Recensie: ‘Dakhemelruimte’ van Monk

Parool,recensies — simber op 12 maart 2007 om 10:42 uur
tags: , , ,

Vier vrienden verzamelen zich op het dak van een dijkhuisje aan een Hollandse rivier. Ze zijn uitgenodigd door de vijfde, Henk, maar die komt maar niet opdagen. Ze hebben elkaar al zo’n tien jaar niet gezien. De twee mannen zijn kunstenaar gebleven, de een is mislukt zanger, de ander maaakt schilderijen die worden gewaardeerd door de kritiek, maar slecht verkopen. Van de vrouwen is de een een hard zakentype geworden met ambities in de politiek en de tweede doet in de creatieve industrie iets met concepten.

Theatergroep Monk wilde een update maken van Titaantjes van Nescio, maar van het idealisme van Bavink, Koekebakker en de andere bohemièns vind je alleen glimpje terug bij schilder Lowie. “Waar is jouw eigen kleine Guernica?”, vraagt de conceptvrouw aan hem: “Een stukje inspringen op de realiteit?” Er is weinig onschuldigs meer aan deze hypermoderne mensen.

De vaste kern van Monk (Rutger Kroon, Maartje van den Brink en Ellen Goemans) schreef samen een trilogie -nou ja, eerder twee delen en een toegift- waarvan de eerste twee delen Dak en Hemel eerder dit seizoen als zelfstandige voorstellingen gespeeld werden. De hele trilogie die nu in tweeëneenhalf uur gespeeld wordt is een oefening in cynisme geworden, die beter verteerbaar zou zijn geweest als de clichés over de oppervlakkigheid van het moderne leven meer vermeden of iets beter verwoord zouden zijn.

In het tweede deel blijkt waarom Henk niet bij de vriendenreünie was. Hij is de moderne incarnatie van Japi die van de Waalbrug afstapte, pleegde zelfmoord en zit nu in de wachtkamer bij God. Die blijkt een nogal kleinzielig figuur te zijn, die graag veel waardering wil voor het vakwerk dat Hij met de schepping afleverde; hij is dan ook nogal verrast dat Henk minder enthousiast is over “die hele kutkolerekankertyfusmaatschappij”.

Er wordt opvallend goed gespeeld door de hele cast met Ellen Goemans -als de geslaagde maar toch ongelukkige conceptvrouw- als uitschieter. Ook Jack Vecht als de vermoeide en al te menselijke God van wie geen enkel antwoord te verwachten valt is geestig en schrijnend.

Met hun yuppie-personages, hun onnadrukkelijke speelstijl en hun cultuurpessimisme is Monk toch een soort light-versie van hun generatiegenoten Dood Paard. Maar die groep is in vergelijking toch veel scherper en eigenzinniger en beschikt met Oscar van Woensel over een veel betere schrijver. En zwartgalligheid kan het beste maar zo welsprekend mogelijk gebracht worden.

Dakhemelruimte van Monk. Gezien 10/3/07 in Frascati. Aldaar t/m 17/3, tournee t/m 31/5. Meer info op www.tgmonk.nl

Recensies: Trying to find you van Monk

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:16 uur
tags: , ,

Biografische voorstellingen zijn gevaarlijk terrein voor theatermakers en voor muzikale biografieën geldt dat dubbel zo hard. De makers zijn beducht voor de verwachtingen van het publiek, dat door films als Ray en Walk the line wellicht een goedgeschminkte playbackshow verwacht, maar ze willen de publiciteitswaarde van een voorstelling over een bekende naam natuurlijk wel uitbuiten.

Het is een dilemma waar Emanuel Muris en Rutger Kroon niet zijn uitgekomen bij het maken van een voorstelling over Syd Barrett. Barrett is een van de meer tragische verhalen uit de popgeschiedenis: de frontman van Pink Floyd, de uitvinder van hun psychedelische geluid en de schrijver van hun eerste hits hield het na één plaat voor gezien, kwam door inzinkingen en druggebruik in een psychiatrische inrichting terecht en leeft nu al zo’n 25 jaar bij zijn moeder in Cambridge, waar hij cactussen kweekt en elke vorm van publiciteit mijdt.

Muris en Kroon zien hem als een man die zichzelf is kwijtgeraakt. De jonge Barrett (gespeeld door Muris) komt op een dag doodleuk de huiskamer van zijn dertig jaar oudere zelf (Kroon) binnenlopen. Ze praten wat over de logische onmogelijkheid van deze situatie, Muris speelt wat gitaar -zo slecht dat het weer aandoenlijk wordt- en er zijn nog wat confrontaties met de in huis wonende bloedchagrijnige muis Gerald. De naam Pink Floyd -“diareemuziek”- komt slechts één keer voor, de gekte en de LSD worden buiten beschouwing gelaten.

Er zijn teksten over kunstenaarsschap en creativiteit versus commercie en concessies. De scènes culmineren in een eindeloze monoloog van Kroon over de tocht van Barrett uit Londen terug naar huis. Het is een warrige trip over ondoordringbare bossen, lichttapijten en naakte meisjesvrouwen.

De twee makers proberen het probleem van de muziekbiografie te omzeilen door de bezoeker in de bij de voorstelling horende flyer alvast te waarschuwen: “Gaan we een avondje ouderwets psychedelisch rocken? De mythe Barrett ontrafelen? Nee, de clichés over Barrett laten we maar even de clichés.” Maar dat is wel erg lui. Want door alles wat bekend is over Barrett al vantevoren als cliché te benoemen -en daarmee uit het raam te gooien- wordt Trying to find you een wel erg magere voorstelling.

Want wat willen Muris en Kroon nu eigenlijk met Barrett? Zien ze paralellen tussen hem en hun eigen kunstenaarsleven? Of is hij alleen maar een kapstok voor hun persoonlijke fascinaties? Het wordt gedurende de voorstelling maar niet duidelijk en dat frustreert.

Theater Trying to find you van Monk, door Rutger Kroon en Emanuel Muris. Gezien in de Melkweg, 20/5/06. Tournee volgend seizoen. Meer info op www.tgmonk.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity