Recensie: ‘Dankwoord?’ van de De Voortzetting (van Art & Pro)

Parool,recensies — simber op 21 oktober 2009 om 01:18 uur
tags: , , ,

“Het strijdperk kent geen permanente helden, alleen tijdelijke”, aldus de redenaar in Dankwoord? Maar regisseur en schrijver Frans Strijards kan enig uithoudingsvermogen toch niet ontzegd worden. Halverwege de jaren ’90 fuseerde zijn veelgeprezen gezelschap Art & Pro met de Trust tot de Theatercompagnie, met catastrofale gevolgen: binnen een jaar werd Strijards eruit gewerkt. Een comeback als schrijver bij Het Zuidelijk Toneel mislukte.

Maar zie, nu is hij er weer. Een nieuw gezelschap onder zijn leiding, De Voortzetting (van Art & Pro), kreeg weer subsidie, net als oudgedienden Discordia, omdat de subsidiegevers inzagen dat er “naast jong talent ook meesters moeten zijn”. Maar wat is de relevantie nog van Frans Strijards?

De titel de eerste voorstelling van De Voortzetting is elk geval al een villeine combinatie van nederigheid en grootheidswaan. Dankwoord? is een monoloog voor acteur Helmert Woudenberg die weinig meer nodig heeft dan een katheder en zijn sonore stem om Strijards’ taalconstructies vloeiend te brengen.

Dankwoord? begint als een aanvaardingstoespraak van een prijs voor een “fulminant polemist”, maar meandert al snel alle kanten op. De spreker vertelt zijn levensverhaal, als jongen van het platteland die op het conservatorium terechtkomt, waar hij trio’s voor hamer, beitel en concertzaalvloer componeert, en even later gidst hij ons door zijn verder niet aangeduide stad, “zo bizar dat hij denkbeeldig lijkt”. En net als het iets te veel mozaïek wordt, blijkt alles zich samen te ballen in één spannend verhaal over Zwarte Avonden, geheime dochters en een gevaarlijk boek dat misschien wel niet bestaat.

Tussendoor fulmineert hij tegen recensenten, oreert hij over het nut van kunst, bespot hij realiteit en fictie en vertelt hij moppen, anekdotes en aforismes. “Als de aap de voorloper is van de mens, is de banaan de voorloper van de mobiele telefoon.” Het is dat Woudenberg nergens op de lach speelt, maar anders zou het bijna cabaret kunnen zijn, al zal Strijards het daar niet mee eens zijn: “polemist zijn doe je niet voor je lol”, sneert de redenaar, “cabaret doe je voor je lol.”

De uitgebeende vorm maakt de voorstelling nogal statisch, en zeker voor een monoloog met anderhalf uur erg lang. Daarbij is  Woudenberg een vormelijke acteur, daar moet je van houden. Maar dat zijn kleinigheden: Strijards’ taal is de ster, prikkelend, geestig en schurend. Daarin blijft hij uniek: “Een bek vol benzine, op zoek naar een vlam.”

Dankwoord? van de De Voortzetting (van Art & Pro). Gezien: 20/10 in Den Bosch. In Amsterdam (Bellevue) 23 -25/10 en (Polanentheater) 29-30/10. Meer info op www.devoortzetting.nl

Recensie: ‘De Filantroop’ van Genio de Groot

Parool,recensies — simber op 27 september 2009 om 11:40 uur
tags: , ,

Wat is erger? Een kevertje zijn pootjes uittrekken en een vogeltje laten stikken in een glazen pot of het lijden van dieren in de bio-industrie in stand houden door vlees te eten? Graham Underwood vindt het laatste en als u dat met hem eens bent heeft hij u nog veel meer te vertellen. Maar pas op: Underwood is een seriemoordenaar en voor u het weet heeft hij zichzelf vrijgepleit van zijn gruwelijke daden.

Underwood is het hoofdpersonage uit het boek De Filantroop van de Engelse psychiater en columnist Theodore Dalrymple, die ook in Nederland bekendheid geniet als conservatief en criticus van het liberale gedachtegoed. Het boek werd door acteur Genio de Groot voor het theater bewerkt en ging dit weekend in première in aanwezigheid van de auteur.

De Filantroop is een solo van De Groot, opgevoerd als afwisseling van Underwood’s redevoering over ethiek en zijn herinneringen. Met sonore stem en veel rust dient hij de slimme redeneringen op onderbouwd met argumenten ontleent aan De Sade, Dostojevski en Celine. Het centrale punt van Dalrymple – de liberale ethiek van moreel relativisme kan gemakkelijk gebruikt worden om het slechte te vergoeilijken – komt in deze hyperbolische case study helder naar voren.

De Groot maakt van Underwood een ver neefje van Hannibal Lecter, met obsessieve precisie legt voorwerpen precies in de hoek of in het midden van de tafel. Met een zakdoekje veegt hij alle oppervlakken die hij aanraakt schoon. Klavecimbelmuziek maakt het beeld van de intellectuele psychopaat helemaal af

Een punt is dat De Groot nog erg onvast is in de tekst, met verwarrende versprekingen tot gevolg. Maar een veel groter probleem is dat zijn podiumuitstraling veel te aardig is voor deze rol. In het decor van grof gelaste stalen meubels blijft hij een vriendelijke oom en de zwaarte van zijn 22 moorden verdampt in de smeuïg opgediende argumentaties. Zo verdampt de eventuele spanning van een seriemoordenaar die zich weet te rechtvaardigen en wat overblijft is  een vlakke voorstelling.

Eén moment breekt daar doorheen. Als de filantroop een serie pakjes uitstalt en even de suggestie weet te wekken dat in het touw en pakpapier een in stukken gehakt mensenlichaam zit. Verder blijf het intellectuele spielerei.

Na afloop van de voorstelling was Dalrymple te gast van een nagesprek waar hij zich witty en welbespraakt, uit de losse pols Burke en Shakespeare citerend, door de in moeizaam Engels gestelde vragen loodste. Hij toonde zich daarbij een stuk genuanceerder dan in zijn columns.

Met een mengeling van geamuseerdheid en zorg vertelde hij over twee boeken over echte seriemoordenaars die onlangs verschenen: “Ze bleken verbazingwekkend overeenkomstige argumenten te gebruiken als mijn Filantroop.”

Dalrymple prijst de “gepassioneerde” acteur De Groot en hoopt dat succes in Nederland zou helpen om het stuk ook in Engeland op het toneel te krijgen. Hij verwacht niet dat zijn tegengestelde politieke visie een probleem zal zijn in de kunstwereld: “Dat zou paranoïde zijn.”

De Filantroop van Genio de Groot. Gezien 26/9 in Bellevue. Tournee t/m 19/12. Meer info op www.defilantroop.net

 

Recensie: Fortuyn door Helmert Woudenberg

Parool,recensies — simber op 5 februari 2007 om 09:30 uur
tags: , ,

De geest van Pim zweeft al enige tijd boven het theater. De maatschappelijke onrust die ontstond naar aanleiding van de moorden op Fortuyn en Theo van Gogh levert al enkele seizoenen voorstellingen op die de verwarde situatie van Nederland proberen te vatten. Helmert Woudenberg gaat -na solovoorstellingen over Jezus en de zonen van Jakob- op zoek naar persoon Fortuyn. In een magistrale monoloog maakt hij van de icoon weer een mens, zonder de bewondering en de minachting uit het oog te verliezen die vele Nederlanders voor hem voelen.

Woudenberg heeft hiervoor niet meer nodig dan een rood vlak op de vloer, één stoel en een tafeltje met een glaasje water. De voorstelling begint plompverloren met een bepalende jeugdherinnering over hoe hij als jongetje wordt mishandeld door een leraar. Per scène begint Woudenberg ontspannen vertellend, maar langzaam maar zeker bouwt hij met mimiek, taalgebruik en die kenmerkende trage staccato dictie aan het personage Fortuyn. Dan loopt hij een beetje een koddig rondje op de vloer en begint hij weer opnieuw, alleen een tikje intenser.

Het is fascinerend om de beheersing te zien waarmee Woudenberg dit proces keer op keer herhaalt. Langzaam komt door de verhalen die hij vertelt -via herinneringen aan zijn sterke moeder Toos, die familie, gezag en de kerk trosteerde, aan zijn eerste seksuele ervaringen, zijn werk aan de universiteit in Groningen- de bekende Fortuyn scherper in beeld. En als we aankomen bij de overbekende citaten en de gebeurtenissen die we herkennen van televisie, wordt de gelijkenis tussen speler en personage griezelig groot.

Het is interessant om de uitspraken van Fortuyn (“De islam is een achterlijke cultuur”) nu op deze manier te horen. Ze klinken niet meer schokkend of fris, maar de hardheid en de bijtende agressie erachter vallen ineens op. Het is al eerder beweerd dat Fortuyn’s afkeer van de islam voortkwam uit een in zijn jeugd opgebouwde haat tegen alles wat religieus is, maar Woudenberg weet het met enkele sprekende voorbeelde overtuigend neer te zetten.

Toch blijft een deel van het mysterie Fortuyn intact. Het meest ongrijpbare is en blijft hoe die toch wat kleinzielige socioloog, wiens dromen niet veel verder reikten dan macht over een subfaculteit in een afgelegen universiteitsstad, plotseling een politiek leider werd met messiaanse uitstraling.

Als hij spreekt over zijn laatste grote liefde Arie is hij gepassioneerd en eerlijk. De overdreven fatterigheid en het engelstalige old boys-jargon horen volgens Woudenberg geheel bij zijn publieke persona, bij het spel dat hij tot het abrupte einde met intens genoegen speelde.

Fortuyn door Helmert Woudenberg, Theaterbureau Grünfeld. Gezien 2/2/07 in Amstelveen, in Amsterdam: 10/2 (Meervaart) 27 en 28/3 (Bellevue), tournee t/m 15/5. Meer info op www.grunfeld.nl

Recensie: Athella/Othello van De Nieuw Amsterdam

Othello is een wit stuk van een witte schrijver voor een wit publiek over raciale stereotypen. “Zwarten moeten er niet aan meewerken”, houdt schrijver Abdelkader Benali het publiek voor. Maar natuurlijk is het precies wat Benali wèl doet. En hij is de eerste niet. Multiculturele theatergroepen gebruiken Shakespeare’s verhaal over de jaloerse Moor vaak als uitgangspunt.

Zo speelde Cosmic in 1998 O.J. Othello waarin paralellen worden getrokken tussen de verhalen van Othello en O.J. Simpson, de van moord verdachte Amerikaanse football-speler. Recenter speelde het Onafhankelijk Toneel een versie waarin Bert Luppes Othello speelde als enige Nederlander tussen Marokkaanse acteurs.

Net als die eerdere voorstellingen is dit geen trouwe bewerking van het verhaal over de Moorse legerleider die door de intrigant Iago wordt aangezet tot jaloezie en moord op zijn blanke vrouw Desdemona. Benali schreef het stuk deze zomer terwijl hij in Beiroet verbleef tijdens de bombardementen door Israël. Hij maakte er een beschouwing over het perspectief van de vreemdeling, de zwarte in een witte samenleving. Maar beschouwing alleen maakt nog geen boeiend toneel.

De Athella uit de titel is een acteur die over een uurtje op moet als Othello. Athella is zwart en wordt gespeeld door de Surinaamse acteur Felix Burleson. Maar zwart is niet zwart genoeg en Burleson geeft zijn gezicht met schoensmeer de juiste tint. Hij vertelt over zijn leven, van het verre land achter de bergen waar hij opgroeide tot de toneelschool in Nederland, maar de rommelige structuur en de vele perspectiefwijzigingen maken zijn verhaal moeilijk te volgen.

Iago en Desdemona komen ook nog voorbij; Benali’s beschrijvingen verwijzen steels naar Pim Fortuyn en Ayaan Hirsi Ali -die ook op een fotootje in het decor terugkomt-, maar het is krachteloos. De verbanden zijn gezocht en er mist een dwingende schrijvershand om alle thema’s bij elkaar te houden.

Burleson heeft een mooie stem en is prettig om naar te kijken, maar ook hij kan deze tekst niet spannender maken.

Theater Athella/Othello van De Nieuw Amsterdam. Tekst: Abdelkader Benali; Regie: Caspar Nieuwenhuis; Spel: Felix Burleson. Gezien, 5/10/06, Theater Bellevue. Aldaar t/m 7/10, tournee t/m 24/11. Meer info op www.denieuwamsterdam.nl

Reblog this post [with Zemanta]

Recensie: Zijde van Orkater

Parool,recensies — simber op 28 september 2006 om 17:19 uur
tags: , , ,

Porgy Franssen maakte twee jaar geleden Novecento, pianist der oceanen dat hem de kans gaf zijn talent als verteller te etaleren. Nu gebruikt hij opnieuw een verhaal van Allesandro Baricco als uitgangspunt voor een voorstelling in kleine setting, waarbij het publiek aan zijn lippen hangt.

Het verhaal gaat over Hervé Joncour die halverwege de 19e eeuw ieder jaar naar het Midden Oosten reist om zijderupsen te kopen voor de spinnerijen en wevers in zijn geboortedorp in Frankrijk. Een ziekte onder de rupsen zorgt ervoor dat hij zijn handel verder weg moet zoeken, in Japan.

Daar vindt hij de mooiste zijde, de zwijgzame heerser Hara-Kei en diens mysterieuze vrouw met westerse ogen. Hij raakt in de ban van haar en ondanks dat ze nooit met elkaar spreken wordt zij de belangrijkste reden om jaarlijks de lange, zware reis te ondernemen. Maar ondanks zijn verlangen onderdrukt Joncour zijn emoties: hij blijft een toeschouwer van zijn eigen leven.

Franssen vertelt het verhaal met oneindige charme. Zijn ingehouden stijl klopt mooi bij de geschetste wereld van tuinen, vogelkooien en wereldreizen die lang maar ook voorspelbaar zijn. Het geluidsdecor is onnadrukkelijk, romantische pianomuziek, maar ook oosterse klanken. Het decor is een toonzaal van japanse meubels in vitrines, overdekt met witte zijden doeken. Zij benadrukken de afstand waarmee Joncour zijn leven beschouwd.

Het is het contrast tussen die afstand enerzijds en de passie waarmee zijn verhaal verteld wordt anderzijds die dit een bijzonder aangename vertelvoorstelling maken.

Theater Zijde van Orkater. Naar de novelle van Alessandro Baricco, door Porgy Franssen. Gezien 22/9/06 in De Verkadefabriek, Den Bosch. Te zien in Amstelveen (Schouwburg) 13 en 14/10, in Amsterdam (Bellevue) 17 t/m 22/10. Meer info op www.orkater.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2018 Simber | powered by WordPress with Barecity