Recensie ‘#Moes’ van Zina, Veenfabriek

Tussen de A10 en Waterland ligt een stukje paradijs. Net buiten de stad hebben zo’n 350 mensen een huisje en een lapje grond in het Tuinpark Buikslotermeer. Sommigen bouwden er protserig paleisje, anderen hebben slechts een bescheiden keet, en bij weer anderen is het huisje eeuwig in aanbouw. Aan de ene kant ruist de ring, aan de andere kant kijk je op een heldere avond als deze bijna tot aan Monnickendam.

Adelheid Roosen en Paul Koek (De Veenfabriek) brengen nu in dit park de locatievoorstelling Moes, die niet alleen plaatsvindt in de huisjes van de tuinparkbewoners, maar ook voor een deel hun leven als uitgangspunt neemt. Sommige bewoners nemen ook deel; echt community theater dus.

Moes bestaat uit een groot aantal korte, kleine voorstellingen. Bij aankomst wordt je ingedeeld in een groep van een man of twaalf, met wie je een route loopt die je langs vier van de in totaal meer dan tien tafrelen brengt, ieder op een eigen terreintje. Over het terrein wandelend kom je de hele tijd de andere groepen tegen, die worden toegesproken door acteur Titus Muizelaar in een rood speelpakje of die in gesprek zijn met theatermaker Merel de Groot. Je mist meer dan je meemaakt.

Het leuke daarvan is dat je je voortdurend afvraagt wat er wel en niet bijhoort. Die dansende vrouw met het zilveren haar en zwierige glittermouwen natuurlijk wel, net als het meisje met engelenvleugels op haar oren die een lied zingt begeleid door een tuba. Maar die man die wel erg obsessief het zand van zijn veranda aan het vegen is? Of dat ene tuintje dat eerst nog vol afval ligt, maar een half uur later schoon opgeruimd is?

De voorstellingen in mijn route waren een matig stukje Eindspel waarbij de twee spelers zich gelukkig halverwege ontpopten tot een stel met aangrenzende percelen, verschillende opvattingen over tuinieren en een relatie die net zo ontspoord is als de personages van Beckett; het dagboek van een mol – de enige gemeenschappelijke vijand van alle volkstuinbewoners; en een weergaloze solo van Roosen, die een dementerende vrouw speelt die langzaam de grip op haar huisje en op de taal verliest. Roosen is tegenwoordig vooral actief als regisseur en organisator – om het maar oneerbiedig te noemen – maar wat is het een belevenis om haar op de vierkante meter een personage uit te zien beitelen.

Tussendoor krijgen we een zalige minimaaltijd van vergeten groente (ijskruid, oesterblad en soep van raapsteeltjes) uit de tuin van bewoners Ineke en Remco, en helemaal aan het eind komt iedereen samen in de gemeenschapsruimte waar we dansen op robuuste klanken van het Dansorkest 7-2-7, bestaande uit tuinbewoners uit Leiden, waar de voorstelling eerder speelde, waar acteurs Lizzy Timmers en John van Oostrum liedjes zingen.

En zo wordt de tuin een microkosmos vol verhalen, van eenzamen en zonderlingen, bezig met natuurtuinieren, zwarte aarde en appelboompjes, met onderling gekibbel en achterdocht, maar die toch ook ergens een gevoel van gemeenschap zoeken.

#Moes van Zina, De Veenfabriek en Female Economy. Gezien 6/7 in Tuinpark Buikslotermeer. Aldaar t/m 10/7. Meer info op www.ffnaarmoes.nl

Interview/voorstuk Merel de Groot

interviews,Parool — simber op 7 januari 2009 om 14:24 uur
tags: , , ,

“Mijn voorstellingen gáán niet ergens over” waarschuwt Merel de Groot alvast streng. De 27-jarige regisseur won in juni de Ton Lutz Prijs voor de meest veelbelovende afstuderende regiestudent. Dit weekend gaat haar afstudeervoorstelling Tot de Wereld in reprise in Bellevue, een verbazingwekkende performance die dans, theater, beeldende kunst, kinderspelletjes en mime combineert.

Ondanks de ongrijpbaarheid van de voorstelling kan De Groot helder vertellen over haar werk: “Het gaat mij om voorwaarden scheppen en speelruimte creëren voor de acteurs en daarmee voor het publiek. Toeschouwers zijn een vat vol beelden, ik wil ruimte creëren voor hen om hun eigen beelden in te projecteren. Sommige scènes zijn letterlijk tot op de millimeter geregisseerd, in andere delen zijn de spelers juist heel vrij. Het is zoeken naar de balans tussen die twee uitersten.”

In de voorstelling spelen de acteurs in een schijnbaar rommelig decor van plastic stoelen, enorme sokken en houtskooltekeningen van kunstenares Ank Daamen (die ook meespeelt) kinderspelletjes zoals Voetje van de vloer en Annemaria Koekoek, waarbij de spelers van de ene kant van de speelvloer naar de andere moeten zien te komen, zonder dat degene die ‘m is het ziet. Daar tussendoor zijn beeldende, fysieke tableaus, soms herken je schilderijen, meestal verbaas je je over de klaarheid ervan.

“De voorstelling gaat heel erg over de plastische realiteit”, verklaart De Groot, “Er wordt veel in gerend en de acteurs moeten dan hijgen en zweten. Maar tegelijk is er ook een verbeelde, verlangde werkelijkheid, de verwijzingen naar beeldende kunst. Voor mij zit de schoonheid in de beweging van het een naar het andere. We hebben veel naar beeldende kunst gekeken tijdens het maken. Met de spelers hebben we het werk van Joseph Beuys ontleedt, en Ank Daamen heeft ‘college’ gegeven over kwetsbaarheid. Het talent van spelers is dat ze deze beelden in zich opnemen en dat ze dan ineens voor je ogen de hele kunstgeschiedenis zichtbaar maken.”

“We hebben in de laatste week voor de première in juni een doorloop gedaan op de Dam, om de spelers weer een gevoel van vrijheid te geven. Daar, op de Dam, gaan we ook weer beginnen met het opnemen van de voorstelling. Het wordt niet echt een reprise. Ik wil liever verder denken dan herinneren. Je moet sowieso niet achteruit kijken bij theater maken.”

“De voorstelling is gemaakt voor Bellevue. Hechting met de ruimte en de organisatie is onderdeel van het werk. Ik wil dat de hele organisatie mee-ademt met de voorstelling – van de technici tot de kaartjesscheurders. Het moet zich niet in de wereld wringen, het moet de ruimte innemen die er is.”

De titel Tot de Wereld past goed bij een afstudeervoorstelling, waarbij een maker zich voor het eerst echt naar buiten richt. “Ik maakte eerst een voorstelling over de autonomie van de dingen. En ik bouwde een vlot op het dak van de Theaterschool als performance. En halverwege het maken vroeg ik me af: waar is de wereld? Ik was vooral bezig met de binnenwereld en begreep dat het nu tijd was om een statement te maken tót de wereld.”

Voor haar volgende voorstelling gaat De Groot weer verder. Na het extreem beeldende Tot de Wereld gaat ze in mei in het Groningse Grand Theatre een voorstelling maken die Woordenwoordenwoorden gaat heten. “Ik ga ervan uit dat mensen pas gaan praten als het ze tot híer zit. Het woord komt uit je lichaam gerold als het verlengde ervan. Je kan het er niet óver hebben, omdat spreken zelf zo’n daad is. Daarna ga ik een archeologische opgraving doen met zestig kinderen en duizend dingen.”

De Groot ziet zichzelf de komende jaren nog geen eigen groep beginnen. “Ik zie mijn zoektocht door het veld als het zetten van punten waar tussen ik heen en weer beweeg. Ik wil werken bij het Noord Nederlands Toneel, misschien Frascati of het Huis van Bourgondië. Pas aan het eind kan je de lijnen tussen al die punten verbinden en zie je wat mijn stijl is.

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2020 Simber | powered by WordPress with Barecity