse schoolgenoten (onder wie de van zijn werk met Laura van Dolron bekende Steve Aernouts) staat hij op het toneel in zijn nieuwe voorstelling ‘t Schip, die hij ook schreef en regisseerde. Grappig genoeg lijkt in deze voorstelling de regisseur geen vat op de tekst gekregen te hebben.

De voorstelling bestaat uit losse, soms in elkaar overlopende scènes van de passagiers en het personeel aan boord: de passagiers die maar niet kunnen kiezen uit het adembenemende aanbod aan interessante lezingen, danscursussen en culturele activiteiten, de obers die dag na dag rijsttafel serveren, boogschutters, schoonspringsters en restauratoren die aan boord gewoon hun werk kunnen voortzetten en de hoofdredacteur die de culturele wereldcruise bedacht heeft en van flinterdunne filosofische bedding voorziet.

De voorstelling ziet er prachtig uit: staal op de vloer, mintgroene tribunebanken die meebuigen met de zaal, zodat de speelvloer bijna ovaal is als –inderdaad- een schip. De spelers dragen vooral wit en grijs en door de half-doorzichtige ramen van de de zaal filtert magisch wit sneeuwlicht. De natuur helpt vormgevers Wikke van Houwelingen en Marloes van der Hoek een handje bij de klinische, futuristische sfeer.

En zo ontstaat al snel een effectief beeld van een naarbinnengekeerde, navelstaarderige klasse, die culturele en maatschappelijke ruimdenkendheid veinst om z’n eigen burgerlijklijkheid te ontkennen. En dat schipt lijkt met z’n gebrek aan uitzicht en z’n promenade waar iedereen op uitkijkt ook wel erg op een theater.

De tekst is geestig en terloops, en eigenlijk te kort voor de ambitie die Tarenskeen hier tentoon spreid. Maar waarom staan die acteurs dan steeds zo verloren in de ruimte? Waarom mogen ze zo weinig dóen behalve praten? Voor de erg leuke Bert Haelvoet zie je jeuken van ongeduld om even uit de band te springen. En zo mist ’t Schip een dwingende regie-hand om alle elementen uit de tekst tot één voorstelling te smeden.

’t Schip van Bo Tarenskeen/Bellevue Lunchtheater. Gezien 5/2/12 in Bellevue. Aldaar t/m 26/2. Meer info op www.lunchtheater.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity