Recensie: ‘Korte Termijn Geluk’, Bellevue Lunchtheater

Parool,recensies — simber op 12 oktober 2007 om 18:47 uur
tags: , , ,

Twee truttige dames in oranje mantelpakjes, met een oranje pruik,oranje handtasjes en oranje oorbellen, op een ronde witte vloer, met een minikasteeltje, een schatkist en wat groene slingers. De nieuwe lunchpauzevoorstelling in Bellevue, Korte Termijn Geluk, toont geestig de overeenkomst tussen truttige dames en goudvissen.

Dus lopen actrices Elien van den Hoek en Fransje Boelen met een lege blik, af en toe “ja ja” murmelend en naar lucht happend over het toneel. Voorstellingen van Elien van Hoek en regisseur Gienke Deuten hebben wel vaker zo’n heel simpel idee dat dan tot in het absurde wordt uitgewerkt. Net als in Vuurtoren Wacht speelt de zorgvuldige vormgeving (decor van Douwe Ket en Alicia Ziff en kostuums van Annemarie Klijn) een belangrijke rol. Af en toe dwarrelen er uit de lucht papieren vlokken vissevoer, die dan wel weer met een kopje thee worden opgegeten.

Even lijkt het alsof de voorstelling wel erg oppervlakkig blijft, maar gelukkig wordt er dan -met een geweldige opkomst- een derde vis in de kom gegooid. Die is niet oranje, maar wordt gespeeld door de pikzwarte acteur Michiel Blankwaardt.

De onrust die dat geeft -met achtereenvolgens schrik, angst, nieuwsgierigheid en spanning- is een charmante metafoor voor het moeizame wij/zij denken in de vissenkom die Nederland heet. Het nogal brute einde geeft deze luchtige voorstelling op het nippertje nog een welkom venijnig weerhaakje.

Korte Termijn Geluk, Bellevue Lunchtheater. Gezien 12/10/07 in Bellevue, aldaar t/m 4/11. Meer info op www.lunchtheater.nl

Recensie: ‘Hoek’ van Boukje Schweigman en Theun Mosk.

Parool,recensies — simber op 21 januari 2007 om 22:33 uur
tags: , , , ,

Een nieuwe voorstelling van regisseur/mimer Boukje Schweigman en vormgever Theun Mosk is altijd iets om naar uit te kijken. Samen maakten ze inmiddels vijf veelgeprezen en bekroonde mimevoorstellingen die je bijblijven vanwege hun ongewone intimiteit, hun heldere beelden en hun poëtische kracht. Maar zelfs de meest fantasierijke theatermakers maken wel eens een tegenvallende voorstelling en met Hoek is dat helaas het geval.

Maar vergis u niet: een mindere voorstelling van Schweigman en Mosk is nog altijd zeker het aanzien waard. Alleen al het beginbeeld: uit het donker wordt tergend langzaam een tableau zichtbaar, vier figuren in een kluwen in de diepste hoek van het decor, twee enorme wanden van prachtige, licht roestende metalen platen. De spelers komen tot leven, maken zich los van elkaar en verkennen de ruimte tussen de wanden.

De wanden blijken bewegelijk en de hoek ertussen wordt groter en kleiner. Aan de binnenkant voelen de spelers zich veilig en geborgen, als het decor beweegt en de punt naar de zaal gericht is, staan ze ineens aan de buitenkant en worden ze verdedigend en actief. Wanneer de muur over de volle breedte van het toneel langzaam naar het publiek toe beweegt en de spelers voor zich uit veegt is dat een overweldigend moment.

Als die wand vlak voor het publiek stilstaat richten de spelers zich op en onderzoeken het publiek. Het is een moment van verwondering en naïviteit. Vooral Toon Kuijpers kan knap een verbaasde leegte in zijn blik leggen. Als een intelligent dier kijkt hij de toeschouwers aan.

De makers kiezen voor Hoek een iets traditionelere vorm van theater dan in hun eerdere voorstellingen. In Klep en Ruim werd het publiek rondgereden in een bakje en bij Wervel moest je als bezoeker een rare monnikspij aantrekken. Mosk bouwde vaak met doeken intieme plekken met weinig onderscheid tussen podium en publiek. Als publiek wordt je op die manier uit je normale doen gebracht en bekijk je de voorstelling opener en directer. Het nadeel was dat die voorstellingen altijd maar door heel weinig mensen bezocht konden worden en dat er binnen het groeiende leger Schweigman-fans altijd gevochten moet worden om toegangskaartjes.

Vergeleken daarbij is Hoek is een conventionelere mimevoorstelling voor een groter publiek, die geen buitengewoon avontuurlijke instelling vraagt. Wellicht blijft de voorstelling daarom zo erg op afstand. De ruimte voor associaties en de directheid die Schweigman’s werk zo kenmerken zijn in Hoek nauwelijks aanwezig. De keuzes van Schweigman en Mosk zijn begrijpelijk, maar misschien gaat daarmee hun unieke kwaliteit verloren.

Hoek van Boukje Schweigman en Theun Mosk. Gezien 19/1/07 in Frascati, tournee t/m 9/3. Meer info op www.schweigmanmosk.nl

Recensie: Ahab van Nieuw West

Parool,recensies — simber op 3 december 2006 om 11:36 uur
tags: , , , ,

Theatergroep Nieuw West, vertegenwoordigers van het typisch Nederlandse genre van de praat-mime, kreeg eerder dit seizoen een flinke opsteker toen acteur en theatermaker Marien Jongewaard de VSCD Mimeprijs kreeg, voor zijn “persoonlijke theater met een ongekende fysieke overgave”.

Het is een omschrijving die naadloos van toepassing is op zijn nieuwe voorstelling Ahab. Ahab, de kapitein uit de roman Moby Dick die een destructieve fascinatie heeft voor het doden van de grote witte walvis uit de titel. Maar het verhaal van Herman Melville is slechts het uitgangspunt voor Jongewaards eigen theatrale zoektocht naar het sublieme. “Deze zaal is de zee/Deze vloer ons schip/En ik – ik ben zijn kapitein.”

Ahab heet muziektheater te zijn, maar ook als Nieuw West muziektheater maakt, blijft Jongewaard het onbetwiste middelpunt. Naast hem staat de Almeerse stagiair Anne Stam in de rol van de jonge matroos Ismaël, maar hij fungeert vooral als canvas voor Jongewaards uitbarstingen. Een orkestje bestaande uit electrische viool en Hammond orgel speelt filmische muziek van Huba de Graaff. Moby Dick wordt uitgebeeld door een witte hardplastic tent.

De voorstelling bestaat voornamelijk uit een onhoudbare woordenstorm van Jongewaard die, zoals gebruikelijk bij Nieuw West, door schrijver Rob de Graaf is opgetekend. Over kunst gaat het, over liefde en dood, en telkens als het even te snel gaat of uit de bocht vliegt, gaat het even weer zelfbewust over de voorstelling zelf.

In die zin is Ahab een vervolg op Love van vorig jaar. Die voorstelling ging over de tegenstelling tussen kunst en het grote geld, deze keer onderzoekt Jongewaard zijn artistieke uitgangspunten ten opzichte van die van een jongere generatie. Die is te keurig en te verstandig voor het soort kunstenaarschap dat Jongewaard voorstaat: “Hoe kan ik jou uitleggen/Dat ik het meubilair kapot smijt juist omdat ik zo van mooie dingen houd?”

De toon is minder melancholiek dan in Love, Jongewaard is bozer en destructiever. Zijn maniakale spel is gevaarlijk en opwindend, en ook al volg je lang niet alle tekst, je blijft als toeschouwer gebiologeerd zitten kijken. Uit iedere vezel van zijn pezige lijft spat de noodzaak en de gedrevenheid.

De drie medespelers worden door deze storm gereduceerd tot edelfiguranten, maar ze schikken zich dienstbaar en liefdevol in hun rol. Het kunstenaarschap dat Jongewaard vertegenwoordigd is misschien uit de tijd, zoals hij zelf zegt, maar in deze voorstelling is het onontkoombaar.

Theater Ahab van Nieuw West. Gezien 1/12/06 in Frascati. Aldaar t/m 9/12, tournee t/m 22/2. Meer info op www.nieuwwest.com

Recensie: ‘Adam & Eva, zo zijn wij geschapen’ van Ton Heijligers

Parool,recensies — simber op 16 november 2006 om 07:48 uur
tags: , , ,

Religie is in het theater over het algemeen een non-issue, maar in de voorstelling Adam & Eva, zo zijn wij geschapen, gemaakt onder de hoede van mime-werkplaats Hetveem Theater, doet theatermaker Ton Heijligers expliciet onderzoek naar zijn relatie met geloof in het algemeen en de katholieke kerk in het bijzonder.

Aan het begin stelt de regisseur zich voor en leidt de voorstelling in met een verhaal over een theorie van de componist Richard Wagner dat mensen emoties uiten met klinkers. Het verstand zit hem in de medeklinkers. Die lijn wordt doorgetrokken als daarna het scheppingsverhaal wordt verteld in intrigerende staties van mensen in boerka’s die verschijnen, op de grond gaan liggen en weer verdwijnen.

Eén vrouw maakt zich los. Via kinderlijk gehuil en apenkreten komt ze langzaam tot een heldere toon, een opera-achtig zingen. Ze gaat in gesprek met de boerka’s die alleen in medeklinkers spreken.

De boerka’s in deze context zijn een mooie vondst. In het huidige maatschappelijke debat krijgt het alles bedekkende kledingstuk vaak een politieke lading, maar hier wordt de religieuze functie ineens duidelijk: een boerka maakt alle dragers gelijk, het is een anti-identiteit. Eén actrice is toch herkenbaar: zij zit in een burka in een rolstoel.

Heijligers werkt graag met niet geschoolde acteurs. In deze voorstelling spelen een Finse operazangeres en een jonge musicalstudent. De vrouw in de rolstoel is zangeres van Brabantse levensliederen en Adam wordt neergezet door een Braziliaanse acteur. Die laatste legt geheel naakt het verschil uit tussen katholieken en protestanten in Brazilië, en duikt liever met de andere jongen onder de dekens dan met de in een huidkleurig pakje gestoken Eva.

Heijligers relatie met God en Zijn kerk lijkt ambigu. Als de enorme verscheidenheid van de mensheid God’s werk is, waarom zijn sommige variaties, zoals homoseksualiteit dan verboden? Die verwarrende willekeur is het sterkste punt van de voorstelling. “Waarom ben jij niet naakt?” vraagt de vrouw in de rolstoel aan Eva. “Dat heeft de regisseur me nooit gevraagd”, antwoordt ze. “Ik begrijp de keuzes van de regisseur niet”, concludeert de vrouw in de rolstoel.

De voorstelling is niet helemaal in balans: de losse scènes zijn iets té associatief met elkaar verbonden en sommige delen zijn moeilijk in het thema te plaatsen. Maar Heijligers’ sterke, theatrale beelden weten voortdurend te prikkelen. En bovendien weet je na afloop hoe je een banaan eet met een lap stof voor je mond.

Dat deze voorstelling wordt geproduceerd door een mime-werkplaats kan overigens een beetje misleidend zijn: in Adam & Eva wordt volop gesproken en ook gezongen. Het lijkt er steeds meer op dat mime het toevluchtsoord wordt voor de echte avant-garde in het theater.

Adam & Eva, zo zijn wij geschapen van Ton Heijligers. Gezien, 15/11/06 in Hetveem Theater, aldaar t/m 19/11, tournee in 2007. Meer info op www.hetveemtheater.nl

Recensie: ‘Einde oefening’ van Watergat

Parool,recensies — simber op 22 augustus 2006 om 15:50 uur
tags: , ,

Drie mannen op een glimmend blauwe vloer. Een witte rechthoek geeft het speelveld aan. Rondom staan drie mannen. Ze zien er opvallend onopvallend uit. Bandplooibroeken en coltruien in aardetinten, uitgestreken gezichten. Het lijkt alsof er niets gebeurt. De mannen kijken naar elkaar. Soms naar de een, dan weer naar de ander. Soms loopt er een naar een andere plek om de anderen vanaf daar te bekijken.

Roy Peters behoort tot de jongere garde in de Nederlandse mime. Hij heeft weinig te maken met de slag- en stootmime van Bambie of de praatmime van Carver en Marien Jongewaard. Hij heeft meer gemeen met de uiterst abstracte esthetiek van Sanne van Rijn, met wie hij eerder succesvol samenwerkte. Beiden maken voorstellingen die meer beeldende kunst of dans zijn dan toneel.

De eerste scène duurt lang en lijkt bedoeld om het publiek in een meditatieve staat te brengen. Als de mannen plotseling gaan liggen voelt dat als een enorme gebeurtenis. Tijdens de rest van de voorstelling zien we ze liggen en in slow motion weer opstaan, doelgericht rondlopen en geometrisch dansen. Soms op muziek, soms in stilte, soms op apocalyptische teksten van horrorauteur Thomas Ligotti, verteld door een gecomputeriseerde stem.

Daarbij dwingt de techniek van de performers (Jakop Ahlbom, Andreas Scharfenberg en Melih Gençboyaci) bewondering af. De minimalistische bewegingen zijn gracieus en licht en lijken uiterst gecontroleerd.

Peters’ beeldentaal is mooi maar beknopt. De vormgeving is precies, glad en leeg. De toeschouwer krijgt daardoor veel ruimte voor eigen associaties. Mededogen en eenzaamleid lijken thema’s. De titel lijkt te verwijzen naar de dood. Hoewel de spelers aan het eind steeds dichter bij elkaar komen, raken ze elkaar gedurende de voorstelling geen moment aan. De voorstelling eindigt in een aantal opeenvolgende eindbeelden, op muziek van Messiaen. Het zijn beelden van eenzaamheid, maar ook van troost.

De hoge abstractiegraad maakt de voorstelling niet eenvoudig toegankelijk, maar de schoonheid van de beelden en de perfectie van de uitvoering maken het een genoegen om naar te kijken.

Einde oefening van Watergat. Regie: Roy Peters. Gezien, 13/1 in de Rotterdamse Schouwburg. 17 t/m 20/1 in Frascati, tournee t/m 9/2. Meer informatie op www.watergat.nl

‘Vuurtoren Wacht’ van ProduktieKERN

Parool,recensies — simber op 22 augustus 2006 om 15:37 uur
tags: , , , ,

Er is een vuurtoren en er is een matroos. Vuurtorens moeten de wacht houden en matrozen kiezen het ruime sop. Maar wat als ze heel veel van elkaar houden? Elien van den Hoek speelt de vuurtorenvrouw. Ze zit vast in de toren, een kruising tussen een decorstuk en een jurk, en heeft een hoed met een ronddraaiend licht erop. Van den Hoek is mimester en het prachtig om te zien hoe expressief ze zijn kan met alleen haar bovenlijf, wanneer de matroos haar verlaat om op reis te gaan.

In deze voorstelling met weinig tekst is de grote kracht, naast Van Hoek, het gebruik van requisieten. Vuurtoren en matroos hebben een strak kleurenschema, zodat hun ochtendritueel een fascinerende uitwisseling wordt van rode en blauwe washandjes, theemokken en hoofddeksels. De boot, het fietsstuur en het vliegtuig waarmee David van Griethuysen achtereenvolgens de matroos, een opdringerige postbode en een stoere maar kleinzerige vliegenier neerzet, zijn aanleiding voor knappe staaltjes fysiek acteren.

Als geheel geeft het de uurlange voorstelling een Dick Bruna-achtige helderheid. Die helderheid komt ook naar voren in het tonen van de grote emoties die bij gemis horen: angst, verdriet en hoop. Dit wordt ondersteund door Martin Franke die achterop het toneel met wijnflessen, microfoons en heel veel bekkens een opvallend muzikaal geluidsdecor maakt.

Na het verstrijken van ettelijke seizoenen en het sturen van post over en weer komt de matroos eindelijk thuis voor het happy end. Het is een feestelijk besluit van een pareltje van een voorstelling.

Vuurtoren Wacht van ProduktieKERN, 4+. Regie: Gienke Deuten. Gezien: 11 januari 2006 in de Krakeling. Tournee t/m 30 maart, verscheidene data in Amsterdam. Meer informatie op www.stipproducties.nl

« Vorige pagina
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity